20090200 – Februari 2009, Ushaia naar el Calafate (Argentinië)

Een dag of tien hield ik het wel uit daar in het koele Ushuaia, daarna werd het tijd om weer terug naar boven te gaan rijden (je kan geen andere kant op). Via veel zandwegen belande ik bij Perito Moreno, de imposantste gletsjer, omdat je er makkelijk vlakbij kan komen.

In een dag of tien deed ik de belangrijkste toeristische attracties van Ushuaia en omgeving en ontmoete ik vele collega reizigers. Om te beginnen bezocht ik het nationale park Tierra del Fuego. Dat is erg groot en mag maar voor een klein gedeelte door mensen bezocht worden. Ik liep er een tweetal trek’s, een kort en een lang. De korte trek kiep langs een bever kolonie, maar die beesten hielden zich schuil. Wel dook er ineens een mooi grote vos voor me neus. Kon hem bijna aanraken. Hij was niet bang en was druk bezig zijn territoria ‘uit te zetten’ met geurpaaltjes, met andere woorden hij seek overal tegen aan. Langzaam liep ie van me weg, hij gaf me genoeg tijd om een paar mooie plaatjes te schieten. De grond waar ik liep was heel zacht en sponsig, ik vermoed een soort veen of zo. Wel lekker lopen.

Reinaart poseerde netjes
In de nacht sliep ik in het park om de volgende morgen vroeg aan de lange trek te beginnen. Ik wilde dat vroeg doen omdat het zaterdag was en er later in de ochtend vast busladingen met dagjesmensen zouden komen, die wilde ik voor zijn. Dat lukte en ik liep de hele rustige vier kilometer heen naar de grens van Chili. De Argentijn houd niet van vroeg opstaan, de dieren blijkbaar ook niet want behalve heel veel konijntjes zag ik niet bijzonders. Het ‘pad’ liep wel dwars door het woud en was erg mooi. Het zijn geen Nederlandse bossen maar echte bossen, die erg dicht zijn en waar op de grond héél veel omgevallen bomen liggen. Van het pad afwijken zou hel zijn.

Natuurparken zijn erg schoon, er ligt vrijwel geen vuil. Had thermos koffie bij me, vond het een prettige wandeling. Moest met heimwee aan Nepal denken en de trek die ik daar gedaan heb. (wat later dacht ik aan de 10.000 trapjes en was de heimwee snel weg). Aangekomen bij de Chileense grens heb ik even over de grens heen gezeken en ben weer terug gelopen (grens overschrijdend zeiken is dat?).

Bevers maken er een zooi van
Op zondag ging ik in de morgen met een klein bootje mee een rondreisje door het Beagle kanaal. Dat natuurlijke kanaal verbind de twee oceanen met elkaar. Zag er veel vogels en zeehonden en zeeleeuwen. Ondanks de kou was het erg prettig. In de middag was er de BBQ. Dat was gezellig alhoewel de Fransen een beetje bij elkaar klitte en niet echt mee deden. Mijn vlees was lekker zwart aangebrand en zo taai als een schoenzool maar kon gelukkig een vorkje met Marisol en Armin mee eten.

Koud maar wel gezellug
Na nog een dagje camping om watertank vol en stronttank leeg te maken was het op naar Harberton. Dat is een estancia zoals ze er hier vele hebben. Een estancia is eigenlijk een soort van boerderij, maar dan boerderij grootgrond bezitter. Lappen met grond waar ze koeien, schapen of paarden op laten grazen. Die mesten zichzelf wel vet, en zo wordt je rijk. Het speciale aan Haberton is dat dit het laatste stukje menselijkheid is voor Antarctica. De weg er naar toe was een heerlijke kermis weg, lekkere bochten en heuvels die je aan een achtbaan deden denken. Super rijden, ondanks dat het net geregend had en er hier en daar wat moddervlakken lagen. Die zijn link, want daarop kan je een flinke schuiver maken. Onderweg nogmaals een demonstratie van de destructieve bevers. Ik denk dat we blij moeten zijn dat we die beesten niet in Nederland hebben want die maken er echt een tering zooi van. Alles wat maar naar boom ruikt word geveld in een straal van soms wel 1 km rondom een bever nest. Hele valleien zijn som kaal. Afgekloven bomen liggen als mikado houtjes in het rond.

