20071000 – Oktober 2007, Zuid Laos

Half oktober 2007, zuid Laos
Geplaatst op Monday 15 October @ 23:26:11 GMT+1 door casper

Reis om de wereld vanaf 2006 Daar stond ik dan , op de landingsbaan van Vang Viang. Het enige wat er lande was de politie en een paar meter regen. Na Vang Viang (toch nog getubed) was Vientiane aan de beurt, met een wat lawaaiige parkeerplaats pal aan de Mekong, Thailand op een steenworp afstand. De weg verder naar het zuiden leverde wederom politie bezoek op en lokalen met bijzondere eetgewoontes. Nog verder, tegen de Cambodjaanse grens bezocht ik Wat-Pu bij het stadje Pakxe. Een van de zuidelijkste steden in Laos

Door Laos heen.
Nadat ik anderhalve dag op de landingsbaan van Vang Vien stond kwam de politie aankakken. Ik was net klaar met het uit nemen van mijn gasflessen. Ik had ze gewogen en geconstateerd dat mijn gas verbruik goed mee viel en ik dus in die 3 maanden tijd nog geen halve fles had gebruikt. Plots twee brommertjes. Een uniformpje op de ene en op de ander twee mannekes. Nou schrik ik daar niet van, ik doe niets verkeerds maar ik had het idee dat zij daar anders over dachten. Een glimlach kon er niet van af toen ze me om mijn paspoort vroegen. Ik hielp ze er aan, vertelde wat ik hier deed en waarom ik hier stond. Mmm, gegevens uit mijn paspoort werden overgeschreven en na een kijkje binnen ontdooide de agentjes wat. Toch bleef ik er geen goed gevoel over hebben en vroeg me af wat ze van me wilde. Er werd via een mobiel getelefoneerd met het bureau en dit resulteerde in de vraag of ik mee wilde gaan, hun baas wilde me graag ontmoeten. Tja, dat kon, moest ik wel eerst alles sluiten. Gen probleem, ze wachten geduldig tot ik eerst mijn handen had gewassen, zonnescherm opgedraaid had, alle ramen en deuren had afgesloten en wat schonere kleren had aangetrokken. Ik op mijn eigen scootertje naar het politie bureau wat 2 km verderop was en daar ontmoete ik de baas. Aardige man, daar niet van, maar hij vroeg me het hemd van mijn lijf. Wat ik daar deed, waarom, hoezo, hoelang, wanneer enzovoort. Gaf netjes antwoord. Na een minuut of 10 kwam het hoge woord eruit. Men had helemaal niet gesnapt wat ik nu voor een auto had, wat ik daar aan het doen was en waarom ik daar stond. Waarschijnlijk vermoede men dat ik enge dingen smokkelde of zo, misschien nog wel erger. Sommige agentjes zijn wat paranoïde heb ik het idee. Daarbij kwam dat de wet van Laos stelde dat elke toerist zich in een Hotel of Guesthouse most bevinden. Dat deed ik niet, dus ik overtrede de wet. Ok, dat was minder. Ik had niet zo’n zin om mijn auto in een veel te kleine parkeerplek van een lawaaiig guesthouse te proppen, vol met Israëliërs en ander stoned dopers die domme comedy films zaten te kijken met het volume op 10. God wat kan ik weer lekker generaliseren, maar goed, je snapt vast wat ik bedoel, ik stond hier wel ok. Vroeg dan ook beleeft of hij niet een uitzondering wilde maken en hij beloofde mij dat ie met zijn baas zou praten en ik er nog van zou horen. Moest nog een kopie van mijn paspoort zelf gaan maken en ik mocht weer gaan.

Voor mensen met een goed geheugen. Maar deze foto is nieuw
Alsof de duivel het gehoord heeft komt er, net nadat ik de laatste letter van de vorige paragraaf had getypt mijnheer agent-baas aanrijden. Het is nu 3 dagen later, dus veel haast had men niet, maar hij kwam vertellen dat ik hier wel mocht blijven staan en er geen problemen waren.

