20100500 – Mei 2010, Wederom Mali

Eind mei vluchte ik voor de hitte richting een fijne rustige plek aan een koele rivier in Mali. Daar wilde ik wachten tot de hitte weg was. Het pakte iets anders uit en ik werd twee weken later met de ambulance naar het ziekenhuis 150 km verderop gebracht. Hoe dat allemaal afloopt moet je zelf maar lezen…

20100514 Mali wederom De weg van Bobo door zuid Burkina is mooi. Veel groen, ongerept. Weinig tot geen platgebrande stukken bos, weinig dorpjes. Erg rustig en fijn rijden. De grensovergang naar Mali was zonder problemen en het ging allemaal snel en efficiënt. Aan de Malineze kant van de grens een lange rij met tankwagens die om de een of andere manier niet verder konden of mochten. De chauffeurs stonden me te smeken of ik aub diesel uit hun tankauto wilde kopen. Kreeg het idee dat dat hun manier was om wat geld te krijgen en zo te kunnen eten. Maar vond het prijsverschil te klein om dat risico te nemen van vervuilde diesel.
In Mali werd de weg kwaliteit duidelijk minder. Deze weg heet de trans shahel highway. Maar veel highway was het niet. Na Sikasso werd het zelfs heel veel minder en reed ik op een oude asfaltlaag, breed genoeg voor een auto, met veel gaten en veel happen uit de zijkant. Vorderde daarom langzaam. En waarom die loslopende stomme geiten (echte geiten dan he) altijd willen oversteken net als ik er aan kom, dat snap ik nooit. Had die dag een hoog geit gehalte.

De weg kwaliteit viel wat tegen, maar de omgeving was mooi
Toen men ook nog eens aan de weg aan het werk was (in tegenstelling tot in Burkina, was het wel een rotzooitje van werkzaamheden maar zag ik niemand werken) was de doorgaande weg verplaatst naar een in de haast aangelegde vent-piste. Dat maakte de vorderingen nog langzamer, en ik besloot voor de nacht ergens het nog steeds aanwezige bos induiken. In dit deel van Afrika is het geen Jungle, maar wat bomen afgewisseld met struiken en gras. Zocht een pad uit wat niet vaak gebruikt leek te worden (kan je zien aan de sporen), en parkeerde mijn auto 100 meter van de weg. Ondanks dat ik dacht niet zichtbaar te zijn kreeg ik plots toch visite van een oude ingedeukte Ford Fietsa met vier jonge mannen er in. Het was al aan het schemeren en ik vertrouwde het niet. Dan is het wel eng dat je alleen zo in de jungle staat, geen sterveling verder in de buurt om je te helpen als er eens wat is. Gelukkig waren de vier alleen nieuwsgierig (maar ik schreef toch het nummerbord op voor de zekerheid) en ze draaide hun auto om en onder luid ‘Bon Soir’ stoven ze weer weg.
Ik lag net lekker onder de sterrenhemel op het dak te puffen van de hitte toen er een harde wind op stak. De lucht betrok ook gelijk en ik vermoede dat het zou gaan regen. Probeerde het toch daar boven, immers was het lekker koel met die wind, maar toen mijn muggengaas van de stokken sloeg door een rukwind toch maar in de warme auto gaan slapen.
Om 6 uur stond ik al zwetend op. Door naar Bamako waar ik goede verhalen had gehoord over ‘ Le Cactus’ , een soort camping op 15 km buiten het centrum van Bamako. Via een bezoek aan een bandenboer (proberen kan altijd) en de supermarkt raakte ik bij het oude Canadese echtpaar wat de Cactus runt. En oud waren ze inderdaad. De aardige dame zat in de stoel en we raakte wat aan de praat. Haar man had hier van allerlei werk gedaan voor de Canadese overheid en ze waren er na blijven hangen. Hij was ook oud en langzaam. Beide waren ze vriendelijk maar ik had toch een wat andere ambiance voorgesteld van de cactus. Ik kon parkeren op het veld, er was vrijwel geen schaduw. Er gingen continu grote kiep vrachtwagens voorbij, ze waren ergens in de buurt wat aan het bouwen waarschijnlijk. Er was geen stroom, er was geen water. Ok, je kon douchen maar ook dat water was van een melkachtige kleur en stonk naar toegevoegd chloor.
Op het moment van open doen van de deur van de camper stroomde er honderden vliegen de auto binnen en die waren er niet meer uit te krijgen. Je zat de hele dag vliegen uit je mondhoeken of andere delen van je lichaam te jagen, en vaak vlogen ze zo ‘ boink’ tegen je aan, blijkbaar hadden ze weinig vlieglessen gehad. In de avond na een uur of 7 gingen de vliegen blijkbaar slapen, maar die rust duurde niet lang, al snel haalden de muggen de ijzers uit het vet.. Bah bah. Dat alles, samen met de enorme hitte die hier nog steeds hing (vandaag 44 graden en geen zuchtje wind) maakte het voor mij geen paradijsje. Een ding was wel waar, men had me verteld dat de vrouw des huizes een enorme goede kok was, en de steak-frites die ik die avond bestelde was ook van uitstekende kwaliteit (edoch wel wat duur met 4500 Cfa).

