20080100 – Januari 2008, Thailand zuid

Eind Jan 2008, Zuid Thailand
Geplaatst op Wednesday 13 February @ 08:40:45 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Gedoken in Phuket, erg mooi. Het James Bond eiland bezocht op een lawaaiige en zinkende long-tail boot. Heet water bronnen bezocht (nou ja, het was er maar een). Die was zo heet dat je er eieren in kon koken, en dat wilde ik mijn eieren niet aandoen. Ontmoete Emmet, die ik 4 jaar geleden in Iran ook tegen kwam en zakte langzaam de oostkust van Thailand af. Had plots genoeg van Thailand en dook Maleisië in

Rit door midden en zuid Thailand
Phuket is een eiland. Het hangt wel tegen het vaste land aan, maar je moet toch een brug over, dus technisch gezien is het een eiland. Al ver voor ik bij Phuket in de buurt was merkte je dat het aantal buitenlanders sterk toe nam,. Je zag ineens blanke huidjes op brommertjes, roze velletjes op de straat waggelen en bordjes langs de kant van de weg, in het Engels, met teksten als ‘Internet’, ‘Coffee’, ‘happy hour’ en dat soort westerse kreten. Khao Lak was de eerste echte badplaats waar de blanke duidelijk in de meerderheid was. Eenmaal bij Phuket aangekomen was er meer blank dan bruin te zien. Om een beetje te wennen wilde ik het strand van Hat Mai Khao bezoeken. Dit omdat in de Lonely Planet stond dat het een stil en verlaten pracht stuk strand was, en twee omdat hier grote schilpadden kwamen om hun eieren te leggen, en dat wilde ik wel eens zien. Het strand vinden viel niet mee. Blijkbaar houden de Thai het een beetje geheim om de schilpadden rust te gunnen. Kan me voorstellen dat het ‘niet lekker eieren leggen’ is als er 30 Farang naar je staren en met grote regelmaat de flitsers van hun digitale camera’s in je schildpaddenogen doen afgaan.
Na wat speurwerk vond ik het strand (denk ik), en het was inderdaad een mooi verlaten stuk wit zand. Heb helaas geen schildpad gezien. Had ook geen idee of het wel leg seizoen was, misschien moeten ze eerst op stok of zo.

Na een zwempje door getuft naar Patong, omdat ik van een andere overlander een mooie parkeerplek had doorgekregen net ten zuiden hiervan. Wat een drukte op de wegen hier, en wat een hoeveelheden toeristen. Ik dacht dat het in Bangkok erg was, maar hier is het veel erger. In Patong aangekomen was het één grote massa van hotels, restaurants, disco’s, souvenir shoppies, bars en andere goedbedoelde toeristen lokkers. Maar zo choc-a-bloc dat ik niet eens het strand heb kunnen zien, terwijl ik er meters vandaan reed. En wat een volk op de been…alsof heel het westen hier zat.
Snel door naar Karon. Dit was even erg, maar minder groot en er was inderdaad een parkeer mogelijkheid, op het strand. Dat liet ik me natuurlijk geen twee keer vertellen, en vijf minuten later zat deze Jansen zijn ogen uit te kijken naar al die toeristen, terwijl al die toeristen hun ogen uit zaten te kijken naar mijn auto. Nou, das een mooie verdeling zo, die houden we erin. De volgende dag mijn claxon gemaakt, die was de dag ervoor er ineens mee opgehouden. Dat is erg in Azië, zonder claxon rijden is als praten zonder dat je een mond hebt. Dat jobje stond dus boven op mijn lijstje. Het toeval wilde dat ik wat koffie over mijn stuur had gemorst, en dat was niet ver voor de boel er mee uit scheed, dus eerst daar maar eens gaan kijken en meten en ja hoor, goed gegokt. De koffieplak had een contact vastgeplakt, en dat was weer snel verholpen. Daarna een aantal gesprekken met toeristen gehad, een vrachtwagen chauffeur uit Finland, (die me vertelde dat naar Vladivodstok rijden mogelijk moest zijn, in het najaar, niet in de winter), een Italiaan die verliefd werd op mijn auto, een Zwitser wiens droom het ook altijd was…. Enfin, de lijst is lang, maar allemaal leuke mensen om mee te kletsen.
Besloot te gaan duiken. Had natuurlijk niet voor niets ooit mijn duik brevet gehaald en Phuket staat bekend om zijn mooie duikwaters. Boekte een duik dag met de firma South Siam Divers, en verwachte, zoals reeds eerder in Thailand was gebeurd, als vee door het water te worden gesleurd. Die verwachting werd absoluut niet waar, want het werd een zeer leuke dag. Om 7 uur opgehaald, precies op tijd. Na het ophalen van wat andere toeristen (vier russen, twee Zwitsers en twee Zweden) werden we efficiënt en snel aan boord gezet. Een fraai schip, met plaats voor 25 man, dus met zo weinig, plaats genoeg. De zee was erg ruw vanwege een harde wind. Het nam al mijn concentratie om, tijdens de anderhalve uur durende vaart naar het Racha Yai eiland, niet zeeziek te worden. In de luwte van het eiland zelf werd de zee wat rustiger en binnen een mum van tijd lag ik 9 meter onder de zeespiegel.