De dag na mijn bureau bezoek wilde ik eigenlijk wel gaan Tuben. Voor diegene die dat niet weten, tuben is op een hele grote binnenband zitten, met je benen over de rand en je kont in het water en zo heerlijk relaxed the rivier af zakken. Helaas regende het die dag nogal dus ik stelde het uit naar de volgende dag. De dag daarna regende het ook, en je kan je voorstellen hoe het de dag daarna was…. Regen. In eerste instantie zij het weerbericht (www.weeronline.nl) dat het zaterdag wel beter zou zijn, toen ik vrijdag nog eens ging kijken had men dat veranderd in tekens van dikke wolken. Er was blijkbaar een typhoon die via Vietnam richting Thailand aan het waaien was en daar kregen we hier een staartje van mee in de vorm van nattigheid. Dat bracht mij in dubio. Ik zou en moest gaan tuben, had daar 4 jaar lang naar verlangd. Niet in de regen want ik wilde de lange variant doen (12 km), als je dan de hele tijd nat bent is dat niet prettig. Het is hier niet koud is (was het maar zo) maar toch. De natte dagen maar besteed met….beetje internetten, beetje verhalen vertalen naar het Engels, beetje teer spetters en plekjes van mijn auto afpoetsen tussen de buien door, water verzamelen door een ton onder mijn zonnescherm te zetten, boekje lezen, tukje doen, je ziet, ik houd me wel druk.

zucht.
Kan dat niet zeggen voor de rest van de toeristen hier. Die hangen de hele dag rond in de ‘lounge’ plaatsen en kijken naar domme tekenfilms of de serie Friends, al dan niet stoned of beschonken.. Als het niet regent, bewegen ze zich over de rivier, liefst in een tube. Dat is nog begrijpelijk, vind ik ook leuk. 4 jaar geleden de highlight van het jaar. Lekker rustig. Nu zijn er een flink aantal bar’s aan de oever ontstaan die allemaal een soort bungee-jump paal hebben geplaatst waar je met een machtige zwier het water in kan plonsen. Dit alles vergezeld van het nodige bier en ander alcohol, harde muziek en het macho gedrag van wie kan er het stoerst aan dat touw hangen, wie laat de grootse bilspleet zien en wie heeft er de grootste boezem. . Heel leuk om eens naar te gaan zitten kijken, de rust van weleer is helaas weg. Het kan nog veel erger natuurlijk, het is nog geen Lloret de Mar, maar als de ontwikkelingen zo door gaan gaat het hard die kant uit. De Laotianen zijn ook niet dom, die hebben deze ‘poelen des verderfs’ aan die rivier midden in de jungle gebouwd zodat geen enkele lokaal zich stoort aan het westerse gedrag. Slim. En het brengt een hoop werkgelegenheid en geld binnen voor dit arme lang.
Van het tuben hele grote rode plekken aan de binnenkant van mijn armen gekregen. Dit komt omdat het water redelijk snel stroomt en je af en toe hard bij moet peddelen om in de juiste stroom te komen. Daarbij schuren je armen tegen de band aan en dat gaat dus op den duur irriteren. Kan me dat niet herinneren van de vorige keer, misschien komt het nu omdat ze de banden geverfd hebben. Ik lijk net een verslaafde joh, met van die rode naalden plekjes.

De arc-de-triompf in Vientiane.
Op dinsdag de 9e naar Vientiane gereden en daar aan de Mekong gaan staan. Had al eerder gehoord dat de politie het niet zo leuk scheen te vinden als je daar de nacht door bracht, maar ik had weinig keus. Vientiane is een oude Franse koloniale stad. Straatjes klein, hotelletjes ook en van een parking hebben ze nog nooit gehoord. Dus de nacht de auto op de betaalde parking laten staan (3000 kip, oftewel een kwartje), mijn oordoppen ingedaan en ventilator aan (het was warm) en helemaal niks van alle herrie gehoord. Ook niet van eventuele politie die me zouden hebben willen verwijderen. Ook de volgende dag en nacht blijven staan, prima plekkie ondanks de herrie. Tevergeefs op zoek naar de Cambodiaanse ambassade. Na een fiets-zoek tocht van een paar uur (en een paar liter zweet) terug gekeerd en met een tuk-tuk nog een poging gewaagd. De ambassade bleek hééél ergens anders te zijn dan mijn boek had aangegeven. Krijg je met oude boeken. Daar aangekomen bleek hij ook nog eens drie dagen dicht te zijn. Maar gelaten voor wat het was.

