20100100 – Januari 2010, Tunesië

Het eind van 2009 en het begin van 2010 bevond ik me in Tunesië waar ik dacht even mijn paspoort te verlengen. De Ambassade van Nederland had het te druk met andere dingen blijkbaar en blonk uit in on-behulpzaamheid en onbegrip. Desondanks was mijn verblijf in Tunesië aangenaam. Verkende in drie weken tijd de toeristen gebieden waaronder de Sahara, het zuiden en het noorden. Had af en toe lekker warm weer, maakte contact met Tunesiërs en stenen gooiende jeugd.

Reed de stad Tunis in en met behulp van een taxi (koste 1 euro) vond ik de Nederlandse ambassade vrij snel. Helaas was die dicht, het was een Nationale feestdag. Gadver de pielekes. Nu ik er zo bij na dacht was het inderdaad vrij rustig en stil maar ik dacht dat dit vanwege het vroege uur was.. Wat nu. Tunis in gaan heeft ook geen nut als alles dicht is, dus besloot om de snelweg naar Sousse maar te pakken. Ik kende Sousse van een jaar of 8 geleden, toen was ik er ooit op een 10 daagse strand vakantie.

Route in Tunesië
Vond, na 200km snelweg, de plaats redelijk onveranderd terug. OK, er stonden een paar extra hotels en zo, maar er was voldoende plek op de boulevard om te parkeren en zette mijn auto aan het strand. Zocht ook een prima parkeer plek voor de nacht op, aan de haven met gratis wifi. Jammer dat het weer niet helemaal mee hielp. Er waaide een koude wind.

De volgende dag was het weer iets beter en liep wat op het strand en in de medina van Sousse. Leuk zo weer die Arabische markten, toch heel anders dan zuid Amerika en heel typisch. Het is hier in Sousse wel erg toeristisch maar dat mocht de pret niet drukken en ondanks de vele ‘ He friend, come my shop‘ was het aangenaam wandelen. De geuren van spijzen en kruiden, de thee en koffie cafeetjes, de vage slagertjes waar de kop of de vacht van het net geslachte dier buiten aan de muur hangt, om te tonen welk vlees er verkocht word, en veel zoef zoef habibi.

Oude kastelen in Tunesie

De zondag begon met regen en toen in de middag het nog steeds koud was (maar wel droog) besloot ik, na een bezoek aan de Carefour, toch maar terug naar Tunis te rijden. Kon dat hele paspoort gedoe maar aan de gang zetten, dan kon ik daarna rustig relaxen. Reed dus weer terug naar Tunis, wist nu precies waar ik mijn auto moest parkeren. Sliep rustig in de woonwijk. Om 8 uur zou de ambassade open zijn (zo stond op hun website), dus om 8 uur stond ik ook voor het hoge hek. Het was nog steeds koud, al helemaal zo vroeg in de morgen. Zag eigenlijk weinig beweging rond de ambassade dus las eens wat formuliertjes die buiten in een vitrine kast hingen. Daarop stond dat de afdeling consulaire zaken pas om 8:30 open ging, ik was dus een half uur te vroeg. Lekker zo die tegenstrijdige info. Met een koude kop en vingers wilde ik om half negen net op het belletje drukken toen achter het getraliede hek een mijnheer mij vroeg of hij me kon helpen. Ik vertelde dat ik mail contact had gehad, en kwam om mijn paspoort te verlengen. Ik stond niet op de afspraken lijst zegt die mijnheer. Dat klopt , zeg ik, ik ben pas in het land, wilde vrijdag al komen maar jullie waren dicht. De man, die overigens erg vriendelijk was, zegt dat ie het even gaat vragen. Hij laat me buiten staan en loopt naar binnen. 3 minuten later komt ie terug met de vraag of hij mijn paspoort mag zien. Natuurlijk, ik geef hem mijn paspoort door het tralie hekje en hij verdwijnt vervolgens weer om dit keer 15 minuten lang weg te blijven. In plaats van dat de man terug komt, gaat ineens mijn telefoon. Ik had, in mijn mail aan de ambassade mijn telefoon nummer gegeven voor noodgevallen en blijkbaar vond mevrouw Agnes Fonteyne dit een noodgeval. Ze zat 10 meter verderop achter glas, maar belde liever, via Nederland terug naar Tunesië. Lekker duur, daar ging mijn bel tegoed dat ik voor noodgevallen heb.

Op een geaffecteerde toon vertelde deze mevr. Fonteyne me dat ik nog wel 19 lege bladzijdes in mijn paspoort had. Blijkbaar vermoede ze dat ik dat, of niet gezien had, of dat ik, het gewone volk, niet kon tellen. Zo kwam ze echt over, vanuit de hoogte en had het gevoel dat ze daar binnen op haar troon zat. Ik vertelde haar, ondanks dat ik dit in een mail ook al gedaan had, dat ik naar Zuid Afrika onderweg ben (dat zijn mijn inziens 19 landen alleen al op de heenweg) en ik wil graag met een vers paspoort beginnen. Mevr Fonteyne vond dat blijkbaar maar raar, en op een koude afstandelijke toon werd me vermeld dat ik dan maar een afspraak moest maken om de verlenging in gang te zetten, maar dat ze pas een gaatje had over 7 dagen. WAT!!. Ik moet 7 dagen wachten om een formuliertje in te vullen? Nee, zegt ze, zo moet ik dat niet zien. Hoe ik het wel moest zijn werd me niet duidelijk. Ik stond nog steeds buiten in de kou, mijn eigen bel tegoed op te maken. Ik heb geprobeerd om vriendelijk en beleefd haar over te halen dit allemaal wat eerder te doen. Kom op jongens, ik weet dat er ambtenaren zijn die vinden dat ze een hoge werkdruk hebben, zeker na de zojuist genoten drie vrije dagen, maar dit slaat nergens op. Op audiëntie bij de paus gaat sneller. Begon langzamerhand de kou niet meer te voelen omdat er stoom uit mijn hoofd kwam. Was ik speciaal naar Tunesië gekomen omdat ik vermoede dat de Ambassade in Marokko wel eens een puinhoop zou kunnen zijn, was de puinhoop dus hier. Dat, gecombineerd met de manier waarop dit allemaal gebeurde deed bij mij ineens duidelijk worden waarom er zo weinig Tunesiërs in Nederland wonen. Ik zou ook niet naar een land willen waar je, bij de ambassade van dat land, zo behandeld word. Heb ooit een Amerikaanse groene kaart gewonnen en die daarna geweigerd omdat ik op de Amerikaanse ambassade in Amsterdam als vullis werd behandelt. In een land wat zo met mensen om gaat wil ik niet wonen, al smeekten ze me. En de Nederlandse ambassade flikt dat nu ook.

