20090900 – September 2009, Rondje Pam en Ries en Paraguay

Eind september werd het tijd om Paraguay te gaan bezichtigen. Had in het noorden van Argentinie een heleboel ‘niks’ gezien en had wel weer eens behoefte aan avontuur. Kwam helaas bedrogen uit en besloot het er bij te laten.

In de hoofdtsad van Paraguay, Ascuncion, aangekomen reed ik onmiddellijk naar de botanische tuinen waar een soort camping scheen te zijn. Het was wat zoeken, want men had de boel pas verandert. De oude plek was te gevaarlijk geworden claimde men en ik moest achter een gebouw dieper in de tuinen parkeren. Zo gedaan en onmiddellijk de fiets gepakt om het centrum in te rijden. Het was immers zaterdag en zondag zou alles dicht zijn, dus moest nog even profiteren. Asunción was groter dan ik dacht en er was veel verkeer en weinig fiets faciliteiten dus gaf dat fietsen erg snel op. Keerde terug, parkeerde mijn fiets bij de ingang van het park en pakte de eerste de beste bus. Het was zaterdag middag dus de winkel bedrijvigheid viel tegen.

Afgelegde route
De standplaats in de Botanisch tuin was rustig, erg rustig. Het hele park zat vol met mensen. Er werd gevoetbald, hard gelopen, volleybal, bedrijvigheid al om. Alleen het gedeelte waar ik stond, was geen kip te bekennen. Alleen heel veel muggen, maar die praten niet terug. Dat werd dus snel saai.
Zocht dus vertier in het centrum. Dat was per bus goed te bereiken. Voor 2000 Guaranies redde je het naar het centrum. 7000 van die Guaranies is een euro, en toen ik ging pinnen was ik gelijk miljonair.
De bus leek wat op een Aziatische bus. De chauffeurs kennen hier alleen vol gassen of vol remmen en als je geen zitplaats hebt moet je hard werken. Verveelde me dood op zondag en op maandag was ik er dan ook vroeg bij om de MAN dealer op te zoeken. Dat bleek een groot woord. Er was blijkbaar in Paraguay één bedrijf dat MAN gebruikt, dus die garage bediende dan ook maar één bedrijf. Voor de rest deden ze er van alles bij. De onderdelen die ik besteld had via email waren er niet. Maar ze wilde me wel graag helpen en de paar kleine dingen die ik had werden snel en vakkundig onder handen genomen. Voor een uur of drie sleutelen moest ik 25 euro afrekenen. Dat was geen geld, en ik had nu ieder geval de bevestiging dat mijn schokbrekers goed waren, dat de rubbers van de bladveren goed waren en dat het oneffen afslijten van de banden iets is wat hier vaker gebeurt.

In de botanische tuin hield men wel erg veel van bomen
De wegen in de stad Asunción zijn super slecht. Ooit waren al die wegen beklinkerd, maar dan Inca style, dus wat losse stenen tegen elkaar proberen te passen en hopsa, je hebt een weg. De doorgaande wegen hebben ze nu voorzien van een laag asfalt, uiteraard zonder ook maar een steen weg te halen. Gevolg is dat de er onder gelegen stenen er veelal tussendoor steken en de weg zo hobbelig is dat het levensgevaarlijk is om harder dan 40 te rijden.
Bestede nog wat dagen in Asunción in een poging een nieuwe bril te kopen, wat muggengaas te laten maken voor mijn deur en wat ander klein spul. Ik had geen geluk. De bril, hoe mooi die ook was, gaf me na een half uur een stekende koppijn (later bleek dat de glazen de verkeerde sterkte hadden) en de naai juffrouw kon blijkbaar niet lezen want toen ik met het muggengaas thuis kwam paste het voor geen meter.

