20090700 – Juli 2009, Noord Argentinië en Merijns bezoek

Het is even stil geweest, maar vanaf nu zullen de verhalen zich wel weer opstapelen. In Juli kwam Merijn 3 weken met mij mee reizen. Tesamen bezochten we onder andere het nationale park Ibera, de watervallen van Iguazu, werden we door de politie in Entre rios belaagd, crosde we door een deel van Brazilie en Uruguay en maakte we Buenos Aires onveilig. Dit verhaal/verslag is door Merijn geschreven.

Argentinië verslag:   Daar sta ik dan, kleine twintig uur onderweg. Van Amsterdam naar Buenos Aires, via Madrid wel te verstaan. De horror vluchten van Iberia overleeft. Niet te veel rare turbulentie onderweg, behalve dan voor de kust van Brazilië. Zal wel toeval zijn dat daar een kleine maand geleden een zelfde soort AirBus naar beneden vloog.
Vliegveld in Argentinië was wel een avontuur, veel mondkapjes. Schijnen toch wel een kleine honderd duizend gevallen van Mexicaanse griep te zijn in het land van Maxima. Het leuke is dat deze kapjes helemaal niet helpen. In het vliegtuig moest iedereen een formulier invullen waarop de bekende griep verschijnselen stonden. Ik dacht nog, als ik maar door de griep check op het vliegveld heen kom. Controle was een groot woord? Een ventje stond alle formulieren in ontvangst te nemen en dat was het. Beetje rare zaak dus, wat wil je nou bereiken met zoiets. O jee shit, er zitten tien mensen aan boord die in de laatste vijf weken wat meer gehoest hebben. Wat moeten we daar nu mee, de grenzen sluiten misschien?

Eerste ervaring met Zuid Amerika was regen, want dat had het die ochtend al flink gedaan. Van het vliegveld met de bus naar Buenos Aires, toch een kleine twee uur. Dit was natuurlijk geen straf aangezien je wel een goed eerste beeld krijgt van de omgeving en het was natuurlijk ook leuk om Casper weer te zien.

In 3 weken reden we deze route (geel)
De voorsteden van de Buenos Aires geven een goed beeld van de stad zelf. Veel mensen, verkeer en opgestapelde huizen. Omhoog wordt er flink gebouwd, dit zowel stabiel als instabiel. Meer dan twaalf miljoen mensen in een stad is best druk en gaat natuurlijk gepaard met de nodige verkeer chaos. Toch zit er in de stad wel een logica met het verkeer. Bijna alle straten zijn vier banen breed of meer. (de grootste is veertien banen en is de breedste weg ter wereld) en zijn voornamelijk eenrichtingsverkeer. Resultaat is dat er veel auto’s rijden maar geen file vorming is die te vergelijken zou zijn met een stad als New York.

De stad zelf wordt gesierd door de vele artistieke gebouwen die vooral door Italianen, Fransen en natuurlijk Argentijnen zijn ontworpen. Hierdoor heeft de stad een uitstraling die een historie onderbouwd van vele culturen in een.
Voor elke pipo die wat betekend heeft voor de stad of het land staat er een standbeeld. Dit gaat dan meestal gepaard met een park of ander monumentaal gebeuren er omheen. Misschien niet helemaal de westerse manier van denken, maar in het eren van je grote figuren in de geschiedenis zit natuurlijk ook wel wat. Het geeft de mensen wel een trots mee, en trots zijn de Argentijnen wel. Dit is onder andere te zien aan de grote hoeveelheid nationale vlaggen die er in de stad hangen.

