20090300 – Maart 2009, Mont naar Santiago (Chilli)

In en rond Chiloé was het nog koud met af en toe regen. Naarmate ik verder naar het noorden reed werd de temperatuur aangenamer en de regen minder. Zag twee vulkanen, een waarvan ik met een klein vliegtuigje rond en boven vloog. Dat was erg leuk. Daarna naar een vulkaan die vorig jaar nog dikke stromen lava spuwde maar zich voorlopig nu koest hield. Vond een mooi plekje aan het strand van Dichato en reed daarna door naar Santiago waar ik, zei het met wat moeite, de MAN dealer vond waar ik nu sta. Hier is het ondertussen zelfs warm te noemen, maar in de nacht koelt het nog heerlijk af.

Op 13 maart verliet ik Port Montt om verder naar het noorden te rijden. Het regende in de ochtend, en dan heb ik meestal zo van… lets gooooo. Rick en Kathy hadden hun reparatie op schema. Er moest een onderdeel uit USA komen. Dat konden ze allemaal zelf ook wel regelen, was ik niet bij nodig. Jurgen en Yasha waren vertrokken naar Chiloé en ik wilde naar Villarica om met Hubert en Irma over de vulkaan te vliegen. Als het mooi weer was, en als het betaalbaar is, en als het vliegtuig niet te veel plakbandjes heeft, en als… enfin, een hele lijst met als’en.

De eerste vulkaan? De fontein van Montt
Voor vertrek moest ik nog even naar de telefoon winkel. Had een Chileense sim gekocht. Morgen is mijn vader jarig en die wilde ik graag bellen, maar mijn sim uit Europa wilde in Chili niet echt werken. De Chileense sim echter ook niet. Behalve dat ik mijn vader kan bellen leek het me ook handig voor als er eens wat gebeurde, dan kon ik de politie of zo bellen. Niet dat ik het nummer weet, maar toch. Op naar het hoofdkwartier van ‘Movistar’ de provider. Nummertje trekken en wachten. Drie kwartier. Dat is normaal in Chili. Niet alleen bij de mobile foon mijnheer hoor, maar ook gewoon bij de supermarkt en bij de drogist. Ik snap daar niets van. Voorbeeld:
Na een uur was mijn telefoon werkend gekregen, ik bedankte de aardige juf . Moest alleen nog wat geld opwaarderen, en dat kon ik bij elke drogist doen werd me verteld. Tja, duhh. Drogist nr één. Nummertje trekken (daar kicken ze op hier). Let op he, gewoon een normale drogist. Zeep en wat geneesmiddelen en zo. Ik trok nummer 44 en zag op het display dat nr 22 aan de buurt was. Dacht het niet. Volgende drogist was een paar honderd meter verder op, ik trok 94 en nr 82 was aan de buurt. Mmm, beter, maar nog te lang wachten want er waren maar twee bediendes.
Derde drogist was in het winkelcentrum, daar trok ik nummer 00 en nummer 92 was aan de buurt. Tja, nou, moest dan maar. Ondertussen ben je dus al een uur bezig om iemand geld te geven. Ik snap niet waarom het altijd zo druk is bij die drogisten. Wellicht omdat men hier veel medicijnen slikt of zo? Goed, ik geef het op, wie weet kom ik er nog achter later.

Boven op de vulkaan is het net alsof je in een vliegtuig zit
Nu ik toch weer loop te zompen, moet ik even vertellen dat ik de gemiddelde Chileen best lelijk vind (ik krijg nu vast boze Chilenen aan de bel). De Chileen is erg grof gebouwd, erg harig en gewoon niet knap. De vrouwen zijn over het algemeen slecht gekleed en dik. Zelfs kinderen vind ik hier lelijk. Als ze 8 zijn hebben ze een hoofd van een 20 jarige en zijn ze meestal al ver over hun vet-tax heen. Het zou me niet verbazen als ze bij 11 al beginnen met scheren hehe.
Er zijn trouwens best veel blonde Chilenen. Komt neem ik aan door het vele Duitse bloed hier. Maar het geeft wel een wat minder eentonige mix aan de mensen. Er is meer dan bruin huidje en zwarte haren en ogen hier. Zag zelf een rooie lopen.
Denk ineens aan die dikke Argentijn in Bolson. De man was 150 kilo of zo en ging zijn auto wassen. Haha, het was erg komisch om te zien. Hij had (met moeite) een slang aan de kraan aangesloten, ging op een betonnen muurtje van de kraan zitten (let wel, hij stond niet één keer op), spoot zo de auto nat, zijn vrouw moest boenen.