Die avond begon het wederom, net toen ik lekker lag op het dak, enorm te waaien en weer moest ik naar binnen verkassen waar ik die nacht niet lekker sliep vanwege de enorme hitte. De verwachte regen bleef uit.

Had eigenlijk een paar dagen in Bamako willen blijven om te kijken of ik wat met mijn voorruit kon regelen en voor wat andere kleine dingen. Ik vond het echter te warm en ‘de Cactus’ had te veel vliegen en muggen, geen water en geen elektra. Het was volgens de oude eigenaar van ‘de cactus’ dit jaar uitzonderlijk warm en de hitte hield ook veel langer aan dan normaal. Besloot al snel om die klusjes uit te stellen en taaide in de ochtend af richting `Boly. Vond zowaar een snelle weg de stad uit en stopte na een uurtje bij een dorpje waar er markt was.

Het eerste wat de Malinezen kinderen op school leren in het Frans is de befaamde woorden “ Doné moi une cadeaux’ en die woorden oefende ze erg graag op mij.

Als je niet veel hebt moet je inventief zijn, een afrikaans spatbord
In Kita, zo’n 100 km verder gooide ik voor 100.000 Cfa diesel in me tank. Ik realiseerde me goed dat het voor veel mensen die hier in de omgeving wonen even veel is als een jaar salaris. Moest bij het verlaten van het dorp tol betalen van 1000 CFA (1,6 Euro), maar de man had niet terug van 5000. Na wat onderhandelen mocht ik met een 1000xdank je biljet betalen. De man waarschijnlijk in de veronderstelling dat het 1000 Euro was , was erg in zijn sas. Ik ook trouwens.

Door via de jungle weg naar Manatali. Die weg was slecht, dat wist ik, dus geen verrassingen daar. Toch blijf ik het onprettig rijden vinden, en na een half uur over die weg was de melk in de ijskast zuur, en ik ook. Er zijn onderweg erg weinig dorpjes en toen ik al een half uur lang niemand gezien had parkeerde ik mijn auto tussen wat bomen voor de nacht. En GVD, het is altijd hetzelfde. Nog geen 3 minuten later komt er een man op zijn brommer langs, rijd voorbij, stopt, draait om en komt naast me staan om me aan te staren. Zijn tweede zin was ‘ Il ni a pas une cadeaux pour mois?’ De man is vergezeld van wat Hollandse kracht termen als kado weer vertrokken.
Eenmaal bij Boly aangekomen de volgende dag was het eerste wat ik deed…plons…ahhhhhhh..

De mode hier in Mali, maar ook in omringende landen is simpel. Een voetbal shirt. Het mag oud zijn, verschoten,vol met gaten, maakt niet uit, als het maar een voetbal shirt is. Van de mannen dragen schat ik 60% er van een shirt van een van de bekende, meestal Europese clubs en 40% van bekende Afrikaanse voetballers of landen. Daaronder dan vaak een korte of lange broek, plastic zwemschoenen of teenslippers en dan heb je het gehad.

