20080100 – Januari 2008, Het strand van Cambodja

Begin jan 2008. het strand van Cambodja
Geplaatst op Friday 18 January @ 20:15:49 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Bracht de feestdagen op het strand in Cambodja door. Heel veel niets gedaan, daar word je echt moe van hoor. Me, na twee weken met moeite los gerukt van het luie leventje en weer langzaam terug naar Thailand gereden, met een tussenstop in Phnom Pen en een in Bantambang. De Thaise douane gefopt met foute verzekering documenten en met tegenzin weer terug naar de MAN garage.

De feestdagen aan het strand van Sinoukville doorgebracht.

Zo parkeren is geen straf.
Had een rustig plekje gevonden wat verder van het dorp, dat ook nog redelijk schoon was. Dat was niet makkelijk, want de Cambodjanen gooien, net als de India-ers, alles maar dan ook alles op de grond. Het is soms diep droevig te zien wat ze achterlaten. Hele stapels met half afgekloven vis, botten, flessen, papier, plastic, alles word in de mooie natuur achtergelaten. Ook willen ze de, schaarse bomen die er hier staan ook nog even molesteren door er hele stukken af te breken, zodat ze met hun kont op de bladeren kunnen zitten en niet in de door andere achtergelaten zooi. Gevolg van dit is dat het er hier wemelt van de vliegen.

De mensen hier hebben weinig drive. Een veel gehoorde kreet is ‘Pol Pot killed all the clever people, only the dumb have survived’. En dat geloven ze dan ook zelf stellig. Met zo’n zelfdunk kom je niet ver natuurlijk.

Een mooi uitspraak van Rick, een Apeldoorner die samenwoont met een Cambodjaanse schone was als volgt: Marie (de Cambodjaanse), het enige wat ze uit haar zelf doet is poepen, piesen en adem halen. De rest moet je haar allemaal vertellen, zelfs gebieden om te doen, anders doet ze gewoon de hele dag niks. Schoonmaken… als het echt moet en de vliegen dik op het aanrecht in de keuken zitten, pas dan zal ze er misschien een vies doekje over halen. Bah bah. Nou geloof ik niet dat er zoveel uit Rick zijn handen kwam (hint hint), maar dat van die Marie was wel erg extreem maar helaas zeker herkenbaar en voorstelbaat in dit land..

Op de markt….
Eergisteren werd ik om 5 uur in de nacht wakker met een raar gevoel. Nee, niet dat. Al luisterend hoorde ik in de nacht, op afstand veel lawaai. Sirenes, knallen, schreeuwende mensen. Kreeg het idee dat er een invasie aan de gang was of zo. Kon ook niet meer slapen daarna, het klonk allemaal wat onheilspellend.
Later hoorde ik dat in de nacht de hele markt van Sinoukville was afgebrand, alles maar dan ook alles weg. Het vage was, dat de eigenaar van de grond van die markt, al tijden heeft geprobeerd om die markt weg te krijgen om op die grond een hotel te zetten. Doet je denken nietwaar? Zo gaat dat hier in Cambodja. Het probleem is nu dat er geen markt meer is, de hoteliers en restaurateurs weten niet waar ze hun vlees en groenten moeten kopen. Dat wordt lachen.

Ontmoete Roy en Michelle uit Brazilië. Ze reden in een landrover rond de wereld, leuke lui, die ik in Brazilië zeker ga opzoeken indien mogelijk. We brachten een gezellige dag op het strand door, veel ervaringen uitwisselen natuurlijk.
Ik was er ondertussen nog steeds niet achter welke weg terug naar Thailand ik kon nemen. Het krijgen van informatie is in dit land niet makkelijk, niemand weet wat, en als iemand claimt wat te weten blijkt dit achteraf niet waar te zijn. Kan ieder geval de zuidelijke route rond het meer terug nemen, met een stop-over in de ‘floating village’. Daar waren Roy en Michelle helemaal lyrisch over.