Paraguay is het op een na armste land (na Bolivia) van Zuid Amerika.. Het is landlocked, heeft geen natuurlijke schoonheden (tenminste, ik heb ze niet gevonden) en de mensen zijn zelfs nog wat stugger dan de landen waar ik al geweest ben.
Paraguay is ongeveer 10x zo groot als Nederland en telt 7 miljoen mensen. Het land bestaat voornamelijk uit agricultuur. Het zuiden is erg vruchtbaar, vooral door de rivier de Paraná. De aarde is vuur rood.
In het noorden heb je meer steppe achtig land, en hier wordt veel veeteelt bedreven. Op zich heeft het land niet zo veel trekpleisters. Er zijn een paar Jesuiten ruïnes en musea, maar daar heb ik er al wat van gezien, en of dat nou zo spannend is. Er is een watervalletje ergens, maar ja, met een van de grootste watervallen ter wereld om de hoek….
Wat doe ik dan ook hier….moet eerlijk zeggen dat ik het ook niet weet. Misschien wel blij weg te zijn uit Argentinië. Misschien de elektronica die er erg goedkoop moest zijn.
Dat laatste ging ik dan ook ter plekke bekijken. Reed in anderhalve dag naar het zuidelijke Encarnacion. Deze plaats ligt een aantal kilometers stroom opwaarts van een grote pas gebouwde dam/hydro elektriciteit centrale. Als de deuren van de dam dicht zouden gaan, stijgt het water niveau en loopt een deel van de stad onder. Dat lage gedeelte van de stad hebben ze verhuisd naar boven. Op dit nu verlaten lage gedeelte is nu een soort mega-Koninginnedag ontstaan. De deuren van de dam zijn dus nog steeds niet dicht en zo lang dat niet gebeurd blijft het feest. Dit alles in de oude verlaten panden. Dat wilde ik natuurlijk gaan zien.

In Europa betekend dit dat je er niet in mag, hier precies andersom
Encarnacion op zich was niet eens zo’n onprettig stadje, maar de mega markt was een grote tering zooi. Liep er een paar uur rond maar zag nou niet echt iets boeiends, hield dus mijn geld lekker op zak. Ook al omdat mijn volgende stop de Cuidad-del-Este was, en dat was de goedkoopste elektronica stad in Zuid Amerika.
Gelegen op het drie-landen-punt Argentinië-Paraguay-Brazilië was dit vroeger voornamelijk een smokkel stad. Nu, vanwege de hoge invoer prijzen van elektronica in zowel Argentinië als Brazilië, komt het halve continent hier elektronica shoppen.
Ik ben wel wat gewend, met Hi-yat plaza in Kuala Lumpur, MBK in Bangkok, nog maar niet te spreken over Hong Kong. Maar dit sloeg werkelijk alles. Er waren zoveel winkels en winkeltjes, er waren zo veel straat verkopers die je van alles in je gezicht duwde, er waren zoveel mensen en er was zo’n overdaad aan producten dat ik weg ben gegaan.
Klinkt wel apart, zeker omdat ik er even 300 km naar toe had gereden. Maar als je hier gaat winkelen, gewoon om te winkelen, dan gaat het duizelen. Had met veel pijn en moeite mijn auto geparkeerd. Een lokaal straat jochie beloofde op mijn auto te passen (uiteraard tegen een vergoeding), ik liep zonder geld het shopping gedeelte in. Bewust om geen impuls aankopen te doen. Achteraf dom want het was ver en veel lopen en het was heel erg druk. Wilde een externe USB harddisk kopen en vond die uiteindelijk wel (500 gig voor 120$/€80). Maar ik had toen al zoveel gelopen en zoveel gezien dat me de lust ontbrak om terug naar de auto te lopen, geld te pakken en weer helemaal terug gaan zoeken om die winkel te vinden. En als je dan goed denkt van ‘heb ik het echt wel nodig…’???? Liep ook te overwegen een nieuwe laptop aan te schaffen, maar er staan daar zo veel verschillende modellen en de informatie is zo slecht, dat ik dat heb opgegeven. Ik weet zeker dat als je van te voren weet wat je wilt hebben en wat het zou moeten kosten, dan kan je hier goed slagen. Maar ik wist het niet. Reed dus maar weg. Morgen was het zondag en had het idee dat alles dan dicht is.

