200804 – April 2008, Chennai naar Khajuraho (India)

Reis om de wereld vanaf 2006 Na wat rust (van wat?) in en op het platteland van Vellore, toch maar weer richting noord gaan rijden. Via steden als Hydrabad (druk, lawaaiig en zonder één verkeersbord), via Nagpur (druk, lawaaiig en zonder één verkeersbord) en Jawalpur (druk, lawaiiig maar met een goede rondweg) belande ik wederom in Khajuraho, mijn favoriete pauze plek. Hier kon ik wachten op het raam wat per UPS verstuurd wordt vanuit Duistland. Of dat, met overdag een graadje of 45, een pretje is, dat valt te bezien…

Na alle narigheid achter me te hebben gelaten was het tijd om te genieten van India. Dat is niet altijd makkelijk, maar met wat ervaring kan je er toch het beste van maken. Besloot eerst een weekje of zo te blijven staan op de relatief rustige plek te midden van de rijst en suikerriet plantages. Natuurlijk doe je dat niet helemaal onopgemerkt, met een grote witte auto, maar toch was de overlast aanvaardbaar. Soms is het zelfs leuk. Twee of drie boeren op een fiets, op weg naar hun akkertje, die dan stoppen om mijn auto te ‘bepraten’. Ondanks dat ze hier Tamil spreken, en geen Hindi, kan ik dan toch wel een aantal dingen opmaken over wat ze zeggen, en ik kan het dan ook niet nalaten om flink te gniffelen.

 

Uiteraard, zegt de een dan tegen de ander, heeft deze auto volwaardige airco en is het heerlijk daarbinnen. Ja, zegt de ander, en water, hoe komt ie aan water. Ik kan me dan niet weerhouden om de gekke Indier, die alles gelooft, eens flink wat op de mauw te spelden. Kijk, zie je dat pijpje daaronder (en wijs op mijn vuilwater afvoer pijp), dat laat ik in de grond zakken en zo pomp ik gewoon grondwater op. Ooooohhhh…..Ahhhhh. De volgende dag staan er twee andere boeren naar mijn auto te staren en discussiëren hevig over de geweldige uitvinding van automatisch water tappen.
Drie kleine kinderen staan schuchter op een afstand naar mij te staren. Ik loop na een kwartier op ze af, ze lopen nog net niet angstig weg. Ze spreken een beetje Engels, dat leren ze op school. Ik vraag waarom ze zo naar me staan te kijken. Ja stammelt de een, wij vinden jouw auto heel mooi. Wat zijn die dingen op je dak (en hij wijst naar de zonnen panelen). Ik zeg… dat zijn helikopter land plaatsen. Voor het geval er nood is, of ik een lekke band heb of zo. Oooooohhh, Ahhhhhhhh, je snapt het wel, de wildste geruchten gaan door de streek. Hierdoor, en dat is dan mijn eigen fout, willen er nog wel eens een soort van bermtoeristen langs komen, die dan op het muurtje iets verder op gaan zitten, en dan uren lang naar me gaan zitten staren en de meest fantastische verhalen over mijn auto aan elkaar kunnen vertellen. Ach, dat is India, en als je de handleiding goed gelezen hebt is het best vermakelijk af en toe.

Je kent vast wel die mop van die Koe en die Belg, die moet overgewaaid zijn uit India, kan niet anders. Die Indiërs kunnen soms zo dom zijn, onvoorstelbaar is. Deel is natuurlijk cultuur erfelijk, maar deels kunnen ze echt zooooo dom zijn. Nog wat voorbeelden dan? Jaa, ik weet dat je ze leuk vind.
Komt een Indiër op me af, een jaar of 22. Heb er al een keer eerder woorden mee gehad omdat ie zo dom deed en maar niet de hint wilde begrijpen dat ik hem liever weg wilde hebben. Enfin, hij stapt, oliedom als ie is (terwijl ie wel op een technische universiteit zit) op me af en zegt: Casper, can I talk with you.

Ik, al gniffelend vanwege de domme uitdrukking in zijn ogen, zeg aardig…sure, but I have litlle time, so you have to talk fast. What do you want to talk about.? Dan houd het gesprek al op, want die gast heeft geen idée wat ie moet zeggen. Na een minuut of vijf stilte komt ie ineens met een vraag. Casper, rijd je auto op diesel? Weer zo’n oerdomme vraag, mar goed, ik vertel hem dat mijn auto op water rijd, dat het een nieuw experimentele auto is die ik aan het uittesten ben. Het gesprek valt nu helemaal stil. En na een minuut of 10 (ik ging gewoon door met de afwas), vertel ik hem dat ik nu toch echt door moet gaan met mijn werk. Hij druipt af.