Stelde mijn terugreis richting Thailand steeds een dag uit. Morgen ga ik dacht ik dan. Maar dan werd ik in de ochtend wakker en was het mooi weer, het strand riep van ‘kom nou, kom nou…’. Reed dan maar weer naar het strand ipv naar Phnom Pen. Ach, je leert wat lokalen, je leert de weg, begint de goede winkels te kennen, maakt alles makkelijker. En dan wordt het steeds moeilijker om weg te gaan. En zo slepen de dagen zich voort. Als je al anderhalf jaar richting het onbekende rijd, verlang je wel weer eens naar het bekende. Gelukkig kwam er geen Tsunami, dan was ik de pineut, op 10 meter van de zee vandaan.

De 16e verloopt mijn visa, dus uiteindelijk moet ik wel weer terug. Had geen uitsluitsel kunnen krijgen over de hele zuidelijke weg via Thon Kong. Hij was in ieder geval van slechte kwaliteit, en de een zei dat ik wel met de ferry over de rivieren kon steken, de ander zei weer van niet. De gok dus maar niet genomen en de 10e weer naar Phnom Pen gereden. Parkeerde dit keer maar om de hoek van het paleis, hoopte dat het daar in de nacht wat rustiger was. Twee dagen in Phnom Pen was wel weer prettig en mijn tijd besteed met het laten doen van de was en wat internetten. Eindelijk, sinds een jaar denk ik, ben ik up to date met mijn Engelse versie van de website.

Ook in Phnom Pen was het parkeren in goed gezelschap.
Op de 13e van Phnom Pen richting Thailand gaan rijden, via de weg nummer 5, dat is de zuidelijke route om het Tom Lap meer heen. Die weg was de eerste 80 km niet zo denderend, erg hobbelig maar wel zonder gaten. Dat stuk gaat pal langs de Ton Sap rivier, en stinkt de hele weg naar vis, af en toe rottende. Ik weet niet wat ze met die vis doen hoor, maar volgens mij smeren ze het op de weg.

Jaaa, een vissie.
De Brazilianen die ik in Sinoukville had ontmoet waren helemaal lyrisch van het drijvende dorp, en dat lag nou toevallig precies op mijn weg. Daar aangekomen een bootje gehuurd voor 2 dollar per uur (er werd nog over me gevochten). Lekker op de Mekong rond gepeddeld, tussen de drijvende wrakken. Het was geinig om te zien, maar ik vond het niet zo geweldig als mijn Braziliaanse collega’s. Er werd op al die bootjes veel, heel veel in vis gehandeld. Wat een hoeveelheden word er uit die Mekong gehaald zeg, het is onvoorstelbaar.

Ik werd zo rond geroeid in een gammel bootje, tussen de honderden andere gammele bootjes op de rivier. Lekker rustig, al kijkend naar het leven op het water, concentrerend om in balans te blijven, bang dat mijn camera de plomp in zou gaan als het bootje om zou slaan. Hoor ik ineens een lawaai aankomen niet normaal. Een sirene en een geloei van jewelste, alsof er een tsunami aankwam. Achteromkijkend zag ik een draagvleugelboot vol geladen met toeristen in volle vaart aan komen razen. Onderweg van Siem Raap naar Phnom Pen denk ik, op volle snelheid en met alle claxons, sirenes en loeiers op volle sterkte voorbij scheurend, een grote golf producerend zodat alle vissers in hun gammele bootjes alles moesten doen om niet om te slaan. Fijn die toeristen.

Heb je mijn gebit gezien, ik liet het net vallen.
Na een vette lunch van noodles voor 3000 Riel weer verder gereden. In Battambang had ik het rijden wel gezien en zocht ik een leuk plekje op. Tot mijn grote verbazing stond er een andere MAN camper op de plek waar ik wilde gaan staan. Die was helemaal uit Frankrijk gekomen om mij hier te pesten. Maar serieus, het was Guy uit Frankrijk die in zijn eentje al twee jaar in zijn Unicat aan het scheuren was. Aardige gast, voor een Fransman, we hebben wat gegevens uitgewisseld. Ik kreeg zijn logboek, en het was eng te zien op hoeveel van dezelfde plekken hij had gestaan als ik. Blijkbaar denken wij wereldreizigers toch vaak hetzelfde.

