20100500 – Mei 2010, Burkina Faso

Burkina Faso, weer zo’n land waar je niet veel van weet. Een ding kan ik je over dit land vertellen, het is net zo heet als in Mali. 42 graden overdag is vrij normaal. Verder is het in het zuiden tropisch en groen, in het zuiden droog en dor. maar de mensen zijn aardig, de politie is vriendelijk, en dat maakt het een relaxed land.

Route door Burkina Faso
Burkina Faso is niet veel anders dan Mali, en waarschijnlijk even arm. Het gaat wel goed met het land, in die zin dat het stabiel is en langzaam vooruit hobbelt. Maar de mensen zijn arm. Mijn eerst ervaringen in Burkina zijn dan ook een van kleine dorpjes langs de kant van de weg. Hutjes van leem met rieten punt dakjes. Vrouwen die open en bloot met hangtieten rond lopen. In een heel vies klein waterplasje zat een klein meisje de afwas te doen. Veel ezelkarretjes waar de ezeldrijver de ezel vooruit maant met harde stokslagen (iets wat je erg veel ziet hier in Afrika). Een grenspost die er uit ziet als een verlaten dorp. Een paar huisjes waar de douane in huisde, kippen lopen tussen de huisjes door en er staat behalve ik zelf, nog één vrachtwagen die de grens passeert. Verder is het stil. Langs de weg veel kleine barretjes, alles heet een Bar-dancing. Duidelijk dat de Burkinabe’s van dansen houden. Zelfs een reclame bord van 33-Bier, een Frans merk, voor het eerst in Afrika. De hutjes zijn iets anders gebouwd dan in Mali, men maakt muurtjes tussen de hutjes om het erf af te scheiden. Af en toe was er een ‘barriere de pluie’ oftewel een regenslagboom, die dicht gaat als het regent, je mag dan niet rijden.

Hobbel en wasbord piste
Het eerste stuk weg tot aan Ouahigouya was piste en niet altijd van de beste soort. Maar het was maar 50 km, dus dat was binnen 2 uurtjes achter de kiezen. Door naar de hoofdstad Ouagadougou (in de volkmond Ouaga genoemd) was een nette en erg rustige weg. Als ik 30 auto’s op het hele stuk van 180 km tegen ben gekomen was het veel. De weg was wel een tol weg. Bij grote dorpen was een tolpoortje en moest voor het hele stuk de lieve som van 3000Cfa betalen (bijna 5 euro), en das best veel. Bij een van de tolpoortjes moest ik de aller vriendelijke mijnheer beloven dat als ik de volgende keer door zijn tolpoortje kwam, ik hem mijn auto zou geven. En dat heb ik hem uiteraard ruimhartig belooft.

Lemen moskee onderweg, altijd fraai
Net voor de hoofdstad is er een politie checkpoint, en vanaf dat moment zwermen er ineens zo ontzettend veel mensen en verkeer op de weg dat het niet gezellig meer is. Waar de mensen dan ineens vandaan komen, geen idee. Ouaga is waarschijnlijk nog drukker en chaotischer dan Bamako, gelukkig zijn de straten iets breder. Maar overal puilen de winkeltjes uit over en op de stoepen, er rijden miljoenen kleine brommertjes en er lijkt geen cm vrije ruimte. Met wat geluk reed ik naar de OK Inn, dat is een Hotel met een grote parkeerplaats met bomen, waar je gratis mag parkeren. Je mag dan zelfs ook nog gebruik maken van zwembad en douches en toilet. Te gek toch.

Bij het indraaien naar de OK Inn toe, sloeg ik voor een tegemoetkomende vrachtwagen af, maar die was nog 300 m verwijdert. Toch presteerde deze sukkel het om met een fikse vaart tegen me aan te rijden. Knal. Ik schrok, stopte en stapte uit. De man kon duidelijk niet rijden, er was plaats genoeg op de weg om me te ontwijken en hij had zeker genoeg tijd gehad om te remmen indien nodig. Geluk was dat hij tegen mijn fietsdrager en fietsenvanger aangereden. En die was al zo krom als wat, nu dus nog krommer. Ook de fietsdrager was wat verbogen maar niet dramatisch. Binnen 1 minuut stonden er onmiddellijk 200 man om me heen en begon er hier en daar al eentje verhit te schreeuwen. De chauffeur van de vrachtwagen stapte ook uit en keek oliedom om zich heen. Hij had een flinke deuk in de voorkant, en ik bergreep dat mijnheer geen remmen op zijn auto had. (of niet goed werkte). Vond het beter om snel weer weg te gaan want het aantal mensen nam angstaanjagend toe en ik ken dat soort situaties, daar moet je niet tussen staan. Onder het gebrabbel van wat Nederlandse woorden stapte ik in mijn auto en reed het terrein van de Ok-inn op. Wie er schuld had, was wat onduidelijk en ik hoef niet te verwachten iets van een Afrikaanse chauffeur te ontvangen.

