20080200 – Februari 2008, West Maleisië en de auto verschepen

Eind feb 2008, West Maleisie
Geplaatst op Wednesday 05 March @ 19:50:04 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Vanaf de westkust stak ik, via Singapore (nou ja bijna dan) door naar de oostkust en bezocht plaatsen als Mersing en Cherating. Nog verder omhoog langs de oostkust tot bij de Thaise grens. Vandaar door het groene hart van de ene kant naar de ander. En groen was het. Via Cameroon Highlands (1500 meter) en Bukit Frasier was ik weer terug in Kuala Lumpur om daar het verschepen van mijn auto te regelen. En dat viel nog niet mee.

Geel is gereden route in west Maleisie.
Voor diegene die mijn log boek bekijken, moet het opvallen dat ik bijna bij de evenaar ben. De waypoint coördinaten zijn nu zo dat ik nog maar 1 graad boven de evenaar zit. Ik begon zo rond de Noord 55 graden en zit nu dus bijna op 0. Helaas zal ik de 0 nu niet halen, omdat de evenaar net in Indonesië ligt. En daar ga ik deze keer dus niet naar toe. Moet het dus doen met het zuidelijkste puntje van Maleisië, en dat is bij Johor Bahru, de grens plaats met Singapore.

Je ziet in Maleisië veel nationale vlaggen. Ook op auto’s en gebouwen, zo van ik ben de beste, ik ben Maleisiër. Nou mag je best trots zijn op je land, maar dit zijn wat nationalistische trekjes (die je ook in Thailand ziet en) die volgens mij toch achterhaald zouden moeten zijn. Mijn inziens hoor…

Vanaf Johor Bahru is er maar een weg, weer terug naar het noorden langs de fraaie oostkust van Maleisië. De weg voerde over golvende heuvels, afgewisseld met palmen en moeras. Moeras met dooie bomen en struiken, of zoals de Engelsen zeggen… Shrubbery (ik vind dat zo een mooi woord). Dat moeras werd langzaam minder, wat overbleef waren de palmen. Palmen en palmen, voor honderden kilometers lang. Ik heb al de eeuwige jachtvelden gehad, de eeuwige rijstvelden, eeuwige zandvelden, eeuwige rubberplantages en nu dus de eeuwige palmvelden. Zou een grond niet uitgeput raken door dit soort mono-cultuur?

Palmen en Palmen, mooi en erg groen.
Officieel is het hier aan de oostkant nog regen seizoen, dat duurt tot eind februari. Tot die tijd staan alle toeristische zaken op een laag pitje. Zo parkeerde ik voor de nacht bij een strand parkeerplek. Het was een perfecte mooie plek met douche en water voorziening. Ik was er geheel alleen. Men had voor het regenseizoen helaas het water dichtgedraaid en de douches op slot gedaan. Jammer.

Zo’n 200 km naar het noorden kwam ik in Mersing. Dit via de weg nr 3, die in dit deel erg hobbelig is. Net als veel wegen in Maleisië is deze ook gemaakt door mensen die de waterpas niet kennen. En als het dan maar alleen schuin naar rechts is dan is het niet erg, maar het golft op en neer, je schud dus heen en weer van links naar rechts alsof je in een boot zit.

Dit zijn palmboom vruchten waaruit palmolie word gerperst, ik vind het net Alien eieren.
Mersing is de plek waar de boten naar Tioman eiland gaan en ook een paar andere kleinere eilanden. Ik had me voorgenomen een bezoek aan een van die kleinere eilanden te brengen, het onderwater leven is daar zo mooi. Helaas zat ik met twee problemen. Mijn vingertopje was op zich wel aan het genezen maar het was nog niet echt dicht. Als ik daar mee het zoute water in zou gaan zou ik het denk ik uitgillen van de pijn, naast het feit dat je er misschien wel infecties van kan oplopen. Tweede was dat er een heftige wind stond en de zee erg ruw was. Dat betekend een vieze zee, niet goed om te duiken of snorkelen. Dat werd bevestigd door een Nederlandse backpakkers paar wat net terug kwam van het eiland. En ja, als er onderwater niks te zien is….
Toen ik ook nog eens een mail kreeg dat ik al de 6e maart mijn auto bij de haven van Kuala Lumpur moest aanbieden, dat februari maar 29 dagen heeft en dat ik nog een week nodig heb voor een visum van India, dat ik nog langs de MAN garage wil om een rammel te laten oplossen, dat ik nog wil laten proberen om mijn ouwe laptop in KL te laten repareren, dan heb ik niet zo veel tijd meer. Druk druk druk 

