20100200 – Februari 2010, Marokko

In februari 2010 maakte ik vorderingen zuidwaarts. Marokko kende ik van een tiental jaar geleden en vond het toen een boeiend land. Dat was het nu ook, alhoewel het overspoeld was met Franse campers. In dien mate dat het soms irritant was zelfs. Deed een stukje offroad en maakte gestaag gang via de Westerlijke Sahara naar de grens met Mauretanië

De overtocht van Algaciras naar Ceuta , dus van Europa naar Afrika, was probleemloos en duurde maar 45 minuten. Omdat het zondag was en erg vroeg in de ochtend, stonden er 10 auto’s op het hele schip en was het dus stil.

 

Route door Marokko (noord)

Route door Marokko (noord)

Route door Marokko
In Cueta aangekomen, dat nog Spaans is, nog even rondgereden maar iets echt spannends kon ik niet ontdekken dus toog op naar de grens. Die was nog steeds hetzelfde als 15 jaar geleden en ook hier waren geen problemen. Ik was in Marokko. Nam de kronkelweg langs de kust naar Tanger, erg mooi, met uitzicht op Europa. Halverwege was er net een auto van de berg gedonderd. Er stonden wat mensen van boven naar beneden te staren en beneden waren mensen bezig met een levenloos lichaam. Je rijd automatisch voorzichter verder, wat op zich geen slecht idee was want her en der waren stukken weg verdwenen, soms aangegeven met een stapel stenen, soms helemaal niet aangegeven. Ook hier had het goed geregend blijkbaar.

 

Uitzich op Europa

Uitzich op Europa

 

Uitzicht op Europa
Tanger was op zondag ook niet echt druk en na een snelle internet actie op de boulevard (lang leve open wifi netwerken) vond ik redelijk snel de enige camping in de buurt.. Miramar dacht ik dat die hete, niet eens zo ver uit het centrum. Maar zonder GPS zou ik het nooit gevonden hebben Voor warme douches moest je extra betalen, dus prima in mijn eigen auto gedouched.
Fris en fruitig de volgende dag afgezakt richting Rabat. Reed niet via de snelweg maar via de lokale weg en deze prima weg voerde langs het strand, door kleine dorpjes en was aangenaam rijden. Ik was niet helemaal gerust was op wild kamperen hier in het noorden van Marokko. Je hoort rare verhalen. Veel ervan zullen Indianen verhalen zijn maar het doet je toch wat voorzichtiger zijn. Zocht dus als stop plaats de camping in Larache op. Dat schijnt een gratis camping/parkeerplaats te zijn. Daar aangekomen om een uur of vijf schrok ik me wezenloos. Het was inderdaad een mooie soort picknick plek, groot, met restaurantje en bewaking er bij, maar het stond helemaal bom en bom vol met Franse campers. En met bom bedoel ik echt bom. Hutje mutje, tussen de auto’s nauwelijks ruimte om de deur te openen telde ik er zo bijna 100. Het leek wel een gevangenis kolonie. Deze Fransen vermaakte zich met uiteraard jeu-de-boule, het uitlaten van hun K-likkertjes (bijna allemaal hadden er een aan boord) en het staren naar de tv, want zonder uitzondering stond er een schotel antenne op het dak. Vond tussen al dit Frans geweld toch nog een plekje maar echt gezellig was het niet.

Dit dorp was alleen met eb bereikbaar
Volgende dag heel vroeg weg. Rabat was nog maar 200 km en ik dacht, als ik nou in de ochtend mijn Visum aanvraag voor Mauritanië kan doen, dan kan ik die de volgende dag ophalen en bespaar ik me weer een hoop tijd. Om 7 uur maakte ik met mijn vertrek dus half Frankrijk wakker (ok, ik ronkte de motor een beetje harder dan echt nodig. Het kan ook zijn dat ik heel onbewust even op de claxon drukte, maar het ging echt per ongeluk hoor) en vervolgde mijn weg over de snelweg naar Rabat. Dat is kwa rijden uiteraard vrij saai maar de omgeving was niet lelijk en het weer goed, plus dat ik mooi om 10 uur in de buurt van de ambassade van Mauritanië was. Netjes mijn formulier ingevuld, maar kwam tot de ontdekking dat men een kopie paspoort er bij moest hebben. Kunnen ze toch ook zelf maken voor die 340 Dirham die ik neer moest tellen (30 euro) maar goed, stuk lopen om een kopieer bedrijfje te zoeken en weer terug, waardoor ik natuurlijk achteraan de rij kon sluiten. Stond om elf uur weer buiten met de belofte dat ik die middag al de visa op kon halen, dat was wel weer positief. Verdeed de tijd met een bezoek aan Salé, een badplaats naast Rabat en aan het mooi gelegen oude Fort in Rabat zelf. Om 4 uur haalde ik mijn Visa op en ging op zoek naar een parkeer plekje voor de nacht. Vond die, na heel wat zoekwerk in een van de buitenwijken en sliep heerlijk, ondanks de regen die losbarste.