Oh die Belgenmop? Ja die ging zo… wat valt je op als je een Indier naast een Koe zet. De intelligente blik van de koe. Dit keer geen grap, maar waarheid haha.

Ondertussen verdoe ik mijn tijd met het wegwerken van alle krassen, het bij tippen van alle verf schade, schoonmaken van binnen en buiten, het instaleren van XP op mijn nieuwe laptop (Windows Vista is een aanfluiting en een afrader en heeft me uren en uren gekost). Nu moet je je niet voorstellen dat ik uren achter elkaar werk, want daar is het echt te heet voor. Dus het is om 6 uur wakker worden (dan wordt het licht) , wat ontbijten, wat water halen uit de grote water put annex zwembad, afwassen en wat poetswerk doen, dan uitgebreid aan de koffie natuurlijk, ondertussen de diverse bezoeker of te woord staan of afsnauwen en wegjagen, afhankelijk van mijn humeur en hun manier van mij benaderen. Dan begint het warm te worden, het is dan al 11 uur of zo, dus even rustig in het resterende stukje schaduw zitten. Boekje er bij, bakkie koffie, het is dan nog enigzinds uit te houden als je stil zit. In de middag loopt de temperatuur richting veertig graden in de zon. Soms ben ik moedig en fiets ik de 15 km naar het dichtstbijzijnde dorp om wat groente, fruit, melk en water en zo te halen, ook even de mail te checken. Dit laatste als er internet verbinding is bij het enige internet cafe. Vervelende is dat je ook weer terug moet met al die boodschappen en in die bloed hitte en met die zware tassen (water weegt toch echt een kilo per liter) kom ik dan met de tong op de schoenen weer bij de auto.
Tot nu toe is het alleen laten van mijn auto goed gegaan. In de late middag is het , indien mogelijk wat zwemmen in een van de omliggende diepe putten (bore-holes heten die in het Engels geloof ik). Is niet altijd mogelijk want als de boer op die dag water uit de put pompt staat het water nivo nog wel eens zo laag dat je niet meer uit de uit kan komen. Er zit een soort trapje langs de zijkant maar die treden gaan niet helemaal tot de bodem.
De omgeving hier is droog, ook hier heeft men last van langdurige droogtes. Er groeien heel veel doorn struiken. Bijna alles wat groen is heeft dikke vette scherpe doorns, je moet echt oppassen waar je loopt. Maar zelfs met uitkijken trap je regelmatig in een flinke scherpe doorntak en prikt de doorn door je schoenzool je voet in. Pijnlijk, ik heb zeker 40 extra luchtgaatjes in mijn schoen, en ook in me voet dus. Wonder dat de lokalen veel op blote voeten lopen. Af en toe zie ik ze zo’n doorn uit hun voet trekken om dan weer vrolijk verder te lopen.
Volgens de lokalen hebben de Engelsen die hier geplant, hoe ze daar nou bij komen…

De 14e april weer gaan rijden, het begon weer te kriebelen. Bij de staatsgrens tussen Tamil Nadu en Andra Pradesh eens aan een drie sterren officier gevraagd (die persé mijn grens documenten wilde zien, maar me wel op koffie trakteerde ) en die verzekerde me dat ik Highway 18 moest nemen vanaf Chitoor. Dat ging ook vrij goed tot aan Cudappa. De weg was wat smal maar het was niet druk en het was prettig rijden, het ging dwars door het platteland.. Het was wat On-Indisch met weinig verkeer en dorpjes en mensen. Die mensen die je zag zagen er arm uit, ook de huizen waren armetierig. De omgeving was niet echt wonderschoon., Van die bergen met keien, die je ook in Hampi had gezien, verder was het erg droog en warm.

Vlak droog land met af en toe een handje stenen
Plots een bord dat ik een weg niet in mocht tussen 8 en 20:00 uur. Verboden voor vrachtwagens. Maar, zei de agent die de wacht hield bij het bord, voor 50 roepies mocht ik wel door. Ja dikke zeg ik, en maak aanstalten om terug te rijden. Ok ok, zegt ie, doe dan maar 20 roepies. Ik zucht, druk hem twee tienen in de hand (32 cent) en rijd verder. Na Cudaappa werd de weg van Indiase kwaliteit en het verkeer werd drukker. Dat schoot niet zo hard op en Hydrabad, mijn doel was toch maar even 600 km. Na 295 km in een veld geparkeerd en ongestoord de nacht doorgebracht. Was wel vroeg wakker, want om kwart voor vijf in de ochtend begon er al een tempel in de buurt te mekkeren. Met luid gezang en geklap (ik neem aan een bandje) werd de nieuwe dag ingeluid. Wel wat vroeg hoor.