Kleurrijke huisjes in Boca (Buenos Aires)
We zijn met een toeristen bus door Buenos Aires heen gereden. Het mooie hiervan was dat je op verschillende plekken kon uitstappen en een half uur later weer op de volgende bus kon stappen. Zo kwamen wij in de wijk Boca. Voor de sport liefhebbers, dit is de wijk van de beroemde Argentijnse voetbalclub Boca Juniors. Het stadion staat midden in de wijk, deze hebben wij dan ook maar bezocht. De club speelt in het geel en blauw. Deze kleuren zijn gekozen naar de kleuren van de eerste boot die ooit aan de haven van Boca kwam aanvaren. Dit was een Zweedse boot en omdat de Zweedse vlag bestaat uit de kleuren blauw en geel, zijn dit de gekozen kleuren.

Boca Jr team
Opnieuw de bus genomen naar de volgende halte. Dit was tegen het havengebied aan, hoge wolkenkrabbers sierden de omgeving. Na wat rondgelopen te hebben was het plan opnieuw de toeristen bus te nemen. De bus had alleen andere plannen. Eerst moesten we ruim een half uur wachten voordat de bus eindelijk langs kwam rijden. Letterlijk dus want hij reed gewoon verder. Verbazing alom bij de mensen die op deze bus stonden te wachten. Toen maar de taxi genomen naar de begraafplaats van Eva Perron. Ook wel bekent als Evita in de gelijknamige film.
De begraafplaats waar we op terecht kwamen was een apart beeld. De Argentijnen, en wat later zou blijken in meerdere landen in Zuid Amerika, hebben een andere stijl in het bouwen van graven. Dit waren namelijk allemaal kleine huisjes waarbinnen het graf zelf was. Dit gaf het kille gevoel door een soort van Death Village te lopen. Na enig zoeken vonden we het graf van Evita. Toch een grote persoonlijkheid in de historie van Argentinië.

Het graf van Evita Peron
Al in een eerder stadium hadden we besloten een dag eerder uit Buenos Aires te vertrekken. We zouden vervolgens met de nachtbus richting de stad Cordoba vertrekken, waar op een uurtje rijden de auto van Casper stond te wachten op een camping. Met de bus reizen in Argentinië is niet het zelfde als de nachtbus pakken tussen Haarlem en Amsterdam. De bus heeft de trein weg geconcurreerd in het land. Het is big business als bus maatschappij. Er zijn dan ook heel veel verschillende maatschappijen om mee te reizen. In Buenos Aires waren dit er zo meer als 150. Deze staan met loketten allemaal naast elkaar in een gebouw. Gelukkig wisten wij welke busmaatschappijen onze bestemming hadden anders ben je een dag kwijt om een kaartje te kopen. Na enig gehannes kochten we een kaartje voor de bus met stoelen die je tot bed kon omtoveren. Helaas was daar nog maar een plek vrij. Deze nam Casper, ik kreeg een stoel die je vrijwel driekwart naar achteren kon duwen. Het busstation was een soort van mierenhoop. Vol met mensen en tussen deze mensen stonden een dertigtal bussen geparkeerd. Toen we na enig zoeken onze bus gevonden hadden verbaasde ik mijzelf over de uitstekende kwaliteit. In de bus zelf krijg je tweemaal te eten, hadden we een steward aan boord en werd zelfs het toilet elk halfuur schoongemaakt. Slapen ging prima, al dacht mijn buurvrouw dat ik haar midden in de nacht aanrandde. Ik wou over haar heen klimmen om naar het toilet te gaan. Helaas ging de bus over een hobbel en ging ik horizontaal naar beneden. Recht op de slapende vrouw wel te verstaan. Ik kon er wel om lachen. Zij niet. Na twee keer excuses te hebben gemaakt draaide ze zich om en sliep verder.   Toen ik wakker werd in de bus die ochtend waren we bijna op de plaats van bestemming. Het plaatsje Belgrano, hier was de auto geparkeerd. Na deze opgehaald te hebben zijn we naar Cordoba gereden, onderweg kwamen we de eerste gaucho’s tegen, de Argentijnse vorm van een cowboy.

