20080700 – Juli 2008, Leh/Ladakh(India) en de hoogste weg ter wereld. Of niet?

Midden juli, Leh en de hoogste weg ter wereld (Noord-India)

Zo midden juli reed ik wat ten westen van Leh en was het tijd om de hoogste weg ter wereld te gaan berijden, namelijk de weg naar de Nubra vallei. De weg was wel spannend maar de vallei niet zo. Verder had ik een ‘ontmoeting’ met de geheime dienst van het Indiase leger. En daar ik al twee keer in Pakistan was geweest, vonden ze me erg interessant.

Midden juli 2008, Leh en de hoogste weg ter wereld. Na Nemis keerde ik niet terug naar het Budha guesthouse. Ik vond het wat te ver van Leh. Later wilde ik wel terug, immers was er goed water en elektra te krijgen, de twee dingen (vooral water) die voor mij belangrijk zijn. Ook hier in het noorden van India is goed water moeilijk te krijgen, dat krijg je als je al je afval in het water gooit.

Onderweg even wat Karma punten scoren
Ik parkeerde net aan de rand van Leh, op een groot militair parkeer terrein, gelegen tegenover fort Zohawar. Dat was 10 tot 15 minuten lopen van het centrum, dus acceptabel, en het leek me er rustig te zijn. Dat was ook wel zo. Maar ja, ik ben wel in India. Om 6 uur begon er een luidspreker luidkeels Hindu gebeden te zingen. Ook begon er een cricket match, maar dat was minder erg. Mijn vraag aan een cricketer of dit de hele nacht zo door zou gaan werd me verteld dat het maar 2 uurtjes was, zodat de mensen konden bidden. Hoe men kan bidden in die herrie is mij een raadsel, maar ik ben dan ook geen Hindu. Ach twee uurtjes houd ik nog wel uit, en om 8 uur was de herrie dan ook over. De nacht heerlijk rustig doorgebracht…… tot 5 uur in de ochtend. Blijkbaar weer tijd om te bidden, de luidsprekers deden hun best nog meer herrie te maken dan de avond er voor. Zelfs mijn oordopjes hielpen niet. Besloot dan ook om die avond om de hoek te gaan parkeren en bestede mijn dag aan het lopen naar het centrum van Leh, het ontdekken dat internet vandaag weer eens niet werkte in de hele stad, een praatje te maken met het Duitse stel die mijn scooter hadden gebruikt en het vinden van een nieuwe douchekop. Om 2 uur was ik bij mijn auto terug. Behalve een briefje van Karlijn en Robert onder mijn ruitenwisser stonden er ook een stuk of wat paarden bij mijn auto, en een man die vroeg of ik me auto wilden moven omdat er op de zandvlakte een polo wedstrijd gespeeld zou worden. Niet erg want ik was toch van plan te verkassen. Net voor ik mijn auto wilde starten kwam Gerrit de Generaal op me af. Wie ik wel niet was, wat ik wel niet deed, enfin, de standaard vragen van een Indiër. Hij bleek toch wel een aardige vent die ook al een paar keer in het westen was geweest dus niet helemaal wereldvreemd. Toen ik opmerkte dat ik het Indiase leger nou niet zo hoog had zitten vond hij dat duidelijk niet leuk, en hij nam me, om het ‘goed’ te maken op rondtoer door het Fort en gaf persoonlijk verslag bij de polo wedstrijd. Verder gaf hij me thee, een glas water, en een hoop persoonlijke aanbevelingen. Toch wel leuk. We namen afscheid en ik liep weer naar het Centrum van Leh, om te ontdekken dat er nu wel internet was, maar dat de stroom was uitgevallen. Dus elk internet cafe had een of twee pc’s op een nood generator en omdat er al de hele dag geen verbinding was geweest waren de wachtrijen mij te lang.