Veel vogels overwinteren hier
Verder door naar het zuiden passeerde ik Casablanca en nam weer de smalle en hobbelige kustweg. Stopte voor koffie en werd gelijk ‘ overvallen’ door een stel jongens die begonnen te zeuren om cadeaus. Mijn eerste zeurders, jippie !!!.
Helaas zou ik er in de komende maanden nog wel een paar duizend meer tegen komen. Deze jongens lieten zich snel afschepen en na de koffie door richting El Jadida. Het was lekker weer, niet te warm en kon voor het eerst met korte mouwen rijden. Een lunch tussenstop Azzemmour was een beetje vaag. Leuk plaatsje met een fraai ommuurde oude binnenstad. Echter parkeerde ik op een leeg parkeer terrein (betaald) en nog geen 15 minuten later kwamen er een colonne van 20 Franse campers aan die me helemaal omsloten.
Na een bezichtiging van het stadje snel door naar El Jadida in de hoop dat het daar beter was. Hier was een officiële camping en die bleek zeker niet onaardig. Ook het plaatsje was erg boeiend en relaxed en de vele Fransen op de camping vielen niet zo op doordat het erg groot was. De eigenaar of caretaker was ook erg vriendelijk en maakte dat je je welkom voelde. Ok, de douches en toiletten waren niet echt lekker maar die heb ik gelukkig zelf bij me.

Voorbeeldje waarom ik eum, laat ik zeggen… het moeilijk heb met Fransen. Ik loop naar het toilet gebouw om mijn chemisch toilet te legen, komt er een Fransman op me af en zegt ‘ Ils sons Bouche’. Geen idee wat het betekend, alhoewel ik wel een vermoede had, dus ik zeg, ‘ je parles petit peu de Francais, sil vous plais, explice’ . De man steekt echt zijn neus in de lucht, draait zich om en loopt weg. Wat zou ik graag zijn strotje hebben willen vullen met de inhoud van mijn chemische toilet zeg….

Tussen El Jadida en Safi een erg mooie kustweg die deels niet op de kaart stond. Hier geen strand meer maar een soort rotsachtige bodem. Die valt bij eb bloot waardoor je de mosseltjes en schelpjes kan gaan plukken. Hele horde met mensen maken daar hun werk van.

Veel akkerbouw
Het is net alsof hier de lente al is aangebroken. Vandaag 25 graden (in de middag) alles was groen, de vogeltjes fluite. Er word volop akkerbouw gedaan, in lange stroken grond, aflopend naar de zee. Heel veel wortelen, maar ook aardappelen, witte knollen (ik denk venkel of zo?), bloemkool en witte kool. Lekker rijden zo.
Het was vrijdag en dat was te merken, want dan is er dus geen school. Gevolg was erg veel van die K-kids, langs de kant van de weg steeds maar stonden te zwaaien. Ja zwaaien is aardig, en ik zwaai altijd terug. Maar probeer maar eens ergens te stoppen. Je krijg gelijk een horde kids op en rond je auto, die onmiddellijk de meest waanzinnige dingen beginnen te zeggen: Geef me je fiets. Geef me snoep. Geef me geld. Geef me….. enz enz. En dat stopt niet hoor, ze blijven maar door zeuren, erg jammer. Op een gegeven moment stopte ik om thee te drinken, en na 5 minuten kwam een troepje jeugd voorbij, op weg van of naar het voetbalveld. Die begonnen, zonder ook zelfs maar een hallo of ‘ S’a Vas’ recht in mijn bek ‘ Doné moi une bobon’ te schreeuwen. Kijk als twee kids dat doen, is het irritant, maar als 20 het er tegelijk doen, begint het dreigend te worden en zit er niks anders op dan te blijven lachen en snel weg te rijden. Jammer dat die mensen hun kroost dat soort praktijken aan leert (of niet afleert). Want daardoor zullen er maar weinige van de tientallen campers die per dag voorbij komen, stoppen voor een bakkie thee of een souvenir te kopen. Kijk wel uit. Aan de andere kant, de oudere generatie doet het zelf ook regelmatig. Ik hielp en man die zonder diesel langs de kant van de weg stond. Gaf hem 2 liter diesel om thuis te komen. Hij was erg blij, en verzocht me achter hem aan te rijden zodat ik thuis bij hem een bakje thee kon drinken. Hij werkte zelf in de mijn, waar diamant en volgens mij ook koper gewonnen wordt. Bij hem thuis aangekomen kwam Pa naar buiten, ik werd netjes geïntroduceerd. De man die ik geholpen had liep weg, en Pa heeft me zo ongenadig irritant lopen leegplukken (in zijn gedachten dan) dat ik het aanbod om te blijven voor het eten afsloeg en als een haas er vandoor ging. Wil je dit niet verkopen, wil je dat niet ruilen, wil je niet wat van onze tapijten kopen… enfin het blééf maar door gaan. Op een gegeven moment stond pa in mijn auto, de kastjes open te maken om te kijken of er wat van zijn gading bij zat. Dat ging me echt te ver. Erg jammer, want niets is zo leuk (en vaak zo lekker) als bij lokale mensen blijven eten.
Ik zou dit gedrag helaas steeds vaker mee gaan maken. Je stopt ergens en uit het niets komen of kids, of jong volwassenen die, als eerste ding wat ze zeggen. “ Geef me je xxx” en voor xxx vul maar in wat je wilt (je geld, je fiets, je mp3 speler (ja echt meegamaakt), je pen, je snoep, je kleren etc etc. Ik had het ook al van andere reizigers gelezen en gehoord, maar het is wel apart. Zeker in Marokko, waar toch heel veel Nederlandse-Marokanen zitten. Op een gegeven moment lijkt het me dat er toch wel geleerd word dat je op zo’n manier…laten we zeggen… geen vrienden maakt. Het is soms heel moeilijk om op zoiets te reageren. Je kan boos worden, maar dan escaleert het en dat is het laatste wat je wilt. Je kan het negeren, maar dan blijven ze zeuren. Je kan het ze proberen uit te leggen dat dit niet de manier is, maar meestal is mijn of hun Frans daar niet goed genoeg voor, of ze willen het gewoon niet snappen. Ik ga proberen een goede strategie te vinden. Ik experimenteer nu met de volgende antwoorden: Geef me geld: De bank is in het volgende dorp, ik ben geen bank. Geef me snoep/kleding etc: De winkel kwam ik net voorbij, daar kan je dingen vragen etc. Ik laat weten of er iets effectief werkt.
Verder niets dan goeds over Marokko tot nu toe. De mensen zijn aardig, de wegen zijn redelijk tot goed, verkeer is niet dramatisch en de politie is correct. EN, heel belangrijk, het weer begon lekker te worden.
Door naar het zuiden maakte ik nog een overnachting stop in Safi. Safi bleek niet zoveel bijzonders te zijn, of ik heb het niet kunnen vinden. De camping van Safi lag boven op een berg. Mooi uitzicht vanaf de camping, maar te ver van het centrum (en een te hoge berg) om even er naar toe te lopen of fietsen.