Van alles krom gebogen
Het verkeer in Ouaga is een slagveld. Letterlijk en figuurlijk. Ik heb in die paar weken dat ik in en rond de hoofdstad verbleef, minimaal 30 ongelukken gezien. Vrijwel altijd met brommers. Zoals ik al schreef is het aantal brommers niet te overzien. En de gemiddelde brommerrijder heeft duidelijk geen kaas gegeten van verkeer, en geen kaas gegeten van onderhoud van remmen of andere techniek. Het is zo erg dat ik op een gegeven moment voelde alsof ik op D-day op het strand reed, links en rechts van me knalde brommers op auto’s, gleden onderuit over en gat in de weg of werden door een ander aangereden. Ondanks dat het meestal met een hoop blikschade en een paar geschaafde lichaamsdelen afloopt, heb ik ook enge dingen gezien, zoals een vrouw die onderuit ging en 20 meter door gleed, terwijl ze achterop haar rug het kind in een doek had.
Ondanks dat de meeste ongelukkendoor mannen worden veroorzaakt, zijn de vrouwen duidelijk de slechtste weggebruikers. Alsof ze alleen op de weg zijn poekelen ze voort. Is er een gat in de weg, uitwijken, zonder uiteraard op of om te kijken. En zo planten ze hun brommertje vaak pontificaal voor een vrachtwagen of snijden ze een ander. Maar de vrouw heeft dat allemaal niet in de gaten en is denk ik in gedachte meer bezig met of haar haar nog wel goed zit. Mannen daar in tegen slalommen overal tussen door, hangen 1 meter achter een auto, en als die dan remt, zitten ze er in de 99 van de 100 keer tegen aan. Eng rijden hoor.
Een week verbleef ik bij de OK-inn. Dit omdat ik mijn visa voor Ghana moest halen, mijn visa voor Burkina Faso moest verlengen (dat zijn dus al drie dagen), en omdat ik Malaria kreeg. De aanval was hevig en kwam snel opzetten. Gelukkig herkende ik het bijtijds en slikte de juiste medicijnen, waardoor de aanval ook weer snel werd afgeslagen en ik de volgende dag al een stuk beter was. Reed nog twee keer met mijn fiets naar het centrum, in de 45 graden en door het belachelijke verkeer. Werd aangereden door een brommer maar het was gelukkig maar een schampschot. Ik kwam er van af met een bebloede enkel en een krom gebogen fietssleutel. De bouvier van Ywan en Andrea vond dat mijn arm deel van de stok was die ik aan gooien was. Ze hadden me gewaarschuwd, maar toch was het een verrassing toen hun hond vol aan mijn arm ging hangen, drie gaten in mijn arm als resultaat. Al om al een hevige tijd.

Een biertje gaat er altijd wel in natuurlijk
E waren ook andere reizigers bij de OK-in. Een aardige Fransman met zijn vrouw en zijn hele oude krakkemikkige auto, ze kwamen van Zuid-Afrika af. Hij was aan het bijkomen van Malaria, ook hij had te laat het noodpakket aangebroken waardoor hij nu al een maand heel erg slap en moe was. Na een dag kwamen Andrea en Ywan het terrein oprijden in hun rood-blauwe Daf. Ook zij hadden wat ellende achter de rug, Behalve dat Ywan nog steeds last had van de naweeën van Malaria, hadden ze op weg naar Burkina een aanvaring gehad met een stuk beton dat verdekt opgesteld op de weg lag. Resultaat was dat hun auto een gigantische sprong maakte, waardoor Andrea haar rug blesseerde, om nog maar niet te spreken van de kastjes die open sprongen en de schade aan vooral banden. Ze bestede de volgende dagen aan bijkomen van hun avonturen, visa verlengen en heen en weer naar de kliniek rijden om wat testen te laten uitvoeren. Het vage was, dat zowel Ywan als ik zelf, op dezelfde dag onpasselijk werden. Ondanks dat ik wel profylaxi gebruik, werd ik me ineens ziek zwak, misselijk en klom de koorts vrij snel naar een 38.5. En, zo is mij op het hard gedrukt, als je in de tropen dat soort verschijnselen hebt, ga NIET als eerste op bloedtesten wachten maar ga onmiddellijk een anti malaria kuur doen. Veel reizigers doen dat niet, want het is best chemische zooi en men wil die chemie niet in het lichaam als het niet hoeft. Daardoor gaat men eerste testen. Maar die testen wijzen pas na twee of drie dagen iets uit. Resultaat, de malaria heeft zich lekker verspreid, je bent gesloopt en het duurt dagen, soms weken voor je weer een beetje de oude bent Ik slikte ‘s middags mijn eerste setje malarone. Werd hierdoor nog misselijker en zieker. Had heel veel moeite om de pillen binnen te houden, maar omdat een setje gauw 30 euro per dag kost, doe je er wel moeite voor. De volgende dag voelde ik me een heel stuk beter en de dag erop was ik gewoon bijna weer de oude.

In een kruidendoktor winkeltje, van alles eng, dood en gedroogd
Heb ook geleerd dat ik geen Malaria profilaxi meer ga slikken. Omdat deze de verschijnselene bij het evt krijgen van Malaria zo afzwakken heb je niet in de gaten dat je malaria hebt en neem je de medicijnen te laat.