Chilenen en Argentijnen zijn over het algemeen trouwens wel aardig. Allemaal bereid om te helpen als je dat vraagt. Van zichzelf zullen ze je niet zo snel benaderen. Ook winkel personeel is, over het algemeen, als je eenmaal aan de beurt bent, vakkundig en helpt plezierig. Helemaal als ze natuurlijk een gekke Hollander voor hun knars hebben die met zo’n zwaar accent Spaans spreken dat ze er maar de helft van verstaan.

Dit nagekomen stuk hoorde bij het vorige verhaal… sorry
Nadat al het shoppingwerk was gedaan vertrok ik in de regen richting noord. Stopte nog even bij het Esso station op de heuvel, daar was goede wifi en beantwoorde nog even wat mails en reed door. Over de snelweg nr 5 was het prettig rijden. Moest water hebben voor mijn tank dus stopte bij een ander benzine station. Zeg dat ik diesel en water moest hebben. Water, nee dat hebben we niet, dus ik wilde al weer instappen, want geen water, dan wil ik ook geen diesel. O wacht zegt ie, ik heb wel water. Ik begon te twijfelen en vroeg waar. Ja daar achter. Ik denk ja, trap ik niet in, dus ik wil het zien, en jah hoor, om de hoek lag een lange slang aan de waterleiding. Dus ik tank voor 40.000 roepies diesel, betaal en rijd naar die slang toe. Roept die man me nog achterna (beetje timide) van… betaal je wel voor het water. Ik denk bekijk het, me eerst laten tanken en dan me ook nog voor wat water geld vragen, dat moet gratis kunnen. Dus doe of ik hem niet hoor, gooi de slang erin en gooi mijn watertank vol. Ik denk 150 liter of zo. Wil weg rijden maar denk, zal die man toch te grazen nemen met z’n ‘betalen’. Ik loop naar hem toe en druk hem een vals duizendje in z’n hand. Gaf hem gelijk een schouderklopje, bedankte hem en ik loop weg. Op het duizendje staat mijn eigen hoofd. Ooit eens in Nederland geregeld. Een Dankbiljet” is het. De man staart naar mijn geld, naar mij, naar mijn geld, prevelt, weet niet wat ie moet zeggen. Ik stop niet en loop naar mijn auto en rijd weg. Ik zwaai nog, de man weet nog steeds niet wat ie moet zeggen haha, zijn gezicht had ik moeten fotograferen.

Viel me weer op, en kreeg het ook van Jurgen en Hilde (weer een ander Duits stel) te horen dat er veel Duits sentiment zit hier. Je ziet regelmatig jongeren met duitse vlaggetjes op hun jas lopen, in de boekhandel zijn veel boeken over Hitler te koop en boze tongen beweren dat er een flink aantal oude Nazi’s hier zouden wonen. Behalve de Kuchen en de Torte zit er dus hier nog een oud Duits addertje onder het Chileense gras.

