20090500 – Mei 2009, La Paz en Bolivia

Ik reed Bolivia in, langs het Titicaca meer. Een erg mooie omgeving, tot je een paar kilometer van het meer afkomt, dan is alles weer droog. Verbleef een dag in La Paz, de hoofdstad van Bolivia en zakte vervolgens af naar de grens met Argentinië, via een zeer belabberde weg. Koud ook trouwens, in de bergen weer eens -13 graden. Op de valreep midden in de bush-bush op een super stoffige weg een picnic van koffie en speculaasjes met Hans en Marry.

Rit tot nu toe in Zuid Amerika
Na 3 km rijden vanaf de grens een militaire controle. Papieren!!. Geen probleem. Daarna vroeg ie of ik veel diesel of andere brandstoffen bij me heb. Blijkbaar is dat interessant. Als laatste vroeg de man 10 Bolivianos ( 1 Boliviano is ongeveer 10 eurocent). Als een soort tol zei die. Ik zei dat ik dit niet had, en dat het ook niet netjes van hem was om te vragen. Hij sprong op de treeplank van mijn auto en boog zich helemaal door mijn open raam naar binnen…… Ok zegt ie, vijf dan? Ik legde hem uit dat als ie dat aan alle toeristen vraagt, die wegblijven en er straks nog minder werk is. Dat drong tot hem door. Maar we zijn toch nog wel vrienden he? Schreeuwde hij terwijl ik door reed.

De linkse revolutie is ook in Bolivia geland. vrij vertaald…vroeger voor een paar, nu voor ons allen
Over vrienden gesproken, Peru en Bolivia zijn niet echt vrienden, en al heel lang niet. Ook nu weer is er een heftig akkefietje tussen de twee landen. Een aantal Boliviaanse ministers van de vorige kabinet ploeg, worden beschuldigd van iets en moeten voor de rechtbank komen. Maar ze zijn gevlucht naar Peru, en die wilt ze niet uitleveren. Je snapt, de verontwaardiging en de krantenkoppen zijn groot.

Het eerste klein plaatsje in Bolivia heet Copacabana. De enige twee overeenkomsten die het heeft met het Copacabana in Brazilië is dat het aan het water ligt en dat er in verhouding veel toeristen zijn. Het is de afspring plank voor veel backpackers om Peru in te gaan. Dus in de vier straten van het gehucht ongeveer 30 (internet) cafeetjes, reisbureaus en geldwisselaars. Een echte bank was er niet, laat staan een pin automaat. Verder was het een zanderige troep. Aan de waterkant had men getracht een soort promenade te maken. Het was een goed begin, maar half af. De rest was een zanderige weg. Wat er wel lagen was 50 vage waterfietsen. De Boliviaanse toerist houd blijkbaar van zelf varen op het Titicacameer in die gekke waterfietsen.

Naar La Paz was nu niet zo ver meer, 120 km of zo. Eerste stuk nog op een schiereiland in het Titicacameer. Deed me een beetje aan Lake Toba in Indonesië denken, behalve dat hier vanwege de hoogte niet zo veel groen is. Bij de punt van het schiereiland aangekomen moest ik met bootje over. Niks veerboot, krakkemikkige ponton dingen met een 5 pk buitenboord motor erop. Op elke ponton kon één auto. Voor ik er op reed vroeg ik de prijs. De man overdreef iets, dus prate het eerste wat naar beneden voor ik erop reed. Het ding kraakte aan alle kanten. Het systeem is wel handig. De achterkant is gewoon open en op die manier kan je er op rijden. Omdat je helemaal naar voren moet rijden, helt de boot naar voren, en gaat dus die open achter punt omhoog, waardoor er geen water binnen stroomt onderweg. De man vertelde pas midden op het water dat zijn boot al 100 jaar oud was. *slik*. Kwam toch droog aan de overkant.

Op een gammel pontonnetje naar de overkant
Wat zie je in dit deel van Bolivia. Mmmm, niet zo heel veel. Rond het Titicacameer, waar alles vruchtbaar is vanwege de aanwezigheid van water zie je niet veel. Veel zand, af en toe een dorpje maar niets spannends. Vrouwen met bolhoedjes, das wel weer leuk. Ook hier is het merendeel van het verkeer bus en taxi. Inj de ochtend lopen rijen met kinderen richting school. Gewassen snoetjes en gekamde haren, vaak een uniform aan. Als je diezelfde kids in de namiddag uit school ziet, zijn ze vies, groezelig, een heel contrast.