Boos, teleurgesteld en enigszins aangeslagen liep ik terug naar mijn auto. Na het maken en drinken van een bakje koffie besloot ik het hele paspoort ellende maar even te laten voor wat het was, en indien mogelijk, maar te gaan genieten van Tunesië. De boot terug was op 12 januari, dus ik had dik 3 weken de tijd. Reed naar een camping in Hammam-Lif, een plaats 30 km ten oosten van Tunis. Helemaal alleen was ik daar op deze best mooie camping, kon mijn zonden eens goed overdenken.

In toeristen gebieden mooi onderhouden
Het hele ambassade verhaal borrelde in mijn hoofd. Ik ben bij een een aantal ambassades van Nederland geweest (of er contact mee gehad) en heb altijd slechte tot zeer slechte ervaring met deze mensen. Afstandelijk en onvriendelijk, onpersoonlijk, koud, ambtelijk en soms bot. Op een uitzondering na, en dat is het Nederlandse Consulaat Generaal in Kathmandu. Wat is dat met die ambassades dat ze zo handelen?

De twee hoofd functies van een ambassade lijken me om
1-Nederland te vertegenwoordigen en promoten in het land van vestiging en
2-Het helpen van Nederlanders in dat betreffende buitenland.

Van beide functies heb ik eigenlijk nog nooit wat gemerkt. Kan me de Nederlandse ambassade in Ankara nog wel herinneren toen ik een ‘ letter of recommendation’ moest hebben voor mijn Pakistani visa. Ook zo’n flessentrekkerij trouwens. 30 euro of zo, voor een standaard brief die zo uit de tekstverwerker rolde. Maar allemaal op zo’n manier en met zo’n bek, dat je denkt, mens, ga een andere baan zoeken.

Vandaar dat ik besloten eens een onderzoekje te gaan doen naar het functioneren van de Nederlandse ambassades in het buitenland. Niet zozeer cijfertjes en feiten, maar gewoon, hoe open zijn ze tegenover een persoon uit ‘ eigese’ land als die bij hun met een vraag of verzoek komt. Hoe gaan ze om met onverwachte dingen, hoe flexibel zijn ze. En, erg belangrijk, hoe komen ze over op mij, en dus ook de bij de gemiddelde buitenlander, die dus denkt dat heel Nederland zo is. Hoe zetten ze Nederland neer. Net zoals in Tunis…een kouwe, meedogenloze onvriendelijke machine met gouden regels die niet gebroken dienen te worden? Of een vriendelijk uitstralende organisatie die blij is iemand te helpen zoal in Kathmandu? Hoe snel reageren ze? Reageren ze op e-mail?. Geven ze de info waar je om vraagt? Het resultaat zal ik zeker publiceren, wie weet is er wel een krant of weekblad in geïnteresseerd.

Ambassades kosten ons belasting betaler veel geld, en ik heb het idee te veel, zeker voor wat we (ieder geval ik) er voor terug krijgen. Laten we eens kijken of we waar voor ons geld krijgen. Zo niet, moet daar wat veranderen lijkt me. Ervaringen van jou hoor ik ook graag trouwens. Word vervolgt.

De volgende dag karde ik maar rondom de zo geheten Cap-Bonne, dat is de punt van Tunesië zo daar rechts boven. Had verwacht stukken langs de zee te komen maar die zag ik in het geheel niet. Het landschap was mooi maar niet spectaculair. Golvende heuvels met veel olijven bomen en wat andere gewassen. In tegenstelling tot Europa mooi groen. Maakte een tussenstop bij de ruïnes van Kerkouane. Resten van beschaving van ver voordat men ooit een godsdienst had uitgevonden, oh wat een heerlijke tijd moet dat zijn geweest. Ambassades hadden ze toen ook vast nog niet.

Kalibia had een erg mooi fort boven op een berg. Oud Spaans fort geloof ik, helaas was het door het leger bezet dus kon niet naar boven om het te bekijken.
Eindigde in Nergla. Was hier al eerder langs gereden en had gezien dat er hier zowaar parkeerplekken aan het strand waren. Jammer dat het dan gelijk weer zo’n zooitje is. Afval, plastic zakken, puin, het wordt er allemaal gedumpt. Vond toch nog een redelijk schoon stukje en maakte me op voor een rustige nacht. Dat werd het ook, nadat twee agentjes op een mobilet kwamen kijken wat ik daar deed. De politie is nooit ver hier in Tunesië.