Was trouwens blij dat ik hier de grens niet over hoefde. De rij met auto’s, vrachtwagens en bussen was minstens 3 km lang en er zat absoluut geen beweging in.

In mijn vorige relaas had ik mijn beklag al gedaan over zuid Amerika. Iets wat een persoonlijke mening is hoor, want iedereen ervaart dit anders. Tezamen met dit minder prettige gevoel, speelde er een aantal andere factoren mee die mij hebben doen besluiten om per direct zuid Amerika te gaan verlaten. Ja echt. Ik neem de boot terug van Buenos Aires op 25 oktober, ben een maand later in Europa en zal, na een kort verblijf daar, waarschijnlijk Afrika gaan aanvallen.
Rigoureuze beslissing, ik wil die wel wat toelichten.

De beslissing viel al rijdend in Paraguay waar ook weer eens weinig te zien viel. Weer twee dagen rijden met links en rechts niks bijzonders, en dat is eigenlijk al heel lang zo. Je rijd grote afstanden tussen bezienswaardigheden, en als je alleen bent valt dat steeds zwaarder. Eigenlijk is het gewoon vaak saai hier.

Dit zou het allemaal nog wel waard zijn als je dan leuke mensen tegen komt. Maar na 2 dagen lang met niemand gesproken te hebben dacht ik…ik zet mijn auto voor de avond en nacht midden in het dorp waar ik langs kwam, en maak zo contact met lokalen. Ik heb expres mijn deur open laten staan, ik stond aan het centrale park geparkeerd. Genoeg mensen die voorbij liepen maar zo gauw ik een ‘hola’ liet horen keek iedereen snel de andere kant op, of liep gewoon door. Ik dacht nog… heb ik een drel uit me neus hangen of zo? staat me gulp open? Heb ik een groot zwart kruis op me voorhoofd? Lijk ik misschien op een Ex-dictator? Hoe dan ook, ging weer alleen naar bed hehe.

In het gedeelte van zuid Amerika wat ik nog wilde zien, Brazilië, noord Peru, Ecuador en Columbia begint nu voor een gedeelte de regentijd. Vooral Brazilië en Peru is een aantal maanden (tot maart) niet leuk, en de spannende delen (Pantanal en zo) zijn dan ontoegankelijk. Dit geld ook voor delen van Peru, daarbij weten vaste lezers dat ik een hekel aan regen heb.

Brazilië is een duur land, met dure diesel prijs, torenhoge tol kosten en, als er al campings zijn, super duur. Dat betekend veelal slapen op benzine stations, waar je geen contacten met lokalen krijgt, alleen met vrachtwagen chauffeurs. Niet leuk. Hoorde ook nog eens van een collega reiziger dat het landschap niet echt spectaculair is. Gecombineerd met de wat grotere onveiligheid die je in Brazilië hebt, tja, waarom zou ik dan de moeite nemen.

Als ik dan eindelijk toch in Columbia aan zou kom, MOET je verschepen naar Panama of Costa Rica. Er zijn daar geen Roro schepen, je moet dus getakeld op een schip. Dat is duur, riskant en onprettig. Voor dat zelfde geld kan ik een half jaar reizen. Eenmaal in Costa Rica of Panama is er niet zo heel veel te zien. Costa Rica ken ik, de overige landen….tja. Alleen Mexico, dat had ik graag willen zien. Maar de kosten moeite en tijd om daar te komen zijn aanzienlijk.

Mijn Carnet is bijna verlopen, ook zo moet ik me kenteken bewijs her-schorsen. Dat betekend ergens twee weken verplicht te moeten staan, papieren met koerier naar Nederland sturen en terug laten sturen, pats, 200 euro kosten. (en die spaar ik nu uit).

All om vind ik het niet de tijd en kosten waard om hier nog mee verder te gaan, en ga ik dus liever Afrika doen, of desnoods nog eens een rondje Azië. Een aantal dingen zal ik dus overslaan en dat vind ik jammer, maar reizen moet leuk blijven. Als jet geen motivatie hebt, moet je het jezelf niet door de strot schuiven maar ingaan op je gevoelens.