Hier in de bergen vinden ze de weg te breed af en toe
In de avond, net onder het eten, kwam ineens het Belgische stel in hun oude camper aan rijden en parkeerde vlak naast me. Ze waren erg emotioneel en hun verhaal klonk in eerste instantie wat warrig, maar na wat praten begreep ik dat hun hond (ze hadden er drie bij hun) was aangevallen door een lokale hond en een paar flinke wonden had. Ze konden nergens een dierenarts vinden die de boel dicht wilde naaien en hadden nare ervaringen met het leger. Die had de enige dierenarts in de omgeving en die wilde hun niet helpen. Enfin, na lang zoeken vonden ze toch wat, en zo hebben ze hun hele dag gespendeerd om hun bloedende hond te helpen, niet eens het Hemis klooster gezien. Vandaar hun emotionele status.
De volgende paar dagen spendeerde ik aan lanterfanten, wat kleine klusjes opknappen, wat internetten, proberen een Iran visa aan te vragen vast via internet, het kletsen met Duitsers en Belgen, het aanvragen van vergunning voor Nubra, enfin, een hoop kleine dingen. Reed de 16e een kilometer of 40-50 naar het westen. Die weg kende ik nog niet. Na eindeloos militaire kampen kwam je in een soort maanlandschap terecht, erg fraai.
De 18e vertrokken richting Nubra. Had van Sam&Becky gehoord dat de weg redelijk was, behalve vanaf 20 km voor en na de pas. Dat klopte dan ook wel. Maar bagger was dan ook wel met een hoofdletter B hoor.

But wegen
30 km voor de pas een militair kamp en een controle post. Vergunning laten zien, paspoort, enfin, niks bijzonders. Maar toen ik weer verder wilde rijden hoorde ik ineens mijn naam roepen. Beetje vreemd, dus ik stop, en er stond een militair in uniform met allemaal lintjes en streepjes en die gebood me te komen. Had het eerst niet in de gaten, maar het was Bhupinder Shahi, de hoge ome die ik eerder tijdens de polo wedstrijd bij het fort ontmoete. Hij was bezig een rapport te maken over twee dode soldaten. Die waren omgekomen toen hun vracht auto het ravijn in dook. Ik had die auto zien liggen, en dat zag er niet best uit. Nu bleek dus dat beide rijders dood waren. Ze hadden pakken melk vervoerd en die lagen over de hele bergwand verspreid. Blijkbaar had hun stuur geblokkeerd, een euvel wat vaker voorkwam bij deze militaire voertuigen volgens Bhupinder. Ik kreeg een bakkie nescafe en ik begon die Bhupinder wel een aardige gast te vinden. Hij was erg open en wilde me graag helpen. Na een half uurtje weer verder gereden. Op bijna 5000 meter stopte ik bij een beekje om mijn water tank vol te gooien. Ik was toch met slang bezig dus spoot wat stof van mijn auto en realiseerde me dat ik waarschijnlijk de hoogste autowasser ter wereld was.
De temperatuur zakte naar 8 graden, zo koud had ik het overdag sinds jaren niet meer gehad. Verder omhoog dook er ineens een bever-marmot voor me neus. Dat is een van de lokale dieren hier, die ik ook in de Karakoram tegen had kunnen komen maar nu zag ik hem/haar dan eindelijk in levende lijve. Het was maar kort, en ik heb geprobeerd het op de foto te zetten maar heb alleen het achterwerk kunnen schieten. Die beesten zijn mooi, soort oranje kleur, zo groot als een bever. Zag trouwens ook veel patrijzen, kreeg water in mijn mond.

De pas hoogte volgens de Indiase overheid
Tja, dan het heikele punt van deze pas en weg. Volgens Indiase bronnen is dit de hoogst bereidbare weg ter wereld. Op de kaarten staat de pas aangegeven als zijne 5600 meter hoog. Maar, langzaam maar zeker beginnen er in publicaties andere hoogtes te staan. Namelijk 5300 meter. En dat was ook precies wat mijn GPS aangaf, 5371 meter om precies te zijn. Dat is nog steeds 600 meter hoger dan mijn vorig record (4700 meter Karakoram highway Pakistan) maar, waarschijnlijk dus niet de hoogst berijdbare weg ter wereld. En het woord berijdbaar is ook discutabel. Wat een hobbel pad.