Zielig alleen op een strandje
In de ochtend was het schitterend weer. Geen wind en om 10 uur was het al 24 graden. Vermaakte me met wat in de zon luieren en wat kleine dingekies doen. In de middag reed ik terug naar Sousse want de vliegen begonnen irritant te worden, dat krijg je met zoveel afval. Op een rotonde stond een politie auto te controleren. Ik was er net voorbij toen ik achter me een dreun hoorde en vervolgens mijn auto voelde trillen. Ow shit, had er iemand tegen me aan gereden? Ik stopte en stapte uit. Duurde even voor ik in de gaten had wat er gebeurt was.
Er was een auto in volle vaart achter tegen de politie auto gereden, die vervolgens vooruit was gesprongen en mij had geramd. Het was eigenlijk wel een beetje komisch, en zo in eerste instantie zag ik alleen wat witte verf strepen van de politie bumper op mijn zandplaten, niks om me zorgen over te maken dus. Geluk dat ie me daar geraakt had, op elke andere plek zou er flink wat meer schade zijn. Na wat heen en weer praten mocht ik verder rijden en zette mijn bolide aan het strand van Sousse. Toen ik nog eens keek bleek echter de schade toch groter dan ik dacht. De klap had de ophang banden van mijn diesel tank verschoven, en dat had weer geresulteerd in het naar beneden klappen van mijn accu bak, die aan die banden hangt. De twee accu’s hingen nu scheef net boven de grond, en ik had super geluk dat die niet doorgeschoten waren en op de grond waren gekomen, dan was de ellende veel groter geweest. In plaats van in het heerlijke zonnetje aan het strand te zitten, moest ik dus gaan sleutelen.
Midden op de boulevard haalde ik de zandplaten eraf, mijn accu’s er onder uit en stond ik een garage na te doen. De vele toeristen die langs kwamen drentelen keken hun ogen uit. Na veel buig, hamer en vloek werk zat alles weer redelijk recht, alhoewel ik de zandplaten er nog niet op kon krijgen, daarvoor moest ik alles dus nog eens eraf halen, maar dat zou ik later wel doen.

Spendeerde de volgende ochtend samen met Ritwan, die ook in Sousse was. Hij was daar geboren en deel van zijn familie woonde er nog. Hij had ook familie in Duitsland en Frankrijk, een internationale familie. Kon goed met hem praten over van alles en nog wat, en het was prettig eens met iemand over dingen zoals Islam te praten, zonder dat daar gelijk emoties mee spelen.
Zo leerde ik dat je pas een echte moslim bent als je je aan 5 zaken houd:
Je gelooft in Allah
Je bid elke dag
Je houd je aan de Ramadan
Als je kan, ga je naar Mecca
Geef een klein percentage van je geld aan armen.

In de middag reed ik naar het rustige strandplekje om daar nog eens goed de schade te repareren. Viel gelukkig allemaal mee en was sneller gedaan dan verwacht. Zo pendelde ik dan in de ochtend weer naar Sousse, liet mijn klote kwaliteit zuid Amerikaans muggengaas deels vervangen door stevig Nederlands.

Tweede hands kleding markt
Dat is ook zo wat raars. In landen waar veel muggen zitten, kan je geen goed muggengaas kopen. Had in India en Nepal dat probleem ook al, in Zuid Amerika dus idem-dito. Er is wel muggengaas te koop, maar van zulks belabberde kwaliteit dat er al een gat in zit als je er naar kijkt. (Nee Gon, ik heb het niet over sigaretten er tegen houden).
Tweede kerstdag vond ik het wel weer tijd om te gaan rijden (van Kerst zelf niks gemerkt). Volgens weeronline.nl zou het nog twee dagen duren voor de zon op volle sterkte door zou komen, dus besloot het zuiden van Tunesië een bezoek te gaan brengen. Reed via Monastir, wat er uitgestorven uitzag, richting het zuiden. Kan niet helemaal de kustweg volgen omdat die deel was afgesloten. Ik had op het internet een GPS kaart van Tunesië gevonden en daar stonden wat campings op. Omdat mijn watertank half leeg was werd het tijd een camping op te zoeken. De weg naar een van de weinige campings was op zijn zachts gezegd avontuurlijk. Via kleine en smalle weggetjes door agrarische dorpjes kwam ik uiteindelijk bij een kustweg die apart te noemen is. Het strand was gewoon plat en hard gereden. Door de jaren heen was door het verkeer er een soort weg gereden, en ik reed ongeveer 1 meter van de waterlijn af. De camping vond ik, maar die was gesloten. Men was aan het verbouwen. De zeer vriendelijk eigenaar bood wel aan dat ik op zijn terrein mocht staan. Ik zag ze echter al timmeren in de avond of in de vroege ochtend dus reed een halve kilometer verder en zette mijn auto met de wielen zowat in de middellandse zee voor de nacht.

Zucht
Hier op het platte land hebben de mensen geen auto. Hooguit een brommer of scooter. Vrijwel elk huis heeft een stuk akker, een paar koeien, een waterput en een ommuurd huisje. Doet me wel iets aan India denken.

Door naar Sfax. Dit is een van de weinige steden waar geen toeristen zijn in Tunesië. Het was ook zondag dus het verkeer viel mee en ik besloot naar het centrum te rijden om een van de weinige nog originele Medina’s te bezoeken. Ommuurd door de nog complete stadsmuur met kantelen was dit zeker de moeite waard. Er zijn drukke straten met winkeltjes maar je kan ook in de achteraf straatjes en steegjes wandelen. In tegenstelling tot in de toeristen steden, ben ik niet èèn keer aangesproken of lastig gevallen. Het slenteren door de woon straatjes van deze Medina is toch wel apart. Boven wonen vaak gezinnen, onder zijn kleine werkplaatsjes.

