200904 – April 2009, Chilli Santiago en Paso Aqua Negra

Ik bezocht Santiago, de hoofdstad van Chili. Niet gek en leuk voor een paar dagen alhoewel de MAN dealer daar anders over dacht. Van daar uit eerst een paar dagen oost, daar na door naar het midden en noorden van Chili. Keek door een ruimte telescoop en stak de Aqua Negra bergpas over, met 4800 meter een aardige klus.

Santiago is een geinige stad. Ondanks dat er 5 miljoen mensen wonen is het centrum niet al te groot en in een paar dagen goed te zien. Santiago is ook een van de veiligste hoofdsteden van midden en zuid Amerika, dat is een geruststelling.
In het centrum heb je wat winkel straten, netjes als voetganger gebied en wat monumentale gebouwen.

De Stad Santiago
De rest van de winkels wordt gevormd door de zogenaamde Mall cultuur, waar er, in de omringende wijken, immense shopping centra’s zijn opgericht die het centrum ontlasten van een hoop activiteiten. De historische gebouwen zijn erg mooi en doen niet onder voor oude steden in Europa. Zo bezocht ik het oude postkantoor, een aantal schitterende oude kerken (ik ben niet zo’n kerk mens maar deze waren indrukwekkend). Verder de Serra Santa Lucia (berg midden in de stad) uiteraard diverse winkels en het immense markt-centrum van Vega. De Vega markt is een overdekte markt met vaste kraampjes, voor alles wat door het mondje gaat en meer. Prachtige groentes en fruiten, lange meters met vlees, vis, honderden kleine kruideniertjes, het leek Azië wel. Ik vermaakte me er prima en kon me niet weerhouden wat te kopen. Zo verdween er in mijn tas een kilo verse mooie aardbijen (€1,20) een kilo gemixte nasi groente (€1,20), twee mooie stukken vlees van bij elkaar bijna een kilo (€4,00), kilo sinaaspappelen (€0,50), kilo tomaten (€0,20), 500 gram blauwe bessen (€ 0,70) en een stuk kaas (halve kilo voor 4 euro).
Ook was ik bij de ‘Munt’ de Chileense geld-machine, maar die was gesloten vanwege de komst van de nieuwe Amerikaanse Vice president. Ging wat heen en weer met de metro en zat uiteraard achter een lekker bakkie ‘Cortado’ op de Plaza des Armas.

De munt van Santiago, dat geld is wel veilig
De MAN garage waar ik stond was ideaal. Ideaal voor parkeren althans. Niet te ver van het centrum, veilig en zowat aan de snelweg. Aan de achterkant een mooi stuk rustig terrein. Ik had stroom aansluiting, er was een prima douche en water voldoende. In de nacht was het rustig slapen. In de nacht mocht je de auto niet uit omdat om 10 uur de honden werden losgelaten en geloof me, die wil je niet tegenkomen.

