20071000 – Oktober 2007, Noord Thailand

Eind okt 2007, noord Thailand
Geplaatst op Friday 09 November @ 04:00:18 GMT+1 door casper

Reis om de wereld vanaf 2006 Pa, Ellen en Jos, hier is’tie hoor…
Na 3 dagen Bangkok was ik rouwig en blij dat ik weer weg ging. Het noorden van Thailand is mooi, zowel het westelijke als minder bekende oostelijke deel. Langs de Mekong afzakken was een mooi finale op deze mooi rit. Aan de overkant van de Mekong rivier riep Laos..tja, wat doe je dan….

Bankok verlaten en rauwig? Rouwig omdat je in Bangkok luxe hebt. Lekkere koffie, goed brood, het MBK centrum, nieuwe video games, overal is alles te koop. Maar ik was ook blij Bangok te hebben verlaten. Blij omdat Bangkok druk, is, veel luchtvervuiling en veel mensen. Dat houd je een poosje vol, op een gegeven moment begint de luchtvervuiling, de files, de hitte op mijn zenuwen te werken. Vroeg in de ochtend vertrokken ondanks een late zuip avond met een aantal van de monteurs van MAN en in een dag 400 km naar het noorden gereden. Er was weinig te zien onderweg, behalve veel water. Half Thailand staat onderwater, het schijnt het in het zuiden nog erger te zijn en nog steeds te regenen. Ik blijf dus nog even in het noorden, hier zijn bergen, daar zal het niet zo hard gaan overstromen. Onderweg stonden veel akkers blank, heb ook veel huizen in het water zien staan. Parkeren in een veld langs de kant van de weg deed ik dus niet snel, bang dat ik weg zou zakken in de stiekeme modder.

Reed een stuk over, wat de Thai de Pan-Asian route noemen, de weg nr 105. Deze weg zou Istanbul met Singapore verbinden als je overal doorgelaten zou worden, helaas zitten er wat brandhaarden tussen (Myanmar, west India, Pakistan..).
Maandag is geel dag, De koning is jarig op een maandag, of hij is geboren op een maandag, weet niet meer precies, maar op maandag is het de bedoeling dat als je koning gezind ben, je iets geels aan doet. Op maandag is het dus net alsof je allemaal dezelfde mensen tegen komt, ze hebben allemaal het zelfde aan, een geel polo shirtje. Raar die Thai’s, maar wel leuk, lijkt een beetje op een gele koninginnen dag.

Alles is groen, zelfs het overstekende wild.
Verder naar het noorden werd het heuvel achtiger. Er doken van die rare puist bergen op die ik ook in Laos had gezien. De weg volgde de grens met Myanmar, aan de overkant van de rivier zag je het gewoon liggen. Ik mocht er niet in met mijn auto, en op dit moment krijgt geen enkele buitenlander een visa. Ik heb nog gekeken of ik demonstrerende monniken zag maar helaas. Het rare was, het zag er net zo uit als Thailand.  Op een gegeven moment, net na een leger checkpoint, een dorp, dacht ik. Het vreemde was dat het er erg druk was op de weg. Er liep veel volk, maar ik zag alleen wat hutjes en iedereen liep een beetje te lanterfanten. Overwoog even te stoppen, maar zag geen goede plek om mijn auto neer zet zetten en voor ik het wist was er weer een militair checkpoint en was de drukte voorbij. Dat moet een vluchtelingen kamp geweest zijn, kan niet anders. Had er wel over gelezen maar het verband niet gelegd. Allemaal Myanmarezen of Birmezen, die door de dictators het land zijn uitgedonderd of zelf zijn gevlucht. Triest.