Stille steegjes en doorkijkjes
Het is er redelijk rustig, er is natuurlijk geen verkeer. Wat je hoort zijn ratelende naaimachine geluiden, komend van diep in de hoge huizen. In veel ateliertjes word leer geknipt voor schoenen. Ook hoor je het kloppen van de vele schoenmakers. De schoenen worden geheel handmatig gemaakt, alleen de zolen leken me uit China te komen.
Een man zit aardappels te schillen op straat. Om de hoek klinkt het geluid van voetballende jeugd. De straat die ik in liep loopt dood, ik moet op mijn schreden terug keren. Het geluid van een kermende oude vrouw komt van alle kanten en galmt door de straatjes maar ik krijg haar niet te zien.
Ik hoorde boven in een huis een moeder tegen een jongetje schreeuwen. Ik hoorde het jongetje terug schreeuwen, blijkbaar brutaal, want 3 seconde later hoorde je PATS en begon het jochie te jammeren. De (goede) ouderwetse opvoeding hoort bij het leven op deze ouderwetse medina.
In de medina kan je met een brommer wel komen, vandaar dat veel bewoners dit vervoer middel hebben. In de drukke straatjes hoor je een brommer van verre aankomen en de menigte gaat vanzelf op zij. Hoe meer herrie de brommer maakt, hoe sneller de mensen op zij gingen. Ik had gniffelend medelij met die oude man die op zijn nieuwe Chinese elektrische scooter problemen had om door de menigte te komen. Misschien met hij eens een goede tuter aanschaffen.
Ik scoorde een halve kilo zwart uitziende Arabische koffie voor 2 dinar, net een Euro. Heerlijk hier in Tunesië, koffie is goedkoop en smakelijk. Ook weer zo’n product waarmee je in Europa flink genaaid worden. Waarom kost een kilo dure melange hier 2 euro en in Europa het dubbele?
Verder door naar het zuiden, richting Libië . Zag onder het rijden de eerste flamingo’s en de eerste dromedarissen. Leuk !!
Bleef zuidelijk rijden over de hoofdweg. De wegen zijn van bedenkelijke kwaliteit in Tunesië. Niet slecht, maar het scheelt niet veel. De wegen zijn erg oneffen en er is veel spoorvorming. Veel wegen zijn bijna stuk, dat wil zeggen, een regenbui en er komen gaten in. Ik denk dat ze wel eens een inhaalslag teren mogen beginnen, anders verslechterd hun infra structuur te veel.
Richting bordjes zijn er wel veel, alhoewel ik nu al een paar keer op een cruciale kruising geen bordjes vond, of alleen in het Arabisch.
In Gabes zou weer een camping zijn, dus ik denk, ik probeer het nog eens. Was blij dat het nog zondag was, want anders zou het me uren gekost hebben. Nu reed ik vrij snel de lelijke en vieze stad in. De camping bleek een parkeer terreintje bij een sportveld te zijn, precies onder de luidsprekers van een moskee. Nee dank je, dat Allah Akbar was mij te luid en te vroeg, dus reed ik weer door zuidwaarts.

Uithangborden kunnen winkeltjes hier niet altijd betalen (en daarbij is het ook lelijk). In Tunesië zetten ze daarom een krat op straat met daarop de producten die ze verkopen (of een indicatie). Een paar kratjes met daarin een bezem, een gasfles of gewoon paar lege cola kratjes zijn teken dat er een winkel is.
Omdat ik toch zo ver zuid was besloot ik het (schier) eiland Djerba eens te bekijken. Dit is de drukste toeristische streek van Tunesië. Reed tot vlak voor de ferry naar dit eiland en parkeerde voor de nacht boven op een klif. Aan de overkant zag ik Djerba.

Ook deze plek was qua locatie erg mooi, en ook hier lag het , net als alle andere plekken die ik gezien heb, vol met afval. Vooral plastic zakjes zijn een crime, die liggen overal. Maar ook zie je hier veel kapot glas en lege bierblikjes rondzwerven (en dat in een moslim land…geeft je te denken) , het is doodzonde want een mooie landschap bederf je er helemaal door. Ik snap dat de lokalen daar geen boodschap aan hebben, maar de regering zou er toch eens wat aan moeten doen. Met een verbod op plastic zakjes en een statiegeld op blikjes en flessen, zou dit land er heel anders uit zien denk ik.
Djerba was redelijk rustig. Ik had een massa aan toeristen verwacht maar dat viel reuze mee. Alle hotels liggen ten oosten van de grote stad (Houmt Souk) hier op dit eiland , elk hebben ze een grote lap grond met alle faciliteiten. Veel toeristen komen nooit buiten het hotel. Reed over een zeer mooi kustweg rond het eiland en zette mijn auto naast het fort van Borj el Khin. Had gelijk een open wifi verbinding te pakken en update eerst even mijn website. Daarna liep ik de stad in. Het was markt, en dat is altijd gezellig. De binnenstad had eigenlijk wel een heel hoog Torremolinos gehalte. Of eigenlijk was het gewoon Torremolinos van 30 jaar geleden. Hier dus veel toeristen en veel terrasjes. Ik denk in de zomer best gezellig.

