20080100 – Januari 2008, Thailand midden

Eind Jan 2008, midden Thailand
Geplaatst op Wednesday 30 January @ 04:04:11 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Bangkok weer verlaten en lekkere plekjes aan het strand op gezocht. Dat soort plekjes heb je genoeg hier in Thailand. Ik moest nederig mijn hoofd buigen. Mijn streven om alle lekkere plekjes te ontdekken was ondoenlijk. Er waren er te veel. Werd door 200 apen aangevallen en kon me net het vege lijf redden…

Deze is speciaal voor jou Mariët..

Zondag morgen (de 20ste januari) uit Bangkok vertokken. Ik wist ongeveer hoe ik moest rijden. Ervaring en een beetje geluk deden de rest en in een keer deze joekelige stad uit. Die verhoogde snelwegen zijn ideaal, je zoeft over alle ellende heen. Toch duurde het vrij lang voor het verkeer wat minder druk werd, waarschijnlijk ook omdat ze de hele weg nummer 35 aan het verbouwen zijn, waardoor er rare weg situaties ontstonden. Op weg nummer 4, (de A2) naar het zuiden was het niet veel beter. Veel weg opbrekingen en erg slechte wegdek. Geen gaten, want die zijn allemaal gevuld, maar op zo’n manier dat de weg zeer hobbelig word. Niet prettig rijden.
Had als doel Prachuap Khiri Khan, omdat er in de LP stond dat dit een slaperige stad was. Niet te druk dus, en er was strand. Daar aangekomen om een uur of drie werd zelfs ik er slaperig van. Het is een provincie hoofdstad, maar wel een hele layed-back versie. Ik houd daar wel van, niet zo veel verkeer, niet zo veel toeristen, gewoon Thailand zoals het hoort. Zocht een plekje op het strand op, en ik stond daar vrijwel moederziel alleen. Bijna midden in de stad. In de avond kwam er wat meer volk, maar het bleef vaag. Kwam Roy tegen (weer een Roy’), uit Canada, die hier woont en werkt. Iets met olie platforms en zo. Aardige gast, hij vertelde me dat ik de militaire basis op kon rijden, en dat daar een veel beter strand was. Iets voor morgen wellicht. Hij was nog niet weg of Rose belde. Rose en Dave ontmoete ik in India, we hebben steeds contact gehouden. Ze zitten nu in Noord Thailand en vertelde me dat ze over 10 dagen in Bangkok zouden zijn. Jammer, daar ben ik dus al weg, dus een tweede ontmoeting met hun zat er niet in. Zij gaan China in, om via de Stan landen terug naar huis te gaan. Ze hebben een grotere auto gekocht, en gaan die dan ombouwen, en gaan dan Afrika en Amerika doen. Wellicht kom ik die nog eens tegen ergens.

Parkeerde mijn auto eerste onder aan de tempel, de tempel die dit gehucht zo siert. Die tempel staat boven op een berg, de hele omgeving overziend. Omdat Thailand hier maar 12 km breed is, kan je van boven zelfs Myanmar zien. Maar ik wilde die berg morgen vroeg beklimmen, zonsopgang geeft mooiere foto’s. Kocht wel vast een zakje maïs voor de apen. Er lopen er hier honderden. Verkaste de auto voor de nacht naar de zee en bracht een heerlijke rustige avond aan de waterkant door.

Volgende ochtend om half 6 op om die berg te beklimmen. Het waren 370 trappen, dat viel eigenlijk wel mee. Zo vroeg, het was nog donker, waren er nog geen apen, sterker nog, er was helemaal niemand. De stank van de apen hing er wel, en overal op de trappen uitwerpselen. Jammer. Bijna boven aangekomen begon het te schemeren. Blijkbaar slapen de apen helemaal boven op de berg, want plots een lawaai. Er stormde 200 apen van boven de tempel op me af, die hadden me aan zien komen. Ik schrok me wild, probeerde het maïs weg te gooien maar de eerste aap graaide gelijk die maïskolf uit mijn hand. Ik zag de andere 199 op me af stormen en in een paniek reactie gooide ik de hele zak met kolven weg, de trappen af. Dat werkte wel, want alle 200 stormde de plastic zak achterna en vergaten dat ik er was. Pfew, dat was schrikken.