Alles hier was groen en rook ook groen. Mae Sot, een grens plaats met Myanmar, stelde niet veel voor dus ben, na een bezoek aan de lokale Teco’s (supermarkt) maar door gereden. Had als doel de Mae Usu grot. De weg was erg mooi en stil, heerlijk om te rijden. Ik moet zeggen dat de wegen in Thailand erg goed zijn, maar erg slecht onderhouden. Veel gaten die slecht gevuld zijn, oneffen weg en onverwachte hobbels. Toch natuurlijk 10 keer beter dan een land als India. Dus ik mag niet klagen, en doet doe ik bij deze ook niet. Vertel alleen wat ik zie en of meemaak. De wegen zijn heel erg op Amerikaanse leest geschoeid, dezelfde manier van aanleggen, van borden en strepen. Soms waan je je net in de USA, zeker als je door een mooi natuurgebied rijdt. Daar aangekomen (bij die grot) om een uur of drie in de middag bleek die te zijn gesloten ivm de hoge waterstand. Toen ik mijn uitklapstoel buiten zette en nog eens in de Lonely Planet zat te lezen bleek dat ie altijd in het regen seizoen dicht is. Ik was voor niks gegaan, had gewoon niet goed gelezen. Het verlaten parkeerterrein was echter een prima picknick en slaapplek. Het was weer te lang geleden dat ik een zodanig mooie stilte heb horen bulderen. Er waren een paar huizen in de buurt maar niet veel, de grot was ook echt op het echte einde van de weg, dus verkeer was 0. Heel af en toe kwam er een lokaaltje kijken, maar die bleven op een afstand, na de drukte in Bangkok genoten van de rust.

Parkeren onder een groene muur aan het eind van de wereld eum weg.
Die rust werd in de avond flink verstoord. De jungle is niet stil. Herrie van dieren, die hebben blijkbaar geen last van boze buren. Er waren geluiden bij die ik nog nooit gehoord heb, goed luisteren dus. Omdat ik onder een steile puntberg stond was ik een beetje bang voor naar beneden vallend puin maar ik had het idee dat ik op een veilige afstand stond. Zo af en toe kwam er ineens een steen naar beneden kletteren, wellicht door apen of andere dieren los gekomen. Dit gecombineerd met die vage dieren geluiden deed het geheel wel een luguber gevoel geven.
In de nacht werd het zo vochtig dat het overal begon te druppen. Van bomen, van mijn auto, overal hoorde je druppels vallen. Vaak was het geluid van een vallende druppel identiek aan het klinken van flip-flops. Ik wist dus zeker dat er iemand om mijn auto liep diep in de nacht. Bij inspectie bleek het mijn verbeelding te zijn, toch twijfel je. Ben veel wakker geweest die nacht. Hoe raar het klinkt, midden in de jungle had ik een ‘unheimliger’ gevoel dan midden in de stad waar het aantal criminelen 1000voudig is. Tja, het onbekende, de onbekende geluiden.. dom en raar maar waar.

Verder naar het noorden doken hogere bergen op. Moest soms tot in zijn twee terugschakelen om de steile hellingen op te komen, dat is me nog nooit gebeurd. De weg golfde heen en weer tussen de 100 en 1100 meter hoogte en mijn versnellingsbak begon weer kuren te krijgen. Nu helaas erger dan de vorige keer. De versnellingspook schoot steeds uit de versnelling, kon hem soms niet meer terug er in krijgen en ik hoorde een hoop reutel geluiden uit de versnelling bak. Noodgedwongen heb ik mijn rondje noord af moeten kappen, en bij Mae Sariang linksaf richting Chiangmai geslagen. Vlak hier voor kwam ik nog een heel enge noodbrug tegen, maximaal 10 ton stond er op (ik ben 8.5) dus dat moest kunnen. Maar alles zag er zo gammel uit en begon zo gevaarlijk te kraken toen ik er op reed dat mijn hart oversloeg. Heerlijk koel op 1100 meter hoogte geslapen. Een zeer vriendelijke politie agent kwam nog even vertellen dat er twee km verderop een camp-ground was en mijn auto ook daar naartoe verkast.
Ik reed midden in de bergen, zat er ineens een krab midden op de weg. Sorry, ik denk dat ik hem geplet heb, maar hoe komt dat beest nu daar. Was ie op weg naar zijn moeder of zo. Ma, hij komt niet meer hoor, hij ligt uitgesmeerd op de weg.