Vanaf Safi naar het zuiden bleef het heerlijk rijden. Ondanks dat de weg kwaliteit hier en daar te wensen over laat, wordt dit helemaal goed gemaakt door de mooie groene golvende akkers. In Essaouira begon het eindelijk ook een beetje lekker te zijn. 30 graden, warm, licht zweetje op het voorhoofd, dat voorspeld wel wat goeds.

Pitoresque zo die haven
Na Safi kwam Essaouira. Dat staat bekend vanwege zijn mooie lange surfstrand en veel wind. Was er ooit geweest 15 jaar geleden maar kende het niet meer terug. Essaouira was een erg toeristische plaats geworden. Op het moment dat je meer buitenlanders dan binnenlanders ziet, vind ik het niet interessant meer. Maar, moet wel zeggen dat het met recht zo toeristisch is. Behalve het gigantisch strand is er ook een mooie oude medina en pittoreske haven. Alles geheel en goed geregeld. Het aantal campers was wel weer schrikbarend maar vond toch een plekje helemaal aan het einde van de boulevard. Voor 30 Dirham (zeg 3 euro) kon ik er ook overnachten. Daar de auto maar gestald en met de fiets door de oude stad gefietst. Ondanks de enorme aantallen toeristen was het toch prettig.

Welk bootje was ook al weer van mij?
Op 7 feb reed ik van Essaouira richting Agadir. Agadir is de bekendste badplaats van Marokko en ik had een beetje angst wat ik daar aan zou treffen. Reed onderweg voor het eerst in korte broek. Het was zondag en zo voelde het ook. Halverwege zag ik plots een hele vage supergrote auto staan. Ik trapte op de rem om te kijken en een man stond naast de auto en wenkte me. Ik dacht, dit is een gesponsorde bouwkeet of zo. Maar wat ik daar aantrof was even fraai als absurd. Het was een Frans echtpaar. Die hadden een camper gebouwd, net zoiets als ik heb zeg maar, en daar achter een hele grote trailer als aanhanger. Ongeveer dezelfde grote als een 18 wiel vrachtwagen/oplegger. In het midden zaten twee uitschuifbare delen die de auto twee keer breder maakte. Bovenop een gigantische partij zonnepanelen en aan de zijkant van het ding stond een quad. Het waren aardige mensen en ze nodigde me binnen uit voor een bakje koffie. Ik heb al veel auto’s gezien van binnen, maar dit sloeg werkelijk alles. Het was groter en mooier dan een normaal huis. Alles maar dan ook alles was elektronisch, hydraulisch, automatisch en computer gestuurd. Volwaardige douche cabine met 18 douchekoppen, volwaardige 220 volt altijd en overal, 3 computers aan boord, een grootbeeld tv, wasmachine en droger, enfin, verzin het maar en het was er, zat er in of hing er aan. Onder de auto automatische stelpoten, die hydraulisch uitschoven zo gauw je ergens parkeerde en zo je auto altijd waterpas recht zet. Ik had dat al eens gezien, maar nog nooit bij een gevaarte van 18 meter lang.

