201004 – April 2010, Mali

Na Senegal was Mali aan de beurt. Een arm en heel warm land. Had er mijn eerste echte off-road ervaringen, vond bijzondere plekjes aan het water en had het heet, heel heet. Via de hoofdstad Bamako belande ik in Djenne alwaar een oude moskee staat, opgebouwd uit modder

het is weer een heel verhaal geworden, met erg veel foto’s. Dit deel van Afrika is boeiend en als het wat minder warm was, erg leuk om te verblijven.

 

[print_gllr id=2837]

Net als aan de Senegalese kant, stond het aan de Malinese kant van de grens ook bomvol met vrachtwagens. Het douane kantoor bleek twee kilometer verderop te zitten, dat werd dus 2 km lang me tussen vrachtwagens persen. Bij het douane kantoor verwachte ik het ergste. Daar binnen gelopen was het een oase van rust. Niet een vrachtwagen chauffeur, sterker zelfs, ik was de enige ‘klant’. In no-time had ik mijn lessé-passé dan ook in handen, na het achterlaten van 15.000 Cfa. (650 cfa is een Euro).Hier in Mali gebruiken ze hetzelfde geld als in Senegal, dus dat was makkelijk. Een kilometer verder zat de immigratie. Ook hier werd ik 15.000 cfa armer voor een 30 dagen visa, hoppa, ik was in Mali.

De eerste stad in Mali is Kayes, ongeveer 80 km van de grens. Dat leverde geen problemen op, de weg was, op wat gaten na, redelijk. Het was weer eens warm. Ik verbaasde me dan ook over het aantal motor rijders, die in de felle zon en de fohn achtige warme wind vrolijk op hun motortje reden. In de zon is het 55 graden en dan zonder helm, hoed af wat anders lijkt me geen pretje.

Route door Mali
Mijn doel in Mali is om richting Bamako te rijden, de hoofdstad. Nu zijn er twee manieren om er te komen. De noordelijke route, via Diéma. Dat is 600 km asfalt. Geen idee in welke staat, maar wel asfalt dus. Het alternatief is de zuidelijke route, via Bafoulabé, Manantali en Kita. Ik wist dat er zeker tot Bafoulabé geen asfalt lag. De weg, als je het zo kan noemen, zou slecht en spannend zijn.

In Kayes aangekomen gooide ik mijn water en diesel tank vol, wat eieren gekocht en zuid gereden. Het begon inderdaad slecht. Een zandpad vol met gaten en wasbord. Maar naarmate ik verder van Kayes af kwam, werd het wasbord minder. (de gaten bleven). Het was zoeken. Er was niet echt een weg, meer een zandpad dat elke keer vertakte. Soms liepen er 4 of 5 sporen parallel, het was dan gokken. Af en toe gokte ik verkeerd en stond je plots voor een gapend gat of een lage boom en moest achteruit terug. Uiteindelijk kwamen de diverse paden wel steeds weer bij elkaar, en dan begon het zoeken opnieuw. Het pad bestond veelal uit los poeder-zand. Snelheden boven de 10 km waren er weinig, en als ik eens over de 20 km p/u reed dacht ik, oh wat een snelheid.

Avontuurlijke wegen in Mali
John en Gon (http://www.adventuremotors.nl) hadden deze weg in de regentijd gereden en hadden een aantal keren terug moeten keren, hele enge wegen meegemaakt en er dagen over gedaan. Kon me dat wel voorstellen. Ik bedoel, het rijden in los zand is niet echt prettig, maar als het geregend heeft is dat modder, dat is nog lastiger.

Het eerste stuk was er altijd wel iemand in de buurt aan wie ik de weg kon vragen. En zo kwam ik, tegen het eind van de middag, bij de watervallen van Dú Felou. Misschien was het in de regentijd spectaculair, nu was het gewoon wat water die over wat rotsen naar beneden stroomde. Boven op een rots stond een andere camper. Franse kenteken. Ging er naast staan en zag dat de Fransen in het water lagen. Het was 43 graden, dus leek mij ook een goed plan en binnen no time lag ik ook in de rivier de Senegal. Het water was redelijk helder maar helaas gewoon lauw. Dus het koelde wel enigszins af, maar ook weer niet echt. De Fransen bleken twee jongens te zijn. Echte hippies met vlas haren en drugs bekkies, zo uit de 60’ er jaren weg gelopen. Een er van stond te baden in zijn onderbroek die zijn beste tijd gehad had, de ander was wat ouder, een hond lag onder de boom, het was allemaal erg vredig. Ze stonden er al 10 dagen zeiden ze. Zo geweldig vond ik de plek nou ook niet, maar goed. Omdat het afgevlakte rotsen waren waar je op stond, leek het me erg lang warm blijven n de nacht. Dat werd bevestigd. In de ochtend was het nog steeds 35 graden zei Frans1. Leek me een slecht plan, nam afscheid en reed een kilometer of 20 door. Parkeerde daar de auto midden in het niets, bijna aan de rivier, onder een grote boabab, en maakte me op voor de nacht. Heb heel hard gezondigd, maakte een superlekker maaltje van gebakken aardappelen met gebakken in stukken gesneden frikadellen, uitje er door heen. Maakte genoeg voor de lunch van de volgende dag, maar at alles in een keer op. Burp.

Weer eens heerlijk onder een boabab
De nacht was bijzonder aangenaam en koel. Sliep heerlijk. Er waren ook vrijwel geen muggen of andere vliegende mormels, dus zat lang buiten, terwijl de airco binnen de boel koelde.
In de ochtend was het 21 graden. Wat een genot. Ik maakte me op voor een zware dag rijden. En ik kreeg wat ik verwachte. Het was erg avontuurlijk omdat ik geen idee had of ik er überhaupt wel door kon komen. Ik liep het risico om zo maar een dag te verspelen door een verkeerd weggetje te pakken. Maar, ik vorderde gestaag over het karrenpad. Bij een dorp hing zowaar een politie agent langs de kant van de weg. Ik stopte om hem de weg en zo te vragen Ohh, allemaal geen probleem, er is maar een weg, je kan niet fout. Afrikaanse logica, ik heb denk ik wel 200 aftakkingen van het pad gezien.

10 kilometer voor Diamou waren ze met de weg bezig. Het zanderige karrenpad werd ineens een geschoven gravelpad, en er naast was men bezig een mooie gladde weg aan het aanleggen. Soms kon je er een deel op, vaak moest ik er naast, maar alles beter dan het hobbelpad. Kreeg het idee dat de chinezen er de hand in hadden, zag hier en daar wel een paar spleetoogjes.
Als je op de kaart kijkt, kan je bij Diamou 2 kanten op. Als je er echter zelf bent, klopt die kaart voor geen meter. De weg immers bleef doorgaan richting Sélinnkegni, terwijl het deel richting Mahina niet te vinden was. De afslag zoals die op de kaart stond klopte ook voor geen meter, al mijn gps kaarten waren fout, op een na, Tracks4Africa (maar die ging later op in de fout).

Ik denk dat ik hier een beetje de vinger op de tere plek leg. Want veel mensen houden van Afrika, en waarom? Omdat het avontuur is. De kaart klopt gewoon af en toe niet, de wegen zijn bijzonder onvoorspelbaar, het is avontuurlijk en spannend.