Max en Heidi, de Zwisters met hun grote bak, stonden er ook, ik had draadloos internet en ik vermaakte me ok. Een klein probleempje, de monteurs waren harken. Echt. Net alsof ze uit India gekomen waren. Bij het maken van het een, maakte ze het andere stuk. Ik kwam eigenlijk om een stekkertje te laten vervangen. Toen ze daar mee bezig waren vroeg ik of ze ook misschien naar een rammeltje konden kijken, of eigenlijk zoeken. Daar hebben ze een dag aan gewerkt (werken betekend hier 10 minuten kijken of voelen, dan weg lopen en een uur of twee niet meer terug komen).
Moest een monteur bijna van de auto af slaan omdat ie met zijn enorme voeten boven op mijn luchtfilter aan het staan was. Het rammeltje werd uiteindelijk gevonden maar door het vele kiepen van de cabine op een nogal bruuske manier, maakte ze de kiep-pomp stuk. En dat gebeurde natuurlijk op vrijdag middag. Was dus gedwongen om ook het weekend er te blijven. Was ook niet zo erg, maar toch. Maandag zouden ze de pomp repareren. Om 2 uur was er nog geen monteur aan mijn auto geweest. Om drie uur kwamen ze leuk uit vertellen dat ze de pomp niet konden maken maar dat ik een nieuwe moest kopen a somma van een paar honderd euro. Slik. Het vervangen van de pomp deden ze natuurlijk pas om 10 minuten voor sluitingstijd, waardoor ze de rekening niet meer op konden maken, weer wachten tot de volgende dag. Bij het ontvangen van de rekening moest ik even slikken. Ze waren heel coulant geweest, hadden vrijwel geen arbeidsloon gerekend, en een flinke korting op de pomp gegeven, toch was het nog veel geld.
Op 1 april begint in Santiago de winter. In de winter hebben ze hier last van een enorme smog en men heeft hier tegen een ingewikkeld systeem bedacht van auto’s die niet mogen rijden afhankelijk van je kenteken nummer en het wel/niet hebben van een katalysator. Of het enige effect heeft weet ik niet want diegene die dan niet met de auto mogen nemen vaak een taxi en dan ben je even ver van huis. Wel viel me op dat veel monteurs met de fiets op het werk verschenen, iets wat ik eigenlijk buiten Nederland nog nooit eerder had gezien. Ook hebben ze een perfecte metro, die echt om de paar minuten rijd en erg modern en schoon is.

De Chileen houden van vlooien markten. Vooral op zondag legt Jan en allemaal ( Juan en todos-los-gentes) alles op straat. Een soort georganiseerde Koninginnedag zeg maar, maar dan elke zondag weer. En in elke stad kom je ze tegen.

Reed op dinsdag 31 maart Santiago uit. Naar de kloof, oftewel naar het oosten. Daar is het ‘ontspanning’ centrum van Santiago met veel campings, rafting, lopen etc. Daar stonden ook Mike Schmid en Anna die ik eigenlijk alleen via Facebook ken maar hij kent weer een aantal overlanders die ik ook weer ken en zo had ik afgesproken dat ik bij hem op de camping langs zou gaan.
De camping was niks bijzonders, lag voor mijn smaak te dicht aan de weg en er waren teveel blaffende honden maar het gezelschap van Mike en Anna was leuk en maakte veel goed. We aten samen en uiteraard deelde we ervaringen en verhalen uit Azië. Besloot ondanks dat toch een stukje te gaan tuffen, stond al weer bijna een week stil. Boven in de bergen waren de Thermas Plomo. Heet water bronnen die volgens de camping eigenaar gratis waren. De weg er naar roe ging over ripio maar was in het begin goed. Stijgend aan een stuk door tot 3000 meter. Geen punt. Boven was er een schitterend meer. Gecreëerd door middel van een dam was het de opslagplaats voor water voor Santiago. De weg er omheen was erg nauw, eng, bochtig en er bekroop me een heel erg India gevoel. Het was echt net Ladakh, het Tsomoriri meer. Ik zou zweren dat het hetzelfde meer was, maar ik zat aan de andere kant van de aarde.
Na een moeilijke weg die erg bil-knijpend was, modderig, stijl, smal en kapot, terwijl ik ook nog eens een heel stuk door een rivierbedding moest, kwam ik bij de heet water bronnen aan. Dat viel tegen. Het was dat de weg er naar toe zo mooi was, anders had ik die camping eigenaar (Alfonso, aardige man) een kopje kleiner moeten maken. Er was met stenen een soort basin-etje gemaakt waar koud water in stroomde en uit de grond kwam wat warm water omhoog. Maar dat was zo weinig dat het water tussen koud en lauw was. Het was ook vies en sulpherig. Ben tot mijn knieën erin geweest en hield het voor gezien. Besloot terug naar het meer te rijden en daar te overnachten. Het was heerlijk stil.
Deed nog een dagje met Mike en Anna waarna het tijd was voor aktie. Via via belande ik in Isla Negra waar het strand huis van Neruda stond (ex huis want hij is al een jaar of 25 dood). Nedruda is een Chileense volkheld, een dichter die ooit de Nobelprijs voor de literatuur heeft gekregen. Hij was ook verzamelaar van allerlei vreemde zaken en zeil gek. Gek van zeilen en boten, zonder ooit in een boot gezeten te hebben want dat vond ie maar niks. De goede man heeft een huis in Santiago, een in Isla Negra (pal aan de kust) en in Valparaiso (door over later meer).