Reed vervolgens nog een stuk snelweg. Heerlijk en rustig rijden want druk is er absoluut niet. Golvend lappendeken landschappen met bossen (ik denk kunstmatig voor hout) en weides met vee. Sloeg op een gegeven moment toch af. Wilde meren zien, dit was immers het merengebied. Rechtsaf richting Panguipulli met bijbehorende meer. Mooi, leuk dorpje en ze hadden een parkeerplek aan het meer met Wifi. Wat wil je nog meer. Eum… dat die parkeerplek horizontaal is zodat ik me soepie kan koken zonder dat de pan steeds van het gasfornuis vliegt. Hollanders hebben ook altijd was te zeuren.
Door karren via achterdoor weggetjes naar Villarica. Onderweg langs kleine landweggetjes waar ik nog nooit zo veel bramen heb gezien. Kilometer na kilometer, links en rechts van de weg gigantische bramen planten die allemaal vol en zwaar waren. Echt vol dan he. In Villarica arriveerde ik al veel eerder dan verwacht. Draaide om 2 uur het parkeer terrein van de vliegclub op. Irma en Hubert stonden er al met hun grote bak. Wat bleek, ze waren er al twee uur geleden aangekomen en de piloot, ene heer Pfeifer, had ze gelijk in het krakkemikkige vliegtuigje geduwd onder het mom van… het kan hier snel slecht weer worden. Ze waren dus net geland van een uur rond de vulkaan vliegen en waren nog helemaal in de wolken.
Een uurtje rond de vulkaan vliegen kost 100.000 peso (120 euro) per vliegtuig, en als je dat met z’n drieën kan delen (zoveel kan je in een Cesna proppen) is dat goed te doen. Maar om dat alleen op te hoesten vond ik wat veel. Echter was er een kans dat Max&Heidi hier zouden komen. Dat waren de Zwitsers met die hele grote MAN bak die ik ook al en Ushuaia (en heel even in Mont) was tegen gekomen. Dat zou mooi zijn, dan konden we met z”n drieën omhoog. Maar, verklaarde heer Pfeifer, dan moesten ze wel voor 6 uur komen anders werd het te donker. Om half 6 waren ze er nog niet en begon ik maar met het avondeten. Zag dat niet meer goed komen. Net toen ik het stuk vlees (Argentijns formaat) in de pan had gegooid kwamen ze toch nog aanrijden. Het was kwart over 6, maar het kon nog wel zei Pfeifertje. Hoppa in de Cesna en op naar de vulkaan.

Proppen in dat koekblik
In een Cesna-tje vliegen is natuurlijk heel iets anders dan in een Boeing of zo. Zeker als het zo’n oud bakkie was als deze. 40 jaar oud en het tochtte door alle kieren heen. Het ding schudde ook alle kanten op, toch had ik er geen problemen mee. Ik zat in de co-piloot stoel en kon alles goed zien. Het ding verbruikt op cruise-snelheid maar 35 liter per uur en kan, met volle tanks zo’n 600 tot 700 km vliegen. Dat viel me reuze mee.
De Villarica vulkaan is 2850 meter hoog, van boven bedekt met eeuwige sneeuw en actief. Niet bijster actief, het is een beetje ene luie vulkaan, maar toch. Elke paar jaar spuugt ie zo een paar weken lava. Echte uitbarstingen van formaat ‘erg’ zijn er lang niet geweest. Van boven kon je in de krater kijken. Die krater was niet zo diep want hij was blijkbaar helemaal vol gelava’d. Wel kwam er best veel rook uit de krater. Op 3000 meter vlogen wij zo wat cirkeltjes over die krater heen. De piloot ging mooi schuin hangen zodat we het goed konden zien, het was erg enerverend.

Prachtig
Terug bij de auto had Irma eten voor iedereen gemaakt en zo was het een gezellige avond met z’n 5 ‘en. Kon nog eens alle ellende horen die Max&Heidi al hadden meegemaakt in detail horen. Tsjonge, sommige mensen roepen het over zich af lijkt wel. Op de boot naar Argentinië was zij gevallen, had een gecompliceerde pols en hand breuk opgelopen maar mocht niet van boord om het te laten repareren. Dat moest wachten tot in Buenos Aires, met alle ellende van dien. Net uit het ziekenhuis reden ze ten noorden van de hoofdstad toen ze slipte en hun auto kantelde. Hele boel op zijn kant, ook weer hoop ellende. De schade viel mee, maar toch, er was een hoop ontzet in en rond de auto. In Ushaia kreeg hij last van zijn ischias en kon niet meer lopen, ten noorden er van viel hun bumper er af. Lekker he, zo rondrijden hier. Prijs mezelf weer gelukkig dat er nog steeds geen hele ernstige dingen gebeurt zijn met me.
Vanaf Villarica reed ik naar het oosten, terug richting Argentinië. Villarica zelf was nog wel aardig, beetje toeristisch maar niet te veel. Kwam er nog een Franse familie met twee kinderen tegen. Typerend vroeg het jochie van een jaar of 7 mij heel verlegen…hebt U kinderen bij U? Bedroefd ging ie weer alleen op de schommel.