De echte, niet gelogen hoogte
Op weg naar benee zag ik van verre al een militaire colonne aankomen, dus parkeerde op een plekkie zodat ze genoeg ruimte hadden om me te passeren. Het waren wel 50 trucks denk ik (allemaal leeg) en het duurde een dik half uur voor die allemaal voorbij waren. Ik was nog goed geen 10 minuten weer aan het rijden toen er weer een colonne aankwam. Dit keer had ik ze niet aan zien komen en ik moest mijn auto aan de kant zetten, maar op zo’n manier dat er nog maar net ruimte was om die dikke Tata militaire vrachtauto’s door te laten. Ik was als de dood dat ze mijn auto zouden beschadigen dus ik ging met handgebaren die militairen helpen. Ging gelukkig allemaal net goed. Maar was wel weer een minuut of 20 kwijt.

Daar beneden ligt Leh, en dat is al op 3500 meter
Verder naar beneden was de weg spectaculair mooi. De bergen waren een soort zandsteen en de rivieren hadden diep kloven er in gekliefd. Erg mooi. Om 6 uur vond ik een plekkie in het midden van de bergen, waar het super stil was, midden in de woestijn eigenlijk.
De dag er na bleef de weg erg spectaculair en qua kwaliteit best redelijk. De rivieren hadden zeer diepe kloven gegroefd in dit rode zanderige gebergte en de weg voerde langs diepe afgronden. Het weer was goed, de weg ook, lekker muziekje aan en mijn humeur kon niet beter. Genieten dus.
Vlak voor Khalsar een militaire post die beweerde dat de weg gesloten was vanwege een aardverschuiving, men adviseerde me links af te slaan ipv rechts. Tja, weinig keuze. Deze weg voerde ook naar Diskit, maar deze ging boven over de berg terwijl de normale weg onder langs de rivierbedding gaat. Deze weg was smal en op sommige plaatsen eng, maar zeker weer een gewaarwording. Plots zag ik iets doods op de weg liggen. Gelukkig was het maar een dooie steen, maar van een afstand was het net een dood beest. Veel auto’s die even stil moeten staan om wat voor een reden dan ook, leggen een steen onder hun achterwielen. Bij het wegrijden zullen ze die niet even van de weg afhalen zodat er vaak grote stenen midden op de weg liggen. Vaak erg irritant, zeker als je even niet oplet en er een vol pakt (he Casper!)
Het plaatsje Diskit was niet zo veel bijzonders en doorgereden tot de zandduinen. Ook die waren niet speciaal. Geinig, maar het was maar een vierkante kilometer of zo. Toch een heerlijk plekje gevonden om te parkeren. Was van plan er te slapen, maar laat in de middag verveelde ik me en besloot wat verder te gaan kijken. Dat duurde niet lang want na 10 km kwam ik bij een militaire post waar geen buitenlanders meer door mocht. Uit verveling maar een stuk terug gereden, mijn auto midden in de droge rivierbedding neergezet voor de nacht. En nu maar hopen dat het vannacht stroom opwaarts niet heel hard gaat regen, dan krijg ik natte voeten.

Die zanduinen waren niet spectaculair
De mensen die hier wonen zijn duidelijk van Tibetaanse origine. Spleetogen en platte bekkies. Maar zo anders dan de India’er. Veel relaxter en niet zo opdringerig. Dat maakt dit deel van India (kashmir) weer een heel andere ervaring, en zeker geen onprettige.
Ben nog steeds bij elke inspanning moe. Ik zit hier nu al twee weken op 3000-4000 meter en je zou denken dat ik er nu wel aan gewend moet zijn. Ik slaap nu goed en zo, maar als ik maar een trapje loop of eens wat werk doe, hijg..zucht en hijg… Goede reden om niks te doen natuurlijk.
Kwam tot de ontdekking dat mijn zonnepaneel lader het weer eens begeven had. Dat was niet de eerste keer en ik had gelukkig mijn ouwe originele laten repareren, dus het euvel was snel verholpen maar wel vaag.