Ten noorden van Mersing werd de weg veel beter maar veel saaier. Er zaten zelfs stukken twee-baans bij hier en daar. Ik vond de weg saai, maar ik denk als je net vers uit Nederland zou komen je je ogen uitkijkt. Palmboompjes, af en toe een dorpje, af en toe een stuk langs de kust. Maar ja, ik ben verwend en palmbomen zijn gewoon goed.

Je raad het al, nog meer palmen.
Ik wilde de stad Kuantan in maar werd via borden buiten het centrum omgeleid. En dat terwijl ik graag een Tesco had gevonden. Ach, dan maar in een volgende grote stad.
In Cherating aangekomen was ik op bekend terrein. Een slaperig backpakkers strandoord waar ik ooit na 3 dagen regen weg ben gevlucht. Nu regende het niet, maar het was wel flink vol gebouwd. Tenminste, dat dacht ik, maar achteraf besefte ik me dat dit vrijwel zeker kwam omdat ik vorige keer met een rugzak aankwam, en nu met een grote vrachtwagen.

Het seizoen was ook hier duidelijk nog niet begonnen. Veel restaurantjes en winkeltjes waren nog dicht, een aantal voorgoed. Het was duidelijk achteruit gegaan sinds de laatste keer dat ik hier was. Het moet concurreren met de schitterende eilanden niet zo ver hier vandaan, en dat valt niet mee. Ik had een geluk, men had net een grote bus parkeerplek aangelegd midden in het dorpje, het asfalt glimde nog, maar de bussen hadden het nog niet gevonden. Parkeerde helemaal in mijn eentje op deze mega privé parkeerplaats. Bleef de dag erna maar hangen, vermaakte me met een strandwandeling, het schoonmaken van mijn toilet (ja moet ook zo af en toe eens gebeuren) het kijken waar die rammel vandaan kwam (bleek een houder van mijn luchtinlaat pijp te zijn afgebroken). Vond een publieke douche, altijd prettig ondanks dat ie niet zo schoon is. Maar ik ben ondertussen meester in douchen zonder wat aan te raken (behalve water en zeep natuurlijk). Het bleef de hele dag dreigend weer, maar hield het droog.

Sommige doen alles uit op het strand, en sommige alles aan.
Had een raar gesprek met een lokale man die aankwam op z’n brommertje. Achterop een meisje van een jaar of 7 of 8 met sluier om (belachelijk), voorop een joggie van een jaar of 3. Je kent dat soort gesprekken wel, ‘waar kom je vandaan Daan, en waar ga je naar toe…’. Ik vraag die man hoeveel kinderen hij heeft, hij zegt 8. Ik zeg nou, das veel voor een Maleisische familie. Ja zegt ie, terwijl zijn dochter en zoontje naar hem staan te kijken, ik maar er een hoop werk van, onderwijl de beweging van zijn blijkbaar favoriete seksuele standje na te doen. Ik denk, dat doe je toch niet met van die kids voor je neus, maar blijkbaar heel gewoon. Geen wonder dat die kleine kinderen al hoofddoeken om moeten.

