20111101 – November 2011, Sudaan

Sudan, geplaagd door interne verdeeldheid was even wat anders dan Ethiopië, echt een wereld van verschil. Behalve dat het een moslim land is, is er ook rust kwa mensen, en dat begint al 5 mieter over de grens. Weg zeurende kinderen, weg bedelaars. Daar voor in de plaats, hitte, droogte en saaie landschappen

Sudan is veel in het nieuws de laatste jaren, helaas meestal niet positief. De President, een zekere mijnheer Bashir wordt gezocht door het Internationale gerechtshof, er is een vuile (burger) oorlog aan de gang tussen het nieuwe zuid Soedan en het noorden, het is onrustig in de streken grenzend aan Chad en de centraal Afrikaanse republiek, enfin, het lijkt geen land om prettig te verblijven als je de internationale media moet geloven. Maaaarrrr, die media geloof ik niet altijd. Ben wel vaker zonder problemen door ‘gevaarlijke’ landen als Pakistan heen gereden, altijd zonder problemen. Dat wil niet zeggen dat je achteloos flierefluitend maar moet doen als of je neus bloed, maar je hoeft niet angstig in je auto te gaan zitten met ramen en deuren dicht.
Sudan was tot voor kort het grootste land in Afrika. De tweedeling heeft daar wat aan gedaan. Ik rijd alleen door Noord Sudan heen en dit blijft een groot land. Het ligt tegen het midden oosten aan, dat betekend veel zand en veel zon, warm dus. In tegenstelling tot Ethiopië, wat voor grote delen hoog ligt en lekker koel is, ligt Sudan laag (400 meter) en schijnt de zon erbarmelijk en ongenadig. Temperaturen rond de 40 graden overdag, en het is nu het ‘koude’ seizoen. Moet er niet aan denken hoe het er over een paar maanden zal zijn, dan kan je brood bakken zonder oven.
De grens overgang Sudan in was wat ….mmm…… laat ik apart zeggen. Had al gelezen dat dit land gebukt gaat onder een hevige bureaucratie. ‘Penpushers’ tot in de details, en dat bleek wel aan de grens. De immigratie was vrij vlot, maar het registreren van mijn auto was wat ingewikkelder. Moest van de ene mijnheer naar de andere, overal werden lange formulieren met de hand ingevuld, in drievoud uiteraard, en erger, in het Arabisch dus ik had geen flauw idee wat ze allemaal betekende. Moest bij een achteraf mijnheertje 14 Soedanese ponden neertellen (1 euro is tussen de 4 en 5 pond) en na geduld gehad te hebben reed ik in de late middag en onder de warme zon Sudan binnen.

Roete door Sudaan
Na 2 kilometer vond ik een benzine station en gooide wat diesel in mijn tank. Ik had wat Ponden gewisseld maar niet veel, en toen er weer 1 km verder een tol station was en ik nog eens 22 pond moest neertellen (had dan helemaal tot Khartoem betaald) was de portemonnee redelijk leeg.