De echte Nubra vallei die ik de dag daarop ging bezoeken zou wat meer te bieden hebben. Deze vallei is iets dieper/verder toegankelijk voor toeristen, maar uiteindelijk moet je ook hier weer terugkeren op je schreden. Toch kom je erg dicht bij de zogenaamde LOC (line of Control), de huidige, niet officiële grens tussen Pakistan, China en India. Kwam eerste een Duitser op een fiets tegen, daarna twee Nederlanders die naast me stopte. Ondanks dat ze geen drop bij zich hadden waren ze erg aardig en we hebben even staan kletsen. Spraken af om elkaar te zien bij de hotsprings. Dat was eigenlijk, naast natuurlijk de omgeving en de mensen, de grote trekpleister in de omgeving. Ik reed er echter pal voorbij. En ik bleef maar rijden, niemand die me stopte. De weg werd steeds slechter, maar ik denk, als ik er niet in mag stoppen ze me wel. Zag een politie post, maar er was geen hefboom over de weg, en dan stop ik echt niet hoor. Smaller en smaller werd de weg, en ik kreeg het vermoeden dat ik diep in verboden terrein aan het rijden was. Begon ineens te vermoeden dat ik dadelijk zo Pakistan of China in zou rijden, en dat was niet zo’n goed idee, dus bij de eerste gelegenheid keerde ik. Achteraf bleek het wel mee te vallen, heb dus niks stouts gedaan. Jammer.

Prachtige bergen overal
Op de terugweg de hotsprings bekeken, maar daar kwam ik dus niet eens mijn auto voor uit. Op z’n Indisch hoor, bah bah. Twee open betonnen bakken, vies, en bloedheet water, ik ken dat van Manali en Vashist , waar ik er een uur over gedaan heb om aan het super hete water te wennen en er rood als een kreeft weer uit kwam (maar wel schoon).
Na een lunch in een mooi groen veld, het bijna vast rijden van de auto in hetzelfde veld (lang leve de 4-wheel drive, maar het scheelde niet veel of die had ook niet geholpen, zo diep zakte ik weg) besloot ik maar om langzaam terug te rijden. Er was niet veel meer te zien hier, het viel me een beetje tegen. De twee bijzonderheden waar ik me op verheugd had (de zandduinen en de hotsprings) waren beide ….laten we zeggen magertjes. Maar de weg en de bergen, de natuur en de ver gezichten, maakte het allemaal wel weer waard. Reed dus terug naar het begin van de pas zodat ik de volgende dag op tijd boven ben. De weg die op de heenweg afgesloten was, was dat nog steeds (een vrouw vertelde me dat het nog maanden kon duren) en ik reed dus weer de omweg over de top van een berg (en een leger kamp) en zette de motor af om 5 uur, tijd voor een pilske.

Tussen de zandhopen zo ineens af en toe een Oase
Bij het rechtzetten van mijn auto wilde ik de zware metalen wig onder een van mijn wielen zetten. Omdat die dingen echt zwaar zijn, ‘gooide’ ik het ding onder mijn band. Ik miste echter, en de punt van de wig kwam tegen de zijkant van de band, stuiterde terug en belande boven op mijn voet. Dansend van pijn leek het of ik mijn voet of een teen had gebroken. Hoopte van niet, want ik stond tientallen kilometers van een bewoond huis. In de avond zakte de pijn en in de ochtend had ik een dikke teen maar de pijn was te doen. Gebroken was het niet denk ik, maar ieder geval wel gekneusd.
De weg terug over de pas was ook weer geen pretje, ondanks dat ik wist wat me te wachten stond. Hobbel hobbel, het kan nooit echt goed voor mijn auto zijn geweest. Maar ach, met een bakkie koffie in een hand, de muziek hard aan (Cold Play), een stralend luchie, prachtige bergen om me heen, maakt het langzame gangetje toch nog aangenaam. De langzame gang maakte het wel dat aparte wild zag. Plots een bever aan de zijkant van de weg. Toen die weg huppelde een jong achter haar aan. Mooi gezicht. Wat die hier doen geen idee, er is geen boom in de buurt. Iets verder op een heel klein marmotje op de weg. Klein beestje met grote oren.