De eerste week aan het goddelijke water werd ik geveld door spit, een oor ontsteking (denk ik) en algemene lamlendigheid. Van de rugpijn kwam ik maar moeilijk af. Dacht eerste eens een of twee dagen niks te doen, oftewel rustig blijven en mijn rugspieren wat rust gunnen. Maar dit werkte niet echt. Omdat er dringend werk op me lag te wachten besloot ik me toch maar eens te gaan inspannen. Met een flinke dosis ibuprofen begon ik om mijn achter band, die waarschijnlijk lek was, maar eens te gaan plakken. Een band van een vrachtwagen plakken is geen licht werk maar het vreemde was dat ik na al dat til werk heemaal geen rugpijn meer had. Alsof de rugpijn kwam doordat ik niks deed. Dat zou natuurlijk best eens kunnen. Dus bleef de volgende dagen actief ondanks steeds pijn aan mijn oor en toch een niet weggaande rugpijn. De auto was een zooitje van binnen, overal stof en zand en regelmatig moest ik lang zoeken om iets te vinden. Het werd tijd om de boel eens binnen-ste-buiten te zetten, uit te mesten en te reorganiseren. Het was en bleef echter warm zodat ik dit maar meestal tot 11 uur vol hield om me dan *plons * in het water te laten vallen en de rest van de dag moest uitrusten van deze hevige arbeid.

Na een week rugpijn vertelde een lokaak me dat hij mijn rug wel onder handen kon nemen, hij had ervaring en dat zou goed helpen. Dom, die fout heb ik eerder gemaakt in India, gevolg was dat ik hierna nog meer pijn had. Toch bleef ik wel elke dag wat doen, anders roest je helemaal vast denk ik.

Het regenseizoen begint er aan te komen en je ziet her en der mensen hun veldje in gereedheid brengen. Meestal vrouwen of kinderen, heel soms mannen, staan dan met hun bijltje de aarde los te woelen. Dat bijltje, wat iedereen hier gebruikt, komt zo uit de oertijd. Maar, toen ik er zelf ook eens mee werkte, lag het ding lekker in de hand.

Meest gebruikte werktuig hier in Mali
Op een van die voortkabbelende dagen, het was zaterdag, kwam Boly langs om een uur of 9 in de morgen. Ik stond net een kastje uit te soppen en was van plan koffie te gaan maken. 10 minuten later zat ik met Boly, en een andere gast die ineens op kwam duiken, aan de koffie. Ja zegt Boly, vandaag ga ik eens niks doen. Het is zaterdag vandaag (onze zondag) dus vandaar. Ik vraag hem, maar waarom kom je dan hier. (Met hier bedoel ik waar ik sta, tussen zijn mango bomen en zijn groente en fruit tuintje, 750 meter van zijn dorp vandaan. Hier werkt ie op normale dagen een paar uur aan, maar niet al te hard hoor). Nou zegt Boly, ik kom om te slapen. Ik kijk hem verwonderd aan. Slapen? Maar dat doe je toch ‘s nachts. Waarna hij mij verwondert aankijkt. Nee hoor, ik kan de hele dag slapen, en dat ga ik dan vandaag ook lekker doen daar, onder die boom. Het blijven rare snuiters die Afrikanen. Op mijn suggestie om op de vrije dag eens met zijn vrouw en kinderen op te trekken keek hij op zijn beurt mij verwondert aan. Die gaan wel naar de markt of zo. Pardoes legt hij zich dan ook een half uurtje later onder de aangewezen boom en komt er niet mee onder vandaan. Ik maakte ondertussen al weer een volgend kastje schoon, dook 6 keer het water in en poetste de kruiden potjes een extra goed. Pff, om moe van te worden, zou die Boly toch gelijk hebben?