Tja, dan het verhaal waarom ik terug ga naar India. Op zich is het natuurlijk niet logisch, maar als je er over nadenkt toch weer wel. Ik MOEST vorige keer India en Nepal uit terwijl ik dat diep in mijn hart eigenlijk niet wilde. In Nepal had ik mijn visa tijd opgebruikt en in India mijn auto-verblijf tijd. Veel keuze heb je niet, en China was toch ook wel een grote wens. De hoogste weg van de wereld, de weg naar Leh heb ik nog steeds niet gereden, die was lang dicht vorig jaar. In verband met veel sneeuw ging die pas ergens in juli open. En iedereen die er geweest is zegt dat het een must is. Dat wil ik dus eigenlijk toch heel graag nog doen. Dat is reden nummer 1.
Tweede reden is omdat ik vermoed dat verschepen naar Zuid Amerika, veel goedkoper is vanuit India dan vanuit dit deel van Azië. Twee keer verschepen is altijd duurder dan een keer, maar ik denk dat het verschil wel mee gaat vallen. (later kreeg ik hier bevestiging van)

Derde reden is, dat ik toch wel een beetje India mis. Ik weet het, ik heb veel op India gescholden, er zijn veel ergernissen in India, maar het is een land waar je heel makkelijk contact hebt met de bevolking en dat mis ik gewoon een beetje in deze contreien. Ook Nepal mis ik wel, vond dat een schitterend land. Ga ik ook zeker weer bezoeken.

Vierde is, dat ik geen haast heb. Toch. Het wordt nu winter in Zuid Amerika, mijn volgende traject, en ik denk dat ik beter kan wachten tot het weer zomer word daar.

De volgende dag had ik wederom contact met de verscheper in Kuala Lumpur. Behalve dat de prijs maar even 500 euro omhoog ging, vertelde ze me ook dat de goedkoopste boeking naar Buenos Aires die ze kon vinden maar liefst 20.000 USD was. Blij dat ik naar Chennai ga, daar is verschepen naar Buenos Aires een stuk goedkoper.

Werd al vroeg wakker door de vogels. Hier, net als in vele delen van Azië, heb je de langzaam-snel gillers. Je zou denken dat ik heel langzaam dacht dat die beesten heel snel weg moesten vliegen. Dat klopt wel, maar dat is niet de reden van de naam. Die vogel begint met tussenpozen van 4 seconde te gillen als een hitsige aap , dan om de 3 seconde, dan 2 en dan bijna continu. En dat beest heeft een paar longen waar een voetbal hooligan trots op zou zijn. Dus als er twee of drie bij je in de buurt zitten, ben je snel wakker.
Ook heb je in deze buurt de kabelrammer. Die maakt een geluid alsof ie op een hoogspanningskabel slaat met een baseball knuppel, een geluid dat ook net zo door vibreert. Heb je ooit de film Jaws 3 gezien, waar mijnheer Brody (zo heet die dacht ik) door middel van met zijn roeiboot paddel op een elektra kabel te rammen, de haai lokt? Nee? … jammer dan, want zo klinkt het precies.
Een vogel die ik hier allen in Maleisië hoor is de Blèrende-Baby. Je snapt het, die gilt als een baby wiens tandjes doorkomen. Maar dan wel alle tandjes tegelijk, en niet de babytandjes maar gelijk het hele melk gebit. Whaaa-whaaa

Ook een plaatselijke is de ambulance-vogel. Het is net alsof er een hels ongeluk gebeurd is op de hoek. Gelukkig is het maar een vogel, en als ik die in mijn handen zou krijgen, was een ambulance niet meer nodig.
Ander bekende herriemakers zijn natuurlijk de cirkelzaag en de gillende keukenmeiden, beide varianten op de Europese cicade.