En erg veel Wats….
Donderdag rustig richting het zuiden af gaan zakken. De weg 13 bleef erg rustig en hoe verder van Vientiane hoe beter. De weg volgt de Mekong rivier voor honderden kilometers, soms er vlak langs (pracht gezicht, die breede bruine stromende massa), soms er wat verder vanaf. Het was een beetje rare gewaarwording. Ik reed immers nog geen kilometer van Thailand vandaan aan de ene kant (aan de overkant van de MEKONG Rivier is Thailand), terwijl op in het oosten ik vlak bij Vietnam was. Bangkok was twee dagen rijden (als ik zou willen), Pnhom Pen (Cambodja) 3 of 4 dagen. Ho-Chi-Min-City oftewel Saigon lag daar weer een dag rijden vandaan. Leuk!!!

Had wel moeite om een rust cq lunch plekkie te vinden. Ook hier aan beide kanten diepe geulen voor water afvoer. De enige stopplekken zijn dan in dorpjes, voor winkels of huizen, en dat is dan gelijk weer niet zo prettig. In de avond vond ik bij een truck-weeg station een perfect plekkie. Er kwamen wat veel lokaaltjes kijken, maar die dropen om 8 uur (met wat hints van mijn kant) weer af. Perfect geslapen. De volgende ochtend besloot ik ter plekke om hier een dagje te blijven staan. Kon dan wat klusjes doen die ik als maar uit had gesteld. Een er van, het omgooien van de berghokken, had ik veel ruimte voor nodig want ik moest mijn halve auto er voor uitpakken, het liefst zonde mensen in de buurt want die zouden alles aan gaan raken. En dat was hier dus het geval. Hele dag heerlijk gerommeld. Als je zo bezig bent kom je steeds weer wat anders tegen dus kwam zelfs tijd te kort. De douche vloer schoonmaken, dat stond op de planning en daar kwam ik niet eens meer aan toe. In de avond kwam de politie langs. Ze zijn echt paranoïde hier. 6 agentjes, met diverse uniformen. Alsof ik Boris Boef was. Ze spraken erg slecht Engels en ook nu weer kreeg ik een slecht gevoel van die agenten. Alsof ze wat wilden van me. Heb me zoals altijd maar weer van de domme gehouden. Zo in de trend van, dit is mijn auto, je mag overal kijken, hier is mijn paspoort met visa, zeg maar wat het probleem is. De agent die het ‘woord’ voerde bleef maar in mijn auto hangen, zei niet wat ie wilde of wat het probleem was, maar na verloop van tijd, en na belofte dat ik de volgende dag zou vertrekken gaf ie me toch mijn paspoort en waren ze weer verdwenen. Achteraf had ik wel een idee wat het probleem was. Denk ik hoor, het is maar een theorie, en die gaat zo; Er hingen die vorige avond een groep van 15 lokalen rond mijn auto. Jongens en meisjes in alle leeftijden. Toen ik, met handen en voeten praten, te kennen gaf dat ik op weg was naar Australië zei een van die meisjes dat ze wel mee wilde. Dus het grapje werd… ‘you-me…Australia’. Dat werd door iedereen wel 100 keer herhaald, dikke pret. Waarschijnlijk hebben die kids het serieuzer opgevat dan ik en thuis verteld dat ze naar Australië gingen. Die agentjes kwamen kijken, omdat ze, denk ik, het idee hadden dat ik de hele jeugd, als een rattenvanger van Harmelen mee zou nemen naar Australië. Pfff, zouden ze willen. Ik niet ieder geval.

Mee naar Australie?… echt wel.
Het dieet van die lokaaltjes deed mij er van weerhouden om bij iemand thuis te gaan eten., Men kwam veelal met dingen aan die gevangen waren voor het avondeten en daar zaten aparte zaken tussen. Hele grote schelp-slakken en kikkers, dat kon ik verwachten in een Frans georiënteerd land. Niet mijn lievelings kostje. Erger was dat men ook die herrie beesten, die cicaden op at. De mensen vinden ze hier in het donker door een licht aan te steken. Het zijn net motten, ze komen er op af als een bezetenen. Je moet nog oppassen ook want echt goed vliegen kunnen ze niet en ze komen hard aan als ze tegn je aan vliegen, ik kan uit ervaring spreken. Maar de lokalen vangen ze, breken onmiddellijk de vleugels er af en stoppen ze dan in hun zak of een plastic tasje. Geroosterd op een vuurtje vinden ze het lekker, dat was duidelijk, maar ook dit aanbod heb ik afgeslagen. Een iemand kwam met een hele mooie vogel aan. Soort aalschover , maar helaas, het zal een panschover worden, deze gaat namelijk ook de pot in. Stond nog vers in me geheugen hoe die vrouwen in de beren mij ratten aan boden, al om hebben ze hier een rare eetgewoonte.