Had ondertussen mijn verscheepster al gemailed of ik terug ‘mocht’ en hoorde via de mail dat er een plek was op een van de boten terug naar Europa, weliswaar een hut zonder raam maar vertrek was op 25 oktober, dus over 4 weken. Zelfde Grimaldi, maar dit keer een schip onder Zweedse vlag. Dus geen Pizza voor het ontbijt, maar elke dag vis met aardappelen….

Moest dus langzaam weer richting Argentinië gaan.

Nog even wat opmerkingen. De Paraguayanen zijn net zulke vlees eters als de Argentijnen. Om 7 uur in de ochtend stond langs de weg de BBQ al te dampen en bij een bbq stalletje stond men lustig worst te braden. Er stonden flink wat mensen bij te eten. Worst. Paraguayanen eten veel worst, heel veel vage worst.

Ook van het oude Jesuïten klooster werd ik niet wild
Tja, zo rijdend in dit niet al te spannende landschap viel me een paar dingen op. Een lagere school die pal naast de begraafplaats stond, echt pal er naast.
Of wat dacht je van combinatie winkeltjes. Raarste combinatie winkel zag ik in Jezus. Een apotheek annex slager. Kan handig zijn.

Ja zei een Paraguayaan. Wij zijn een land waar iedereen maar doet wat die wil. Wil je links afslaan als het er een bord staat dat het niet mag. Hoppa. Wil je herrie maken. Pats. Iedereen voor zich. Niemand stoort zich aan een ander, iedereen doet maar wat.

En dan rij je over die saaie weg, zie je ineens een mooi meertje met palmbomen er omheen. Mooie plek om te staan denk je dan, maar dat kan niet. Mensen zijn hier niet ingesteld op toerisme, of niet gewend er aan. Alles staat vol met graan of aardappelen, wie gaat er nou aan een meertje zitten.

Nu ik de beslissing genomen heb weg te gaan ging mijn humeur gelijk de goede kant op. Het weer hielp ook mee, het was voor het eerst ook ’s nachts warme en zweterige. Reed dus zingend weer terug naar Encarnacion. Dacht nog even wat te scoren op die vage markt, maar helaas, het was zondag, dus alles dicht. Reed uit ellende de grens naar Argentinië maar over. Dat was een goede zet, want op zondag bleek de grenspost zowat verlaten. De Paraguayaan en Argentijnen mogen zo de grens over, dus toen ik aan kwam werd er fanatisch naar het juiste stempeltje gezocht. Die was verdwenen en bleek een half uur later in de auto van de opper-stempelaar te liggen. Binnen een uur was ik weer terug in Argentinië, dat eenvoudige grens passeren zal ik nog wel gaan missen. Geen woord over de bekeuring, er is nog hoop.

Moest heel hard lachen toen ik de krant in mijn mail-box kreeg en het verhaal las van de Nederlandse vrachtwagen chauffeur die in Zweden geloof ik een ongeluk veroorzaakt had omdat ie achter het stuur zat te masturberen. Haha, de Nederlandse glorie is afgezakt van de vliegende Hollander naar drukkende Hollander.

Reed in twee dagen (saai wederom) naar Salta. De temperatuur zakte weer van 30 naar 10, maar het is ieder geval droog. De weg werd nog saaier gemaakt omdat men links en rechts van de weg, 100 meter hadden platgebrand. Honderden kilometers lang. Links zwart, rechts zwart. Toch zonder in slaap te vallen in Salta geraakt. Hier in Salta blijf ik twee weken op de camping staan om dan naar Buenos Aires te rijden en de boot te pakken.