Gaucho’s
De stad Cordoba zelf was niet echt een stad om eens naar terug te keren. Het speelde ook mee dat we er maar een middag waren en dat het Argentijnse winkel ritme iets anders is dan ik gewend was. Deze gaan namelijk zo negen of tien uur open, tot half twaalf. De winkels zijn dan tot een uur of half zes dicht en dan weer twee en een half uur open. Volgen jullie het nog? Nou rare jongens die Argentijnen. De stad was dus helemaal leeg en ik had niet het idee dat de stad er iets gezelliger op ging worden in de aankomende uren. Dus zijn we maar weggereden. Die nacht hebben we geslapen in het plaatsje Rio Primero. Dit klinkt groter dan dat het daadwerkelijk was.

De volgende ochtend was de eerste echte volle dag rijden. Daardoor zouden we in de provincie Entre Rios uit gaan komen. Deze provincie staat bekend om de corrupte politie, die je soms wel tot vijf uur laten wachten bij een politie controle. Deze controles zijn er veel door Argentinië, de meeste zijn simpele controles op papieren, maar niet in Entre Rios. Daar komt de politie met een meetlint om een soort van fantasie verhaal te verzinnen dat je linker achterband schever staat als de rechter voorband. Vervolgens vragen ze een hoop geld van je. Als je dit dan weigert om te betalen laten ze je staan. (wegrijden kan niet omdat ze altijd eerst je auto papieren in beslag nemen).

Politie nam ons te grazen
Bij de eerste controle die we tegenkwamen werd er meteen een verhaal gehouden dat de fietsendrager, die achter op de auto van Casper zit, een paar centimeter teveel naar achteren uitstak. Levensgevaarlijk volgens de agent. Na enig onderhandelen mochten we gelukkig snel doorrijden. Het was helaas alleen een voorbode voor de volgende dag.   De nacht in het dorpje Bovril geslapen, en het was het de volgende dag meteen al raak. Na het eerste of tweede dorpje waar we doorheen reden werden we van de weg gehaald. Oom agent had het zelfde verhaal als zijn neefje van de vorige dag. Centimeter te veel naar achteren, kan levensbedreigend zijn. Papieren werden meegenomen en er werd in alle rust een bon uitgeschreven. Casper probeerde ondertussen de agenten af te schrikken door een fantasie telefoontje naar de ambassade te plegen. Daar waren de blauwhelmen niet van onder de indruk en gaven het te betalen bedrag door. 400 peso’s en we mochten weg. Niet akkoord natuurlijk en we probeerden onze volgende troef uit te spelen. Alles noteren van de agenten, badgenummer, een foto maken van de beste man en van zijn nummerplaten. Daar schrokken ze toch even van. Het bedrag werd helaas alleen maar hoger, er werd nu een bon gemaakt van 900 peso’s. Deze moest dan in een ander dorp betaald worden en we mochten wegrijden. Dit deden de weldoeners natuurlijk in de hoop een lager tegenbod te krijgen van ons om het zo privé af te handelen. Nou mooi niet dus, bon gepakt en weggereden. Nooit meer iets over gehoord. Het hele verhaal kosten alleen wel de nodige uren. Hopen dat Casper straks schadevrij het land kan verlaten.

Wij vervolgden onze weg naar het natuurpark van Ibera en vervolgens de watervallen van Iguazu. We moesten vanaf de hoofdweg een kleine 115 kilometer over een B-weg rijden om bij het dorpje Carlos Pelligrini te komen waar dat natuurpark zat. We zouden dan vanaf daar doorrijden naar het noorden, dat was dan nog eens 40 kilometer. Deze weg was alleen, laat ik het netjes houden, niet geheel onderhouden en als het nog iets erger geregend zou hebben waren we zeker vast komen te zitten. De heenweg naar het dorpje Carlos Pelligrini was vooral een grote hobbelweg, we besloten dan ook met de intussen invallende duisternis de weg in twee keer te rijden. Dus na een flink aantal uur schudden in de auto kwamen we aan in Ibera. Hier was een erg mooie camping om op te staan, helaas was de auto net iets te groot om onder de poort van de camping te komen dus waren we veroordeeld tot de parkeerplaats voor de camping.