Zoals beloofd netjes de volgende dag vertrokken, rustig rijdend over de nog steeds uitstekende weg nr 13. Ook nu weer niet zo heel spectaculair. Na Paxe of Pakse veel rijstvelden, heel veel kleine dorpjes. Iedereen woont langs de weg, 30 meter weg-uitwaards staat geen huis meer. Maar hierdoor lijkt het erg druk bevolkt. Het verkeer op deze weg is vrijwel nihil. Af en toe een tegenligger, maar 1 per 5 minuten of zo. Wat wel opvalt in heel Laos trouwens is dat van de niet bussen/vrachtwagens ongeveer 90% pick-ups zijn. Veel Japanners, eigenlijk bijna allemaal denk ik. De rest van de weg gebruikers zijn bromfietsers en twee wielige tractoren, die je aan deze kant van Azië erg veel ziet. Van die tractor motoren met twee wielen eronder en een heel lang stuur. Heb ooit op mijn vorig bezoekje aan Laos daar wel een foto van gemaakt volgens mij.
Het wordt ook steeds armer en minder ontwikkelt hoe verder je van Vientiane af komt. Zag al diverse pomp stations die de benzine en diesel uit gewone vaten tapte. Winkeltjes worden steeds kleiner en minder er van, enfin, hier begint het echte arme Laos. Toeristen zie je hier overigens vrijwel niet terwijl je daar in Vientiane over struikelt. Dit deel van Laos blijkt niet boeiend te zijn. Snap het niet zo, want in principe is het een rechte weg van Pnhom Pen naar Vientiane (en dus China). Misschien zijn er snellere wegen of is er gewoon geen verkeer tussen die twee landen. Ik weet dat ze niet de beste vrienden zijn. Lang moeten zoeken naar een goede slaap plek. Was er eindelijk eens een veldje, hadden ze er op de helft er van een kermis staan. Op z’n Laosiaans dan, met ballonnen prikken en opblaas trampolines. Dat leek me dus geen optie. Ook nu had de vele regen goede slaapplaatsen omgetoverd in water en modder plekken, ik was bang om zo maar zo’n veld in te rijden, de regen zou het wel eens in een drassig onzichtbaar modderveld hebben kunnen veranderen.
Ik ben hier in Laos een Farang. Maar omdat ze de R niet leuk vinden ben ik een Falang. Dat is de indo-china versie van het Hindi woord Gora, oftewel blanke, buitenlander, vreemdeling, het is maar hoe je het vertaalt. Soms boezem je hier als Falang wel angst in. Ik zat te lunchen paar dagen geleden naast mijn auto, lekker tomaten salade. Er stonden een stuk of 10 man naar me te kijken. Zat er verder niet zo mee want die Laotioanen zijn niet zo opdringerig en wel aardig verder. Ik stond wat plots op om wat water te gaan pakken, de groep stoof uiteen. Vooral de hele kleine kinderen liepen voor hun leven, de oudere deden een paar stappen terug. Ik lag in een deuk, het was zo’n stom gezicht, en nadat men zag dat ik geen kwaads in zin had schuifelden men langzaam weer terug. Maar… het spel was begonnen, en iedere keer als ik ineens BOEH riep stoven die kids weer weg. Op een gegeven moment hadden ze wel door dat ik ze aan het pesten was, maar ik heb tenminste goed gelachen.

