20090800 – Augustus 2009, Valdez (Argentinië) en de walvissen

Begin augustus reed ik wederom naar het zuiden, naar het schiereiland Valdez zo halverwege de oostelijke kust van Argentinië. Ik was hier al eens geweest, in februari om precies te zijn. Toen was het erg boeiend daar, vanwege de vele pinguins en andere dieren. Nu in Augustus/september zit het er vol met walvissen. En dat schijnt een spectaculair gezicht te zijn. Omdat ik toch in de buurt was (het was maar 1000 km om rijden) moest ik er even gaan kijken. Omdanks dat het hier koud is, was dat toch echt de moeite waard.

Het vorige verhaal is geschreven door Merijn, die heeft een wat andere stijl van schrijven dan ikzelf. Toen ik dat eens ging bestuderen kwam ik tot de volgende conclusie. Merijn beschrijft wat hij gedaan heeft, ik beschrijf wat ik mee maak. Dat is een ander uitgangspunt, zonder nou de een beter of slechter te vinden dan de ander.
Wat ik nog wel even kwijt moet als aanvulling op het vorige verhaal is dit:
In Uruguay hebben ze de Peso als betaal eenheid, een peso kost 3,2 eurocent. Een liter diesel koste 27 peso oftewel het hoge bedrag van bijna 90 eurocent. Duurste diesel tot nu toe in Zuid Amerika.

Op 28 juli bracht ik Merijn naar het vliegveld, op de 29ste vroeg in de ochtend vertrok ik richting walvissen, met een tussenstop voor fondue. Nam afscheid van Dave en Rose, die in Tigri een week of wat op de camping gingen staan om hun auto af te maken.
Had op de afgelopen twee bezoeken aan Buenos Aires ieder geval de Mexicaanse griep niet opgelopen. Gelukkig maar. Stomme naam trouwens die griep. Toen er SARS was in Azië kon je nog eens Ha-ha-ha-tsjoe/sars zeggen als je ergens ruimte wil. Maar Ha-tsjoe-mexican-flu, dat snapte ze hier toch niet. De volgende ziekte moeten ze maar weer beter namen…voorstellen.. Ha-ha-flu of zo?

Wilde niet dezelfde weg als voorheen dus besloot dicht langs de kust te gaan rijden. Dat is niet altijd mogelijk, en zo reed ik het eerste stuk landinwaarts naar het zuiden. Gooide me tank proppie vol, daar het rond Buenos Aires goedkoop tanken is, en voor 2,28 peso per liter kan je nog eens een paar kilometer tuffen. (45 eurocent).

Route
Dit deel van Argentinië veel glastuinbouw. Alhoewel, het moest hier eigenlijk plastic tuinbouw heten want de kassen zijn allemaal met doorzichtig plastic bedekt ipv glas. Landschap was ietwat saai, de weg wel ok, en na een middag-soepie belande ik tegen de avond eindelijk aan de kust. Het dorpje San Clemente de Tuyu had al ver van te voren grote borden langs de kant van de weg, pochend hoe leuk het er wel niet was. Het was ook het eerste plekje aan zee, ik zat er helemaal klaar voor.

Daar tegen zessen aangekomen was het zo’n ‘laat je geld achter maar rot zelf op’ dorp. Daar zijn er wel meer van in Argentinië (Calafate), en deze plaatsen zijn makkelijk te herkennen aan de vele ‘doe dit niet’ en ‘doet dat niet’ borden. Ik wilde graag ergens aan zee parkeren maar overal groot aangekondigd dat campers er niet mochten staan, niet mochten parkeren, niet mochten kamperen etc etc. Het dorp zelf was drie keer niks maar het werd donker dus je moet wat. Uit ellende reed ik naar de grote ACA camping, je snapt het, tot 1 september dicht. Reed maar door naar een land tong/punt waar een of ander park bleek te zijn. Na 15 km zandweg kwam ik bij een soort pretpark uit met warm water bronnen. Daar houd ik wel van, maar me auto op het parkeer terrein zettend werd er al gelijk duidelijk gemaakt dat ik er de nacht niet door mocht brengen. De entree prijs naar de warm water bronnen was met 40 peso aan de erg dure kant, zeker voor een uurtje, want het complex sloot in de avond. Zat niets anders op dan terug te rijden en op een verboden plek in de stad te gaan staan. Als de politie me weg zou sturen, zou ik aan hun wel een andere plek vragen bedacht ik me.