Daar ging kale-cas.
Uiteraard met fles, masker en dergelijke. De eerste duik maakte ze makkelijk omdat het al drie jaar geleden was dat ik gedoken had, ik was wat roestig. Maar net als fietsen verleer je duiken niet snel en als een volleerd dolfijn zwom ik al snel tussen de andere vissen. En dat waren er veel. Er was niet zo heel veel koraal, maar echt superveel vissen, en in de mooiste kleuren, raarste vormen en alle maten die je maar bedenken kan. Zo kwam ik een morene tegen, die me gevaarlijk aankeek en me met zo’n blik van ‘kom nog dichterbij want ik heb honger’ mij op een afstand hield. Een blauwvlek rog, miljoenen gele, blauwe, groene en pimpelpaars gestippelde en gestreepte vissen waarvan ik de namen niet ken, kreeften, opblaasvissen (die maken zich rond als er gevaar dreigt, vierkante grote ogen vissen (ik moet toch een naam verzinnen) enfin, te veel om op te noemen.

Das nog eens een vierkante kop.
Na een perfecte lunch een tweede duik gedaan. Die was wat dieper (tot aan 18 meter) maar minder spectaculair dan de eerste, wat niet wil zeggen dat er niets te zien was natuurlijk.
Er was nog een spectaculair ding wat te zien was, en dat was de boot van een rijke Rus. Ik kan zijn naam niet herinneren, maar hij schijnt de voetbal club Chelsea te hebben gekocht. Dat ie geld heeft laat ie merken. Jezus, niet normaal.

zoo mooi.
Vier verdiepingen, helikopter er op, jetski en speedboot erbij, je snapt, ik was vet jaloers. Ik denk dat ik met al het geld wat ik heb, dat bootje net twee dagen kan huren.
Al om was de duik dag geslaagd, en ik kan iedereen deze duik firma aanbevelen. (www.southsiamdivers.com).

In mijn boek, en ook van andere overlanders, hoorde ik dat het Hat Nai Han strand ook erg geslaagd was. De volgende dag op naar deze plek. Na wat fout gereden te zijn kwam ik op een strand aan wat absoluut niet prettig was. Je kon er niet vlak bij parkeren en het was er erg druk. Maar doorgereden en na wat omzwervingen kwam ik in Phuket terecht. Dit bleek ook niet veel bijzonders, dus ook hier weer door gereden en gestopt bij een immense Big C, Hypermarkt. Er waren ook andere winkeltjes, ben hier helemaal geslaagd. Zowel een nieuwe draadloze wifi adapter voor mijn computer als een korte broek en wat etenswaar.

Intvis. Zier er op mijn bord altijd heel anders uit
Besloot ook ter plekke om Phuket maar te verlaten. Het enige wat het bood was leuke (maar drukke) strand plekken, en die zou ik vast nog wel heel veel tegen gaan komen in de komende weken.

Die kom ik snachts in een donker watertje liever niet tegen.
Want zuid Thailand als ook Maleisië stikt van de mooie strandplekjes. Vlak bij Phang-Nga bestond er de mogelijkheid om met een boot, door een mangrovebos naar het James Bond eiland te gaan, uit de film The Man with the golden Gun. Een van de eerste Roger Moore JB’s geloof ik. Na oeverloos onderhandelen voor 500 Bath met een longtail boot er naar toe. Ik moest nog 200 bath entree voor het park betalen maar daar kwam ik met wat gepraat onderuit, en besloot die 200 maar aan de boot mijnheer te geven, want zijn boot was zo lek als een mandje. Als ie niet elke 5 minuten flink hoosde, zonk de boel geheid. Het water kwam tussen alle naden door.