Groot en luxe
Op hun website, www.ulysse-et-penelope.com staat vast meer info als je interesse hebt. Ze reden trouwens alleen van Frankrijk naar Marokko en terug, in een ander land waren ze nog niet geweest.
Ze gaven me een tip voor een mooie plek, die ik even later vond. Boven op een klif, 300 meter onder me de oceaan en een klein dorpje (met een camping , hutje mutje vol met campers) en heerlijke rust. Geen Alah Akbar in de ochtend, alleen een oud vrouwtje dat kwam kijken wie ik was en wat ik deed. Gaf haar een klein souvenirtje uit Holland en geheel in haar Marokkaanse sas liet ze me verder met rust.
Door naar Agadir, langs een bulderende kustweg. De oceaan liet zich duidelijk horen en zien. In Agadir was wel zo’n beetje wat ik verwachte. En het was niet fraai. Een gewone Europese toeristische plaats, dat was Agadir geworden. Op zich niks mis mee, maar niets voor mij. Er werd gigantisch gebouwd, de stad was hard op weg een megapool te worden. Hele wijken met (lelijke) flatgebouwen stonden in de steigers. Wijken duidelijk voor de Marokkanen zelf want geen Europaan denk ik die daar wilt wonen.
Wilde echter toch hier een dag blijven omdat ik email kontact met Wim en Geeny wilde maken, zodat ik ze kon bezoeken. Laatste wat ik hoorde zaten ze 200 km de binnenlanden in. Er waren in Agadir diverse campings maar ik wilde graag in het centrum zijn. Daar is er maar een en daar aangekomen keken ze naar mijn auto en zeiden voorzichtig…ja, we hebben nog één plekje, daar kan je staan. Was net mijn papieren aan het invullen toen een luide claxon me deed opschrikken. Daar stonden Wim en Geeny. Alsof ze roken dat ik er was (net als al eerder in Griekenland gebeurde). Ze hadden wat technische problemen met hun auto (tja, een Mercedes, dat krijg je dan haha) en kwamen heel toevallig langs.
Wim haalde me over naar een andere camping te gaan en via een mega-shopping centre reden we terug naar een van de campings 20 km voor Agadir, eentje waar ik eerder langs was gekomen en had gedacht..hier ga ik nooit staan. Gelukkig was het minder erg dan ik in eerste instantie dacht en het was gezellig weer samen.

Gezellig met Wim en Geeny
Een paar dagen later verliet ik Wim en Geeny in Agadir om eens een rondje woestijn te doen. Alleen maar langs de kust rijden gaat ook zo vervelen, dus dook ik bij Agadir naar het oosten, land inwaarts. Reed twee dagen door mooie bergen en landschappen, afwisselend zanderige droge-bek bergen en groene weelderige oase plaatsen. In deze oase plekken stonden alle bomen in bloei. Het is half februari !!
Stopte ergens voor de lunch, midden in de woestijn en ik dacht dat ik alleen was. Niet dus, want wilde net het eerste hapje soep op gaan eten toen er ineens een jochie voor de deur stond. Het was 20 graden en hij had een dikke jas aan. Geen idee waar die vandaan kwam, er was geen huis te bekennen in wijde omtrek. Hij vroeg me (in gebaren taal) of ik wat kleding voor hem had. Omdat ik juist voor dat soort gelegenheden inderdaad wat oude kleding bij me had, ging ik even in een kastje kijken of ik wat voor hem had. Maar iets in het gedrag van dat jochie stond me niet aan en toen ik terug bij de deur kwam zag ik gelijk dat er een boekje weg was uit het rekje wat ik tegenwoordig bij de deur heb. Ik vroeg hem het terug, eerst onschuldig ontkennen natuurlijk maar al snel haalde hij een boekje uit zijn jas. Hij had het echt gestolen om te stelen. Het boek was in het Nederlands en ging over dieet. Had ie dus geen zak aan. Zo zie je maar, stank voor dank en je kan niemand vertrouwen.

De wegen waren boeiend, het aantal campers viel reuze mee hier in het binnenland. De invloed van de Sahara was duidelijk en alleen als er een oase, dus water, in de buurt was groeide er iets groens. Dan groeide er pompoenen en meloenen, maar zag ook aardappel velden, uiteraard veel palmbomen (dadels) en onbekende gewassen.

Bij water groen, anders bruin
De gezichtjes waren langzaam aan het veranderen. De bekende Marokkaanse bekjes hadden plaats gemaakt voor een negroïde uiterlijk. Uiteraard ook veel mixen er van, maar de mensen waren duidelijk een stuk donkerder. Hier en daar liepen al echte zwarte afrikanen rond. Maar wel allemaal met het Marokaanse haarstijl, dus opgeschoren nekjes en korte krulletjes.
Bij Zagora aangekomen, dat zo’n beetje aan de rand van de woestijn ligt, (je kan Algerije ruiken) besloot ik een off-road weg te rijden, namelijk rechtdoor naar Foum-Squid. Kon eigenlijk niet zo goed op de kaart zien wat voor een soort weg het was maar verwachte het ergste. Was dus blij verrast toen het asfalt bleek te zijn. Helaas hield dat er na het vliegveld mee op (na 5 km dus), maar de weg was nog een redelijk soort steenslagweg. Deed me beetje aan Argentinië en Chili denken, alhoewel ze daar de steenslag wegen over het algemeen beter onderhouden. Toen plots na 25 km deze redelijke weg ophield en veranderde in een karrenpad was ik nog zo naïef om te denken dat het maar even was, soort omleiding of zo. Jammer dan, de rest van de weg (totaal 200km) was karrenpad. En wel een met de hand gemaakt en bezaaid met rotsen en stenen. Op zich allemaal niet zo heel erg, de omgeving was mooi en ik had geen haast, maar met een gemiddelde van 7 km p/u schiet het niet echt op als je 200 km te doen hebt. Vervloekte binnensmonds Wim, die me deze weg aangeraden had. Parkeerde voor de nacht gewoon midden op het pad, verkeer was er niet.