Soms heb je wel eens van die rijd dagen dat je denkt, pff, wat een rot dag, er is niks leuks om even te stoppen, en ik heb eigenlijk ook helemaal geen zin om te stoppen. Had zo’n dag van Cherating naar het noorden. Het begon dat ik bij het wegrijden aan de verkeerde kant van de weg ging rijden. Dat is me lang niet gebeurd (ja ze rijden hier nog steeds links). Verder, en het klinkt blasé maar die plekjes aan zee heb ik nu wel gezien en die weg ging heel lang langs die stomme zee. En als het dan ook nog regent, soms met bakken, dan word het er niet prettiger op. Tja en dan rijd je maar door. Tijdens lunch stop ik in de stromende regen en liep een eet tentje binnen. Allemaal lange gezichten. Niks van ‘kan ik je helpen’of zo. Ik had mijn zinnen gezet op wat Roti Canai, dat is een soort brood-pannekoek die ik tot nu toe alleen in Zuid India en in Maleisië heb gevonden. Dat is heerlijk (ongezond-vet-bladerdeeg achtig) gebakken brood. Maar men had alleen maar rijst en wilde geen brood maken. Ja pech, en dan ook nog met zo’n lange snoet, graag of niet hoor, dan kook ik wel zelf (niet dat dat te vreten was).
Elk stoplicht wat ik tegen kwam stond op rood, het was gewoon echt niet mijn dag.

Na, net voor de Thaise grens, links af te slaan op de 4, werd het wat spannender met heuvels en kleine bergen. Sliep dan ook voor het eerst weer op bijna 500 meter hoogte, midden in de jungle, met nog meer vage geluiden van vogels en andere enge kruipende of vliegende beesten. Het is hier geen regen-woud, maar regen-oeroud-oerwoud, want het bos staat hier al een paar miljoen jaar.

Prachtige kleuren in de bossen.
Ik lag nog niet in bed of het begon me toch te regenen. Het kwam niet met bakken uit de lucht maar met stralen. Het was alsof er een elftal engeltjes flink aan het bier had gezeten en mijn autodak als urinoir gebruikte. Meestal duurt zo iets niet lang in de tropen, maar deze keer werd het steeds erger en erger. Ik stond geparkeerd naast een heuvel en begon me zorgen te maken over landslides en zo. Na een kwartier begon het er ook nog bij te onweren. Ook dat gaat er heftig aan toe in de tropen. Tellen tussen flits en donder heeft geen zin, want het aantal flitsen is zo groot dat je geen idee bij welke flits welke donder hoort. Tja, ik moest er dan toch maar uit om mijn auto te verzetten, anders zou ik geen lekkere nachtrust hebben. Ik zou bij elk geluid vermoeden dat die heuvel omlaag kwam zetten. Na 2 seconde buiten was ik doorweekt natuurlijk, en ik had de auto nog geen 3 minuten verzet of de regen begon af te nemen. Maar heerlijk dat ik geslapen heb….

Verkiezingen blijven mij achtervolgen. Was het in Thailand raak, nu ook in Maleisië. En dat pakken ze hier wat anders aan dan ik gewend ben. Twee weken voor de verkiezingen worden de kieslijsten gepresenteerd. Dat was gisteren, op een zondag. Op maandag hangt het hele land vol met vlaggen van de diverse politieke partijen met posters van de hoofden van de verkiesbare. En ik bedoel niet een paar vlaggen hoor. Ik bedoel alles, maar dan ook alles wordt onder de vlaggen bedolven. Zonder te overdrijven denk ik dat ik er zo een paar honderd duizend ben gepasseerd vandaag. Het land word er niet mooier op. Zie ook de logica er niet van. Of zou de gemiddelde Maleisiër stemmen op de partij die de meeste vlaggen plaatst?
Ik moet eerlijk bekennen dat de eerste indrukken die ik van Maleisië had, enigszins negatief getint waren vanwege het Chinees Nieuwjaar. De drukte op de wegen, de dichte winkels, dat was gewoon niet zo leuk. Nu echter is dat allemaal voorbij en vind ik Maleisië een leuk land. Dat wilde ik nog even kwijt. Dat ze a-sociaal rijden, daar blijf ik bij.