Ywan slikte ook nog eens een kuurtje anti-malaria, de rug van Andrea genas ook heel langzaam en omdat het erg warm was in Ouagadougou besloten we gezamenlijk richting Bobo-Dailassou te rijden. Daar, had ik gehoord van een Fransman, was een rivier waar je ongestoord aan kon gaan staan, het water was niet diep mar wel schoon en het zou redelijk prettig zijn. We vertrokken niet al te vroeg en stopte in de avond bij het kampement Sabou. Dit lag aan een bijna geheel opgedroogd meertje en hier ‘zwommen’ heilige krokodillen in. Ja, amehoela. Het enige wat er heilig aan was het geld dat men als entree vroeg voor het meer, terwijl het kampement pal aan het meertje lag. De lol was dat men voor een klein bedrag een levende kip kon voeren aan de krokodil maar wij besloten om deze volgevreten monsters niet nog vetter te maken en keken van afstandje hoe een paar Chinezen het prachtig vonden.

De luie volgevroten croc
Het was de volgende dag geheel bewolkt. Herstel, er zat zoveel zand in de lucht dat de zon er niet doorheen kwam en zo besloten we om nog een dagje op dat kampement te blijven staan. Van koelte moet je profiteren. Dat wil niet zeggen dat we niks deden. Rafael, een 17 jarige jongen die polio had gehad en in een rolstoel zat, vonden wij erg sympathiek waardoor we ter plekke besloten om een nieuwe buitenband voor zijn rolstoel te kopen. Zijn huidige band zat vol met gaten. Het zou niet lang duren voor zijn binnenband lek zou zijn, met als resultaat dat hij niet meer mobiel zou zijn. Toen de band er eenmaal was, probeerde we hem erop te zetten, en als twee rasechte Nederlanders zou dat normaal gesproken geen probleem moeten zijn. Echter was mijn inziens de nieuwe buitenband die hij had gekocht veels te klein. Ik gaf het dan ook snel op. Drie snuggere Afrikanen vonden echter dat zij dat zonder problemen wel konden.

Hollandse fietsenmakersXX
Het wiel werd ons bijna uit de handen gerukt. Gevolg, drie uur later kwam het wiel met de buitenband terug, (gebracht door twee kinderen, zelf durfde ze niet te komen), buitenband er op maar uiteraard wel kapot gemaakt. Binnenband had ondertussen 7 gaten er in, en niet van die kleintjes. Al om al konden we zelf het dorp in om een goede buitenband te kopen en de boel weer rijdbaar te maken, je kan immers niet tegen een gehandicapte zeggen van ‘ hé bekijk het maar, rijd maar op een wiel’ . Nou ja, je kan het wel zeggen, maar erg aardig is het niet natuurlijk.

Als dank kregen wij die avond een trommel serenade van mankepoot-met-nieuwe-band en twee van zijn kornuiten. Het was goed bedoeld maar duidelijk dat ze nog eens wat (veel) les nodig hadden.

Blij al swat met zijn nieuwe band (en sticker)
Door naar Bobo-Dailasou vonden we vrij snel het inderdaad heerlijke plekje aan de rivier. Onder de bamboo bomen en aan het water maakte wij ons op voor wat relaxte dagen. Het was hier niet zo erg warm en als je het toch benauwd kreeg kan je in het ondiepe riviertje gaan liggen.

Poedelen in het ondiepe water
Het water was niet koud maar het koelde wel af. In de avond werd het lekker. Het was genieten. En zo stonden we er bijna een week. In die week gebeurde er twee opmerkelijke dingen. De eerste was dat er , al vanaf de eerste avond, twee kinderen vlak bij onze auto’s rond hingen. Het bleek dat ze ook gewoon hier sliepen, op de grond. Het waren twee broers, ik schat van 10 en 12 of zo. Bij navraag bleken die weg gelopen te zijn. Erg communicatief waren ze niet maar begreep dat hun vader ze het huis uit zou hebben gezet. Onbedoeld krijg je toch medelij met hun, en als er wat eten over was werd dat aan hun gegeven. In de ochtend sneed ik een extra boterham, belegd met dik chocolade pasta voor ze, en zo aten ze ieder geval redelijk. Als dank kreeg ik wat gedroogde bonen. Daar leek het op, van die lange grote bruine droge dingen die in de boom hangen. Maar, als je ze openmaakt zit er een soort geel vleesachtige goedje in wat zoet en lekker is.
Tweede opmerkelijke was dat ik bij het kiepen van de cabine, mijn vooruit aan diggelen hielp doordat de koelbox plots vol tegen de ruit aan viel. Een grote dikke ster er in, dat betekende dat ik ergens een nieuwe vooruit moest gaan regelen. Dom Dom dom dom dom…….

Tijdens het kiepen maakte ik mijn vooruit stuk
Derde opmerkelijke ding (derde van de twee) was dat ik een soort irritatie aan mijn arm kreeg. De andere arm als waar de bouvier in had gehangen. Erge jeuk, kleine rode bultjes. Ik had dat al eens eerder gehad, toen kwam het van in vervuild water zwemmen in Nepal. Ik had dat medicijn nog bij me en dat hielp wat, maar ik liep bijna een week met irritante jeuk aan me arm. Het kan overigens ook schistosomiasis of Bilharziose zijn. Dat is een ziekte die hier veel schijnt voor te komen. Het zijn kleine wormpjes die zich in de huid vastbijten en zich een weg banen naar binnen. Vandaar dat dan bultjes optreden. Die wormpjes nestelen zich uiteindelijk in lever en vermenigvuldigen zich, waardoor je flink ziek kan raken. Misschien moet ik voor de veiligheid het medicijn Praziquantel maar inslaan. (ik schrijf dit even voor me zelf op).