200 km karrenpad
De volgende dag verder hobbelen. Kwam een troep nomaden tegen. Een vrouw ging langs de kant van het pad staan en gebaarde me te stoppen. Uit haar gebaren begreep ik dat er iemand was die last van een oog had en na 5 minuten kwam uit de verte een vrouw opgedoken die inderdaad een heel opgezwollen oog en oogkas had. Het was helemaal hard en opgezet, zag er niet goed uit. Ik wilde er zelf eigenlijk niet aan gaan zitten, maar gaf haar toch mijn enige tubetje oogzalf met antibiotica, want ik denk als ze niks deed ze binnen no time een oog kwijt is. En hier is geen doktor in de buurt, plus dat deze mensen, die midden in de woestijn wonen, geen geld er voor hebben. Met een Merci-merci liepen ze weer terug naar hun tent en hobbelde ik weer verder over het pad.
Even plots als de weg op gehouden was, begon ie ook weer. Dus helemaal blij gaf ik gas, om gelijk na 500 meter al weer flink in de ankers te moeten, de weg was weg geslagen. Hoppa, weer het hobbelpad op, en dat herhaalde zich nog een keer of tig. Bij sommige van die ‘ omleidingen’ moest je door de droge beekbedding, maar een aantal van die beddingen waren klein en diep. Gevolg, mijn achterbumper kwam op de grond omdat mijn voorwielen de bedding al uitgingen terwijl mijn achterwiel nog omlaag aan het gaan was. Bij de eerste keer gaf ik gewoon gas. Maar na wat gekraak ging ik toch maar even kijken, mijn achterbumper uit Argentinië was helemaal naar boven verbogen. Was dat probleem ook weer opgelost, was al een tijd van plan wat te verzinnen om die bumper, of eigenlijk fietsenvanger, wat omhoog te zetten. Het verdiende geen schoonheidsprijs, maar was wel snel, eenvoudig en goedkoop opgelost zo.

Mijn bumper overleefde het niet
Bij de volgende bedding ben ik maar met stenen gaan sjouwen om de achterwielen wat omhoog te brengen zodat de bumper het verder zou overleven. Moest natuurlijk de constructie van stenen weer weghalen, kan je ook weer niet laten liggen, maar dat maakte de vorderingen nog langzamer.
Uiteindelijk kwam ik in Foum-Squid, een oase plaats zoals vele. Huizen gemaakt van modder, die er uit zien alsof ze bij het eerst zuchtje wind omvallen. Maar ze staan er al jaren. En vallen ze eens om, ach, met een handje modder heb je zo weer een nieuw huisje toch. Toch waren sommige bouwerken spectaculair mooi en een kan staaltje zandkasteeltjes bouwen.

Dat is nog eens zandkastelen bouwen
Voorbij Foum-Squid werd de weg beter. Smal, maar beter. Als je een tegenligger had moest je allebei met een wiel in het stof. Dat ging goed totdat er een Franse tegenligger aan kwam die weigerde opzij te gaan. Jammer dan voor hem, was al van plan zijn camper aan gort te rijden, maar een seconde voordat ik hem raakte ging hij toch ook op zij. Had ie geluk, want van zo’n camper blijft weinig meer over.
Dacht een wat slimmere aanpak te doen voor het parkeren voor de nacht. Zocht net voor de avond een mooi plekje net buiten Akka, maar ging er niet staan. In plaats daarvan reed ik terug naar Akka en parkeerde midden in het dorp. Verwachte een hoop zeur kinderen, maar dat viel reuze mee dit keer. Net voor het donker werd reed ik naar het plekje buiten de stad, niemand die het in de gaten had omdat het snel daarna donker was. Jammer weer van die honden. Die worden blijkbaar naar de woestijn verbannen, dit was niet de eerste keer dat er een troep ‘ wilde’ honden midden in de woestijn woonde en het leuk vonden om de hele nacht te gaan blaffen.
Verder door naar het zuiden werd de omgeving steeds eentoniger. Het begon op de pampa van Argentinië te lijken met veel zand, wat struikjes en heuvels. De heuvels maakte het tenminste nog enigszins boeiend. Bij Tan-Tan aangekomen, maakte ik de fout om niet helemaal te stoppen voor een stopbord. Doe het normaal wel, maar dit was een idioot geplaatst bord, midden op een verkeersplein. Dat wist de politie natuurlijk ook, en eenmaal het plein af moest ik stoppen. Twee agentjes, een duidelijk de superieur, dikke buik en zittend in de auto, de andere het jonge hondje, stond buiten de auto’s aan te houden. Ze waren op zich correct, en ze hadden ook gelijk, ik had de fout gemaakt. 400 Dirham was mijn lot. (40 Euro). Ik wist dat dit de prijs voor vrijwel elke bon in Marokko is, maar ja, ik geef me natuurlijk niet zomaar gewonnen. Na 5 minuten lang praten, bidden, slijmen en likken, lukte het me om de helft te betalen zonder dat er een bon geschreven zou worden. Als ik het heel hard gespeeld zou hebben zou ik misschien ook wel met 100 weg gekomen zijn, maar ja, slikken en door rijden.