Lunch met vette noodles.
Bleef de volgende dag in Bantambang hangen. Niet dat er zo veel te zien was. Er was de tempel met de bijzondere beelden. Die waren wel erg apart. Het was verder een kleine en daar door prettige, Frans achtige stad. Omdat de weg ernaar toe nog niet zo lang af is, is het nog niet zo overspoeld door toeristen. Kreeg contact met wat lokalen, en stond in de middag een potje te voetballen, komt er ineens een meisje van een jaar of 15 op me af en zegt ‘…I love you’…..giegelt wat en loopt weer door, om vanaf een afstandje te gaan staan staren. Zo makkelijk is het in Cambodja om aan een ‘vriendin’ of vrouw te komen, vandaar dat er ook erg veel buitenlanders hier wonen.

Vage beelden in Bantambang.
Ik hoorde via BBC news dat er vandaag in India een nieuwe auto wordt geïntroduceerd. Op zich niets nieuws, behalve dat dit door de Indiase firma Tata word gedaan, speciaal ontwikkeld voor de Indiase markt en met een verkoopprijs van 2500 $. In India hebben zeven op de duizend mensen een auto, tegenover 500 op de duizend in het westen. Het is onvoorstelbaar dat het verkeer in India dan al zo een puinhoop is. Kan je je voorstellen als straks al die India-ers een goedkope auto hebben, geen rijbewijs, en dan met z’n allen, zonder ook maar enig onderhoud aan de auto te doen, de ‘weg van gatenkaas’ op. Jezus, ik denk dat de derde wereldoorlog uit zal breken. Een voordeel, als het gaat zoals ik verwacht, hebben ze straks genoeg schroot om al die gaten in de weg mee te vullen.

Die gaan zo het hele land rond, de ouderwetse camper.
Terug naar Thailand ging in een dag. Was freudiaans vergeten hoe slecht dat stuk weg van Poipet naar Sisophon is. Maximaal 15 km per uur, maar meestal was zelfs dat onmogelijk. Ik werd links en rechts voorbij gestoven door pick-uptrucks die niet vol, maar super vol geladen worden, eerst de vracht en daarop de passagiers. Vaak motorfiets daar weer boven op gebonden, en als dat niet past, er achter op.

Op de slechte wegen na, is Cambodja best een lekker land. Ok, het is af en toe vies en vuil, en de mensen zijn arm, maar ze zijn over het algemeen ook aardig, het is makkelijk contact er mee te krijgen, en dat vind ik juist leuk. Wel jammer is dat het land dan weer vergeven is met westerse doe-goeders, die vinden dat ze een arm land onmiddellijk onder hun vleugels moeten nemen, en door middel van het opdringen van westerse waarden en normen het land moeten ‘helpen’. Het stikt er van de NGO’s en privé organisaties die blijkbaar zo hun eigen schuld gevoel proberen weg te werken. Maar waarom ze een schuld gevoel hebben omdat een ander land minder rijk (maar gelukkiger) is dan de hunne is mij een raadsel. Of zouden ze gewoon het doen om thuis te kunnen pochen en interessant te zijn omdat ze helpen, of om gewoon een betaald verblijf in het buitenland te krijgen…. God mag het weten.

De cambodjanen zijn verder een redelijk preuts volk. Je ziet weinig affectie, eigenlijk nooit zoenende mensen of zo. Ook zullen ze zich niet in het openbaar wassen, zoals de India’ers dat weer wel doen. Wel zie je weer veel prostitutie en wordt er door mannen onder mekaar veel over boem-boem gesproken. En zo gauw men moet zeiken (de mannen dan), dan gaat alle schaamte overboord, hup handel naar buiten, maakt niet uit wie het ziet.

