20080700 – Juli 2008, De enge mooie weg naar Leh (India)

Begin juli 2008, de enge weg van Manali naar Leh (India)
Dit is het tweede deel van mijn verhaal van Pokhara naar Leh, het andere verhaal staat hieronder.
Het moest er toch eens van komen. Na twee eerdere pogingen wilde ik nu toch echt de enge weg van Manali naar Leh rijden. Dit is de hoogst ‘berijdbare’ weg ter wereld met drie hoge passen, een van 4900 een van 5000 en een van 5200 meter. Aangelegd op zijn India’s , dus dan weet je het wel, weg der hel…..?
Dit verhaal beslaat uit veel foto’s, die zeggen meer dan mijn gewauwel

Na 2 dagen in Manali te zijn geweest (erg druk) vertrok ik op woensdag 2 juli richting Leh. Dat ligt 470 km verderop in de Himalaya. Als eerste uitdaging wachte me de Rothang pas op 50 km afstand, een van de gevaarlijkste bergpassen ter wereld zegt men. En dat bleek ook. Ik ben wat gewend, heb de Karakoram Highway in Pakistan gereden, Heb de Bolan pass gedaan, maar dit was toch weer wat anders. De weg was belabberd, en dan zeg ik het netjes. Zoals vaak in India, er word ooit asfalt op gelegd en dan denkt men dat het de komende 50 jaar wel goed blijft. Ja, dan weet je het wel. Dat, in combinatie met een weg die vrijwel stijl omhoog gaat, het vele verkeer en de soms zeer gevaarlijke bochten maakt de Rothang pas inderdaad de gevaarlijkste en engste weg die ik gereden heb. In het begin valt het mee, en kom je slechts ongeveer 500 winkeltjes tegen (ik overdrijf echt niet want de winkels zijn genummerd) die warme kleding verhuren. Dit voor de Indiase toerist die zijn/haar zaakje blijkbaar graag warm houd.

Kleding te huur

Boven aangekomen is het een circus. Wat was ik blij dat twee dagen geleden het Indiase vakantie seizoen afgelopen was. Maar zelfs nu was het erg. Veel India’ers, gekleed in hun gehuurde dikke kleding staan te apegapen naar een minuscuul stukje sneeuw wat er nog ligt.

Met z’n allen op een klein vies stukje sneeuw

Dit wordt dan ook zo druk bevolkt dat je de sneeuw niet eens meer kan zien van de viezigheid. Uiteraard kreeg mijn auto ook de nodige bekijks, en toen ik niet snel genoeg de deur achter me dicht trok stond er een India’er bij me binnen. Ik heb hem met een ferme duw eruit gewerkt met de opmerking dat Indiërs blijkbaar geen manieren hebben (wat een hoongelach bij zijn vrienden teweeg bracht).

Het was 12 graden boven nul, gekke mensen daar

Een van de nare dingen van die weg zijn die Indiase toeristen. Die huren benee een auto met chauffeur en stomen dan zo snel mogelijk die berg op. Ze moeten in een dag op en neer, dus tijd is belangrijk. Die chauffeurs hebben de tuter ziekte natuurlijk, en daar heb ik een leuke ding op gevonden. Leuk voor mezelf, want ik zit me op te vreten als er achter me een auto continu blijft claxonneren dat ie voorbij wil, terwijl die kan zien dat het niet mogelijk is.

Slechte en smalle wegen, daar willen ze me inhalen

Wat doe ik dan, ik stop mijn auto op een zeer smal stuk weg zodat er echt niemand langs kan schieten, stap uit, en vraag wat er aan de hand is. Met een dom gezicht zeg ik…je tuterde zo veel, ik denk ik heb een lekke band of zo? Haha, je ziet die chauffeur koken, maar hij kan niet boos worden want ik ben toch heel oprecht (ahum). Zijn tuter gedrag kost hem dan 5 minuten, en ik heb tijd zat.

Na de top van de Rothang pass, die een hoogte van 4000 meter heeft gaat het onmiddellijk weer super stijl naar beneden. Daar aangekomen, in het plaatsje Koksar was ik kapot. Het was bijna 4 uur dus hield het voor gezien. Heb die dag, in bijna 9 uur rijden, 70 km gereden. De stoptijden eraf getrokken geeft dat een gemiddelde snelheid van 13 km p/h.