Gaucho Merijn
We hebben die middag te paard door het dorpje gereden, dat was voor mij al zeker vijf jaar geleden, maar een zeer leuke ervaring. We waren niet de enige die meegingen, we werden vergezeld door twee Engelse meisjes die door Zuid Amerika aan het reizen waren. Deze twee hadden waarschijnlijk een zware nacht gehad denk ik, want er kwam niet veel uit en harder dan stapvoets gaan met de paarden wilden ze niet. Dat was ons wat te saai, dus nadat de Engelse meisjes aftaaiden galoppeerden wij vrolijk door het dorp heen. Dit resulteerde al snel in een “ik kan harder dan jij”, en was een mooi slot van de dag.

De volgende ochtend was het tijd om met een bootje het natuurpark in te gaan, waar we al snel omringd werden door het nodige wild. Het landschap werd gedomineerd door een soort van groot uitgevallen bevers.

Moeders mooiste
Met een grote platte neus. We hadden er al een op weg dood zien liggen, dachten we nog; “nou hebben we toch iets wilds gezien”. Bleek dus dat die beesten er met dozijnen rond liepen. Kaaimannen waren er ook in overvloed aanwezig en kwamen snel binnen handbereik. De meeste waren niet langer dan een centimeter of 40. IK had niet het idee om er eentje het water uit te vissen (hij zal zijn grote broer maar gaan halen). Maar naar enig zoeken kwamen we er toch nog een paar tegen die de twee meter wel haalden en lekker over elkaar lagen te zonnen. Een mooi gezicht was ook de mega ooievaar die rustig een piranha probeerde weg te slokken en dit bleek nog een vrij moeilijk proces voor de vogel.

Kille killers
We hadden als toeristen best geluk gehad met de boot waar we in zaten. Er konden namelijk tot vijftien mensen in deze boot en wij waren de enige. Gelukkig hadden we op een vroege tijd afgesproken want achter ons kwamen al de veel vollere toeristen boten aan. Nu konden wij op ons gemak naar alles kijken en foto’s maken.

Een ijsvogel
De gids wist ook nog een zeldzaam hert te vinden voor ons. Die stond rustig zijn mega gewei te schuren, was een erg mooi gezicht om een wild dier dat te zien doen.

Wat een liefie he
De volgende dag moesten wij de laatste 40 kilometer rijden over de hobbelweg. We hadden de lokale bevolking om advies gevraagd of de weg toegankelijk was. Hier kregen we verschillende reacties op. Zoals vaker in Argentinië. De eerste viel bijna van haar stoel toen we zeiden die weg te willen nemen, de volgende zei dat het geen probleem was en de andere kreeg het eerst benauwd, maar na de geruststelling dat de auto van Casper een Four-wheel-drive had, zou het wel te doen zijn. Dus we namen de gok maar. Het had in de dagen voor onze aankomst flink geregend en de kans dat we vast zouden komen te zitten was zeker aanwezig. De weg bestaat namelijk vooral uit zand, die dus ook nog eens flink nat was geworden. Het werd een ritje om niet te vergeten, want als zelfs Casper een beetje de zenuwen krijgt heb ik daar plots ook last van. Ik heb de 40 kilometer stijf tegen de stoel aangezeten. Telkens als er we weer door een diep stuk modder moesten dacht ik “als we hier maar doorheen komen” dit was dan ook het geval. Na een kleine twee uur bibberen hadden we de weg overwonnen en hebben we midden op de provinciale weg zitten lunchen.

Deze hertensoort staat op uitsterven
De weg naar Iguazu was nog een kleine twee dagen rijden door het Argentijnse landschap. Dit was niet echt het herinneren waard. Volgens Casper waren het net de pampa’s waar we door reden.

