20090500 – Mei 2009, Noord Chilli en Peru

In het noorden van Chili is er , ondanks dat er veel zand is, toch wel het een en ander te zien. Behalve ’s werelds grootste open koper mijn zijn er ook leuk kust en badplaatsen. Eenmaal helemaal in het noorden reed ik Peru in. Leuk land, totdat het wat grimmig werd en de oproer politie me moest bevrijden

Na de koude nacht (-13) en de mooie ochtend bij de geisers was het door richting Calama. Daar bevind zich de grootste open koper mijn ter wereld. Geslapen aan laguna Chiu Chiu, vlakbij het gelijknamige plaatsje. Een pracht meer midden in de woestijn. In Chiu Chiu, staat het oudste kerkje van Chili, met dak en deuren gemaakt uit het vreemdsoortige kaktus hout.

Kerkje van Chiu Chiu
Daar ontmoete ik ook weer de twee Duitsers die ik al 2 keer eerder tegen kwam. Steeds vluchtig, en nu ook weer. Ze vertelde ons over de camping in Calama, en die was vervolgens makkelijk te vinden. Camping Casas del Valle was een combinatie van hutjes en een stoffige zanderige parkeerplaats. Maar ze hadden wel WiFi, een zwembad (ijs en ijskoud), een wasmachine en warme douches. Ondanks de best wel hoge prijs van 7 euro bleef ik er 4 dagen.

Vaag beeld in het kerkje van Chiu Chiu
De eerste dag om lekker te internetten. De tweede dag om naar de kopermijn te gaan, de derde omdat ik kon wassen en klungelen en de vierde omdat de Fransen kwamen.
De koper mijn was wel apart. Ook imposant, dat zit hem vooral in de cijfers.
Uit een gigantisch gegraven gat, van 4×2 kilometer en 1 kilometer diep (!!) wordt per dag 600.000 ton aan puin gegraven. Elke dag om 5 uur is er een mega explosie, dan word er weer voor een dag aan puin los geslagen. Met enorme vrachtwagens wordt dit puin naar boven gedragen. Daar wordt het verwerkt. Afhankelijk van het type erts wordt de koper of met chemische zooi, of met hitte, eruit getrokken. Ongeveer een derde van de 600.000 ton aan puin is erts, dat is 200.000 ton. Hieruit haalt men 1% koper, dus 2000 ton koper per dag. Met een huidige marktprijs van ongeveer 4 dollar per kilo kan je wel rekenen wat dat opbrengt. Dat koper wordt gesmolten in grote platen van 175 kilo en via trein naar de dichtstbijzijnde haven gebracht. Veel ervan gaat naar China, de rest naar heel de wereld. Chili is de grootste koper exporteur ter wereld, en heeft nog enorme voorraden in de grond zitten.

Koper mijn van Calama
De mijn is zo groot dat je die op een satelliet foto zien kan. Er zijn drie van die super gaten. En er komt een vierde aan. Daarvoor moet niet alleen de weg wijken (die word nieuw aangelegd een kilometer verder) maar ook het hele mijn dorp.
Chuquicamata, zoals het dorp heet, (en de mijn ook trouwens) is, of moet ik zeggen was, een groot dorp met op hoogtijdagen 20,000 inwoners. Er waren banken, een bios, scholen, winkels, kerken enfin alles wat je normaal in een dorp vind. En die gebouwen staan er allemaal nog steeds, helemaal intact, netjes geverfd, alleen zijn er geen inwoners meer. Die hebben allemaal naar Calama moeten verhuizen. De mijn kwam te dicht bij het dorp. Immers, als je 600.000 ton puin per dag hebt, moet je dat ergens laten. Dat word systematisch gestort zodat er enorme bergen puin zijn gevormd. Die werden zo hoog dat die nu het dorp bedreigen. Dat en de kwaliteit van de lucht (er hangt boven de mijn continu een grote wolk stof, al van 50 km verderop te zien) deed het mijn-bedrijf de mensen verhuizen. Dat er toevallig onder de huizen koper ligt heeft er uiteraard niets mee te maken.