Spannend rijden
Hoe dan ook, de weg stak de rivier de Senegal over. Ineens, zo midden tussen de karrenpaden, een lange betonnen moderne (slecht onderhouden) brug. Aan de overkant van de brug lag ineens asfalt. Niet zomaar asfalt. Geen strak zwart streepje. Nee,, asfalt van voor de tweede wereld oorlog of zo. Dus werd het 10 meter rijden, remmen, langzaam het gat door, gas geven. Herhaal proces 50x per kilometer. Af en toe hingen er bomen over de weg, maar daar kon ik steeds net onder door, met dank aan John en Gon die deze netjes voor mij hadden afgezaagd op hun doortocht. Na zo een paar uur te hebben door gehobbeld, begon ineens weer een wegaanleg project. Dus kon ik af en toe weer gas geven. Op een gegeven moment boog de weg de verkeerde kant uit, voor mijn gevoel. De weg boog naar links, en ik had zo’n idee dat ik hier rechts af moest slaan. Maar dat was weer een karrenpad en liep naar een klein dorpje, dus ik dook dat dorpje in om het te vragen. Onder een afdakje zaten 3 mannen, druk bezig met niets te doen, ik zette mijn auto er naast, stapte uit voor een praatje. Dan start onmiddellijk de VVVVV regel, dus in no-time stonden er 340 ventjes om me heen, die allemaal een ander mening hadden. Onderwijl liepen de kinderen te schreeuwen om Cadeau, en geef me je fiets, het was een ware kakofonie. Maakte er ieder geval van op uit dat de weg zoals ie op de kaart stond niet toegankelijk was voor een vrachtwagen. De weg was slecht en gevaarlijk op punten, maar, als ik door zou rijden op de ‘grote’ weg naar Selinnkegni dan zou daar de weg zich vervolgen richting Bafoulab’e, en die was hartstikke goed. Nou, als dat hartstikke goed moest zijn, dan houd ik me hart vast voor een weg die ze slecht noemen. Tot Selinnkegni was de nieuwe weg in die mate af dat je op het ongeasfalteerde deel kon rijden. Soms was het echter nog niet gewalst dus wat onvlak, maar beter dan een karrenpad. Vanaf Selinnkegni moesten ze nog met de weg beginnen en was het terug naar af. Ik had in het dorp twee lifters meegenomen (doe ik ook niet meer). Die wezen me de weg bij twijfel, dat was wel weer handig maar ze deden zich echt voor als de stereotype domme negers, die met hun mond half open een beetje voor zich uit zaten staren. Dat ze dat hoogst waarschijnlijk niet zijn is omdat de communicatie moeilijk was. En dat zal deels zeker aan mij liggen. Diverse malen gesprekken geprobeerd, maar het stokte al snel in een ja en nee antwoorden en toen ik vroeg wat ze voor werk deden snapte ik geen zak van het antwoord. Een van de jongens had een duim gebitje, waar de tanden zo ver naar voren staken dat ie zijn mond niet meer dicht kreeg. De ander zei vrij weinig.

Slechte weg
Het stukje tot de rivier Bakoye duurde erg lang en was super slecht. Als je dat in regentijd moet rijden, never nooit niet mogelijk. Zelfs niet met een Daf. Het was droog gebied, ondanks de paar grote rivieren in de buurt. Droge zanderige grond. Wel veel bomen, maar het leek alsof ze dood waren. Geen bladeren, alleen dorre takken. Het kan zijn dat die bomen pas tot leven komen in de regentijd, zo vanaf mei/juni. Veel overhangende bomen en takken, een paar keer heb ik moeten zagen om de auto niet te veel te beschadigen. (de plantsoenen dienst kwam hier niet echt langs). Af en toe kwam je een dorpje tegen. Dat is wel weer leuk altijd. Stel je voor dat het zandpad dwars door het dorp gaat. Links en rechts met takken gemaakte afrastering. Dat is om je grondgebied af te bakenen. Daar binnen in dan rieten ronde hutjes waar de familie woont. Vrouwen staan met vijzels meel te stampen. Kinderen spelen (en roepen heel hard TOUBAB als ze me zien), mannen liggen lui onder afdakjes te dutten, ezels, kippen, koeien en geiten lopen allemaal los rond binnen de omheining. Er liggen stapels hout om te koken. Er is geen grassprietje groen. Veel bomen zijn omgehakt voor hout, behalve die bomen die nodig zijn om de belangrijke schaduw te geven in dit droge hete klimaat. Op een van de lemen gebouwtjes staat met witte kalk een kruis, dat is de lokale kerk.

De kerk
Over die hitte kan ik kort zijn (maar dat doe ik natuurlijk niet). Met 44 graden vandaag is het ernstig warm. Omdat het een droge hitte is, is ie beter te harden dan de vochtige. Je zweet uiteraard veel, maar dat droogt onmiddellijk op. Er waait ook een droge warme wind bij, de Harmatan genoemd. Dat is net een föhn. Makkelijk als je je haar moet drogen. Lekker belangrijk. Deze wind draagt veel zand met zich mee waardoor alles constant heiig is en alles onder een dunne laag ragfijn zand ligt. Foto’s van landschappen worden hierdoor niet echt mooi.
De droge hitte vind ik ieder geval beter te harden dan de vochtige hitte. Dan is alles klam is en krijg je de schimmel tussen je ledematen omdat er plekjes zijn die je nooit droog krijgt.
Ik moet vaak wat vet op me lippen en in me neus smeren om uitdroging te voorkomen. Als me neus uitdroogt heb ik vaak last van bloedneuzen, dus smeren maar. Klinkt raar, maar het helpt wel.

Uiteindelijk om 5 uur arriveerde ik bij de pont van Bafoulabé. Zette mijn auto aan de waterkant en ging vragen over de pont. Tuter maar zegt men, dan komt ie wel. Hoef je mij maar een keer te vragen dus whoooooooooop!!!, ging mijn claxon over het water. Zo, dat hoorde ze 10 dorpen verder ook nog. Nu wachten. Ondertussen stonden er tientallen kinderen om me heen te zeuren. Die negerend kwam er ineens een jeep aanrijden. En dat is opmerkelijk omdat dat de eerste auto was die ik in 4 uur had gezien. De bestuurder zette zijn auto voor de mijne en er kwam een blanke man uit. Groot kruis om zijn hals het was duidelijk wat het was. Een missionaris (jaja, ze zijn er nog). Het was Jon Solve Strand, een Noor, die hier op de protestantse missie werkte. Ik weet niet waarom, maar als je dan een collega blanke tegenkomt, dan moet je ineens over heel veel dingen praten met elkaar. Hij gaf me de tip om met het bootje niet naar Bafoulabé te varen, maar naar gehucht xyz. Ben de naam vergeten, staat ook op geen enkele kaart, maar het lag aan de overkant van Bafoulabé. Er komen hier namelijk twee rivieren bij elkaar in een soort T, de ferry had dus drie landingsplaatsen. Hij zegt, als je naar Bafoulabé gaat, moet je eerst naar Mahina rijden (dat is maar 10 km) en dan moet je daar wederom met de boot over, als die tenminste je auto mee kan nemen, wat ik betwijfel. Als dat niet kan, met je over de spoorbrug gaan rijden. Nu had ik op de website van John en Gon al gelezen dat dat een hel zou zijn, dus dat wilde ik vermijden en zette koers naar de goede overkant (blij dat God me toch wat had geholpen). De ferryman was onvriendelijk en bot, wilde 10.000 Cfa hebben maar op een onprettige manier. Kon er nog 2000 afkletsen.
Nadeel van deze landingsplaats was wel dat aan deze kant van de rivier, geen echte weg was. Dus het was een kilometer of 10 buffelen door mul zand om bij de ferryplaats aan te komen, ben je gauw twee uur mee bezig. Maar toen was ik er ook echt eindelijk. Bij het begin van de redelijke weg naar Manantali. En daar zou er een stuwdam zijn en ook wat nog beter was, daar kan je lekker zwemmen. Maar, nu zette ik de auto op een vlak stukje rots aan het water, ter hoogte van een soort stroomversnellingkje en sliep als een blok

Slapen aan de rivier
Deze manier van rijden is zwaar. Erg zwaar. Het is stoppen, optrekken, remmen, langzaam door gaten heen, snel door mul zand heen (waar dan vaak onverwachtse hobbels in zitten), veel toeren maken op de juiste plekken, weinig toeren op andere, super geconcentreerd zijn, alles goed inschatten, aan beide kanten bomen en takken. Een keer niet opletten en het gaat verkeerd. Meezingen met een leuke song vandaag koste me het glas van de rechter spiegel.