In La Paz aangekomen kwam ik in Aziatische toestanden. Ik reed eerst verkeerd (nergens een bord) en kwam een tol poort tegen. Maar ik wilde daar helemaal niet naar toe en wilde omdraaien. Dat mocht niet van een agent die er stond. Ik zou en moest door de tolpoort heen, dan omdraaien, en dan terug rijden. Je raad het, weer door de tolpoort heen. Dus 2x betalen voor niks. Gelukkig was het niet veel maar leuk is anders. Zeker omdat 500 meter na de tolpoort er een opstopping van jewelste was. Niet omdat het zo druk was, maar omdat alle busjes midden op de weg parkeerde. Dat duurde een half uur voor 300 meter. Twee agenten en een bonnenboekje (of een takelwagen) en dat soort ellende is over maar dat is blijkbaar te moeilijk.
Ik had het adres van het Oberland Hotel waar ik de auto kwijt kon. Het is in Zwitserse handen en scheen erg mooi te zijn. Ik had ook de route er naar toe. Tenminste waar ik af moest slaan. Dat bleek een zandweg te zijn. Ik was al gewaarschuwd dat die erg was, en dat was ie dan ook. 24 km hobbelen. Geen borden, veel vragen, veel stof, vaak om moet draaien, langzaam. Uiteindelijk kwam ik er toch wel en was de zanderige hobbelweg blijkbaar beter dan dwars door de stad te moeten. Dat scheen nog veel erger te zijn.

Boliviaanse schonen..
Voelde me een beetje lullig, met mijn grote auto dwars door die hele kleine zand paadjes heen, veel stof veroorzakend voor de mensen die er woonde. Maar dat gevoel duurde niet lang. Toen ik weer eens aan het keren was kwam er een joekel van een vrachtwagen die, bij navraag, dezelfde kant op moest als ik. Een 18 wieler met aanhanger, scheurde door de zand paadjes alsof het een snelweg was. Voelde me gelijk een stuk beter. Maar had wel moeite hem te volgen. Te dicht achter hem zag je niks, te ver achter hem en je raakte hem kwijt.
Het Oberland was inderdaad wel mooi. Stukje Zwitserland in Bolivia. Mooie tuin met gras, binnenzwembad en sauna, restaurant wat o.a. Fondue op het menu had staan. Toch was het wel een beetje saai. Kon met mijn autop op een speciaal camping gedeelte staan, had er zelfs wifi, maar het was allemaal hermetisch afgesloten en had geen contact met Bolvianen. Daar kwam de volgende dag verandering in. Pakte om 8 uur een taxi naar het centrum van La Paz. Bezocht een aantal van de highlights. De San Francisco kerk, de zwarte markt en de heksen markt, calle commercio. Liep gewoon flink door het centrum heen. Door verhalen van andere reizigers had ik er veel van verwacht, vandaar misschien dat ik het een beetje tegen vond vallen. Er was veel verkeer en luchtverontreiniging. De marktjes waren geinig, maar meer ook niet. De heksen markt (hier vind je vage kruiden, gedroogde feutessen, dat soort spul) was, zo kreeg ik het idee, meer voor toeristen dan voor lokalen. De stad had wel sfeer, maar was toch net niet ‘je-van-het’. Misschien was het omdat er weer eens een hoge Amerikaanse overheid pief aanwezig was. Er stonde veel soldaten met grote geweren. Toen ik het mooie bronzen beeld bij de nationale bank wilde fotograferen werd me dat verboden. Pffff.
Dwars door La Paz loopt een rivier (La Paz ligt immers in een rivierdal). Die rivier is zo vies dat hij schuimt. Maar zoveel schuim dat je het hele water niet meer kan zien. Bah.
Maar die ligging in dat dal is wel spectaculair. De stad ligt in een diepe kloof en om te groeien zijn de huizen gewoon tegen de kloofwand aangeplakt. Dat ziet er spannend uit maar wé als er een een dikke aardbeving komt, dan zakt alles zo naar beneden volgens mij.