Het puin wordt met Duitse vrachtwagens omhoog gesjouwd. De grootste van deze wagens kan 30.000 kilo puin mee voeren per keer. Alleen al één band van zo´n vrachtwagen is groter dan mijn hele auto.
Vaag detail is dat deze auto’s op elektro motoren rijden, maar die worden dan wel weer van stroom voorzien door grote diesel generatoren op de auto zelf. Het zal een reden hebben maar het lijkt me omslachtig.

Bandjes van een truck
Ik wilde dinsdag de 28ste weer verder rijden toen ik een email van mijn FFF kreeg (FFF=Favoriete Franse Familie). Ik heb het niet zo op Fransen, maar deze familie is wel aardig. Heb 30 dagen met ze op de boot gezeten dus dan ontstaat er wel een band. Mailde terug dat ik een dag langer zou blijven om op ze te wachten en prompt kwamen ze de 29ste eind van de ochtend aankakken. Nu stonden er dus 3 auto’s op de camping die ik allemaal goed kende. Ook was er nog een Duitsers die duidelijk moe van het reizen was. Kreeg alleen maar horror stories van hem te horen. Hoe die overvallen werd, dat die neergestoken is etc. Dit allemaal in Brazilië, en hij raadde dan ook iedereen aan om daar absoluut niet heen te gaan.

Regelde ondertussen een nieuwe W.A. verzekering voor de auto. Dit keer een jaar, voor 180 euro, nog te overzien. Had hier ook al allerlei enge verhalen over gehoord, dat het in Argentinië niet meer zou kunnen en de prijzen gigantisch omhoog gegaan zouden zijn. Dus denk, kom, nu doen, ben ik weer een jaar klaar. Koste wel een hoop tijd allemaal. Moest ook al mijn sleutels na laten maken omdat ik mijn bos was kwijtgeraakt in Atacam. Je denk natuurlijk toch niet dat ze dat in een keer goed kunnen doen, dus moet je drie keer terug. Toen dat nog steeds niet goed was heb ik alle sloten uit mijn auto gesloopt en die meegenomen. Zorg maar dat het werkt, en dat deed het na een paar uur ook. Maar het kost wel weer een hoop tijd.

Vond een leuk speeltje voor als ik ooit nog eens in India moet rijden
Hans probeerde ondertussen weer wat kleine probleempjes met zijn Mercedes op te lossen. Hij wilde niet meer naar de officiële Mercedes dealer, daar hadden ze er een potje van gemaakt paar weken terug. Dus nu had hij beun de haas uitgezocht. Tja, dat het dan niet veel beter werd kan je je van te voren wel bedenken, maar kom, positief denken. Hans spendeerde de volgende twee dagen om, in zijn overall, te wachten op de monteur die als maar beloofde te komen maar het vervolgens niet deed. Nou is Hans er niet een van veel en lang geduld en dan duurt het allemaal nog langer. Het einde van het verhaal was… monteur kwam, kwam niet, kwam wel, kwam wel maar zonder gereedschap, kwam weer maar niet op tijd en kwam niet. Het is niet goed afgelopen met die twee.
Donderdag dan toch echt vertrokken. Via een bezoek aan de Lider (grote supermarkt) en afscheid van iedereen, reed ik in een paar uur van de droge warme woestijn lucht naar…. de droge warme zeelucht. Mijn huid begint hier en daar uitdroging verschijnselen te vertonen en ik moet gaan smeren alsof het winter is in Nederland. Daarom was ik blij de zee te zien, maar het is hier niet veel beter. Ook hier is er weinig tot geen groen en ondanks de aanwezigheid van de zee blijft de vochtigheid op 40% steken. Wel beter dan in Calama, daar was het 20%. Was trouwens toch al veel aan het smeren want de UV straling schijnt hier bijzonder hoog te zijn. De zon voelt ook erg warm aan en toen ik 5 minuten in het zwembad lag (langer kon niet, het water was te koud) was ik gelijk al verbrand.

