20100300 – Maart 2010, Noord Senegal en Dakar

Senegal bleek een prettige verassing te zijn. Was ik eerder al met plezier in de hoofdstad Dakar geweest, de rest van het land bleek ook prettig toeven zijn. Zelfs de Nederlandse ambasade in Dakar was erg doelgericht. Een aantal vervelende politie controles deden niet af aan mijn positieve mening over Senegal.
Voor de verandering is dit eens niet een lel van een verhaal, maar is het tussen de borrel en het avondeten goed te lezen.

De grensovergang tussen Mauretanie en Senegal achter mij hebbens, lunchte ik op het parkeer terrein van de douane en reed daarna Senegal in. Het was warm, maar de weg was goed en er was niet zoveel verkeer, dus flierefluitend zat ik achter het stuur. Maar wel geconcentreerd, want ik was vele malen gewaarschuwd voor de irritante corrupte politie, iets wat veel overlanders doet besluiten Senegal helemaal niet te bezoeken. En dat is denk ik een verlies.

Het was duidelijk, ik was in Afrika aangekomen
Na een km of 20 kwamen de eerste tekenen van dorpjes en mensen. Veel kleine stalletjes langs de kant van de weg en veel kleine kindertjes met grote hanglippen en witte lachjes, die ‘ toubab, donnez moi une bic’ schreeuwden. (Toubab betekend denk ik blanke, of buitenlander of zo). Meisjes en vrouwen met kleurige gewaden, onderwijl grote schalen of emmers balancerend op hun hoofd, dit was echte Africa. Bij het eerste echte dorpje was het gelijk raak. Politie. Stoppen. Ik dacht alles voor elkaar te hebben, en na een controle van papieren en inhoud van de wagen, was agentje van dezelfde mening en mocht ik weer verder. Op het stuk tussen grens en st Louis, dat is 20 km, werd ik vervolgens 4 keer gecontroleerd. Irritant, want het houd erg op, maar het leverde geen probleem verder op.

In St Louis zelf aangekomen was het er druk en chaotisch. Geen enkel verkeersbord en je moest je echt door het verkeer heen vechten. Beetje Indiase taferelen met veel weg gebruikers die vaak tegenstrijdige belangen hebben. Wilde st Louis op een later tijdstip bezoeken, dus reed er even hard weer uit als dat ik erin was gereden (slakkengang dus). Bij het verlaten van de stad was het goed raak. Dit was het punt waar ik veel overlanders over had horen klagen. Met mijn grote witte vrachtwagen viel ik uiteraard genoeg op. Stoppen. Een gemeen uitziend agentje die aan de steroïden zat liep om mijn auto heen en na het vragen naar mijn papieren meende hij toch echt dat ik achter op de auto een rood/witte reflector streep moest hebben. Die had ik niet, dus ik moest dokken. Hoeveel en waarom en waar, dat zei hij er niet bij, en hij liep naar de volgende auto die hij aanhield.
Ik wist wat me te doen stond. Had al express mijn auto niet aan de kant gezet, blokkeerde zo een deel van de weg, maar het scheen oom niet te deren. Rustig ging buiten op een lege stoel zitten wachten. Dat duurde een uur, en het was warm. Ondertussen wat lopen babbelen met lokalen die daar een winkeltje hebben. Die klaagde ook steen en been over deze ‘ controle’ post, en ze waren van mening dat ik moest betalen want morgen was een feestdag en de agent had daar extra geld voor nodig. Na nog een uur wachten en geen teken van de agent, begon ik het vervelend te vinden en smeedde een plannetje met een van de winkel eigenaren. Ik zou hem 2000 CFA (Afrikaanse franken, bij elkaar 3 euro), geven en hij zou bij met agent gaan praten en verzekeren dat ik niet meer geld had omdat ik net over de grens kwam. Al dat gedoe duurde weer een half uur,. Je kan agent niet zomaar geld in de hand duwen. Ach nee, iemand zou het eens zien. Je moet wachten tot ie alleen is en dan toeslaan. Uiteindelijk kreeg ik mijn papieren terug. Wat een gezeik. Maar heb gelukkig de schade kunnen beperken. (de volgende dag kwam ik mensen tegen die daar 80 euro hebben betaald.)
Mijn doel vandaag was de Zebrabar. Een mythe onder de overlanders. Het is een camping/campement/hotel/restaurant aan zee. Eigendom is een Zwitsers echtpaar en ik geloof dat elke overlander hier komt om één nacht te verblijven, om dan uiteindelijk na een flink aantal dagen te zeggen…ik moet nu echt verder. Zo ging het mij ook af. Niet zozeer omdat het luxe is, maar gewoon omdat het er heerlijk ongedwongen laat-maar-waaien is. Het ligt aan de zee, er is een prive achtig strandje, je kan er goed zwemmen. Er ligt een kano om mee te varen, een surfplank. Er was een restaurant (zelf pakken en dan zelf opschrijven) en het was er rustig. De natuur was schitterend, midden in een beschermd vogelgebied.

