20081200 – December 2008, Antwerpen naar Buenos Aires per boot

De overtocht van Europa naar Buenos Aires per vrachtschip is eigenlijk saai. Ik heb dus ook niet zo veel te vertellen. Ik bedoel, je ziet water, veel water en er gebeurt verder niet zo veel. Heel af en toe stopt je bij een stad en als je geluk heb kan je van boord om in een korte periode wat te ‘sight-see-en’. Af en toe zie je eens een walvis of een reuze schildpad, soms een dolfijn of wat. Verder is het opstaan-eten-lanterfanten-eten-siesta-eten-lanterfanten-slapen. Diegene die het toch leuk vinden om te lezen, ga je gang, maar verwacht geen spannende zaken in dit verhaal. Of toch wel?…

Op 6 november melde ik me bij de haven van Antwerpen, bij het dok van Grimaldi. Hier zou de Republica-de-Argentina aankomen, het schip dat mij en mijn auto mee zou nemen naar Buenos Aires. De verwachte aankomst en ook vertrek tijd van het schip was de afgelopen weken al heen en weer geschoven van 5 naar 6 naar 7 december en weer terug, het was dus niet exact bekend waarneer ik er moest zijn. Om geen risico te nemen was ik er de 6e aan het eind van de ochtend. Parkeerde voor de ingang, ik mocht er pas in als men aan het laden en lossen was. Het schip zelf was er nog niet, dus dat kon nog even duren. De laatste berichten waren dat het die avond aan zou meren om dan in de ochtend te gaan laden.

De reis begon apart. In het portiers hutje van de haven zat Ton Vriens. Na wat praten bleek die nog in Berg en Dal gewerkt te hebben, een bekende buurt voor mij. Nog aparter was dat hij een bedrijf aan het opzetten was met schoonmaakmiddelen. Eigenlijk één middel. Hij vertelde over zijn opzet en zijn middel en ik moest onmiddellijk aan tel-sel denken. Die hadden ook wel eens van dat soort schoonmaak middelen op de markt gebracht. Iets dat niet schadelijk voor het milieu was, alles schoonmaakte (en goed ook), goedkoop was, veilig voor handen en huid, ontvette als een bezetene enz enz. Ik ben (meestal) nogal sceptisch maar zijn verhaal was aanstekelijk en toen ik wat later terug kwam bij het portiers huisje had hij een demo flesje voor me staan.
Nu heb ik wel wat moeilijke schoonmaak plekjes in op en rond mijn auto, zowel binnen als buiten,, dus ik, met een koplamp op mijn hoofd, in het donker, op een parkeerterrein van een haven, aan het poetsen geslagen. En wat denk je, het was inderdaad een wonder middel. Moet nog even daglicht afwachten maar zwarte vlekken verdwenen als sneeuw voor de zon (oh oh wat cliché), plakkerige vlekken in kastjes waar ik al eerder op had lopen boenen, hoppa, weg was het. De verduistering gordijntjes, van die roldingen, die zo smoetsig als wat waren…pats, het zag er weer als nieuw uit. Gevolg was dat mijn eerste ervaring met Grimaldi een hele schone werd.
Ton vertelde verder hoe hij het spul aan de man gaat brengen (ssort tupperware-piramide achtige opzet), ik wens hem ieder geval veel succes.(www.protoncleaningproducts.be).

In de ochtend lag de Republica-de-Argentina inderdaad aan de kant. Groot schip, er kunnen bijvoorbeeld, naast een heleboel containers, ook 3000 auto’s in.

280 meter schip is een heel eind
Ontbeten in mijn eigen auto, de boel gaan afsluiten en de auto voorbereiden voor 30 dagen alleen staan. Om 8 uur kwam het sein dat ik het terrein op mocht. Bij de boot aangekomen mocht ik er echter nog niet oprijden. Wel mocht ik mijn hut vast betrekken.

Het was een eenvoudige maar nette hut met alles wat ik nodig heb. Douche/toilet, lade kast annex buro, bed met nachtkastje en een klerenkast.

Mijn hut aan boord

Het was nog tot half zes in de avond wachten tot ik mijn auto aan boord kon rijden, dat was wat minder want ik zat dus de hele dag op hete kolen. Toen ik dat eindelijk mijn bolide het schip in mocht rijden (en ik bijna ruzie kreeg met de Filippijn die onbegrijpelijke aanwijzingen stond te geven hoe ik in moest parkeren) was er diner en ben ik vroeg gaan slapen.

Bij aankomst werd al gemeld (eigenlijk meer gecommandeerd : Ontbijt om 8 uur, lunch om 12 uur, diner om 6 uur, wees op tijd). Verder werd me getoond waar de wasmachines stonden en daar kon ik het dan mee doen.

De lunch en het diner waren uitstekend. Drie gangen, op z’n Italiaans, pasta, anti-pasta, stukje vlees, salade en een nagerecht. In de ochtend was het een ontbijt van Pizza (!), broodjes, koekjes (de eerste paar dagen), koffie/thee. Lekkere Italiaanse koffie, koffie met een beet.