Na bijna een week heerlijk gerelaxt te hebben was Ywan weer helemaal de oude en kon Andrea ook weer een beetje haar rug draaien. De een na laatst nacht regende het fors. Hierdoor nam het water volume in de rivier zo hard toe dat het modderig werd en het zwemmen niet echt meer een optie was. Hoorde later dat de plek tijden de regentijd gesloten is omdat het water nivo tot ver over de oevers kwam.
Ook hebben we op de een na laatste avond eens Hollands gefeest. Bij een restaurantje in de buurt maakte ze redelijke patat. We hadden daarom het restaurant al voorbereid dat we zouden komen. We maakte allemaal wat Hollands. En op naar het restaurant met pindasaus, frietensaus, ketchup en uitjes, en vergezeld door het uitstekende lokale bier Brakina aten we patat speciaal en oorlog, tot we er allemaal misselijk van waren.

De oude moskee in Bobo
En zo vertrokken we de volgende dag gezamenlijk richting Mere de hippopotamus, oftewel het nijlpaardenmeer. Er zijn wel meer plekken waar je nijlpaarden in hun blootje kan zien, maar volgens Ywan, die er al eens geweest was, was dit bij verre de beste en minst bezochte. Het was niet zo heel erg ver rijden van Bobo af, 35 kilometer of zo, maar we wisten allebei een spannende weg. Een spannende weg x2 is dus ook echt twee keer zo spannend. Dat begon al bij het wegrijden. Ik had nog geen meter gereden of ik zakte al in de modder. Door de regen was het allemaal erg zacht geworden en omdat ik niet echt modderbanden heb, liep het profiel al snel vol en had ik, zo leek het wel, banden van ijs. Was ik blij dat we twee auto’s waren. Ywan had echte off-road banden en trok me al snel vlot. Verderop moest hij me nog eens een zetje geven, voordat ik op de verharde weg belande. Met een tussenstop in Bobo reden we, via de oude lemen moskee, een stuk mooie weg en daarna over 15 kilometer redelijke piste. De piste boog plots af, terwijl het nijlpaarden-meer recht voor ons lag. Er liep ook een pad rechtdoor, maar dat werd duidelijk niet door auto’s bereden. Nu wel dus, want met z’n tweeen ben je dubbel zo moedig. Ondanks dat lokale ons vertelde dat het niet kon, reden we het pad in. Op plaatsen was het zo smal dat we over de naburige akkers moesten, op die manier onze eigen weg creërend.

Onderweg nog een soort medicijnmannen feest
Bij een dorpje was er een brug. Maar die was duidelijk niet op ons berekend. Van hout en bij elkaar gehouden door touwtjes, plakbandjes en veiligheids spelden durfde we er allebei niet over. Dan merk je dat je in Afrika bent, want al snel komt er iemand op je af om mede te delen dat we zo en zo om moesten rijden. Dat lukte inderdaad. Met een omweg via sluipdoor weggetjes stonden we even later aan de overkant. Het was nog 5 km tot het meer. Maar het pad werd steeds smaller waardoor we regelmatig moesten stoppen om stukken boom weg te kappen of struiken te snoeien. De Hollandse plantsoenendienst kwam weer in actie. Ywan zwoer bij zijn machete, ik gebruikte mijn uitklapbare superscherpe alles-zager. En zo vorderde we de laatste kilometers langzaam.

De plantsoenen dienst in aktie
De laatste kilometer hingen er zoveel bomen en struiken op de weg dat het geen doen meer was om te gaan kappen. De krassen op de zijkant van de auto waren volgens Ywan het bewijs dat ik mijn auto nou eens echt gebruikt had waar die voor gemaakt was. Ik was het daar absoluut niet mee eens, want hij is niet gemaakt om de plaatselijke fauna te slopen en de lakwerk te beschadigen, maar goed, we overleven het wel.

Het nijlpaarden meer was wel ok. De nijlpaarden die er zwommen waren niet gewend aan mensen en als het bootje waar ik in zat te dicht bij kwam, doken ze verschrikt onder in een plons van schuim. Wat een kolossen zijn dat zeg, ik wist niet dat ze zo groot waren. Die moeten niet op je gaan zitten.

Joekels van beesten
De nacht naast het meer doorbrengen was nog al rumoerig. De nijlpaarden brulde in de nacht, aangevuld met kikkers, vogels, krekels en ander herriemakers. Vroeg wakker dus, dat betekende vroeg weg. Afscheid genomen van Ywan en Andrea die terug naar Ouagadougou reden. Ze kregen familie visite vanuit Europa. Ik reed terug naar Bobo. Een paar kilometer verder werd ik al opgewacht door een auto. Langzaam rijden melde de man, er loopt een kudde olifanten op of vlak bij de weg. Spannend!!!! Ondanks goed opletten hadden de beesten zich denk ik verstopt.