Er lopen in La Paz veel schoenpoetsers rond. Op zich niks vreemds, maar ze dragen allemaal een bivak muts of iets dergelijks. Ik vermoed vanwege de luchtverontreiniging en de kou in de ochtend, maar vind het wel beetje sinister om je schoenen door een terrorist te laten poetsen (want zo zien ze er uit). Zag er op een gegeven moment ook een die op een ‘Silence of the Lambs’ masker droeg. Vroeg me af of ie veel business kreeg? De mijne ieder geval niet.
Klariesssssss…..sssslslslsltltltltl, shoeshine?………sssslslslsltltltltl. (je moet de film kennen)

Heksenmarkt
Pakte laat in de middag maar een filmpje (Angels & Demons) en pakte te taxi weer terug naar Oberland. Wilde de volgende dag vroeg weg richting Argentinië, en deed dat ook. Alleen kon ik maar niet beslissen welke weg ik zou nemen. De richtste weg is recht naar beneden en bevat 300 km zandweg. Of het van goede of slechte kwaliteit is, niemand kon het me vertellen. En 300 km klote weg…. dat duurt hééél lang. Andere optie was via Cochabamba (waar mijn vrienden Mike en Anna-Christine waren), dan via Santa Cruz en dan naar benéé. Dat was allemaal geasfalteerde weg maar wel een stuk om. Besloot om het laatste te doen, maar het besluit voelde niet lekker aan. Na 4 uur rijden, stond ik voor de bewuste splitsing en was ik er nog niet helemaal zeker van wat ik wilde. Pakte nog een keer de kaart en telde de KM’s eens bij elkaar. De goede weg was wel 500 km omrijden, deels door bergen heen. Het stuk waarschijnlijk slechte weg was 300 km lang…..hak, ik reed rechtdoor richting slechte weg en hoopte er het beste van. Wie weet, liep de kaart achter en was het best te doen.
De gelde enheid van Bolivia is de Bolviano. Vind dat beetje verwarrend, want een Boliviaan heet ook een Boliviano. Hadden ze mijn inziens beter iets anders kunnen noemen.
Overigens is Evo Morales, de man van het volk en president van het land. Erg populair. Zeker op het platte land. Op elke hoek, losse steen of muur staat wel iets van EVO SI, EVO dit of dat, of gewoon SI (ten teken dat ze voor EVO zijn). Hij voert een linkse politiek. Beetje ala Chavez en de Silva. Maar niet zo uitgesproken. Hij probeert wel de echte lokalen en boeren te bevooroordelen en dat is denk ik niet verkeerd.

La Paz, tegen de hellingen aan geplakt
Het stuk van La Paz naar Challapata was intens saai. De weg was goed, er was weinig te zien. Op de hoogvlakte (4000 meter) groeit niks, er waren geen mooie bergen en alles was droog en dor. Oruro zag er niet al te smakelijk uit. Deze ‘woestijn stad’ was rommelig en vies, en ik had geluk dat ze een goede rondweg hadden zodat ik er niet in hoefde te rijden. Na Challapata reed ik de bergen in, maar ook deze waren niet echt spannend. Toen het donker werd zat ik op 4200 meter en het zag er niet naar uit dat de weg snel naar beneden zou gaan. Het was nog 125 km tot Potosi. Parkeerde maar ergens net van de weg af. Was een beetje bang voor de vorst, immers is het op 4200 meter in de nacht koud. Erg koud. -12. Had mijn auto voor alle zekerheid met de dieseltank naar het oosten geparkeerd. De verwarming vertikte alles dus hield het binnen warm met het maken van een bakje thee of koffie. Plots schoten, niet ver van me vandaan (en ik stond bij niets in de buurt). Naar buiten kijkend zag ik een km verdeop auto’s staan met hun grote lichten aan. Die waren denk ik aan het jagen. Toch moest ik even slikken.
In de ochtend had mijn auto wederom veel moeite om op gang te komen.