Zo lek als een mandje, en maar blijven lachen.
Het James Bond eiland was zoals ik het verwachte, een leuke toeristische attractie. Leuk voor 10 minuten, maar ik heb het er wel 15 uit gehouden. Bij het zien van de omgeving kon ik me de film weer herinneren, wel leuk.

My name is Bond, James Bond.
Na een warme nacht (geen zuchie wind, dus erg benauwd) was het een Nationale Park dag voor mij. Het boek der boeken, de bijbel der reizigers, mijn toeverlaat, mijn bron van informatie, en tevens het boek met de meeste fouten er in, de Lonely Planet (LP), beschreef twee parken erg smakelijk, en die lagen op de weg naar het zuiden. Het eerste park was ver weg van alles, ook van nodige bezoekers. Wellicht komt dat omdat de LP vond dat je op een gegeven moment links af moest slaan, terwijl dat rechts was. Hoe dan ook, ik vond het park wel.
Het Manora Forest Park zag er erg netjes uit, met een parkeerplek die ik voor me zelf had. Behalve wat veeg meisjes was er niemand. Zelfs in het kantoor, wat open was, was niemand. Het park ingelopen, en dat was inderdaad erg mooi. Beetje poppetjes achtig, alles mooi aangeveegd en geharkt, paadjes gemaakt, uitleg borden (alleen in Thai), veel beekjes die over rotsen stroomden, kleine zwembadjes met water vormend. Echter na 10 minuten lopen was ik al aan het eind van het park. Besloot dus maar voor de lunch door te rijden naar het Than Bokkharani park een kilometer of 50 verder op.

Mooi watertjes in het eerste park.
De weg was voor een deel prachtig, minimaal 20 BPK, veel groen en weinig verkeer. Dat kwam omdat het meeste verkeer via een nieuwe weg reed, die veel sneller en breder was , en vast veel minder mooi, maar dat zal ik nooit weten. Bij het Bokkie park aangekomen eerst maar eens een lekkere tonijn salade gemaakt. Je moest in dit park entree betalen (200 Bath, best veel), dus ik wilde met volle buik naar binnen. Helaas pindakaas was dit park minder mooi dan het eerste. Er was net als in het vorige park een soort rivier die zich in allerlei splitsingen als een soort octopus door een bos stroomde. Ook hier liet het minder heldere groene water veel vijvertjes en kleine zwembadjes achter, waar the Thai gebruik van maakte om zich in te vermaken. Het park was mooi hoor, maar niet de 200 bath waard vond ik, en toen ik op een gegeven moment zo zwaar werd aangevallen door een tros muggen besloot ik maar om het park te verlaten.

Ook dit park was wel geinig.
Zo terug lopend moet ik mijn handdoek met zwembroek hebben verloren die ik achter op mijn rugzak gebonden had. Ik weet zeker dat iemand dat gezien moet hebben, het was best druk in het park, maar geen hond die me waarschuwde. Zoiets zou in veel andere landen nooit gebeuren, en het was voor mij, achteraf, een bevestiging dat Thailand geen land voor mij is, en de Thai geen volk dat mij na aan het hard ligt. Ik weet het, het klinkt stom, maar ik het al die tijd dat ik in Thailand ben nog geen enkel leuk contact met lokale bevolking gehad. Ja, als ze je wat willen slijten, dan ben je er, anders niet. Ik heb dit drie jaar geleden ook geschreven, mijn mening is nog steeds niet veranderd.
De Farang wordt aardig gevonden als melkkoe. En meer niet. Is misschien ook wel te begrijpen, er zitten hier zo ontzettend veel buitenlanders. Ik kan het fout hebben maar ik blijf bij mijn mening. Er zullen ongetwijfeld veel buitenlanders zijn die dol op Thailand zijn. Ik denk dat het ook heel anders is als je hier twee weken op een strand vakantie naar Phuket gaat. Maar voor diegene die in Thailand geweest zijn, denk eens na, hoeveel contact met lokalen heb je gehad zonder dat er een financiële gedachte aan ten grondslag ging?…eerlijk…? Tuurlijk is de ober aardig, buigt het kamermeisje en vouwt ze zo lief haar handen voor haar voorhoofd. Zeker is de masseur/masseuse een toffe peer. Zeker is de man van het reisbureau een goeie gast. Maar die verdienen allemaal aan je, en dat weten ze donders goed. En dan zullen ze ook aardig zijn, en je ook helpen, zolang het niet te moeilijk is hoor. Als het moeite kost, mmm, dan schudden ze meestal het hoofd. Zo zoek ik al een tijdje gewoon een stuk hout, MDF of spaanplaat, van 50×63 cm. Ik ben zeker 10 hout winkels in geweest, allemaal hebben ze hout, maar allemaal platen van 3×2 meter. Op de vraag of ze wat kleiner hebben of wat willen zagen voor me, wordt onmiddellijk nee geschud, en men is dan onmiddellijk niet meer geïnteresseerd in je. Krijg een beetje China gevoel hier.