Laat in de middag liet ik de stad voor wat ie was en reed verder rond het eiland. Dat was eigenlijk verder niet zo spanend. Het leek wel pampa. Maar dan Pampa met af en toe een palmboom. Er waren twee campings maar de eerste was niks, en op de tweede stonden, op de enige 4 plekken, vier Fransen campers. Mwaaah, daar had ik niet zo’n zin om tussen te gaan staan. Na wat twijfelen reed ik maar door. Moest eigenlijk langzaam wel water tanken, maar kon ook nog wel een of twee dagen wachten.
Verder was het eiland eigenlijk niet veel bijzonders. Reed richting Sahara en parkeerde voor de nacht ergens aan de middellandse zee.
De Sahara zelf was nog wel even rijden. Passeerde rakelings langs Tripoli ( 200 km ), de hoofdstad van Libië. In Ben Guerdane kwam ik weer eens een grote markt tegen. Deze was gehuisvest in een soort stadium. Het was nog vroeg, dus kon makkelijk mijn auto kwijt om eens te gaan neuzen. Wat een zooi wordt er verkocht. Vooral veel kleding. Wilde eventueel een nieuw training jasje kopen, zo voor in de ochtend. Niet dat ik trainen ga, maar het is wel lekker warm. Vond er een (met broek) voor 7,50 euro, made in China. Ach, als het maar warm zat, en dat deed het. Het was een soort fleece, als er een vonk op komt doet het waarschijnlijk WWOEPS en wordt ik lekker crispy, maar dat mag de pret niet drukken.

Weer eens wat anders dan koeien op de weg
Verder inlands werd het wat spannender. De borden werden spaarzamer, er kwamen bergen en de weggetjes werden smaller. Ik had een heel oude kaart en ik had geen idee of de wegen er nog op klopte. Via allerlei kleine weggetjes kwam ik wel in de buurt van waar ik wilde wezen. Reed minimaal 30 keer fout, maar het mooie van een GPS is dat je, ondanks dat je geen goede kaart hebt, toch ziet dat je de foute kant op rijd. Ach, ben je daar ook eens geweest denk ik dan maar altijd. En keren is meestal zo gedaan. Maar soms kom je via een andere weg ook. Wilde eigenlijk naar de oase Ksar Ghilane. Hoorde van meerdere mensen dat dat erg mooi moet zijn, dus wie ben ik om er dan niet naar toe te gaan.

Het waaide vandaag nogal. Met een heiige horizon was de lucht zwanger van het zand. temperatuur was wel lekker, rond de 25 graden en het zonnetje scheen uitbundig. Ik wilde eigenlijk al een paar dagen op een camping gaan staan, vooral om water te nemen, maar kon geen lekker plekje vinden. Midden in het droge gebied zag ik echter ineens een kraan langs de kant van de weg. Er stond een jochie bij, van een jaar of 12. Ik denk, ik vraag gewoon of ik water kan tappen. Toen ik gestopt was bleek het een publieke kraan, maar het jochie was zo geschrokken dat ie het hazenpad had genomen. Ik dacht, ik ga eerste even lunchen, en onder het eten hang ik dan wel de slang in de tank. Had net me soepie klaar staan toen Pa met jochie aan kwam. Hij keek heel boos en had een groot mes in zijn hand. Gelukkig was het niet voor mij en zijn boze blik was denk ik voor zijn zoontje bedoeld. Mijn zoon was erg geschrokken van je zegt ie, hij stond op brood te wachten. En inderdaad, lag er , op een muurtje vlakbij waar ik stond, een zak met 10 stokbroden. Haha, het kwam wel grappig over, ik wist niet dat ik er zo angstaanjagend uit zag. Ik vroeg de man of ik water mocht tappen. Geen probleem zegt ie, het is goed drinkwater. Gaf de man een thermosfles die ik weg wilde gooien en blij liep Pa met zoon (die me nog wel een hand durfde geven, staande achter pa zijn rug) terug naar huis om denk ik te gaan lunchen. Vast stokbrood.
Met weer een volle watertank haalde ik die dag de oase niet en sliep midden in het niks. Heerlijk rustig, geen verkeer, geen Allah Akbar om 6 uur in de ochtend.
De volgende dag bleek de oase Ksar Ghilane duidelijk de zandbak voor de rijken. Het lag dan ook wel mooi, aan de rand van de zandduinen. Het was ook echt een oase, er kwam water uit de grond borrelen en er stonden een flinke hectare met groene bomen. Tot zo ver was er nog niks aan de hand. Echter is het winter en vakantie in Europa, gevolg dat het er vol met toeristen zat. Heel veel er van waren met eigen vervoer hier gekomen, en 80% er van met motor. En die wilde allemaal door het zand gaan crossen. Ook hier heb ik alle begrip voor. Toen ik echter bij het eerste ‘ campement’ kwam (dat is een kruising tussen een camping en een hotel) was het er zo afgeladen vol dat ik er niet eens met de auto in kwam. Het tweede ‘ campement’ had een grote generator draaien vlakbij het parkeer gedeelte, dus daar zag ik ook van af. Het derde campement heb ik nooit kunnen vinden, maar dat kan vast aan mij liggen. Je moest door een flink partij zand heen, en ik ben geen zandheld. Moet dan sowieso eerst de banden driekwart leeg laten lopen, allemaal gedoe. Waarom zou ik eigenlijk in een campement gaan staan. Parkeerde mijn auto dus ergens bij wat lokale hutjes en had al snel wat lokalen rond me hangen, wat ik veel leuker vind dan met een berg toeristen optrekken. En ik stond ook midden in het zand.