Het huis van Pablo Neruda is Isla Negra
Het huis is in de staat zoals hij het achterliet, volgepropt met verzamelingen van alles en nog wat. Zo was hij verzamelaar van boegbeelden van oude zeilschepen. Dat zijn altijd vrouwen (hij is trouwens een tijd met een Nederlandse vrouw getrouwd die hij in Indonesië ontmoete waar hij een poos heeft doorgebracht). Grote houten beelden van vrouwen dus. Maar ook veel maskers, piano poot houders (hoe verzin je het) , gekleurde glazen en muziek instrumenten. Al die verzamelingen maakt het huis warm en smaakvol en gepaard met gekleurd glas en het magische van Neruda was dit een indrukwekkende bezichtiging. Marbella, die me rond leidde vertelde leuke anekdotes en ondanks dat ik Neruda niet ken ging hij toch een beetje voor me leven.
Door naar Valparaiso. Maar dat is een grote stad en daar wilde ik niet in de namiddag binnen rijden dus treuzelde wat via de kustweg om een slaapplek te zoeken vlak voor de stad zodat ik die op zondag ochtend binnen kon rijden, dat werkt voor mij altijd goed. Die kustweg werd hoe smaller hoe achtbanerigger. Op en neer, ik werd er gek van. Tot ik eindelijk in Quintay uitkwam, einde van de weg. Letterlijk en figuurlijk want het einde was in een piepklein haventje met een piepklein parkeer terreintje bereikbaar via een superstijl piepklein weggetje. Ik kwam aan met mijn bak en het verkeer dat me tegemoet kwam moest terug want er was maar plek voor een grote auto. Had allemaal wat voeten in aarde en ook het draaien om weer terug te rijden (blijven kon echt niet) viel niet mee. Had gelukkig een paar km terug wel een goed plekje gezien en had weer een rustige nacht onder de dennenbomen.
Valaparaiso is een door Unesco beschermde stad. Dit vanwege de bouwstijl. Het is tegen een helling aangebouwd. Letterlijk en figuurlijk. De nauwe steile straatjes bevatten kleurrijke kleine huisjes, beetje Portugese stijl, hier en daar waren in huizen liften gebouwd. Je moest het echt weten anders vond je ze niet. Daar kon je dan een heuvel mee op voor 100 peso (13 cent). Reed zondagochtend de stad binnen en alles was leeg. Kon overal parkeren dus koos om pal in het centrum, naast een lift en pal naast het mooie gebouw van de Chileense marine te parkeren.

Prettig parkeerplekje
Liep zo een flink aantal uren een rondje door de stad, van boven naar benee en terug. Bezocht het tweede huis van Neruda, ergens boven met machtig uitzicht over de stad. Ging niet naar binnen. Zijn huis in Isla Negara is van binnen veel mooier zegt de ticket verkoper. Dus kon ik beter die herinnering bewaren.
At de middag bij een Frans restaurant (Montpellier, zie Facebook) en reed laat in de middag verder naar het noorden waar ik bij een Shell station op de snelweg de nacht doorbracht.