Na een goede ongestoorde nachtrust bleek dat een Argentijn met camper mijn voorbeeld had gevolgd en achter me was gaan staan. Een praatje met de man leverde een adres op om te gaan bezoeken, maar ook informatie dat deze familie met z’n achten in de auto nog lagen te ronken. Pa had de camper gekocht omdat ie seizoen arbeid op het land deed. Her en der, waar er werk was, op deze manier had hij toch nog een beetje een ‘thuis’ gevoel.
Het was prachtig winter weer, zonnetje, strak blauwe lucht en geen wind, dat vroeg om een strand wandeling. Twee uur over het strand dat bezaait ligt met de meest mooie schelpen. Van die grote hoorns die je alleen in tropisch water verwacht, maar ook heel veel kleintjes in de meest bonte kleuren.

Zo af en toe even off road crossen tussendoor.
Door naar het zuiden stopte ik af in Pinamar. Dat is een badplaats voor de niet zo rijken uit Buenos Aires, maar in de winter vond ik het wat naargeestig. Straten vol met huizen met de luiken of shutters gesloten, weinig mensen en vrijwel geen geasfalteerde straten. Was er dus snel weer uit en besloot mijn vrienden in Villa Gesel te gaan bezoeken, een slordige 50 km verderop. Juna-Pablo en Geraldine had ik in Peru ontmoet, we kwamen elkaar in Cordoba weer tegen en nu zou ik hun voor de derde keer zien. Uiteraard sympathieke mensen, anders ga je er niet langs. Heel artistiek en vol energie. Begonnen met een krakkemikkig huis op een stukje land, staat er nu een restaurant genaamd ‘De oude Hobbit’. Ontsproten uit hun eigen handen.

Begonnen met de verkoop van stukken kaas, werd de business steeds verder uitgebreid. Er kwamen ook drie kinderen bij, het huis werd elk jaar een stukje uitgebreid. Kamertje links, hokje rechts, verdieping er boven op. Uiteraard alles zonder bouwplannen en vrijwel alles zelf gemaakt. Het herbergt nu een restaurant en een grote keuken. In deze twee lokalen gebeurt alles, en er zijn toevallig hier en daar nog een paar hoekjes voor een computer, een slaapkamer her of der, een bier-brouw-kamer enz. De sfeer van ‘oud bruin’ tiert welig en het restaurant is opgebouwd uit alles wat met Tolkien te maken heeft. Vanwege de ongedwongen sfeer en de gastvrijheid van Juan-Pablo en Geraldine is het een drukte van jewelste en een gezellige boel. Ik voelde me snel thuis.

Eind van dit jaar, of begin volgend jaar willen ze met het hele gezin een jaar door Zuid Amerika gaan trekken. 5 man in een autotje, klap caravan er achter aan, moedig. Kids blijven een jaar uit school, ach ze leren meer op reis dan in de klas. Een instelling die we in Europa niet meer kennen, een jaar uit school zou het halve populatie van Nederlandse ambtenaren in rep en roer brengen. Ik hoop dat ik ze dan toch echt weer tegen ga komen.

Een week bleef ik voor hun restaurant staan. Ik moest en zou op zondag met mijn auto over het strand gaan rijden. Er zou een Asado (BBQ) worden gedaan bij een vuurtoren 20 km verderop die alleen via het strand te bereiken is. 17 km over het strand scheuren was voor Juan-Pablo een natte droom, voor mij een enge nachtmerrie. Ik heb geen ervaring met strand rijden en had visioenen van een MAN die tot in de assen in het zand gezakt is, terwijl het tij langzaam omhoog komt. En mijn droom kwam gedeeltelijk uit.