Tempel in Zuid Thailand.
Ik heb ieder geval meer kontakten met buitenlanders gehad dan met Thai, en dat vind ik jammer. Want op zich zijn de Thai verder vriendelijk, maar schuwen gewoon kontakt. Vind het ook heel raar dat , in een land als Thailand, waar al 30 jaar zo veel toeristen komen, de bevolking zo slecht Engels spreekt. Genoeg geklaagd over dit land, het gaat gewoon in mijn zware boekje, punt uit.

Door gepoekelt naar Krabi, waar ik na 3 verschillende parkeerplekken te hebben geprobeerd pontificaal voor Tha Kong Ka ferry terminal ben gaan staan. Omdat ik nodig de was moest doen besloot ik de volgende dag ook te blijven. Ik heb geen wasmachine aan boord zoals sommige, en doe kleine wasjes wel zelf met de hand, maar lakens en beddengoed, lange broeken zoals jeans, dat is toch beter die af en toe in een wasserij te laten doen. De dag gespendeerd aan het rondlopen door Krabi. Kwam het reisbureau tegen waar mijn zus vier jaar geleden een stinkende ruzie heeft staan maken. Dat deed weer herinneringen opkomen. Gegeten op de avondmarkt en een Durian ijsje na gegeten. Durian is een grote vrucht, die stinkt naar een combinatie van zweetvoeten, stink kaas en verrot vlees. Men zegt dat ie wel lekker smaakt, maar dat vond ik nooit. Dat ijsje heb ik wel opgegeten, maar die Durian is nog 4 uur lang elke kwartier op komen borrelen. Bah. Ook een hele slechte nacht gehad. Om het uur werd ik wakker omdat er of iemand tegen mijn auto stond te pissen, of er een groep zatte lui luidkeels aan het ‘vergarderen’ waren naast mijn auto, er een bus met passagiers aan kwam en natuurlijk 10 meter van me vandaan alles moest uitladen, er weer eens zo’n herrie makende longtailboat voorbijkwam, diep in de nacht, en nog meer van dat soort ongein. Het leek India wel.

Chinese tempel.
Verder afgezakt naar het zuiden. Die weg was niet zo bijzonder. Vrij vlak, wel veel groen, veel rubber en veel kokos olie plantages. Wat wel op viel was de hoeveelheden van Moskee’s. Het rare is ook dat de meeste moskeeën gewoon langs de kant van de weg staan, en dat ze allemaal netjes een bordje hebben met een pijl : Moskee. Vaag, zouden de gelovigen het zonder bordje niet vinden of zo? Ik bedoel, een moskee valt echt wel op. Het zal wel zijn omdat er voor de tempels, de Wat, altijd ook een bordje staat, dus moet het voor de moskee ook.
Mijn doel was de hotsprings bij Kao Chai Son. Die stonden op de Nelles map, en daar had ik mijn geloof aan gegeven. Tja, ook bij Nelles kan je bedrogen uitkomen. Het begon natuurlijk alweer doordat halverwege de bewijzering ineens ophield. Dat is de vierde keer dat me zoiets gebeurt, uit de vijf keer dat ik deze toeristische borden heb gevolgd. Wat een sukkels die Thai. Toen ik toch de goede kant uit reed, reed ik het prompt voorbij omdat er geen woord Engels op stond (en op de bordjes wel). Geparkeerd en op zoek gegaan naar het hete water. Ik vond 30 huisjes, wat daar in zat weet ik niet, waarschijnlijk kon je daar in privé badderen. Maar ze waren allemaal op slot. Er was ook geen info punt of iemand die ik aan kon spreken. Vond uiteindelijk één soort zwembadje, waar water in stond tot kniehoogte. Ik voelen, Jezus. Dat water was zo heet dat je er absoluut niet in kon. Men was bezig er eieren in te koken !! Dat was jammer, was er best ver voor om gereden. Dan maar door naar de kust. Immers was het duidelijk welke kant ik heen moest, en als de bordjes weer eens ophielden wist ik tenminste welke kant ik uit moest. Vond een perfect plekje aan het Thale Luang meer. Het waaide er ontiegelijk zodat het er heerlijk koel was. Had de nacht ervoor slecht geslapen, dus dat ging ik even inhalen.

