20081000 – Oktober 2008, terug naar af

In oktober was ik weer terug in de EEG voor een tussenstop. Via zuid Griekenland, waar ik een week of zo op een eenzaam strandje stond en Italie, kwam ik terug in het koude Duitsland. Daar werd mijn auto onder handen genomen. Hierna terug naar Nederland om familie te bezoeken en een hoop administratieve dingen te regelen (zucht).

Dit is waarschijnlijk mijn laatste verhaal vanuit dit continent. Rond 5 december vertrekt de boot naar het ruime sop, auto en mijner persoontje inclusief. 30 dagen ben ik dan niet bereikbaar Begin Januari meld ik me weer met nieuwe ervaringen vanuit Beunos Aires

Het laatste stukje Turkije vanuit Galipolie was bekend, de grens naar Griekenland over ook. Nam nog wel even een cultuur injectie. Galipolie is namelijk in de eerste wereld oorlog een enorm slagveld geweest waar vooral Turken Australiërs en Nieuw zeelanders stierven. En dat per tienduizenden. Ter nagedachtenis van dit zijn er, bij Abide, veel monumenten, graven en herdenking dingen zoals bunkers e.d. Die heb ik even allemaal bekeken voor ik richting Griekenland aanzette.

Versteend stonden ze te wachten op eerbied
Kocht onderweg nog dit, gewoon even ter vergelijking:
Hele grote krop krulsla, kilo tomaten, kilo aardappelen, kilo uien, 2 kilo appels (lekkere zoetzure harde), een knoflook, 300 gram paprika
en dit allemaal van hele mooie kwaliteit voor de prijs van nog geen 5 euro. Zou dat in NL lukken? Nu wilde ik aan de Griekse kant, wat toch immers EEG is, mijn carnet af laten stempelen. Dat is als bewijs dat mijn auto terug is in Europa en dan krijg ik mijn borg terug van de Adac (Duitse ANWB). Het is een simpel formulier dat als laatste blad in het carnet zit, een stempel en een datum, dat was wat ik nodig had. Het duurde twee uur (2 uur!!) voor de Griekse douane snapte dat ik niet een gewoon carnet stempel nodig had maar een ‘aanwezigheids verklaring’. Ze wilde het echt niet snappen, deden er ook geen moeite voor, er sprak ook niemand Engels. Je raakt gefrustreerd want men doet alsof je dom bent, maar zelf snappen ze het niet. Boos worden helpt niet, dus lachen en blijven proberen. Na twee uur ging ik eindelijk met mijn stempel de deur uit. Welkom in de EEG.

Ok, ik snap hem wel weer…
Was al snel in Alexandropoulos, een van mijn favo Griekse steden. Na een bezoek aan de Lidl (inderdaad alles is schreeuwend duur) uitgebreid geparkeerd op de lege camping. Anderhalve dag later besloot ik toch om verder naar het zuiden van Griekenland te gaan rijden. Via email contact met Wim en Geeny, die ik een paar jaar geleden in zowel Nepal als India was tegen gekomen, werd me verteld van de mooie lege rustige stranden aldaar, de hoge temperaturen (hier in Alexandropoulos haalde het net de 20 graden, koud dus). Na een drankje bij een Nederlands stel uit Rumpt reed ik de volgende dag richting zuid. Het eerste stuk gaat eigenlijk vooral west waards, na Tessalonika richting zuid. Veel druiven en katoen teelt. De snelwegen zijn wisselend van kwaliteit en soms zijn er stukken nog steeds niet af (en dat is al jaren zo) maar de Grieken vinden het blijkbaar best zo. Wel jammer is dat er grote borden overal staan dat deze snelwegen door de Europese Unie is betaald, en dat er dan, vooral na Tessalonika, om de haverklap tol betaald moet worden. Elke keer bedragen van 6 of 7 euro, dat tikt op den duur toch wel aan. Zoals ik al ooit eerder vermelde zijn de P plaatsen en tank stations aan de snelweg nou niet geweldig, dus rijd je maar steeds door. De Grieken zijn toch wel een vies volkje. Parkeerplaatsen zijn veelal veranderd in afval plekken, stortplaatsen en vieze stinkende banen met asfalt.

