20080700 – Juli 2008, Leh (India) en het Hemis klooster

Begin juli 2008, Leh en Hemis (Noord India)
Leh was niet helemaal wat ik er van verwachte. Waarschijnlijk had ik het verkeerde verwacht. Dat krijg je als je twee jaren lang er probeert te komen, het niet lukt. Het creëert dan iets mystieks in je hoofd, en dat leeft dan nooit op aan de verwachtingen. Niet dat Leh niet leuk is, begrijp me niet verkeerd. Maar ik had een soort mini-Lhasa verwacht. Immers was er de imitatie Potala-Palace (het oude paleis van de Daila Lama), veel kloosters en veel Tibetanen. Ik had dan ook een soort van mystieke spirituele stad verwacht, donkere steegjes en overal boter kaarsjes die branden. Maar Leh was meer een soort van Goa in de bergen met veel guesthouses en hotels, heel veel hippies en veel en heel veel toeristen. Het resultaat is dan natuurlijk heel veel toeristische winkeltjes, Indiase verkopers (dus voor je winkel gaan staan, aan je ballen krabben en met je vinger naar je winkel wijzen als er een toerist voorbij loopt, alsof dat de toerist naar binnen zou lokken).

Leh ligt achter me
Er waren natuurlijk wel aardig wat bezienswaardigheden in Leh, niet in de laatste plaats de locatie midden tussen de bergen, de besneeuwde pieken, de valei die meer Egyptisch overkwam dan Tibetaans (daarover later meer). Leh lag op de oude handels route tussen India en China. Leh is nog niet eens zo lang open voor buitenlanders, pas in de 70ger jaren begon het toerisme hier enige vorm aan te nemen. Maar vanaf die tijd is het dan ook wel hard gegaan. Maar een gevolg is dat een groot gedeelte van de stad nog in de oude vorm is, zandstenen huizen met zandstenen muren er om heen, en dat maakt Leh wel heel apart.

Leh zonder mijn lelijke hoofd
De grote trekpleister, net boven het centrum van Leh was het Archeologische museum (oude paleis, in de vorm van het Potala in Lhasa) en het even oude, vervallen nog oudere Leh paleis met het daarboven gelegen Victory tower, vanwaar er een geweldig uitzicht over Leh en omgeving was.

Het oude paleis-nu-museum
Rondom Leh had je ook nog diverse kloosters en stuppa’s die de moeite waard zouden zijn om te bezoeken, dus ik zou me wel bezig houden. Heb er twee jaar op moeten wachten, en nu zal ik er ook van genieten ook.

Had mijn auto geparkeerd in Buddha’s guesthouse, zo’n 10 kilometer uit het centrum. Dit was op advies van Ad en Susan, die hadden me verteld dat het vrijwel onmogelijk was om in het centrum zelf te parkeren. Bestede dan ook mijn eerste dag aan het huren van een bromfiets, en vond een scooter voor 1750 roepies voor een week, exclusief brandstof (uiteraard) en verzekering (die hadden ze niet). Hiermee kon ik mooi de omgeving gaan verkennen zonder dat ik met de fiets hoefde. De omgeving was nog heuvelachtig, zoals je wel kan vermoeden midden in de bergen, en fietsen op deze hoogte vond ik geen goed plan (ok ok , ik was ook wat lui).

Kloosters genoeg hier, en geen straf erin te zitten
De eerste volle dag in Leh bestede ik aan het bezoeken van de Victory Tower met uitzicht, het doorcrossen van Leh en omgeving (en heerlijk de weg kwijt geraakt te zijn), en het up to date brengen van mijn internet site (moet toch wat leesvoer geven, anders wordt mijn familie ongerust).
Dag twee en drie ben ik rustig de bezienswaardigheden in Leh gaan bekijken en heb ik een boek over Ladakh gekocht, zodat ik eens rustig kon gaan plannen hoe ik de komende maand door zou aan brengen.
Na grondige studie bleven er vier dingen op mijn programma staan. Eerste was een bezoek aan het Hennis klooster, alwaar er een festival was op 12 en 13 juni. Dat is een van de weinige festivals die in de zomer plaats vinden en scheen een echt Tibetaanse happening te zijn. Tweede was een bezoek aan de Nubra vallei, via de hoogste bereidbare pas ter wereld van 5600 meter en aldaar een bezoek aan de zandduinen. (Jaja, zandduinen midden in de bergen). Derde was een dag trip met bezoek aan diverse kloosters ten westen van Leh, en als laatste een bezoek aan het Tso Moriri meer. Dit laatste kon ik mooi via de terugweg naar Manali doen.
Op mijn door-scooteren van Leh ontmoete nog een Duits stel dat met hun Mercedes ook hierheen was komen rijden. Ontmoete wederom het Franse stel met hun landrover die ik zowel in Khajuraho als in Pokhara tegen kwam, ik had het er maar druk mee. Later bleken er ook twee Nederlanders, onafhankelijk van elkaar, hier rond te rijden, een ervan, met daarin Karlijn en Roger, ontmoete ik later in Hemis en op de terugweg van Hemis reed ik bijna tegen een Belgische camper op. Wilde tevens een dag eerder naar het Hemis klooster rijden om daar een goede parkeerplek te bemachtigen voor de twee daagse festiviteiten.