Het waait hier hard en lang
Bij Haberton aangekomen stelde het niks voor. Wat huizen , een boerderij en een museum. Ik ben geen museum type (alles wat oud is moet je lekker zo laten) dus reed gewoon door alsof het niet het einde van de wereld was. De weg liep nog zo’n 15 km verder en de natuur werd alsmaar mooier. Fraaie baaien om aan te parkeren, prachtige (dennen)bossen. Ik wist niet of je er in de nacht mocht parkeren dus wilde dat risico niet nemen en aan het eind van de middag reed ik terug richting Tolhuin. Hier had ik op de heenweg een mooie slaapplek aan het Fagnano meer gezien. Daar aangekomen was ik niet de enige die op dat idee was gekomen. Armin & Marisol en Rick & Kathy stonden al op mijn plekje. Gelukkig genoeg ruimte dus parkeerde er bij en de avond met z’n 5’en gezellig bij mij in de auto lopen beppen. Omdat het de dag erop redelijk weer bleek te zijn bleef ik die dag maar staan. Er was hier een bakkerij met Wifi en was dus genoodzaakt zoetigheid te kopen en opeten. Tegen al mijn regels in. Toen Kathy ook nog eens met zelfgemaakte muffins aan kwam zetten was het, op calorie gebied een zonddag.
Terug naar het noorden wilde ik niet de zelfde weg nemen. Had gehoord dat er een kleine grenspost was op de hoogte van Rio grande, te bereiken via een landweg (voor collega reizigers, weg nr B, grenspost Bella Vista). In de winter is deze grenspost gesloten omdat je door een rivier van Argentinië naar Chili moet. Mijn FFF (Favo Franse Familie) hadden me verteld dat het een erg makkelijke grensovergang was. Volgens weer iemand anders lag er aan de overkant van de grens een meer, Lago Blanco en daar kon je goed kamperen. Hoppa dus, die kant uit. Armin en Marisol en Rick en Kathy zouden ook die kant uit gaan. Omdat Armin wat problemen met zijn auto had, beloofde ik bij hem in de buurt te blijven. De weg richting grens ging over steenslag weggetjes en was inderdaad fraai. Vlak voor de grens even snel mijn groente en fruit verstopt, het was immers een makkelijke grens dus deed niet al te veel moeite. Aan de Argentijnse kant was alles in 5 minuten gepiept, daarna een rivier door en aan de Chileense kant moest ik zelf het hek open maken om Chili in te kunnen.

De grenspost, zelfbediening
Bij de grenspost aangekomen leek het in eerste instantie ook erg makkelijk te gaan totdat de mijnheer van de controle plots de auto van Armin en Marisol ging onderzoeken. Alles werd onderzocht, elk kastje open gemaakt, ik schrok me wild. Ik had een halve kilo aardappelen, kilo wortelen, halve kilo ui, 7 eieren en wat knoflook. Dat mocht allemaal niet, maar ik had al gezegd dat ik niks had. Zat flink in de rats. Die vent zou ook zo bij mij komen controleren en het ongetwijfeld ontdekken. Wat er dan gebeuren zou weet ik niet, maar een vette boete zou minimaal zijn. Ik wilde alles snel nog beter gaan verstoppen maar omdat ik alles in het ijskastje vóór had zitten, en de auto van Armin ook voor mij stond, kon ik moeilijk alles zo er uit halen, dat zou die man zien. Heb toen heel voorzichtig, een hand en arm in het ijskastje voor gestoken en er het zakje uien uitgehaald. Dat stopte ik snel onder mijn dekbed. Hetzelfde lot verging de aardappelen en de wortelen. Toen ik de eieren (los) in mijn hand had hoorde ik de man aan komen lopen en snel propte ik ze onder mijn hoofdkussen. De kaas lag nog in het ijskastje, maar kon niks meer doen.
Tralalala, goedendag mijnheer, mooi weertje, u komt controleren, nou komt u maar hoor. Ikke…nee, ik heb niks, echt niet (de vliesjes van de ui lagen nog op de grond). De man trok alle kastjes open, wist zelfs al heel snel mijn geheime koffie voorraad te vinden (niet verboden). De gast was slim. Plots liep hij naar mijn bed. Ow God denk ik. Hij trekt het matras omhoog en gaat onder het matras kijken. Ik smeekte dat de eieren niet van onder mijn kussen zouden rollen. Aan de andere kant van het matras lagen de uien, ik kon ze van hieruit ruiken. Plots draaide hij zich om en zegt, ok, ik geloof het, je mag door. Kan me niet voorstellen dat hij de zucht van verlichting niet op mijn gezicht zag. Dat doe ik dus ook nooit meer.
5 minuten later staan we nog met die man te praten over de redenen van al die controles. Hij sprak over allerlei ziektes uit noord Amerika en Europa die er hier niet waren. In vlees zat bijvoorbeeld vaak een bepaalde bacterie. Als een doersoort dat vlees zou eten, ontwikkelde ze zweertjes in de bek en tussen de tenen en zouden binnen 24 uur dood zijn omdat ze niks meer konden eten of drinken. Begon wel een beetje wroeging te krijgen van mijn smokkelactie en besloot het nooit meer te doen. Het gesprek ging over op de te volgen weg en ik pakte snel de kaart uit de auto. Toen ik hem open vouwde voor de neus van de inspecteur vielen er een flink aantal uien vliesjes tussen uit. Ik weet niet of hij het gezien had, maar hij zij niks.