In de ochtend mooie Hollandse luchten boven het meer. Helaas ook luidkeelse een (vermoedelijke) tempel, die om 6 uur door luidsprekers begon te kleppen. Het rijden bleek vandaag hopeloos. Ik wilde naar het noordoosten maar niet over de grote weg. Die was slecht en hobbelig, uitgeleefd door zware bussen en vrachtwagens. Ik wilde over de berg heen. Hier ligt de hoogste berg van het zuidelijke schiereiland Thailand, maar liefst 1800 meter hoog. En dat leek me een prima berg om mijn nieuwe versnellingsbak eens goed uit te testen. Voor diegene die er ook zijn, ik wilde eerst naar Piphun, en vandaar uit naar Phipun. Het begint al verwarrend. Het werd nog veel erger. Na de afslag van de hoofdweg begonnen er ineens bordjes naar plaatsen te verwijzen die op geen enkele kaart stonden. Tenminste, niet een van de drie kaarten die ik had. Dus maar een beetje op postduiven gevoel gereden, en wonderbaarlijk kwam ik ineens in Phipun terecht. Vanaf daar werd de bord situatie alleen maar erger, dat is heel hinderlijk in Thailand. Op de vele T-splitsingen verwezen borden je de ene kant uit naar plaatsen die niet op de kaart stonden, naar de andere kant stonden helemaal geen borden. Als dat één keer gebeurt kan je nog gokken, maar, zoals al meerdere malen in dit land, werd het er alleen maar erger op. Tot ik een keer, na 10 km op een doodlopende weg bleek te zitten die een meer in reed. Het was een nieuw stuwmeer, de weg liep nu dus onderwater. Geen borden of waarschuwingen. Kan gebeuren, maar na 3 keer T-splitsingen zonder goede borden gehad te hebben reed ik plots helemaal de verkeerde kant op. Naar het zuiden, terwijl ik noord oost wilde. Maar er waren geen wegen noordoost, ieder geval , ik heb ze niet gezien. 5 uur later was ik terug bij de hoofdweg. 5 uur rijden zonder stoppen, voor niks. Dank je wel Thailand. Langs de kant van de weg op een groot veld gaan staan voor de nacht, de volgende dag via de hoofdweg (zucht, hobbel, boink) naar Khanom gereden. Dat is aan de oostkust rechts van Surat Tani, net onder Khao Plu (zeer toeristisch eiland). De lonley planet schreef dat hier zeer mooi strand was met glashelder water en erg weinig toerisme, kortom, het echte Thailand. Ik weet niet wanneer ze dat verhaal hebben gecheckt, maar er klopte een paar dingen niet. Jazeker, er waren idyllisch mooi strandjes. Maar alles was volgebouwd met resorts of huizen, het was dus tamelijk moeilijk een plekkie te vinden. Er waren ook erg veel buitenlanders, niks stil. Nou heb ik daar niet zo’n problemen mee, maar toen ik een erg mooi leeg stukje grond aan de zee zag, en er op ging staan met mijn auto, had iemand anders daar wel een probleem mee. Geen Thai, die zouden je toelachen en niks zeggen, nee, twee Duitsers kwamen aangereden op de brommer, wat ik in Godsnaam hier deed. Ik zeg… net als jullie, genieten van dit wonderschone uitzicht. Maar de manier waarop ze het vroegen merkte ik al wel dat er iets niet goed zat. Nee, zegt die ene dikke Duitser, die duidelijk over zijn toeren aan het raken was. Dat is niet zo. Je staat op ons land. Oh, zeg ik, sorry, ik dacht dat het een leeg stuk land was. Als jullie willen ga ik wel weg hoor, geen probleem. De tweede Duitser zegt “wil je de grond huren voor een paar dagen dan’? Die dikke Duitser begon echter een beetje rood aan te lopen, en te blazen van hoe ik het in mijn hoofd haalde om zomaar een stuk land op te rijden. Ik zat er verder niet zo mee, dus ik zeg dat ik mijn spullen zal inpakken en weg zal gaan, stiekem in de hoop dat ze dan misschien wat afkoelde en zouden zeggen ‘ach, blijf ook maar’. Maar nee, dus spullen gepakt en 500 meter verderop een even goed plaatsje gevonden. Gekke Duitsers, die denken dat ze nog in Duitsland zitten. Leeg stuk land. Geen bebouwing, alsof ik wat stuk kon maken of zo. Naja, westerse mentaliteit.