Chengmai was aan de beurt. Een grote stad, die bekent staat bij westerse toeristen. Waarom wist ik niet, kon het ook niet zo goed uit de gidsen opmaken. Er waren veel temples, maar ja, er zijn wel meer steden die dat hebben. Waarschijnlijk is Chengmai populair vanwege het iets mildere klimaat. Het ligt een beetje in de heuvels dus het is in de zomer iets minder heet dan Bangkok, en met de heuvels in de buurt is snel verkoeling zoeken mogelijk. Verder bied Chiangmai vele activiteiten zoals wandelen, watervallen en grotten, fietsen, bezoek aan een aantal minderheid groepen (waaronder de bekende langnek-stam, waar de vrouwen zoveel nekbanden om hebben dat hun schouders naar beneden gedrukt zijn en het lijkt alsof ze een superlange nek hebben). Ik heb best veel door Chengmai gefietst, (grote delen omdat ik de weg kwijt was haha), en ik moet zeggen, niks voor mij. Jazeker, er is westerse luxe aanwezig, van de Mac en de Burger King, pizza restaurants, bier-stuben, Tesco supermarkten etc etc. Dat is leuk voor even, maar na 2 dagen gaat dat ook vervelen. Verder is er te veel verkeer, te veel herrie. Te veel luchtverontreiniging en te veel toeristen voor mijn smaak. Na anderhalve dag dus de stad weer verlaten, enigszins verplicht. Op het veld waar ik geparkeerd stond begon men om 4 uur in de nacht met het opbouwen van een markt. Men waarschuwde dat als ik niet maakte dat ik weg kwam, ik er die dag ieder geval niet meer uit zou kunnen. Vandaar dat ik al om 5 uur aan het rijden was, in het pikke donker, en voor de lunch er al 250km op had zitten, richting Zuidoost.

Rijdende BBQ, die hoeft nooit te blazen om het vuur aan te krijgen.
Hoe verder naar het noord oosten, hoe groener het weer werd. Dwars door natuur parken en zeer mooie natuur is dit gebied van Thailand zeker zo mooi als het noord westen. Het weer hielp mee, niet te warm, beetje bewolkt. Bij de Mekong aangekomen leek het weer op Laos, hoe raar, want dat ligt aan de andere kant van de rivier. Het begon ook gelijk weer te regenen, had gehoopt dat die tijd zo langzamerhand voorbij zou zijn. Gelukkig nog niet bijzonder veel, maar ik houd me hart vast. De Mekong ligt hier ook vol met rotsen, en niet van die kleintjes. Varen over deze rivier is dus erg gevaarlijk, want als het water wat hoger is, liggen die net onder de oppervlakte. Vandaar ook dat je vrijwel geen vrachtverkeer op de rivier ziet.
De weg voerde lange tijd pal langs de Mekong, erg mooi. Aan de overkant Laos, aan deze kant af en toe een klein gehuchtje. Vraag me af of er niet veel smokkel praktijken zijn, dat moet haast wel. Die Mekong is zo breed en lang, die grens ook, daar moet handel te doen zijn en dat moet niet te controleren zijn.
Het doet me denken aan een tochtje door de ooi langs de waal, erg peaceful, mooie gezichten, veel groen. Veel kleine kleurrijke kleinschalige akkertjes met rijst, maïs, veel bananen en pommelo’s heten ze geloof ik, van die soort grapefruits formaat voetbal. Erg veel toeristen heb ik in dit gebied niet gezien, ze weten niet wat ze missen. Laten we het niet verder vertellen, anders word dit deel van Thailand ook overspoeld, dus ssssst. Kwam plaatsen tegen als Wang-Sa-Poen , Loei, Lam Sak, bijsommige namen kan ik een glimlach niet onderdrukken.

Kippenpoten, wat hebben die Thai’s met kippen poten. Overal waar je komt staan ze kip te BBQ’en, hele rijen met standjes. Denk dat dit hoofd voedsel nummer 1 is hier. Heb zelfs rijdende BBQ’s gezien. Een had achter in zijn pickup-truck een BBQ gemaakt, en ging zo langs werkplaatsen om ge-BBQ’ede kippetjes te verkopen. Massa’s er van. Een andere handige harry had een soort zijspan aan zijn brommer gebouwd, alleen zat er geen passagier in maar lagen er een paar rijen pootjes op de geïmproviseerde BBQ. Als ie weg reed, wakkerde zijn snelheid het vuur aan, blazen hoefde die niet.