Heb wat problemen water te vinden. Rivieren genoeg, maar dat bruine water lijkt me geen goed plan. In India heb je overal wel pompen langs de kant van de weg staan, Nepal ook wel, in China kon ik van de Hotels wel jatten. In Noord Laos kwam ik af en toe wel iets tegen dat de berg afstroomde en helder was, maar hier in midden en zuid Laos moet ik echt diesel gaan tanken, en voor het tanken eerst vragen of ze ook water hebben. Zo nee, rijd ik naar het volgende tankstation. Tot nu toe nog gelukt, maar handig is het niet. Vraag me af hoe de lokalen water krijgen. Zie geen putten of water pompen naast de huizen, dus moeten ze dat anders regelen. Zie wel erg veel van die 10 liter bronwater flessen, maar die moet je kopen.
Vraag me sowieso af wat voor een bestaan de mensen hier hebben. Naast rijstvelden zie je weinig activiteiten. Geen industrie, geen toerisme. Weinig business. Af en toe eens een meubel maker of een garage, maar aantallen zijn het zeker niet. In veel Aziatische steden heb je in elk dorp wel 4 smeden en 7 winkels met van alles en nog wat zitten, hier is de commercie duidelijk minder. Af en toe een winkeltje met de bekende cola’s en chips en koekjes, maar je moet er wel naar zoeken. Net als groente, wat je overal in Azie langs de kant van de weg kan kopen, moet je hier ook echt naar zoeken. In de wat grotere dorpjes zie ik af en toe wel iets wat op een soort marktje lijkt, maar het aanbod is beperkt. Als er zo weinig commercie is, zou dan iedereen op het land werken? Het is nu wel rijst oogst seizoen, maar vind het toch een beetje vaag.

Het oogsten van de rijst, wat nu in volle gang staat, word merendeel met de hand gedaan. Ik zie wel dors machines, die de gesneden rijst stengels van de rijst ontdoen. Die machines zijn denk ik van de overheid en vermoed ik te huur of leen voor de boeren. Die snijden dan hun rijst met de hele familie, vader moeder, opa en oma, de kinderen en eventueel de buren en halen dat dan door de machiene. Rijst word in 20 kilo zakken thuis opgeslagen, ik neem aan voor eigen consumptie. Wat over is zal wel verkocht of geruild worden.
Ik moet hier in Laos regelmatig tol betalen, net als in China. Gelukkig niet zo vaak en niet zo veel, en niet zo dringend. Zo eens of twee keer per dag kom ik een tol post tegen. Geen slagboom, maar gewoon wat rode pylonen op de middenstreep en een tafeltje waar een ventje onder een parasol zit. Als je wilt kan je zo door rijden, maar de manier waarop het gebeurt, nodigt dat niet uit. Mensen lachen altijd, de tol is altijd redelijk (meestal 10.000 kip, of 80 eurocent) en de afwezigheid van dwingende maatregelen als slagbomen en verkeersdrempels maken het allemaal heel gemoedelijk, niet iets om misbruik van te maken.

De gemiddelde kleding dracht van de Laotiaan is simpel. Een T-shirt, meestal van een voetbal ploeg of land (Engeland is erg populair) , een voetbal broek met, neem ik aan, daar onder ondergoed. Verder (teen)slippers. De wat oudere, zeg boven de 35, hebben als ze wat meer gekleed willen zijn, een lange broek met t-shirt aan. De vrouwen dragen meestal een sarong achtige rok met een shirt. Verder zie je de meeste vage hoedjes, petjes, hoofddeskels etc.
Lopen met ontbloot bovenlijf is voor de mannen geen probleem, vrouwen doen dat niet. Kleine kinderen onder de 2 of zo lopen vaak met niks aan, ik denk dat dat makkelijker is dan steeds de boel te moeten wassen.