Volgende stuk ging dwars door de binnenlanden van Maleisië heen, door het groene hart. En geloof me, dat is groen. En schitterend. De weg zelf is ook perfect, het was een genot om te rijden. Aan de andere kant van Maleisië aangekomen iets naar het zuiden gereden, om vervolgens wederom de bergen in te duiken, nu richting Cameroon Highlands.
Mmm, tja, het is een weer zo’n heuse toeristische attractie, maar wellicht in de zomer een aanrader. Nu niet. Het is lekker koel op 1500 meter, 17 graden momenteel, dat is heerlijk en heel lang geleden. Maar het is een beetje als Shimla in India. Veel smalle bergweggetjes, alles volgebouwd, veel verkeer, en wat er eigenlijk te doen is… geen idee. Ja aardbeien plukken, maar die groeien in een ander seizoen., Dus de honderden borden die daarvoor adverteren zijn nutteloos. Vanwege de lage temperaturen hier (winter 10 graden, zomer max. 23 of zo) groeit het hier goed. Vooral fruit en bloemen, aardbeien en groenten. Beetje Hollands klimaat. Ze hebben op elk stukje berg een soort kassen gemaakt. Meestal gewoon plastic over wat palen gespannen. Ik vermoed vanwege de slagregens die ook hier het regen seizoen bepalen, of misschien tegen vogels die alles opeten. Het siert het landschap er niet op, en er schijnt erg veel illegale boom kap en berg afgraaf praktijken geweest te zijn die voor veel problemen zorgen in deze bergen. Landslides, dichtgeslibde meertjes en dat soort ellende.

Illegale kap en afgravingen en de plastikke kassen maakte Cameroon er niet mooier op.
Verder rijden er hier honderden (afgedankte) landrovers, Toyota 4wd en andere vage jeepjes rond. Die landrovers zien er uit zoals je een landrover verwacht, vol roest, deuken, vies en smerig. Blijkbaar is dat een mode of misschien wel een must. Misschien zijn er wel hele slechte wegen die ik nog niet gezien heb. (slik).
Toch was het lekker in Cameroon, vooral door de temperatuur. Had het voor het eerst in anderhalf jaar koud in de nacht, maar was te lui om op te staan en iets warms aan te doen. Dus had het de hele nacht koud. Het was 17,8 graden. Wat wil je op 1623 meter hoogte. Héérlijk. Na anderhalf jaar van klamme bezwete plakkerige nachten was dit even wat anders.

In de ochtend iets vaags. Ik had een wig onder mijn achterwielen gezet om de auto iets recht te zetten, dat slaap beter. Toen ik daar in de ochtend vanaf reed, zaten er in de holle ruimtes van deze wiggen, en in de holle ruimtes van mijn banden, het profiel dus, honderden maaien en honderden kleine zwarte torretjes. Het rare was, echt alleen maar onder de wielen. Bah, vies. Maar wat die daar deden en hoe die daar kwamen, ik snap er nog steeds niks van.

Eenmaal weer geproefd van het koele klimaat in de ‘highlands’ besloot ik om op weg naar Kuala Lumpur maar een stop-over in Bukit Frasier oftewel Frasier Hill te doen. Dat was dan gelijk een mooie tussendoorsteek naar Rawang, alwaar de MAN dealer was waar ik toch een mening wilde gaan halen over een rammeltje.
Het eerste stuk was het vervolg op de weg van gisteren, de weg zonder nummer, de weg van Ipoh naar het oosten, naar Gua Musang. Die weg is nog steeds schitterend, stukken dubbelbaans, prachtige natuur en vrijwel geen verkeer. Het is ook hier winter, dus de bossen hebben prachtige kleurschakeringen. Ook nu weer een lust om te rijden, ik wilde bij elk vergezicht stoppen om foto’s te maken en heb dat dan ook vaak gedaan. Lang leve de digitale camera.
Aan het eind van deze weg, in Gua Musang sloeg ik rechts naar het zuiden. Deze weg (de nr 8), midden door het land was niet zo spannend. De weg was smal en hobbelig en er was veel vracht verkeer. Vooral enorme trucks met afgezaagde boomstammen, die zo zwaar waren dat ze stapvoets heuvel op gingen. De weg was net breed genoeg voor twee vrachtwagens om elkaar te passeren, maar een stuurfout en het zou fout aflopen. Daardoor moest ik me erg op het verkeer concentreren en kon ik niet de omgeving bestuderen. Niet dat die zo spannend was, wederom veel Palm-olie bomen. Toen het ook nog begon te regenen werd het zwaar om te rijden.