Mooie auto van die Zwitser, maar alleen maar problemen
Verder naar het oosten was Pucon. De weg er naar toe liep langs het meer. Niet dat je er wat van zag, het stond hutje mutje vol met hotels, cabañas, restaurants en winkels. Hier moet je in de zomer volgens mij niet zijn. Hadden ze wel doorgangen naar het strand gemaakt voor niet hotelgangers, ze waren echter vergeten er ook parkeerplaatsen bij te maken. En je auto midden op de weg neerzetten leek me niet zo’n goed plan. Pucon zelf was ook niks, toeristisch met veel ‘Dit mag niet en dat ook niet’ borden. Leek Europa wel. Was er snel weg, zelfs voor Wifi moest je betalen, de halzen.
Groot de borden dat het verboden is om op de straat te schrijven. Vond dat in eerste instantie wat raar maar herinnerde me dat de Chilenen het leuk vinden om leuzen op de straat te kalken. Liefst politiek leuzen zoals ‘Pedro por Presidente’ of zo. Lelijk is het zeker, en het is dus nu ook verboden.
Door naar Curarrehue en het nationale park Villarica. De weg op de kaart was mooi asfalt maar de kaart liep wat voor op de realiteit. Met andere woorden, ripio, en ook niet zo van die beste. Dit keer geen gaten maar wasbord, diep, lang en ver. Dat werd dus langzaam rijden, maar met 15 km p/u kom je er ook, alleen wat later. Het park was wel erg mooi met kakelende beekjes en klaterende watervallen en monkey puzzle tree’s.

De aap snapt er niks van boom
Lekker nachtje in het park geslapen en toen ik in de ochtend bij de grens aan kwam… was ie gesloten. Gatver. Er was een grote bosbrand aan de andere kant van de grens en de Argentijnen hadden de weg afgesloten. Hoe lang het zou duren? Geen idee. Een uur, een dag een week, alles kon. Heb van 9 uur in de ochtend tot 3 uur in de middag gewacht voor die grens, in de hoop dat er tenminste wat informatie zou komen. Niks dus. De grenswachten haalden hun schouders op en zaten lekker te internetten, voor hun was het vakantie vandaag.
Om drie uur besloot ik toch maar terug te gaan rijden en belande in de avond weer in Villarica alwaar ik aan het meer parkeerde voor de nacht.
Ik moest nieuwe plannen maken, de oude in de prullenbak. Na wat lees, studie en slaapwerk besloot ik naar de vulkaan Llaima en het nationale park Conguillio te rijden. Stopte onderweg bij een meel fabriek, die zouden roggen meel hebben, lekker om brood mee te bakken. Ze hadden zelfs lijnzaad en havervlokken. Zwendelde ze ook nog uit 150 liter water, pompiedompiedol, mijn tankje was weer vol. Weg naar de vulkaan was prettig rijden, het laatste stuk zelfs bijzonder lekker. In Melipeuco, het laatste dorpje voor de vulkaan, hingen waarschuwing borden met stoplichten. Net zoiets als de rode vlag bij het strand, om te waarschuwen of het veilig is om te zwemmen. Hier hangen borden met vulkaan activiteit. Hij stond gelukkig op groen.