In Bobo spendeerde ik nog een rustige middag aan de rivier. Parkeerde voor de nacht op het hoogste puntje van Bobo, maar verkaste midden in de nacht toen het begon te regen en onweren. Tijdens onweer is het niet verstandig om op het hoogste punt te blijven staan.

De volgende dag door naar Bafora, in het zuidwesten van Burkina Faso. Hier zou een mooie waterval zijn alsook wat leuke natuurparken, en ik zou via Banfora en een hoop pistes, weer terug kunnen naar Ouagadougou. Het regende nog steeds in de ochtend, het was een echte zondag morgen, druilerig en nat maar met een goddelijk temperatuurtje. Via een lange stopover aan de kant van de weg kwam ik in Bafora.

Een bus die stopt word belaagd door Mango verkoopsters
Onderweg viel me op dat de minibusjes, die hier tussen steden en dorpen pendelen, steeds bepakter worden. Zaten er in Senegal al veel bepakking op, in Mali stonden er al fietsen boven op. In Burkina parkeren ze gewoon fietsen en brommers boven op het dak en vandaag zag ik, boven op een gewoon mini-busje een hele rij fietsen en brommers, en daar boven op zaten dan weer mensen alsof ze op de brommer aan het rijden waren. Ik wlde er nog een foto van maken maar het mini-busje was zo snel dat het al weg was voor ik de camera in de hand had.

Het zuiden van Burkina is veel groener en wat heuvelachtig. Hoogste berg van 500 meter, dus geen mount everest of zo. De watervallen werden bereikt via een super slechte modderpiste. Echt spectaculair waren ze niet, maar dat krijg je als je de Iguazu watervallen hebt bezocht. Daarna lijkt elke andere waterval een druppelende kraan. Groot voordeel was wel, onder deze waterval kan je staan om je af te koelen, en dat deed ik dan ook met plezier.
Spendeerde de nacht op een hoog punt. 450meter, dat is 100 meter hoger dan de omgeving en scheelde 5 graden in de nacht. Was van plan de volgende dag via een piste en een omweg terug naar Ouagadougou te rijden. Reed de piste op en die bleek best slecht te zijn. Ik dacht nog, even volhouden, dan wordt ie wel beter, maar het tegendeel was waar. En in de lucht zat regen. Donkere wolken stapelde zich op. Moest er niet aan denken om in de stromende regen op een slechte modderpiste te staan. Behalve dat het link is, vind ik dat ook niet leuk rijden. Heb de piste nog een paar kilometer aan gekeken en toen het niet beter werd, omgekeerd en via de hoofdweg, vergezeld van een koele 30 graden en een heerlijk windje reed ik terug naar Ouaga. Haalde die dag Sabou en parkeerde op een plekje waar ik eerder was, naast het krokodillen meer.

Daar gaat je geld naar toe
Besloot de volgende dag lui te blijven staan en begon wat te lezen over mijn verdere tocht.
Maakte me een beetje zorgen over regentijden die er aan kwamen. Wilde eigenlijk ook nog wat dingen in Mali zien. Maar Ghana trok ook, eindelijk weer een land waar ze Engels spreken. Kon maar niet besluiten wat ik zou gaan doen. In Ghana begint de regentijd net, die duurt twee maanden.
Maar geen besluit nemen wil niet zeggen dat ik niks ga doen, dus reed 5 mei richting Nazingha. Dat ligt op de grens van Burkina Faso en Ghana en is een reservaat waar veel Olifanten en ander wild schijnt rond te lopen. Maakte nog wel even een tussenstop langs de kant van de weg bij wat stalletjes waar ze mango, ui en tomaten verkochten. Precies wat ik nodig had. ‘Cenkcent’ schreeuwde alle vrouwen om het hardst, onderwijl hun stapeltje mango’s uien of tomaten aanwijzend. Hierna een stopover in Ouaga om sodawater te kopen, evenals andere zaken natuurlijk. Sliep halverwege Nazingha in het wild. De weg richting Po was men aan het vernieuwen zodat je steeds over een haastig aangelegde zanderige ventweg moest rijden. Maar men was hard aan het werk en dan vind ik het nooit zo erg. Soms was er een een-richtings verkeer stuk en diverse keren moest ik van de verkeers regelaar een stokje meenemen om aan de andere kant weer af te geven. Hiermee wist de mijnheer aan de andere dat ik de laatste auto was, en kon hij het verkeer van zijn kant door laten. Hij op zijn buurt gaf dan aan de laatste weer het stokje mee terug. Afrikaanse communicatie.
Kwam de volgende dag bij de ingang van het park. Daar stond ook een Deens jong stel wat ruzie te maken met hun chauffeur. Die zou van alles beloofd hebben en het nu niet nakomen. Waar ken ik dat van. Ze spraken geen Frans dus ik hielp wat maar reed daarna het park in. Geen idee wat ik daar kon verwachten. Ja olifanten. En die kreeg ik ook.