Roodhuid vogels langs de kust
De kustplaats Tocopilla bleek een grote lelijke vieze havenstad te zijn. Men verscheept al het koper hier en er zijn ook grote lucht en milieuverontreinigende bedrijven. Ik vermoed een cement fabriek, diverse kolen centrales en ook het een en andere aan mijn gerelateerde industrie., Die stad had ik dus in 15 minuten bekeken en reed door richting Iquique. Sliep aan zee op de erg mooie weg die kronkelde zich langs de kust. De bergen stopte een halve kilometer voor de kust en er was een zanderige en rotsachtige kuststrook. Ik durfde niet te gaan zwemmen dus reed door. Er waren héél veel vogels hier, soms reed ik een half uur lang langs een zwerm vogels die laag over het water noordwaarts scheerde, net als ik op zoek naar nieuwe oorden. Een aantal grote rotsen in zee was duidelijk favoriet om uit te rusten. Die waren helemaal wit van de vogelkak, en vlakbij rook het niet echt lekker. Iquique, de volgende plaats op het programma, dankt zijn ontstaan aan deze bergen met vogelpoep. Vroeger werd dit namelijk als mest gebruikt en was er een levendige handel in dit spul. Nu is de mest allemaal kunstmatig en moet Iquique het hebben van andere zaken, een ervan de Zona Franca. Vertaald, de vrijhandels zone. De grootste in Chili en een van de grootste in Zuid Amerika, en daar wilde ik wel eens een nieuwe harddisk voor mijn computer kopen, met alle foto’s die ik maak begint die wat vol te raken.

En de boel maar onder poepen
De kustweg bleef mooi, jammer dat die in Iquique ophoud en ik weer de zandbak in moet. Aangekomen bij de Zona Franca vond ik het verdacht stil. Ja hoor, het bleek 1 mei te zijn, alles dicht. Deze feestdag verrast mij elk jaar weer op nieuw, en niet op een prettige manier. Vorig jaar, even denken, oh ja, dikke files op de brug in Maleisië en alle winkels dicht. Nu dus weer.

Besloot maar lekker aan het strand te gaan staan tot de volgende dag ook geen straf. Had vlak voor de stad al wel wat leuke plekjes gezien ook in de stad was er zat parkeerplek. Reed terug en de eerste plek die ik uit de verte had gezien bleek meer een vuilnis stort plaats dan een strand. Jezus wat maken die Chilenen er een zooi van hier. Na 10 minuten was ik weer weg, want vuil betekend vliegen en stank. Nee dank je. 10 km verderop was er weer een mooie plek Zelfde verhaal eigenlijk, vuil, gebroken glas, overal lege drank flessen, bedelende en blaffende honden en veel volk. Ging er toch bij staan in een hoekje, denk, misschien ontmoet ik nog aardige Chilenen. Toen ik uit stapte stapte ik vol in een hondendrol en gleed zowat uit over een volle luier. Hield het uit tot na het eten. Alle Chilenen waren druk bezig met hun BBQ en om zichzelf lam te zuipen, hadden vrijwel allemaal hun radio op 10 en dat beloofde een rumoerige nacht te worden. Besloot de stad in te gaan. Als alle luidruchtige mensen buiten zitten,, moet het binnen rustig zijn. Vond een prima plekje (met wifi) aan de rand pal aan zee, de golven verstomde het meeste lawaai en ik sliep best goed. Tot 5 uur omdat toen de lokale begonnen met het naspelen van de ‘Fast en Furious’, een film waar auto racen over normale wegen een cult is. Blijkbaar is de film hier nog niet zo lang uit want de auto’s zagen er exact zo uit als in de film (en het geluid was ook identiek).

Iquique heeft een lange mooie boulevard. Een deel er van is speciaal voor de jeugd ingericht met een groot skate park, een groot fietscross park en een groot deel voor de kleintjes met schommels en wip-wappen en luchtkussen. Erg mooi gedaan en ook erg populair en druk. De helft van de personen onder de 16 heeft een skateboard in de hand.
De grote attractie van Iquique is echter de Zona Franca of te wel de vrijhandels zone. Had hier in het zuiden al eens meegemaakt, het is een grote shopping centre met veel elektronica te koop. Of de prijzen nou echt zo laag zijn, dat valt te betwijfelen maar je hebt veel aanbieders en veel keus, alles dicht bij elkaar. En ik had een nieuwe harddisk voor mijn computer nodig, de huidige is vol gestroomd met foto’s
Het was groter dan ik verwachte en het aanbod was ook veel groter. Een aantal hallen met kleine winkeltjes, heel veel kleine winkeltjes. Van elektronica tot kinderkleding, van gordijnen tor keukengerei. En dat allemaal belasting vrij. Yeah right. De sata harddisk (normale laptop harddisk), daar hadden de meeste nog niet eens van gehoord, dus werd het een zoekwerk vanjewelste. En wie zoekt doet vinden, dus scoorde ik die dag een 320 gig harddisk, een extra antenne voor mijn gps (makkelijk voor in de rugzak als ik loop), een nieuwe walkie talkie ter vervanging van diegene die ik ‘kwijt raakte’ in Pakistan en een extra usb-wifi antenne omdat diegene die ik had het zo lekker doet en als ie kapot is ik heel erg zou moeten huilen.