Alle kleppen omhoog en opstijgen maar
Kwam veel dorpjes met vage namen tegen. Teologos, moet je heel vroom voor zijn of heel goed logo’s kunnen ontwerpen om daar te mogen wonen denk ik. Plaatsje Kineta, daar wonen denk ik veel Kineten. Drama, daar moet iets heel ernstigs gebeurt zijn in het verleden. Plaatsje Kastro, mmmm, lijkt me niet zo prettig om te wonen. Maar het plaatsje Theodori, moet toch naar mij genoemd zijn. Ik kon zweren dat ik ook een plaatste Klitori zag, maar het bord ging snel voorbij…Zou dat de tegenhanger van Lesbos zijn… nah laat eigenlijk maar.

De km stand staat nu op 70.000 km, en ik was dus in Griekenland. Ook ben ik nu bijna 800 dagen onderweg….

Er was regen voorspeld, dat was ook een van de redenen dat ik naar het zuiden wilde. En regen kreeg ik dan ook. Onder het rijden is dat niet leuk, maar ieder geval beter dan als je ergens aan een strandje of in een veldje staat. Mount Olympus verdween weer eens in de regen, dat was de vorige keren ook steeds zo. Na regen kwam mist, laaghangende mist. Omhoog kijken en je zag de blauwe lucht, rechtdoor kijken en je zag mist.

De volgende dag moest ik nog een heel stuk om bij Wim en Geeny te komen, dus ik reed al vroeg aan. Schampte langs Athene (na een shortcut) en was tegen het vallen van de avond bij moulain, het plaatsje waar ik af moest slaan richting strand. Ik wist verder geen route, had alleen een waypoint gekregen, in de hoop dat ze er nog zouden staan. De weg dook de bergen in, maar het was bijna donker en ik twijfelde of ik wel door zou rijden. Na de beslissing dat toch te doen. Alle borden waren in het Grieks, niet te lezen dus. Overigens had ik ook geen idee naar welk plaatsje ik moest dus dat hielp toch niet. De weg ging vrij steil omhoog en bij het beetje licht wat er over was, bleek het uitzicht magnifiek. Maar, eenmaal in de bergen werd de weg smaller en toen ik een dorpje tegen kwam was het dan ook persen geblazen. Bij een bocht moest ik spiegels inklappen, dan kon ik er, met goed chauffeurswerk net door. Had geen idee waar ik naar toe reed. De kaart bood weinig uitkomst, de GPS ook niet, dus reed maar door en koos bij splitsingen maar de meest bereden route. Kwam steeds dichter bij de zee, maar het was ondertussen donker en de wegen erg smal. Plots zag ik een man met een bootje achterop een trailer, ik denk, die gaat de goede kant op, volgend die gast. Hij was sneller als ik natuurlijk maar vond op die manier wel de goede richting. Plots ging de weg over een bergkam en aan de andere kant stijl naar benee richting zee. Geplakt tegen een bergwand met net genoeg ruimte en hoogte voor één auto hoopte ik op geen tegenligger. Langzaam zakte ik naar zee niveau, waar er wederom een dorpje was met erg nauwe doorgangen. Op zeeniveau zag ik, aan de zeekant, een andere camper staan. Dat bleken Pierre en Marie-liuse uit Frankrijk te zijn. Die waren ook net aangekomen dus konden me niet meer vertellen. Parkeerde mijn auto naast die van hun, stapte uit en werd bijna overreden door een motor muis. Die stopte, deed zijn helm af, het was Wim. Dat was toeval, die was op zoek naar groente en had mijn auto zien staan. Ik kreeg een bearhug, hij brak me bijna doormidden. Hij stond paar km verderop bij een baaitje op een grindstrand en beloofde me de volgende dag te komen halen om er samen heen te rijden. Ik prepareerde de kant en klare pizza die ik bij een supermarkt had gescoord en sliep als een roos.

Grieks strandje
De volgende ochtend bleek inderdaad het baaitje wonderschoon te zijn. Er stonden nog wat auto’s, 4 of 5 geloof ik, en Wim en Geeny natuurlijk. Zette mijn karretje op het grind met uitzicht op een glasheldere zee 5 meter verder en bestede de volgende dagen aan kletsen met Wim en Geeny (en de andere die daar waren), zwemmen, vissen, knutselen, barbecueën, bier drinken, enfin, allemaal nuttige dingen. De tijd vloog voorbij ondanks dat er niet zo veel te doen was. Reed op een dag nog even heen en weer naar Moulai om te internetten , boodschappen te doen en water bij te vullen.