Dat werd graven
Het zand bij de waterlinie is volgens mij altijd het hardst, om er te komen moet je echter over een stuk mul zand heen. Geen probleem lacht Juan-Pablo en scheurt in volle vaart met zijn Tata (jaaa, hij heeft een echte Indiase Tata) het strand op, over het mulle gedeelte, naar het veilige harde stuk. Ik er achter aan, en zoals je al vermoede, haalde ik het harde stuk niet. 20 meter er voor zakte de auto in het zand. Niemand die er wat van snapte, maar wat te doen. Gelukkig heb ik zandplaten bij me, dus graven, platen er onder, gas geven, om 5 meter verderop wederom in het zand te zakken. Proces herhalen, net zolang tot ik op het harde stuk stond. Een half uur later stond ik trots met mijn auto 5 meter van de zee. Die trots duurde niet lang, want ik besefte me ineens dat ik nu wel erg dicht bij de stille oceaan stond en als ik nu vast zou komen te zitten, ik wel eens natte voeten en natte wielen zou kunnen gaan krijgen, of misschien wel erger….

Met de billen te samen reed ik langs de waterkant. Vaart erin houden, dat was het devies. Met 60 km per uur vloog de Atlantische oceaan aan me voorbij. Hoe verder ik reed, hoe muller echter het zand werd. Moest een versnelling terug schakelen omdat het steeds zwaarder werd, en nog een versnelling terug en ik voelde hoe de wielen steeds verder het zand in zakte en de motor steeds meer moeite had om vaart te houden. Totdat ik nog eens terug moest schakelen en in de paar seconden die dat in beslag nam, zakte de wielen diep in het zand en zat ik weer vast. Ik was nu echt angstig aan het worden, immers was het zand al 3 km lang erg zacht en terug gaan was dus geen optie meer.

Omdat ik wederom dicht bij de waterlijn stond was er maar een ding om te doen, graven en zandplaten eronder. Met de hulp van mijn vrienden, die veel meer ervaring hebben in zand en strand rijden, liet ik de helft van de lucht uit mijn banden lopen en legde we de zandplaten alleen aan de voorkant zodat ik ten alle tijden op zandplaten stond. Als ik over een setje was gereden, legde ze het volgende setje ervoor, steeds zo afwisselend. Dat ging langzaam maar ik zakte tenminste niet het zand in, en zo kwam ik toch weer op een harder gedeelte van het zand. Zal het verhaal verder wat kort houden. Zakte nog wel een paar keer weg maar bereikte heelhuids de vuurtoren. Daar hebben we op z’n Argentijns, met de hele familie en vrienden en aanhang een flinke asado (BBQ) gehouden (hoe kan het anders in Argentinië).

Me bakkie stond eenzaam op me te wachten
Na uitvoerig overleg besloten we op de terugweg niet langs de waterlijn maar langs de duinrand terug te rijden. Dat ging stukken beter en kwam met maar een keer kort vast zitten heelhuids terug op vaste ondergrond. Het was super spannend en een avontuur dat ik niet had willen missen, en zeker niet snel zal vergeten, maar of ik het nog eens zou doen…….

Petje af voor de chaffeur
Ben nu wederom een week met Argentijnen en begin langzamerhand aan de kus-cultuur te wennen. Het blijft mijn ding niet, maar je moet je aanpassen nietwaar. Een hand geven doen ze niet. Het is of kussen, of hand geven, maar niet alle twee. Het kussen is eigenlijk meer een vluchtig raken van de wangen. Mannen, vrouwen en kinderen, alles ‘kust’ elkaar, ook als ze elkaar elke dag zien. Zo komt de kok in het restaurant van Juan-Pablo en Geraldine elke middag binnen en loopt iedereen af voor een wang-kontakt. Ook ik moet er aan geloven, alhoewel ik niet elke dag het rijtje afloop hoor. Zo’n raspende baard tegen me wangen… ik weet niet hoor….

Om de een of andere reden pikte de Arentijnse familie in Villa Gesel het Nederlandse woord wortelen op. Ze vroegen me ooit eens wat in het nederlandfs te zeggen, en het woord wortelen vinden ze bijzonder grappig. Gevolg, elke 10 minuten werd er het woord, met een zwaar spaans accent door de lucht gegooid, en ene lol. Als dank kreeg ik deze foto in demail een paar dagen later..