Het is in Thailand vogel-zang-tijd. Ieder gezin heeft wel een zang vogel, in een mooi houten kooitje, met een erg fraai overtrekje voor de nacht of als men op reis gaat. Eens per jaar zijn er de zang wedstrijden, dan komen er 30-50 vogelkooitjes bij elkaar (met bazen natuurlijk), worden ze in lange rijen opgehangen (leuk gezicht) en dan komt de jury. Tsjiep Tsjiep. Ach, als jet je sport is zal je het wel leuk vinden. Ik zie steeds van die pickups rijden met achterin 3 of vier geblindeerde kooitjes. Ik weet nu waarom.

Deze verhuizing vanaf Duits grondgebied bracht weer een stuk geluk, want ik stond nog niet op mijn nieuwe plek of er kwam weer een buitenlander op een bromfiets aan. Die zegt, I am sorry to disturb you, but do you mind if I ask you something. Ik zeg, sure, you probably going to tell me this is private property and ask me to leave?

Rare bergen soms in Thailand
Maar dat was helemaal niet het geval, hij wilde alles over mijn auto weten. Hij zegt, ik heb een restaurantje iets verder op, je bent welkom, mijn naam is Emmet. Ik zeg, ik ben Casper, waarop zijn ogen twee keer zo groot werden. Zie je wel, zegt ie, ik dacht het wel. Hij zegt :we hebben elkaar al eerder ontmoet. In Iran. 3 of 4 jaar geleden. Shit inderdaad, in Qazvin heb ik samen met een paar andere, en ook Emmet en zijn vrouw, in een restaurant gegeten. Haha, wereld is klein. Nu had hij, en zijn vrouw, dus een restaurantje hier aan de kust. ( http://www.khulabhula.com/) Gezellig lopen kletsen, bij zijn restaurant wat gedronken en weer verder gekletst met twee Amerikaanse vrouwen. Na een uurtje toch maar wat gaan zwemmen, in een erg onrustige zee, sterke stroming en hoge golven, gevaarlijk maar wel lekker.

Besloot de volgende dag maar te blijven staan. Had niet zo’n haast. Hoe verder ik naar het zuiden ga, hoe groter de kans op regen word. Het is tot half februari daar regen seizoen. Ondanks dat ik de vorige nacht wreed in mijn slaap was gestoord door een auto die van harde rap-doenkie-doenkie hield, om twee uur in de nacht, vermoede ik dat dat alleen een zaterdag avond probleem was geweest. Bestede de dag dus aan… eum, moet eerlijk zeggen dat ik het niet meer weet. Ja, heb een uur met een Nederlands stel staan kleppen, heb wat internet gedaan en wat in het dorpje rond gehangen, maar daar vul je de dag ook niet mee. Oh ja, heb nog wat gezwommen in de woeste zee, en ik denk dat de rest van de dag mijn verstand gewoon uit heeft gestaan of zo.

Dat Nederlandse stel waar ik mee zat te kwekken kwam al een paar jaar elke winter 3 maanden naar Thailand. Die vertelde dat ze legio mannen kende, die met een Thaise getrouwd zijn, en na verloop van tijd alles kwijt geraakt zijn. Maar dan ook alles. Huis & haard. En de Thaise vrouw maar lachen.