Voor de nacht reed ik een stukje Iquique uit, het was immers zaterdag. En in het weekend zijn de Chilenen net als Argentijnen: luidruchtig. Parkeerde voor de nacht op de Mirador, een berg boven de stad met een wijds uitzicht. Dit keer duurde het tot 5 uur voor er een gek met zijn harde muziek kwam, dus had toch nog een redelijke lange nacht.

Op de weg verder naar het noorden ligt Humberton, een ouwe sulfaat mijn. Verlaten midden in de woestijn staan nog veel van de gebouwen overeind. De droogte en de droge lucht zorgen er voor dat het spul niet of heel langzaam vergaat. Leuk, en soms een beetje spooky om door zo’n verlaten stad heen te lopen. Je kan alle ouwe huizen in, het oude theater en het hotel, zelfs het zwembad, is nog intact. Gemaakt uit oude wanden van een schip was het toentertijd een hele vooruitstrevend bouwwerk.

Het zwembad van Humberton
Na Humberton lag er op de weg noordwaarts de ‘Gigante van Atacam’. Geen idee wat het was maar het klonk gigantisch. Het was maar 14 km omrijden dus dan ga je even kijken. Het bleek een berg tekening te zijn, die ik in de komende maanden wel vaker tegen ga komen. Het principe is eenvoudig, haal alle stenen uit een bepaald vlak en ontstaat een tekening. Deze gigante is vermoedelijk gemaakt rond het jaar 600. Tja… leuk om naar te kijken…. voor 4 minuten.

De gigantische….snurk….
Hoppa gassen en door naar Arica. In de woestijn geslapen en in de ochtend , in de buurt van Arica, dook ik de dikke mist in. Ook hier weer gigantische dalen. Je moet je voorstellen dat je in de woestijn rijd, alles ziet er vlak uit, een hoogte van 1300 meter of zo. Plots, zonder dat je er erg in had, sta je op de rand van een kloof. Een kloof van wel een kilometer diep. Aan de overkant gaat de woestijn gewoon verder. Zo’n kloof moet door een rivier gemaakt zijn, maar die zijn al lang opgedroogd. Sterker, er was hier ooit bos, nu in honderden km omtrek geen groen blaadje te bekennen. Op de rand van zo’n kloof, duik je dus 1000 meter naar beneden, om er aan de andere kant er weer duizend omhoog te gaan. In die dalen hangt mist en na een zo’n dal hield de mist niet meer op.
Arica, de stad van de eeuwige lente, was een prettige badplaats met een enorm strand. Enorm en leeg. Het centrumpje was best leuk. Er is ook een grote rots midden in de stad met een mooi uitzicht. Verder ook hier berg en rots tekeningen, een fraaie mercado en een leuke winkelstraat. Het centrum heeft last van vogels, zoals de meeste steden aan deze kust. Hier hebben ze last van een soort zwarte lepelaars, rare vogels die alles maar dan ook alles onder scheiten. Rond de haven was het op de vloer een witte massa. Bankjes en andere belangrijke dingen werden door dakjes overkapt. Niet dat dat hielp want die dakjes op zich zijn ook mooie vogel-zit-plaatsen natuurlijk, en als je zit… moet je kakken. Die vogels maakte een heel vreemd geluid, het leek net alsof er een tros varkens in elke boom zat. Oink oink …