Groen is goed
Na Melipeuco ging de weg over in ripio. Het was niet zo ver, maar toch het blijft niet prettig rijden. Vlak voor de park poorten zag ik al grote bergen met gehard lava liggen, het leek wel vers. Een verse hondendrol herken je aan de stank, verse lava aan de scherpte van de stenen. Zo, daar moest je met je blote kakkies niet op gaan lopen.
Bij de park entree moest ik 4000 peso’s neertellen (dikke 5 euro) en ik kreeg een mooie kaart en een hoop info mee. Nee zegt de mijnheer, er zijn geen bruggen, je auto is geen probleem. Hij vergat me te vertellen dat ik nogal wat dingen voor me kiezen kreeg zoals erg smalle weggetjes., heel veel laag overhangende bomen en slechte wegen. Het was af en toe goed schipperen, en zonder krassen lukte echt niet.
De vulkaan was nog steeds actief. Was vorig jaar juni voor het laatst uitgebarsten. Er kwam volgens de man nog steeds erg veel energie uit de vulkaan en men verwachte eigenlijk dat ie nog wel een keer zou uitbarsten binnenkort. Hij had zijn koffer al klaar staan zegt ie. Overigens ging die uitbarsting vorig jaar niet met grof geweld maar wel met hele stromen lava. Die hadden een groot deel van de weg door het park ‘verslonden’ waardoor ze een nieuwe weg hadden moeten maken door het bos en door de heuvels. Deel van de loopjes waren dan ook niet meer te doen. De twee meertjes waren er nog wel, alhoewel een er wat armoedig bij lag, met een water niveau dat duidelijk veel te laag was. Vond een camping maar het was wat rustig (ik was de enige) dus had het vermoeden dat dit niet echt de camping was. Maakt niet uit, ik stond heerlijk alleen in het midden van niets, alleen een vulkaan om me warm te houden. Nu maar hopen dat het niet te warm wordt, een MAN karretje met een kale Hollander valt niet meer op in een lavastroom hoor.
Chili heeft ongeveer 500 vulkanen waarvan er ongeveer 50 actief zijn. Dat actief kan van alles betekenen, namelijk dat ie nu of in de afgelopen 50 jaar enige activiteit heeft getoond. Maar 50 stuks is best veel.

Gestolde lava over de weg
Mijn rug was de laatste paar dagen een stuk beter. Ben weer begonnen met oefeningen doen, neem wat homeopathis middelen de ik inMontt gekocht had en ook wat homeopathische (Uyurvedic) zalf die ik nog uit India heb. Smeren met die hap. Die combinatie doet het goed gelukkig.
In de nacht was het maar twee graden en was blij dat de zon de volgende dag scheen. Maakte een lekker loopje van een paar uur door het park. Zag de befaamde ‘monkey puzzle tree’ en erg fraaie diep blauw-groene hagedissen. Ook veel vogels die enorm herrie maakte, het leek wel een stel ouwe wijven die elkaar 10 jaar niet gezien hadden en nu snel moesten bijpraten omdat over 10 minuten de bus weg ging of zo. Stond 20 minuten naar een specht te kijken die lustig aan het ratelen was. Hij stoorde zich niet aan mij en ging lustig tekeer. Kreeg niet het idee dat ie een gat aan het boren was, meer het schors van de bomen aan het lospikken om daaronder wat eetbaars te vinden.
Besloot diezelfde dag weer verder te gaan rijden. Terug via de zelfde weg (kras kras) en reed ook nog even over een echt stuk vulkaan zand heen, dat was wel apart rijden. Besloot maar verder door naar het noorden te rijden. Pakte de snelweg weer op en stopte voor de nacht bij een erg lawaaiig Copec benzine station vlakbij Victoria.
In de ochtend regende het. Maar een ding te doen, gassen!!. Maar niet meer via de snelweg, dat is duur en saai. Sloeg dus gelijk bij Victoria links af richting de kust. Mooie wegen door de graanschuur van Chili. Veel graan uit de wereld komt uit Chili. Het waren achtbaan wegen. Dus 500 meter stijl naar beneden storten, om dan vervolgens 500 meter stijl omhoog te ploeteren. Woehéééé. Plots brak ook de zon door en het feest was kompleet.
Overigens hebben ze er hier ook een handje van om de graanvelden, die nu allemaal geoogst zijn en dus gele stoppelvelden zijn, af te branden. Dat deden we vroeger vast ook in Nederland, maar nu denk ik niet meer. Hier zie je soms hele zwarte bergen en ook hele zwarte luchten van de rook.
Bij Cañete kwam ik in de houtschuur van dit land. Wat een hout teelt hier zeg, ongelofelijk. En waar gegroeid word, moet gekapt worden. En dan kom je een hout voorraden tegen waar je koud van word. Zeuren ze bij ons als je een boom om kapt, hier kijken ze niet op een boompje meer of minder. Ik schrijf dat wel zo, maar het zal hier best goed geregeld zijn. Zo zijn de Chilenen wel, het land is op milieu gebied zeker niet achterlijk.