Vandaag ben ik maar liefst 10 uur en 39 minuten onderweg geweest. Hiervan 8 uur en 45 minuten ook echt in beweging (oops , zouden ze hier een rijtijden wet hebben), en de gemiddelde snelheid was 14 km per uur. 148 kilometer afgelegd, merendeels over zandpaden of minder.
Ik denk dat dit stuk weg toch wel in mijn meest memorabele wegen top 10 komt, vermoedelijk op plek 3. Helemaal boven aan staat altijd de weg van Manali naar Leh (Ladakh) in India. Ik denk niet dat die weg ooit overtroffen word. Vlak daarachter op nummer twee staat de Karakoram Highway van Islamabad naar de Chinese grens in Pakistan. Beide zijn bijzonde mooie en zware wegen. Op nummer 3 stond het stuk van Lanzhou naar Chengdu in China, maar die schuift op naar nummer 4, ik heb een nieuwe nummer3, de weg van Kayes naar Bamako in Mali.

Een tip voor collega reizigers. Als je in Mali water nodig hebt, volg dan de mensen met de (gele) plastic jerrycans. Of kijk waar ze vandaan komen als ze vol zijn. Goede kans dat er daar een waterpomp of waterkraan is.

De weg van Bafoulabé naar Manatali de volgende dag was niet zo erg ver en een stuk beter. 90 km maar, dus ik vertrok pas na de lunch, om nog wat bij te komen van de afgelopen dagen. Kreeg bezoek van wat lokalen. Sommige waren aardig en geïnteresseerd, andere begonnen gelijk te klagen hoe arm ze het wel niet hadden. Met die laatste categorie had ik het snel gehad. Die dachten echt dat elke blanke naar Afrika komt om hem kado’ds te geven. Maar de ander mensen waren echt aardig. En zo keuvelde ik wat af. Een er van, hij zei dat ie Ed hete, gaf ik een t-shirt, zijn vrouw was net bevallen van haar tweede kind, en hij had geen shirt om aan te doen. Ook kwamen er twee jongens met een groep geiten langs. Ze kwamen een handje geven. De grootste, schatte ik in op 15 jaar of zo. Maar de hand die hij gaf was er een van een oude man. Een kolenschop met een paar cm eelt er op. Zijn shirt hing zo aan flarden, dat ik mijn eigen shirt uit deed en het hem gaf. Vol verbazing liepen ze verder achter de geiten aan. 10 minuten later kwam hij terug met in zijn oude shirt een stuk of 5 vers geplukte mango’s. Aardig. En lekker.

De 90 km was nog verder dan ik dacht. Niet omdat 90 km langer is dan 90 km, maar omdat de weg slechter was dan verwacht. Het begon als zo’n mooie gladde brede gravel weg, maar wasbord, gatenkaas en strakke gravelweg wisselde elkaar in hoog tempo af, met strakke gravelweg duidelijk in de minderheid. Zoals altijd in Azië heeft ook Afrika geen notie van onderhoud. Je legt een weg aan. En dan ligt die er toch. En net als met alles hier, als het stuk is…ach, een elastiekje, een ijzerdraadje, een bezwering van de voodoo doktor, een stukje binnenband en een klap met de hamer, zorgt dat het wel weer werkt.

Gravel wegen zijn niet veel beter
Ook langs deze weg was heel erg veel natuur plat gebrand, ik schrok er van zoveel zwarte aarde zag ik.

Eenmaal in Manatali aangekomen werd het zware rijden echter beloond met een super mooi plekje aan de rivier. Bolly camping noemde hij zichzelf. Bolly is een boer, en verbouwd van allerlei aan de oeverkant van de rivier. Hoe hij er toe gekomen is weet ik net maar zo af en toe staan er overlanders op zijn stukje grond, vrijwel aan de rivier. Niet dat er faciliteiten zijn of zo, maar het plekje is heerlijk. Tussen de zwaar behangen mango bomen kon ik zo eens goed bekijken hoe hard een Afrikaanse boer werkt. En zwemmen in het heerlijk heldere water van de rivier. Wat een genot als het buiten 44 graden is. Wel jammer was dat er best veel mensen ‘langs’ kwamen, die dan maar vonden dat ze je koffie of thee ook mee moesten drinken, in je stoel moesten gaan zitten en , als ik er niks van zou zeggen, waarschijnlijk zo binnen in je auto zouden gaan zitten. Niet dat ik daar op zich een probleem mee heb, maar de manier waarop stond me wat tegen.

Even op staan en mijn stoel was bezet
Bolly himself hing de hele dag rond mijn auto. Het is een aardige gast, maar veel zit er niet bij heb ik het idee. Ook hij heeft het, net als iedereen hier, er over hoe heerlijk het toch zou zijn als hij in Europa zou zijn . Hij moest eens weten. Op mijn opmerkingen dat Europa echt geen paradijs is, vol met onvriendelijke koude afstandelijke mensen is, koud is, onsociaal en asociaal, werd alleen maar gereageerd met ‘ ach, maar er is geld.’

Op de vraag waarom zijn bananen bomen er zo slecht bij stonden, kreeg ik alleen het antwoord dat zijn waterpomp, om ze water te geven, stuk was. Alle andere gewassen kregen met gieters water, de bananen bomen, dat waren er teveel, die moesten dan maar dood gaan. Wat er met de waterpomp motor aan de hand was? Ik kon er geen goed antwoord op krijgen, behalve ‘ hij start niet meer’ .

Paradijselijk plekje aan de rivier
Op radio Nederland was er een interview met een man die lange tijd in de VS had gewoond en nu, omdat hij graag had dat zijn kinderen Nederland en Nederlands leerde, was hij terug verhuisd. Hij was er een half jaar en zei op de radio dat hij het niet lang uit zou houden in Nederland. Zijn kinderen klaagde dat op school alles erg hard en onpersoonlijk was, dat er tussen kinderen onderling veel problemen waren. Hij ondervond zelf hetzelfde in de Nederlandse maatschappij. Zei dat hij vond dat de Nederlanders erg bekrompen waren en erg veel aan het klagen waren en het ergste wat je kon doen was om voor je beurt te gaan in de winkel. De mensen hebben erg korte lontjes en zijn erg boos en agressief. Toen hij dat zei herkende ik er in wat ik ook al vond. Ik zou er dan ook nog aan toe voegen dat er in Nederland een politiek stelsel is ontstaan waar de politiek zich helemaal ontvreemd heeft van de samenleving. Het ontstaan van stromingen als Geert Wilders is al bedenkelijk zat, maar dat hij misschien wel een meerderheid van stemmen zou halen, is toch een teken aan de wand dat de ‘ oude’ politiek niet meer werkt. Het is ook wel een beetje van de zotte dat je tot een politieke stroming moet horen, die dan voor jou bepaalt wat goed/slecht is.
Mijn inziens moet dat heel anders, en kan het ook vandaag te dag. Mensen zijn niet meer betrokken bij de politiek omdat het te afstandelijk is, keer op keer beloftes niet worden nagekomen, er word gelogen en bedrogen, enfin, zo kan ik nog wel even verder gaan.
Het systeem moet vernieuwd worden en ik denk snel. Als we nu eens naar een systeem zouden kunnen gaan waar je geen politieke partijen meer hebt zoals nu, maar dat het land via het internet geregeerd gaat worden. Dat betekend dat de je als burger, over alle dingen kan/moet stemmen. En zo dus ook mee kan doen met alle beslissingen. Elke avond een kwartiertje achter het internet, of elke week een half uurtje. Maakt niet uit waar je bent. En de politiek moet dat maar er voor zorgen dat de te stemmen onderdelen in kleine en begrijpelijke hapjes aan de burger worden opgevoerd. Dat zou mijn oplossing zijn voor Europa. (gelijk europees doen). Dat je het maar even weet.