Hier maar even niet gaan zwemmen
Na twee dagen rijden door dit landschap was de aankomst in Iguazu een feit. We besloten hier maar op een camping te gaan staan. Konden we lekker internetten en hadden we ook een douche tot onze beschikking. De volgende dag zouden we naar de grote watervallen van Iguazu gaan, dit zijn nog altijd de grootste ter wereld. Helaas begon het die nacht te stormen en omdat het in de ochtend nog altijd regende besloten we het bezoek aan de watervallen een dag uit te stellen. Dit betekende dus een dag niets doen in de auto. We gingen die avond maar wat eten in het stadje Iguazu, dit resulteerde uiteindelijk dat we in een Parilla zaten. (zo een grill/BBQ restaurant) hier kregen we letterlijk alle koeien-delen wat te eten viel op een gril. Van een stukje steak tot aan de hersenen. Je moet alles een keer proberen natuurlijk.

Iguazu ligt op een drielanden punt
Het eten van de vorige avond overleeft te hebben gingen we dan eindelijk richting de watervallen. Dit was een kleine tien minuten rijden vanaf de camping. Grote parkeer plekken, uitstekend geregeld door de Argentijnen. Ook als je het park binnenloopt, de watervallen liggen midden in een park waar ook allemaal wandelroutes zijn, kan je merken dat je een grote attractie staat te wachten. Met een treintje wordt je richting de watervallen gereden. Deze maken alleen een tussenstop om vervolgens iedereen uit te laden en weer in een ander treintje te stoppen. Niet lang daarna liepen we een kilometer lang over de rivier heen richting The Devils Throut. Toen uit het niets, we hoorden wel wat, kregen we een schouwspel te zien wat niet voor te stellen is. The Devils Throut is een soort halve cirkel met een verwoestende waterval die er naar beneden stort. Het was zelfs op de plek zelf maar moeilijk in te schatten hoe groot, breed en hoeveel water er naar beneden valt…

Overal bulderend water

De rest van het park is ook een uitdaging om doorheen te lopen, The Devils Throut is een mooi begin. Daarnaast lopen de watervallen nog een kilometer of wat door. Het is niets voor niets de grootste ter wereld. Eigenlijk zie je overal water vallen, onder je, boven je en als je niet uitkijkt ook door je heen. Overal zijn paden langs de rotsen gemaakt om iedereen vanuit elke hoek, elke waterval te kunnen bekijken. We zijn ook nog naar het eilandje San Martin gevaren met een bootje om het uitzicht vanaf daar te kunnen bezichtigen. Het park wordt ook nog eens geterroriseerd door een soort wasberen die toeristen pesten. Bedelen is een woord dat je eigenlijk niet mag gebruiken voor wat zij doen. Aanvallen is een betere omschrijving. Met groepjes van vijf of zes beesten proberen ze het meegenomen eten van toeristen te roven. Dit resulteerde erin dat ik een aantal maal het beest promoveerde tot voetveeg.

Levensgevaarlijke dieven
Gelukkig hadden wij niet echt last van deze beesten omdat we ze grotendeels negeerde. Van al dat klimmen en dalen en watervallen kijken wordt je eigenlijk best moe, gelukkig had Casper het briljante idee om die avond zoetzure kip te gaan eten. Nou dat heb ik geweten, laat ik het erop houden dat het me een dag kotste…eum koste. Ik trek nog wit weg als ik er aan denk.. Al met al een dag om niet snel te vergeten. (van de redactie : de kok zelf had geen enkele problemen met de kip, dus het vermoeden bestaat dat het een psychologische kip-buik infectie was..)

Enorm
Ondanks dat ik de volgende dag niet echt in fitte staat was, zouden we vandaag de grens naar Brazilië oversteken. Door de grote uitbraak van de Mexicaanse griep in Argentinië is de grens controle verscherpt. Uruguay zou zelfs overwegen haar grenzen te sluiten. Ik moest met mijn zieke kop de grens over. Dat wordt wat, dacht ik nog. Gelukkig had ik een flinke dosis paracetamol in genomen zodat ik in ieder geval kon doen alsof ik niet ziek was. De controle viel mee. We moesten alleen een formulier invullen, een stempel vragen en wachten. Dit ging eigenlijk vrij rustig dus geen probleem.