hout in overvloed hier
Meeste van dat hout gaat naar de papier fabrieken hier. Dennen hout, eucalyptus hout, nog wel een aantal soorten, het lag er allemaal in lange stapels van meters hoog en honderden meters lang.
Verder door, met een bocht langs de kust. Bij Lota begon de stank. Vieze zware natte hond en verrotte vis lucht. Of het uit de zee kwam of dat er hier vis industrie was (of beide), ik weet het niet, want ik reed met neus dichtgeknepen rond. Bah bah, zo kan je hier toch niet wonen? De stank hield niet op tot ver na Concepcion, de volgende dag.
Sliep bij Concepcion, net voor de grote stad aan een meer. Leek me redelijk rustig ondanks dat het aan een drukke woonwijk lag en ik had prima Wifi. Deed een hoop op de computer die avond. Tegen 10’en, als ik loop te denken aan mijn bed, lopen de Chilenen (net als de Argentijnen) aan heel andere dingen te denken. Dus kwamen er een stuk of wat auto’s bij me in de buurt staan, allemaal met kapotte radio’s. Niet kapot dat ze het niet deden, maar kapot dat ze alleen maar op 10 konden blijkbaar. Toen er een paar honderd meter vandaan ook nog een feestje begon was de kakafonie kompleet. Op het feestje draaide ze alleen maar golden oldies en een flink aantal mensen zong uit volle borst mee. Dat ging zo hard en zo vals, dat ik wist dat dat feest niet lang zou duren. Om 12 uur was het dan ook redelijk rustig en sliep ik heerlijk….. tot 4 uur in de nacht. Een randdebiel vond het nodig met zijn auto pal naast me staan, met dezelfde kapotte radio. Heb even overwogen om nar buiten te stappen maar besloot wijzer te zijn, propte een paar oordoppen diep in mijn oorkanalen en sliep maar door.
In de ochtend was Concepcion een drukke boel. Had de eerste file sinds heel lang. Wilde graag die stad bezoeken. Niet dat er wat speciaal te zien was, maar kom op, die naam alleen al. Concepcion, de bevruchting. Ik bedoel, je zal er maar wonen. Waar woon je… ik woon in de bevruchting. Mmm. Ik weet niet wie of wat er bevrucht werd of word, maar ik wilde dat zeker eens uitzoeken.

Helaas was de stad bommetje vol. Heb tevergeefs een parkeerplek gezocht. Heb het echt geprobeerd hoor. Niks, alles was bezet. Tja, toen ben ik maar onbevrucht doorgereden. Ik werd er wel wat triest van, dat snap je.

40 km ten noorden van Concepcion lag, volgens een email van Irma en Hubert, het durpske Dichato. Aan de zee, met een leuke kleine boulevard. En daar was het goed toeven schreef Irma. Hoppa, doorstarten dus. Daar aangekomen was het inderdaad een leuke plek, parkeerde mijn auto aan het strand. Er waren weinig mensen, het seizoen is over, maar het weer nog niet. Bij een wandeling naar het ‘haventje’ kwam er net een vissersbootje binnen die een schildpad in zijn netten had. Het beest had waarschijnlijk een haakje naar binnen gekregen, er stak een stuk draad uit z’n bek.