Etenstijd was altijd leuk en er was (te) veel eten
Tja, en dan begint het grote vervelen natuurlijk want zo veel is er niet te doen op zo’n schip. Het is een vrachtschip, dus geen zwembad, geen casino, geen bingo, geen gym…. Wacht, er is wel een gym. Daarin stonden twee hometrainers (fietsen), een tafeltennistafel en een fussbal tafel, wat gewichten en een vaag rolding voor buikspieren (wat later wel een lekker ding bleek te zijn maar die halverwege de reis plots verdween). Verder was er ook geen wifi, geen internet, geen telefoon…m.a.w., heerlijk dus.

Er waren slechts 2 andere passagiers, een ouder Duits stel (Jorgen en Brigitte) dat de trip heen en weer maakte. Dat was hun vakantie. 60 dagen op een schip niks doen, ach, je moet er maar van houden.

Dag 2 begon in de dikke mist, ik werd wakker van de mist hoorn. Bwwwwaaaaaaaaapp, zo’n ding wilde ik wel op mijn auto. Het bleek dat we rond een uur of drie in de nacht uit Antwerpen waren vertrokken, we voeren volgens mijn GPS nog op de Oosterschelde, met een vaartje van 17 km per uur. Eenmaal op het Engelse kanaal gekomen ging de motor op standje 8 (motoren die ver weg zaten, je kon ze niet horen en vrijwel niet voelen) en met opgetrokken mist was het met een gangetje van 37 km p/u richting Le Havre. Daar kan ik niet tegen op fietsen. De dag doorgebracht met computeren (heerlijk), Zelda naar de overwinning helpen, eten, een tukje doen, en in de avond wat tafel tennis tegen de Duitser (die best goed was) en zijn vrouw en een potje tafelvoetbal. Na een filmpje op mijn laptop zat de dag er al weer op. Het bleek dat we rond 2 uur in de nacht in Le Havre waren aangekomen. Die dag 514 km gevaren in 22 uur, met een maximum snelheid van 37 km.

De kapitein van het schip had nog niet de moeite genomen om zich even voor te stellen, moest dus gissen wie het was. Nou waren de hoge officieren allemaal Italiaan, dus dat was niet zo moeilijk. Zowel de kapitein als de eerste stuurman kwamen nors en ontoegankelijk over. Van de 30 koppen bemanning bleek ongeveer de helft Italiaan, de andere helft Filippijn. Het verschil was duidelijk te zijn. De Filippijn was vriendelijk, de Italiaan nors.

Kapitein (rechts), neusje omhoog, dan weet je het wel
Dag 3 lagen we in Le Havre, het regende er en het was grijs. De kapitein had me de vorige dag verteld dat het momenteel op de Golf van Biskaje erg stormde en dat het daar erg tekeer kon gaan, dus knipoogde hij dat hij in Le Havre geen haast had, zodat eventueel de storm zou passeren. De kapitein was overigens een stereotype Italiaan, precies zo als de Italiaan in Allo-Allo (die TV-serie in dat Franse Café met die onderduikers en zo.) Grijze kop, grote karakteristieke neus, dikke buik en een accent om te zoenen. Erg spraakzaam was ie verder niet.
Smeedde onder het ontbijt een plan met de twee Duitsers om naar Le Havre te gaan indien mogelijk. Bij navragen wist niemand hoe laat we weg zouden varen, de kapitein sliep, op goed geluk liepen we rond 10’en naar benee. Het was koud, regende en alles was grijs. Beneden bij de laadklep stond de steward, die wist te vertellen dat het schip om 12 uur van plaats zou veranderen en dat we dan pas de volgende ochtend zouden wegvaren. Beter om te wachten met ons uitstapje tot na de lunch dus.
Bij de lunch waren er een aantal van de ontbrekende passagiers aanwezig. Het bleek een Franse familie te zijn (Anne-Marie en Daniel) met drie kleine kinderen. De jongste, een meisje van 8 (Jean), en twee jongens van 11 en 13 jaar (Remi en Pierre). Ze hadden ook een auto bij zich, een soort pandora’s doos die ongetoverd werd in een camper zo ik het begreep. Na de lunch had ik eigenlijk niet zo’n zin meer om Le havre in te gaan, temeer omdat die Fransen me vertelde dat er niet zo veel te zien was. Liet de Duitsers dus alleen gaan en ging zelf achter de computer en zo.

Bij het avondeten was iedereen present. Ook nog een Franse dame (Anna-Maria) was binnen komen vallen, de boel was nu kompleet. De dame had al 24 jaar in Argentinië gewerkt en ging, nu ze gepensioneerd was, er wonen. Dat ze ook Frans was wat jammer, want nu werd de voertaal aan tafel dus Frans. Ik probeer dat dan te volgen maar ze spreken veels te snel en na een paar minuten heb ik het dan wel weer gezien en zat ik dus als het ware alleen aan tafel. Dat was jammer. Hadden er andere nationaliteiten aan tafel gezeten (zoals die Duisters, maar die zaten alleen aan een klein tafeltje, of wat andere Europeanen) dan was de voertal vast Engels geweest en was het een stuk gezelliger. Dat moet je maar net treffen.

Er zijn maar 8 hutten, dus niet super veel plek. De hutten van de bemanning waren er natuurlijk ook maar die zag je niet veel. Zelfs de gemeenschappelijke eetzaal was vrijwel altijd leeg.