Ik heb in eerdere verhalen een aantal buitenlandse wetten besproken, tenminste, zoals ik vermoed dat ze in het wetboek van dat land staan, De wet van eigendom van India zal ongeveer zo luiden. Als het niet van jou is, mag je er ieder geval naar kijken. Als het van een buitenlander is , MOET je er naar kijken en mag je het aanraken. Als je de buitenlander niet kent, MOET je het aanraken, betasten, bevoelen, er op drukken, er aan trekken. Als het dan nog niet stuk is moet je de hele serie herhalen.
Eerste Amendement op wet…Dit mag je ook doen als je de buitenlander wel kent, maar het liefst als ie niet kijkt.
Amendement 2.

Mocht het voorwerp los komen, afbreken of kapot gaan , is het jouw eigendom en mag je het meenemen. Ook is het nietnjou schuld datbhet kapot gegaan is.

Bij een spoorwegovergang wordt nog steeds alles geblokeerd

Verder door naar het noorden richting Hydrabad was als een trip met louter deja-vus. Men was het stuk weg van national highway 7 aan het four-lanen, dat betekend dus 250 km weg opbrekingen, India style. Omdat het landschap erg leek op dat van eerdere trips, en het bouwen van 4 baans weg veel leek op eerdere trips, was het net alsof ik deze weg al had gereden. De dorpjes leken zelfs hetzelfde, en af en toe kan ik zweren dat ik er al geweest was. Ik snap trouwens absoluut niet waarom ze maar 4 banen maken. Dat heeft helemaal geen zin in India, want als die klaar zijn worden die buitenste banen gelijk gebruikt voor van alles behalve verkeer.

 

Ze kunnen beter gelijk 12 baans maken, 6 elke kant. Dan kan de buitenste baan gebruikt worden voor pissende mensen (Indiërs stoppen te pas en onpas om te zeiken. Is ook niet zo raar, na elke maaltijd klokken ze 3 of 4 glazen water naar achteren, en wat er in gaat…). Ze kunnen dan de vijfde baan gebruiken om verkoop stalletjes op te bouwen. De vierde baan voor auto’s en bussen om te stoppen, de derde baan voor al het langzame verkeer als ossen, koeien, fietsen, vreet-karretjes, goden op wielen en meer van dat soort ongein. Dan zijn er nog twee banen over voor normaal verkeer en dan zit er tenminste schot in.
Maar goed, het verkeer werd steeds drukker naarmate ik bij Hydrabad in de buurt kwam. Reed op een paar cm na een rikshaw oftwel tuktuk omver. Die kwam gewoon de hoofd weg op zetten, zonder te kijken of er verkeer aankwam, ik reed net bijna 60 en kon door vol in de remmen te hangen hem echt nog maar net ontwijken. Niet dat ie sorry zei of zo, dus heb hem maar even gesneden, en hem in het Nederlands verteld dat ie de grootste uilskuiken van India was, en dat als ie zelfmoord wilde plegen, of die dat dan eerst aan zijn uitpuilende klanten wilde vragen. Na een paar ferme klappen op zijn dak, ben ik weer fluitend verder gereden.

Ook als er een God over straat gaat, wordt gelijk alles stilgezet
In India heerst een onderbroeken cultuur. Men schaamt zich niet om in ondergoed de straat op te gaan. Veel wegwerkers, werken vanwege de hitte in ondergoed. Het is een kledingstuk dat normaal is. Heb zelfs van de week een man in zijn onderbroek gezien, en daar haalde die uit een piepklein zakje (nee niet die) wat losgeld. De onderbroek is verheven tot jeans van India. Wat een lol. (inkoppertje).