Ook naar bene veel haarspeldbochten

Volgende dag werd de weg iets beter. Let wel op, relatief. Maar het grootste verschil was dat er weinig verkeer was. Al die dagjesmensen die naar de Rothang gaan, stoppen daar en gaan weer terug. Dus alles wat overblijft is lokaal verkeer en redelijk veel vrachtwagens en tanker trucks. Maar die zijn gewend om in de bergen te rijden en gaan niet al tuterend achter je lopen dreinen als een klein kind.

En daar tufte ik op 4000 meter

Kwam wel Rick tegen, een Amerikaan/Fransman die naar Leh onderweg was…op de fiets. Heb hem een bakkie thee gemaakt. Verder rijdend kwam ik in ZingZingbar. Luidkeels gezongen maar ik kon geen bar vinden.
De weg volgde een rivier en ging dus door dalen heen. Niet echt spectaculair. Had wel wat hoofdpijn en nekpijn waarschijnlijk wat last van de hoogte. Na een paar uur was ik bij Keylong. Dat is een kleine plaats met nauwe straatjes. Daarna een leger plaats en vanaf daar werd de weg weer spectaculair.

Slechte wegen maar spectaculair mooi

Man man wat kunnen die Indiërs een klote wegen maken, maar oh oh wat spectaculair. Zo stijl een helling omhoog, klim partijen van bijna 1000 meter per keer, haarspeldbochten…de een na de andere. Op een plek ware er 29 zigzags na elkaar. Soms werd ik echt duizelig van de afgronden en vergezichten. Op de kaart ( GPS) leek het of je stil stond want je reed in principe alleen maar zigzaggend omhoog. Afgrijselijke afgronden, ijzingwekkende smalle weggetjes, ik had 150% concentratie nodig. Soms stukken weg dat ik denk…hoe kom ik in Godsnaam hier doorheen. Gelukkig staat mijn MAN zijn mannetje en lukt het op den duur altijd wel weer. Gletsjers met hangende pakken sneeuw pal boven je, het is met geen pen te beschrijven. Halverwege de tweede pas werd de weg weer superslecht en schoot het dus niet op. Ik had gelukkig een iets kleinere draaicirkel dat Ad en Susan (www.diverontheroad.com) zodat ik bij haarspeldbochten niet hoefde te steken.

Het leek de maan wel af en toe

Boven aangekomen (bijna 5000 meter) was het al 5 uur. Naar beneden hobbelend met een vaartje van 5 km p/u kwam ik op het eerste stuk drie vrachtwagens tegen terwijl er geen paseer mogelijkheid was. Links een gapende afgrond, en ik moest een heel stuk achteruit rijden. Dat koste me bijna mijn leven want ik zag het stuk weggezakte weg niet en reed er bijna in. Ik denk dat het 5 cm heeft gescheeld. Besloot om een slaapplekje te zoeken. Die vond ik op 4600 meter, op een grasveldje met uitzicht op schitterende rode bergen.

Uitzicht op schitterende bergen

Ik genoot van het uitzicht en de stilte want toen het eenmaal donker was, was er geen verkeer meer. Wel werd het koud, erg koud, en die nacht zakte de temperatuur naar 4 graden! Oh wat lekker. Minder leuk was dat ik ‘s nachts last van de hoogte kreeg. Ik sliep erg slecht, schrok om de paar minuten wakker met een ademgebrek en lag dan weer een paar minuten te hijgen. Na weer ingedommeld te zijn werd ik na een paar minuten weer wakker, alsof iemand mijn strot had dicht geknepen en moest ik weer een paar minuten hijgen om bij te komen. Ik werd een beetje bang want hoogteziekte kan dodelijk zijn als het ernstig word. En daar stond ik, midden in de vergetelheid, op een berg op 4600 meter hoogte, geen persoon in kilometers omtrek. Er is maar een oplossing en dat is afzakken naar lagere hoogtes. In het donker op deze enge wegen rijden was in mijn opinie echter een laatste redmiddel dus ik probeerde de ochtend te halen. Om 4:45 was er voldoende licht om te rijden en besloot ik mijn wonderschone plek te verlaten. Was nog even bang dat mijn diesel de kou niet zou hebben overleefd (en zijn gaan vlokken), maar dat viel mee.