Neruda en ik zijn ondertussen goede vrienden
Hoorde dat het noodlot me op de hielen zit. De vulkaan Llaima, waar ik dus nog niet zo lang geleden was, is uitgebarsten. Wat was het, twee weken geleden? Schreef nog argeloos dat een van de park opzichters zijn koffer altijd gepakt heeft staan. Daar was ie blij mee want iedereen is hals over kop geëvacueerd. Het park is dicht en zal voorlopig niet open gaan, ben een van de laatste geweest dus.
Overigens niet de eerste calamiteit in de buurt. Behalve vulkaan Chalten in het zuiden van Chili, was ik in Azië tijdens te Tsunami. Toen was ik net een maand weg of zo van de kust. In Indonesië werd door een land verzakking half Bukit Lawang weggevaagd. Ook daar was ik geweest.
Nu zit het noodlot dus zo’n 2 weken achter me en moet ik op gaan passen….

Valparaiso is een leuke stad
Dag erop lekker wat kilometers gemaakt. De snelweg 5 baande zich een weg naar het noorden. Eerst via vruchtbare akkers vol met papaja’s, citrus vruchten en avocado’s. Verder door werd de omgeving saaier met een soort duinlandschap. De weg was ook nu weer bijzonder heuvelachtig, en het werd steeds kaler. Kijk maar eens naar mijn gps log van de dag De wind kwam ook weer terug na een paar weken weg geweest te zijn. Langs de zee omhoog. De zee die woedend en wild, zich als een boos meer met ADHD op de rotsen te pletter storte. Van zee uit kwam steeds een dikke mist opzetten. In La Serena aangekomen, 200 km noordelijker bleek dat er een bijna 10 kilometer lange boulevard was. Mooi om te slapen, dan kon ik in de ochtend van de dag erop mooi het immense kruis van Jezus bezichtigen (mmm, dat klinkt wat raar). Boven op de berg van Coquimbo, dat pal naast La Serena ligt, had men een 100 meter hoog modern kruis gebouwd (Cruze de Millennium) waar je ook nog eens op kon.

Het kruis by night
Omdat het nog wat te vroeg was om te gaan eten bracht ik een bezoek aan de Mall Plaza. Een modern winkelcentrum waar je alles kan krijgen behalve dat wat je nodig hebt. Was er dus snel weer uit. Parkeerde op een rustig plekje van de boulevard voor de nacht. Helaas krijg je dan last van de moderne Chileen. En dat is niet de eerste keer dat dit gebeurde. Midden in de nacht, mensen die vlakbij hun auto parkeren, alleen maar om de radio hard aan te zetten en ladderzat (vermoed ik) met de muziek mee te gaan schreeuwen. Niet zingen. Schreeuwen. Een soort mengeling van gillen, kermen en zuchten gedeeld door zingen, balken en hinniken. Heel apart. Vraag me af of ze psychische problemen hebben. Had dit ook al in San Alfonso en Concepcion meegemaakt en je word er niet vrolijk van zo midden in de nacht.

Bied men in Argentinië op elke hoek Cabañas aan, in Chili gooien ze je dood met Empanadas. Dat zijn gevulde deeg hapjes. Afhankelijk van de streek worden ze met kaas, ham, vlees, vis of andere lokale vaagheden gevuld. Blijkbaar vinden de Chilenen ze bijzonder lekker want als er zo veel aanbod is (voor elk huis staat zowat een bord dat ze die dingen verkopen) moet er ook veel vraag zijn. Heb er hier en daar wel eens een paar gegeten. Laat ik het zo zeggen, ik rijd er niet voor om.
Dit gebied is erg vol van godsdienst. La Serena op zich heeft 29 kerken. Dat kon buurtgemeente Coquimbo natuurlijk niet op zich laten zitten en bouwde een heel modern kruis als teken van vroomheid denk ik. 100 meter hoog, gemaakt van beton. In het midden een lift waarmee je omhoog kon. Het kruis staat boven op een heuvel dus op zich al hoog, en de 100 extra meters maken dat je een erg mooi uitzicht over de baai van La Serena hebt. Helaas is het, zoals zo vaak hier, wat mistig. De stille oceaan brengt vochtige lucht over het droge warme land en de mist blijft soms de hele dag hangen.