Zand en droog, kan soms wel mooi zijn.
Tan-Tan zelf was niet veel bijzonders, dus reed ik door naar Tan-Tan plage. Ik wilde hier eigenlijk langs het strand gaan overnachten of zo, maar het was vergeven van borden ‘ verboden voor campers’. De lucht zag er ook dreigend uit, het waaide ook hard, en ik besloot (eigenlijk tegen mijn zin in) om toch de nacht op de camping door te brengen. De camping was niet veel bijzonders, maar kon ieder geval mijn water bijvullen en ze hadden Wifi, dus kon mijn internet site updaten. Het stond er weer eens bomvol met Fransen, maar goed, die kan je negeren.
Het had inderdaad hard geregend die nacht, het waaide nog steeds flink, ik was al weer vroeg op weg richting Mauritanië. Ik heb eigenlijk wel een fout gemaakt met het Visa voor Mauritanië, die heb ik te vroeg laten ingaan. Of, anders gezegd, eigenlijk had ik nog wel wat in Marokko willen blijven. Kon er niks meer aan veranderen, dus richting zuiden. De volgende paar dagen was het afzien. Men vraagt mij wel eens, is het niet saai zo alleen? Kan je vertellen, de paar dagen die nu komen zijn inderdaad saai. Het landschap werd droger en zanderiger en saaier, de dorpjes hielden op, er zijn geen mensen meer te zien en het is nu gewoon kilometers vreten tot de Mauritanische grens, zo’n slordige 1000 km of zo. Om toch een beetje aanspraak te hebben nam ik twee lifters mee. Geen enge kerels, maar Moeke met zoontje. Ze waren op zich aardig maar ik sleurde ze toch 150 km mee en toen ze op bestemming waren kon er nauwelijks een dank je wel af.

Kon mooi met me Nintendo spelen onder het rijden
Het verkeer werd steeds spaarzamer. Telde op een gegeven moment nog maar een tegenligger in de 10 minuten, heerlijk rijden maar wel gevaarlijk. Omdat de weg schuin afloopt ben ik geneigd in het midden te gaan rijden, en als je dan een tegenligger over het hoofd ziet….

Boujdour, een klein plaatsje in deze droge dorre vlakte, deed best vriendelijk aan. Wilde er eigenlijk niet blijven. Immers zijn er midden in deze dorre vlaktes zat plekjes om je auto neer te kwakken voor de nacht. Vond echter een super mooie camping en ging weer voor de bijl.
Keek ook uit naar Dakhla, de laatste beetje plaats van Marokko. Hier zou het goed toeven zijn, met veel stranden en lekker zwemmen maar na lang en veel rijden bleken alle leuke plekjes weer eens vol met Franse campers te staan. Het waaide ook nog steeds en het was niet warm genoeg om te gaan zwemmen. Ik was te vroeg in het seizoen denk ik.
Zo af en toe hebben ze P plekken langs de weg. Officieel met een P aangekondigd, maar volengs mij betekend die P wat anders in het Arabisch. Elke P plek is een modderpoel van olie en , volgens mij, dooie vis. Van een afstand zie je al dikke walmen opstijgen en als je er langs rijd, pppppffffeeeewww. Ik vermoed dat dit van de koeltrucks zijn die hier veel rijden. Hier in het zuiden wordt heel veel vis gevangen en naar Europa vervoerd in koeltrucks. De vis die ze zelf eten komt uit het meer noordelijke deel van Marokko, daar schijnt de vis lekkerder te zijn vanwege het betere voedsel dat daar voor de vis aanwezig is. Maar goed, deze inferieure vis die dus naar Europa gaat, ligt waarschijnlijk op ijs, het smeltwater daar van wordt zo af en toe volgens mij op deze P plaatsen gedumpt.

Maar de ergste stank die ik tegen kwam was net onder Boujdour waar een truck met vis gekanteld en opengescheurd was. Ondanks dat het ongeluk nog niet zo lang geleden was gebeurt was de vis al aan het rotten. Als je nog nooit een paar ton rottende vis hebt geroken dan moet je dat echt eens doen. Je vind gelijk elke vuilnisbelt in Europa naar een veld jasmijnbloemen ruiken.