Reed door droge desolate omgeving waar ik af en toe een man op een kameel zag, gevolgd door een kudde schapen of geiten, maar verder was het stil. De weg was slecht, veel gaten en gesmolten asfalt plekken maakte het uitzonderlijk hobbelig. Reed door tot het bijna donker was en parkeerde mijn auto onder wat dorren bomen een paar honderd meter van de weg af. Was aan het eten koken toen er een pickup naar me toe kwam rijden, drie heren stapte uit. “Dit is een bescherm natuurgebied’ zei een mijnheer in net pak. Keek wat rond me heen en fronste mijn wenkbrauwen, ok, als U het zegt, zal het best zo zijn. Moet ik weg dan? Vroeg ik de man beleeft (want zo ben ik natuurlijk). Nee nee, blijf rustig staan, maar het is maar dat je het weet. We kwamen gewoon even kijken of je niet illegaal bomen aan het kappen was of zo, want die behoren aan het dorp verderop. Slaap lekker en welkom in Sudan. De heren stapte weer in en reden weg, mijn nacht was verder rustig. De temperatuur wilde maar niet onder de 34 graden zakken. Gelukkig heb ik daarvoor mijn ventilatortjes, dus ik sliep als een roos (maar wel een warme roos).
Toch was het in de ochtend lekker koel, met 22 graden. Goed gemutst reed ik dan ook in de vroege koele lucht richting de eerste plaats in Sudan, Gedaref. Nu moet ik even vertellen dat je je in Soedan binnen drie dagen bij de politie moet melden om je te laten registreren. Ik zou dat eigenlijk in khartoum doen maar ik zag op mijn altijd correcte Tracks-4-Africa kaart dat er in Gedaref ook een registratie kantoor was. Je moet een keer door die zure appel heen, beter eerder dan later. Aangekomen bij dit gebouw, in de stoffige warme woestijnstad werd ik naar een mijnheertje gedirigeert, die me weer verder naar een ander mijnheertje bracht. Daar werd eerst mijn paspoort uitvoerig bestudeerd alvorens mijnheertje 2 begon om allerlei formulieren in drievoud in te vullen. Jezus wat een werk zeg, en dat moet dus voor elke buitenlander gebeuren. Mijnheer twee ging tot drie keer toe weg om een groot boek te halen waarin ook nog eens alle gegevens werden geschreven en na een uur (!) moest ik mezelf een verdieping verderop bij een hoge piet met alle formulieren presenteren. En ja hoor, hoge piet ging ook weer formulieren invullen en kwam na een kwartiertje tot de conclusie dat ik 115 Soedanese ponden moest neertellen. En zoveel ponden had ik niet. Gevolg dat het hele proces werd stil gezet en ik, met de auto de 2 km naar het centrum moest om geld te wisselen. Geen eenvoudige taak in Soedan. Er zijn wel banken die geld wisselen, maar dat is een langdurig en onvoordelig proces. De officiële wisselkoers met de euro is 3.9. Op de straat kan je echter wel 4.5 of zelfs 4.8 krijgen als je geluk hebt. Liep dus rond in de hoop aangeschoten te worden door een geldwisselaar, maar als je die lui nodig hebt kan je ze niet vinden. Uit ellende wisselde ik maar bij een wisselkantoor voor de onvoordelige bank koers en reed weer terug naar de formulieren vullers. De man met de pet zat er nog steeds en mijn geld werd aangenomen. Hierna werd het formulier wat hij had ingevuld beplakt met een soort zegels (waarschijnlijk ter waarde van die 115 pond) en mocht ik weer terug naar mijnheer 1. Die verliet het kantoor met mijn paspoort, haalde ergens een registratie sticker vandaan, registreerde dit weer in een ander groot boek en plakte uiteindelijk de sticker naast mijn visa. Eindelijk klaar. Het hele proces had wel 3 manuur gekost en 2 bomen aan papier. Als men hier ooit veel toeristen krijgt, komen ze bomen en manuren te kort, om nog maar te zwijgen over opslag capaciteit voor die hele papier winkel.
Vervolgde mijn weg richting Khartoem over nog steeds hobbelige, en steeds drukker wordende weg. Bussen reden echt als rand debielen die net uit de blindenschool zijn ontsnapt. Uitkijken dus. In de buurt van Wad Medani stak ik de blauwe nijl over. Zogeheten omdat het water waarschijnlijk ooit blauw was geweest, nu zag het er modderig bruin uit. Geen wonder, want deze nijl tak ontspruit vanuit het Ethiopische Tana meer, waar ik een week had doorgebracht bij Tim&kim. De andere tak van de nijl, de witte nijl, komt uit het Victoria meer in Uganda, waar ik mijn poten heb opengehaald bij het raften. Dat bloed moet langzamerhand hier zijn, misschien zie ik het straks nog voorbij drijven. Bij Khartoem komen deze twee takken van de nijl samen en vervolgt als ‘De Nijl’ richting Cairo.