Op dag 4 vertrok het schip om 7 uur in de ochtend. Er woei een zéér straffe wind (ik waaide bijna onderuit op het bovendek) en om 11 uur rolde het schip redelijk heen en weer. We voeren om de punt van Frankrijk (Bretagne?). Het weer was wel wat opgeklaard en af en toe scheen de zon door de wolken. Verder weinig te melden, eten, lezen, computeren en tukkies doen. De vijfde dag was niet veel anders. In de buurt van de punt van Spanje was het spookachtig. Donkere wolken, super harde wind en regen. Om 10 uur was er een veiligheids demonstratie van een Filippijn die redelijk onnavolgbaar Engels sprak. Toch was het leuk want men kon de pakken aantrekken. Behalve reddings vesten waren er dus ook een soort duikpakken die je aan kon doen waar je, in koud water, warm in zou blijven. Die waren natuurlijk maar in een maat dus de drie kinderen moesten die even uit proberen. Zag er niet uit.
In de middag begon het harder en harder te waaien. Ook de golven werden hoger en breder. Je snapt het, het echte slingeren begon nu pas. De eerste passagiers begonnen tekenen van zee ziekte te krijgen. Ik had gelukkig vooraf al geslikt. In de avond werd het schommelen zo ernstig dat divers malen al het bestek van de tafels af glee. Na het avondeten probeerde ik een potje te schaken met de Duitser. Na drie zetten een enorme zwiep van de boot, een enorme klap en de TV die vlak achter me stond was van zijn schap af gegeleden, twee meter naar benee gedonderd en naar een hoek van de recreatie ruimte gegeleden. Ik zat er bij en keek er na. Tegelijkertijd gingen er allemaal alarmen gillen en bellen rinkelen, ik stond op het punt om mijn zwemvest te gaan zoeken maar het schip richtte zich weer op en stond weer recht. Dat was even schrikken. De hele nacht is dat rollen doorgegaan, met gevolg dat ik niet zo heel veel heb geslapen.

Beetje schuin hoort erbij
Wat heb ik die dag gedaan? Films geconverteerd op de computer, gelezen, wat met gewichten geklooid in de gym, en in de avond …mmm niet veel bijzonders.

Op vrijdag de 11de was het in de ochtend niet veel beter. Af en toe moest je alles vasthouden anders viel het van tafel of viel je zelf om. Buiten was het weer echter redelijk. Niet koud en niet te veel wind, wel hoge golven. Wat gelezen, gecomputerd, uurtje in de gym met wat gewichten lopen klooien en verder niks bijzonders want met die gedein kon je verder weinig doen.
De volgende dag waren de golven iets minder. Kreeg wat dvd’s in handen die ik geconverteerd heb. Buiten was het nog steeds winderig maar met een jas wel uit te houden. De was gedaan, potje monopoly met de kids (en verloren, bewust, want ik had natuurlijk makkelijk kunnen winnen(ahum)), wat last van mijn rug dus veel gezeten. Anne-Marie had dolfijnen gezien. Het schip was ter hoogte van noord Marokko.

Dag 7 begon beter. De deining was minder en redelijk uit te houden, ik durfde ook mijn zeeziekte pilletjes achterwege te laten. In de middag was het redelijk weer en kom ik het zelfs een uurtje buiten aan dek uithouden,
De achtste dag was heerlijk. Lekker zonnig, niet te koud, niet te warm. Zeer prettig om aan dek te zitten op een tuinstoel, af en toe naar binnen voor een bakkie koffie of zo. Kijken en speuren naar vissen of andere schepen, die er overigens wel erg weinig waren. Zo werd de komende dagen de tijd gedood, in de avond een potje rummy of schaak, en je ging van het ene eten moment naar de andere.

Behalve water was er af en toe een of meerdere dolfijnen te zien, een paar keer wat grote water schildpadden en veel vliegende vissen. Maar dan had je het wel gehad. Het water was zwart, toch achter ons een mooie blauwe streep van het schuim van het water.

De bemanning was niet bijzonder vriendelijk moet ik zeggen. Zeker de hoge piefen, zoals kapitein en eerste en tweede stuur waren erg nors, spraken weinig met passagiers en deden ook geen moeite. Ik zou als kapitein me tenminste eens voorgesteld hebben. Niks er van. Het enig wat ik van de kapitein gezien heb tot nu toe is aan tafel in de middag, waar ie een beetje nors meer wijn dan eten tot zich nam.
Had het idee dat de bemanning erg bang voor de kapitein was. Als er iets niet mocht werd ons schichtig. ‘pas op, dat mag niet van de kapitein’ toegefluisterd. Zo lag ik eens op bed te lezen, met de deur open, en er werd me verteld dat dat echt niet mocht, want de kapitein hield er niet van.
Ik liep naar de brug toe om te vragen wanneer en hoe laat we in Dakar zouden aankomen en hoe lang we zouden blijven. Vroeg het aan een uniformpje, die me vertelde dat ik het aan de tweede stuurman moest vragen, die achter een scherm zat. De Italiaan snauwde me toe dat ik het aan een ander uniformpje moest vragen , diegene waar ik net vandaan kwam (een Filipijn). Nee, die Italiaanse bemanning valt me wat tegen. (op de kok na natuurlijk).
Later begonnen de verhalen los te komen. Het bleek dat deze bemanning voor het eerst op dit schip vaarde. De vorige was en-masse ontslagen omdat ze er een handeltje in CD’s op na hield. Het werd ook duidelijk dat de kapitein, samen met de andere hoge Italiaanse officieren, de passagiers alleen maar als last zagen. Ze zagen ons als vervelend en niet passend op een vrachtschip. Dat verklaarde natuurlijk veel.