Via een spannende binnen-door weg waar de bomen de zijkanten van mijn auto bekraste kwam ik bij een super gave plek aan het meer Lago Blanco aan. Er was hier niemand en ik parkeerde met uitzicht op het meer, een niet actieve vulkaan en een heleboel bomen.

Lago Blanco
Na een heerlijke rustige nacht besloten we met z’n drieën (Armin en Marisol) om de vulkaan omhoog te gaan lopen. Het was mooi weer. De vulkaan was wel wat ver weg maar Armin claimde dat we over twee uurtjes boven aan zouden staan. Ik geloofde daar geen zak van en vol goede moed stapte we aan. In het begin was er nog een soort van pad door het machtige bos. Ook hier veel omgevallen bomen. Er moet hier ooit een megastorm geweest zijn die al die bomen hebben omgegooid. Verder veel wilde guanaco’s die op afstand waarschuwing kreten uitstoten.
Na 2 uur wandelen, klimmen en klauteren door het schitterende oerbos waren we nog niet eens op de helft en na een rustpauze in een open plek maar weer de terugweg aanvaard. Was toch 10 km lopen vandaag maar super lekker. Heb nog een stuk over oermos gelopen, een oranje kleurig mos dat zo dik is dat je schoenen er bijna in verdwijnen. Heel fraai en heel zacht lopen. Na een afgrijselijk slechte film van Armin (iets met Wesley Snipes) was het al weer laat.

Dag erop wilde ik weg maar Armin en Marisol lagen nog in bed (het was 9:30) dus maar ajuu gezegd en vertrokken. Kom ze vandaag of morgen vast wel weer tegen ergens. Naar het noorden over zandpaadjes. Het regende een beetje, de modder spette heerlijk. Mijn auto was na 50 km onherkenbaar. Het was net alsof ik door de Nederlandse duinen reed. De luchten waren Hollands. Alleen waren er geen mensen en geen verkeer, dat zou in Holland ook zo moeten zijn. 50 km verderop was het net alsof ik door Afrika reed. Van die gele savanah, hier en daar een lama of een struisvogels, af en toe schoot er een vos weg, allemaal niet heel onprettig ieder geval.