In hydrabad aangekomen op zoek naar het fort aldaar, wilde er voor de nacht parkeren. Volgens de LP is het DE cq HET attractie van Hydrabad, dus ze zullen er toch wel een parkeerplek hebben neem ik aan. De weg er naar toe was belachelijk en schandalig, echt op z’n India’s. Je zou denken dat zo’n top attractie toch een redelijke weg heeft, maar nee hoor. Via weggetjes die zo smal waren dat ik echt bang was om vast te komen te zitten, moest ik 10 km naar het fort, gedeeltelijk door het eigenlijke fort zelf, wat nog bewoond is. Mijn auto paste nog net door de ingang van zware beslagen deuren met punten, tegen de olifanten. Deze Olifant perste zich overal doorheen, om moe te parkeren op een stoffige naar pis ruikende zandparkeerplaats. Gelijk overvallen door een horde kinderen, maar daar had ik even geen zin in, zeker niet toen ik ze wat oneerbiedige dingen hoorde roepen. Toen ik even naar het Fort liep om te kijken hoe laat ze open waren, zag ik bij terugkomst twee kids tegen mijn banden staan schoppen. Die lui zijn toch echt helemaal van lotje. Ze zagen me niet aankomen en toen ik achter ze stond schreeuwde ik ze eens flink in de oren dat ik hun zo zou gaan schoppen. Ze holde weg, maar 5 minuten later kwam de grootste, van een jaar of 14 terug om zich te verontschuldigen. Ik vroeg hem wat hem bezielde om zo tegen een auto aan te gaan schoppen. Ja maar uncle, ik vond je wielen zo groot, en je auto zo mooi. Dus, zeg ik tegen hem, dat is Indische stijl, als je iets mooi vind ga je het maar vernielen? (en dat is ook zo). Hierop werd ie rood en wist niks te antwoorden en droop af.

Het fort van Hydrabad, aardig maar niet spectatculair

Bij het Fort wemelde het van de muggen, als je even buiten stond ‘s avonds werd je echt aan gevallen. Met de generator en de airco aan was het wel te doen om binnen te zitten, maar toch zaten er ochtends minstens 50 muggen binnen. Blij dat ik een muskieten net heb, maar zelfs daar zaten 3 muggen in (hoe presteren ze het?).

Het fort was geinig, maar niet meer dan dat. Het verhaal doet de ronde dat er een kamer is die zeer akoestisch is, zodat je aan de ene kant het gefluister van iemand aan de andere kant kan horen. Dat is leuk in India, want hier hebben ze natuurlijk de klepel gehoord, maar de klok niet gezien. Alle Indiers, inclusief de gidsen, lopen dus in elke kamer, door het hele fort te klappen of geluidjes te roepen. Verder was mijn entree 20 maal hoger dan de lokaal, was er vrijwel geen uitleg ergens, en was er geen stukje muur onbeklad of ongekrast, namen, kreten en andere ongein. Weinig respect voor hun eigen erfgoed hoor.
Het uitzicht van boven was wel aardig, maar voor ik boven was, was het bijna 10 uur en was de zon al weer zo fel dat foto’s erg flets werden.

Hierna maar door gaan rijden, maar voor ik verder kon moest ik me eerst door Hydrabad en Secondrabad worstelen, van een rondweg hadden ze hier nog niet gehoord. Dat nam twee uur in beslag. Hierna kon ik me lol weer op, ze waren ook dit stuk weg aan het four-lanen. Toch viel dit keer de overlast mee, tot op een gegeven moment een stuk heel erg slecht werd. Toen me auto maar in een veld neergezet om half zeven, het was nog steeds 36 graden. Puf.

De dagen erna gestaag door naar het noorden gekacheld. De wegen werden steeds slechter, maar ik was wel wat gewend. Toch presteerde ik het op een dag om 6 keer alle vakken in de cabine leeg te krijgen. Meestal als je een hobbel of snelheids heuvel (lees berg) niet ziet. Dan zit je met je kop tegen het plafond en ligt de inhoud van alle vakken op de grond. Dat het eens gebeurt, ach dat weet je, soms let je iets minder goed op de weg conditie, maar meestal zijn het hobbels die echt niet te zien zijn. Na de 6e keer heb ik wel mijn frustratie even uit het raam geschreeuwd ondanks dat het natuurlijk eigenlijk mijn eigen schuld is. Als je niet goed kijkt….Kawaaaammmm.

Ik weet dat ze een mooie rondweg hadden rond Nagpur maar vanuit het zuiden komend kon ik die niet vinden en ik moest de hele stad door, warm druk en zwaar. Gelukkig kon ik met behulp van mijn tracklog de goede keuzes maken bij splitsingen, want ook hier hebben ze nog nooit van een bord gehoord. Gokken en vragen is dan het devies.