Effe drukken
Windows XP nieuw op een verse harddisk installeren, alle programma’s herinstalleren, alle instellingen en weet ik wat weer doen, dat kost veel tijd. Heel veel tijd. Bijna twee dagen was ik aan het klooien. Je moet dan ook alle service packs en andere updates downloaden, man man, wat duurt dat allemaal lang. Maar, na twee dagen liep het redelijk. Alleen windows mail kreeg ik niet aan de praat, dat moet dan maar later. Heb Microsoft office adieu gezegd en Open office er voor in de plaats genomen. Ben benieuwd.
Probeerde ook nog steeds tevergeefs een landkaart van Peru (en/of Bolivia) te krijgen. Heb uren door Arica gelopen, toch de grens plaats. Niks ervan. Sterker nog, heb niet één boekwinkel kunnen vinden, en ik heb het echt geprobeerd hoor. Zelfs bij de toeristen informatie geweest, aan de politie gevraagd en aan vele lokalen. Niks er van. In de mooie winkelstraat van Arica heb je : 20% banken. 20% schoenen winkels. 20% drogisterijen, 20 % telefoon en bel tentjes en de rest is vreet schuren en opa&oma winkeltjes. Sterke is ook nog, dat er in AL die banken lange rijen met mensen staan. Als schapen voor het slachthuis. En als het het begin van de maand is, staan er nog 10x zo’n lange rijen. De hele dag. Nouja, de banken zijn maar tot 2 uur open. Je zou denken, als ik bank was, ik zorg dat ik die mensen sneller help, want ze staan echt uren in de rij. Maar blijkbaar willen de banken de gouden kip niet slachten. Ach, zo houd de ene helft van de bevolking, de andere helft van de straat.
Overigens was opvallend dat als ik mensen over Peru vroeg en of ze er wel eens geweest waren , ik standaard een van twee antwoorden kreeg. Of een vies gezicht, zo van nee.. daar hoef ik niet naar toe. Of zo van… hartstikke gevaarlijk, pas er voor op, bandieten, moordenaars. Waar heb k dat eerder meegemaakt…

Moderne rots tekeningen
Na al dat werk nog een dagje langer getreuzeld. Lekker in de zee gezwommen, die is hier niet zo koud meer. Hele hoge golven, erg gaaf. Er wordt hier veel body surfing gedaan, als het waait ook kite-surfen. Ook nog een filmpje gepakt, de X-men.

Na al dat treuzel werk was het toch tijd Peru in te gaan. In de ochtend nog even boodschappen gedaan en op 7 mei om 10 uur stond ik voor de grens. Wist niet zo goed wat ik verwachten moest. Was natuurlijk een half jaar al bijna verwend door de makkelijke Chili-Argentinië grenzen. Deze bleek een slagje zwaarder. Aan de Chileense kant begon het al. Ik moest een formulier hebben, en die kon je aan de grens zelf niet krijgen verklaarde een agent. Heel toevallig (yeah right) had hij een vriendje die er een paar in de auto had liggen. Ik geloofde er in eerste instantie niks van natuurlijk, maar hij moest 500 peso voor het formulier hebben (70 cent), ik denk, als ik dan geflest word, ga ik er niet failliet van. Later bleek het echt wel nodig te zij. Moest veel stempels halen maar het was in principe zo gepiept. Aan de Peruaanse kant moest ik, bleek achteraf, door 7 controles heen. Er stond verder niks van wie of waar of waarom dus je loopt wat te vragen en te zoeken. Komt er altijd wel uit, maar het begint wel op Aziatische toestanden te lijken. Ik had al 5 stempels verzameld toen een mijnheer met spiegel zonnebril en een zwarte uniform en pet me vriendelijk doch beleefd melde dat ik het land niet in mocht. Eum… WAT!!! Nee, ik had niet het juiste formulier bij me en liep vervolgens weg. Ik achtervolgde hem en vroeg hem in godsnaam wat ie dan bedoelde, na veel aandringen bleek het dat Peru tegenwoordig het Carnet gebruikt. In de vorige landen was dit nooit nodig geweest maar ik had er gelukkig wel een bij me. Met dat carnet op naar stempel nummer 6. Dat duurde echter, want de juf was nieuw en had geen idee wat ze moest doen. Gelukkig kwam er hulp (die het ook niet wist). Na een half uur carnet bestuderen was dat ook klaar. Bij de uitgang stempel 7 en tsjaka, ik was in Peru.
Ik had nog steeds geen kaart van Peru dus ik reed maar wat. Wist wel waar ik naar toe wilde maar zonder kaart is het wel lastig. Had gelukkig wel mijn Atlas en de worldmap van Garmin, daarbij had ik een kompas dus komen doe ik er altijd. De eerste grote stad in Peru is Tacna. Op goed geluk mijn auto geparkeerd, bij een bank gepind. Ggeen idee hoeveel een Sole nu waard is. Als ik het opzoek is een Sole 25 eurocent. Zie overal op de borden dat diesel 8 sole kost. Lijkt me duur, dus ik zal wel iets niet goed doen. Kocht een oude tweedehandse kaart ,alles beter dan niets. Mijn eerste indruk is dat Peru veel meer op Azië lijkt. Rommelig, druk, veel toeterend verkeer, geen verkeersborden.. De mensen hebben een beetje een Tibetaans uiterlijk. Ronde gezichten met spleetachtige ogen. Maar dan wel grote neuzen. Peruaanse vrouwtjes met vrolijke gekleurde kleren , paardenstaarten en gekke hoedjes. Ik mag dat wel.