Eenmaal bij de afslag naar Bukit Frasier werd het stukken beter. Sterker nog, de weg werd super smal en ging dwars door het groene woud, er was vrijwel geen verkeer. Omdat het ook hier erg geregend had (te oordelen door de plassen water overal) hing de begroeiing van twee kanten over de weg heen, een soort tunnel effect makend. Schitteren, maar wel slecht voor de lak op mijn dak. Op 800 meter hoogte begon de eigenlijke klim naar Frasier, maar die weg was geblokkeerd door een afzetting. Wat nou, er stond een uitleg bij maar daar klopte niets van. Was even bang dat de weg afgesloten was ivm een landslide of zo. Er was niemand om het aan te vragen.

Dichte weg, maar geen idee wat nu.
Maar doorgereden en na een paar kilometer was er plots nog een weg naar de berg van Frasier, maar die weg was zo smal dat er alleen maar eenrichtingverkeer mogelijk was. Oneven uren kon men naar boven rijden, even uren naar beneden. Ik mocht gelijk door, het was kwart over 5. Deze weg was super spannend. Echt, 8 kilometer héél erg smal, met overhangende bamboe en varens en minimaal 30 BPK. Halverwege waren ze nog de restanten van een landslide aan het opruimen. Boven aangekomen was er niet zo veel. Ook hier was het off-season, maar het was er heerlijk koel. Parkeerde mijn auto-tje met uitzicht op de golfbaan, en genoot van het koele klimaat. Hoorde bij de toeristen informatie dat de nieuwe weg inderdaad afgesloten was doordat er een heel stuk weg was weggevaagd door een landslide. De oude weg was net een paar uur open nadat ook hier een landslide de boel uren had geblokkeerd. Die oude weg was overigens vroeger door een aantal Europeanen met de hand gebouwd. Knap staaltje werk.
Men gebruikte de nieuwe weg voor verkeer na beneden, en de oude weg voor naar boven, maar dat ging nu niet meer dus moest men weer rouleren, zoals het blijkbaar vroeger altijd ging.

