20100700 – Juli 2010, Mali naar Ghana

De gezondheid was nog niet geweldig maar onder controle en ik wilde verder. Het werd tijd om richting Ghana te rijden. Dat wilde ik via Timboektoe en Dogon land in Mali, dan Burkina Faso door en hoppa, ik zou er zijn….

Op dinsdag 15 juni verliet ik Bamako (hoofdstad Mali). De les van mijn vorige verhaal was om niet meer voor lange tijd stil te gaan staan. En als je het wel doet, niet bij een rivier in de buurt. En omdat ik nu aan de Niger rivier stond was het : hoppa in actie.

Route van dit verhaal
Met de gezondheid ging het wel ok. Nam nog wel medicijnen tegen de pijn maar merkte wel dat het iedere dag wat minder nodig was. Minderde dus al snel de dosis en een week later nam ik helemaal niets meer, zonder grote problemen.
Voor diegene die bezorgt of medelevend gereageerd hebben op mijn vorig verhaal, bedankt hier voor. Doet altijd goed om te horen dat er mensen mee leven.

Wilde voor het verlaten van de stad twee tussenstops maken. Een bij de supermarkt om wat vlees te kopen en een bij een ruitenbedrijf om te kijken of ze een nieuwe voorruit voor mijn auto hadden. Ik was toevallig gisteren langs die ruitenwinkel gelopen en vroeg op goed geluk of ze een vooruit voor me hadden. Oh geen probleem hoor, kom mee naar ons magazijn en dan halen we er een voor je. Ik stond even met de mond vol tanden maar herinnerde me snel dat altijd alles mogelijk is in Afrika, maar als het puntje bij het paaltje komt dan krijg je altijd een smoes. Niet geprobeerd altijd mis, om 10 uur stond ik voor die winkel met mijn auto. De man reed met mij mee naar het magazijn 4 km verderop. Had ik zelf nooit gevonden. De eigenaar van het magazijn kijkt 2 seconde naar mijn auto, liep het magazijn in en kwam 1 minuut later terug met een raam. Kijk hier is ie zegt ie. Zonder iets te meten.
Ja ik ben gek, daar trap ik echt niet in. Zomaar een raam pakken en dat aan mij verkopen, en als ik het wil inzetten blijkt het niet te passen en zit ik helemaal zonder voorruit. Maar de man bleef beweren dat het de goede was. ‘Wij zijn professional hoor’. Ik ging meten, de maten leken te kloppen. Ik ging nog eens meten, en nog eens meten maar kon niks fout ontdekken. Een raam van een auto heeft behalve een lengte en breedte, ook een bepaalde kromming en dat is niet op te meten. Sprak een prijs met de man af voor het raam inclusief het inzetten (voor die prijs kon ik in Nederland nog geen half raam kopen) en na 3 uur hard werken had ik een perfect passend nieuwe voorruit. Mijn achting van en voor de Afrikaan steeg zienderogen, dit had ik echt niet verwacht.

Vakkundig werd mijn voorruit vervangen
Pompiedompiedom reed ik naar de supermarkt, kocht wat vlees en zette aan voor de rit richting oosten. Het was ondertussen al 4 uur dus ik reed niet lang en zette mijn auto na 50 km aan de kant voor de nacht. Het was een vruchtbare dag geweest.

Ik kocht veel vlees bij de supermarkt, omdat je op het platteland vrijwel alleen maar geit kan kopen, en dan vaak nog zo onhygiënisch als wat. Vlees met vliegen, ach, daar lig ik niet wakker van, maar als ik dan zo’n rotte geur er bij ruik, hoeft het voor mij niet meer. En dat heb ik vaak meegemaakt. Ik vermoed dat dan het vlees wat men verkoopt niet bedorven is maar dat men de afval om de hoek of achter de muur gooit, en dit al jaren zo doet, met gevolg dat het naar rottend vlees ruikt. Men maakt dan ook het hakblok niet goed schoon, en bingo, alles ruikt verrot. Ik had ooit in Manatali ook voor 80 cent geroosterd vlees gekocht. Toen ik het papieren zakje waar het in zat thuis open maakte kwam er zo’n walgelijke lucht uit dat ik de hele boel aan een lokaal cadeau deed, die met plezier alles op heeft lopen smikkelen.