Een paar dagen later reed ik naar Mar del Plata, de grote stad aan zee waar heel Buenos Aires in de zomer uithangt. Op zich een aardig leuke stad, moet er echter niet aan denken hoe het er hier in de zomer uit ziet. Had een heel gezellige avond in een bruin cafe/restaurant, waar ze behalve heel veel soorten bier tapte, ook patat met kaas serveerde, jammie.

zuipen en vreten
Verder door richting Valdez kwam ik wederom in Viedma, waar ik een pakje voor Juan-Pablo en Geraldine afleverde. Het werd al donker dus vond een slaap plekje aan de rivier midden in Viedma, midden in een woonwijk, en ik had nog wifi ook. Door naar de Loberia. Dat was maar 50 km, maar het was zo’n lekker weer dat ik halverwege bleef staan om wat van de zon te genieten en wat dingen op te ruimen. Dan maar de volgende dag naar Loberia, die zeehonden lopen niet weg.

Ik loop wel eens op Fransen te schelden. Klein gedeelte daar van is scherts, groot gedeelte zijn complexen die ik opgelopen heb door slechte behandelingen in Frankrijk. Ik denk dat iedereen dat wel heeft meegemaakt in dat land. Onbeholpen en onvriendelijk obers, weigeren om iets anders dan Frans te spreken, (maar wel het geld van buitenlandse toeristen willen), mensen die weigeren de weg te vertellen als je het ze vraagt, enfin. Lees ik een paar weken geleden dit in de krant:

——————————————-
‘Fransen ergste toeristen ter wereld’
Fransen zijn de ergste toeristen ter wereld. Ze scoren het slechtst qua beleefdheid en fooien. Japanners zijn de beste toeristen. Dit blijkt uit een enquête van onderzoeksbureau TNS Infratest. Dat vroeg 40.000 hotels wereldwijd om toeristen uit 27 landen te beoordelen. Hotelpersoneel vindt Japanners schoon, beleefd, rustig en niet klagerig. Na Japanners volgen Canadezen en Britten. Franse reizigers daarentegen staan niet open voor andere talen, zijn niet gul en geven weinig fooien. Ook scoren ze slecht op het gebied van beleefdheid en hun houding. In de onderste regionen van de lijst staan ook de Spanjaarden en de Grieken.
——————————————
Tja, verdere commentaar is niet nodig denk ik. Vraag me alleen af op welke plaats de Israëliërs staan.

De vorige keer in La Loberia, kwam ik er achter dat je de zeehonden en zeeleeuwen alleen maar ver van boven op de klif kon zien. Naar beneden lopen was onmogelijk, de klif was wel 50 meter steil omlaag. Nu had ik snode plannen. Had namelijk vorige keer, 4 km vóór het zeehonden strand een pad richting strand gezien. Als ik daar nou naar bené ging, dan 4 km over het strand richting zeehonden strand liep, kwam ik tussen die beesten te staan. In de zomer is dat wellicht onmogelijk, er zouden vast wachters staan of zo, maar nu was het winter en uitgestorven. Hoopte dat ik nu ongestoord mijn gang kon gaan.
Parkeerde mijn auto en liep het strand op, tot zo ver geen probleem. Het was lekker weer, geen zon en winderig maar niet te koud en ik zette er de sokken in. Ik werd vergezeld door bendes van gillende papegaaien die hier in het voorjaar broeden. Nu waren er enkele honderden, in het voorjaar huizen er hier tienduizenden. Nu was het af en toe een gil-orkest, in het voorjaar heb je hier oordopjes nodig.

Bij de eerste landtong aangekomen liep ik er om heen en zag dat op het volgende gedeelte het strand smaller en rotsiger werd. Geen probleem voor mij, alhoewel ik soms akelig dicht langs de klif wand lopen moest. Gevaar bestaat dat er net een steen of rots naar beneden komt, en dan ben je de klos. Moest ook uitkijken voor het tij, want als het water hoog zou staan zou ik niet meer terug kunnen en wederom tot eb moeten wachten (of verzuipen).