Vogels ‘schieten’
Die middag is Casper alleen naar de Braziliaanse kant gegaan van de watervallen en ben ik maar even gaan slapen. Hierna kwamen we langs een vogelpark, dat naar horen zeggen de moeite waard was om binnen te gaan. Nou dat hebben we toch maar gedaan, ik vond het eigenlijk zonde om dit ook nog te missen.

Die kleuren, alsof ze Robijn hebben
Veel volgens gezien in alle soorten en maten, hier kan je het beste even in de foto’s kijken. Casper heeft namelijk elke vogel, vanuit elke hoek en met elke lens geprobeerd te fotograferen. Het resultaat spreekt voor zich.

Echt schitterend
Die avond besloten we in het Braziliaanse dorp van Iguazu te blijven, op een camping wel te verstaan. Na een rondje in het dorp te hebben gelopen, wat niet veel voorstelde, liet Casper mij toekijken hoe hij een pizza wegslokte van de PizzaHut. Terwijl ik een bordje rijstepap voor me had, aangezien ik niet wilde dat ik weer ziek zou worden. De volgende dagen stonden in het teken van rijden, eerst drie dagen Brazilië en vervolgens Uruguay. Daar dan de boot terug naar Buenos Aires te pakken. Bij Brazilië had ik vooraf een raar gevoel om door te rijden. Erg leuk dat ik dit land ook nog te zien krijg, maar aan de andere kant zitten er wel risico’s aan om, zoals wij dat doen, er doorheen te rijden. Berovingen komen zeer vaak voor en je wordt daarom ook bijna verplicht om op tankstations te parkeren en te slapen. Alsnog is er een risico. De eerste nacht sliep ik daarom toch iets lichter denk ik.
Het landschap is wel fantastisch, we zaten echt in een heuvelig gebied en hebben een aantal maal een zeer mooi uitzicht gehad over het grote Braziliaanse landschap. Dat was vooral groen, lijkt haast wel de nationale kleur. Gras nog groener dan je ooit gezien hebt en als je al een scheet laat groeit er een boom uit. Daar is bijna niet tegen aan te kappen. Dat noemen ze dan ook de jungle. De dorpjes zien er kleurrijk uit aangezien bijna alle huizen een andere kleur hebben, dit geeft ondanks dat mensen niet veel hebben wel een andere sfeer aan het geheel.

Groen Barziliaans landschap
Ook is de taal natuurlijk een andere dan de Spaanse. Na een ruime week kon ik toch wel wat Spaanse woorden begrijpen. Dit was anders met het Portugees, misschien moet daar toch nog maar eens naar gekeken worden, want ik snapte er de ballen van.
De verdere nachten in Brazilië waren rustig, al waren we natuurlijk niet de enige op het tankstation parkeer terreinen. Dit leverende de nodige geluiden op in de nacht. Hier schrok ik dan nog wel eens van wakker, aangezien die vrachtwagen chauffeurs letterlijk naast jou auto staan te ouwehoeren, maar ja het zal maar geen chauffeur zijn…. Toch wel eng bij tijds.