Ze blijven leuk die hoedjes
Mensen van Bolivia op het platteland zijn erg arm. Zou een Aziaat lang de kant van de weg gaan bedelen, een Zuid Amerikaan is daar te trots voor. Zal ook nooit laten merken dat ie arm is als ie kan. Daar zijn ze veel te trots voor. En als er eens bedelaars zijn , zijn het meestal oude vrouwtjes.
Na Kuchu Ingenio zou het asfalt ophouden en dat deed het dan ook. Het viel op zich wel mee, wat hobbelig, maar als je niet te hard reed was het te doen. Na 50 km begon een gloednieuwe beton weg, en ik reed heerlijk fluitend richting Cotagaita. Daar begon de ellende. Van Cotagaita tot de grens (200km) waren ze de weg opnieuw aan het aanleggen. Ik ga er niet over zeuren want ik heb het zelf over me afgeroepen maar ik durf je wel te vertellen dat het een heel erge zware rijd dag was.
Het landschap was klassiek cowboy landschap. Heuvels met kleine bosjes en veel lange kantkussen. Niet echt super. Er stonden veel mensen langs de kant te vragen of ze mee konden. Nam op een gegeven moment een gast mee, die militair bleek te zijn. Hij was met zijn dienstplicht bezig in Tupiza. Omdat de weg zo slecht was reden er vrijwel geen bussen. Alleen één vrachtwagen reed per dag langs die mensen meenam, maar die was nog steeds niet gekomen. Verder was de man zo stil als wat, dus veel plezier beleefde ik er niet aan.
Bij Tupiza aangekomen moest ik tol betalen. Ik schoot even vol. Werd een beetje boos op de man, die alleen maar zei ‘Tja, zo gaat dat in Bolivia’, waarop ik zei..’en daarom ga ik naar Argentinië’.
Probeerde in Tupiza een slaapplek te vinden maar het was al donker toen ik er binnen kwam. Het enige tank station liet me niet parkeren dus reed een stukje verder over gigantisch wasbord en super stoffig. Toen er een tegenligger voorbij reed, moest ik 3 minuten wachten om weer wat te kunnen zien. In het donker vond ik een stil plekje. Waar ik sta zie ik dan morgen vroeg wel weer.

De tunnel leek roet in het eten te gooien maat ik paste er toch net door. Moest wel me adem in houden
De weg verder naar de grens met Argentinië bleef ernstig. Om 10 uur had ik zin in koffie en ik parkeerde mijn auto op een klein veldje, iets weg van de weg zodat het stof niet in me koffie zou komen. Stond net een eerste slokje te nemen toen er een vrachtwagen de berg af kwam, luid claxonerend. Ik dacht, wat moet die halve zool, keek naar buiten en zag dat het Hans en Marry waren. Dat was een leuke verassing. Ter ere van deze ontmoeting, stoelen en tafeltje eruit, mijn laatste pakje speculaas geopend en met z’n drieën heerlijk in het stof op zijn Hollands koffie met speculaas lopen doen. De paar voorbijtrekkende vrachtwagens en bussen keken naar ons alsof we gek waren.
De grens tussen Argentinië en Bolivia was langzaam en rommelig. Duurde wel een paar uur. Er zat maar één ventje achter het loket. Zo te zien was het zijn eerste dag als beambte en er was natuurlijk net een grote groep scholieren voor me. Tja, die groep heb je aan de Boliviaanse kant van de grens, en dan weer aan de Argentijnse kant. Ook de Argentijnen gebruikte nu mijn carnet, had er geen problemen mee. Reed verder richting Salta en sliep aan het monument op de kreefts keerkring monument.
Verder naar het zuiden bleef de weg dalen. Kon mijn trui uit doen, het was lekker warm hier, zelfs in de ochtend. Zag wel in de verte een dikke laag bewolking hangen, daar lag Salta dus.
Ben nu in het noorden van Argentinië aan het rijden. Het zuidelijkste puntje van Argentinië waar ik was is hemelsbreed 3500 km hier vandaan. Als ik dat op Europa projecteert, om een idee van de afstanden te krijgen, is dat even ver als van Gibraltar naar Finland. Dat is een heel continent. Hier heb je het over één land..
Liet Jujuy links liggen (spreek uit als Gugui) en stoomde door naar Salta. Jujuy zag er van een afstandje relaxed uit, iets om later terug te komen.