De tweede landtong overwonnen en het strand hield op, nu alleen nog maar rotsen. Nou ja, beetje klauteren ook geen probleem, alhoewel sommige van die rotsen wel wat glad waren. Besefte me terdege dat ik hier helemaal alleen liep, was de hele ochtend nog geen mens tegen gekomen en als ik een ongeluk zou krijgen was ik helemaal op me zelf aangewezen. Voorzichtig klauterde ik over de rotsen om rond de volgende landtong te klauteren. Ja hoor, in de verte zag ik de zeehonden en leeuwen liggen. Hoe dichter ik bij de beesten kwam, hoe moeilijker het lopen werd, maar ik wilde nu niet opgeven. De stank begon ondragelijk te worden. Ik weet niet of het de stront is die overal lag of dat die beesten zelf zo stinken, ik vermoed het eerst. Kon de eerste zeeleeuwen tot op een meter of 30 benaderen voordat ze van me weg waggelde. Oog in oog met deze mooie beesten, zonder bewaker, afscheiding of hek, helemaal in de natuur. Heel bijzonder.

Moe, er staat een kale vent naar me te kijken
Verder door naar het zuiden nam ik de kustweg ipv de normale weg. Die route 3 had ik vorige keer al genomen en was erg saai. Door het nemen van de kustweg kon ik zo ieder geval een stuk van de pampa afsnijden. De kustweg was ripio, oftewel een zandpad, maar erg mooi. Op een bepaald moment was er wel erg veel zand op de weg gewaaid, ik kon de hele weg niet zien, en af en toe zaten er stukken wasbord tussen, maar al om toch wel goed te doen.

wederom vol licht en vol gas
Af en toe en strandje tussendoor en ik besloot op een strand te gaan staan voor de avond, net voor San Antonio de Este. Het was een schelpen strand. Niet van die kleine, maar het lag er meters diep met super mooie grote schelpen. Ik hoorde steeds een wat raar geluid, net alsof er iemand aan het proberen was op een trompet te blazen maar niet wist hoe het moest. Na verloop van tijd nam ik maar aan dat dit geluid van het water kwam dat zich op schelpen stortte. Dat ik niet goed had opgelet bleek wel, want later bleek dit geluid van walvissen te zijn, die vlak voor de kust omhoog kwamen en dan lucht uit bliezen. Ik heb de beesten niet gezien zo goed had ik opgelet. Pas twee dagen later, toen ik in Madryn was, herkende ik het geluid.

Na 200km ribbel-weg was het toch wel weer fijn op asfalt te rijden, de laatste 300km naar Madryn waren echter oersaai. Net voor het donker kwam ik aan op een strand. Ook hier weer die rare geluiden, en omdat er nog licht was zag ik waar het vandaan kwam. Voor de kust lang paradeerde walvissen. Met tussenpozen van een paar minuten kwamen ze langzaam voorbij zwemmen. Niet kilometers ver weg, maar gewoon vrijwel aan het strand, zo’n 10 tot 20 meter het water in en dus op 30 meter afstand van min auto. Soms was het een walvis alleen, soms een met kind. Ik vermoed dat ze hun ruggen aan het schuren waren op het strand want steevast draaide ze zich op hun buik en dreven dan een stukje met de stroom mee.

Twee walvissen.
Ook gebeurde het dat moe speelde met de kids, dan was het een gespetter vanjewelste en werden vinnen of staarten de lucht in gegooid. Het schouwspel bleef maar door gaan alsof het een parade op het Chinese plein van de hemelse vrede was waar Mao himself stond te genieten van al het voorbijgaande wapentuig. In dit geval was ik Mao en waren de wapens gigantische walvissen. Het was onvoorstelbaar. Een gezicht om niet snel te vergeten.

Gewoon op het strand
De parade bleef door gaan. Al pratende met een voorbij komende park-ranger hoorde ik dat ik per ongeluk de beste plek had uitgekozen voor deze tijd van het jaar. De wijfjes zijn drachtig en zoeken dit stukje rustig water op. Andere maanden is hier niks te zien.
Onder indruk reed ik de volgende middag toch naar Puerto Madryn om mijn goede vrienden Dolly & Cesar te bezoeken. Cesar was aan het werk. Hij is kapitein op een vissersboot en was nu aan het vissen. Dat is maar een klein gedeelte van het jaar mogelijk en in die tijd moeten ze hard werken. Spendeerde een paar dagen met Dolly, parkeerde mijn auto steeds op het strand voor de avond. Daar lagen op een morgen twee dode baby walvissen. Aangespoeld waarschijnlijk omdat ze onervaren zijn en het strand op zwemmen. Ze stikken dan vanwege een gebrek aan water. Een droef gezicht en tegelijkertijd ook nu weer erg imposant. Als dit een baby walvis is, kan je je voorstellen hoe groot pa & ma zijn.