Na ruim drie dagen Brazilië was ik persoonlijk wel klaar met het landschap dat telkens het zelfde bleef. Intussen reden we naast de Argentijnse grens naar beneden en naar het zuiden, wat betekend dat het ook weer een stuk kouder werd. Uruguay kwam in zicht. Hier moesten we wel gokken of de grens over konden. Niet door de griep (het was in middels duidelijk dat de grenzen open waren) maar wel omdat er op de weg waar we overheen reden geen grensovergang tekentje stond op de kaart. Gelukkig was deze er wel en konden we vrij gemakkelijk doorrijden. De Braziliaanse grens beambte vertelde ons dat we in een dorpje veertig kilometer terug eigenlijk een stempel moesten halen, maar we mochten toch doorrijden. Hij zou het wel regelen. Aardige mensen dus, het zelfde gold voor de douane van Uruguay aan de andere kant. De man met de toelating stempels was een type apart. Kleine mager ventje, grote pet op, peukje in zijn mond en waarschijnlijk was het ooit een grote officier. Na enige inspectie van de auto mochten we doorrijden. Hier hebben we in het aanliggende grens dorpje geslapen, pal in het centrum. Uruguay gaf als eerste indruk een arm land te zijn. De rommel was groter langs de weg, de huizen zagen er vrij instabiel uit en het was een poverige sfeer.
We hebben ook niet veel gestopt in Uruguay, er was gewoonweg niet veel bijzonders te zien. Er wonen 3,9 miljoen mensen in Uruguay waarvan ruim anderhalf miljoen in de hoofdstad Montevideo. Hier en daar is nog wel een stad die bekend staat als “grote stad” maar als je dan langs zo een groot uitgevallen dorp rijd denk je niet van “daar blijf ik lekker drie dagen staan” Beetje saai land dus maar neemt niet weg dan het altijd leuk is om door een nieuw land te rijden. Na twee dagen rijden hadden we dan ook al Montevideo bereikt. Hier stonden we lekker aan het strand met de auto, het weer werkte alleen niet mee. Het was echt winter en de dagen voor dat wij in Montevideo aankwamen was er sprake geweest van zeer koud noodweer.

Montevideo is een echte haven stad, deze heeft dan ook een groot formaat. Er lagen ook behoorlijk wat grote vrachtschepen te wachten. Al was het volgens de mensen van de haven rustig omdat er de afgelopen dagen het nodige noodweer was geweest. Hierdoor konden veel schepen niet varen. Toen we een kaartje voor de veerdienst die we de volgende dag zouden nemen gingen kopen, liepen we vrijwel langs een soort zelfde schip alwaar Casper mee in Buenos Aires was aangekomen. Benieuwd als wij waren liepen we richting het schip, alleen vond de haven bewaking dat een wat minder idee. Meteen kwam er een schreeuwend haven soldaatje onze richting op rennen. Wat we in godsnaam aan het doen waren, de kaartverkoop was de andere kant op. Het schip was niet toegankelijk. Helaas, was toch leuk geweest die boot even van dichterbij te bekijken.
Het Centrum van Montevideo is niet heel groot, het heeft (zoals elke stad) een groot plein in het midden waar een standbeeld staat van een lokale of nationale held. Ik kon de beste man in ieder geval niet plaatsen. Verder is er een mega grote winkelstraat en we hebben dan ook in alle rust door de stad gelopen. De stad ligt aan de rivier Plata wat een soort Miami sfeer geeft aan de rand van de stad. Overal grote flats waar zich vooral zomer onderkomens bevinden. Helaas was het winter dus alles stond leeg. Dit waren dan ook wel de hoogtepunten van Montevideo.
De volgende dag zijn we op rustige toon richting de stad Colonia gereden. Hier zou in de avond onze boot richting Buenos Aires vertrekken. Colonia zelf is een oude smokkelaars stad, hier gingen alle illegale producten via via naar Argentinië. Het is behoorlijk toeristisch opgemaakt zins deze tijd. Overal toeristen restaurants en prullaria winkels. Wij hebben de middag doorgebracht in de vuurtoren en een bar waar Internet te ontvangen was.