Oude pakhuizen, door star wars gebruikt in een van hun films volgens mij
Mohammed verkocht benzine (voor woekerprijzen) in de oase, en nodigde me uit. Zo zat ik ‘s avonds aan een vuurtje woestijn brood te eten onder de sterrenhemel (en de ijskou). Woestijnbrood? Dat zal ik je vertellen want ik zat er bij en keek er na. Pak een kilo meel, doe er een flinke scheut zout doorheen, meng het geheel met water tot een lekker deegje.
Ondertussen heb je het vuurtje al een poosje aan en is in het zand een flink hoopje hout aan het gloeien. Maak van je deegje een dikke ronde koek, schuif de kooltjes opzij zodat er alleen maar as en zand ligt, leg daar je deeg in, schuif de kooltjes er over heen en wacht een half uurtje. De korst moet hard zijn en het brood gaar (klop er op, het hoort hol te klinken, desnoods draai je het eens om). Blaas en klop je as en zand van je brood, en je hebt een heerlijk woestijn broodje. Overigens werd het zo ook in Tibet gedaan, en vast ook wel in andere delen van de wereld, alleen heet het dan geen woestijn brood.

Mohammed woonde in het schamelen hutje met zin twee broers. Zijn ouders woonde 200km verderop. Normaal woont hij daar ook maar het is nu druk en er valt geld te verdienen. Zijn oom kwam helpen het brood te maken, zijn broer runde de dromedaris-voor-toeristen business en het allerkleinste broertje liep de hele dag zich te vervelen en klieren.

Ik zou en moest die avond met mijn auto naast het hutje slapen. Had er eigenlijk niet zo zin in maar ze hadden geen geiten/kippen/honden of luide moskeeën dus stemde toch maar toe. De mensen woonde eenvoudig, hutje met twee kamers en een keuken. In een kamer stond de benzine voor de verkoop, in de ander lagen de matrassen op de grond, die dienst deden als bed, stoel, zitplaats en hangplek. Geen tafels, stoelen of tierelantijnen. Gewoon cel-blokken muren, niks er aan, er was ook geen elektra in de oase dus lampen waren ook niet interessant.
De volgende ochtend besloot ik toch de oase maar te verlaten, helemaal nadat er een stoet van 19 Italiaanse campers binnen kwam rijden, al heel snel gevolgd door een stoet van 25 motoren uit diverse landen. Het begon echt over bevolkt te raken hier. Bij het bekendmaken van mijn vertrek werd me verzocht of ik Mohammeds twee broers mee wilde nemen naar Douz, een stad op 150 km afstand. Ik moest er dan 50 km voor omrijden, maar ach, ook geen straf. Ik stemde toe, en zei dat ik over een half uurtje weg zou rijden. (het was 8 uur). Nee zegt Mohammed, ga pas over een uur, dan kan ik de dromedarissen nog even weg brengen. Ok, geen probleem, dus om negen uur stond ik al in de start blokken toen ineens een ‘Oom’ langs kwam (iedereen is hier broer of ‘uncle’ van elkaar). Nee zegt ie, je kan nog niet weg, want….. en er kwam een of ander vaag verhaal. Wacht nog een half uur aub. Beetje gepikeerd gaf ik toe, maar, ik zou echt om half 10 weg rijden hoor. Jaja, geen probleem, dus bestede mijn tijd aan het uitvegen van zand uit de auto (zinloos maar goed). Om half tien, geen hond te zien. Dus startte ik de motor en begon langzaam weg te rijden toen er uit de verte iemand wild zwaaide. Ja hoor, daar kwam iemand aan, met een ezel met kar. Tsokke tsjokke, lekker langzaam, achterop een paar jerrycans met water, net gehaald in de oase. Enfin, het duurde tot half 11 voor ik eindelijk weg reed, allemaal niet zo erg, maar ik vind het nooit zo leuk vind hoe men met je ‘ bespeelt’ en hoe men je manipuleert.

De rit naar Douz was niet echt spannend, maar daar aangekomen maande het broertje me te stoppen bij een of andere grote markt. Ja, ik moet wat boodschappen voor de familie mee nemen. Wat dan, vroeg ik. Ja, stammelde hij, wat fruit en zo. Dus ik mee die markt op. Het was een soort feest markt en er stond niet een kraampje met groente of fruit, het waren allemaal kleding, zoetwaren en vreet tentjes. Leek meer op een halve kermis dan een markt. Broer kocht wat zoetwaren voor de familie (ik zag hem stil hopen dat ik zou betalen), en hierna door naar zijn ouderlijk huis. Op de markt was ie nog twee vrienden tegen gekomen, die moesten ook allemaal mee rijden, dus zat nu met z’n 5’ en in de voor cabine. Het was gelukkig maar 10 km. Bij zijn huis aangekomen waren alleen de vrouwen thuis. Die waren blij de iedereen weer te zien. Ik werd in de sjieke kamer gezet. Stel je er niks van voor. Hier in Tunesië gaat het als volgt. Er wordt een stuk grond gekocht, als eerste wordt er een muur omheen gebouwd. Dan gaat de familie er een simpel huisje bouwen in een van de hoeken. Gewoon 4 muren en een plat dak. Geen kamers, geen toilet. De toilet word in een andere hoek van het stuk grond gebouwd, klein hokje, zonder deur (maar de rem&gas pedaal toilet wel uit zicht). E worden wat matrassen o de grond gegooid, een TV in een hoek gezet en het huis is klaar. Dan komt opa/oma er ook wonen, dus wordt er in een ander hoek van het ommuurde stuk grond weer een stenen hutje neergezet. Dan gaat een van de kids trouwen, er komt weer een huisje bij, en dat gaat zo door tot de binnenplaats vrijwel niet meer bestaat. In dit geval lag er waterleiding (gewoon een dikke plastic slang), maar de familie kon het water niet betalen en haalde water met jerrycans bij een bron elke dag.
Na een tiental minuten kwam er een grote schaal couscous op tafel, met drie lepels er in. Iedereen at van zijn kant van de schaal. Couscous is wel lekker hoor, maar ik hoef het niet elke dag te hebben.
Hierna had ik mijn plicht voldaan, en werd het tijd om weer te vertrekken, reed weer richting kust uit en spendeerde een zeer rustige oud&nieuw in het midden van de woestijn.