Slangen, insecten, kikkers, vleermuizen, noem het maar op, alles wat lekker is op de markt van Bantambang.
Hoe armer vaak een land, hoe religieuzer meestal. Dat is ook hier zo, alhoewel het geloof niet zo aan de oppervlakte ligt. Zeker, je ziet veel tempels en veel monniken, toch ze je mensen niet zo vaak bidden of offers brengen als in India. Men is meer bezig met de orde van de dag, dan de orde van het bidden.
De Cambodjaan gelooft nog steeds dat een grote familie de oplossing van alle problemen is. Gezinnen met ten kinderen is dan ook zeer normaal. Dat geeft weer drang op de scholen, vandaar dat een kind vaak een dagdeel les heeft, het ene kind heeft in de ochtend school, de ander in de middag. Zo kan je met de dezelfde hoeveel leraren 2 keer zo veel kinderen aan les helpen. Ik geloof niet dat het niveau van de educatie hier zo hoog is. Kreeg ooit een schoolboek van een tien jarig meisje onder mijn neus geduwd, het leek meer op een van onze groep drie of zo. Maar ja, heb wel het idee dat de meerderheid van de kids naar school gaan, en dat is dus al een goed begin.

De Cambodjaanse douane was geen probleem, behalve dat het er erg druk was en lange rijen stonden. De Thaise douane toverde echter ineens een konijn uit hun hoge hoed. Of ik maar even wilde bewijzen dat ik goede verzekerkering had. Ik voelde een ‘als je die niet hebt dan verkopen wij je wel een dure’ truc aankomen. Zei dus met stalen gezicht dat ik international verzekering had. Tja, zegt die pet, maak er maar even een kopie van, en breng dat maar even. Oops, dat was minder. Gelukkig sprak hij geen Nederlands. Moest terug lopen naar Cambodja, men had hier geen kopieer apparaat zeiden ze (leugenaar), en daar mijn oude groene kaart gekopieerd, mijn internationale rijbewijs en mijn kenteken bewijs, ik denk ik overdonder hem met papieren, dan ziet ie door de bomen de leugen niet meer. Hij kan toch niet lezen wat er op stond, en met stalen gezicht gezegd dat dit mijn verzekeringspapieren waren. Hij trapte er gelukkig in, en na een hoop papierwerk mocht ik het land weer in. Nu maar hopen dat ik geen brokken maak.
Terug rijden naar Bangkok was verder een eitje. Hier en daar is het druk, maar alles went. Wat wel opvalt, is dat de drukte op de weg vaak omgekeerd evenredig is met de breedte van de weg. Dat was in India ook al eens opgevallen, maar het is overal zo. Op zich ook niet zo gek natuurlijk.
Had extensief telefoon kontakt met Klaus Darr, een ervaren reiziger en een mAN vaarder, die net in noord Thailand zat. Ook hier telefonisch ervaringen uitgewisselt, ontmoeten kwam er net niet van.
Bij de MAN garage aangekomen werd me beloofd dat ze de punten die ik op een lijstje had staan binnen een dag zouden verhelpen. Een van die punten was dat ze nu eens GOED moesten controleren hoe het met de motor-ophang rubbers was, want ik hoorde van bijna alle MAN bezitters dat die een probleem zijn. En ja hoor, de twee voorste rubbers zijn gebarsten, het kon niet uitblijven. Gelukkig dat ik een setje reserve mee had genomen uit NL, maar hier hadden ze dat werk nog nooit gedaan. En het vergt enig vakkundigheid, je moet die rubbers, zo groot als zeg maar een halve liter melk, door een heel klein gat persen. Dat moet met een hydraulische pers gaan, met de hand is dat niet te doen, en het heeft even geduurd voor men dat onder de knie had. Maar goed, ook dat euvel is weer verholpen, ik ga onderweg naar zuid Thailand. Tabé