Op woensdag 31 maart ging ik met de fiets naar het wereld dorp Manatali. Mijn groente niveau was nogal laag geworden. At al paar dagen blikvoer. Ernstiger was dat ik al een paar dagen geen bier meer had, dus hoppa, om 8 uur op de fiets om wat vitaminen te scoren. Het was nog niet te warm, de koperen ploert was nog maar een fletse gloeilamp aan de immer heiige horizon. Dat er in Manatali nooit toeristen komen, dat was duidelijk. En al helemaal geen blanke op een fiets. Een fiets nog wel waarvan de koplamp brandde, en dat overdag (geeft altijd hilarische reacties in dit soort landen). Ik was duidelijk te vroeg want de markt was niet echt bevolkt. Er waren wat kraampjes en er lag wat spul, maar om nou te zeggen dat ik dat op wilde gaan eten…nee. Dan maar nog een of twee dagen blikvoer. Ga je ook niet dood van dacht ik, en scheurbuik, ach, kan nog wel wat lijden. Scoorde wel 2 biertjes bij de lokale bar, voor een best wel hoog prijsje, maar ja, mag wel een keertje. En dat zijn toch ook vitamientjes nietwaar,

Barack Obama is duidelijk populair hier in Mali. Heb veel mensen met een Barack T-shirt zien lopen. Op een huis stond zowaar in het Engels, groot geschilderd: Obama win !!! Change we need.

Was van plan 1 of twee dagen bij Bolly te blijven, het werden er vier. Elke dag kwamen er weer wat lokalen buurten, soms aardige soms irritante, maar altijd vriendelijk. Het zwemmen in de rivier was oh zo lekker. Dat deed ik per dag wel een keer of 6. Begon al in de ochtend om 7 uur, als er nog niemand was. Heerlijk poedelen in de rivier met een stuk zeep en een scheermes. Schoon geschraapt en geboend zat ik dan een half uur later weer heerlijk koel in de auto te glimmen. Dan kwam eerst mijnheer de meter opnemer. Die komt 3x per dag de waterhoogte opnemen, dan weten ze bij de dam of er wat meer of minder water doorgelaten kan worden. Om 8 uur komt Bolly. In zijn kielzog een paar kinderen. Die doen al het water sjouw werk, Bolly zelf komt vlak bij mijn auto zitten zuchten. Hij krijgt dan een bakje koffie van me, en om 10 uur is ie zo moe van al dat zuchten dat hij eens onder een boom een uiltje gaat knappen. Om 12 uur doet ie wat vage dingen met planten, om 1 uur in de middag gaat ie naar huis om te eten. Dit ritueel herhaalt zich in de middag, om half 8 in de avond gaat ie weer naar huis en is het weer rustig. Ondertussen heb ik dan al 5 keer in de rivier gelegen.
De laatste twee dagen heb ik de kids die water dragen een duikbrilletje laten gebruiken. Het zijn ondertussen een stuk of 6 van die kleine zwarte ratjes, en ze hebben een lol want dat hebben ze nog nooit gezien. Vissen die zwemmen, het gras dat onderwater groeit, alles is perfect te zien want het water is erg helder. Moet altijd weer moeite doen om mijn duikbrilletje terug te krijgen, maar de kids zijn netjes opgevoed en bedanken me toch wel altijd vriendelijk met een mango of een papaja (die ze van de boom 3 meter verder halen. Maar toch netjes.)

5 ratjes met een duikbril
Na 4 dagen had ik er wel genoeg van. De plek op zich, daar kon ik nog wel twee weken blijven staan, maar het constante gehang van Bolly en andere vage figuren rond de auto en de steeds maar groter wordende schare met kinderen begonnen op mijn zenuwen te werken. Ik bedoel allemaal aardige mensen, niks mis mee, maar elke keer als ik even op stond, zat er iemand op me stoel. Als ik me gieter buiten liet staan, ging er iemand water halen uit de rivier en zette zijn mond aan de tuut (bah), dronk ik koffie, werd het me bijna uit de hand gekeken, het gezeur om de duikbril, enfin, de relaxedheid ging er een beetje vanaf.
Had ze wel tuk de laatste avond, alhoewel ze het nog niet weten. Had een gerecht van macaroni met stukjes knakworst, zongedroogde tomaatjes en kaas gemaakt. Ook nu weer werd het zowat uit mijn handen gekeken, dus ik gaf Bolly en wat andere een klein bordje. Ze vonden het heerlijk en smulde het tot de laatste kruimel op. Later dacht ik, oops, in knakworst zit varkens vlees. En het zijn allemaal moslims hier. Ach ja, wat ze niet weten….

Op 2 april reed ik in de ochtend richting Bamako, de hoofdstad van Mali. Het eerste stuk bleek, tegen mijn verwachting in, erg slecht. Het was een mooi aangelegde gravelweg (voor een groot gedeelte), maar het afgelopen regen seizoen had zijn tol geëist. Grote groeven van water geulen, héél veel wasbord héél veel gaten. Het duurde 6 uur voor ik de 100 km naar de asfalt straat had overbrugd. Het was niet leuk rijden, ook al omdat de omgeving niet spectaculair was en er weer erg veel afgebrand was. Eenmaal op de asfalt weg ging het snel. Om half 5 was ik in Kita. Denk dat ik in die 8 uur rijden 15 auto’s ben tegen gekomen, dus druk was het niet onderweg. Tankte wat benzine voor de generator (en dus de airco) en zette de auto 20 km na Kita aan de kant voor de nacht.

Word echt een beetje triest van die hoeveelheden afgebrande bos. Kilometer na kilometer zwart geblakerde aarde. Proberen we in Europa er alles aan te doen de natuur te helpen en co2 vorming tegen te gaan. Hier in Afrika hebben ze daar blijkbaar nog nooit van gehoord. Vind dat we raar met al die hulp verlening. Ik denk als er niet word afgebrand, dat het hele stuk tussen Dakar en Bamako jungle zou zijn. Echte jungle. En dat is 1000 km hoor. Misschien moeten de heren politici zich daar maar eens over buigen. Want ik weet zeker dat het voorkomen van al dat platbranden, de aarde meer zal helpen dat weer eens extra milieu belasting op benzine of stroom.