De brug van de trein boven de auto in de bergen…..
Bestede mijn tijd in Salta nuttig. Dit is de stad met de meeste onderdelen winkels die ik ooit gezien heb, en ik maakte daar gretig gebruik van. Fabriceerde zelf hulzen voor het ophang systeem van de zandplaten, liet een nieuwe hoes voor mijn reserve wiel maken en deed veel denk en probeerden om mijn auto nu eens echt muggen vrij te maken. Tezamen met een nieuwsgierig naai mijnheer werden er extra gaasjes voor mijn ramen ontwikkeld, ik bedacht een ophang systeem en na een keer of tien heen en weer naar het naai atelier, denk ik dat het zo ver is. Was ook nog een paar dagen ziek, dikke keel, stem kwijt en lamlendig gevoel. Ondanks al deze bezigheden begon na een week het zitvlees te jeuken. Ik moest nog het Pam&Ries rondje doen, anders kwam ik vast Nederland niet meer in. Op 9 oktober vertrok ik van Salta richting San Antonio de los Cobros. Dat ligt ij de bergen en de rit was maar voor een gedeelte geasfalteerd. Waarom, dat snap ik in Argentinië nooit. Prachtige weg, en dan ineens midden in de bergen houd het asfalt op. Of net andersom, klote weg en dan ineens midden in de bergen begint een glad asfaltje. Enfin, de weg steeg gestaag en al gauw reed ik in de zandkleurige en stoffige bergen. Droog, hier en daar cactussen en eigenlijk niet zo heel veel te zien.
De weg rijd langs een van de nog weinig werkende trein spoortjes van Argentinië. . Een smal spoortje dat tegenwoordig als toeristen trein dienst doet. Deze tren-de-las-nubes (trein van de wolken) reed maar eens in de week, gelukkig want ik ben dat (onbewaakte) spoor wel 20 keer over gestoken geloof ik.

Maandlandschap
Bij een controle post wilde het militairtje precies weten waar ik het land in was gekomen en waar ik naar toe wilde. Ik wist het echt niet meer. Ik wilde iets zeggen van ‘gaat je niks an’ maar hij leek me te serieus. Dus pakte de kaart er bij en zocht het op, maar dat duurde. Was ome pet niet blij mee, maar uiteindelijk, nadat ik al mijn (valse) papieren heb laten zien, mocht ik weer door.
Af en toe passeerde ik een gehucht van 3 huizen, vaak leeg en verlaten, soms stonden er wat groezelige kindjes langs de weg, met ronde Boliviaanse bolle toetjes, roze blosjes en snot-neuzen. Het leek Tibet wel.
In Antonio de los Cobros (wat op zich niks voorstelde) stopte ik even bij een toerist information, maar achteraf vroeg ik me af of het wel een echte was. Hij begon gelijk over geld te zeuren en toen ik een folder mee wilde nemen moest dat geld kosten. Heb het laten liggen en ben 30 km door gereden en in de bergen gaan slapen op 4000 meter.
Sliep niet al te best. Het was 3900 meter hoog, ik kwam van Salta die dag, gelegen op 1000 meter, dus was 3000 meter gestegen, en dat is meer dan goed is voor een mens. Er word een maximum van 1000 meter per dag aangeraden, maar dat is voor de watjes onder ons. Ik ben geen watje maar 3000 meter op een dag was toch wat te veel voor mij. Werd dan ook om 4 uur in de ochtend wakker met een knallende koppijn, droge bek en een kortademig gevoel. Kon de slaap niet meer vatten. Gevolg dat ik bij het piepen van de dag, de motor startte om naar de brug te rijde, en verder.
Die brug was geinig, imposant, zeker als je er pal onder staat. Maar niet meer dan dat. Het pad volgend reed ik verder noord, en de kaart gaf al aan dat het slecht was, maar, na 30 km zou het beter worden. Slecht was het inderdaad, maar das een kwestie van langzaam rijden. Soms stond er ijs op de weg, bevroren plassen, zo kous was het blijkbaar ’s nachts (niks van gemerkt). Met een vaartje van 10 km per uur hobbelde ik voort door het kale maanlandschap, door kloven, over rivierbeddingen, (gelukkig meestal droog), en vlak voordat de weg beter zou worden was er nog een klein pasje. Die was ik bijna over toen ik bij een weggezakt weggedeelte kwam.