Verschil tussen Laos en Cambodja met Thailand?
In Laos en Cambodja zie je om 8 uur in de ochtend alle kinderen naar school fietsen en lopen. In Thailand zie je alle kinderen door Pa of Moe worden weggebracht op de brommer/motor of met een schoolbus worden opgehaald.

Zakte verder de oost kust af. Vond eindelijk een stuk hout bij Tesco. Het was eigenlijk een tafelblad, met het abc erop, een kindertafel dus, maar na het afschroeven van de poten paste ie precies in de deuropening. Een idee dat ik van de Fransman Guy had gekregen, zo kan ik de deur open laten staan, maar mensen kunnen vrijwel niet meer naar binnen kijken en helemaal niet naar binnen klauteren.
In Nakon Si Thamarat was een grote tempel, uiteraard bezichtigt. Mee gelift met een stel Nederlanders (met hun toestemming hoor) die een rondleiding kregen door een gids. Wat fraaie foto’s gemaakt. Ook wat dingen geleerd. Ik dacht altijd dat veel van die beelden aan het bladderen waren, maar de Thai, als ze geld hebben, kopen een paar cm bladgoud en plakken dit op het door hun vereerde beeld. Als offer. Maar het ziet er niet uit.

Kijk, allemaal Boedha’s .
Blijven slapen op de parkeerplaats van het City park, midden in de stad. De stad zelf was geen klote aan. Heel langgerekte stad met veel nauwe straatjes, armetierige winkelstraten. De winkels gingen om 5 uur al dicht, dat maakte het nog troostelozer. Slapen was redelijk, alleen beetje veel muggen.
Verder naar het zuiden had ik gehoopt dat de weg mooi zou zijn. Immers leende de weg zich er voor. Links de golf van Thailand, rechts het Thale Sap en Thale Luang meer, en er tussen in, op een erg smalle strook, de weg. Helaas was de weg saai, want aan weerskanten stonden de hele 100 km huizen, en waren er viskweek vijvers. Honderd kilometer lang viskweek vijvers, kan je het voorstellen. Een oplevinkje, er kronkelde een slang van een meter of zo de weg over, ik kon hem niet missen al wilde ik het. Sorry slang, je plek op de weg is nu ‘all-over’.
Ontdekte een erg mooi strandje, de lunch daar genoten. Maar het waaide hard en er waren hoge golven, ik durfde het water niet in. Verder naar het zuiden kwam ik bij Sonkhla, dat was ook mijn doel. Wat in de stad rond gereden maar er was niet zo veel te zien. Ben maar op de , wel erg mooie, boulevard gaan staan aan het strand en de wind door mijn haren laten waaien. Ook eens pontificaal buiten gaan zitten, ik denk dan komt er wel een Thai kleppen, maar nee hoor. Van een aftstandje kijken en dan, de andere kant uitkijkend voorbijlopen. Dat is de Thai. Kwam wel een Ier tegen die uiteraard wel bleef kletsen. Hij woonde al twee jaar in Bangkok en toen hij me vroeg of ik Thailand leuk vond zei ik keihard NEE. Haha, hij keek er van op, maar was het roerend met me eens. Sterker nog, hij zei precies datgene wat op mijn lippen lag, en herhaalde mijn mening over de Thai. Alleen aardig als ze wat aan je kunnen verdienen. Ja zegt ie, ze noemen de Thai wel de Fransman van Azië. Hehe, bingo.

Al om al besloot ik maar om de volgende dag het land te verlaten, had er geen zin meer in. En in het aller zuidelijkste deel is het hommeles met bommen en zo, en dat ken ik. Dan zijn er vee politie controles, checkpoint, is de sfeer slecht en is het nog minder leuk.
Nog even dit. Ik schreef in een eerder verhaal dat er in midden Thailand veel rubber en dadel plantages zijn. Dat rubber, dat klopt, maar die dadels, daar zat ik fout. Het lijken wel dadels, hele trossen met kleine eitjes, zo groot als de grootse meloen die je ooit gezien hebt, of 6 voetballen of zo? Die ‘eitjes’, daar word denk ik kokos olie uit gemaakt. Die trossen zijn net Alien eieren, hele enge lugubere grote ballen.
Ik ga Maleisie in, en bericht weer vanuit daar.