Stomme beesten, kreeg er BBQ neigingen van
In plaats van links richting Povernir toch maar rechtdoor richting ferry gegaan. Ik wist dat de weg slecht was, en dat was ie dan ook. Niet goed voor mijn auto dat soort hobbelpaden. Bij de ferry aangekomen lag die al op me te wachten. Er kwam al een ventje aangelopen die me vertelde dat ik bij de kassa code 01 moest zeggen. Ik denk ja, dank je de koekoek, ben op de heenweg genaaid en ik vind één keer genoeg. Bij de kassa vertelde ik dus dat ik een klein motorhoompje had, en mocht voor 124 Argentijnse peso of 18800 Chileense peso door. Kijk, voor zo’n 25 euro is zo een overtocht nog wel te doen (op de heenweg betaalde ik 2x zo veel).
Terug op het vasteland (want vuurland is een eiland) afgezakt richting Punta Arenas. De hele weg is er niks. Ook het stuk wat ik eerder reed, vanaf de grens naar hier, is er niks. Geen benzine station. Geen winkeltje. Geen huis. Niks. Dat is dus 250 km niks, vanaf Rio Gallegos. Bah bah, je moet het maar even weten. Onderweg blijven slapen langs de kant van de weg. Verkeer is er weinig en in de nacht helemaal niet (hoop ik). De volgende dag door naar Punta Arenas. Maar het was zondag en alles was dicht. Kwam in een dooie saaie stad. Maar, ik wilde winkelen in de Tax Free zone die er hier is, dus wilde tot maandag wachten. Tijd volbracht met een beetje rond de stad lopen, een supermarkt vinden die open is (en gevonden), en wat internetten op de gevonden wifi netwerk. In de avond kreeg ik ineens een mailtje binnen van Armin, waarin hij schreef dat ie ook in dezelfde stad was. Hij had problemen gehad met zijn auto, en was er natuurlijk niet zo blij mee, dus wilde morgen naar een Nissan dealer gaan. Hij kwam 5 minuten later naast me parkeren en we hebben een fles bier genuttigd. Ik wilde de volgende dag wel bij hem in de buurt blijven om te kijken of ik hem kon helpen maar verloor hun toch uit het oog en besloot in de middag maar door naar Puerto Natales te rijden. Na een bezoek in de Tax Free shop, waar ze niet hadden wat ik wilde (een usb kabeltje) nam ik afscheid van Punta Arenas. Geen overdonderend succes. De weg naar Natales voerde door…. Pampa. Dit keer pampa met heel veel wind.

Gewoon, langs de weg
Overnachte op een uitkijkpost 15 km voor Natales en viel hierdoor de volgende ochtend al vroeg Natales binnen. Was Punta Arenas niks, Puerto Natales was nog minder. Liet er de was doen en was de volgende dag richting het Nationale park Torres del Paine. Onderweg vele mooie parkeerplekken maar die reed ik allemaal voorbij. Ik bedoel ergens in de wind aan het water staan in de kou, mwahh, dat had ik wel vaker meegemaakt en zat ik niet op te wachten. Ik wilde gletsjers zien. Na een wat moeizame rit door mooie natuur, waar ik erg veel regenbogen zag, kwam ik bij Lago Grey. Dat meer word gevormd door smeltwater van de gletsjer Grey. Onder in het meer dreven een aantal ijsschotsen die van de gletsjer waren afgebroken. Blauw van kleur was dat een erg fraai gezicht. Het is een kleur die je niet in de natuur verwacht. Groen, bruin en geel en alle schakeringen daarvan ok, maar blauw? Het waaide echter zo hard, dat de spullen gewoon uit je zakken waaide. Het was bijna niet mogelijk om je camera vast te houden dus na een half uurtje ijs-staren maar snel terug naar de auto gegaan.

Blauw van de kou
Zie veel bloemen langs de kant van de weg maar ik snap niet hoe dat werkt. Insecten zullen er wel zijn, maar met die constante harde wind kunnen die nooit vliegen en die bloemen dus niet bestoven worden. Toch moet het op een andere manier werken wat er staan zat bloemen.

Ik zie veel fietsers door Patagonië fietsen. Had ik er in de Himalya’s bewondering voor, hier heb ik er bewondering en medelijden mee. De wind jakkert zo hard dat er niet te fietsen valt. Toch zie je ze gaan hoor, worstelend tegen de wind, 5 km per uur of zo, niks bijzonders om te zien, alleen maar pampa en dan nog een paar honderd kilometer te gaan zo….

Ik zie niet zoveel verschil tussen Argentinië en Chili hoor. Ik zal nu wel een mes in me rug krijgen van een Argentijn of een Chileen. Waarschijnlijk komt dat omdat ze dezelfde taal spreken. Behalve dan ander geld lijkt alles een beetje hetzelfde. Ik hoor echt het verschil tussen de twee talen ook niet, maar zelf zeggen ze dat er veel verschil is tussen de twee. Zo is bijvoorbeeld het woord strand (Playa) in Argentijns Plaasjaa (beetje op z’n Braziliaans) en in Chileens Plaja (net als in Spanje). Ik heb nog een hoop te leren op dat gebied. En, in Chili kan je yoghurt krijgen (zonder suiker of andere zooi erin).