Bamako is de hoofdstad van Mali. Had er al veel over gehoord dus ik was voorbereid. Toch schrok ik een beetje van de puinhoop. Bamako is druk. Maar dat zijn de meeste hoofdsteden. Bamako doet me een beetje denken aan Kathmandu. Veel nauwe straatjes, overal heel veel mensen, héél veel brommers (echt gigantisch veel), heel veel handel op straat, heel veel vuil, heel warm en dit alles onder een dikke laag luchtvervuiling. Gecombineerd met de hitte vond k het geen prettige stad. Bamako wordt opgedeeld door de rivier de Niger. Het drukste deel van Bamako ligt aan de noordkant. De zuidkant, verbonden door twee bruggen, is iets rustiger (maar niet veel). Ik reed naar de kampeer plaats die niet al te ver van het centrum af lag. Het is een soort club met zwembad, de rijke lokalen komen hier in het weekend bier drinken, zwemmen en gezien worden. Ze hebben een soort parkeer terrein met grote bomen, en daar mag je kamperen voor de lieve som van 3500 cfa (6 euro, plus 1,50 voor de Electra). Toen ik me gesetteld had dacht ik bij mezelf…wat doe ik hier eigenlijk. Het volgende land wat ik ga bezoeken is Burkina-Faso. Daarvoor kan ik aan de grens een visum kopen, en in de hoofdstad van BF kan ik dan wel mijn visa voor Ghana en evt Togo en Benin halen. Maar toen schoot me weer te binnen dat ik al twee weken geen internet en dus geen mail had gehad, al lang mijn website niet geüpdate had, ik mijn watertank dringend moest vullen, de was eens moest doen en wat verse vitamines kopen.

Keek even naar het zwembad, maar zag er een schuimige olie achtige film op het water drijven. Het water dat er op zich ook niet echt schoon uit zag. Misschien was het wel rechtstreeks water uit de Niger rivier. Besloot daar dus maar niet in te gaan liggen, hoe aanlokkelijke ook.

Probeerde dezelfde dag nog wat meer van Bamako te zien, maar het verkeer was druk en het was zo warm. Zoooo warm. Het ontnam me van alle energie. Reed toch wat rond, stopte bij een echte supermarkt. Scoorde alles wat slecht was (Bier, Tucjes, Vlees, pinda’s en zelfs een potje ovolmatine). Bezocht nog even een internet café om te kijken of er iets heel dringends was (wat er niet was) en zette mezelf op een stoel onder de boom. Dronk snel achter elkaar twee grote blikken Grolsch bier. Dom, want daar kan ik helemaal niet meer tegen , zeker niet met deze hitte. Resultaat was dat ik de rest van de dag lamlendig was.

Deed de volgende dag nog wat klusjes, wat boodschappen en deed een update op mijn website. Had al besloten maandag weer verder te rijden. Bamako kan best een leuke stad zijn, maart dan wel als het minder warm is. Dus die maandag reed ik om 7 uur in de ochtend de stad uit richting westen, richting Mopti. De weg was niet echt spannend, alleen begon om 3 uur de horizon donker te worden. Zou het gaan regenen? Dat zou lekker zijn zeg. Reed door totdat er rukwinden ontstonden, zette mijn auto van de weg af en ging buiten op een stoel op de regen wachten. De temperatuur zakte met een klap van 42 naar 35 graden en er begonnen druppels te vallen. Drup drup, en het was over. Dat was vals alarm dus, maar lekker blijven staan voor de nacht, het was die nacht heerlijk koel slapen.

Wat ziet een dag er anders uit als je lekker hebt geslapen. Het was heerlijk koel geweest die nacht en goed uitgerust zette ik de rit voort richting het noorden van Mali. Eerlijk gezegd was de weg niet spectaculair. Lage dorre struiken, droog en weinig groen. En weer warm vandaag. Het plaatsje Segou zag er in de Lonely Planet wel aardig uit, maar bleek niks bijzonders. Er zouden mooie oude Franse huizen moeten staan. Maar ja, die vind je in Frankrijk ook, en omdat ze nu in Afrika staan zouden ze ineens spectaculair zijn? Niet dus. Probeerde er geld te wisselen maar de paar banken die er waren, zaten bomvol met wachtende mensen. Het lukte me uiteindelijk bij Hotel Indenpandance, waar een onvriendelijke Fransman mij een onvriendelijke koers gaf. Omdat ik nu weer geld had, kocht ik gelijk een losse matras. Wil al lange tijd een bed boven op het dak maken en heb in de afgelopen weken zo alles bij elkaar gesprokkeld omdat te kunnen doen. Houders om de staanders vast te zetten, bamboe stokken, een muskieten gaas en nu dus het matras.
Parkeerde in de bush-bush voor een lunch. Stond net of er doken vier jongens op met twee ezel karretjes. Ze stonden me een beetje appelig aan te kijken, ze hadden geen idee wat ze voor zich hadden. Ik vroeg wat ze hier deden. Nou, we zijn het avondeten aan het zoeken. Met een katapult schoten ze op alles wat beweegt. Vanavond zouden ze grote hagedis en een dood vogeltje eten.

Het avondeten
Weer verder door was Bla. Met die naam kan je een hoop leuke dingen doen, maar ik ging het dorpje maar niet in. Het leek modern, met veel mooie scholen. Ook uiteraard dan onmiddellijk de westerse opgedrongen waardes. Borden langs de kant van de weg met ‘ laat je kind niet werken maar naar school gaan’ gesponsord door de stichting vrouwen voor vrouwen, groot kantoor van Unicef (mag allemaal veel geld kosten), mooi aangelegde (en nu helemaal verdroogde) speeltuin voor de kinderen, en veel aanwezige andere goed bedoelde helpverleners.
Weer verder door kwam ik Yangasso tegen. Bij binnenkomst stond er vol trots dat ze al in 2006 elektra hadden gekregen in het dorp (uiteraard gesponsord door de EU, want zonder EU geld kan hier niks). In Yangasso was het markt. Dat wilde men laten weten, de markt was als een mierenhoop uitgedijd tot midden op de weg. Er was bijna geen doorkomen aan. Zette de bak aan de kant en deed een rondje lokale markt. En die zijn wel leuk. Niet omdat er zulke speciale dingen te koop zijn, maar gewoon het sfeertje. De mensen. De stank. De rotzooi. Heerlijk. Vreemd genoeg waren er geen vliegen, zelfs niet in het gedeelte van de markt waar gedroogde vis verkocht werd.

Markten zijn altijd leuk
Kocht wat tomaten. Dat doe je hier niet per kilo of per stuk, maar per stapeltje. De verkopers maken stapeltjes van bepaalde waarden. Voor tomaten had men stapeltjes van 100 Cfa (16 cent), en dat waren ongeveer 5 tomaten. Ook kocht ik een zakje met een soort gebakken dingen. Voor 50 Cfa kreeg ik een plastic zakje met 8 bolletjes. Ik dacht eerst dat het gebakken aardappels waren, maar het bleken oliebollen te zijn. En nog lekkere ook. Jammer dat ze geen poedersuiker hadden. Ik had de grootste lol met de verkopers, want geen hond sprak hier Frans. Dus het was tegen elkaar lullen zonder dat je mekaar verstond. Ach, zolang je elkaar maar begrijpt. Alleen het vrouwtje dat de oliebollen verkocht, kon ik echt niet volgen. Toen ik vroeg hoeveel het koste, zei ze wat en klapte ze daarbij in haar handen. Achteraf betekende dat dus 50.

Verder door kwam bij twee dorpjes kinderen tegen die langs de kant van de weg met een soort eigen gemaakte rammelaar muziek stonden te maken. Nouja, muziek, ze stonden gewoon te rammelen en een dansje er bij te doen. Maar het was een heel leuk gezicht, ook al omdat ze de zelfde kleding aan hadden.