Alleen in de woestijn voor de nacht
Anyway, Khartoem ging ik net niet halen dus parkeerde ergens in een veld langs de drukke weg en sliep al vroeg. Gevolg was dat ik vroeg op was, om de laatste 100 km naar Khartoem te rijden, waar ik dan ook vroeg arriveerde. Wilde mezelf gelijk nuttig maken en reed linea recta naar de ambassade van Jordanië om mijn visa aan te vragen. Geen probleem, kon het diezelfde dag om 3 uur ophalen en omdat het vandaag toch een nuttige dag was besloot ik gelijk door te rijden naar Abdul. Dat was een adres van een andere overlander en die had met Abdul zijn verscheping naar Saoudi geregeld, alsook het visum voor Saoedi Arabië. Zijn kantoor zit vlak bij de ambassade dus twee vliegen in een klap. Abdul bleek een schappelijke man, maar wel een echte Arabische afrikaan. Alles ging tegelijk, door elkaar en half. Zijn mobiel rinkelde continu en net als we wat aan het afspreken waren kwam er weer iemand binnen waardoor hij in Arabisch met die ander verder ging en ik er weer voor spek-en-bonen bij zat. Dat heeft zowat de rest van de dag geduurd. Nadat ik mijn pas met Jordaanse visa had opgehaald zette hij de rest in beweging voor visa en overtocht. Eind van de middag verliet ik eindelijk zijn kantoor en reed naar de Nationale camping club in het zuiden van de stad om te overnachten. Het bleef lang heet die avond, pas tegen middernacht begon het wat te koelen. Maar toen lag ik al lang en breed te ronken.
Was vroeg wakker vanwege de tientallen moskeeën die Allah-Akhbar zongen, om 5 uur in de ochtend. Heb me altijd afgevraagd welke halve zool er dan naar de moskee gaat, heb rond die tijd nog nooit iemand zien lopen. Besloot die dag maar wat rond te gaan kijken in Khartoem. Vond onder andere het Afra shopping centrum, met een grote supermarkt en gratis wifi. Joepie, kon mijn website weer eens updaten. Iedereen maar dan ook iedereen loopt met een telefoon aan het oor. Bellen is hier goedkoop, en men belt hoer dan ook al lopend, al rijdend in de auto of terwijl men zit te eten.
In de middag, het was weer bloedjes heet wilde ik een bezoek brengen aan de Ondorman souq, een van de grootste markten van Sudan. Die lag aan de noordkant van de stad, aan de andere kant van de nijl, en zo kon ik in het voorbijgaan de twee Nijlen (de blauwe en de witte) samen zien gaan. Er gaat een mooie moderne brug over de nijl, en daar rijdend hoopte ik de twee kleuren van de twee verschillende rivieren mooi zien mengen. Zo stond het beschreven in de diverse gidsen, maar ik zag een bruine en een andere bruine watermassa die weinig kleurverschil hadden samen komen, niet echt spectaculair. Vlakbij de souq stopte ik langs de weg om even te kijken welke kant ik op zou gaan en ik werd aangesproken door een, zo te zien, aardige man van , later bleek, 58. Nu ga ik niet zo gauw met vreemde mannen mee, maar hij straalde wel vertrouwen uit. Hij melde dat hij ook naar de markt moest, en hij wilde wel mee rijden om me de weg te wijzen. De Soedanezen zijn over het algemeen vriendelijk en gastvrij dus ik zocht er verder niks achter. Maar vlak bij de souq aangekomen verklaarde de man dat de straatjes eigenlijk veels te smal waren voor mijn auto en ik beter naar een andere markt kon gaan die minstens zo leuk was. Ik volgde de man ’s aanwijzingen op en hij loodste me helemaal door de stad, naar een wat saaie lege markt. We liepen er even rond maar hij had duidelijk geen interesse. Wilde ook de lulligste niet zijn en omdat het lunchtijd was nodigde ik hem uit voor een happie. Wilde de eerste de beste shoarma/kebab tent in maar hij begin te sputteren. Nee, nee, deze lui hebben dat vlees al dagen staan, kom ik loods je naar een betere tent. Weer terug in de auto liet hij me 10 km om rijden naar een (wel goede) kebab take-away, ik was bijna terug bij de campsite. Begon een beetje genoeg van de man te krijgen, hij had me halve dag verknald, dus wilde afscheid van hem nemen toen hij begon te mekkeren over dat ie geen geld had en hij zijn familie niets te eten kon geven. Hij had ook geen geld voor de taxi naar huis en ach en wee wat moest hij nu. Wilde van hem af dus gaf hem een paar euro in Soedanese ponden en beloofde hem de volgende dag te bellen (niet dus). Sliep weer op de nationaal campsite, ik was er, net als de dag er voor, geheel alleen.