Noordwaarts was het nog steeds woestijn. Als je Peru denkt, denk je bergen, Inca’s, regen en groene landschappen. Jammer dus. Zand en zand, en nog saai zand ook.
In Moquegua had ik het wel gezien voor vandaag. Maar een parkeerplaats vinden vond ik niet makkelijk. Uiteindelijk maar op een braak liggend stuk grond gaan staan naast een benzine pomp. De bediende vond het geen probleem.

Door naar Arequipa. Daar was een Hotel met grote parkeerplaats. De weg er naar toe was nog meer zand. Omdat Arequipa op 2300 meter ligt was het laatste stukje nog wel even klimmen. Zelfs een tolpoort voor de stad, bah bah, 8 soles dokken (2 euro). Het Hotel Mercedes was snel gevonden. De parkeerplaats was maar klein en er stonden twee hele grote overlander trucks en de Fransen die ik al eerder gezien had in Arica maar nooit mee gesproken had. De mensen van het Hotel waren echt super vriendelijk en ik voelde me dan ook snel thuis.

Plaza des Armas van Arequipa
Het hotel ligt bijna midden in de stad dus als eerste maar eens een snuif Peru genomen en wat in het centrum gaan lopen. Moet zeggen, wat ik zag beviel me bijzonder. Ik was wat voorzichtig geworden door alle enge verhalen, maar de Peruanen zijn hele aardige behulpzame mensen. Het centrum was erg fraai, alles mooi gerestaureerd en een hele fraaie ‘Plaza des Armas’. Er was een markt gebied dat me erg aan Azië deed denken. Heel veel kleine winkeltjes, lekker rommelig en veel kleur. Winkeltjes zaten bij elkaar qua assortiment. Een heel gebied met 300 schoen winkeltjes (met niet een die de maat groter dan 42 had), dan weer een gebied met elektronica zaakjes etc. Geen grote malls maar familie zaakjes. Men wilde je graag helpen (lees : wat verkopen) en de verkopers waren kundig moet ik zeggen. In de twee dagen dat ik er rondliep liet ik bijvoorbeeld nog eens een sleutel van mijn deur namaken. Had ik in Chili al twee keer laten doen en twee keer was het een klote-kopie, hier in Peru was het in een keer goed. Ook liet ik de spel van mijn claxon repareren, klasse werk. Peru, zover mag ik het wel.
Arequipa word ook wel de witte stad genoemd. Het ligt onder aan drie vulkanen, is in de geschiedenis vaak (en nog steeds) door aardbevingen getroffen en is de tweede stad van Peru. In de Lonley planet staat dat het de witte stad wordt genoemd vanwege het feit dat veel gebouwen uit een soort wit vulkaan marmerachtig steen zijn opgetrokken. Maar, van een Peruaanse hoorde dat dit larie is. De stad heeft de bijnaam witte stad omdat er vroeger erg veel Europeanen woonde (witte mensen). Je ziet nog steeds hier en daar iemand met blond haar of Europeaanse gezicht trekjes rondlopen.