Vogels in alle soorten en kleuren

 
De Zwitserse eigenaar is druk met zijn familie en zie je niet zo veel. Zijn vrouw wel, die was niet echt de warmheid haarzelf. Zelfs de lokale klaagde over haar haha. De lokalen waren trouwens ook echt vriendelijk. In eerste instantie een hoop gezeur over kado kado, veel kleine blaagjes met witte tandjes, maar naar gelang je wat met de mensen sprak ging dat over. Geloof niet dat men te klagen heeft hier. Voor ontbijt gaat Pa vissen en vangt wat vis, ma doet het huiswerk en de kids, ach, die zwerven wat rond of gaan naar school. Het is allemaal relaxed hier. Ik voelde me net alsof ik op vakantie was.

Op 3 maart reed ik toch richting Dakar. Had twee doelen. De auto papieren die ik aan de grens had gekregen waren maar 10 dagen geldig, en moesten verlengd worden. Dat is zo de procedure hier. Elke verlenging levert je 15 dagen op, en je kan het 2 maal doen. Met andere woorden, je kan maximaal 40 dagen in het land blijven met je auto. Het vergeten verlengen van je papieren levert een hele hoop ellende op, en die wil ik natuurlijk niet hebben.
Tweede doel was een tweede poging te gaan doen om mijn paspoort te verlengen. Dakar heeft nog een redelijke Nederlandse Ambassade, de volgende landen niet, dus ik denk, hoppa, nu of nooit. Had al wat email contact met deze ambassade gehad en daar een goed gevoel over gekregen. Liesbeth was duidelijk en correct met haar antwoorden .

Vissie kopen???
Naar Dakar was het 250 km of zo, normaal gesproken in een dag te doen. Echter Dakar zelf schijnt ernstig te zijn. Verkeer wat kruipt of stil staat. Veel auto’s, veel deuken en veel slechte rijders. Ook moest ik onderweg weer met de nodige controles rekening houden en gezeur om kado’s natuurlijk. Had al aan de Zwitser gevraagd hoe lang het zou duren om naar Dakar te rijden. Tussen de 1 en de 4 uur, en dat is alleen om de stad binnen te rijden had ie gezegd, dus ik vertrok vroeg.

De eerste controle was al na 5 km, maar oom agent stond wat van de weg af onder een boom, dus ik verkoos om hem niet te zien. Ik leek wel een ober die alles deed om zijn klanten niet te zien. Ben zo bij u hoor, dacht ik nog terwijl ik de zwaaiende agent voorbij sjeesde.

De weg verder viel eigenlijk best mee. Er lag asfalt, het was voor het grootste gedeelte ook zonder gaten en het was niet super druk op de weg. Ook de controles vielen mee. Had er verder nog maar twee, die waren geen probleem. Een agent vond het zo leuk dat ik met hem sprak dat ie vroeg of ik de auto niet even wilde parkeren om met hem te kletsen. En dat heb ik gedaan.