Zonsopgang vanaf de hoge tempel.
Helemaal boven aangekomen was de tempel niet veel bijzonders, maar het uitzicht was des te mooier. De apen hadden de tempel flink gesloopt, alle dakpannen eraf gegooid en niemand die er wat aan doet. Toen ik terug bij de auto was zat die ook onder de apen. De mormels hadden de spiegels lekker verzet tijdens het omhoog klimmen en de katoenen cover van mijn kraan kapot gescheurd om te kijken wat daar in zat. Je zou het maar kunnen eten. Ik had mijn katapult uit India nog, maakte er hier een apenpult van.

Zal ik jou auto eens onderscheiten????.
Na ontbijt verkast naar het strand binnen de luchtmacht basis. Daar was goed te zwemmen maar het was een beetje saai. Vandaar in de middag een stukje gaan rijden, wat andere strandjes bezocht en het ‘science museum’ van de buitenkant gezien (volgens de gids was er niks bijzonders te zien). ‘s Avonds wee op dezelfde plek gaan staan aan het strand in Prachuap Khiri Khan.
Volgende dag op zoek naar Ban Krut. Met wat zoeken gevonden. Dit deel van Thailand is niet zo op toeristen ingesteld, vandaar dat veel borden alleen in het Thai staan. Maar met kaart, GPS, postduiven gevoel en veel verkeerd rijden (hehe) kom je er toch wel. Ach, en zo kom je nog eens ergens, zoals bij de vreemde tempel (Wat Tan Sai) boven op de berg. Lonely planet beschreef dat het een hoog Disneyland gehalte had, en met die torens leek het er inderdaad wel een beetje op. En natuurlijk een immense (hoe kan het ook anders) Boeddha die over het water uitkijkt, richting Sinoukville. Doe moet mij dus aan hebben zien komen.

Die had me al lang aan zien komen.
Het strand van Ban Krut was een parel van 10 km lang. Kon wederom met de auto op het strand staan, onder de palmbomen dit keer. Bond mijn hangmat tussen twee palmen en daar legde ik, of eigenlijk daar hing ik. Een reisbrochure zou het niet mooier kunnen laten zien. En het was wederom erg rustig. Misschien wel omdat de zus van de Koning was overleden. Dat betekend in Thailand 100 dagen rauw. Er mag niet uitbundig gefeest worden, er zijn bepaalde kledings voorschriften en karaoke mag al helemaal niet.
Ondanks deze rust kwam er toch een Duitser langs die tegen me zei: jij stond drie weken geleden in Sinoukville. Die was daar toevallig ook en had me daar gezien. Was wel boeiend hoe hij Cambodja afkraakte. Hij vond het absoluut geen land voor een vakantie, iets waar ik het helemaal mee oneens was. Alles en iedereen was corrupt (dat klopt), niks van het geld gaat naar de gewone mens, alles gaat in de zakken van de regering. (klopt ook). Maar, en daaruit blijkt mijn andere manier van reizen, ik vond het juist een boeiend land omdat de mensen arm zijn en daardoor oprecht, met je willen praten om te praten. Hij vond het maar niks dat als je in Phnom Pen aan de boulevard zat, er kleine kinderen van de honger komen bedelen om eten, terwijl iets verderop een Hummer met een regering functionaris voorbij rijd. Deze man gebruikt in zijn ritje naar het restaurant even veel geld aan benzine als dat die arme bedelaar in een hele maand ziet.
Als je zo redeneert, kan je maar weinig landen bezoeken. Armoe is niet leuk, zeker niet als je honger hebt, maar wegblijven uit een land daarom, maakt het volgens mij alleen maar erger. Maar die Duitser en ik werden het niet eens, zo heeft iedereen zijn eigen manier om naar een land te kijken.