Op bezoek bij een Sudaneze familie
Op donderdag reed ik terug naar Abdul om te kijken hoe het met mijn visa voor Saoedi was. Na de gebruikelijke Arabische begroetingen en een kopje thee, bleek hij die al binnen te hebben. Een miepje bracht mijn paspoort en toen hij er in keek schudde hij zijn hoofd. Oh jee, ze hebben een fout in de visa gemaakt. In plaats van de normale transit visa voor 3 dagen, had ik een resident visa gekregen. Ik had er geen probleem mee, maar hij wel. Dat lukt je nooit met deze visa binnen te komen, er moet een nieuwe aangevraagd worden. En sorry, melde hij tussen neus en lippen door, die aanvraag moet je ook gewoon weer betalen. Ik sputterde tegen, dit was toch hun fout, niet de mijne, maar ik kreeg alleen een kleine korting voor elkaar. Je zou denken, dan doe je het toch zelf maar het probleem is dat alles in het Arabisch moet, ook de aanvraag. Eerlijk gezegd is mijn Arabisch niet zo goed. Veel verder dan Shukran, Salam-Maleikum en haloef kom ik niet. Abdul zou me ook wat korting op de boot geven en zo zou alles toch nog goed komen. Die zelfde middag zou het nieuwe visa er zijn, maar omdat het de volgende dag vrijdag was (ik had me mooi een dag vergist) moest ik die dag alles regelen, inclusief de tickets voor de boot naar Jiddah. Dat werd weer lang op het kantoor van Abdul zitten maar aan het eind van de dag was alles geregeld. Bracht ondertussen ook nog een bezoek aan de ambassade van Syrië. Dacht bij mezelf, als ik een visum kan krijgen, heb ik die mooi binnen. Jammer maar helaas, er werden geen visa meer afgegeven, men wist ook niet wanneer wel. De man van de ambassade vermoede dat de grens met Jordanië dicht was maar zeker wist hij het ook niet. Er kwam weinig tot geen info van de Syrische overheid klaagde hij en ik moest het maar in Libanon proberen.

Ik zou me maandag ochtend in Suakin moeten melden voor de boot. Dat is een plaatsje zo’n 50 km onder Port Soedan, 800 km van Khartoem vandaan. Omdat er ook nog wat piramides op die weg er naar toe zijn, rekende ik uit dat ik er twee dagen voor nodig zou hebben om er te komen. Wilde dus zaterdag ochtend wegrijden. Vermaakte me de vrijdag met een heel stuk door Khartoem heen te crossen. Vrijdag is zoals de zondag bij ons, er was weinig verkeer en het was prettig rijden. Bezocht de Hamid-el_nil tomb (graf). Volgens de gids was dat erg mooi, maar het was niets bijzonders. En omdat ik daarna eigenlijk geen plannen had en de oude baas, die me twee dagen daarvoor zo door de stad had laten rijden, me belde, besloot ik die nog eens een kans te geven. Ik reed mee naar zijn huis, ontmoete zijn familie, dat was allemaal wel boeiend. Hij had 8 kinderen, waarvan de jongste 6 was of zo, de oudste ergens in de 20. Ik wilde nog steeds die Ondorman Souq zien en na twee uur thee leuteren wild eik wat doen. Ja, maar ik moet eerst wat rusten van mijn vrouw, en hij loodste me naar een kamer waar twee bedden stonden. Hier kan je ook rusten zegt ie, en gaat languit liggen op een van de bedden. Overdag slapen doe ik niet vaak, zeker niet als ik wat wil doen, dus ik maakte een excuus dat ik even mijn telefoon moest pakken in de auto. Terug in zijn huis melde ik dat ik terug naar de campsite moest want mijn vrienden zaten daar op me te wachten. Lul verhaal, maar ik had geen zin meer om zo lang rond te hangen en niks te doen. Het lulverhaal was overigens deels op waarheid berust, want ik had SMS contact gehad met Frans & Barbara, de berooide Duitse fietsers die ik in Ethiopië een paar keer was tegen gekomen, die die hadden gemeld dat ze waarschijnlijk die avond in Khartoem aan zouden komen. Reed terug naar de campsite en inderdaad kwamen daar die avond die twee moedige fietsers aan. Ze hadden deels toch per bus gereisd, heel verstandig want de weg naar Khartoem is heet, saai en erg druk. We spendeerde een leuke avond samen (zonder bier, dat is hier niet te krijgen).
Zaterdag bracht ik eerst Frans en Barbara naar het centrum alvorens richting rode zee te rijden. De weg was druk en winderig en vrij saai. Zand en zand. Maakte een tussenstop bij de Piramides van Meroe. Midden in het niks staan ineens een tiental piramides. Niet zo groot als die in Egypte en ook op een iets andere manier gebouwd, met steilere zijkanten en kleinere stenen. Helaas had een Italiaanse ‘archeoloog’ er in het verleden flink huis gehouden. Hij had gehoopt schatten in de piramides te vinden en heeft ze allemaal stuk voor stuk kapot lopen maken. Hij vond niks (of niet veel ieder geval) maar de gebouwen, van onschatbare historische waarden natuurlijk, waren compleet vernield. Men heeft er een paar proberen te restaureren en ondanks alle schades in het nog wel indrukwekkend wat er staan, maar de glorie is wel vergaan.