En het kruis by light
Bij het verlaten gaf ik de bijzonder aardige mevrouw van het ticket kantoor een sticker van mezelf. God zal je je hele leven beschermen bedankte ze me. Van iemand die zo dicht bij het kruis staat neem ik dat niet licht op natuurlijk en blij voor deze extra bescherming bedankte ik haar dan ook volop.
Na de kruistocht, door richting Vacuña. Daar staat sterrenwacht Mamalluca. Speciaal gebouwd voor toeristen. En dat is prettig ook want de sterrenwachten die er hier zijn kan je wel bezoeken maar je mag niet door de telescoop kijken. Kan me daar wel wat bij voorstellen, het zijn installaties van miljoenen en elke minuut die een duffe toerist door die telescoop kijkt is een minuut verloren. Vandaar Mamalluca (spreek uit Mamajuuka). Onderweg door een lange vallei, gevuld met druiven en muskat planten. Af en toe wat gaucho’s op hun paarden, een kudde schapen de heuvels in drijvend. Mooi grote sombrero’s op, maar wel een mobieltje aan het oor natuurlijk.
Vacuña zelf was niet veel bijzonders. De gewoonlijke recht toe recht aan straten met in het midden de bekende Plaza des Armas, de kerk en het gebouw van de gemeente. Ook hier op de plaza des armas, omgeven door palmbomen, een paar standbeelden maar kon niet ontdekken wie het waren. Wel was er ook vlakbij het kantoor van de sterrenwacht, boekte dus mijn ticket (3500 pesos) voor een tour op diezelfde avond. Mocht er met mijn eigen auto naar toe rijden, anders was het nog eens 1500 extra voor het vervoer. Het begon met het kijken door telescopen die buiten stonden en een vergrotings factor van 60 hadden. Het was (helaas) bijna volle maan en met de telescoop op die maan gericht kon je die maan zien alsof je er boven hing. Nadeel was dat de maan zo fel was dat je er na 20 seconden door de telescoop staren, nog 3 minuten lang plezier van had, de maan was zowat ingebrand op je netvlies. Na de maan was het tijd voor het echte werk en mochten we door de telescoop in de ‘bol’ gaan kijken. Het ding was wat kleiner dan ik had verwacht maar vergrote toch 150 keer en was digitaal. Daar kon je dan nog eens leuke truken mee uithalen. Zo zag ik nebula’s (echt schitterend), sterren die nieuwe waren en sterren die op uitsterven stonden, stergroepen en clusters. NBG2516 (als ik me goed herinner) was zo’n cluster van miljoenen sterren. Zeer imposant om dit allemaal te zien en je voelt je na afloop een korreltje zand in de Sahara woestijn. En dat zijn we ook.
Na nog een fraaie presentatie , waar je een goed overzicht van het bekende helal kreeg (en er achter kwam dat we pas 4% van alles kennen) mocht ik boven op de berg blijven slapen. Al om het bezoek meer dan waard.

Chili is soort Maleisië voor me. Mooi land, aardige mensen, mooie natuur, maar ik zou er niet willen wonen en ik heb het wel gezien. Hoef ook niet meer terug wat mij betreft. Niet dat ik het erg zou vinden, maar heb het wel gezien hier.
Zo al reizend hier in Zuid Amerika kom je veel andere ‘overlanders’ tegen. Veel meer dan in Azië. Deze overlanders kan je verdelen in verschillende types, leuke en minder leuke, net als met gewone mensen (hehe), en ik wil jullie die niet onthouden natuurlijk:

Type mensen

De oude hippie
Dat zijn mensen die meestal in een zeer oud bakkie rond toeren, vaak al heel lang. Weten met erg weinig middelen rond te komen, doen misschien hier en daar wat eenvoudig werk (niet te hard) en zo rustig voort kabbelen, zo zonder plan of doel. Meestal aardige mensen, als ze niet stoned of dronken zijn.