Gekke hoedjes opzetten kan ik ook
In Salta aangekomen stonden daar Anne-Marie en Daniel met kids, Andre en Cristine met kids, nog een twee onbekende Fransen, een met een grote MAN. Ze hadden mini Frankrijk gecreëerd op de grote gemeentelijke camping. Ging er maar niet pal tussen staan, mij te veel blablabla in het Frans. De volgende dag kwamen Ernst en Christine en de dag er na Marisol en Armin. Zo was bijna het hele Ushuaia groepje kompleet. Allemaal mensen die ik in het afgelopen half jaar wel ergens was tegen gekomen en met wie ik wel wat tijd had doorgebracht. Toch wel apart te zien hoe dan de Duitsers/Zwitsers/Oostenrijkers op een hoopje gaan staan en de Fransen op een ander hoopje. Ik stond er tussen in.

De eerste paar dagen was het slecht weer in Salta. Motregen en koud en guur. Dat was ik niet meer gewend dus voor een paar dagen was het wel lekker. De stad zelf stelde op zich niet zo veel voor. De bekende Plaza des Armas die hier Plaza de 9 de Julio hete. Kerken en andere grote historische gebouwen er om heen, winkelstraat en een Mercado central voor groente, goedkope kleding en gekopieerde cd’s en dvd’s .
De eerste keer ging ik om 2 uur de stad in om wat te winkelen. Was de domme opening tijden van de winkels vergeten in Argentinië. Om 2 uur in de middag is echt alles dicht en lijkt het centrum uitgestorven. Kon gelukkig nog wel wat verse groente op de Mercado bemachtigen. Lekker verse broccoli.
En zo hing ik een paar dagen in Salta rond, wat werkend aan de auto, wat internetten, wat luieren en veel kletsen met andere overlanders.

Om te onthouden:
Bolivia heeft als geldeenheid de Boliviano
Deze is ongeveer 11 eurocent waard.
Diesel kost 3,75 Bol, dus zeg maar even 40 eurocent
. Verder moet je vaak tol betalen. Geen grote bedragen, gemiddeld zo 1 euro per keer.
Bij de grens verzochte ze om het carnet te gebruiken.

Wat vond ik van Bolivia. Mmm, das een moeilijke. Heb er geen uitgesproken goede of slechte mening over. Het land is niet onprettig. Mensen zijn arm, trots en stug. Infrastructuur is vrij belabberd en ondanks dat Morales goede dingen voor de lokalen doet, is hij wel bezig een aversie tegen buitenlanders te creëren. Hij is gelukkig niet zo extreem als Chavez van Venuzuela maar neigt wel de zelfde kant op. Of dat in de toekomst zo prettig is….laten we afwachten.
Ik zal zeker nog wel terug naar Bolivia gaan. Het land is divers en ik heb er maar een klein deel van gezien. De salar van Uyuni bijvoorbeeld, een enorm ingedroogd zoutmeer staat hoog op mijn lijst.

Ben nu in Argentinië, Chili, Bolivia en Peru geweest, zeg maar de helft van Zuid Amerika. Mijn huidige indrukken blijven hetzelfde als ik al eerder heb geschreven. In India ben je als toerist loslopend wild wat iedereen aanschiet. In China ben je een toerist die men liever mijd. In Zuid Zuid- Amerika ben je een toerist en verder niet zo interessant. Als je mensen aanspreekt zijn ze vriendelijk en indien nodig behulpzaam, maar van zichzelf zal men hier geen contact met je zoeken. Doen ze het wel, dan blijft het contact meestal oppervlakkig. En dat blijf ik jammer vinden
Loop er stiekem aan te denken mijn plannen iets te wijzigen. Vrijwel iedereen die in September in Valdez is geweest en daar het walvissen spektakel heeft gezien, zegt dat dat een unieke gebeurtenis is. Walvissen die op 5 meter van je auto aan het spelen zijn, Orca’s die er omheen zwemmen, dolfijnen en baby walvisjes… Klinkt wel spannend. Ernst en Christine hebben vorig jaar 7 weken (!) op het strand daar gestaan, omringd door deze prehistorische monsters.
Dat betekend dan dat ik in Juli met Merijn rond scheur, in augustus richting Valdez afzak, daar in september blijf en dan pas oktober richting Uruguay en Brazilië zou gaan. Dan terug naar Peru of Bolivia is geen optie daar het dan daar regen seizoen is.