Ook onze steward was een rare. Hij moest je hut schoonmaken en verzorgde alles voor de passagiers zoals ook het opscheppen van het eten, helpen met vragen en zo. Ik snap dat het geen hotel maar als je iets zei wat hem niet zinde kreeg je een sneer naar je hoofd. Vaak begreep hij het Engels niet zo goed en sneerde hij dus onterecht naar mensen. Later vertelde hij me dat hij niks met die Filippijnen had die op het schip werkte, die aten met hun handen en dan alleen nog maar rijst….
Toen ik eens om rijst vroeg kreeg ik ook een kat naar mijn hoofd. Bah bah. Het was werkelijk onprettig.

Op maandag de 15e kon ik om drie uur in de middag eindelijk, na 6 dagen op volle zee gezeten te hebben, ‘land in zicht’ roepen. Het was Dakar in Senegal, mijn eerste echte Afrikaanse ontmoeting (op wat landen in Noord Afrika na dan).
Heel gedoe om nog te vragen of we van boord af mochten, maar toch scheen het wel te kunnen. Jammer genoeg duurde het tot half 7 voor eindelijk de papieren klaar waren (copie van je paspoort). Het was toen bijna donker. Terwijl we (alle passagiers waren mee, dus met 9 blanke huidjes) de laadklep van het schip af liepen werden we al besprongen door een tiental grote zwarte mannen die allemaal beweerde dat ze ‘pilot’ waren en ons de stad wel even zouden laten zien. Iedereen liep stoïcijns door en uiteindelijk bleef er één over, een zekere Ali. Een lange Afrikaan met een te smal lichaam voor zijn grote hoofd. Hij ‘gidste’ ons de goede kant uit. Tja, wat zie je dan, op zo’n Afrikaanse straat in het donker? Kapotte stoepen, weinig straat verlichting en veel, heel veel rondhangende zwarte mensen. In Nederland zouden ze een hang verbod krijgen, hier is het denk ik de normaalste zaak van de wereld. Op elke hoek, in elke winkel pui zaten wel mensen. Gelukkig was de sfeer niet echt bedreigend. Alle winkels waren al dicht, grote dikken hekken voor alle puien. Er was daarom vrij weinig om te zien. Toch blij dat je van boord bent dus je probeert dan toch om wat te vinden om te bekijken of in te gaan. Ali opperde om naar de McDonald’s te gaan maar daar moest iedereen van kokhalzen (we hadden net het diner achter de kiezen). Doorgelopen door de sfeerloze donkere straten tot we bij het ‘Place de Liberte’ aan kwamen, een plein met bomen in het midden. Daar was een bar die er wel ok uit zag (L’imperial). Grote rose uithangborden, je zou er wat van gaan denken, maar dit is Afrika en op het ‘terras’ dronk ik een welkom biertje (o.k. O.k., het waren er twee, maar de flesjes waren héél klein). Werd gelijk belaagd door een horde van verkopers die je van alles wilde aansmeren. Afrikaanse poppetjes, kettingen, originele parfums (yeah right) en zelfs dure merk pennen. Toch was de sfeer goed, waren de verkoper op zich vriendelijk en met brede glimlachen op hun gezicht en was het best wel leuk.
Verder was er niet te veel te beleven dus om half tien was ik weer terug op de boot waar er zelfs een gratis Wifi netwerk te vinden was zodat ik nog snel wat op het net kon kijken.
De volgende dag bij het wakker worden waren we al weer aan het varen. Jammer, want ik had graag nog even rondgehangen in Dakar tijdens daglicht, het leek me wel een leuke stad. Dat is het nadeel van varen op een vrachtschip. De passagier is natuurlijk niet interessant. Volgende keer maar weer dan.

Langs de Afrikaanse kust was niks te zien. Vermoedelijk kwam dat doordat we te ver uit de kust voeren zodat we niks zagen (Duhh). Volgende bestemming was Conakry. Het werd ons van te voren al sterk afgeraden om niet van boord te gaan. Dit vanwege de veiligheid.
Aan één kant ken ik dat soort verhalen en had ik geen zin me er aan te houden. Aan de andere kant is Afrika voor mij nog een nieuw boek en had geen idee wat te verwachten. Om dan alleen het land op te gaan… mmm, ik weet niet.

Gisteren had ik 25 rondjes op het dek hardgelopen, nu moest ik op de blaren zitten. Mijn onderbeen spieren deden pijn en waren stijf, dat werd vandaag dus niet lopen. Ach ja, dan maar weer druk hebben met op het dek in de zon zitten met een Time Magazine (Hé Bart, nog bedankt, puik idee), wat Command en Conquer spelen. Gids Zuid Amerika lezen en dat soort ongein, je kan het er maar druk mee hebben nietwaar.

Tijdens het ontbijt (7:30) arriveerde we bij Conakry. Het schip moest een paar km buiten de haven wachten. Of op een loods, of op plek, geen idee. Toen ik om 7 uur naar buiten stapte viel de tropische warme deken over me heen. Het was die nacht flink opgewarmd. ik was weer terug in de hitte, heerlijk. (hé Holland, sneeuwt het nog? whaoaoaoaoaoao).