De pyramides van Soedan
Was in een uurtje rond gelopen en vervolgde mijn weg naar Atbara. Door de zoveelste politie controle (allemaal schrijven ze je visa en registratie nummer op, hoe bedoel je politiestaat) reed ik net buiten Atbara door kilometers afval, gewoon in de woestijn gedumpt. De hoeveelheden plastic zakjes was huiveringwekkend, geen hond die er een probleem mee had blijkbaar, behalve ik. Parkeerde ik mijn auto voor de nacht 15 km na Atbara in de woestijn. De nacht is donker, de maan gaat in de avond onder en laat zich niet meer zien.
Over afval gesproken, langs de weg liggen honderden autobanden. Ik ben eens gaan tellen, kwam op 65 autobanden per kilometer. Merendeel zijn duidelijk van vrachtwagens. De weg is 500 kilometer, tel maar uit hoeveel autobanden er op dat stuk liggen. Doordat ze niet vergaan, liggen ze er jaren, tientallen jaren misschien wel. Zou men die dingen niet kunnen recyclen, hier ligt de gratis grondstof er voor ieder geval.
Naar de Ferry haven was nog 500 km dus vroeg opgestaan en bij het krieken van de dag weg gereden. De weg was goed maar erg saai, echt zandbakje rijden. Er is veel vrachtverkeer op deze weg. Alle goederen van Port Sudan, wat blijkbaar een grote haven is, komt hierlangs. Was rond het einde van de middag in Suakin.De rode zee lag aan mijn voeten. Maar wat is dat !!! De rode zee is helemaal niet rood. Gewoon blauw water. Nou jaaaaa…

De agent, Driek, bleek een aardige gast. Dus haal hier je ticket
SMS’te de agent die eerst melde dat we de volgende dag wel alles konden regelen, maar daarna toch plots voor de auto stond. Reed met hem mee naar het kantoor. Hij bleek wel een schappelijke gast , heet Dries en als hij niet om extra geld komt zeuren, kan ik hem aanbevelen. Dronk koffie met kardemom (geen succes) en liep wat in het stoffige dorp rond. Men leeft hier van de Ferry naar Saoedi. Vooral met de Hadj komen hier drommen mensen, immers ligt Mekka aan de overkant van de plas. Het schijnt dat men dan ook geen ferry tickets aan buitenlanders verkoopt, omdat er zoveel bedevaart mensen zijn. En die gaan voor.

Reed een paar kilometer de stad uit en sliep mijn, waarschijnlijk laatste nacht, in Africa. De volgende morgen melde ik me om 10 uur in de ochtend bij Dries. En dan begint de Afrikaans-Arabische molen te draaien. Kopje koffie, kopje thee, laten we nog even wachten. Plots moest Dries nodig TV kijken. De mode is hier om in een soort café naar WWF worstelen te kijken op TV, onderwijl lurkend aan een waterpijp. De tent zat vol, politie agenten, overheid functionarissen en landlopers, allen keken ze vol geest naar het worstelen. Ik kan er zelf niet koud of warm van worden maar het was wel weer een leuke ervaring. Vergeven van de vliegen, zoals overal hier in Sudan. En dat komt omdat het er een bende is, alles wordt op de grond gedonderd. Hele wijken liggen vol met vuilnis, vooral de plastic zakjes zijn al om aanwezig. Komt daarbij dat de meeste mensen in het openbaar naar de toilet gaan en te pas en te onpas even flink op de grond rochelen, maakt alles er niet schoner op.
Ik heb een geluk dat ik , na zo lang reizen, al wel wat geduld op kon brengen. Daarbij had ik me al ingesteld op een lange dag met wachten, dus ik beruste er in. Anyway, om 1 uur in de middag vond Dries het nodig om maar eens richting haven te gaan. Hij ging zelf niet mee, ook niet na veel protest mijner kant, maar stuurde een hulpje mee die er sloom uitzag en geen woord Engels sprak. Na 3x gecontroleerd te zijn op papieren reed ik het haven terrein op. Ik zal je de details besparen (maar niet heus). De Soedanese bureaucratie draaide overuren. Stempeltje hier, hokje daar. En als het nou eens logisch georganiseerd is, nee hoor, je loopt van hot naar her en weer terug. Op een gegeven moment gaf het hulpje mijn paspoort aan een nog onguurder uitziend figuur in groezelige kleding, ik was daar niet blij mee. Groezeltje nam de benen en zag ik lange tijd niet meer terug. Na een uur begon ik wat nerveus te worden en begon ik sloompie wat onder druk te zetten. Je geeft toch niet zo maar mijn paspoort aan een of andere gek, dadelijk is het weg. Hij probeerde me te sussen met gebaren, ik snapte geen snars van wat hij zei. Na een dik uur kwam mijn paspoort terug met de verlossende stempel. De auto stempel was minder probleemloos en om half 4 waren de paperassen klaar. Maar het schip nog niet, dus weer wachten.