Captain hook
Volgens omstanders kwam het niet vaak voor dat ze hier een grote schilpad zagen, het water was hier veel te koud voor die beesten, die hoorde een paar duizend km noordelijker op de Galapagos. Een boeiend schouwspel hoe de politie arriveerde, samen met iemand van de afdeling biologie van de universiteit alhier, het beest in de achterbak van de pick-up lade met alle poespas er bij. Iedereen ging er zich mee bemoeien natuurlijk, maar allemaal met de grootste zorg voor het beest, dat was goed om te zien.

Bleef paar dagen aan dat strand staan om bij te komen van de ontberingen (welke geen idee). Spendeerde een aantal avonden met Irma en Hubert en de tijd kwakkelde verder. Was van plan maandags weer verder te rijden, maar plannen veranderen. Het was zondag best wel druk, mensen uit de omgeving die ook een dagje strand deden. Het begon op India te lijken want iedereen moest weten waar ik vandaan kwam. Op zich erg gezellig en leuk, maar de geplande werkzaamheden bleven op die manier wel liggen. Kwam Clotilde tegen die een Chileense was, maar met een Hollander getrouwd was en daar ook woonde en nu even in Chili op bezoek was. Leuk om weer eens Hollands te praten.
In de ochtend was het al koud hier, maar het warmde lekker op zodat het om een uur of 11 heerlijk lenteachtig was en om een uur of 3 lekker warm zelfs. Het zeewater is hier ijskoud dus zwemmen zat er helaas niet in, maar zo staand aan het strand kan je je goed vermaken door naar pelikanen te kijken die zich, tegen de strand rand aan, tegoed deden aan lekkere visjes. Sierlijke beesten trouwens, die erg goed kunnen vliegen en dat ook sierlijk doen. Op zaterdag pakte ik de fiets om de baai eens rond te fietsen. Dat was avontuurlijker dan ik van te voren had gedacht. Door velden en over gammele bruggetjes, maar na 8 km was ik toch aan de overkant van de baai. Daar lag een rustig klein vissersdorpje en iets verderop een tiental (vakantie) huizen op een stil stukje kust, een erg mooie locatie. Kijkend over de stille oceaan, aan een doodlopende weg, in de zomer een superplek. Of het in de winter (als het hier koud en regenachtig is) ook zo leuk is durf ik niet te zeggen.
Maandag bleef ik dus ook maar staan, de drukte was weer over en ik had het hele strand voor me alleen. Niet helemaal, ik moest het delen met de zwerfhonden. Erg veel, erg vieze en sommige stonken nogal. Meeste honden waren vriendelijk maar hadden weinig tijd om wat te doen, want ze hadden allemaal zoveel vlooien dat ze echt continu zaten te krabben. De politie, die ons kwam inspecteren, vertelde dat ze er binnenkort wat aan gingen doen want het was uit de hand aan het lopen en men was bezig een sterilisatie programma op te zetten. Gewoonweg afmaken was geen optie want daar zou de bevolking het niet mee eens zijn maar het zo laten was ook riskant.
Internet was hier alleen via wifi in een echt café. Dat ging pas om half 9 open en was erg luidruchtig. De eigenaar was erg vriendelijk maar kon hem niet echt verstaan boven de herrie. Twee grote LCD schermen met daarop constant rock& roll uit de 70 ‘er jaren. ACDC, Deep Purple, Stones en andere grootheden rolde op volume standje 10 voorbij.