De weg op de kaart is rood, zoals feitelijk gereden is de stippel lijn(GPS tracklog), kan je voorstellen dat het langer duurt dan verwacht….
Na wederom een heerlijk koele nachtrust weer afgezakt richting hitte. Was al vroeg mij de MAN garage. En die kwamen ook onmiddellijk in actie, dat was prettig. Het rammeltje was een combinatie van versleten rubbers en wellicht verdroogde rubbers. Maar ze draaiden een paar dingen extra vast en het probleem zou voorlopig verholpen zijn. De andere dingen die ik had opgemerkt waren geen probleem vermoede men, dus ik reed ene half uurtje later met een gerust hart richting Kuala Lumpur, waar ik een uurtje later wederom parkeerde bij Thomas en Daphne. Ik zou mijn verscheping gaan regelen, mijn Indiase visa en nog wat dingen.
Kreeg het echter plots erg druk. Ontmoete Leonardo, een Mexicaan die op een motor aan het rondtoeren was en interesse had om zijn motor op mijn flatrack mee te laten liften naar India. En, en dat was het leukste, toen ik in de middag terug kwam na een bezoekje stad, zat er een kaartje onder mijn raam…. Van Ad & Susan. Die kende ik nog uit Nederland, zijn ook onderweg, met een DAF vrachtwagen (moedig he  ), en zaten hier in KL te wachten tot hun auto van het schip uit India af kwam. Ik snelde de winkel in, en ja hoor ze waren er nog. Goh dat was leuk om ze te zien. Had er al wel een beetje op gehoopt maar via hun website kreeg ik het vermoede dat ze al weg waren. Ze hadden Cristha bij hun, een leuke meid die een tijdje met hum mee reisde. Het was ook al weer lang geleden dat ik Nederlands gesproken had.
De volgende twee dagen zijn we veel samen op stap geweest, hebben we veel gepraat (en veel geluisterd) dingen uitgewisseld, naar de film geweest, gegeten, nog eens gegeten enfin, het werden twee gezellige dagen. Eigenlijk twee en een half, want we konden geen afscheid nemen van elkaar. Sterker nog, op het moment dat ze de auto hadden ontvangen belde ze waar ze stonden. Leonardo zou een reserve GPS van Ad kunnen krijgen (aardig van hem) en ik een stukje software, dus wij met z’n twee op de motor van Leonardo, op naar Klang, normalerwijze een 45-60 minuten ritje. Halverwege echter begon het heel hard te regenen. Na wat schuilen onder een brug bleef het stromen en we besloten maar langzaam verder te gaan. Nat tot op het bot, en dan erger arriveerde we bij Ad en Susan. Zijn auto had de verscheping goed doorbracht, hij miste alleen wat stickers van zijn auto. Een Duitse auto die tegelijkertijd verscheept was had het er minder goed vanaf gebracht met een gebroken schotel antenne en een afgebroken railling.
De auto van Ad en Susan is bewonderenswaardig, met een aantal zeer knap gevonden oplossingen en voorzieningen, zeker gezien het feit dat Ad zelf alles gebouwd heeft in een zeer korte periode.
5 maart bracht ik mijn auto naar de Haven van Kuala Lumpur, Port Klang geheten. Door een communicatie fout reed ik gelijk naar de verpakker, die mijn auto op een zo geheten flat-rack zet, ipv naar de verscheper. Maar Port Klang is zo groot, ik zou het nooit gevonden hebben. Zelfs met een waypoint van Ad kwam ik er niet (wel vlakbij bleek achteraf). Dat was al de tweede keer dat onze GPS apparaten niet compatible waren. Een waypoint van Ad, ingevoerd in die van mij, zorgde er voor dat ik een paar honderd meter verder dan bedoeld aan kwam. Ja, waar heb je dan een GPS voor. Ik ben er nog steeds niet uit wat er niet klopte.
De pakkers, een bedrijf dat CFW enterprises heet, waren zo vriendelijk om ons even naar het kantoor van de verscheper te brengen en na het achterlaten van een hoop geld, terug naar de verpakker. Daar stond ondertussen een enorm flat-rack klaar waar ik wel twee keer op kon. Een Flat-rack is een container zonder muren, dus alleen de bodem. Het ding was 40 foot lang om precies te zijn, dus 13 meter of zo. Het was erg lang, maar de breedte was maar net genoeg, sterker nog, ik vermoede dat ik wel eens met de wielen over de rand zou gaan hangen. Men had al een oprit gemaakt van stalen platen en ze reden er nog een heftruck bij die deze extra ondersteunde. Prima geregeld dus. Na wat heen en weer steken stond ik naar tevredenheid en begon men met dikke staalkabels mijn auto aan het flat-rack vast te zetten. Dit moest, volgens de verscheper, zo sterk zijn, dat mocht het flat-rack ondersteboven vallen, mijn auto er op zou blijven. Ik kreeg een rilling bij de gedachte.

Daar stond ie, zielig alleen.
Na wat extra hulp van mij, (dat zich beperkte tot wat aanwijzingen en het aanbrengen van wat extra rubberen bescherming stukken (lees afgeknipte autoband) tussen kabel en auto, het afhalen van mijn luifel omdat ie uitstak (zo nauw komt het) en het inklappen van de spiegels), stond mijn auto mijn inziens prima vast. Natuurlijk weer door en door nat geregend, terug richting Kuala Lumpur, voor het eerst in 2 maanden zonder auto, zonder huis…..