Rammelkids
Ook een schaapherder zag er qua kleding weer apart uit, met een soort broodmand op zijn hoofd. De mensen beginnen hier weer Arabische trekjes te krijgen en zijn ook minder groot dan de echte negers heb ik het idee. Op zich net zo gek natuurlijk, ik zit weer vlak bij de Sahara. Pal naar het Noorden ligt Algerije en die invloeden dringen tot hier door.

Herder
Veel van de dorpjes in Mali leven van de hout verkoop. Als je een dorpje binnen rijd staan er grote stapels met op maat gesneden hout. De takken zijn precies op kofferbak breedte gezaagd, je kan het zo inladen. Dat gaat natuurlijk ten koste van de natuur, er zijn al hele delen waar geen boom meer staat. Maar ja, je moet wat handel doen. Dat het hierdoor elke jaar weer een graad warmer word, en de Sahara langzaam oprukt, dat is het probleem van de volgende generatie. Vaak weet je 2 km van te voren al dat er een dorpje nadert, er staan dan geen bomen meer. In de dorpjes allemaal lemen of strooien hutje, met een uitzondering. De moskee. Die is meestal mooi geverfd en onderhouden.

Het volgende doel was Djenné. Dit durpske ligt op een soort eland in een rivier en ziet er nog precies zo uit als 500 jaar geleden. Vlak voor Djenné is er een rivier. De pont mijnheer wilde 10.000 cfa hebben, voor een overtocht van 100 meter. Dat vond ik een beetje veel, en ik parkeerde mijn auto iets verder op langs de rivier. Het was nog vroeg, dus ik dacht, ik ga vandaag eens lekker luieren. Helaas was ik door de lokale bevolking ook opgemerkt, dus elke keer als ik bijna weg dommelde was er wel weer een vrolijk ‘ Bon Jour’ Geitenhoeders, Vissers, wat groezelige kids, gidsen voor Djenné, souvenir verkoopsters, alles kwam even langs. Later in de middag was het zo heet geworden dat slapen niet meer lukte. En die rivier zag er zo aanlokkelijk uit. Het water zag er zo koel uit. Maar, ik heb er slechte ervaringen mee Zwemmen in de Ganges is me ooit lelijk bekomen). Heb ook geen idee of hier krokodillen of andere hapgrage beesten zitten, dus het bleef bij kijken. Maar het was zo warm. En het water zag er elk half uur koeler uit.
43 graden. Pffff. Het water leek ijskoud.
44 graden puffff. Het water leek wel ijs.
44,5 graden…Casper werd gek. Toen er wat kids 20 meter van me vandaan in het water sprongen hield ik het niet meer. Na informeren over enge beesten sprong ik het water in. Ik wilde nog Aaaaaaahhhhhh roepen, maar eenmaal in het water was dit zo vies warm dat het helemaal niet lekker was. Ik denk 34 graden of zo. Heb van de nood maar een deugd gemaakt en met een stukje zeep en een scheermes mezelf maar eens flink besneden. Toen ik weer lekker kaal was, was mijn zeep ook weg. Iets verder op stonden de jochies zich te vermaken met mijn zeep. Nouja, hebben die ook een goede (lees schone) dag.

Parkeren aan de rivier
Had het bed boven op het dak klaar. Dus teste het die nacht voor het eerst uit. Matrasje op het dak, kussen en een laken, 4 stokken in de houders steken, muggen gaas ophangen en er onder kruipen. Heb die nacht niet geweldig geslapen. Het matrasje was te dun en er waren allemaal hele vage geluiden. Maar het was een stuk minder warm dan in de auto. In de ochtend, zo tegen 5, moest ik zelfs het laken over me heen doen.
De volgende ochtend vroeg pakte ik de fiets, stapte voor 80 cfa in een kano naar de overkant en fietste de paar kilometer naar Djenné. Dat is een stad , nou dorp denk ik meer, zoals die al duizend jaar bestaat. Omdat het op een soort eiland in de rivier ligt is het goed bewaart gebleven, en pas sinds de Unesco het op de wereld erfgoederen lijst heeft gezet, komen er meer en meer toeristen. Het was nu het warme seizoen, dus druk met toeristen was het niet.

De moskee van Djenne
De stijl van de modder gebouwen is typisch. De grote moskee is bekend als plaatje in vele reisgidsen. Hij is niet helemaal origineel meer, maar staat er al wel sinds 1260. Als niet Moslim mocht ik niet naar binnen, en me laten bekeren alleen daar voor ging me iets te ver. Maar de buitenkant was ook erg spectaculair, net als vele andere oude gebouwen in Djenné. Zo lopend en fietsend door deze modderhuizen verzameling kan je je voorstellen hoe het leven 1000 jaar geleden was. En heel veel is er niet verandert hier. Nog steeds haalt men water uit putten. Meestal kinderen, takelen de emmers met groezelig water omhoog om die vervolgens naar huis gesjouwd worden. Men gaat toch wel een beetje met de tijd mee hoor, want behalve putten staan er her en der ook waterkranen waar waarschijnlijk schoon drinkwater uit komt. Het groezelige water zal wel voor het schoonmalen e.d. gebruikt worden. Op maandag is er een grote markt, vandaag, op donderdag was het rustig. Veel kinderen, heel veel kinderen. Waar komen ze allemaal vandaan? Dat zal ik je vertellen. Er worden veel kinderen deze kant uitgestuurd omdat er in Djenné veel Koran scholen zijn. En deze scholen staan in hoog aanzien, immers is Djenné een van de oudste Moslim steden in dit deel van Afrika en geniet hoog aanzien.

Djenne
Tegen 11 uur begon het alweer heet te worden en besloot ik terug naar de auto te fietsen. Had daarna niet meer de puf om nog wat te doen en hing rond de auto tot het om een uur of 10 in de avond iets begon af te koelen.
Er kwam nog een groepje kinderen langs. Poubelle vroegen ze. Ik had geen idee wat ze wilde, maar na lang aandringen van hun kant snapte ik dat ze mijn afval kwamen halen. Vaag, zo’n vuilnisophaaldienst had ik nog niet gezien. Ik pakte mijn plastic tasje met afval vanuit de auto, en ze rende er als dolle mee weg. 5 minuten later kwamen ze mijn lege plastic tas terug brengen, terwijl andere kinderen aan het bakkeleien waren over mijn lege bierfles en lege plastic fles, die tussen het afval zat.

Djenne
Door naar Mopti is niet spectaculair. De weg, geheel gefinancierd door de Europese unie (maar ik mocht wel peage betalen), was recht en saai en warm. Het waaide redelijk, er zat heel veel zand in de lucht en ik zette, tegen mijn principes in, de airco aan. Aan het aantal dorre gele akkers te zien, zal dit deel van Mali over twee maanden, als de regens komen, er heel anders uit zien.
Mopti zelf was even slikken. Het ligt ongeveer 100 km ten noorden van Djenné, arriveerde er dus als redelijk op tijd. Het was ook nog eens vrijdag, dus veel was dicht, en dat was waarschijnlijk maar goed ook.
De grootste puinhopen in steden vind je in Bangladesh, en ik had niet gedacht dat dit ooit nog eens overtroffen of evenaart zou worden. Evenaren deed Mopti het ieder geval. Mopti is de grootste (rivier)haven stad van Mali. Boten richting Timboektoe, het zuiden en richting Niger komen hier allemaal samen. En dat geeft een rotzooi, onvoorstelbaar. Reed met mijn auto de stad in maar wist niet hoe snel ik moest omkeren. Alleen ging dat niet want het was zo druk op straat en de winkels puilde uit op straat, er was geen plek om te keren. Had al snel een schare tauts om me heen cirkelen die me allemaal wel een hotel, een parkeerplaats of een tour naar Dogon wilde aansmeren. Uiteindelijk lukte het me om te keren, zette mijn auto aan het begin van de stad en liep te voet de mensenmassa in. Wat een atmosfeer. Wat een activiteiten. Wat een puinhopen. Verschrikkelijk en verschrikkelijk boeiend. Ik denk als je hier rechtstreeks vanaf Nederland komt, zonder ooit in een ontwikkeling land geweest te zijn, je na 15 minuten een beroerte en een indrukken overload krijgt.