Na een uurtje kwam er een minuscuul bootje aanvaren met de loods en kon het schip gaan afmeren. We passeerden wel 5 of 6 gezonken grote schepen, meestal helemaal ondersteboven, een luguber gezicht. Ik denk dat het door de een of andere oorlog is geweest die ook hier vast gewoed heeft. Zo vanuit de verte leek Conakry een moderne stad. Een paar hoge gebouwen, en van verre zag het er heel ordentelijk uit. De haven was klein en had maar plek voor 2 schepen. Na het afmeren was het wachten op de douane. Dat duurde twee uur en vertelde ons daarna leuk dat we, als we het land binnen wilde, een visa voor 50US$ moesten kopen. Ja dag, dat geloof je toch zelf niet hé. Zowel de Kapitein als de vertegenwoordiger van Grimaldi in dit Afrikaanse land, vertelde dat het niet aan Visa kosten op ging maar in de zak van de Douane beambte. Ook de andere passagiers weigerde, zodat er niemand de stad inkom. Daar gaat de inkomsten voor de gids, de taxi chauffeur, de supermarkt en het café waar we wat wilde drinken. Ze leren het nooit die Afrikanen en denken alleen aan hun eigen zak. Wel jammer want ik had me er wel op verheugd, ondanks de aanhoudende verhalen, dat het gevaarlijk zou zijn hier.

Mocht wel de kade op, waar er een klucht ontstond met het lossen van de vele tweede hands auto’s (die bij ons slooprijp zouden zijn maar hier als hagelnieuwe bolides werden ontvangen). Geen idee hoe het precies in elkaar zat, er stonden 40 mannen met hesjes klaar om de auto’s, die een voor een van dek werden getakeld, weg te rijden. Blijkbaar verdiende men er wat mee, want bij elke auto die de kade op kwam was het een borstgeroffel, geschreeuw, gezwaai met de armen, het leken wel Italianen. Heb een paar uur op de kade gezeten, kijkend naar het schouwspel van laden en lossen. Dat gaat natuurlijk heel anders dan in Europa. Het is chaotisch, alles gaat door elkaar heen en het lijkt alsof er geen systeem in zit.

Vechten om elke auto
Zo zittend op de kade kwam de een na de ander langs voor een praatje. Allemaal aardige Afrikanen moet ik zeggen. Sommige wilde wat verkopen (en bleven maar herhalen wat ze in de aanbieding hadden). Sommige kwamen gewoon wat praten over Europa, Afrika, het weer, noem maar op, en sommige kwamen om geld vragen, of schoenen, of een baan. Moet zeggen, het was best gezellig, kon het goed met de meeste vinden. Dit ondanks dat deze afrikanen er soms gevaarlijk uit zien en vaak 2 keer zo groot zijn als ik en soms kijken alsof ze je elk moment kunnen gaan opeten. Met wat geduld, een portie humor en een instelling van ‘we zien wel wat er gebeurt’ kom je een heel eind hier.

Na het diner van 6 uur vertrok het schip weer, en was Afrika, voorlopig, iets van het verleden. Toch heb ik, in die twee kleine ontmoetingen, een ietsie-pietsie van de Afrikaanse cultuur gesnoept en het is me 100% meegevallen.

De oversteek van Conakry naar Brazilië is ongeveer 3000 km water, 5 a 6 dagen werd er geschat. De routine zette zich in. Helemaal omdat het de eerste dag regende. De zee was toch redelijk kalm, maar het kan ook zijn dat je aan de beweging went. Af en toe word er geschreeuwd dat er ergens dolfijnen of andere vissen te zien zijn maar die zijn dan natuurlijk net weg als ik aan kom lopen. Ben dus maar begonnen aan mijn 250 woorden woordenboek (in tien talen), het bijwerken van mijn foto’s (heb er ondertussen al bijna 25.000 dus een hele klus), bijwerken van mijn ipod bestanden (ook al 14.000 stuks), dit verhaal typen en hertypen, en ‘the usuall’….eten, slapen tukkie doen, wat met gewichten klooien en zo nu en dan een rondje hardlopen op het dek.

Bij de equator aangekomen had ik eigenlijk wel iets speciaals verwacht, een Neptunes, een fles champagne, equator doping, al was het maar iets. Helaas, het is een vrachtschip en voor de kapitein en bemanning is het overvaren van de equator niets bijzonders en wij als passagiers moeten dat dan ook maar vinden. Iets leuks voor de duur betalende passagiers doen, ach waarom zouden ze. Het passeren ging dus zonder enige ruchtbaarheid en het was dat ik mijn GPS bij me had, anders had niemand iets geweten. ‘T moment suprême, vrijdag 19 december om 18:58 lokale tijd kwam en ging.

Daar is de evenaar
Het weer verbeterde. Niet glasheldere luchten maar meer Hollandse, met minder wolken. De temperatuur was aangenaam, het eten ook, de collega reizigers ook (als ze eens Engels prate). De bemanning negeren we en dus komen we de dagen wel door.
In de avond was het vaak helder, en dan zijn er in het donker sterren-luchten waar je kippenvel van krijgt. Zoveel sterren en zo helder, dat je niet weet waar je moet kijken. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet, je raakt niet uitgekeken.