Moskee in Tatouin
De volgende dagen reed ik weer langzaam terug naar het noorden. Terug in Sousse maakte ik nog wel wat vervelends mee. Parkeerde mijn auto op een veldje in een woonwijk van Sousse voor de avond. Ik stond nog geen 5 minuten of er kwam een troepje kids aan, van een jaar of 8 a 10. Na het gebruikelijke hallo en ‘ sa vas’ , begonnen ze een beetje brutaal te worden. Niet dat ik begreep wat ze zeiden, maar de toon waarop was niet echt vriendelijk. Uiteindelijk begreep ik dat ik op hun voetbal veldje stond en ze er niet blij mee waren. Ze maakte geen aanstalten om te voetballen en kreeg ook niet het idee dat ze dat wilde, maar uit beleefdheid zei ik dat ik mijn auto wel zou gaan verzetten. Ik stapte in om dat te doen, en zag 4 kloot jochies achterop mijn achterbumper springen om mee te liften. Daar had ik geen behoefte aan, zeker niet toen ik er een aan de touwen van de fiets zag sjorren (lang leve de camera achterop), dus stopte om ze er af te halen. Ik kreeg gelijk een grote bek voor me kiezen maar ze gingen er vanaf, om, toen ik me rug draaide er gelijk weer op te springen. Ik werd wat boos en liet dat ook blijken, waarna er een jongen een steen pakte en die tegen me auto gooide. Dat moet je niet doen, me auto is me huis, dus ik liep op het snotjong af om hem een draai om z’n oren te geven, waarop een aantal andere jochies ook stenen begonnen te pakken en begonnen te gooien. Toen hield ik me niet meer in en pakte ook een hand stenen (fijn zo’n afval veldje), de jochies peerde hem snel. Die haal je natuurlijk nooit meer in, maar besloot maar wel ergens anders te gaan slapen. Bij controle van de auto was er alleen wat lak schade, maar voor hetzelfde geld hadden ze een ruit kapot kunnen gooien.
Besloot dan ook als er ooit zoets weer zou gebeuren, ik eerst een foto van de monsters zou maken voor ik ze weg zou jagen of voor het escaleert, zodat ik later weet wie ik een schop moet verkopen of bij de politie aan moet geven. Nu waren het gewoon een paar jochies die ik tussen 10 andere jochies er waarschijnlijk niet eens uit haal.

Overigens is dit gedrag wat ik vaker in Tunesië zou tegen komen en erg irritant is. Maar ook gedrag waar ik waarschijnlijk mee om moet leren te gaan omdat het in de rest van Afrika nog ernstigere vormen aan neemt. Heb hier in Tunesië onderweg een keer of drie meegemaakt, dat ik ergens parkeerde om wat thee te drinken of te eten. Dan kwam er eerst een jongen aangelopen, keep verlegen naar binnen. Komt dan 3 minuten later terug met vriendjes en is dan gelijk niet meer verlegen. Dat groepsgedrag begint eigenlijk gelijk al met ‘ Geef me een Dinar’. Als ik dan wijs naar waar de bank is, wordt het ‘ Geef me je fiets, geef me kleding of geef me een pak sigaretten (let wel op, niet een sigaret, maar een pak sigaretten). Als ik de boel blijf negeren, blijven ze door zeuren, en worden ze steeds brutaler. We hebben het hier over 8 of 12 jarige ventjes. Een keer kwamen er ineens drie grote jongens aan lopen die het kleine grut weg stuurde (met een paar stenen), om vervolgens zelf te gaan zeuren. Geef me bier, geef me whisky, geef me geld. Niet eens de moeite doen om te vragen waar je vandaan komt, gelijk….GEEF. En dit gebeurde ook in absoluut niet toeristische gebieden. Jammer, want het haalt de hele ervaring van het land een stuk naar beneden. Gelukkig zijn er maar weinig negative ervaringen en is verder vrij beschaafd, aardig en terughoudend geweest. Dus ik ga er maar van uit dat dit een jeugd probleem is. Weet nu ieder geval wel hoe zo’n Israëlische militair in Ramala zich voelt als 40 van die kutjochies stenen op je mooie tank gooien :-).

Tunesië is verder op zich een leuk land om in te verblijven. Het is niet duur, het is niet al te groot. Er zijn mooie kusten en er de mooie Sahara. Verder is er veel ruimte en kan je op veel plaatsen wild kamperen. Er zijn redelijk veel toeristen (en het is nu winter). De invlieg toeristen die allen in een groot hotel zitten komen voornamelijk uit Duitsland, Engeland, Nederland en de Scandinavische landen. De campers die er rond rijden zijn vooral uit Italië en Frankrijk, wat logisch is. Beide landen hebben een directe boot verbinding. Voor de Italianen is het vrij goedkoop over te steken (het is immers niet zo ver), en de Frans voelt zich hier wel thuis omdat het merendeel van de bevolking wel wat Frans poekelt en ze hier stokbrood verkopen.