De nieuwe hippie
Dat zijn mensen die rondtoeren in een niet al te nieuwe auto, meestal al heel lang, en bewust hun leven zo hebben verandert dat ze eigenlijk een soort nomaden geworden zijn. Hebben als doel om zo veel mogelijk te zien, maar geen strak tijdschema. Meestal erg prettige mensen in de omgang.

De ikker.
Met deze mensen kan je geen normale conversatie hebben. Als je het toch probeert gaat dat ongeveer als volgt: Lekker weer vandaag he? De ikker….ha, ik had pas lekker weer daar en daar. Of als je bijvoorbeeld zegt “Ik kon door die grens overgang er niet door vanwege bosbranden’, zal een ikker niet zeggen van oh en waarom en hoe was het, maar zeggen ‘Ik stond ook ooit voor die en die grens en toen was er dit en dat’. Het komt er dus op neer dat een conversatie altijd terugvalt op de ‘ik’ van die andere persoon en die conversatie dus meestal maar gewoon uit twee zinnen bestaat.

De stresser
Mensen die maar een bepaalde tijd hebben om te reizen, zeg 6 maanden. Komen vers uit Europa, irriteren zich aan van alles wat niet als Europees gaat, alles moet snel en goed, maken erg veel kilometers en vinden de koffie thuis het best.

De bejaarde
Dat zijn gepensioneerde die alles hebben ingeruild voor een vaak mooie auto, en zo rustig de wereld rond karren, zonder stress, zonder haast, en genietend van hun pensioen en het leven. Kunnen rustig een week op een plekje blijven staan en sukkelen dan rustig door naar het volgende mooie plekje, desnoods gewoon om de hoek.

Fransen met kinderen.
Das een aparte categorie. Frankrijk (als een van de weinige landen) heeft een systeem van scholing waardoor je de kinderen onderweg zelf mag en kan onderwijzen, wel via strakke schema’s (in Nederland zou je er de bak voor ingaan). De Fransen blijven een apart volkje wat veelal het liefst alleen maar met andere Fransen omgaat en toch vaak een beetje ‘vreemd’ over komen. Hun contact met niet Fransen is meestal kort en oppervlakkig. Zijn afstandelijk, wellicht ook al omdat ze vaak geen Engels of andere talen spreken. Wereldje op zich.

De blabla’er.
Dit zijn mensen die veel gereisd hebben of vinden dat ze veel gereisd hebben en dat ook willen laten weten. Zitten vol met verhalen, niet altijd even boeiend, en vertellen die dan ook te pas en ompas. Vaak verhalen over 20 jaar geleden of meer. ‘Voor de oorlog….’ Op zich prettige mensen maar je word er soms wat moe van.

Beroeps reizigers.
Dat zijn reizigers die er hun beroep van hebben gemaakt. Houden meestal van cultuur, een goed glas wijn en musea, schrijven hier dan over in tijdschriften of magazines of websites. Weten vaak erg leuke plekjes te vinden, zijn inventief en leuk, maar af en toe wat betweterig (maar ze weten het vaak ook beter).

De Pochers.
Dat zijn mensen die een dure, ingewikkelde auto hebben en dat ook iedereen wil laten weten. Veel elektronica er in , veel moderne dingen. Vaak zijn dat ook auto’s met veel problemen trouwens. Die mensen laten je te pas en onpas hun auto zien, hebben altijd alles beter en sneller en moderner. Lopen elke dag te klussen om de boel werkend te houden.

Je kan natuurlijk niet iedereen in één vakje duwen, mensen hebben vaak een combinatie van verschillende types. Dan vraag je jezelf natuurlijk af wat ik voor een type ben. Haha, dat zou je wel willen weten he…. Kijk, ik ben gewoon een klasse apart..