Op 22 december arriveerde het schip in Salvador, mijn eerste kennismaking met Zuid Amerika. Na wat onduidelijkheid of we wel of niet van het schip mochten kwam, na de lunch, het groene licht. Zonder paspoort of andere papieren mochten we de stad gaan bezoeken. De grond kussend (waarom zou alleen de paus dat mogen) had ik mijn eerste ervaringen met zuid Amerika.

Kussen, pfffew, zand aan me lippen
En dat ging wonderbaarlijk goed. Er waren een hoop waarschuwingen over berovingen, criminaliteit en in de L-Planet stond zelfs dat dit de stad was waar je de grootste kans had om te worden gerold. Net als alle Indianen verhalen over Pakistan en Iran bleek ook dit erg overtrokken. Dat wil niet zeggen dat je natuurlijk geen voorzorg maatregelen moet treffen. Zonder paspoort, zelfs zonder ooit überhaupt ergens gecontroleerd te worden liep ik Salvador in.

Veel vage muurschilderingen in Barzilie
Als eerste viel op de mensen. Mooi gekleurde velletjes, héél veel mensen die in korte broek lopen, veel ook in blote bast, veel dikke konten en een zeer prettige sfeer.
Bij de eerste bank wat geld gepind, ook dat ging zonder problemen alhoewel de bank wel even 8 Reals incaseerde als service charge (3 Real is ongeveer een euro).
Het te bezichtigen deel van Salvador licht boven op een heuvel midden in de stad. Liften kunnen je naar boven brengen (wat lopen?, doe normaal) en tezamen met de duizend passagiers van een luxe cruiseschip dat zich net naast ons afmeerde liep ik rond in het oude, opgeknapte sfeervolle deel van Salvador.

Hollanders kom je overal tegen
Ik was eigenlijk wel gelijk verliefd op Brazilië. Oh oh, de mensen, alleen daar al kon je uren naar kijken. Muziek klonk van overal. Het verkeer was niet debiel. De hoeveelheid aan oude kerken en kathedralen was enorm, geeft ook wel een beetje de achtergrond van het volk weer.
5 uur rond gelopen in deze stad, met plezier. Ondanks dat het af en toe wat miezerde heb ik met plezier flinke kilometers gelopen. Opvallend was dat het erg druk is overal, dat de winkels bom vol zijn (alsof het gratis is, maar het zal wel aan de bijna Kerst liggen), dat je veel dikke mensen ziet, dat er veel toeristen lopen (vooral veel Braziliaanse, het zal vast zomer vakantie zijn hier), dat ik me uitstekend vermaakt heb. Voor lunch ergens naar binnen gedoken. Op plastieken stoeltjes aan een vieze tafel bij een ‘schep zelf op en betaal per gewicht’ tent best lekker gegeten hoewel ik geen idee heb wat het was. Op mijn verzoek om een biertje erbij kreeg ik een joekel van een fles voor me gezet, daar kon ik natuurlijk geen nee tegen zeggen. Heerlijk.

Dikke konten
In de avond was het werken voor de bemanning, want om 8 uur vertrokken richting Rio.

Het invaren van Rio de Janeiro de volgende dag was erg mooi. Rio ligt aan een baai aan de kust, tussen bergen gepropt. De haven stonk gigantisch naar rotte vis, dat was even wennen. Het duurde ook nu weer lang voor we van het schip konden. Deze keer niet vanwege de immigratie, want die hebben ze volgens mij helemaal niet hier, maar omdat gewoon niemand de moeite nam te vertellen dat we van het schip af konden.

Rio
Omdat er om half 7 een kerst-diner was gepland wilde ik snel van boord om wat van Rio op te snuiven. Om drie uur ben ik gewoon maar zonder toestemming van boord gelopen en via een bus en een taxi in het centrum van Rio aangeland. Het was ondertussen 4 uur, het was kerst-avond, veel bedrijven waren al dicht, veel winkels waren bezig dicht te gaan, dat was jammer. Wat je hier hebt is dat alle winkels dikke rolluiken hebben, als alles dus dicht is verandert een straat in een spook straat. Toch een soort wijk gevonden waar veel open was. Er was er een soort markt, heel veel kleine winkeltjes met van alles, en veel volk. Gezellig dus!

Het Kerst diné was aardig, maar veel te veel. Dacht je eindelijk alles gehad te hebben, kwam er nog eens vis met aardappelen. Kon aan het eind niet meer lopen. De kapitein was zowaar een beetje vriendelijk, waarschijnlijk omdat ie een fles drank van een van de passagiers had gekregen.
Met wat kunst en vliegwerk kon ik een Wifi netwerk ontvangen met mijn losse antenne zodat ik snel wat mails kon lezen.
Volgende dag echt Rio bezocht. Het was eerste Kerstdag dus weinig verkeer, maar ook weinig sfeer. Met een taxi naar Christo Redentro trein stationnetje, en met het tandrad baantje naar het hoogste punt rondom Rio gestegen alwaar het grote Christus beeld over de stad kijkt. Geweldig uitzicht over Rio met de diverse wijken zoals Copacabana. Het was allemaal ook goed geregeld (het treintje was wel wat duur maar ja) en de Brazilianen zijn ook hier vriendelijk en net. Ik wilde graag van de berg naar beneden lopen. Er werd gewaarschuwd dat je gedeeltelijk door de Favelas (sloppenwijken) heen zou moeten en het niet altijd veilig was. Toch besloten een poging te wagen, met Anna-Maria in mijn kielzog en later bleek ook de Franse familie en het Duitse stel hetzelfde idee te hebben.. In mijn achterhoofd zat de heerlijke wandeling in Hong Kong vanuit de hoge berg aan de overkant van het water naar benee. Jammer, dit lopen was een stuk minder mooi omdat je over de weg moest en steeds voor auto’s op zij moest. Na een paar kilometer maar in het trientje terug gestapt.