Boly met vrouw en kids. Straalt intelligentie uit nietwaar..
De tijd sleepte zich voort. De eerste week was snel voorbij, en op de eerste dag van de tweede week begon het tegen de avond plots enorm te waaien. Moest me haasten om de ramen dicht te gooien. De enorme wind werd gevolgd door enorme zwarte wolken en 15 minuten later goot het op zijn tropisch, met bakken dus. Dat haalde snel de warmte weg en een heerlijke koele nachtrust was het gevolg. Nadeel zag ik pas de volgende ochtend. Twee van mijn wielen stonden waarschijnlijk op zwakke plekken want die waren zeker 5 cm in de sompige grond gezakt. Dat is nog te overkomen, maar als het wederom zou gaan regenen zou dat wel eens verder kunnen zakken. Kon zo snel geen oplossing bedenken, er zijn hier geen stukken hout of zo voorhanden of onder de wielen te gaan zetten. Toen Boly de volgende dag aan kwam zetten wees hij mij op een grote stapel stenen een stuk verder op, die ik mocht gebruiken om onder mijn wielen te gaan zetten maar daar was ik toch echt even te lamlendig voor. Toen het de nacht daarop echter weer vreselijk tekeer ging bleek de ochtend daarna mijn vrees waarheid te zijn geworden en stonden mijn twee voorwielen bijna 10 cm in de grond gezakt. Ik moest nu dus wel. De krik zakte echter ook diep weg en het duurde even voor ik de betreffende wielen zo hoog had dat ik er wat stenen onder kon gaan leggen. Maar kijken hoe lang dit het uithoud.

Vond het altijd raar dat ik in deze landen brommer rijders met een mondkapje zag. In de grote stad kan ik me er nog wat bij voorstellen in verband met de luchtverontreiniging, maar op het platteland zie je die dingen ook. Ineens snapte ik het. Ze dragen een mondkapje tegen de insecten. De mensen hier hebben nogal vaak de gewoonte om hun mond open te laten (zware lippen denk ik), en als er dan een wesp naar binnen dreunt onder het rijden, dat is niet gezond. Vandaar natuurlijk, nu is het me wel duidelijk ja.

Overigens heeft de storm van afgelopen avond me flink overvallen. De snelheid waarmee de storm aan kwam zetten en de heftigheid had ik nog niet eerder meegemaakt. Op het moment dat de eerste windvlagen begonnen lag ik in het water. Holde snel richting auto en begon de bovenluiken dicht te draaien. Daar net klaar mee pakte een rukwind een van mijn zijramen die nog open stond, rukte het raam helemaal los uit de sponning en deponeerde het hele raam 15 meter verder. Gelukkig viel, bij nadere inspectie de schade mee. Er zat wel een scheurtje in het plexiglas van het raam maar die is dubbelwandig, en de beide stelpoten die aan het raam zaten bleken op zo’n manier te zijn afgerukt dat ik ze nog kon herstellen.

De tijd sleepte zich voort en de regelmatige hoosbuien zorgde er voor dat het langzamerhand steeds minder warm werd. De temperaturen van 44 graden overdag zakte naar 35 toe, de nachten kwamen ook al in de buurt van de 25 graden. Dat maakte alles wel een stuk aangenamer en het had perfect geweest als ik niet steeds meer last van mijn rug bleef krijgen. Ik zwom wel een keer of 10 per dag alhoewel ik daarin steeds voorzichtiger werd. Dit omdat ik de melding kreeg dat er een grote krokodil in de rivier zwom, nog geen 500 meter verderop stroomopwaarts. Ook zat er niet ver stroomafwaarts een troep nijlpaarden en die wil je ook niet graag tegen komen in het water.