In die kleine gehuchtjes zie je af en toe een school uit gaan (of beginnen), en dan kan je goed zien dat ze maar een kapper hebben, en dat die maar een coup kent. Al die kids hebben bloempot kapsel, beetje haar van boven, de rest stekeltjes geschoren. Raag (combinatie van raar en vaag) gezicht, net een gevangenis met diezelfde uniformpjes en diezelfde kapsels.
Kwam het Bouy guesthouse tegen, waar, zag ik op mijn GPS, Dirk en Marieke een paar jaar geleden hadden geslapen (collega wereld reizigers). Was inderdaad mooi plekkie, maar te klein voor mijn auto. Parkeerde voor de nacht dus maar aan de Mekong. Maar het was ook midden in het dorp, naast de markt, en op een tempel terrein. Ik verwachte dus veel bezoek. Nee hoor, niks. Ging pontificaal buiten zitten met een biertje, 20 meter van de hoofdweg, 100 meter van de markt. Het was alsof ik lucht was. Een beetje aandacht vind ik toch wel leuk. Stom land .

Overigens viel parkeren niet mee, de meeste terreintjes hebben slagbomen of zijn op een andere manier afgezet. Heb het idee dat er meer Nederlanders langs de Mekong rijden, en misschien wel overal hun tentje opzetten.
Mensen dragen hier van die vage hoedjes. Ik zweer het dat ik een vrouw met een rieten broodmand op haar hoofd zag, en hij was nog roze ook. Omdat het regende had ze daar overheen weer een doorzichtige plastic zak getrokken. Als ze in Nederland zo zou lopen zou ze onmiddellijk het gesticht zijn ingebonjourd. Misschien was ze ook wel geschift hoor, maar hier is dat geen probleem.

Ik was al een tijd op zoek naar Mounting paste. Nee, dat is niet berg-pasta, dat spel je anders, maar een soort zeep/olie achtige pasta om aan de binnenkant van je velgen te smeren. Als je dan een band moet verwisselen dan gaat dat veel soepeler. In China, Pakistan en India er tevergeefs naar gezocht, ik denk, dat moet in Thailand toch wel lukken. Dus naar diverse banden en onderdelen winkels geweest maar ook hier staan ze me raar aan te kijken. Kwam bij een bandenman wel een soort pasta tegen wat hij gebruikte. Ik denk, BINGO, ik heb het gevonden. Bleek het boter te zijn. Echt, hij gebruikte boter om te boel glad te maken. Ik weet nu wat ik noodgevallen ook kan gebruiken haha.

De grens terug naar Laos was via de Thailand-Laos-Friendship-bridge. (Of als je vanuit de Laos kant komt heet het ineens de Laos-Thailand-Friendship-bridge, het is maar een nuance). Dit is duidelijk de drukste grenspost die ik überhaupt ben tegen gekomen het laatste jaar. Erg veel blanken, Laos is duidelijk een populair land aan het worden. Toch was het passeren van die grens lastig. Ik werd van hot naar haar gestuurd, en het duurde bijna twee en een half uur voor ik de twee grensposten had overgestoken. Zit dan wel een half uur wachten op het Visa van Laos bij, maar ja, dat moet ook gebeuren. $35 dollar maar liefst, even 5 dollar opgetrokken. Krijg je met die zwakke dollar, ze willen toch hetzelfde geld blijven ontvangen he. Toch een hoop geld voor een sticker in mijn plakboek, eum paspoort bedoel ik.
Nam Arie de fietsenmaker (uit Haarlem) mee vanaf de grenspost naar Vientiane. Deze Nederlander, die geloof ik wel op half de wereld had gewoond, woonde nu al bijna 3 jaar in Vientiane. Zijn vrouw, een Nieuw Zeelandse, gaf les aan een school hier. Hij gaf toe dat Laos een lekker land is, maar zoals bij zoveel ontwikkeling landen ga je je er naar verloop van tijd aan ergeren. Ergeren aan de mensen, die alles wel goed vinden, handje op houden en denken… ach, in een volgende re-incarnatie gaat alles beter. Die woorden deden me erg aan India denken, kon hem wel gelijk geven. Arie gaat in januari weer terug naar Nieuw Zeeland.

In Vientiane op mijn vertrouwde plek geparkeerd, midden in de herrie, roesmoes en huz-buz. Het was nog steeds bewolkt vandaag, wel drukkend. Weer een heerlijk orgastisch stokbroodje met boter, mayo en edammer gegeten. Ok, het was zo lekker, ik nam er twee. Ik ga even twee weken niet rijden en staan in Laos, daarna weer terug naar Bangkok en meld me dan weer.