Van de ingang van het park naar het kampement zelf was nog 35 kilometer slechte piste. Het was 4 uur in de middag, alle beesten sliepen zeker, ik zag niks. Eenmaal bij het kampement aangekomen, lag dit aan een meertje, waar lui een olifant in lag te badderen. Na mijn auto geparkeerd te hebben liep ik, tezamen met het ondertussen ook gearriveerde Deense stel, rond het meertje om die olifant op de plaat te schieten. Op een gegeven moment kwam het Deense meisje blijkbaar iets te dicht bij. De olifant liet zijn oren flapperen, stond demonstratief op en maakte een gebaar zo van ‘ ik kom je verpletter, jij lastig mensje’ . Het Deense meisje schrok zich rot en rende voorhaar leven. Ik moest toch wel wat lachen en zei meesmuilend ‘ je bent toch niet bang voor zo’n klein beestje’. Na verloop van tijd verliet de olifant het water en ging wat in de bosjes lopen eten denk ik, dus ik hield het ook voor gezien en liep met een weide boog om de de plek waar ik de olifant vermoede heen, op weg terug naar mijn auto. De weide boog was blijkbaar niet weid genoeg want toen ik zo’n 50 meter van het beest kwam werd het ineens weer kwaad, en begon door de bosjes heen richting mij te rennen. Nu was het mijn beurt om een noodsprong te maken en een hazen-loopje bracht ik me in veiligheid. Geloof me, als er zo’n enorm beest ineens op je af rent, doe je maar een ding….rennen, ik heb het wereldrecord 100 meter minimaal evenaard . Dit zijn geen tamme olifanten uit Artis die rustig wachten tot jij een apennootje in hun slurf drukt. Dit is echt wild en onberekenbaar. Met het hart in mijn keel stond ik een paar seconde later op de veranda van een huisje, de olifant stond rustig verder te snacken in de bosjes.

Lekker badderen in het ondiepe meertje?
De volgende morgen had ik, tezamen met de Denen, een Safari geboekt. Ik sliep slecht, ondanks dat het niet warm was en ik boven op mijn dak sliep. Men vond het nodig om de hele nacht een generator te laten draaien en dat was niet echt het geluid waar ik op te wachten zat midden in de jungle. Om half 7 in de ochtend stapte we in de laadbak van een gammele jeep. De eerste 45 minuten zagen we wat herten en hert-achtige weg springen, als ook een zwijn, wat mooie vogels en heel in de verte een olifant. Spannend om te zien allemaal.

Herten

In allerlei smaken en kleuren
Na anderhalf uur zoeken door het half bos/half savanne plots een hoop kabel. Daar stond een familie olifanten pal aan de weg. Ik telde er zo een stuk of 6, met kinderen er bij en dat maakte het spannend. De moeder vond dat we niet te dicht bij mochten komen en begon dreigend naar onze auto te denderen. Oren wijd open, kop omhoog zodat de slagtanden goed te zien waren. Wij zaten op de achterkant van een open pick-up truck dus nogal kwetsbaar. De chauffeur zag de olifant aan komen denderen en gaf wat gas en reed 10 meter door, de olifant droop af. Het Deense meisje was nogal bang en wilde graag verder rijden. Mijn hart klopte ook wel wat sneller, maar de chauffeur reed zijn auto achteruit terug naar de originele plaats.

Zal ik jouw eens komen verpletteren?
De olifant begon weer te dreigen. Dit hele voorval herhaalde zich drie keer, de olifant kwam steeds bozer dichterbij. Ik begon het nu ook gevaarlijk te vinden maar de chauffeur had er de grootste lol in. De vierde keer kwam de olifant zo dicht bij dat zelfs de chauffeur het maar beter vond om door te rijden en zo was ik in de ochtend als voor 8 uur spannend door een boze olifant achterna gezeten. Maar de dag was nog niet over.

Onze gids. Zijn gezichts besnijdenis wordt gedaan als ie baby is, elke stam heft zijn eigen tekens. Daar zal vast wel weer een Nederlandse aktie groep tegen zijn.
Om een uur of tien was ik klaar om de terugweg over het lange stuk slechte piste te aanvaarden. Wilde niet nog een dag in het park blijven want het was best duur. Na 5 minuten rijden zag ik wat oversteken en 200 meter verder bleek een hele kudde olifanten op de weg te staan. Waarschijnlijk dezelfde als die ochtend, maar nu zag ik dat het er minimaal 15 tot 20 waren. Ik kon er niet door al zou ik het willen. Wachten dus. Maar de kudde kwam steeds dichterbij, en op een gegeven moment begon een van de olifanten dreigende bewegingen richting mij te maken. Daar sta je dan helemaal alleen, met 15 olifanten die je stuk voor stuk waarschijnlijk zo omver kunnen werpen. Snel in z’ n achteruit en wat afstand nemen. Had geen zin om nog meer schade aan mijn auto. De beesten bleven maar op de weg staan, dan staken ze weer over naar rechts, dan weer naar links. Na een half uur zag ik dat ze iets van de weg af waren geweken en in de bosjes stonden, ik zag mijn kans schoon. Vol op het gas. Ik zag, terwijl ik er voorbij reed, de grootste olifant zich omdraaien. Hij (of zij) kwam al trompetterend achter me aan, maar hij was te laat. In een wolk van stof liet ik de beesten achter.