Dood kind, nooit leuk om te zien
Nu dan maar even een leermoment. Een baby walvis is ongeveer 5 tot 6 meter. Een volwassen walvis, van het soort dat hier zwemt, komt op 14-16 meter. Dat is 2x mijn vrachtwagen. Weegt mijn vrachtwagen 9 ton, een volwassen walvis kan tot 40 ton wegen. Oeps.
Er zwemmen hier ongeveer 1000 walvissen rond. Die hebben een 2 jarig geboorte cyclus. Op jaar één komen ze hier om noekie-noekie te doen. Zwangerschap duurt een jaar, dus op jaar twee komen ze hier bevallen. Ze zwemmen daarna met baby (altijd 1, en als ie het overleeft want er sterven er veel), naar de koude wateren van Antarctica om plankton op te slokken. Ze doen dat door middel van een soort zeef in hun mond, die zeeft het plankton uit het water. In het derde jaar komen ze wederom hier, wederom om balletje-balletje te spelen. En zo gaat het leven verder. Een walvis word 40 tot 50 jaar oud.
Van de 1000 walvissen die er zwemmen krijg je dus per jaar ongeveer 250 babies. Daarvan sterft bijna de helft, waarom weet men niet.

Op de kop en lichaam van de volwassen walvissen zitten kleine zo geheten walvis luizen. Dat zijn volgens mij kleine soort krabbetjes die daar hun huisje bouwen. Hoe ouder de vis , hoe meer van die beestjes, sommige zitten helemaal onder. Lijkt me erg vervelend zwemmen en erg zwaar. Maar, een voordeel, het beschermt op die plekken tegen de meeuwen. Wat wil namelijk het geval (en dit is een zielig verhaal), meeuwen vreten walvissen. Vroeger scheen het zo te zijn dat meeuwen, elke keer als en walvis boven water komt om te ademen (doen ze om de max 7 minuten), meeuwen die walvis luizen opvraten. Prima geregeld zo. Echter is er de laatste 20-30 jaren aan het veranderen. De meeuwen hebben ontdekt dat walvissen ook lekker smaken en op het moment dat een walvis nu boven komt, zijn er meeuwen die een stuk uit de walvis rug scheuren met hun bek en klauwen om op deze manier bij het walvis-vet te komen. Er zwemmen nu walvissen rond met grote open wonden. De walvissen kunnen er weinig tegen doen, ze moeten boven komen, keus daarin is er niet. Het is een erg naar gezicht.

Voor diegene die meer willen weten, kijk hier: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zuidkaper

Gaten ingepikt door de meeuwen

Ik reed nog een maal het echte schiereiland Valdez op en spendeerde er een nachtje. Ik wilde namelijk eens met een boot het water op om te zien of ik mooiere en betere zichten op deze monster vissen vanaf een boot had. Het was echter die dag erg winderig en golven waren hoog. Daarom zag ik op het tochtje van 2 uur niet veel. Dus reed de volgende dag weer terug naar de populaire plek waar eigenlijk de meeste walvissen langs zwommen. Daar stond ook ineens Rose&Dave en Renate en Bruno (Zwitsers), geparkeerd, Die laatste in een mooie MAN die even oud was als die van mij. Spendeerde er een weekje of zo en zag heel wat vissies voorbij zwemmen. Het blijft elke dag weer een wonder die beesten te zien voor bij gaan. Op een morgen deed ik het raam open en zwommen er we 30 in de buurt van mijn auto. In de verte staken er een paar alleen de staart het water uit, aan de andere kant was een 40 tonner bijna geheel het water aan het uit springen. En ik had nog zo gezegd…. geen bommetje.