Tunesië is natuurlijk wel een moslim land, maar wel een die de regels niet zo heel streng na leeft. Er wordt heel wat af gezopen, er wordt flink gelogen en bedrogen. Zeker in de toeristische gebieden. Het land leeft van toeristen. Bij de Carefour kan je zelfs varkensvlees kopen. Dat is echt de eerste keer dat ik dat in een moslim land gezien heb.
Dat brengt ook weer mindere dingen met zich mee. Wat ik gedacht had alleen in India en Zuid Amerika mee te maken gebeurde me hier ook. Ik stond voor de nacht op het strand van Nergla. Twee tot drie kilometer kust, verlaten, ruimte, stilte. Net na het donker worden komt er een auto aan, en parkeert 10 meter van die van mij. Enfin, je voelt hem aankomen. Radio hard aan, deuren open, bier erbij. Na een uur begint men hard en vals met de muziek mee te lallen…tijd voor mij om een paar honderd meter verder op te gaan staan. Ik heb nooit begrepen wat die mensen bezielt. Met al die ruimte, waarom zoeken ze mij steeds op. In al drie continenten nu dus. Zou ik lekker ruiken? Gebruiken ze mijn auto als wind-scherm? Ik zelf denk gewoon dat ik er erg aantrekkelijk uit zie, dat is het gewoon, dus laten we het daar maar op houden.
Tunesië is goedkoop in verhouding et Europa, en voor mij helemaal. Mijn grootste kosten post is diesel, dat kost hier 910 milimes, oftewel 48 cent per liter of zo. Maar ook groente en fruit, op de markt, is goedkoop. Paar voorbeelden. Bloemkooltje van ene kilotje, 25 cent, kilo verse erwten, 50 cent, kilo wortelen, 40 cent. Biertje (in de winkel) kost 50 cent, op zich niet goedkoop maar wel voor een moslim land waar alcohol normaal gesproken best duur is. De volgende paar dagen hing ik wat rond in en rond Sousse, zat wat aan het strand, de boulevard en zo, deed het gewoon rustig aan. Kocht een setje ratel sleutels, een stuk nood glas (van dat plexiglas), liep wat met de Mac te spelen, enfin, een heleboel niks. In de avond reed ik weer naar Hergla en sliep daar dan heerlijk rustig op het strand (op die ene keer na dan).

Had gezien dat het vanaf de 9e een stuk kouder zou worden en nam me voor dan maar het noorden van Tunesië te gaan bekijken. Inderdaad was het de negende in de ochtend erg koud (4 graden) maar de zon scheen, ik ik vertrok richting Kairiouam. Voor de Islam is deze stad, Na Mecca, Medina en Jeruzalem de 4 na belangrijkste stad . Er komen ook hier veel pelgrims en de grote moskee is erg oud. Het was rustig in de stad, die midden op een grote stoffige droge zandplateau ligt. Wilde vlak bij de moskee parkeren maar er kwam gelijk een ventje dat ie geld wilde, dus zette mijn auto twee straten verder (achteraf bleek ie officieel te zijn en koste het 25 cent). Liep wat rond de moskee. Die had een grote binnenplaats maar ik vond de 8 dinar om een heilige plaats te mogen zien niet waardig, dus dat sloeg ik over. Liep wat rond in de stad maar alles was erg toeristisch en overal hingen vrij hoge prijskaartjes aan. Ik zal persoonlijk niet gauw geld neerleggen om een Kerk, tempel of moskee te bezien. Het zijn immers plaatsen van verering en die moeten geen geld kosten. En als ze dat wel vragen, is het geen juiste instelling. Ik ben wel geen Moslim, maar moet ik dan 8 dinar betalen, wat best veel is, als ik zou willen bidden? Denk het niet.
Ook in Kairouam liggen twee grote reservoirs met water die, volgens de legende, via ondergrondse rivieren met Mecca verbonden zou zijn. Ook hier moest je voor betalen maar parkeerde mijn auto bij een zij-ingang en kon zo naar binnen lopen. Goed dat ik er niet voor betaald had, want het stelde niet veel voor, twee basins met een kniehoogte water er in.
Verder door de binnenlanden langzaam noordwaarts. Het waaide erg hard en de wind was koud. De weg voerde afwisselend door dalen en over kleine berg ruggetjes heen, maximale hoogte 900 meter of zo. Er waren veel (nog lege) akkers, veel kleine dorpjes. Ik besloot richting Dougga te rijden. Daar was een vrij grote oude romeinse stad. Kwam daar eigenlijk te laat aan om die nog te bezoeken maar had gehoopt dat ik op het terrein op het parkeer terrein zou kunnen overnachten. Dat mocht niet en het koste veel moeite om een geschikte slaap plek te vinden. Wilde niet weer in aanvaring komen met de Tunesische zeur-jeugd, maar buiten de dorpen was alles akkers en nergens een cm vrije ruimte. Parkeerde uiteindelijk maar naast een restaurant en sliep daar rustig.

Mooie oude stad
De oude romeinse stad was immens. Veel groter dan alle andere oude steden die ik gezien heb, met uitzondering van Efesus in Turkije misschien. Wel was er weinig gerestaureerd en lag alles alsof een grote reus een partij rotsblokken over het land had uitgegooid. Een hele grote mooi gebouw stond nog vrijwel overeind alsook het amfitheater. Vanaf de ruïnes een prachtig uitzicht over de omgeving. Jammer dat het zo koud was en het zo hard waaide, had er graag wat langer willen blijven.
Het plan om de hele noordkaap even rond te rijden liet ik varen toen het begon te stortregenen. Op naar Tunis, daar geparkeerd met internet, yeahhhh. Een van de mails die ik kreeg was van Grimaldi, die me zowaar waarschuwde dat de vertrektijd van het schip naar Italië liefst 12 uur later was!!