Een huis kopen in Argentinië kost bijna evenveel als in Nederland. Vind dat wel raar want er is hier zo veel meer ruimte. Maar waarschijnlijk wil iedereen midden in de stad wonen (of er vlak bij) en niet in de pampa, dus is er vraag naar ruimte in de stad, en dat kost dan dus weer geld. Rare mensen die Argentijnen.
Stoplichten staan hier NA het kruispunt. Stoppen we in Europa vóór het stoplicht, stoppen we in Azië gewoon helemaal niet, in Zuid Amerika moet je een heel eind vóór het stoplicht stoppen anders sta je midden op de kruising. Een stopstreep kennen ze niet, dus dat was even wennen. Maakte de fout in Ushuaia ook nog een keer, was al op de kruising voor ik in de gaten had dat er een stoplicht stond. Hetzelfde doen ze soms met bordjes, vooral op rotondes. Daar zetten ze soms het bord nadat je de afslag hebt genomen. Niet altijd handig moet ik zeggen. Heb al diverse rotondes een keer of vier rond gereden.

Ook anders dan in Europa zijn er hier snelheids gaten. Dat zijn een soort goten over de straat heen, en daar moet je langzaam doorheen anders laat je je vering of erger je voor of achteras achter. Snelheids heuvels hebben ze ook veel, van die flinke. Wel altijd goed aangegeven gelukkig. De wegen in steden en dorpen zijn vaak erg hobbelig en slecht, maar zo gauw je buiten de stad komt is het meestal prima. Dat is natuurlijk één manier om de snelheid eruit te halen. Veel wegen zijn niet geasfalteerd maar worden wel onderhouden en rijden dus best goed. Helaas zijn er ook wegen (zoals in het Torres del Paine park) die niet onderhouden zijn en vol met wasbord en gaten zitten, erg irritant.

De torens van Torres del Paine (nee, niet torens van de pijn)
Terug naar het Nationale park Torres del Paine. De volgende dag regende het, en het zag er Hollands uit. Met andere woorden laaghangende bewolking, miezerige regen afgewisseld door een stortbui en overal grijs. Ik had me best veel van het Park voorgesteld en wilde heel graag naar de blauwe gletsjer lopen. Maar ook dit keer bleek mijn vurige wens niet in vervulling te gaan. Lopen in de regen, das niet te doen (en ook niet leuk). Kan je zeggen ok, je moet er wat voor over hebben maar daar kwam het volgende bij. Om bij de gletsjer te komen heb je twee keuzes. Keuze een is twee dagen heen en twee dagen terug lopen. Keuze twee is de eerste dag met een boot een meer oversteken om zo de eerste dag lopen af te snijden. Het in één dag op en neer doen, zou kunnen, maar het is 5 uur heen en vijf uur terug. Zwaar maar te doen, ware het niet dat die boot maar 3 keer per dag voer en dat zou ik niet terug halen. Dus dat betekende overnachten. Er zijn alleen campgrounds, dus moet je weer een tent gaan huren, slaapzak meenemen etc., hele zooi mee omhoog slepen en terug, en dat in de regen. En dan ook nog eens alleen, nee dat zag ik niet zitten. Was dus blij dat Armin aan kwam rijden de vorige avond, in de hoop dat hij mee wilde lopen. Die wilde wel maar, hij heeft een hond bij zich en die mocht officieel het park niet in. Die moet hij dus verstopt houden. Die hond kon dus niet mee de trek doen en hij wilde haar ook niet achter laten, dus het werd allemaal nog ingewikkelder. Kwam dan ook nog eens bij dat de boot tocht best duur was, de kampsite boven ook, en zo alles optellend laat ik de boel maar zo als het was. Ga me niet in rare bochten wringen, ik moet toch ooit nog eens terug om naar Antartica te gaan, kan ik dit ook op me lijstje zetten.