Indiagate, maar niet die in Delhi maar op 5000 meter
Je went aan die smalle stukjes en die diepe gapende afgronden denk ik.. Ik rijd nu een maand onder dit soort omstandigheden en betrapt mezelf erop dat ik, met een halve meter naast me, rustig mijn bril afzette en mijn zonnebril opzette, met een hand aan het stuur zat om een slok koffie te nemen, of rustig een foto nam zonder handen aan het stuur.

De nubra vallei, met zijn twee takken
Ik stond er nog geen twee uurtjes toen er een aardige mijnheer kwam vertellen dat ik er niet mocht staan omdat het grond van het leger was. Ik ken dat soort mannetjes, ik vroeg wie hij dan wel niet was. Hij vertelde me dat ie ‘Army intelligence’ was. Nou dat weer. Ik heb hem mijn auto van binnen laten zien en de man stapte vrolijk weer op met de mededeling dat het geen probleem was. Twee uur later, ik had net het eten achter de rug, drie man voor de deur. Wij zijn van ‘Army Intelligence’, wij willen graag je paspoort en je PC zien. Verder mag je hier niet blijven staan, dit is leger grond. Nou brak mijn klomp. Of ik wel eens in Pakistan was geweest. Ja zeg ik, wel twee keer in de afgelopen twee jaar, en ik heb er best plezier gehad. Misschien had ik dat niet moeten zeggen, maar ik denk, Jezus man, doe niet zo overdreven. Enfin, er werd honderd uit gevraagd, de man op die mijn pc inspecteerde (en er geen snars van snapte) zat vrolijk al mijn foto’s te bekijken. Waar het hun blijkbaar om te doen was dat ik geen foto’s van militaire installaties had gemaakt. Ik kreeg het wel een beetje benauwd eerlijk gezegd, ik bedoel, het Indiase leger is niet beter dan dat van elk ander land, en ze gooien je zo een donker hol in als ze vermoeden dat je iets te verbergen hebt (dus luitjes, als ik in eens verdwenen ben…). Op een gegeven moment, de foto die ik genomen had van een paar legertrucks die me tegemoet kwamen. Ho, dat was interessant, ik had foto’s genomen van leger zaken. Het leek we de Chinese grens beambte, zulke vage logica. Die foto moeten we meenemen werd er gemeld, en er kwam een usb stick tevoorschijn. Help jezelf mijneer de army intelligence, als je daar zo’n interesse in hebt.
Ik begon langzamerhand een beetje boos te worden, ik houd evenmin van terroristen als een ander, maar dit begon me wat te ver te gaan. Ik vertelde de hoogste man dat ik het niet zo hoog op het leger had, eerst me spiegel eraf rijden, dan lomp doen op de weg, daarna me ook nog eens vals beschuldigen en me dan van een ongebruikt stuk land afgooien. Dat raakte blijkbaar een snaar, na nog 5 minuten vruchteloos al mijn foto’s bekeken te hebben nam men afscheid met de mededeling dat ik wel mocht blijven staan. Het duurde wel een dik uur voor ik weer een beetje normaal kon nadenken, ik was innerlijk erg boos. GVD, ikke, terrorist, die army intelligence is niet zo intiligent heb ik het idee. .