De hoogte van het rondje Pam&Ries
De weg was al smal, nu er een deel weggezakt was was het nog enger. De afgrond was niet zo heel diep, 50 meter of zo, maar toch niet gezond als je daar naar beneden storten. Ik stapte uit om de boel te bestuderen en besloot dat het net zou moeten kunnen. Als er nog meer van de weg weg zou zakken was ik de lul. Ik had, zowel gisteren als vandaag, geen enkele andere auto of mens gezien, dus als ik ging, dan bleef ik liggen. Ik heb doodsangst gehad, en dat gebeurt niet vaak. Denk dat dit stukje toch wel in de top tien van engste stukjes ever staan. Gelukkig maar dat allemaal goed ging, maar achteraf vroeg ik me af of het wel lonend was om zulk een risico te nemen.

Het zal maar op je auto rollen
Boven op de heuvel verbrede de weg zich en was het een gravel pad dat er prachtig uitzag. Geen hobbels of wasbord, dus met een vaartje van 70 stoof ik over de hoogvlakte heen, op een hoogte van 4200 meter. Heerlijk. Passeerde de Kreeftskeerkring weer eens (en dat zou ik meerdere keren doen die dag) en in de hele 100 km gravel pad kwam ik geen een auto en één dorpje tegen. In dit gehucht, Sey geheten, van 30 lemen hutjes, stonden ontevreden gezichten me aan te staren. Men reageerde ook niet op een vrolijke zwaai mijnerzijds. Zouden het Chinezen zijn. Boliviaanse Chinezen. En dat is nou net waar ik niet tegen kan. Het dorpje had verder niks te bieden alhoewel het kerkje wel geinig was. Was ook het enige gebouw met verf er op.
Na die 100 km stof happen kwam ik op de verharde weg naar Pumamarca. Stopte nog even bij het (opgedroogde) zoutmeer, en vervolgde mijn weg naar Humahuaca.

Het zoutmeer met een zoutpilaar
Sorry Pam en Ries, kon het niet laten…
Hier hadden dus Pam&Ries, collega reizigers waar ik al heel lang contact mee heb (www.enkeltjebangkok.nl) vorig jaar hele mooie rode bergen gezien. Met de aanwijzingen van Richard, die het na een jaar nog uit zijn hoofd wist, reed ik het slechte pad omhoog de bergen in. Ze hadden er blijkbaar pas grote dikke kiezelstenen op gestrooid, wat het niet prettiger rijden maakte. Ondertussen begon mijn v-snaar te piepen en zag ik dat de temperatuur van de motor gevaarlijk opliep. Schakelde een tandje terug en zette de hete verwarming aan (en het was al 30 graden buiten), om zo wat hitte van de motor weg te nemen en zo kwam ik bij de schitterende ‘quebrada de Humahuaca’. Besloot er maar de nacht door te brengen, alhoewel ik al weer zag dat ik op 4200 meter zat.

Rode bergen. De rode kleuren op een foto zetten is niet te doen, in het echt dus 1000x mooier.
Sliep dus die nacht wederom erg slecht. Om twee uur werd ik wakker en kon de slaap niet meer vatten. Wederom hoofdpijn en dit keer ook erge pijn aan mijn rug. Na een glaasje warme choco en wat rug oefeningen lukte me het om om 4 uur toch nog even een uiltje te knappen. Het werd die nacht -4 graden, mijn verwarming doet het niet op die hoogte dus reed weer snel in de ochtend naar beneden.
Vervolgde mijn weg maar richting Salta, dit keer via de ruta 9. Deze weg, tussen Jujuy en Salta gaat dwars door een natuurgebied met wat meertjes en zo. Ik vermoed in de zomer erg mooi, nu was het nog allemaal dor en geel. De zeer smalle en bochtige weg bracht me weer terug in Salta, alwaar ik mijn ouwe stek maar weer op zocht.

Saai maar toch ook wel weer mooi…
Dit zal dan waarschijnlijk mijn laatste verslag uit Zuid Amerika zijn. 25 Oktober vertrek ik met boot richting Europa en zal zo’n 30 dagen lang incommunicado zijn.

Uiteraard blijf ik in de toekomst schrijven, en zullen mijn bevindingen over het volgende continent (welke dat ook zal gaan worden) weer uitvoerig beschrijven.