Reed dus door naar Lago Azul voor de nacht, en besloot de volgende dag langzaam richting Argentinië en Perito Moreno te rijden. Vond Torres del Paine mooi maar niets speciaals (op de gletsjer die ik niet gezien heb na). Bergen kan je overal zien. Ok het zijn mooie bergen en zo, maar het is wel een beetje een tourist-trap geworden vind ik. Je moet veel betalen om het park in te komen. En dat park is mooi omdat de bergen en natuur mooi is, daar hoeven ze hier geen zak voor te doen, bestaat al duizenden jaren zo. Dus, verwacht je voor je geld wel iets. Bijvoorbeeld dat ze de wegen onderhouden of andere fraaie dingen hebben. Niet dus. En dan moet je helaas voor alles wat je binnen het park wilt doen wederom veel betalen. Ze hebben het ook zo in elkaar geflanst dat je niet even snel wat kan zien. Alles om je flappen te tappen dus.

Raar, maar lago Azul was blauw
Om te onthouden: Een fogon is een BBQ plek. Meestal gewoon een gemetseld muurtje in U vorm, waar de Argentijn op zondag zijn halve varken of koe kan braden.

De volgende dag via Cerro Castillo richting grens. In Cerro zelf vond ik een bijzonder vriendelijke juf van de toeristen informatie. Behalve info mocht ik ook gratis internetten bij de bieb aan de overkant. Super.
Was al eerder bij de grens dan ik verwachte. Die overgang was in no-time gepiept en reed nog een stuk in Argentinië over de befaamde ruta 40. Die is formaat steenslag (en niet overal even goed) met uitzicht op pampa met heuvels. Toen ik stopte om even wat te doen, opende ik mijn deur. Tenminste, ik had hem net open toen de wind hem greep en met een klap open gooide. Dat ging zo hard dat ik even bang was dat ie af zou breken. Scheelde inderdaad niet veel. De boel was flink verbogen. Zo erg zelfs, dat ik de deur niet meer open of dicht kon krijgen (hij stond op een kier). Daar stond ik dan, midden in de pampa, met een deur die helemaal verbogen en vast zat. Mijn motor liep nog maar ik kon de deur niet openen om de auto in te gaan om die af te zetten of mijn voertuig te verplaatsen. En omdat mijn sleutels in het contact zaten kon ik dus ook niet de camper in of via de passagiers deur naar binnen. Gelukkig reden Jurgen en Yasha in de buurt en die hielpen me. Het heeft een half uur werk gekost om met behulp van de krik van Jurgen de deur ieder geval weer open te krijgen. Moest ook met een krik en wat houten balken kracht op de deur zetten om hem weer dicht te krijgen zo erg was die ontwricht. Dat zal wel garage werk worden in Calafate.

De volgende morgen, terwijl Yasha en Jurgen nog lagen te maffen ben ik de deur eens gaan bestuderen. Heb met behulp van wat bijstellen van de schanieren de deur ieder geval weer zo gekregen dat ie (met moeite en een hoop geknars) weer open en dicht kon. Hoefde ik ieder geval niet via de passagier deur steeds naar binnen te klimmen want dat was wat lastig.
De weg naar Calafate was niet zo ver (200 km of zo) maar de tegenwind was enorm. Heb nog nooit zo iets meegemaakt. Toen ik op een gegeven moment stopte kon ik mezelf amper vasthouden anders was ik zelf omgewaaid. Een zodanig tegenwind is niet alleen heel zwaar rijden maar ook levensgevaarlijk en vreet diesel. Je moet je 100% concentreren want een vlaag en je staat op de andere kant van de weg of je ligt er naast.