Tok tok
De volgende dag reed ik 500 km richting Djenné. Zo ver omdat er tussen Bamako en Djenné eigenlijk niet veel te beleven is. Een paar kleine steden (Sagou, Bla etc), maar daar was ik al een geweest en die stelde ook niet veel voor. En ik wilde wel eens kijken met mijn ‘ nieuwe’ rug of ik nog lange afstanden kon rijden. En dat ging wonderbaarlijk goed ondanks dat ik wel een pijnstiller nam in de ochtend. In Djenné (of eigenlijk er net voor) zocht ik mijn bekende plekje aan de rivier op (riskant heb ik gemerkt in mijn vorige verhaal). Het was die dag ouderwets warm geweest met 40 graden, maar in de nacht kwam er een fikse storm opzetten. Hield het gelukkig wel redelijk droog (ik stond op kleigrond. Veel water en ik zou er niet meer wegkomen), maar het waaide hard en in de ochtend was het 24 graden !! Oh wat was het lekker die dag.

Bij een politie controle post net voorbij Segou zag ik nergens een agent en de slagboom stond open. Dus reed ik er rustig doorheen. Ik was net halverwege de slagboom toen er hard op een fluitje geblazen werd. Ik keek in de spiegel en zag een agent zwaaien, dus stopte maar. De man kwam aanlopen en begon tegen me te foeteren dat dit een controlepost was en ik behoorde te stoppen. Ik deed maar een beetje dom en knikte ja en amen. Ik moest achteruit rijden en de auto aan de kant zetten zegt ie. Dus ik reed twee meter achteruit, ondertussen nog steeds de weg blokkerend en stapte uit. Blablabla kwam ie al weer aanlopen, heftig gebarend, de man was duidelijk niet in zijn sas. Kalm blijven is het devies, dus ik stond hem een beetje appelig aan te kijken terwijl hij zijn gram in het Frans over me heen gooide. Plots kwam er een hoge ome aanlopen, en hij zegt wat tegen de agent die onmiddellijk boos tegen zijn superieur over mij begon te razen. De superieur zij tegen de man (dit in de lokale taal, maar ik ving genoeg op om het te begrijpen): Beste man, toeristen laten we met rust, laat die man doorrijden en haal je gram maar bij een lokale bus chauffeur. Ik bedankte de superieur, zei nog pardon tegen hem, en gaf de boze agent een knipoog. Stapte snel in en reed weg, want kreeg het gevoel dat de agent me ter plekke wilde villen.

Ik had er al een keer over geschreven maar het blijft irritant al die geiten, koeien en schapen op de weg. Er lopen héél veel beesten op de weg. In tegenstelling tot in India mag je hier wel de koe aanrijden maar het blijft onverstandig. Geiten steken vaak net over als je aan komt rijden. Je kan in Afrika niet echt hard rijden maar zelfs als je met 50 of 60 aan komt rijden is het irritant dat er zo’n beest voor je auto springt. De lokale bestuurder trekt zich er niets van aan en rijd gewoon op die beesten af, er van uitgaand dat ze op tijd opzij springen. Dat dat lang niet altijd zo is, is te zijn aan de vele dieren lijken langs de kant van de weg liggen. Ik als Europese chauffeur druk toch altijd op de rem. Ik wil geen dierenleed op mijn geweten als het niet hoeft, en al helemaal geen bloed aan, of deuk in, mijn auto. Daarbij had ik net een vet mooi nieuw raampje, en dat wil ik zo houden. Dus veel remmen en vloeken, claxon ingedrukt houden. Het meest irritant zijn die geiten die niet weten wat ze willen. Meestal lopen geiten in een kleine kudde. Als dan de ene helft van de kudde aan de ene kant van de weg staat te grazen en de andere aan de andere kant, staan er altijd een paar geiten aan de kant van de weg. Als je dan aan komt rijden worden ze zenuwachtig en weten niet of ze nou naar link of naar rechts gaan vluchten. En dan maken ze rare bokkensprongen die regelmatig, in paniek, pal voor mijn wielen eindigen. Grrrr.

Zo hebben veel jongens hun navel
In de avond kan je momenteel geen lamp aan doen. Zo gauw je dat wel doet, wordt je onmiddellijk afgestraft met een zwerm vliegjes, mugjes, motten, sprinkhanen en andere rare vliegbeesten met van allerlei tentakels, voelsprieten of vage vleugels. De aantallen zijn zo enorm dat je dit al snel afleert. Ook werken op de computer is niet handig in de avond. Je scherm zit onmiddellijk helemaal vol met kruipende insecten. Dus een film kijken is moeilijk. Dat houd in dat je bezigheden in de avond nogal gelimiteerd zijn. Tenzij je een afleiding manoeuvre toepast. Als je , zeg op zo’n 10 meter van de auto, een felle lamp zet (bijvoorbeeld mijn Coleman benzine lamp) dan trekt die alles aan wat vliegt en kan ik nog redelijk een filmpje kijken zonder dat het scherm te veel onder de creepy-crawlers zit. Het wordt wel eens tijd dat iemand me dat nou uitlegt. Ik bedoel het zijn allemaal nacht beesten neem ik aan. Ik vermoed dat die verblind worden door het licht (alhoewel een computer scherm nou niet zo veel licht uit straalt) en er dan op af vliegen omdat ze niets kunnen zien. Maar gisteren avond ging ik buiten douchen en ik zette het kleine lampje aan binnen in de klep waar de douchekraan zit. Toch wel prettig als ik kan zien of alles ingezeept is, maar na 3 minuten kon ik het hele lampje niet meer zien, zo erg. Toch maar weer de grote felle lamp buiten gezet.