Daar legt ie weerrrr.
Ook een uur staan kleppen met 4 andere Duitsers die op twee brommers aan het verkennen waren. Veel gezwommen ondanks dat het water niet erg helder was. Het enige minpuntje. Er zaten veel algen in het water, dat op zich weer een goede voedingsbron was voor enge beesten. Zag dus veel krabben, inktvissen en ook een hele grote kwal. Blij dat ik die niet aan heb geraakt in het water, dat kan zeer pijnlijk zijn. Bestede de dag verder een beetje met het bestuderen van de vele dingen toeristische bezienswaardigheden die er blijken te zijn, hier in zuid Thailand. Van grotten en watervallen tot natuurparken en stranden. Het is natuurlijk niet te doen die allemaal te gaan bekijken, dus moest een soort route uitstippelen. Komt bij dat de onrust in het zuiden van het land, waar Moslim separatisten door middel van bommen gooien zo hopen hun zin te krijgen. Dat ‘conflict’ sluimert al jaren maar is nu weer verhevigd. Elke dag staan er wel verhalen in de krant over ontplofte bommen. Dat deel van Thailand moet ik dus in een versneld tempo doen.
Wilde ook nog naar Phuket, het Torremolinos van Thailand, of misschien beter het Lloret. Bekend om full-moon rave parties, drank orgiën, disco’s en dancings, dikke restaurants, resort hotels, luxe en decadentie, en natuurlijk niet vergeten de mooie zee. De nacht maar aan het parelwitte strand door gebracht, ik weet het, het wordt saai. Sorry.

En die kids… ze zien er niet uit….
Ben ondertussen de 500 dagen gepasseerd. 500 dagen onderweg. Het lijkt veel, toch is het alsof ik vorige week weg reed. De tijd vliegt. Echt vliegen he. In die 500 dagen heb ik bijna 50.000 km gereden, dat is dus gemiddeld 100 km per dag. Ik heb 17 landen bezocht, sommige meerdere keren. Ik heb goede en slechte tijden meegemaakt, veel slechte wegen gezien en weinig goede. Dagen regen gehad, maar ook maanden van droogte. Veel leuke mensen ontmoet en een paar minder leuke. Maar vooral, ik heb het 500 dagen lang naar mijn zin gehad, en zou voor geen goud terug willen.
Zou ik iets anders willen doen? Mmm, misschien wil ik nog meer zien, minder rijden, langer op bepaalde plekken blijven. Dat is niet altijd mogelijk, maar ik zou het wel willen.

De volgende dag een heel stuk naar het zuiden afgezakt. Ik kwam wat moeilijk op gang, zere rug, wat buik krampen. Het begon te regenen. Voor het eerst sinds twee maanden dat ik weer regen zie. Dat alles samen brengt dan een ‘wat doe ik hier in Godsnaam gevoel’ op. Want in Thailand kan je best eenzaam zijn heb ik gemerkt. De Thai laten je voor wat je bent, en zullen niet snel op je af komen. Tenzij je als een advertentie pontificaal en uitnodigend buiten gaat zitten, zo van… en wie komt er met mij praten. Maar zo werkt dat niet bij mij. De bui duurde gelukkig niet zo lang. Het weer klaarde wat op, de weg stak Thailand over, door mooie groene heuvels, door wouden van palmbomen (kokos is een belangrijk product hier). Ik reed dus van de Golf van Thailand of Zuid-Chinese zee, naar de Andaman zee of Indiase oceaan. Lijkt heel wat, maar Thailand is in dit stuk niet zo breed, 30 kilometer of zo, van zee naar zee. Zag ook erg veel boten op vrachtwagens geladen, die van de ene zee naar de andere werden vervoerd. Dit was veel sneller dan varen.

In dit deel van Thailand veel Tsunami waarschuwingen.
Overigens zijn er al een paar maal studies gedaan om hier een kanaal te graven. Dat scheelt een heel stuk omvaren, vooral de Chinezen zijn er erg happig op, en financieren dan ook de huidige studie.

Thai zijn niet perse slechte rijders. Ze hebben allemaal goede auto’s, je ziet geen wrakken en over het algemeen rijden ze rustig. Des te verbaasder was ik dat ik vandaag 7 !!! eenzijdige ongelukken heb gezien. Allemaal pick-up trucks, die op de een of andere vage manier van de weg waren geraakt. Een ervan was zelfs over een vangrail heen gedoken, een lantaarnpaal meenemend. Zou het iets met de regen te maken hebben, ik weet net niet maar ik vond het wel erg vaag.

Ik wilde vandaag meer dan alleen rijden, ik wilde ook wat toeristische dingen zien. Er staan overal langs de kant bordjes met dingen om te zien, en ik besloot daar vandaag eens een paar van te gaan bekijken. Ben gelijk genezen.
Het eerste bordje wees naar een waterval. De Cum Saeng waterval, klinkt spannend…toch? Ik de B-weg op, na 3 km kwam ik bij de plek waar die waterval moest zijn. Waarschijnlijk staat ie alleen tijdens het regen seizoen aan, nu stroomde er geen water. Pech.