Dinsdag was het weer tijd voor actie en omdat ik drie dagen lui geweest was nam ik maar de moeilijkste weg. Met een tussenstop in de supermarkt van Tomé richting noord via Coelemu, Cauquenes en Chanco. Mooie wegen, kronkelend door heuvels en dennenbossen, wederom allemaal aangeplant voor de hout teelt. De grote vrachtauto’s vol geladen met tonnen hout reden af en aan. Ze reden als idioten, ik had ze liever niet achter me.
In de buurt van Cauquenes begonnen ook de eerste wijn plantages op te dagen en werd het ook beduidend warmer. Het was echt zonnebrillen weer, en met een zonnebril lijkt altijd alles veel mooier. Raar maar waar. Eenmaal weer terug bij de kust zakte de temperatuur weer in vanwege mist en harde wind. Het was ook weer moeilijk om een slaapplek te vinden maar vond toch een strandje met een soort bereidbaar opritje. Het was niet zo heel ver van de weg maar het verkeer was ’s nachts minimaal en het gebulder van de zee deed alle andere geluid verstommen. Nou maar bidden dat er geen Tsumani komt.

Elk zich zelf respecterend dorp, stadje, gehucht of 4 huizen en een kerk gemeenschap heeft in het midden een plaza. Dat is dan een vierkant parkje waar je om geen kan rijden, omgeven door bomen en in het midden meestal een standbeeld van de een of andere Henk die voor het plaatsje belangrijk is. Meestal veel bankjes, een kioskje en wat grasperkjes en het is wel kompleet. Die plaza heet dan meestal Plaza de Indenpendentia of Plaza des Armas, heel of en toe nog Plaza de xxx, waar xxx dan de naam van Henkie standbeeld is. Het is wel makkelijk, want als je de plaza ziet, weet je dat je in het echte centrum bent. Vaak zit het gebouw van Justitie aan de ene kant, kerk aan de andere, een grote bank aan kant drie. Beetje voorspelbaar allemaal, dat wel.

Toen ik gisterennacht eenmaal lekker lag bedacht ik me ineens dat ik geen idee had hoe hoog vloed zo zijn, en of ik dan misschien wel weggespoeld zou worden. Ik lag zo lekker dat ik dacht… als ik natte voeten krijg, dan sta ik wel op.
Door naar het noorden had ik de stille hoop misschien nog een leuk plekje aan het strand tegen te komen maar het mocht niet zo zijn. In de morgen was er dikke mist, kon de zee bijna niet eens zien. In de mist had ik ook geen idee dat het landschap snel veranderde en toen het na twee uur wat helderder werd zag ik plots cactussen en veel, heel veel groentes en fruit. De bekende druiven deden het kilometer na kilometer goed. Maar ook aardbeien, frambozen, aardappelen, appels en peren, tomaten, paprika’s enfin, de hele groentenafdeling kwam langs. Kon het dan ook niet laten bij een lokaal groentenboertje langs de straat wat in te laden. Voor 5 euro kocht ik twee kilo sinaasappels, kilo avocado, kilo onbekende vruchten, soort kruising tussen ene peer en een meloen (qua smaak, erg lekker), twee kilo wortelen en een kilo kiwi’s. Dat word gezond doen de komende dagen.

Doorkijkje ergens onderweg
Tegen het middag uur was ik al weer bij de snelweg richting Santiago en besloot dan maar door te tuffen. Ik wist ongeveer waar de MAN dealer zat en besloot die op te gaan zoeken., Was een slechte tijd om Santiago binnen te rijden (voor diegene die het niet weten, dat is de hoofdstad van Chili met een slordige 5 miljoen mensen). Er loopt een erg mooie snelweg dwars door de stad, maar om 5 uur is het natuurlijk spitsuur. Gelukkig geen file, maar het was wel druk. Reed dus blijkbaar ook de MAN vestiging voorbij. Keerde maar weer terug, maar belande toen wel in de file dus besloot maar om het zoeken tot de volgende dag te laten en nu bij een Copec benzine station voor de nacht te gaan staan.
Volgende dag was MAN wel gevonden alhoewel het nog niet zo’n makkie was. Maar de aanhouder wint en in de ochtend reed ik een groot parkeerterrein op. Werd onmiddellijk ontvangen door een Duits sprekende man (Joerg Slanitz) die hier de leiding voerde en onder vakkundige handen (neem ik aan) werd mijn MAN hier en daar wat opgekalfaterd. Moet wel eerlijk zeggen dat ze meer stuk maken dan dat ze repareren, maar daarin meer in de volgende aflevering…