Daar gaat weer zo’n God, heel wat denk je, maar nee hoor, gewoon klein K-beeldje
Vlak voor Jabalpur vond ik een perfect slaap plek, zo schitterend en rustig heb ik ze weinig gehad in India. Aan een rivier die voor 90% droog stond, in een vallei, het werd een schittereden nacht. Was het om 9 uur in de avond nog 32 graden, later in de nacht koelde het af naar 21 graden, zo lekker. Heb die nacht dan ook super geslapen. Haalde de dag daarop zowaar Khajuraho, een van mijn favo tussenstops. De vorige keer moest ik 100 km ervoor overnachten omdat ik het niet haalde. Zo zie je dat de wegen toch echt verbeterd zijn. Hier en daar een mooie (maar dure) bypass, hier en daar vers nieuw asfalt ter vervanging van de gatenkaas, jaja, India gaat langzamerhand vooruit. Als ze dat onderhoud nou eens beter deden dan kon het best nog wel eens wat worden.

Aangekomen in Khajuraho parkeerde ik bij het Payal Hotel. Daar waren ze een zwembad aan het bouwen en hadden maar even vrijwel alle bomen wat …kortgewiekt, maar dan super kort. Gevolg was dat er geen schaduw meer was en na 2 dagen kon ik de hitte niet meer uithouden en verkaste naar Hotel Nahil, iets verderop maar met genoeg beschutting om het uit te kunnen houden.
Er heerste nog steeds een ernstig water probleem in dit gebied (trouwens in grote delen van midden India). Het heeft hier al drie jaar niet geregend. Kan je je het voorstellen wat er dan gebeurt. Het grondwater peil zakt steeds verder, en water wordt schaars. De mensen halen hier hun water nog uit putten en waterpompen maar die vallen op een gegeven moment droog. De lokale bevolking moet dan water gaan halen bij de paar pompen die diep genoeg zijn aangeslagen om nog water te geven, gevolg is overal zie je mensen die slepen met water kruiken en plastic containers. Een paar slimmeriken zijn gaan graven, en dan moet je diep gaan hoor. Maar als je dan water hebt, heb je een goed handeltje. Een tankwagen met water levert 10.000 roepies op en in principe kost het water hun niks. Het graven wel natuurlijk, maar als je eenmaal water hebt dan vloeit het geld ook binnen. Je mag niet zomaar een groot gat graven, dus wat doet men, offer je huis op, binnen de vier muren ga je graven en bingo.
De hitte is beklemmend, dit jaar weer erger dan het jaar er voor. 44 graden in de middag is niet lekker. Als er dan een windje staat is het een föhn die zo warm is dat je lippen hoort kraken. Een ventilator aanzetten is ook niks, wat die blaast alleen maar super warme lucht. Maar goed, de tijd krabbelt zo voort. Ik ga eens naar het bijgelegen Chhatarpur voor wat boodschapjes, praat eens met die of geen, en probeer mijn gezondheid er boven op te brengen. Er is dus niet zo veel te melden, dus ik zal een paar kleine dingetjes aanhalen die me opvielen.

Ik stond met een ‘kennis’ te praten, die zich afvroeg of ik geen baantje voor hem had. Ondanks dat ik drie keer zei dat ik dit niet had, vroeg hij of ie langs kon komen bij mijn auto om daar over te praten. Ook niet de lulligste zei ik ok, wanneer wil je komen, zorg ik dat ik er ben. Trimorrow zegt ie. Ik frons mijn wenkbrauwen`, had geen idee waar ie het over had, tot het lampje ging branden. Two-morrow is morgen, dus tri-morrow moet overmorgen betekenen. Haha, lekker Inglish is dat. Trimorrow, die houd ik erin.

De 9 uur bus naar Chhatarpur, die ook door rijd naar Agra (aankomst daar 12 uur later), maakt een ontzettende lawaai. Dit keer niet alleen de tuter en de motor, maar alle ramen zitten los in de aluminium panelen en ratelen bij elke hobbeltje, constant dus.

Gisteren reed er een jeep hier 100 meter verder de weg af, kwam op zijn dak terecht. Toen ik zei dat het wel een Indische chauffeur geweest zal zijn werd ik berispt. Nee, zei men, die man is een heilige, hij heeft twee kinderen gered die op de weg stonden. MMmm, ja, zo kan je het ook omdraaien natuurlijk. De waarschijnlijkheid dat die man of te hard reed, of niet goed uit keek (anders had je die kids toch al lang gezien), of gedronken had of een combinatie van deze factoren, daar werd niet aan gedacht.

Ik sta hier omdat ik wacht op de komst van mijn bovenraam. Ik heb twee adressen waar ik vast kan staan, dat is hier of in Nepal. Maar daar regent het nu veel, en ik durf het niet te gokken om daar pas mijn raam te zetten, want misschien lekt het oude raam wel. Dus genoodzaakt om het hier in de hitte af te wachten.
Zoalng ik dus niks mee maak, zal ik weinig te melden hebben. Nou ken ik mezelf, het zal dus vast wel goed komen.