Patagonië zoals in de folders
In Calafate aangekomen was het daar super druk. Kon mijn auto nog net ergens kwijt, liep naar L’anonima ( AH van Argentinië ) en ook daar was het super druk. Na de boodschappen ging ik bij het benzine station vragen wat ik, als buitenlander, moest betalen voor diesel. Dat bleek inderdaad anderhalf keer zo veel te zijn als normaal (3,4 peso ipv 2,1). Omdat ik wel diesel nodig had besloot ik maar eens de jerrycan truc te proberen. Leegde de 2x 20 liter in mijn tank en liep met de lege jerrycans naar de pomp. Die werden netjes zonder problemen gevuld. Na die te hebben geleegd weer terug naar de pomp. De man stond al schamperig te lachen en zei… ja , zo is eigenlijk de enige manier om tegen de normale prijs diesel te krijgen. Zo kreeg ik dus toch nog 120 liter binnen (en spierballen er van) maar leuk is anders. Ik vertik echter om gediscrimineerd te worden, kan er bijzonder boos om worden en vind het heel erg onprettig. Liever een hele ochtend jerrycans dragen dan de zak van die klootzakken te spekken.
Sorry voor het taalgebruik, maar ik ben er echt boos om. Elke keer als ik om uitleg vraag krijg ik te horen… ja maar het is de wet. Ja bull, het is helemaal geen wet. Maar de Argentijnen hebben er een broertje dood aan als de Chilenen van tegen de grens bij hun goedkoop komen tanken en hebben dit als oplossing bedacht. Vind het schofterig, asociaal, beledigend en discriminerend en dus illegaal. Ik zal heel zeker een zeer boze brief of mail sturen naar het ministerie van toerisme van Argentinië. Zo, ik ben het kwijt en ga er verder niet meer over zeuren.

Wilde morgen heel vroeg naar de gletsjer gaan om zodoende een goede plek om te parkeren te bemachtigen dus besloot vlakbij in een park te kamperen voor de nacht. Nou ja, vlakbij, een uurtje rijden vlakbij. Het was er erg mooi en stil met een pracht uitzicht. Helaas pindakaas was het zaterdag. Ik stond dus nog geen uur of er kwam een Argentijn 100 meter bij me vandaan parkeren. Zijn kofferbak ging open, z’n radio op 10, het hondje begon te blaffen en zij zelf probeerde daar dan boven uit te gaan schreeuwen. Alsof ze allemaal doof waren en hun gehoor apparaatje uit hadden staan. Besloot al snel te verkassen. Jurgen en Yasha kwamen nog aan en een rustige nacht gehad.
De volgende ochtend regende het en het zag er niet best uit. Wilde toch naar Perito toe, ik wilde ijs zien. Vertrok dus vroeg om een lekker plekje op het parkeerterrein te vinden en reed al glibberend over de modderwegen richting gletsjer. Dat is zeer eng rijden en door dit soort omstandigheden gebeuren jaarlijks erg veel ongelukken. Je auto glibbert namelijk weg en omdat er altijd aan de zijkant een diepe gleuf ligt begint je auto steeds harder weg te zakken. Als je pech hebt ga je over de kop of kapseis je, zoals de Zwitser met zijn MAN. Ik reed dus maar langzaam en voorzichtig richting gletsjer en had voor alle veiligheid de 4-wheel drive maar aangezet. Daar aangekomen kon ik mijn ogen niet geloven.

Jeming…
Ondanks de stromende regen. Die gletsjer was absurd. Hij is 13 km lang en gemiddeld 50-80 meter hoog (dik). Al dat sneeuw word gecomprimeerd tot ijs en zakt langzaam de 13 km richting einde, waar ik nu dus sta. Daar eindigt de gletsjer in een meer. Niet zomaar langzaam verdwijnen. Nee, je kijkt tegen een 60 meter hoge loodrechte muur van sneeuw en ijs. Daar breekt telkens een stuk ijs van los om met een geweldig gedonder en geraas in het water te storten en langzaam met de stroom mee te drijven en te smelten. Het ijs kraakt en zucht. Kan je je voorstellen, 60 meter hoog en op dit punt een paar kilometer breed, wat een massa dat is en wat voor een geluiden dat maakt. Denk maar eens wat een gewoon natuurijs voor een gekraak geeft, vermenigvuldig dit een paar honderd keer en dan kom je in de buurt. Dit is natuur geweld. Ik bedoel gooi maar eens een flatgebouw van een brug af het water in, daar moet je het zo een beetje mee vergelijken. Het is een machtig fascinerend schouwspel en hypnotiseert je. Je wilt wachten tot er weer een brok ijs het water in dondert.

Omdat het bleef regenen en ik nat en koud was hield ik het maar twee uur vol, maar besloot ter plekke hier te blijven wachten tot het beter weer werd.