Ook op de grond enge beesten. Deze megaspin had het kroost op het achterlijk zitten. Dat grijze, zijn duizenden kleine spinnetjes.
De pijn aan mijn rug straalde langzamerhand ook uit naar mijn nier en ik begon me zorgen te maken. Fietste dus op een dag naar de apotheek die me prompt, zonder eigenlijk maar goed naar mijn verhaal te luisteren, een doosje pillen gaf. Ze bleken wel goed te helpen want die avond was ik van mijn pijn af. De volgende ochtend echter, was het wederom zelfde verhaal, alleen werd het steeds erger. Begon de noodzaak in te zien dat ik het lokale ziekenhuis maar eens moest gaan bezoeken. Het was zaterdag, dus nam me zelf voor om op maandag, als ik nog steeds pijn had, naar het ziekenhuis te gaan. De pillen van de apotheek hielpen ook niet meer en de pijn begon uit te stralen naar regio blindedarm. Foute boel. Op zondag werd ik wakker met pijn en naarmate de ochtend vorderde werd die pijn heviger en heviger. Maar ja, ik was daar helemaal alleen. Om 11 uur in de ochtend was de pijn zo hevig dat ik me niet meer kon bewegen zonder de tranen in mijn ogen te krijgen. Toen er een klein jochie uit het dorp hier in de buurt langs kwam om zijn kleren te wassen, vroeg ik hem om Boly te gaan zoeken want ik moest echt naar het ziekenhuis nu. Het jochie begreep het en liep terug naar huis maar naar een half uur had ik nog niemand gezien. Omdat de pijn nog verder toe nam besloot ik met de eigen auto te gaan.
Mensen die zelf een camper hebben weten, dat als je eenmaal ergens wat langer staat, je niet zomaar weg kan rijden met je auto. Alle kastjes staan open, er slingert van alles rond je auto, warm water douche hangt aan de buitenkant, enfin, normaal gesproken ben je dan wel een uurtje bezig om de boel rijklaar te maken. In mijn toestand nam het 10 minuten in beslag. Flikkerde alles wat los lag op de grond, deed de kastjes en ramen dicht en liet verder alles buiten op de grond liggen. Met heel veel pijn en nog meer moeite stapte ik achter het stuur, startte de auto en reed de eerste 100 meter. Ik kon door de pijn echter niet rechtop zitten en de tranen sloegen me in de ogen. Ik moest mezelf dubbel vouwen van de pijn, maar dat gaat wat moeilijk achter het stuur. Stopte de auto en liet me zelf naar buiten vallen. Op handen en knieën was de pijn het minst. Begon er ook nog eens bij te hyperventileren en hevig te transpireren, enfin, ik dacht dat ik ter plekke het loodje zou leggen. En zo vond Boly me. Die kwam met een kennis met een motor, en ze wilde me op die motor naar het ziekenhuis brengen. Ik zag dat niet zo zitten. Ik wilde liever met mijn eigen auto, als ik dan daar moest blijven stond de auto ieder geval safe en niet op een stuk onbewaakt land aan een rivier. En als ik achter op een motor zou zitten, zou ik ook met eigen auto kunnen. Verzocht Boly dan ook even wat geduld te hebben tot ik uit gehyperd was. Zo zat ik, op handen en knieën, hoofd richting grond, straaltjes zweet van me gezicht af lopend, te proberen de pijn onder controle te krijgen. Na een minuut of 10, die wel een uur of 10 leken, had ik ademhaling onder controle en zette mijn tanden op elkaar om weer in de auto te klimmen. Kermend van de pijn propte ik mezelf achter het stuur en begon ik de 5 km naar het ziekenhuis te rijden. Na een kilometer leek het weer fout te gaan, maar met wat wilskracht, de airco op 10, de tanden knarsend en heel scheef achter het stuur zitten kreeg ik het voor elkaar bij het ziekenhuis aan te komen. Daar was een slagboom en een bewaker, die wilde me niet naar binnen laten. Ik sisde tussen me tanden door (want ik had het nu echt gehad), HOSPITAL, JE SUIS MALADE, maar de man had geen medelij en wees me dat ik maar achteruit moest rijden en elders moest parkeren. Toen ik dat volgens hem ook nog niet snel genoeg deed begon ie tegen me te snauwen dat ik snel weg moest. Ik wilde de man als een mug dood drukken, maar ja…
Eenmaal uiteindelijk in het ziekenhuis aangekomen te zijn strompelde ik de behandelkamer binnen. Ik was de enige klant, de doktor was duidelijk op zondag dienst. Ik kon alleen nog maar op me knieën zitten en voorovergebogen als een aap op me handen staan, anders was de pijn onhoudbaar. En zo vertelde ik stammelend mijn verhaal. Er werd wat gevoeld, wat gevraagd , wat gedrukt, en al snel begon de doktor een receptje te schrijven. Die medicijnen moesten bij de lokale apotheek gehaald worden, dat wilde Boly wel voor me doen. Die was, tezamen met motormuis, achter me aan gereden. Ik kon niks en toen ze 3 minuten later terug kwamen bleek dat ze de medicijnen eerst moesten betalen. 15.000 Cfa (24 euro of zo), maar niemand had zoveel geld bij zich. Ik had 8000 Cfa ik mijn portemonnee, en ik verzocht ze het daar mee te doen en zo gauw de medicijnen zouden werken zou ik uit de auto het restant halen.
5 minuten later kreeg ik twee injecties. De pijn is nu over 3 minuten weg claimde de doktor. Maar na 10 minuten lag ik nog steeds te creperen op de grond. Het duurde een half uur voor de pijn in zo verre zakte dat ik mezelf van de grond op kon hijsen en kon denken aan een strijdplan. De doktor gaf aan dat hij vermoede dat ik of een lelijke niersteen had, of een Blinde darm ontsteking, of beide. Maar ze konden in dit ziekenhuis niets voor me doen, want men moest eerst zeker weten wat het was. Dat kan men alleen vaststellen door of de boel open te gooien (niet aanlokkelijk), of via een echo machine binnen in te kijken. Dichtstbijzijnde plek waar dat kon was in Kita, 150 km verderop. Er werd me aangeraden om een auto te huren, en met die auto naar Kita te gaan, of een chauffeur te huren en die mijn auto naar Kita te laten rijden. Als derde optie kwam men aan met de mogelijkheid een ambulance te regelen, maar dat zou wat duurder zijn. Na niet al te lang wikken en wegen besloot ik de ambulance te bestellen. Koste dan wel 100 euro, maar dan zou ik er wel snel zijn. Snel op zijn Afrikaans dan he. Ik zal je de details besparen van al het regelwerk dat er bij kwam kijken, laat ik dit zeggen, om 3 uur besloot ik een ambulance te bestellen, om 7 uur was die er dan ook eindelijk en om 8 uur reed hij weg. Mocht mijn auto op het bewaakte ziekenhuis terrein laten staan. De pijn was afgezwakt naar een hevige pijn in mijn zij en zo begon de rit naar Kita.
Laat ik je vertellen dat Kita 150km verderop ligt. De eerste 100 km van die weg is een zandpad /puinhoop, heel veel kuilen en wasbord. Ik had er zelf, van Kita naar Manatali met mijn auto, bijna een hele dag voor nodig. De ambulance deed het in 3 uur en 15 minuten. In het donker. Daar lag ik dan, op een stretcher, met een stekende pijn in mijn zij, terwijl de ambulance er in het donker met zo’n rotvaart over heen scheurde dat ik me afvroeg of het nemen van de ambulance niet gevaarlijker was dan mijn huidige medische situatie. Af en toe vloog de auto zo hard door kuilen dat ik bijna tegen het plafond zat (en ik lag op de bodem, dus das een heel eind omhoog vallen).