Verder was het leuk om hier te rijden. Kwam allerlei markten tegen. Een koeien markt uiteraard, maar ook een dooie en gedroogde vissies markt (stankie stankie), een hooi markt, een alles-is-van-plastic-uit-china markt, een meubel markt, enfin, genoeg leuke dingen om je ogen de kost te geven.
Ook opvallend waren de scheve vrachtwagens. Hoe ze rijden weet ik niet, maar het achterwielen stonden een meter verder naar rechts als hun voorwielen. Ze reden dus eigenlijk schuin, een soort krab leken ze wel. Waarschijnlijk zijn hun Chassis zo krom getrokken door consistent te veel te laden dat ze nu zo krom als een hoepel zijn. Wel stoer dat die vrachtwagen chauffeurs die bakken nog op de weg kunnen houden.

Senegal is een Islamitisch land, maar wel een die zo te zien een redelijke mix heeft van leefbaarheid en religie. Je ziet niet veel hoofddoekjes of Boerka’s , vrouwen zijn alom aanwezig en vaak erg mooi en fleurig, er wordt in korte broek gelopen en bij de grote supermarkten word er alcohol verkocht. Zeker schalmt ook hier het Alah Akhbar door de erg vroege ochtend, maar het duurt niet hele uren zoals in Mauritanië.

Na de plaats Thiés beginnen de voorsteden van Dakar en het verkeer nam ernstige vormen aan. Het leek echt wederom India wel. Stapvoets reed ik de laatste 15 km, en deed over dat stuk dan ook langer dan de vorige 235 km.

Pinda’s groeien er hier veel in Senegal. En dat moet je weten ook. In elk dorpje, op elke hoek, overal kan je pinda’s en cashews kopen. Staat er ergens een file (lees in heel Dakar dus), dan staan er pinda verkopers langs de weg. Niet een maar tientallen. Vermoed dat als je geen zin hebt in pinda’s, je nadat je het 10.000ste zakje pinda’s in je gezicht geduwd gekregen hebt, je er vanzelf een zakje koopt om er vanaf te zijn. Ze smaken overigens prima en zijn niet duur.
Ook opvallend is de hoeveelheid aan telefoon kaart verkopers. Tientallen jonge mannen op elke hoek van de straat, vinden dat je toch echt een telefoonkaart moet kopen en bespringen je vol enthousiasme. Als je ze afgewimpeld hebt, herhaalt zich het hele proces weer bij de volgende hoek. Welkom in Dakar.

Omdat ik zo slim was geweest (ja echt) om bij mijn vorige bezoek in Dakar al een goede parkeerplek uit te zoeken reed ik daar zo naar toe en om 16:00 uur parkeerde ik mijn auto in hartje Dakar. Ok, het is druk, lawaaiig, er is veel lucht verontreiniging en er zijn een hoop mensen, maar het leeft en er heerst een atmosfeer die mij erg boeit.

Had al snel een bezoek aan de markt en supermarkt gedaan. Joepie, ik had weer yoghurt, verse groente, wortelen, chocola en zelfs wat verschillende merken bier om uit te proberen. Het goedkoopste hiervan heet Royal Dutch bier, zit in een imitatie groen Heineken blikje en is gebrouwen bij de posthoorn brouwerij in Holland. Koste, 300cf, oftewel 50 cent. Voor een moslim land een redelijke prijs. De groenten op de markt zijn hier van best goede kwaliteit, in tegenstelling tot Mauritanië. Maar ook hier overheerst er fruit, sla en sperziebonen. Een bloemkooltje ligt er maar ziet er uit alsof ie van 3 jaar geleden is, en ook de witte kool …mwaaahhh…laten we maar even liggen.

Spendeerde de volgende twee dagen aan papierwerk. De Nederlandse ambassade was correct en net. Leverde mijn papieren in , verlengde daarna mijn auto papieren en liep wat rond in lawaaiig Dakar. Dat in tegenstelling tot veel andere ambassades, maar hierover komt later rapport.