Geen commentaar
Helaas was het de volgende dag niet veel beter en besloot, na toch nog één bezoekje aan de gletsjer, om terug naar Calafate te rijden om daar mijn deur te laten repareren. Na wat zoekwerk bij een beunhaas aangekomen die het wel voor me zou maken. Ik moest maar even een ommetje maken zegt ie. Dat deed ik, 500 meter verderop zat een grote supermarkt en toen ik terug kwam was de deur al klaar. Hoe die het gefixed had weet ik niet maar het werkte allemaal prima. Beun zelf was er niet, maar zijn knecht zei dat het 150 Peso moest kosten. Dat is zeg maar 35 euro. Vond dat wel een beetje veel voor een half uurtje werk en zei dat dus ook. Knecht belde baas, die 20 minuten later op hoge poten aan kwam lopen en gelijk begon te fitten. En ik moest maar betalen anders zou hij de politie bellen. Ik heb altijd een hekel aan mensen die gelijk beginnen te razen. Bleef rustig en legde uit waarom ik het te veel vond. Maar ik geloof dat de man te boos was en me niet echt hoorde. Ik heb uiteindelijk 100 peso betaald (22 euro) en reed weg. Kwam gelijk Rick & Kathy tegen (even kleppen), en daarna een straat verder Armin& Marisol (even kleppen). Die vertelde me dat ze met 5 overlanders op het strand hadden gestaan vannacht maar dat nu iedereen weer weg was. Besloot zelf maar op de camping te gaan staan, voor stroom, water en wat douches, en om het een en ander aan de auto te doen. De dag erna ga ik wel naar het noorden rijden of zo.

El Calafate is een toeristen plaats zoals ik er nog weinig hoop tegen te komen. In de hoofdstraat alleen maar toeristen winkels, alle prijzen zijn erg duur. Alles draait om toeristen geld. Maar dan op een vervelende manier. Niet alleen de diesel waar ik extra voor moest betalen, maar voor alles moest je flink dokken.. Ik wilde graag met een boot langs de gletsjers gaan. Dat koste 295 peso, best veel geld. Na flink wikken en wegen besloot ik het te doen als het mooi weer zou zijn. Toen kwam ineens de hoge aap uit de hoed. Jaaaa, maar ik moest ook nog wel even 60 peso betalen omdat de boot in het park vaarde. En lunch of drankjes, dat zat niet bij de prijs inbegrepen. Je moet hier voor alles betalen. Als je een scheet laat… hoppa dokken. En als ie dan ook nog stinkt, hoppa, dubbel dokken. Personeel in winkels is onvriendelijk en onbehulpzaam. Hoorde van andere reizigers dat ze dit ook erg vervelend vinden, maar dat het in sommige landen (Bolivia) nog erger is. Snap dat niet, dat is toch geen manier om toeristen te lokken.

Zo rijdend door de pampa vroeg ik me af waarom eigenlijk het stuur van een auto links (of rechts) zit, en niet gewoon in het midden. Wie heeft dat bedacht? In het midden lijkt me veel logischer, passagier er naast aan beide kanten. Iemand een idee?

Nog meer rare vragen… moeten zeehonden ook drinken? Zo ja, wat drinken die dan?
Ok, de laatste dan…bestaat er in India een bordje met ‘overstekende koeien’?
Als laatste maar een prijsvraag dan, zelf verzonnen natuurlijk, je moet wat als je 1000 km niets te zien hebt.

Waarom mogen er in Chili geen groenten& fruit worden ingevoerd:
a) ze willen hun land beschermen tegen mond&klauw zeer
b) ze willen niet dat er teveel toeristen komen die piet heten
c) omdat het land Chili heet mogen er alleen Chili (hete pepers) worden geïmporteerd.
d) Mensen zijn zo arm dat ze wat bij willen verdienen met de verkoop van in beslag genomen groente en fruit.
e) Ze zijn bang dat sommige mensen de komkommers voor andere doeleinden dan opeten gebruiken.
f) Te veel vitamines zou niet goed voor je zijn zegt een Chileens spreekwoord
g) Omdat het gewoon onzin is.
h) Allemaal
i) Geen een
j) Doe niet zo dom, je mag al het fruit meenemen zolang ze het maar niet zien.
k) Andere reden… graag specificeren

Nou, na deze moeilijke prijsvraag laat ik jullie je hersens er maar over breken. En onthoud..wie op blaren wilt zitten, moet z’n kont branden.