Er moesten stoplichten komen vind ik
Dat was een spannend dagje de ik niet snel zal vergeten.

Ik kan iedereen het Nazinga park aan raden. Zeker in de niet regen periode is de kans dat je olifanten ziet erg groot, omdat ze komen badderen en drinken op de bekende plaatsen. Het park is enorm en er schijnen zo’n 600-700 olifanten in rond te zwerven. En behalve olifanten lopen er diverse soorten hert, buffalo’s wilde zwijnen, apen etc. Er schijnen ooit tijgers en leeuwen geweest te zijn, maar die zijn waarschijnlijk allemaal afgeschoten en al jaren niet meer gesignaleerd.
Jammer is dat er een ‘ geef me je geld’ atmosfeer heerst. De prijzen zijn hoog, ook van het eten, er is niks aan informatie over het wild wat er zit. De gidsen spreken slecht Engels en zijn niet super vriendelijk. En dan die generator de hele nacht, dat vind ik nog het meest zonde.

Overigens zijn olifanten enorme lompe beesten. Ze eten per dag zo’n 150 kilo bladeren takje, schors en vruchten. Om die allemaal in je bek te stoppen, is het het makkelijkste om een boom te slopen, als het op de grond ligt kom je er makkelijker bij. Overal zie je dan ook de destructieve kracht van de olifanten. Omver geworpen of opgeknapte bomen zie je heel veel.

Verder door op terugweg naar de bewoonde wereld. Er hing al een paar dagen regen in de lucht. Het werd dan donker, ging waaien, soms druppelde het een keer, maar dan was het voorbij. Ook nu werd de lucht steeds donkerder. Ik reed op een zandweg. De regen hield zich gelukkig in en ik belande op asfalt voor de bui eindelijk eens echt los barste. Maar dat hielp me wel met mijn besluit, want de wolken kwamen uit Ghana, en daar wilde ik dan dus nu maar net naar toe. Besloot om terug richting Mali te gaan rijden, wat rond te hangen rond mijn eerste plek in Mali (Bolly’s camping) om daarna als het in Mali wat koeler is alsnog Dogon gebied en evt Timboektoe te gaan bezoeken.

Reed terug via Ouaga naar mijn vertrouwde plek naast het krokodillen meer. Bij de peage (ja, je moet hier overal betalen voor de weg, niet veel maar toch) kwam de mijnheer van het betaal hokje van onder een boom vandaan. Hij was, net zoals velen een mango aan het eten en had één hele vieze hand. Hierdoor kon hij het bonnetje niet afscheuren en hij riep er zijn collega bij. Maar die was zich ook tegoed aan het doen aan een mango en had ook maar één schone hand. Met ieder een hand probeerde ze zo om tezamen het bonnetje af te scheuren. Ik heb al lachend een minuutje aangekeken en heb toen zelf het bonnenboekje gepakt en het ding er uit gescheurd. Halve zolen.

Bij het binnenrijden van het Campemant Sabou viel het me op dat de waterput afgesloten was met allemaal takken. Normaal staan er altijd rijen met mensen water te halen, nu was het er stil. Bij navraag bleek dat er een paar dagen geleden een klein meisje in de put was gevallen en was komen te overlijden. De brandweer had haar er uiteindelijk uitgehaald en uit voorzorg, medeleven of uit hygiënische overwegingen hadden ze de put toegedekt. Kijken hoe lang dat duurt.
Toen ik water ging halen bij een waterpomp werd me verteld dat ik er voor moest betalen. Niet veel, paar centen, maar het gaf me wel een naar gevoel. Je helpt links en rechts mensen hier, geeft gratis kleren of eten of een buitenband, en als je zelf dan wat water wilt pakken moet je dokken. Typerend de Afrikaanse instelling. De man die me het vertelde had de hele dag onder de boom naast de pomp gezeten en gezien dat ik wel 5 keer een kan water had gehaald. In plaats van wat te werken vond hij het belangrijker mijn water gebruik te meten. Ook typisch Afrikaans.

Mensen hangen hier dagen aan een onder een boom of op een stoel. Ook op het kampement hier. In de ochtend komt het personeel aankakken, op hun brommertje (daar is wel geld voor), ze ploffen in een stoel onder het afdakje en komen voor 12 uur niet meer van de plaats af. Dan lopen ze wat heen en weer, waarschijnlijk moeten ze naar de toilet, poepen dan ergens en ploffen voor de rest van de middag weer ergens anders neer. Er zit geen greintje initiatief bij. Het glas opruimen wat er rondom ligt, het vuilnis dat overal aanwezig is opruimen, de kapotte stoelen of afdakjes repareren, de douche die naar pis stinkt schoonmaken… doe normaal, daar wordt je alleen maar moe van. Het water in de douche is zo heet dat ik er nog net onder kan. Waarschijnlijk staat de waterton ergens op een zonnige plek. Jammer toch die instelling. En dan mij om geld vragen voor water.