Verre uitzichten

De weg, die super super super slecht was ging langzaam omlaag en na 2 uur rijden was ik op 4000 meter, voelde ik me een stuk beter en stopte ik voor een welverdiend ontbijtje.

Verder hobbelend was het schitterend. Stopte om koffie te maken en terwijl ik dat deed stopte er een motor naast me. Hierop zaten Becky, Sam en Isaac, een Engels stel met hun 3 jarig zoontje. Die hadden ook een truck maar hadden ze in Keylong laten staan en waren met de motor verder gegaan. Hun truck was een oude man CAT, een joekel en een diesel slurper. Ondanks dat ze 1000 liter diesel konden meenemen wilde ze die niet verstoken op deze bergen en waren overgestapt.

Becky en Sam

We dronken wat koffie en namen afscheid. Ik nam nog wat foto’s maar elke keer als ik de auto uit ging en een stukje liep was het net alsof ik de vierdaagse had gelopen. De hoogte sloeg wederom toe. Toen ik om half 4 in Pang aankwam (een tentenkamp) zat Sam en Becky al op me te wachten. Het was een leuk stel en we kookte in mijn auto en dronken een biertje. Ik zou ze de volgende dag weer tegenkomen, maar in ongelukkigere omstandigheden.

De vierde dag rijden begon wederom met stijl omhoog gaan. Op 4700 meter was er een plateau. De weg waren ze aan het opbreken en je was bijna verplicht om offroad te gaan rijden. Nou vond ik dat niet zo erg, dus scheurde ik heerlijk over de zandvlakte, een vette pluim met stof achter me latend. Ik voelde me net mijnheer de Rooy, die met zijn MAN altijd de Paris-Dakar reed.
Echter werd het terrein steeds meer oneffen en de kans op een onverwachte hobbel werd steeds groter, mijn snelheid dus steeds minder. Aan het eind van de zandvlakte wederom een steile klim en halverwege die klim haalde Sam&Becky mij in op hun motor. Ik vroeg hun om wat foto’s van mijn auto te maken als ze wat verderop waren.

Daar rijd kale cas, in het kale landschap

Vreemd genoeg stonden ze stil op de weg een paar kilometer verder en zat Sam op de grond. Een hele grote steen was waarschijnlijk door de band van een tegenligger omhoog gesprongen en had met vol op zijn arm geraakt. Hij vermoede dat het gebroken was. Als motorrijder was dat een probleem. Hij nam een paar aspirines en keek het even aan. Na wat overleg parkeerde ik mijn auto op een paseer plek, we lade al zijn bagage in mijn auto, zijn vrouw Becky en kindje Isaac ook, en hij verbeet de pijn en reed met zijn motor richting Leh. Dat moet hel geweest zijn voor hem maar een ander oplossing was er niet. Boven op de hoogste bergpas aangekomen (5200 meter) was er geen zicht op Sam, die dus blijkbaar doorgescheurd was. Er was wel zicht op een rood lampje op mijn dashboard. Oh jee, het EDC lampje ging branden, en das niet best. Moest er niet aan denken midden op deze berg te stranden met een stukke auto. Echter, toen ik aan de andere kant weer naar benee reed en ik onder de 4900 meter kwam ging het lampje weer uit. Pfew. De weg was weer erg slecht maar de uitzichten wonderschoon.

We zijn er bijna…..

Onder aangekomen bij het eerste durpske zat Sam daar al te wachten. Zijn arm was heel pijnlijk maar hij kon nog wel door meende hij, dus hoppa, op naar Leh, dat nog maar 50 km over redelijke wegen was. Dit was ook het mooiste stuk weg, naar beneden door een nauwe kloof met schitterende gekleurde bergen aan beide kanten.
Kan de volgende dagen genieten van leh, en mijn auto ontstoffen, want alles maar dan ook alles zit onder een dikke laag stof…

Nog een gouden tip voor iedereen die in India rijd of gaar rijden. Zet je spiegels niet helemaal vast. Niet los laten bungelen maar zo dat als je er ene klap tegen geeft, ze mee geven. Dit zodat als er een kneus tegen je spiegel rijd (en geloof me, dat gebeurt) dan breken ze niet af maar schuiven met de klap mee. Op sommige wegen is het elkaar passeren millimeter werk, en Europese spiegels steken erg ver uit. Dat heeft mij toch al wel zeker 3 keer een spiegel gescheeld.