Foto’s rondom het Hemis klooster en tijdens het festival
Al zo mijn plannen uitvoerend vertrok ik de 11 juli richting Hemis klooster. Dit was maar 50 km van Leh, dus maakte een tussenstop in Thikse klooster (imposant maar wel wat saai) en reed bijna tegen een Duits stel aan met een gewone (mooie) camper. Dat waren echte Duitsers, beetje saai maar zeer gründlich, veel contact had ik er niet mee. We parkeerden beide op dezelfde parkeerplaats bij Hemis. Het was nog niet eenvoudig er te komen. De weg was erg smal, dat is niet erg, maar vlakbij het klooster waren ze allemaal etens en kermis achtige tentjes aan het opzetten. De zeilen spande ze met touwen vast, alleen deden ze dat over de weg en op ongeveer 3 meter hoogte. Daar ik 3,4 meter ben. Kon ik er niet door. Toen ik echter gebaarde dat ze of de touwen omhoog moesten doen, of ik gas zou geven, werd er met een bezem wat geholpen en kon ik door. Die avond wat met monniken en jan en alleman lopen praten.

Foto’s rondom het Hemis klooster en tijdens het festival
De dag van het festival was het slecht weer. Het regende vrijwel de hele dag, en dat is niet leuk op een festival. Bemachtigde een super plekje bij de manifestatie door erg vroeg te gaan zitten. Had koffie mee, mijn eigen klapstoel en ging zitten te wachten tot het programma begon. Helaas werd ik (en alle andere) er weg gestuurd, we zaten op de plek der monniken en ik verkaste naar een plek naast het Franse echtpaar. Had er de pee in maar het bleek later een betere plek te zijn. Alleen was het niet overdekt, en met dit weer was dat wat minder.

Het Tse-Chu festival, waar ik op zat te wachten viert de geboorte van Padmasambhava. Het duurde en duurde maar, maar om half 11 begonnen dan eindelijk de festiviteiten met het binnenlopen van een paar fraai uitgedoste fluiters. Dit werd gevolgd door dansende gemaskerde monniken die met hun dansen diverse mystieke dans-drama speelden. Slechteriken met enge maskers, goedzakken met lieve maskers, veel dansen, veel muziek, allemaal bijzonder prachtig. Het was koud en het regende af en toe. Er bleef maar volk binnen stromen en mijn mooie plekje, dat ik vanaf 8 uur had verdedigd, werd zo vol dat ik bijna de festiviteiten niet meer kon volgen.

Foto’s rondom het Hemis klooster en tijdens het festival
Er braken wat woorden uit met mij en andere mensen die netjes op tijd waren en hadden zitten wachten in de natte kou, met asociale toeristen die te laat waren en maar over voor gingen zitten. Het hielp echter niet, er waren te veel mensen. Ook waren er een aantal zeer irritante toeristen die vonden dat ze Jan-de-Fotograaf waren en die sprongen dan minder onder het feest voor de dansende monniken om zo foto’s te maken. Man man, koop een telelens of zo. Hoe dan ook, het was erg mooi en ik heb te veel foto’s gemaakt (voor het eerst was mijn camera vol. Ik heb wat collages gemaakt, kijk daar maar naar. …

Foto’s rondom het Hemis klooster en tijdens het festival
Na het middaguur liep ik Karlijn en Roger tegen het lijf die met een landcruiser onderweg waren. Ik had er ooit al eerder contact mee gehad via email en we wisselde ervaringen en verhalen uit. Die zal ik vast, net als de Fransen en de Duisters die naast me staan, wel weer tegen het lijf lopen ergens. Het bleef koud en regenen, en toen ik voor de late lunch in de auto zat hoorde ik wel wat muziek in de verte, maar bij navraag zou dat niks zijn. Anderhalf uur later ging ik toch eens kijken, en jar hoor, er was wel degelijk een show geweest, maar die was dus net afgelopen. Naja, ’t is nie anders.
In de nacht bleef het regenen en ook de volgende dag begon niet anders. Niet hard, maar steeds een bui. Het was wat minder druk, dat scheelde enorm. Bemachtigde weer een goed plekkie en zat met mijn thermos koffie, regenpak, camera en rol koekies te wachten op het begin. Dat duurde lang maar om half 10 kwamen er trommelaars en fluiters met het portret van de Abt naar benee. Volspanning op het vervolg vlogen de fluiters weer naar binnen na een kwartier. Het duurde daarna 2.5 uur voor er weer wat gebeurde, heel vaag. Maar ja, Budhisme en geduld gaan hand in hand. Voor de meeste toeristen was het geen makkie, die stonden in de kou te wachten.

Foto’s rondom het Hemis klooster en tijdens het festival
Om 12 uur of zo eindelijk het vervolg, de uitbeelding van het doden van het kwaad (een van deeg gemaakt minuscuul poppetje met een hele grote fallus). Dat gaat natuurlijk niet een-twee-drie, daar moet door vele verschillende figuren omheen gedanst worden, het moet dan dood gestoken worden, het word dan deels opgegeten en door de dood meegenomen. Daarna begon het te stort regenen wat jammer was, want het vervolg, een soort van duivelskindertjes die via allerlei grapjes het publiek vermaakte, soort rijst in het publiek gooide en kattenkwaad uithaalde. Helaas regende het zo hard dat het publiek weg liep en het spektakel een voortijdig einde kreeg.

Al om was het zeker de moeite waard ondanks de kou, de regen en het lange wachten. De variatie van de kostuums, de details, de muziek, de lange hoorns was een stukje Tibetaanse folklore die langzaam aan het verdwijnen is.