Een nieuwe steel voor mijn schop werd met de hand gemaakt. Schuren deed hij met de ijzerzaag.
De Doctor in het ziekenhuis van Manatali had me gevraagd of ik naar het ziekenhuis wilde, of naar een kliniek. Omdat k het verschil tussen beide niet kende vroeg ik…: wat is beter. Een kliniek werd onmiddellijk vermeld, dus wilde ik naar een kliniek. De doctor belde naar een kliniek en men werd daar op de hoogte gesteld van mijn komst. Om 11 uur in de avond kwam ik aan in Kita. De kliniek bleek een armoedig gebouw te zijn, vies en vuil, afval slingerde in het rond. Ik moest 5 minuten buiten wachten en daarna werd ik geholpen door een jonge arts. Ik moest op de behandel tafel (vol roest, scheuren en gaten) en er werd een toestel naast me gezet dat leek op een oud tv scherm. Ook een soort hand scanner kwam er bij en na het opspuiten van een dikke laag gel op mijn onderlijf ging hij op die manier kijken. Het apparaat was een oud echo apparaat wat men gebruikt om bij zwangere vrouwen te zien of alles goed gaat. Voor dit probleem bleek het ook goed te zijn want als snel hoorde ik ooooo’s en aaaa’s en begon de doktor met zijn mobiele telefoon foto’s te maken van het scherm. Na een kwartiertje met die scanner over mijn onderbuik en zijkant te hebben gegleden kwam het hoge woord er uit. Ik had geen blindedarm probleem, mijn nieren zagen er verder goed uit, maar ik had een kalksteen van anderhalve cm in mijn rechter nier. Toch wel een beetje opgelucht (want dat is niet levensbedreigend) vroeg ik hem wat ik hier aan moest doen. Jaaa, maar dat weet ik niet, dat moet je aan je eigen doktor in Manatali vragen, ik doe alleen maar de scan. Het was ondertussen 12 uur in de nacht en ik vroeg of ze bedden hadden hier in de kliniek. Nee , je moet naar een hotel denk ik. En zo reed ik, om 12:30 achter op de brommer van de jonge arts, een hotel binnen. Ondanks dat ik nog niet dichter bij een oplossing was, wist ik ieder geval wel wat nu het probleem was. Kreeg van de doctor ook nog wat pillen tegen de pijn (die wonderbaarlijk hielpen) en de volgende dag pakte ik de bus terug naar Manatali (6 uur, volgepakt, kippen, stinkende mensen enfin, het normale publiektransport van Afrika en Azië).