Ondanks ellende kon Wim nog wel eens lachen…
De hond van Wim en Geeny liep op zijn laatste poten. Tenminste, hij liep niet echt meer. Het beest, een mooie grote langharige hond, was 10 jaar oud en was in Mongolië al ziek geworden. Nu was het tijd om te sterven. Het beest was echter taai en bleef volhouden. Win en Geeny waren er erg druk mee en ook erg emotioneel over. Tot de hond dan eindelijk voor het hiernamaals koos. Samen de hond de bergen in gedragen en een graf gegeven van stenen. Wim was er dagen ziek van, dat is begrijpelijk. Op 15 oktober besloten we dan toch te gaan rijden. Na afscheid van de achterblijvers , een lange stop bij het internet winkeltje en de supermarkt, bakker en tankstation reden we noord richting Sparti en Tripoli.

Vage worstjes op het strand
Schrok erg op het internet, ik las dat Jos, van Jos en Ellen, was overleden. Ik ken Ellen al een poosje via email en heb hun moedige pogingen om in Nederland alles te verkopen en met een vrachtauto de wereld rond te gaan helemaal gevolgd. In Dogabuyazit kwam ik ze eindelijk in levende lijven tegen en dat was heel gezellig. De dag van mijn vertrek klaagde Jos over stramheid en pijn in zijn been. Ze zouden die dag een bezoek aan het lokale ziekenhuis gaan brengen om te kijken wat er aan de hand was. Dat is dus niet goed afgelopen, Jos is in Coma geraakt en ondanks alles toch overleden. Behalve het verlies van haar man, moet Ellen ook alles regelen om lichaam, auto en alle spullen terug naar Nederland te krijgen, waar ze nu dus geen huis of iets heeft. Verschrikkelijk, hoe je leven van de ene op de andere dag volkomen wordt omgedraaid. Ellen, je zal dit niet lezen denk ik, maar sterkte, je weet me te vinden.

Tanken is goed zoeken, want de prijzen blijven enorm verschillen. Veel tankstations zaten op 1.29 per liter diesel, ik von d ze ook voor 1,12 en later zelfs 1,09, terwijl de 1,27 er gewoon naast zat. Wel een fiks verschil dus. In Tripoli vonden we een banden bedrijf dat onzer banden konden uitlijnen omdat ik de voor en de achterbanden had omgewisseld. Dit nam allemaal wel wat tijd in beslag en dus het duurde tot namiddag volgende dag voor we in Sparti arriveerde. Via internet hadden we uitgerekend dat de boot vanuit daar naar Ancona het goedkoopst was. Sparti was groot, en de bewegwijzering niet super, resultaat natuurlijk was dat we de weg kwijt raakte. Terug naar de snelweg en een andere afslag genomen, ook dat was niet super maar we kwamen toch bij de haven aan. Tickets gekocht voor de volgende dag (250 euro voor mij en de auto, daar kan ik niet voor rijden) en terug naar de mooie brug om er onder te overnachten.

Mooie brug
Bij de haven was het niet veilig, er lopen honderden illegalen die allemaal proberen om als verstekeling naar Italië te gaan. Dat gaat allemaal erg open en opzichtig en het voelt spannend aan daar. Het ‘spelletje’ tussen politie en illaglen speelt zich zo voor je neus af. Een groep illegalen, en iets verder op een politie auto. Als de politie even niet oplet of afgeleid word sprint er een illegaal richting vrachtwagen parkeer terrein, springt als een poema over een heel hoog hek en verdwijnt tussen de auto’s. Niet een maar meerdere keren zag je zo mensen sprinten. Of ze hun doel hebben gehaald, geen idee. Veel Aziatische gezichten, ik heb wel een beetje medelijden met ze maar ja wat moet je.