Had nog vergeten te vertellen van dat domme blondje. Ik was in Nouadhibou in Mauritanië wezen eten in een restaurant wat door een Zwitserse gerund werd. Die was duidelijk aan de lesbische kant. Geen probleem natuurlijk, het was een leuke meid. Maar, ze vond blijkbaar, net als veel van de Mauretanische heren, dat de barkeepster annex serveerster toch wel een zeer aantrekkelijk dom blondje moest zijn, maar dan in Mauretanische uitvoering. Wat daar achter de bar stond was ongelofelijk. Als je haar naast een koe zette, viel echt de intelligente blik van de koe op. Ze ontving dan ook haar complimenten niet over haar intelligentie maar over haar uiterlijk. Ze was diep zwart en mooi, maar dan zo dat het allemaal te gemaakt en fake was. Veel bling bling, glinsterende nagelllak en lipglos, enfin, je kent ze. Het ergste was echter de afdeling voorgevel. Ze had haar niet al te kleine tieten op zo’n geforceerde wijze in een veel te klein decolleteetje geperst, dat die elk moment dreigde te ontploffen. Toen ze voorover boog om mijn biertje op tafel te zetten hield ik als bij reflex mijn glas vast, want ik vermoede dat elk moment er een tieten-explosie de tafel schoon zou vegen. Het was een blik dat ik mijn ganse leven niet meer zal vergeten.

In Dakar probeerde ik een nieuwe computer te kopen. Mijn Acer was het aan het begeven en mijn nieuwe Apple wilde nog steeds niet alles doen wat ik wilde dat ie deed. Helaas is het hier `Frans sprekend gebied, dus alle computers die te koop waren, die hadden een zgn. AZERTY toetsenbord. Franse indeling dus. Die zijn vanwege die andere indeling heel onhandig. Maar winkelen in Afrika, is toch wel heel apart. Laat ik je een beetje mee proeven.
Ik loop in een van de winkelstraten van Dakar. Denk aan een mega drukke straat. De stoepen zijn bezet door gasten die van alles en nog wat verkopen, de straat staat vol met geparkeerde auto’s en vol met mensen die er op lopen omdat de stoepen vol staan. Overal word handel gedreven, het is druk, chaotisch en erg gezellig. Ik stap een computer winkel in, vraag om laptop met QWERTY toetsenborden, krijg een hoofdschuddend NEE (niet dat de verkoper opstaat). Ik loop weer naar buiten en een minuut later wordt ik aangesproken door vaag ventje nummer 1. He ken je me nog roept ie. Ja, dat ken ik, allemaal trucjes waar ik niet in trap, dus ik negeer de gast en loop door. Een minuut later, een andere lange zwarte slungel, vaag ventje nummer 2. He friend, sa-vas? Het blijkt de gast te zijn die gisteren mij een vlaggetje van Senegal heeft verkocht om op mijn auto te plakken. Ik heb hem toen echt uit staan schelden en van het terrein af laten gooien door mijn grote vriend de bewaker, want hij vroeg 20,000 CFA voor een klein stickertje van 5, 5 cm of zo. (30 euro dus). Later heb ik het goed gepraat met hem (ik was ook wel erg boos, en das ook niet goed) en kocht 2 sticker-vlaggetjes van hem voor 1,60 euro. Hoe dan ook, die gast, van een jaar of 20, wist dat ik op computer jacht was en wilde me helpen. Ik had daar niet zo’n zin in, want die jongen wil natuurlijk wat verdienen en dan maakt het alles zo ondoorzichtig en weet ik niet of ik te veel betaal omdat hij commissie krijgt. Hij laat zich echter niet zo maar afschepen en blijft achter me aan lopen. Dat soort jongens zijn slim en volhoudend. Dus nadat ik 3 andere winkels in ben geweest weet hij precies wat ik zoek (hij hoeft maar te luisteren wat ik in de winkel vraag) en hij zegt…ik weet waar je het kan krijgen, kom maar mee. Na nog 3 winkels te hebben bezocht en niks gevonden, geef ik in en volg hem. We lopen wat straatjes in, komen bij een winkel. Het is een echte uitdragers winkel, vol met van alles en nog wat, achter de balie een wat vadsige neger die loopt te discussiëren met een vrouw over een I-phone. De jongen vraagt, in het Wolof (de lokale taal hier) wat ik wil aan de man. Ik hoor de termen windows7, laptop en Engels toetsenbord. De man achter de balie verroert alleen zijn vingers, belt iemand met zijn mobiel, hangt op en zegt niks. Ik weet wel wat er gebeurt, hij belt een collega die een laptop stuurt. Na 15 minuten wachten heb ik het wel gehad, en zeg tegen de fats-domino dat ik een afspraak heb en weg moet. Nee, het komt zo, nog een minuut. Ik ken dat, en zeg dat ik twee minuten nog wacht en dan echt weg moet. Fatso belt weer en een minuut later staat er een slaafje met een plastic tas voor de balie, daaruit komt een HP laptop. Die ziet er netjes uit maar is niet wat ik zocht. Het ding is groot en lomp, heeft Windows vista (bah) en nog in het Frans ook. Alles wat ik vraag is mogelijk, hemel en aarde worden beloofd, maar ik heb er geen vertrouwen in , dank de mannen en loop de winkel uit. Word op de voet gevolgd door mijn lange vriend, hij weet onmiddellijk een andere winkel die véél beter is (waarom heeft ie me daar niet eerst naar toe gebracht vraag ik me dan af). Dus ik neem ook wat moeilijk afscheid, er wordt gezeurd om geld, hij heeft honger, zijn moeder is ziek, de hemel valt en de aarde vergaat. Ik koop een broodje shoarma voor mij en geef hem er ook een en laat hem verder staan. Hij loopt nog wat achter me aan, maar geeft het dan op en zegt…ik zie je morgen, morgenvroeg kom ik bij je auto. Ondertussen zijn we twee uur verder, ik loop nog wat rond en vind een mooie nieuwe Dell laptop met Windows 7, Engels toetsenbord voor een fractie van de prijs van de grote HP.