Na een dagje rust aan de Niger door naar Savaré. Daar was ik al eerder in het kampement Via-Via geweest en dat was ok bevallen. Er waren toen wat Belgische stagieres, beetje vaag verhaal, maar ik at toen lekkere Belgische patat met een vissie. Daar aangekomen kon ik voetbal kijken, kon ik mijn auto neerzetten en alles was mogelijk. De wedstrijd Nederland-Japan gekeken, wederom geen fraaie wedstrijd en daarna geprobeerd om vervoer naar Timboektoe te regelen.
Timboektoe is eigenlijk niets bijzonders, een stad aan de rand van de woestijn maar het heeft een mythische aantrekkingskracht. En sinds het maar 250 km hier vandaan is, moet je dat gewoon doen. Vorige keer dat ik hier in de buurt was, was het veel te warm. Eerst bij het kampement Via-Via zelf geprobeerd. Maar van de 14 mensen die er rondhingen (letterlijk), had er maar een interesse om zijn bek open te trekken. Een auto om daar naar toe te gaan koste me maar liefst 55.000 Cfa per dag. Das bijna 100 Euro. Dacht het niet. Dan maar met openbaar vervoer. Bij het bus station aangekomen werd me al mede gedeeld dat er geen directe verbindingen naar Timboektoe waren. Ik moest via via, maar niemand die eigenlijk wist te vertellen hoe. Begon er al een beetje de pee in te krijgen, graag of niet. Liep net het bus station uit toen er een ventje achter me aan kwam. Ja mijn oom heeft een jeep, en die gaat morgen naar Timboektoe. Toevallig zeg. Wat voor een jeep? Ja dat wist ie niet. Hoeveel mensen gingen er in? Ja veel. Wat koste het (en ik wist dat het 15000 Cfa of zo p.p. zou moeten kosten). Ja 20 of 25.000. Ik denk ja zak er in, als het allemaal zo moeilijk is dan hoeft het niet voor mij. En dus verliet ik de volgende dag met eigen auto het plaatsje Savare op weg naar Dogon land.

Eerste stuk weg naar Bandiagara was bekend, daarna wilde ik door naar Sanga. Dat was het dorpje dat het dichts bij Dogon gebied lag, en van hieruit kan je lopend het gebied gaan bekijken. Het stuk Bandiagara naar Sanga was 45 km of zo maar koste bijna de hele dag. Erg slecht zandpad met veel rotsen er tussen door haalde de snelheid er wel uit.

Welkom in Sanga
Vlak voor Sanga werd ik al een paar maal aangesproken door gidsen die zich aanboden. Ik ging daar op in, om eens in te schatten wat de prijzen zouden zijn. Was van plan twee dagen rond te gaan lopen en wilde de prijs weten van deze twee dagen geheel inclusief, eten slapen , belastingen, gids etc. De eerste snuiter begon al gelijk met 150 Euro. Niet in Cfa maar Euro. Die man heb ik vrolijk bijna omver gereden. De tweede had het over 80.000 Cfa (110 Euro), dat leek er meer op maar ook die wuifde ik weg. Vlak voor het dorp kale sjaak met brommer. Ja ik ben echte gids, papiertje laten wapperen, je kent dat wel. Hij noemde 60.000 CFA, 90 Euro, dat leek mij een redelijk uitgangspunt. Dus zeg tegen hem, ik ga naar het kampement in Sanga, als ik daar gestelled ben dan praten we er over. Ik breng je wel roept hij. Hoeft niet, zeg ik. Er is maar een weg, zo moeilijk is het niet. Ik rijd wel voor je uit zegt ie. NEE zeg ik, hoeft niet, rijd maar door ik tref je in het dorp wel. Enfin, dat bleef zo maar door gaan en het ventje begon me danig te irriteren.
Bij het kampement aangekomen stond kale sjaak al glunderend binnen op me te wachten. Vond dat vervelend want dat kost weer commissie. Het kampement stelde ook niet veel voor en toen ik vroeg om de douche en toilet te zien sprongen de tranen me in de ogen van de pis-lucht. Zo erg heb ik dat vast niet meer geroken sinds ik als baby in me luier pieste. De eigenaar leek erg ongeïnteresseerd en de immer aanwezige kale sjaak die aan me plakte alsof ik met hem ging trouwen deden me besluiten wat anders te gaan zoeken. Ik liep weg, onder de vermelding dat het mij teveel stonk in hun toilet en misschien wel terug zou komen. Kale sjaak wist onmiddellijk een ander adres; ik zal je voor rijden roept ie me toe. Ik loop op hem af en vraag of ie wel oren heeft. Hoezo zegt ie. Ik zeg, als jij oren hebt, dan heb je gehoord dat ik al drie keer aan je heb gevraagd of je me alleen wilt laten. Maar je hoort het niet, dus ben je ook geen goede gids. Met andere woorden, ik wil jou niet als gids, ga naar huis of zoek een andere toerist.
Danig op zijn neus kijkend, late ik de kale sjaak achter me. Maar het duurde niet lang. Onderweg naar een ander kampement kwam ie achter me rijden op zijn brommertje, grote smile op zijn bek. Ik wijs je wel even de weg. AHHHH,…… dat is het nadeel als je off-seizoen komt, je bent als een licht in de duisternis, en alle motten komen als blinde debielen op je af.