Groepen illegalen zaten te wachten op een gaatje…
De boot van Superfast ferry’s was super groot en modern. Door een ‘camping on board’ regeling kan je in je eigen auto overnachten en stroom van het schip krijgen terwijl je eventueel toilet en douche aan boord kan gebruiken. Helaas deed het internet het niet aan boord, dat viel wat tegen. Maar het eten daar in tegen was erg goed, zelfs in het afhaal restaurant.
In de ochtend kwam Italië in zicht en om half elf reed ik op Pizza bodem. Vanaf dat moment was de rit slaapverwekkend. Autobaan, gladde snelwegen, de automaat op 83 en een vinger aan het stuur. Geen overstekende koeien. Geen mensen die plots midden op de weg stopte omdat ze vonden dat hun ruit vies was. Geen plotselinge gaten van een meter diep. Geen claxonerende bussen. Geen idioten die me inhaalde terwijl er een tegenligger aan kwam. Gaaap…sunrk….zzzzzzzzz. In Azie is rijden een avontuur. In Europa een manier om van punt a naar b te gaan.

De enige opleving was de slaapplek. Wim wilde niet op een openbare parkeerplek staan voor de nacht (hij vertrouwde die spaghetti slurpers geen moment) dus die had een ‘stelplatz’ uitgezocht in zijn boek. Dat zou een gratis parkeerplek ergens op het platteland moeten zijn, niet te ver van Milaan en de snelweg. Het begon er mee dat we verkeerd reden en de snelweg had geen afritten de volgende 20 km. Daarna via boerenland weggetjes terug en de plek bleek een varkens fokkerij annex restaurant te zijn. Moderne grote stallen, en men vroeg eerst 4, daarna 5 euro om te parkeren (!). Als we water of elektra wilde moest het 20 kosten. Alleen om te parkeren he. Het restaurant bleek gesloten maar men wilde,, als we ‘royaal bestelde’ het wel open gooien. Alleen was Wim vegetariër en had Geeny er de pee in omdat we moesten betalen om te parkeren, dus dat feest ging niet door.
De volgende ochtend vroeg weg, dit keer alleen om dat Wim en Geeny richting Frankrijk en ik richting Zwitserland ging. Daarbij hield Geeny van lang slapen. Toch was ze, toen ik weg reed om 7 uur, al wakker om afscheid te nemen. Na ‘viele koes’ op naar Milaan. Daar stond de rondweg netjes telkens van te voren aangegeven (a50), behalve op het bord van de feitelijke afslag zelf natuurlijk, reed dus prompt de verkeerde weg op. Nou ja, ipv links om, dan maar rechts om, het was zondag ochtend dus niet zo erg. De meeste Italianen lagen nog in bed of waren zich aan het optutten voor de kerk. Bij de Zwitserse grens aangekomen (een lachertje) moest ik (bij navraag,, anders was ik zo doorgereden) tax betalen. Ik dacht een vignet, maar dat is voor kleine auto’s. Dus, kantoortje in, onoverzichtelijk formulier invullen (heb er maar wat neergezet), en na het betalen van 25 Franken (17 euro of zo?) mocht ik door. Dat viel dus mee. Wim had me verteld dat diesel in Zwitserland goedkoop was. Italie was 1,24 dus had de plas opgehouden. Gooide dan ook even 150 liter naar binnen en bij het betalen mocht ik 211 euro betalen. Nee zeg ik nog tegen miep, dat kan niet, ik heb pomp EEN, Ja zegt ze , 1 liter kost zoveel Franken (had ik al gezien), oftewel 1,40 euro per liter. WATTTTT!!!!! Wat een dieverij. Reguliere, onbestrafte, legale beroving noem ik dat. Kon moeilijk de diesel weer uit de tank halen. Heb het wel even overwogen maar moest toch dat land door. Pfff, nu ik dit typ, 4 dagen later, word ik er weer boos om.

In Europa werd het herfst
Zwitserland blijft mooi om te rijden, maar je bent er ook zo weer doorheen. Nam daarom maar de lange weg rond Zurich heen en was in de late middag bij de grens met der Heimat. Ook dat was weer een lachertje, blik op oneindig en door karren. Via een tussenstop bij de warenhuizen Woick en Reimo was ik twee dagen erna in Koblenz, waar de Firma zich over mijn auto kon gaan buigen. Ik had veel, heel veel, kleine wensen op mijn verlanglijstje, en een paar grote, dus dat ging wel even tijd kosten. Maar daarover een andere keer. Ik was weer terug bij af, na 800 dagen onderweg te zijn geweest. Een terugblik komt vast ook nog wel….