Djenne
Na een uurtje was het ook mij genoeg en reed ik naar Savare, 10 km buiten Mopti en parkeerde mijn auto bij het Via Via Campement om de toekomst te overdenken.
Besloot om maandag terug te keren naar Djenne om dan aldaar de lokale markt te zien. Er zijn nu weinig toeristen en dat zou wel eens interessant kunnen zijn. Daarna wilde ik dan weer terug via Savare en Dogon gebied naar Burkina Faso. Bleef dus een dag op het via-via camp hangen. Niet dat er zoveel te doen was, maar nogmaals, de hitte ontneemt je van veel energie. En ik had af en toe internet verbinding, dus kon wat mails beantwoorden en wat rommelen.

Djenne
Ik wil nog een keer terug komen op hulpverlening. Sorry dat ik er zo over zeik, maar het wind me af en toe op. Het is een beetje raar dat Afrika, dat zich als eerste continent ontwikkelt heeft, nu zo ver ‘achter’ ligt bij het westen. Tenminste, dat is de westerse visie. Waarom in Gods naam denken wij westerlingen nou dat wij het veel beter weten dan de Afrikanen, of de Aziaten of wie of wat dan ook. Het was in Afrika dat de beschaving ontstond volgens mij, er wonen hier al veel langer mensen dan in welk werelddeel dan ook.
Ja,de Afrikanen zijn arm, er is oorlog en soms honger, en dat is niet altijd goed. Maar dat is ook evolutie. De ontwikkeling gaat in Afrika enorm langzaam. Waarom. Ik denk omdat de Afrikaan het zo wil. De gemiddelde Afrikaan is niet geïnteresseerd in internet, niet in een Ipad of in een snelle auto. Ze leven op het platte land, scharrelen hun kostje bij elkaar en vinden het prima zo. Ze maken een hoop kinderen, de helft sterft, wat overblijft is de volgende generatie. Zo is het goed, zo gaat het al eeuwen. Het is daarbij in veel delen van Afrika veel te warm om je in te spannen. Als het overdag 40 of 45 graden is, komt er niet veel uit je handen, dat kan ik je verklappen.

Versieringen van goud
Waarom moeten wij westerlingen nou dan steeds naar Afrika om de mensen daar te ‘ helpen’. Want zij zelf hebben helemaal niet het idee dat ze zielig zijn, ze leven al eeuwen zo. (Ze vinden zichzelf pas zielig als ze ineens geconfronteerd worden met de westerling die een auto met airco heeft, of een digitale camera waarom je jezelf kan zien. Dan is men ineens zielig omdat ze het zelf niet hebben).
Waarom moeten wij als westerling nu mensen naar Afrika sturen die de arme afrikaan gaat leren hoe hij marketing moet doen (twee Belgische hulpverleners hier in het Via-via campement). Waarom moeten wij bergen met auto’s schenken aan the Gambia? Het nut is denk ik nooit aangetoond. Sterker nog. Als wij met ons allen, (omdat we ons schuldig voelen want wij hebben het zo goed en zij niet -duhhhhh) er voor gaan zorgen dat de gemiddelde leeftijd van de afrikaan met 5 jaar verhoogd wordt, duurt het niet lang voordat er nog meer armmoede, oorlog en overbevolking komt. Zitten we daar op te wachten dan?

Lokaaltje. De gezicht verminking onder het oog zie je veel
Of als laatste dan de moderne (lees Amerikaanse) rechtvaardiging voor hulpverlening. Armoede creëert extremisme, en terroristen. Dat is vreemd. Want ‘ armoede’ bestaat al eeuwen, extremisme pas sinds een paar boze moslims Amerika op eigen bodem een lesje hebben geleerd.
Hulpverlening waar men leert dat men niet het bos elke keer af moet fikken, waar men irrigatie projecten op kan zetten of mensen leert hoe ze efficiënter dingen kunnen verbouwen, die heb ik niet gezien. En dat zou hulpverlening zijn die veel doeltreffender is dan elke jaar maar weer een paar duizend auto’s brengen of het ‘ de Afrikaan’ te proberen te leren hoe internet werkt.

Goed, dat was weer even een stukje gewauwel van mijn kant, nu dan even over het weer. Dit is de warmste tijd van het jaar in Mali. En dat valt niet mee. 40-45 graden elke dag. Als er wind waait is het een vieze warme droge wind. Alsof je onder de droogkap zit, met een warme handdoek om je kop en een helm op, en dan ook nog eens een Föhn, op standje 10, onder je broekspijpen in word geblazen. Het koelt pas af in de vroege uurtjes van de ochtend, dat slaapt niet echt lekker. Je ligt te zweten, het hoofdkussen is meer een spons dan een kussen. Maar, elk nadeel heb z’n voordeel. Er zijn nu namelijk weinig muggen en weinig toeristen, en dat is ook wel prettig, vooral het eerste. Ik kan nu redelijk goed buiten zitten in de avond, zeker op het platteland. In de steden zijn wel muggen, maar daar buiten heb je nergens last van.

Vrienden maak je snel hier
Je ziet dan, in die hitte, regelmatig een kapotte bus langs de kant vn de weg staan. In de brandende zon zitten de passagiers te wachten tot het gerepareerd is, en dat kan soms dagen duren. Je zou denken, die passagiers pakken dan toch een andere voorbijgaande bus, maar daar hebben ze vaak geen geld voor. Ze hebben hun kaartje betaald en geen geld voor nog een kaartje. Of ze hebben veel goederen boven op de bus liggen, en die wordt er niet afgehaald, de chauffeur van de kapotte bus zegt natuurlijk… het is zo gemaakt hoor. Maar ik heb wel medelij als ik weer zo 30 man buiten in de brandende hitte zie zitten.
Een dag nadat ik de zin over de weinige muggen had geschreven, zat ik buiten langs de rivier en had ik last van duizenden hele kleine vliegjes. Soort onweersbeestjes, maar dan kleiner. Je zag ze niet, maar voelde ze wel. Lastiger was dat het oor-liefhebbers waren, en ze constant probeerde in je oor te kruipen. De dag er na, zat ik op de zelfde plek, zelfde tijd, toen waren er ontelbare vliegen tijdens de zonondergang, en daarna had ik weer nergens last van. Raar dat het per dag zo veel kan verschillen.

Lokaaltje
Zondag reed ik in de loop van de ochtend wederom richting Djenne en parkeerde mijn auto aan de rivier. De volgende ochtend reed ik al om 7 uur met mijn fiets richting de markt. Het was nog redelijk uit te houden zo vroeg, maar een warme wind voorspelde niets goeds voor die dag. Op de markt aangekomen was het er nog vrij rustig, ik was duidelijk te vroeg. Ging ergens op een hoekje zitten en keek rustig naar de gestaag voller wordende markt. Zat er eerst een vrouw rijst te verkopen, al snel werden het er 2, 5 en uiteindelijk wel 50. Allemaal met dezelfde rijst en dezelfde grote schaal, wachten ze gelaten op kopers, onderwijl gezellig met elkaar babbelend. Om 11 uur was het marktterrein voor de grote moskee tjokvol. Er waren zoveel verkopers dat de klanten er haast niet meer tussen door konden lopen. Want het gaat niet zoals in Europa, mooi kraampje, netjes in een rijtje. Je komt aanlopen met je handeltje en gaat gewoon ergens zitten. Midden in het pad, midden tussen andere verkopers, of ergens n een hoekje, het maakt niet uit. Wel gaan alle rijst verkopers bij elkaar zitten, alle fruit verkopers zitten in een ander gedeelte, dus er is wel enig logica.