Jezus zag alles natuurlijk
Op naar CopaCabana. Dat was precies zoals ik het verwachte. Veel mensen, veel vlees, veel strand, veel water, veel verkopers en veel van alles eigenlijk. De mooie Brazilianen zaten volgens mij thuis, want het aantal mensen dat last had vetkwabben was hoog. Ik ben ook niet heilig, maar de Brazilianen kunnen er wat van, en schamen zich er ook niet voor. Kreeg het idee dat hoe meer kwabben je hebt, hoe eerder je uit je kleren mag in dit land.
Copacabana boulevard is de plek om te flaneren, zien en gezien worden. Het is heel prettig om zo naar voorbijlopende mensen te kijken. Veel honden ook, fietsers, joggers, lopers, jong en oud, van alles is te zien. Om de paar meters eten of drink tentjes, veel verkopers met prullaria, zandkastelen bouwers, ach, je komt ogen te kort.
Om een uur of twee begon het te druppelen en dat is nooit meer goed gekomen. Anna-Maria en ik besloten de Metro terug richting centrum te nemen en daar aangekomen plense het zo hard dat er niks anders opzat om terug naar de boot te gaan. Verzopen als ‘ongewilde pups’ arriveerde ik soppend in mijn schoenen om 4 uur bij de Rupibblica-de-Argentina aan.

Rio lijkt me een zeer prettig stad om in te verblijven en ik wil er zeker straks weer naar toe, al is het maar om mensen te kijken in Copacabana. Heb al een parking voor mijn auto gezien in het midden van de stad dus dat gaat helemaal goed komen…
Verder door naar het zuiden, waar Santos op me wachten. Dat was een dag varen (of was het meer, ben het al kwijt), maar helaas was er geen plaats in de haven. Het werd een nacht buiten op volle zee voor anker, samen met minimaal 25 andere schepen. Santos is de grootste haven van Zuid Amerika, ligt vlak bij Soa Paolo en bleek de volgende dag niet zo appetijtelijk, Het was zaterdag en de Taxi die we eindelijk vonden probeerde ons een oor aan te naaien. Eigenlijk waren het twee oren want hij vroeg maar liefst 20 $ voor een ritje wat niet meer dan 5 zou moeten kosten. Dat bracht de nodige verwarring en consternatie waardoor we uiteindelijk met z’n vijven in een te kleine taxi richting het centrum snorde. Wederom waren alle winkels dicht, nu was de uitleg dat het zaterdag middag was. En als in dit soort steden de winkels dicht zijn, dan is alles ongezellig en doet ‘koud’ aan met alleen maar rolluiken in het zicht. Ik heb tot nu toe wel pech, in Rio was het Kerst, nu zaterdag. Er was een gedeelte in het centrum waar de winkels wel open waren maar dat bleek een moderne bedoeling te zijn waardoor het net is alsof je in Amsterdam, Keulen of welke andere westerse stad bent. De C&A, de McDonald’s, enfin je kent het wel.

Door naar Montevideo, de hoofdstad van Uruguay. Dat was twee dagen varen en in die tijd begon ik keelpijn en een hevige verkoudheid te krijgen. De volgende dag was het erger, er stak ook een windkracht 8 op (en dat voel je op zo’n groot schip ook hoor), het werd dus een dag om snel te vergeten. In Montevideo aangekomen was het 9 uur in de avond voor er eindelijk toestemming was om van boord te gaan. Het was buiten koud. Klinkt raar, maar een pool wind maakte het guur. Omdat mijn verkoudheid alleen maar erger aan het worden was en ik al mijn warme kleding in de auto had besloot ik niet mee te gaan Montevideo in

Het eten begint na bijna 30 dagen wel een beetje te vervelen. Nooit eens rijst of noodles, altijd en alleen maar Italiaans. Nou is daar op zich niks mis mee maar als Nederlander houd ik wel wat van variatie en wereld keuken, maar dat is er bij de Italianen niet bij. Ik miste ook bruin brood. Het brood aan het ontbijt werd elke dag vers gebakken en smaakte prima, maar die kleffe witte dingen gaan ook vervelen naar verloop van tijd.

Vanuit Montevideo door naar Zaraté, een gehucht 60 km ten noorden van Buenos Aires. Het was spannend omdat er een mogelijkheid bestond dat we snel door konden naar Buenos Aires (BA) zodat we daar oud en nieuw konden vieren. Indien niet dan zouden we in een gehucht liggen, ook geinig maar een Megastad is voor oud en nieuw natuurlijk leuker. Eerst het gehucht maar verkend en dat was eigenlijk best aardig. Een gemoedelijk rustig dorp met aardige winkels en een relaxte atmosfeer. Geld gepind, wat snel ge-internet (als je een tijd niet online bent geweest staat er altijd zó veel mail klaar), een supermarkt ingedoken om te ontdekken dat ze hier geen naturel yoghurt kennen, alleen maar van die mierenzoute fabrieksdingen, en een eerste héérlijk bakkie Argentijnse koffie gedronken.
Terug bij het schip was er nieuws. Het werd gehucht met oud en nieuw.