Deze roestbak bracht me naar het land der sjieks
Om half zeven mocht ik eindelijk mijn auto voor de laadklep rijden en zelf naar binnen gaan. De auto werd door eigen personeel het ruim ingereden, iets waar ik niet zo blij mee was maar er was niks aan te doen. Had alle spullen van de cabine al ingepakt en achter gezet, dus veel was er niet te jatten maar als men rijd als een Afrikaan kan mijn auto nog wel eens gemolesteerd worden.

Binnen in het schip, waar het ijskoud was, kreeg ik een hut toegewezen. Ik had verwacht te moeten betalen maar niemand vroeg ergens naar, dus waarom zou ik wat zeggen. Het was een eerste klas hut, helemaal voor aan, met uitzicht op de romp. Het schip was Egyptisch, met Egyptische bemanning. Allemaal even aardig, moet ik zeggen. Maar de hut was nog kouder dan de rest, het licht deed het niet, de lakens waren goor en vol vage vlekken en de dekens stonken heel vies naar zweet. In de badkamer was de afvoer van de wasbak kapot en alles stroomde zo op de grond. Er was zowaar een douche maar het water was lauw warm. Toch lekker gedoucht, ik was vies en plakkerig. Daarna wat op het schip rondgelopen. Het wad duidelijk dat de meeste passagiers geen hut konden veroorloven. Die lagen languit op de grond, rookte stink sigaretten onder de niet-roken borden en rochelde rustig op de grond. Het restaurant was niet open maar met de hulp van de zeer vriendelijke steward kon ik wat geld wisselen, weg met die Soedanese ponden, kom op met die Rials.

Eenzaam stond mijn bakkie nog op de kade
Om negen uur ging het restaurant open. Dat wil zeggen, daar mochten alleen de bemanning eten, de passagiers werden opgescheept met een paar gaar-bakken met rijst, hardgebakken kip en wat vage groente in tomatensaus. Na het eten nog even naar buiten, waar ik de lichtjes van Afrika zag verdwijnen. Bijna twee jaar sjeesde ik door dit continent, nu was het voorbij. Toch wel een beetje weemoedig, want Afrika had veel plezierige verrassingen voor me (en een paar onplezierige), al om als ik terug kijk, vond ik Afrika veel prettiger dan ik van te voren had verwacht.
Legde net mijn oor op het stinkende kussen voor de nacht, toen alle luidsprekers (die werkte dus wel overal) luid het Allah-Akbar door het schip galmde. Schrok er zo van dat ik bijna op mijn knieën ging om te bidden. Bidden dat alles goed zou gaan in het midden oosten. Bidden dat ik door Syrië heen zou kunnen. Bidden dat ik rustig zou slapen die nacht…

Sudan, tja, wat moet ik er van zeggen. Een verzuchting als je uit Ethiopië komt, dat is zeker. Maar het land is duidelijk geen toeristische attractie. Ik vond de Soedanezen zelf erg vriendelijk en openhartig en soms zelf erg hulpvaardig. Maar het blijft Afrika natuurlijk.
Veel is er in het land niet te zien en als je er in de zomer bent, lijkt het me geen pretje. Aan de andere kant is het land een leuke mengeling van Afrikaanse en Arabische cultuur. Ik zou het niet erg vinden er naar terug te moeten, hoewel ik niet goed zou weten wat ik er moest zoeken.
Om te onthouden:
,br> Officiele wisselkoers 1 Euro = 3.9 Soedaneze ponden.
Onoffiele koers 1 euro is tussen 4.5 en 5 Soedaneze ponden.
Liter diesel 1.5 Pond
Een biertje… helaas niet te krijgen
Bord chinees in de Afra Mall bij de chinees 20-30 pond (goed eten)
Bord eten bij lokaal retaurant 5-10 pond
Fles cola (winkel, halve liter) 1,5 pond
4 platte broden (heerlijk, zeker als ze warm zijn) 1 pond