Klooster in Arequipa
Ik bezocht het fameuze klooster Santo Catalyna. Dit was een klooster met een gouden randje. Zo groot als een dorp, ligt het midden in de stad, omgeven door hoge muren. Gebouwd in Spaanse stijl stamt het uit 1570 en was apart omdat er alleen maar dames van stand in mochten. Niet zomaar in, nee, die moesten zich inkopen. Ook werd er voor de Dame in kwestie een huis gebouwd op het klooster terrein en ze mocht zelfs een bediende meenemen. Het was dus een soort 5 sterren klooster en ziet er magnifiek uit. Tot ergens in 18zoveel, de Paus het niet langer pikte en een regel-zuster stuurde om de boel in het gareel te krijgen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het klooster is nog steeds in gebruik. Grootste gedeelte is nu open voor het publiek en van deze inkomsten leven de 12 overgebleven zusters. Die wonen in nieuw gebouwde modernere huisjes die midden in het kloostergebouw staan.
Op zondag verder naar het noorden. Het eerste stuk links en rechts zand, niet echt spannend. Echter kwam er plots, na een dubbele politie controle, zee in zicht en de weg zou de komende paar honderd kilometer langs de stille oceaan oplopen. Geen mooie rechte weg maar een erg kronkelige op en neer gaande weg. Dat resulteerde dan wel in soms erg mooie plaatjes van uitzichten. Het landschap bleef vol met zand en toch was het elke keer weer anders. Dan weer scherpe gemene puntige rotsen waar de zee zich wild op stuk sloeg, dan weer parelwitte mooie stranden met veel vogels.

Klooster in Arequipa
Aan de land kant was het ook afwisselen met als hoogtepunt de zand duinen bij Chala. Plots waan je je in de Sahara, prachtig golvende en stuifende zandduinen, zand op de weg. Erg mooi.
En zo kronkelde ik verder. Wilde eigenlijk een stop maken in Peurto Inca, had gehoord dat je daar goed kon kamperen. Maar toen het donker werd moest ik nog een klein uurtje en dat wilde ik dus niet. Had net mijn auto op een verlaten strandje gezet toen ik, via luid getuter, hoorde dat de toeristenbus die ook in Arequipa stond, me voorbij reed. Die vind ik de volgende ochtend dus precies op mijn plekje in Peurto Inca staan, tenten opgezet voor alle passagiers, camping was dus lekker vol. Geen zin om daar te blijven (en dat was achteraf mijn geluk) en reed dus door naar Nasca.
In Nasca heeft met vreemde figuren in de woestijn gevonden. Deze vage figuren zijn echter zo groot dat je ze alleen maar vanuit de lucht kan zien. Een ouderwetse beschaving heeft die ooit gemaakt, waarschijnlijk zo tussen 500 voor en 500 na Christus. Niemand weet hoe of waarom. De figuren zijn bijzonder groot en mathematisch perfect.
Parkeerde mijn auto op het gras van Hotel Condor, wist dat je daar gratis kon kamperen als je je vlucht boven die figuren via hun boekte.
Volgende dag stapte ik al vroeg naar de receptie om te vragen hoe laat mijn vlucht zou gaan. Eum, stamelde de man, er is vandaag staking, we weten niet of er überhaupt wel vluchten gaan. Een blik op de weg deed me inderdaad zien dat er geen verkeer was en dat er overal stenen op de weg lagen alsof er oorlog was.

In Nasca werd Peru grimmig
Wat bleek, vandaag was er een weg blokade door mijnwerkers begonnen. Die hadden zo hun problemen (ja wie niet) en vonden dat reden genoeg om minimaal 3 dagen lang de wegen te gaan blokkeren. Ik pakte de fiets en zag de verschrikkelijke puinhopen op de weg. Het leek Nepal wel. Duizenden stenen, brandende autobanden, autowrakken, alles was op de weg gegooid om te boel te blokkeren. De sfeer was grimmig, er stonden veel mijnwerkers, helmen op de kop, stokken in de hand,, en als er iemand langs kwam met iets van een motor (dus auto, brommer etc) werden er met stokken geslagen en stenen gegooid. Het duurde niet lang of er was geen verkeer meer. Ook vliegtuigen mochten niet vliegen, men had gedreigd tijdens opstijgen of landen stenen te gooien. Zat niks anders op dan wachten. In de avond, na al een dag wachten werd het grimmiger. Agenten in oorlogs formaties trokken op naar de barricades. Ben ze niet gevolgd, maar er heerst een spanning die te snijden is. En zo sta ik hier dus, en omdat ik niks anders te doen heb en WiFi heb, publiceer ik maar dit verhaal.