Die avond (31 december) was er natuurlijk weer een gigantisch diner. Hoe mensen zoveel eten naar binnen kunnen stouwen, het is onbegrijpelijk. Even vertellen? Ok dan. Begonnen met 3 soorten pasteitjes, waarvan er twee gefrituurd. Boink, de eerste steen in je maag. Gevolgd door twee andere pasteitjes en een soort bladerdeeg taart (en dan gelijk zo’n joekel van een stuk). Boink, steen nummer twee, ik zat dus eigenlijk al vol. Dan kwam er Spaghetti met krab saus, daarna penne (die dikke pasta staven) met tonijn (begon nu al gangen over te slaan).

Het menu …Burp…en de Seward salvatore, van wie ik nog jaren nachtmerries zal hebben
Hierop volgde een mega grote langoustine, een soort super garnaal van zowat een halve meter grote. Dan gefrituurde calamares, gevold door een salade van inktvis met aardappelen, uitjes en zo. Tegen die tijd begin ik al te kokhalzen als je aan nog meer eten moest denken. Hierna kwam er een stuk cake binnen dat niet eens op je bord paste (en ik bedoel grote borden he), gevolgd door een grote bak met gedroogde vruchten (nootjes, vijgen, dadels etc). Het vers fruit, wat daarna op het menu stond (en waar iedereen naar uit zat te kijken aan onze tafel) werd overgeslagen, in plaats daarvan koffie.
Ik persoonlijk vind het allemaal erg overdreven en decadent, had ook voor mij niet gehoeven. Was al blij geweest met een bak boerenkool met worst of zo, maar ja, ik ben maar een simpele ziel.
De kapitein, die nooit een woord met de passagiers repte, had hem om 10 uur al flink hangen en begon elk half uur 10 decibel luider te praten. Om half twaalf konden we ons zelf bijna niet meer verstaanbaar maken ben zijn gebral uit. Was dan ook blij dat het eten over was.
De avond was natuurlijk nog niet over, om 12 uur was het champagne op de brug. Dat was een beetje stijfjes maar om 12 uur begon men op de scheepshoorn te blazen, een claxon die ik graag op mijn auto zou hebben. Heel het gehucht stond te trillen. Iedereen feliciteerde mekaar wat onwennig. Salvatore, de steward en diegene die zo lomp was elke keer, wilde me op beide wangen zoenen en dat heb ik maar wat afgehouden. Hierop was ie erg verbolgen, klaagde gelijk bij de kapitein dat de mannen in Holland niet zoenen. Als je veel drank op hebt is dat blijkbaar heel erg leuk (*zucht*).

De avond was om, het was 2009. Ik hoop dat jij een heel goed 2009 zal hebben ieder geval, uiteraard gezondheid en rijkdom, geluk en voerspoed, natuurlijk veel sex (als je boven de 12 bent natuurlijk hehe) en liefde, je snapt het wel.

Nog wat voor reizigers die ook met dit scheep mee gaan.
-De airco in het schip werkt op z’n Italiaans. Dus of te koud, of te warm. De termostaat in je kamer zit er voor de zier, of je die op koelen, verwarmen of uit zet, verschil merk je niet. Neem dus kleding voor beide gevallen mee, in de nacht heb ik het diverse malen koud gehad.
-Het bed is goed, maar de dekens zijn van die ouderwetse paardendekens die niet echt lekker aanvoelen, beetje prikachtig. Neem een extra laken mee of vraag er een aan de Steward. -Als je van thee houd neem een klein theepotje mee. Het is hier alleen maar theezakje in je eigen klein kopje doen, en dat smaakt toch niet zo lekker. -Als je op je gewicht wil letten ga dan niet met dit schip mee!! En als je het wel doet, zorg dat je elke dag wat aan sport doet. Als het dek leeg is kan je redelijk hardlopen, en in de gym staan wat gewichten en een hometrainer. Neem een MP3 speler mee, want anders zijn deze activiteiten allemaal zo saai dat je er bij in slaap valt.
-Zorg dat je een dikke huid hebt. De Italiaanse bemanning ziet je meer als last dan als passagier en dat kan soms voor wat spanning zorgen.
-Verwacht niet dat je in elke haven van boord kan. Ook niet als je er wel langer ligt. -Je auto is redelijk veilig. Er komen geen vreemde in de laadruimtes en alles word netjes gecontroleerd.

Op 2 januari vertrek richting Buenos Aires (eindelijk). Het was maar vier uurtjes varen volgens de bemanning maar daar er een wachtrij aan schepen voor de haven lag heeft het de hele dag geduurd.

Je moet wat als je je verveelt. Buenos Aires op de achtergrond
Om 6:30 meerde we af, om 9 uur lokale tijd reed ik met mijn auto Argentinië binnen. De douane en bagage afhandeling ging super relaxed en nam 6 minuten in beslag, daarna werden we door de douane man voorgereden naar het parkeer terrein van de Buquebus, vlak bij het centrum en een idseale (alhoewel wat wat dure met 35 reales per dag (8 euro)) parkeerplaats waar ik mijn Zuid Amerikaanse avontuur zou gaan beginnen. Maar hierover binnenkort meer.