Overigens kwam in dat zelfde kampement een ventje van een jaar of 18 me heel stoer foto’s laten zien van zijn vader, die samen met een blanke, een leeuwin had geschoten. Ik was daar wel een beetje triest van, blijkbaar zijn er nog steeds blanke die het nodig vinden om dat soort op uitsterven staande beesten te vermoorden voor hun eigen plezier. Eigenlijk zou ik die foto even moeten kopiëren en op internet zetten, in de hoop dat die blanke sukkel herkend word door iemand. Het ventje met de foto’s, die er zelf waarschijnlijk niets aan kon doen, heb ik met een standje weg gestuurd. Dus die zal wel niet meer langs komen.

Terug naar Ouaga om mijn visa voor Mali te regelen. Dat ging uitzonderlijk makkelijk, misschien vanwege de schrikbarende prijs van 30.000 CFA (48 euro). Maar ik heb nu wel 3 maanden visa ipv 1 maand. Tussen inleveren paspoort en ophalen (zelfde dag) nog even het centrum in gereden en boodschapjes gedaan. Ik had van Ywan coördinaten van een nieuw ontdekte kampement gekregen. Dat was 6 km van de stad vandaan en er zou zwembad zijn en veel ruimte. Dus na het ophalen van mijn visa die kant uit. Het bleek een Hotel te zijn met een groot stuk grond. De eigenaar was ex-Italiaan. Het zwembad was super, evenals de bar en de ambiance. Maar goed, voor 4000 CFA per nacht mocht dat dan ook wel. Enige nadeel waren de vliegen, in no-time had ik honderden vliegen in mijn auto.

Net terug uit een duik in het zwembad (het was weer eens 42 graden vandaag) kwam er een groot rood-blauwe truck aanrijden. Je raad het, Ywan en Andrea. Die waren het Park Pjendari in Burkina wezen bezoeken. Het park ligt op de grens van Burkina en Togo en ze hadden hele goede ervaringen in het Togo deel. Het Burkina deel was hun vies tegengevallen, dus waren ze eerder terug. Wat een leuk en onverwacht wederzien. Hun zoon was mee, en met ons vieren aten we heerlijke pizza en dronken veel bier.

Prettig gezelschap, bier, pizza en een zwembad, wat wil je nog meer.
Wederom afscheid van Ywan en Andrea reed ik in anderhalve dag terug naar Bobo. Parkeerde 100 km voor Bobo langs de kant van de weg. Er waaide en koel windje die de 42 graden van die dag snel deden vergeten. Sliep op het dak maar om 11:45 uur moest ik op omdat er noodweer aan kwam. Sleepte alles naar binnen en verkaste de auto naar een iets veiliger plekje (ivm met evt. modder in de ochtend) en een minuut later brak er een noodweer los en stond mijn auto te schudden op zijn wielen. De volgende dag was koel maar de wolken verdwenen snel om weer plaats te maken voor de koperen klootzak die er weer 42 graden van maakte. De verkoop techniek van de gemiddelde Aziaat is om, als je zijn winkel/kraampje benadert, alles aan te wijzen alsof je het zonder dat niet zou zien (ondertussen aan zijn ballend krabbend). Irritant, maar toch kan het erger.
De verkoop techniek van de gemiddelde Afrikaan is, om met 6 man tegelijk van alles pal onder je neus te duwen. En dan op zo’n manier dat je gewoon niet meer kan zien waar je loopt en je vaak uit ellende maar weg vlucht. Uiteraard zonder wat gekocht te hebben. Ik maakte het diverse keren mee, een voorbeeld was op het groente en fruit marktje naast een van de supermarkten in Ouagadougou. Er staan daar een stuk of zes stalletjes naast elkaar en als je een valse oogbeweging maakt, stormen er dus 12 vrouwen op je af en duwen ze zowat hun goederen je tas in. Als je boontjes wilt gaan kopen (zoals mijn plan was) krijg je mango’s, tomaten, uien, appels, peren bananen en aardbeien onder je knar gedrukt, allemaal tegelijkertijd en je kan dan niet verder lopen want de vrouwen blokkeren je weg en je zicht. Het werd die avond boontjes uit blik.

Kocht voor 30 euro een soort veldbed, waar ik erg blij mee ben. Kan buiten op het bed slapen en dat is heerlijk. Jammer is dat het bed, opgevouwen, wel erg groot is waardoor het moeilijk op te bergen is.

Het lokale frisdrankje heet Yuki, Weer een naam er bij. Het is overigens niet te zuipen. Heb twee smaken geprobeerd en het smaakt alsof het al 100 jaar in die winkel stond. Muf. Bah. Yuki smaakt dus Jaki
Stokbroodje in Burkina Faso 75-100 CFA. Biertje in winkel (0.6 liter) 600 CFA, restaurant vaak 600-1000. Heb wel wat spullen mee die ik aan arme mensen kan geven, en dat doe ik wel met plezier. Iemand ergens mee helpen geeft natuurlijk een goed gevoel. Maar in Afrika is dat net altijd zo. Meerdere malen gaf ik iemand een kledingstuk, iets te eten of drinken of wat anders, en was men er niet blij of tevreden mee. Dan wilde ze een ander of nog een kledingstuk, of een groter bord met eten, men liet ieder geval duidelijk merken dat men niet gecharmeerd was van het geboden goed. Dat is voor mij heel simpel. Terug met die hap en barst er maar in. Kom nou. Ik ben wel blank maar niet gek.