Deze plaatsnaam had gewoon leuke herinneringen
De politie controles in het zuiden worden steeds veelvuldige. Er worden ook gegevens opgeschreven over wie je bent, waar je naar toe gaat en zo. Men wilt toch weten waar je uithangt blijkbaar. Wel opvallend was dat ik een paar de vraag kreeg of ik humanitaire hulp in mijn vrachtwagen had. En die keren dat dat gevraagd werd, was dat duidelijk dat men er een deel van wilde hebben. Een agent begon al gelijk cadeau te schreeuwen, voordat ik hem had overtuigd dat ik toch echt een gewone domme toerist was. Daarbij, deze toerist houd niet van zo van dat ontwikkelingshulp, maar dat is weer een ander verhaal.
Ook vragen ze steeds bij elke controle wat mijn beroep is. Ze vragen niet naar mijn naam, alleen naar mijn beroep. Nu heb ik me sinds een paar weken een nieuw beroep aangemeten, dus dat moet ik nog even oefenen. Ik ben namelijk sinds kort in dienst van het Ministerie van Toerisme van Nederland. Jaja. Dat we in Nederland geen ministerie van Toerisme hebben vertel ik er natuurlijk niet bij. Ik vond dit een slim idee van mezelf, omdat in de komende landen (en vooral in Senegal), de politie controles vervelende vormen aan gaan nemen. Er zijn daar delen waar men net zolang zoekt tot ze wat vinden om je een bon te geven (lees: geld aftroggelen). Ik heb dat in Argentinië ook al meegemaakt en dat zijn vervelende situaties, dus bedacht ik me, als ik nou dat beroep door geef, wil men mij misschien wel eerder laten gaan dan als ik zeg dat ik patat-bakker ben of zo. Daarbij kan ik dan, bij problemen, die er ongetwijfeld gaan komen, schermen met het ‘ feit’ dat ik opkom voor de toerist en vrienden in hoge plaatsen heb. Een telefoontje van mij naar het ministerie, mijnheer de agent, en U kan vuilnisbakkenleger worden….

Oops, einde weg…..
Bracht toch nog twee dagen door in Dakhla, vooral omdat ik nog wat aan de auto liet doen. Had al tijdje het idee dat ik mijn fiets eens wat beter vast moest gaan zetten. Maar daarvoor wilde ik wat laten lassen of zo, Nu werd het maar eens tijd daar voor. En het was eens tijd om wat te rusten want ik was al weer een flink aantal dagen aan het rijden. En dat is een fout die ik wel vaker maak, als ik eenmaal bezig ben met rijden, kom je in een soort regelmaat waar ik het dan moeilijk vind om uit te komen. Maar toen ik eenmaal een daggie in Dakhla stond was het toch wel weer fijn daar, ondanks de honderden Fransen campers.
De tweede dag in Dakhla waaide het enorm. Ik had de vorige dag gekampeerd buiten de stad. Omdat het in de avond echter nog steeds zo waaide besloot ik om in de stad te gaan slapen. Maar toen ik er om een uur of 5 binnen kwam rijden, zag ik pas hoeveel mensen er hier rondliepen, en vooral hoeveel kinderen er op straat liepen. Ik dacht, owwww, als ik hier mijn auto ergens parkeer, krijg ik geen seconde rust. Omgedraaid en weer de stad uit gereden. Ben door de wind in slaap geschommeld die nacht. En door de regen. Geloof het of niet. De lasserman vertelde me dat hij hier al 15 jaar woont, en hij het 5 keer heeft zien regenen. Vannacht was dus de 6e keer in 15 jaar. Ik trek het gewoon aan. Misschien produceer ik het wel…..
Kocht een halve kilo dromedaris vlees en maakte een heerlijk hache-tje. Doet niet onder voor koeienvlees hoor. Had het ooit al eens in Iran gegeten in een restaurant, maar nu dus zelf gemaakt. Jammie….

Woestijn betekend zand. Alles in je auto zit onder een laagje poeder. Dat is alleen te voorkomen door alles angstvallig dicht te houden maar dat doe je niet als het buiten 28 graden is. Lastig, maar het is niet anders. Erger is het echter als het wat regent en waait. Al het stof koekt zich vast aan je auto en die ziet er dan uit als een wrak dat net uit de modder is opgetakeld. Nou ja, er zijn ergere dingen. Opvallend was dat ik volgens mij meer hoofddoekjes in Nederland heb gezien dan in Marokko. Veel vrouwen in Marokko, maar ook in Tunesië, dragen geen hoofddoek. Zeker de jongere generatie niet, maar in Nederland juist wel. Snap niet goed de achtergrond hier van. Wellicht dat de Moslim vrouw in de meer open westerse maatschappij onzekerder is. Of, wat ook kan is dat , omdat men in een niet molsim land woont, de godsdienst belangrijker is dan als ze in een wel moslim land zouden wonen. Net zoiets dat als je uit Nederland immigreert, je veel trotser bent op je land dan als je in Schinopgeul woont (sorry Jan). Ook zal het dragen van een hoofddoekje, in de westerse maatschappij, de moslim vrouw meer identiteit geven denk ik, immers is men trots om moslim te zijn. Hoe dan ook, ik heb niks tegen hoofddoekjes, alhoewel ik het principe wel wat achterhaald vind (net als veel moslim regels trouwens, maar dat is wéér een ander verhaal).