Ondertussen begon, in de bus, mijn bovenbeen steeds een slapend gevoel te geven. Ik dacht dat het was van het lange zitten in een houding in de afgeladen bus (het was een vrachtwagen met achterop een soort bus gebouwd), maar ook buiten de bus bleef het been slapen. Dat gevoel kende ik van 5 jaar terug, toen ontstond er een hernia en had ik ook zo’n levenloos gevoel in mijn been, maar toen in het onder-achterbeen, nu in het boven-voor been. Dat in acht nemend ging bij mij het lampje branden.

Ik had niet alleen last van een niersteen, ik heb er een tweede hernia bij gekregen. En dat was het gene dat zo veel pijn deed. Mijn eerste Hernia ontstond in 2004 of zo in India, ik heb toen ook lopen janken van de pijn. Maar die hevige pijn was plots over, daar voor in de plaats had ik een zeurderige rugpijn en een gevoelloos onderbeen. De lokale doktor daar vermoede een hernia en een scan van mijn rug een aantal jaren later bleek inderdaad dat dat het geval was. Ook dit keer hevige pijn. Omdat die echter van twee dingen af kwam heb ik niet herkend waar het vandaan kwam.
De volgende dag, terug bij de doktor in het ziekenhuis van Manatali. Ik zou terug naar Bamako moeten voor een oplossing. Maar een oplossing voor een hernia is er niet, dus zal ik nu voortaan met een dubbele hernia door het leven moeten.

Maar is dit vaag of niet. Mijn eerste Hernia kreeg ik in Manali, mijn tweede in Manatali. De eerste in Juni, de tweede in Juni. De eerste toen ik een paar weken niet reed, maar uitruste, gevlucht voor de warmte, en mijn tweede idem dito. Bij mijn eerste hernia stond ik aan een rivier geparkeerd, bij mijn tweede ook. Allemaal overeenkomsten, dat kan geen toeval zijn lijkt me.

Ik had ondertussen een heel trosje medicijnen en die hielpen erg goed. Besloot dus nog een of twee daagjes aan het water te blijven. In de ochtend als ik wakker werd had ik veel pijn, maar na het nemen van een grosje pillen was alles na een uur alsof er niks gebeurt was. Ik kon zwemmen, lopen, zelfs tillen als het moest (maar dat deed ik natuurlijk niet).
Ik kende langzamerhand zowat iedereen van het dichtstbijzijnde dorp. Daar was een kind geboren. Lijkt me niks bijzonders, er zijn hier zo veel kinderen. Maar nee hoor, er werd vandaag niet gewerkt, het hele dorp nam vrij. Op de vraag hoe vaak ze per jaar dan wel niet vrij namen, kreeg ik geen antwoord. Maar ik was uitgenodigd, en, werd er bij verteld, men hoopte wel dat ik dan de camera mee zou nemen. Op naar het dorp. Er werd me gelijk veel duidelijk.
Een Malinees dorp bestaat uit een verzameling van ronde hutjes. Per familie staan de hutjes bij elkaar in een soort cirkel, soms door een rieten schutting afgebakend van de hutjes van andere families. Maar alles staat vrij dicht bij elkaar en zo word een dorp gevormd.