Djenne
Zo zat en observeerde ik de mensen en de handel, erg boeiend. Veel mooie grote negerinnen, met mooie kleurrijke gewaden. Sommige hebben hun lippen bewerkt met iets waardoor ze grotere lippen lijken te hebben. Veel bedelende kinderen. Allemaal met emmertjes in hun hand waar je eten in kan doen. Vaak ongewassen en ondervoed, gehuld in lompen. Veel dragers. Die hebben een kruiwagen waarmee ze goederen voor je kunnen dragen. Arabisch uitziende berbers, met doeken om hun hoofd zodat je alleen hun ogen zag, mannen met vage hoedjes. Erg boeiend.
Door de hitte hield ik het tot 12 uur uit en toen ik eenmaal weer was terug gefietst naar de auto en de rivier was overgestoken, was ik finaal leeg.

Langzaam maar zeker begon die hitte mij op te spelen. Zoals ik al eerder schreef, kan ik het wel goed hebben, mits het dan in de nacht maar afkoelt. En dat deed het de afgelopen tijd niet zo. Wilde eigenlijk nog wat verder noord Mali in rijden, eventueel Timbouctou bezoeken en een olifanten reservaat, als ook het fameuze deel van Mali, het Dogon gebied. Maar de hitte besloten me om die plannen te wijzigen. Ik ging richting Dogon gebied en vandaar wilde ik dan oversteken naar Burkina Faso, in de hoop dat het daar minder warm was. En als het daar niet minder warm was, wilde ik verder rijden naar Ghana, tot ik aan de kust zou zijn en ik zee en strand zou zien.

Djenne
Reed eerste naar Mopti, gooide tank vol met diesel en reed weer de woestenij in. Via Koro was er volgens de kaart een grensovergang naar Burkina, en zo zou je ook door dat befaamde Dogon gebied gaan. Reed richting Bandiarga over een goede asfalt weg. Daar aangekomen was er een vijfsprong zonder borden. Wilde het aan een politie man vragen die onder een boom niets stond te doen, maar voor ik bij de man was aangeland waren er al een stuk of vier bijzonder irritante ventjes op brommertjes voor me uit gaan rijden om me te bewegen hen te volgen. Ik wijs je de weg werd er al geschreeuw, maar ik had daar helemaal geen behoefte aan natuurlijk, want dat koste natuurlijk weer cadeaus. Die lui waren echter zo irritant, dat k eigenlijk ter plekke besloot dat ik op deze manier geen Dogon gebied hoef te zien. Ik had er al een beetje aversie tegen. De Dogon is een volk dat heel verstopt leeft. Ze zijn ooit honderden jaren geleden gevlucht uit andere delen van Afrika en hebben dorpen diep verscholen in de bergen gemaakt. Sommige woonde in eerste instanties in grotten, maar dat is niet meer zo. Echter, om bij zo’n dorp te komen moet je een gids inhuren, je moet hele stukken lopen omdat het per auto niet te bereiken is, je moet aan de dorps oudste geld geven of een ander cadeau, allemaal van die dingen dat ik denk…jaaa, ik ben gek. Jullie maken er een leuke toeristische attractie van, maar op die manier heb ik er niet echt zin in. Blijkbaar word er aan dat gidsen zoveel geld verdient dat men echt probeert om je dat Dogon gebied in te sleuren. Nou deze kalebas niet hoor..

In tegenstelling tot Nederland is hier vol, nooit vol
Schudde de irritante ventjes dan ook van me af, kreeg informatie van de luie politie agent over welke weg ik in moest en zoefde over een prachtig nieuw aangelegde weg richting Burkina. Alleen, ging ie weg niet helemaal de goede kant op. Toch bleef ik hem op goed geluk volgen, na 35 kilometer kwam die inderdaad uit op een piste die richting grens liep. Die was gemaakt van rode aarde en breed en vol kuilen en wasbord, maar wel weer een leuke weg om te rijden. Dwars door het echte Afrikaanse platteland. Kleine dorpjes, zwaaiende mensen, af en toe een klein dorpje met een markt. Hier wonen de echte Afrikanen. Sliep gewoon aan de kant van de weg, er was nagenoeg geen verkeer en dat zou er in de nacht al helemaal niet zijn. Kreeg vlak voor zonsondergang wat bezoek, maar dat was aardig en ook zo weer weg,
Bij elk dorp staat wel een bord met wat men gekregen heeft vanuit Europa. Waterinstaltie geschonken door…bla, electra aangelegd door xyz. Elk dorp heeft zo wel wat gekregen van een goede gulle gever, het is echt heel erg veel wat men hier in Mali heeft geschonken.

Lokaaltje
De volgende dag reed ik naar de grens met Burkina over de nog immer slechte piste, en rond het middaguur slechte ik de grens zonder al te veel problemen.

Ben nog niet zo heel erg lang in Afrika, en heb pas een land of 5 gehad, maar moet nu toch al bekennen dat de verwachting die ik van Afrika had, heel anders is dan dat het tot nu toe in realiteit is. Mijn ervaringen zijn veel positiever dan dat ik verwacht had, ik vind Afrika dus veel leuker dan dat ik van te voren had doen vermoeden. Ik had Afrika als een heet, druk, vies , corrupt en gevaarlijk werelddeel gezien waar mensen alleen maar uit zijn op je poen, elke politie agent of douane beambte je vast zou houden totdat je et geld over de brug komt. En alhoewel ik dat soort toestanden zeker wel ben tegen gekomen, is dat het niet wat Afrika maakt. Er is veel meer ruimte in Afrika, ruimte om wild te kamperen of gewoon eens rustig in je uppie te staan. Mensen laten me, tot nu toe, veel meer met rust dan dat ik vermoed had en zijn over het algemeen veel vriendelijker dan dat ik vermoed had. Ook alle ellende met douanes en politie vallen best mee (tot nu toe). Er zijn ook dingen die niet leuk zijn hoor. Het is veel warmer dan ik verwachte, ook veel duurder. Her en der is er nog niet zo heel veel te zien en zijn de afstanden en/of tijden om van punt a naar punt b te komen langer dan verwacht.

Wat prijzen uit Mali in 2010. (1 euro is 650 frank). Stokbroodje 100 frank. Flesje bier (33cl) 500 frank, liter diesel 570 frank, uit eten in een net restaurant, zo tussen de 2000 en 4000 frank, (in Bamako wat duurder), eten op een markt, 100-200 frank. Halve kilo banaan 100 frank (maar de bananen waren niet te pruimen), 1 mango 25 frank (in het mango-hoog seizoen), een kleine meloen 100 frank.

Mali is veel relaxter dan Senegal of The Gambia. De douane is makkelijk, politie controles zijn er bijna niet, of heel easy going.

Moet mijn afkortingen lijstje uitbreiden. KKKK. Niet klu-klu-klux-klan, alhoewel….. Nee, het staan voor kleine kale klote kereltjes. En dat zijn al die tauts, die irritante ventjes die je wat aan willen smeren en geen nee als antwoord nemen. Veel Afrikanen zijn kaal geschoren, en vandaar dat ik op de KKKK kom. Houd er rekening mee.