Vlak voor mijn vertrek uit Dakhla had ik het opgegeven werkbaar internet te vinden. Had hier en daar wel een open wifi netwerk gevonden maar de verbindingen waren zo traag dat alleen al het openen van mijn webmail 10 minuten in beslag nam. Stopte toch nog even bij het grote Sheraton Sahara hotel, die hebben vaak betere netwerken. Helaas, was het ook niet veel beter maar trof er wel een partij Nederlandse auto’s. Dat bleek een soort van ontwikkelingshulp avonturen rally te zijn. Een partij studenten reden per auto naar Gambia om die dan daar te laten en de lokalen te onderwijzen in auto onderhoud. Apart en erg origineel. Maar wel dure ontwikkelingshulp. Veel ontwikkeling hulp is gewoon een soort betaalde vakantie, maar ik wil niet oordelen of dat hier ook zo was.
Naar de grens met Mauritanië was nog 350 km. En dat was weer niet echt spannend. Dat wil zeggen de weg en de omgeving. Ondanks dat de weg vaak pal langs de oceaan liep, kon je er niet bij vanwege stijle/hoge kliffen of gewoon omdat er geen weg naar de zee liep. Tussen weg en zee was gewoon…zand. Toch was het gevoel wel spannend. Immers rijd je uren zonder wat of iemand te zien, een grenspost ligt op de loer, en in Mauritanië zijn een paar maanden geleden nog toeristen gekidnapt. Dus een beetje onderbuik gevoel was er wel. Toch heb ik goede hoop dat ik in Mauritanië niet gekidnapt zal worden. In de afgelopen jaren zijn er wat Spanjaarden en Fransen ‘ verdwenen’ . De redenen dat de Parijs-Dakar rally ook niet meer hier plaats vind is vanwege de onveiligheid. Een paar maanden geleden zijn, gewoon op de openbare weg, een aantal toeristen van achteraan een konvooi gehaald en meegenomen. Eigenlijk geen idee wat er mee gebeurt is, maar de verhalen gonzen hier. Het probleem is het hele Sahara verhaal dat al decennia speelt, Marokko dat zich delen heeft toegeëigend, het Polisario wat daar tegen vecht, en mix dat met wat extremisten die het gewoon leuk vinden om mensen te kidnappen voor geld en je hebt een wat warrige situatie. Hoorde echter op de radio dat er vorige week gesprekken zijn begonnen tussen Marokko, Algerije en het Polisario. Voor het eerst. En dan blijft het lijkt me, wel rustig,. Tenzij die gesprekken natuurlijk mislukken en ik er net rijd. Dan heb ik pech.

Ondanks de wijd open ruimte had ik moeite een slaap plekje te vinden. Dan was het weer te zacht zand en was ik bang dat ik in de ochtend tot in me assen in het zand stond, dan was het weer te dicht langs de weg of te ver er vandaan. Uiteindelijk maar gewoon ergens het zand in gereden en midden in de woestijn geslapen want het werd donker. Het was wel in het het zand, maar ga er toch niet van uit dat het in de woestijn zal regenen.
Vier uur in de ochtend….tik tik tik….GVD, het regent. Midden in de woestijn, wat is dit ? Op staan dus, en om 4 uur in het pikke donker mijn auto verplaatsen. Eerst de was binnen halen die buiten hing, enfin, er na niet meer geslapen, dus vroeg het laatste stukje naar de grens gereden. Vlak er voor kwam ik een Duits stel tegen die ook de grens over gingen. Ze hadden een Unimog en waren in een week tijd van Duitsland hier naar roe komen rijden. Bij de grens aangekomen stond er een lange rij en er liepen heel veel vage ventjes rond. Woestijn ventjes. Ik zal ter wille van de lengte van dit verslag de grens overgang naar Mauritanië in het volgende verhaal vertellen. Laat ik dit vast zeggen, het was een van de langste en zwaarste grens overgangen in mijn reis historie.

Terugkijken op Marokko heb ik het er wel naar mijn zin gehad.
Als avontuurlijk land is Marokko deels kapot gemaakt door de vele Fransen in campers en de irritant bedelende jeugd,. Die vervelende gewoonte is natuurlijk gecreëerd door de toerist zelf. Kwam nog zo’n bus met westerlingen tegen, die allemaal grif pennen aan het uitdelen waren. God God, wat hebben we weer een goed staaltje ontwikkelingswerk gedaan zag ik ze denken. De jongens zaten, nadat de bus was verdwenen, op een muurtje pennen te vergelijken. De meeste jongens hadden een handje vol pennen, er was er een die er wel 30 had.

Toch is er nog wel avontuur in Marokko, maar je moet daar voor de binnenlanden in. Kontakten met lokale bevolking is veel meer dan in Zuid Amerika, wat dat betreft vind ik Afrika nu al leuker. Jammer dat veel kontakten beginnen met doné moi…

Nog even wat dingen om te onthouden uit Marokko. Het is hier een uur eerder dan in Nederland (wintertijd). Men heeft hier de Dirham, momenteel ongeveer 10 Dirham in een Euro. Diesel kost 7 Dirham in het noorden, en 5 in het zuiden. Campings kosten tussen de 40 en 80 Dirham per nacht. Uit eten kost tussen de 40 en 100 Dirham, tenzij je duur gaat eten in toeristische gebieden. Aanbod van groente en vlees is divers, maar de kwaliteit niet altijd super. Kosten zijn de helft van Nederland vermoed ik. Kilo wortelen bijvoorbeeld 2 of 3 Dirham. Kilo dromedaris vlees 60 Dirham. Alcohol is in toeristen gebieden te verkrijgen. Daarbuiten moeilijk.
Verder veel vliegen in Marokko, irritant veel vliegen soms.

Tot besluit een nieuwe wet van Casper: De mooiste plek om te parkeren voor de nacht zie je ‘s ochtends als je net weg rijd.