Een dorp bestaat uit wat ronde rieten hutjes.
Geiten, schapen en kippen lopen vrij rond in het gehele dorp. En kinderen. Héél veel kinderen. Toen ik al bij het dorp aan kwam, kwam er een hele zwerm kinderen op me af die me bij de hand namen, een vinger per kind dus ik had 10 kids aan me hangen.

Van die kinderen wordt je wel wat moe, kreeg ze alleen bij me vandaag om een foto te nemen.
Moe-met-het-nieuwe-kind zat binnen in een hutje wat vaags te koken. Ik had een kokosnoot meegenomen als cadeau (niet wat ze verwacht hadden haha) en had besloten een paar mooie foto’s te maken van Moe en kid, om die dan uit te printen en te geven. Op het moment dat ik de camera uit mijn zak haalde gonsde het als een elektrische golf door het dorp heen en in no time had iedereen zijn ‘ goede kleren’ aan en moest men op de foto. Na 50 foto’s had ik er wel genoeg van en ging ik eens rond het dorp lopen. Begon te snappen waarom iedereen altijd zo stonk. De kippen en geiten/schapen kakken overal, dat word dan weer plat gelopen, de kinderen spelen erin en gaan stinken doordat ze onder de dieren kak zitten. De ouders gaan vanzelf dan ook stinken, alles leeft en slaap immers in een hutje.

Het kind (volgens mij was ze niet ouder dan 18) met het kind. (de blauwe)
Ook werd mij duidelijk waarom er in elk dorp altijd veel ‘ accu laad winkels’ zijn. Het dorp had geen elektra, maar men wil wel muziek, dus staat er bij elk huis een accu waar de radio dan op draait. Het dorp had ook een TV, maar hiervoor moest dan wel de generator gestart worden. Helaas had niemand geld voor benzine dus was er meestal geen stroom. Toen ik, twee weken daarvoor had geopperd dat ik graag naar de WK wedstrijden van Nederland zou kijken en dat ik dan wel benzine zou kopen voor de generator was iedereen heel blij. Helaas wilde ik, vanwege mijn rugproblemen terug naar de hoofdstad Bamako, en daarover was met erg verdrietig.

Overigens is het hebben van meer dan een vrouw hier de normaalste zaak van e wereld. Dat dit bij moslims zo is was bekend, maar ook de katholieken laten zich niet achterstellen en trouwen twee drie of vier keer. En dat is een gewoonte die denk ik mede zo is omdat veel vrouwen betekend dat er veel vrouwen voor je werken. Dan kan je zelf langer onder de boom liggen, zo is het maar net.

Neem onze foto… we zijn zo blij. De twee mannen zijn de `Iman’s’ van het dorp.
Op 10 juni verliet ik Manatali en kwam de volgende dag heelhuids in Bamako aan. Had wel wat rugpijn gehad onderweg maar de medicijnen werkte goed. Op zondag melde ik me bij de kliniek Pasteur. Werd er door een jonge doktor geholpen die me vertelde dat er weinig aan te doen was. Zowel de steen als de rug moest ik maar aanzien, opereren was een optie maar een allerlaatste en zou ik beter in mijn eigen land kunnen doen. Kreeg wederom andere pijnstillers mee, daar kon ik het mee doen.
Er zit niet veel anders op dan om mijn reis gewoon voort te zetten. Keek vandaag Nederland-Denemarken, Tjonge jonge wat een stelletje arrogante lui dat Nederlands elftal. De hele eerste helft durfde er niemand een bal diep te spelen en was elke Nederlandse speler bang om de confrontatie aan te gaan. Resultaat saai brei en ping-pong voetbal, tikkie terug en nog een tikkie terug. Ik schaamde me wederom Nederlander te zijn (net als in Nepal 4 jaar terug). Door een mazzel doelpunt dan nog voor komen ook was helemaal schandalig. Diep in de tweede helft werd het beter met een zwarte invaller (iedereen hier vond dat prachtig), maar op deze manier komt Nederland niet ver.
Ga morgen door richting Timboektoe waar ik toch graag even geweest wil zijn. Als de rupgpijn ernstig blijft zal ik moeten overwegen om andere oplossingen te zoeken maar ik heb goede hoop dat ik die via oefeningen en het verder verliezen van gewicht onder controle zoal kunnen houden. InsAllah..