Van dit huis was na de Tsunami alleen de trap over.
30 kilometer verder een bordje, twee watervallen. Ik denk jippie, twee vallen in een klap. Ik links af de heuvels in. Jammer dat er niet op de bordjes staat hoe ver die vallen zijn. Maar het stond goed aangegeven, tot ineens na 20 km (!), een splitsing, geen bordjes meer. Kut. Gokken. Na 2 km… fout gegokt, de weg houdt op. Moeilijk keren op die smalle b-wegen, terug rijden en andere vork nemen. Na 4 km, bordje waterval, rechtsaf, een landweg op die zo smal was dat een fietser er moeite mee zou hebben. En op het bordje stond nu ineens wel een aftstand… 7 km. Ja daaaag. Bijna 50 km voor niks.
De tweede waterval was helemaal verdwenen dus ik gaf het op. Weer 50 km verder, bordje met ‘scenic viewpoint’. Had zin in thee, dus ik denk ik ga op dat viewpoint staan, en een bakkie doen. Er stond weer geen afstand bij, maar de weg was goed. Na 12 km, weg splitsing en geen bordjes meer. Niet weer dacht ik, gokte maar weer en gokte weer verkeerd. Toch vond ik, met wat geluk de scenic viewpoint. Dat was een uitkijktoren die aan het water stond, in een resort waar ik met mijn auto niet in mocht. Zo, nou, die bordjes doe ik dus niet meer. En al helemaal niet als er geen afstand op staat of als het vaag is naar welke weg ze wijzen. Dat gebeurt ook regelmatig. Soms staat een wijzing naar een weg al 1 km van te voren, soms 10 meter voor de weg. Zoek het maar uit.

Het word saai he… maar het blijft mooi.
Ik bedacht een ander plan. Als het op mijn Nelles kaart staat, dan is het de moeite waard, anders ga ik niet meer kijken. Dit werkte beter. Op de Nelles kaart stond de Penyaban waterval. Ik had geluk, die was pal aan de weg, dus hoefde er niet voor om te rijden. Hij was beter dan de eerste maar niet spectaculair. Als ik douche, zie ik meer water. Het tweede wat op de Nelles kaart stond waren de Hot-water springs bij Ranong. Die waren gelijk een schot in de roos, en heerlijk mijn zere rug in het hete water lopen los maken. De baden waren officieel alleen maar om je voeten in te weken, maar ik kon het niet laten er helemaal in te gaan zitten. Dat was dus een manier om erin te houden, lang leve de Nelles Kaart.

Jeee, vandaag de 50,000 km gepasseerd. Ik was in zuidwest Thailand, vlak bij Ranong, op zoek naar echte watervallen. Even ter herinnering. De 40.000 was in China, tussen Dali en Kumming, de 30.000 was in Pokhara in Nepal, de 20.000 was in zuid India, vlak bij Agonda.
Bij een van de non-watervallen had ik een foldertje gepikt van het Laemson National park. Dat zag er mooi uit, een bospark aan het strand, dus besloot het hele eind er naar roe te rijden. Pfff geintje, kwam er toch langs, en het was maar 50 km. Om 10 uur in de ochtend stond ik dus als voor de deur van het park. Ze waren aan het bestraten op de parkeerplek, ik mocht gratis naar binnen. Normaal kost dat minimaal 200 bath. Dat is mooi verdiend, de hele dag genoten van een lange strandwandeling, een heerlijk dutje en, toen de stratenmakers er mee op hielden, een heerlijke rust.

Verder doorstomend naar het zuiden voerde de weg zich door groene bergen. Dat betekend kronkelwegen maar ook mooie natuur. Thailand is wel vrij dicht bevolkt zodat je maar weinig door stille stukken natuur komt. Er staan altijd wel huizen of er zijn dorpjes. Echt stil is het pas in die National Parks, en daar hebben ze er dan ook vrij veel van.

Mijn volgende stop is Phuket, maar daarover een volgende keer. Lees dan hoe ik ga diepzee duiken, en hoe ik het gevaarlijk molimistische zuiden van Thailand ga veroveren.