Het uitzicht over de Mekong terwijl ik dit typ.
In de avond lekker bakkie spaghetti gemaakt (nog volkoren spaghetti uit NL), hierna een filmpie gekeken en Pipas gegeten. Dit laatste zijn zonnebloem pitten en de, spaanse naam er voor. Geen idee hoe ze in het Laosiaans heten. Die zijn lekker, je moet er veel voor doen en krijgt weinig binnen, dus goed voor de knabbel lust ivm mijn letten op het gewicht. De rest van het stuk naar Pakse was zo gepiept in de ochtend. Vlak voor de stad was een brug, maar die was zo smal dat ik er bijna niet door kon. Een agent stopte me en verbood me er door te gaan. Dacht eerst dat het de hoofdweg was, maar het bleek dat ik een afslag had gemist (er bleek ook geen bord te staan toen ik terug reed), die voerde me over de nieuwe brug. In Pakse eerst de auto in een straatje gezet en met de fiets de boel verkend. Plekje aan de mekong rivier uitgezocht en hierna mijn auto gehaald en die er neer gepropt. Dat is het ideale als je in de ochtend aankomt, dan heb je alle plek. Ik weet zeker dat het hier in de middag en avond vol zal zijn, het is immers zondag vandaag en de Laotianen houden van op terrasjes zitten. Die zijn er dus genoeg hier.
Pakxe, de grootste stad van het zuiden van Laos, stelt eigenlijk niet zo veel voor. Het is lopend goed te verkennen, dus helemaal op de fiets. Er zijn twee wel leuke markten, maar ze verkopen er niks anders dan wat ik overal in Azië zie, daar hoef je dus niet voor te gaan. Het is wel leuk om te gaan om mensen te zien, handel en wandel te bekijken en zo, maar dit staat blijkbaar op zondag op een laag pitje want het was allemaal een beetje doods.
Ondanks dit heeft het stadje toch één pin automaat en, sinds volgens mij nog niet zo lang, een brug over de mekong. En daar zijn er niet zo veel van, want die mekong is hier al bijna een kilometer breed, misschien zelfs wel iets meer. Daar bouw je als arm staatje dus niet even een brug over. Er zijn in heel Laos, waar de mekong van noord naar zuid helemaal doorheen stroomt, maar drie bruggen over die rivier. De rest gaat, zoals vanouds per ferry of bootje naar de overkant.
De eigenlijke reden dat ik in Pakxe was gestopt was dat ik wilde weten hoe ik in Champasak moest komen. Champasak ligt 40km ten zuiden van Pakxe, maar helaas pindakaas, aan de andere kant van het water. Dan zijn er dus twee opties om er met de auto te komen, of de auto te laten staan en met ander vervoer te gaan. Met de auto kon ik (en dat leek mij in eerste instantie de meest logische weg), in Pakxe de rivier over en dan via binnendoor weggetjes afzakken naar Champasak. De meeste toeristen die daar naar toe gaan, gaan of per boot vanuit Pakxe (lijkt me ook wel leuk), of gaan per bus naar het zuiden en steken dan met de ferry de rivier over ter hoogte van Champasak. Ik kon me niet voorstellen dat ze een ferry zouden hebben waar mijn auto op zou kunnen, dus dat had ik eigenlijk al opgegeven. Schtest mijn verbazing dat drie onafhankelijke mensen me vertelde dat ze daar ook een grote ferry hadden en mijn auto er wel op zou passen. Blij dat ik dus ben wezen vragen, anders was ik vet omgereden en misschien wel via hele slechte wegen.

Die ferry, daar moest ik op, vond het wel eng.
De reden om hier naar toe te gaan is de aanwezigheid van de Wat-Pou temples, een zuster tempel gebied van Ankor-wat zeg maar. En Ankor-wat, voor de cultuur barbaren, zijn de meest imposante oude tempels die ik ooit gezien heb. Tig vierkante kilometer met oude, door de oerwouden overgroeide joekels van tempels. En Wat-Pou zou hier een kleinere versie van zijn..

Je ziet in Laos erg veel netten, fuiken en dergelijke. Elk stroompje water heeft wel een paar netten die alle vis tegen houden. Heb gezien hoe groot die visjes dan zijn die ze vangen, die vullen mijn holle kies nog niet eens. Maar er komen ook vaak kikkers in, die zijn al van een groter kaliber. Toch vraag ik me af of op die manier vissen, niet de visstand in gevaar brengt, want je vist vrijwel alles uit het water. Op een gegeven moment moet het toch een keer op zijn lijkt me.