Oude klassierkers genoeg, dus maken we er plantenbakken van
De bootreis die avond was minder spannend dan vooraf gedacht. We hadden de boot maatschappij al flink opgelicht. De normale prijs voor de auto van Casper werd berekend als vrachtauto. Wij kochten gewoon een kaartje als personen auto (de kleinst mogelijke) en hoopten dat ze bij het instappen er niet op zouden letten. Ik was vooraf bang voor zee ziekte. Als ik een boot heen en weer zie gaan word ik normaal al groen. Dat was dus een moment om mijn nog niet eerder gebruikte reis pillen uit de kast te halen. De auto werd inderdaad niet gecheckt en Casper kon zo het dek oprijden. De douane was ook geen probleem, stempel hier en een stempel daar en we konden doorlopen. Zonder naar je te kijken. Uruguay uit Argentinië in. De tocht zelf duurde drie uur, dit was zo voorbij en ook nog zonder ziek te worden. Geslaagde dag dus. De controle in Argentinië toen we de boot uitkwamen was minimaal, wel moest er een hond binnen snuffelen. De begeleidster lette alleen niet goed op toen het arme beest naar buiten wilde. Hij viel zo met zijn snuit tegen de uitklapbare trap aan. Ik had wel met de hond te doen.

De volgende ochtend gingen we, het was inmiddels zaterdag, met volle moed de stad in. Om nog een beetje rond te struinen en te winkelen. Zoals eerder beschreven gaat dit niet zo makkelijk in Argentinië, behalve dat je overal wordt aangesproken om dingen te kopen (vooral leren jassen zijn populair) zijn de winkels op de meest rare tijden dicht. Na een kleine lunch bij de McDonalds zijn we naar de bioscoop geweest. De film was niet echt boeiend, the Taking of peltham 123 met John Travolta.

Op zondag is er in Buenos Aires een grote markt. We hadden al vanaf dag 1 gepland hier naar toe te gaan. Behalve de vele stands met prularia kon je ook op de foto met twee tango dames. Casper had al eerder geprobeerd een foto met deze twee te maken maar helaas was de accu van zijn camera net leeg. Hij werd er nog wel herkend, als de “camera guy” dus daar konden we nog even om lachen. Het resultaat spreekt voor zich.

Merijn doet de Tango
Waar je in Argentinië en eigenlijk door heel zuid Zuid-Amerika mee wordt doodgegooid als pluralia zijn de zogenaamde Mate bekers. Dit zijn een soort van thee kopjes gemaakt van pompoen. Hier duwen ze dan een hele lading soort thee in en warm (niet gekookt) water. Vervolgens wordt het met een metalen rietje, met kleine gaatjes, opgedronken. Nou je kunt op geen plek komen, waar dit spul niet gedronken wordt. De supermarkten staan er vol mee en het is niet weg te krijgen. Op de markt dus de nodige Mate bekers voor Nederland meegenomen. Misschien zit er nog wel markt in.

De laatste dagen in Buenos Aires hebben we vol gemaakt met het rond lopen door winkelstraatjes en internetten in cafés’s. We kregen ook nog onverwachts gezelschap, twee andere overlanders, Rose en Dave, die Casper in India had ontmoet kwamen net met de boot Buenos Aires binnen. Met hun hebben we maandag avond ook wat gegeten in een zeer uitgebreid gril restaurant. Hier kon je een biefstuk bestellen van 1500 Gram. Dat leek mij zelfs iets te veel. Als afsluiting hebben wij op de laatste avond de McDonalds nog maar een keer leeg getrokken.

Om terug te kijken op de afgelopen drie weken was dit een geweldige ervaring. Nooit gedacht dat ik deze zomer naar Zuid Amerika zou gaan. Ik kan het zeker aanraden aan mensen om eens rond te kijken in Buenos Aires. Dit is echt een hele leuke stad. De watervallen waren stiekem toch wel het hoogtepunt. Ik denk dat je geluk hebt als je dit soort wereld wonderen een keer mag aanschouwen. Veel gezien, veel gereden en veel gegeten. Dat is eigenlijk de korte conclusie die ik aan het verhaal kan trekken. Het avontuur had ik niet willen missen, daarvoor Casper bedankt.