Er lopen in Dakar erg veel bedelaars. Heel veel kleine kinderen. Vaak in wat lompen lopen ze met een leeg blik geld te bedelen. Het zijn er echt veel. Er wonen ook veel mensen op de stoep, tenminste overdag. Vermoed dat ze nachts elders slapen. Ook opvallend zijn de vele gehandicapten. Oma zonder armen en benen, Opa met olifanten armen, oom of tante met een huidziekte, ze worden allemaal op straat gezet in de ochtend, met een bord voor de kop, eum sorry, ik bedoel een bord op de stoep, om zo wat bij elkaar te bedelen. Dit, tezamen met de gigantische aantallen telefoonkaart verkopers, pindaventers en sokkenverkopers, geeft wel aan dat er hier erg veel armoede is.

Kale sjaak en Piet Pet, presidentiele paleis van Dakar
Ik vermoed dat veel van die gehandicapte een resultaat van inteelt is. Zo stopte ik op weg naar Dakar voor de lunch ergens in een klein dorpje. Ik was een soepje aan het koken en er komt een troep kinderen aan. Het zijn er een stuk of 10, ze beginnen gelijk van geef me dit en geef me dat, mij te veel, dus ik stap in en rijd 250 meter verder. Er zijn er maar twee kinderen die zo ver willen lopen om nog te bedelen. Maar twee kan ik nog wel aan. Want dat zeuren, dat duurt niet lang als je gewoon met ze praat. En omdat ze niet onaardig deden, deed ik het ook niet en liet ze rustig staan. Totdat ik me soepje op had en ze eens goed op nam. Het leek erop alsof een van die jochies, van een jaar of 14, wat onder zijn trui verborgen hield. Ik denk GVD, hoe kan die gast nu wat gejat hebben, hij moet toen ik even in de keuken stond snel iets uit de auto gejat hebben, alhoewel dat eigenlijk onmogelijk was omdat mijn trap omhoog was gebleven. Wat nu. Ik denk, als ik het hem vraag, rent ie misschien weg, dus ik moet hem foppen. Pakte mijn Gameboy uit de kast, liep naar buiten en liet die twee een spelletje super Mario spelen. Toen die dief aan de beurt was, trok ik zijn t-shirt omhoog om te kijken wat ie nou gejat had. Haha, het was niet wat ik verwachte. De jongen had een soort bochelbuik, ik denk een buikwandbreuk of zo. Hij had, zeg maar, op zijn navel een supergrote tiet zitten. Hij schaamde zich er duidelijk voor en trok snel zijn shirt weer omlaag. Ik voelde me ook een beetje lullig en liet de jongens nog even wat langer van Mario genieten, waarna ik ze met een lollie terug naar huis stuurde. Zo zie je maar weer, niet iedere dief is er ook een.