Dat het ding bleef drijven was een wonder.
Wat-Pou, ook wel Wat-Pu, Vat-Pu en Vat-Pou gespeld, om het de bezoeker makkelijk te maken, viel een beetje tegen. De weg er naar toe was des te spannender. De veerpontjes die men gebuikte om over de zeer snel stromende Mekong heen te komen waren, op zijn minst gezegd, gammel. Bij aankomst aan de veerpont plek zag ik al niks, vond het wat raar. Na wat lokalen te hebben aangesproken bleek er ineens een mijnheer zijn pontje wel te willen halen, ik moest maar even wachten. Na 15 minuten kwam er een ding voor varen, tja, hoe moet ik het beschrijven. Een soort omgekeerde metalen doos met aan beide kanten een extra kano ter ondersteuning. Over dat geheel lagen planken. De schipper deed echter niet moeilijk over mijn auto , dus ik denk, die zal het wel weten. Bij het oprijden kraakte er van alles, maar het bleef heel en het bleef drijven. Sterker nog, er gingen nog 5 andere auto’s bij en hoppa, in galop de Mekong op. Die stroomt zo sterk dat die pontjes niet naar de overkant sturen maar naar een punt ver stroomopwaarts, om, hoe raar het ook klinkt, toch gewoon aan de overkant uit te komen. Hier weer hetzelfde proces van kraken en steunen, maar ik kwam er heelhuids af. In eerste instantie wilde de geinige gozer 150.000 kippen hebben ter betaling. Dat vond ik wat veel, had natuurlijk al hier en daar wat geïnformeerd. Een auto betaalde 20.000, een minibusje 30.000 kippen. Dan zou ik 50 of 60.000 kippen voor mijn auto wel reëel vinden. 150.000 was wat veel. Enfim, na een hoop blabla, schouder geklop, hoofgeknik en handgebaar de boel afgemaakt op 80.000. Dat is dan een dikke 6 euro, nou daar ga je ook niet al te moeilijk voor doen.

Wat-Phu (spreek uit Watpoe) was erg vervallen. En dan zeg ik het netjes. Het lag er mooi, in de jungle, tegen een berg keten aan. De fallus die men in de bergketen zou moeten herkennen was blijkbaar een Loatiaanse fallus, en die is denk ik anders dan die van ons, want ik zag niets wat er op leek hoor. Was speciaal voor dat ding er naar toe gegaan, dat snap je. Ahum. Deze fallus zou een van de redenen moeten zijn waarom Shiva aanbidders deze plek hadden gekozen voor de tempel.

WatPu was een ruine.
Shiva is een fallus-verslaafde dus. Ach ja, daar zijn er meer van in de wereld, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Watjepoe zou een Unesco erfgoed moeten worden of zijn, kon daar niks over terug vinden. Ben de berg opgelopen (puf puf, het was warm) , boven wat een ingezakt restant en een soort oud tempeltje. Het uitzicht was wel ok, maar daar ging ik natuurlijk niet voor. Toen het begon te regenen maar snel weer berg afwaarts gelopen en me lopen te bedenken wat ik zou doen. Aan de ene kant kan ik door naar de Cambodjaanse grens. Er is nog een waterval te bezichtigen onderweg, dat is in een dag ook wel gebeurd. Zou betekenen dat ik al de 18e of zo Cambodja in ga, dat vind ik wat te vroeg hoor, heb ik nog een hele week visa over. Dus maar terug gereden naar Pakxe, kan ik daar nog wat klooien. Op de terugweg was de overtocht minimaal zo eng als de heenweg. Naast me stond een vrachtwagentje volgeladen met rijst,minimaal even zwaar als ik. De schipper moest eerst keren om de goed kant uit te varen en stond met z’n achtersteven vrijwel helemaal in de bosjes op de uiterwaarden. . Ook nu is alles weer goed afgelopen. Ben maar terug gereden naar Pakxe en weer op hetzelfde plekje geparkeerd. Morgen zak ik dan langzaam af naar de Cambodjaanse grens. Vermoed dat mijn eerste internet mogelijkheid in Phnom Pen zal zijn, dus tot dan.

Ik wil nog even een antwoord geven op de vraag die ik stelde in het begin van mijn Laos avontuur. Is Laos nog steeds het lekkere relaxte land van weleer was toen mijn vraag aan mezelf. Ja en nee. Ja, het is nog steeds een relaxed land maar ook hier veranderen dingen. Het land ontwikkelt zich, langzaam maar zeker. En dat is natuurlijk niet tegen te houden, maar wel jammer. Toch kan je in Laos nog bijzonder prettig toeven. Het is schijnbaar een land zonder stress, een land waar de mensen prettig in de omgang zijn, waar de doorgaande wegen redelijk goed zijn, een land dat goedkoop is, een land dat, op het juiste tijdstip, een goed klimaat heeft, een land waar je visa van een maand op is voor je er erg in hebt.