Vond in de volgende camping iets heel anders. Het bordje verwees naar camping maar er was alleen een restaurant en verder helemaal niks. De eigenaar bleek een aardige gast die wat woordjes Hollands sprak. Hij deed veel met tour-groepen, ook Nederlanders, en was bezig iets verderop een camping te maken maar die was nog lang niet klaar. Het enige wat dus klaar was, was het bord ‘ camping’. Maar de man kwam met een redelijk voorstel voor een twee daagse loopje. Dus parkeerde mijn auto op zijn nog-niet-affe camping en vertrok de volgende dag om 7 uur in de ochtend richting de Dogon’s.
Even dan maar over de Dogon’s, want dat is een verhaal apart. De geschiedenis van het Dogon volk is een beetje een mythe en eentje die, zo heb ik het idee, graag in stand word gehouden voor het toerisme. De geschiedenis van de Dogon zoals die bijvoorbeeld in de Lonely Planet staat beschreven wijkt op een aantal punten af van wat mijn gids me vertelde. Ik zal even in het kort vertellen hoe ik vermoed dat het gegaan is.

In de 13e eeuw vluchtte er een groep mensen die de Dogon hete, vanuit het oosten van Mali, op vlucht voor een leger van Islamieten. De Dogon zijn animisten (geloven in interactie met dieren) en aangekomen in dit gebied zochten ze schuil voor het nog steeds naderende leger in en rond de kliffen alhier. Deze kliffen zijn 600 meter hoog en lopen 250 km van noordoost naar zuidoost Mali. Boven op de kliffen is het plateau, onderop de vallei.
In en rond deze kliffen woonde op dat moment de pygmeeën. Deze hadden opslag plaatsen en grafkamers in de klif wand gebouwd. De Dogon, die arriveerde met 4 mannen en 4 vrouwen, geloofde dat de pygmeeën konden vliegen.
Nadat de Dogon zich daar gesetteld had, kapte de Dogon veel bomen om het hout te gebruiken voor koken en bouwen. De pygmeeën leefde van het fruit van de bomen, en omdat men dus hun maaltje verloor, trokken de pygmeeën weg. De Dogon maakte touwen van de boabab boom en ging hiermee steile klifwanden op om ook zo hun doden in de oude pygmee graven te gaan neer te leggen. Een gebruik wat nog steeds in stand word gehouden.

De Dogon zijn ondertussen uitgegroeid tot een fikse bevolking (en dat allemaal van die 4 paartjes waar het mee begon. Wel 100% meer dan alleen Adam en Eva), en bezetten nu een kleine 30 dorpen in de hele lengte van de klif wand. Veel van deze dorpen zijn van de buitenwereld afgesloten (zo beweert men, maar ik zag in een aantal dorpen jeeps, brommers en andere westerse vervoersmiddelen), en men hanteert nog steeds de gebruiken van 700 jaar geleden.

En nu even heel wat anders. Had een poosje geleden zelf mango ijs gemaakt en toen ik dat op een gegeven moment aan het opeten was kwamen er twee gastjes voorbij die uiteraard naar me bleven staan kijken. Dus, in een goede bui, schepte ik een brok mango ijs en gaf dat aan ieder in hun hand. Ze staken het in hun mond maar ik zag aan hun gezicht uitdrukking dat ze dat niet verwacht hadden. Met heel veel moeite ging het stuk ijs eindelijk door de keel. Ik vond dat wat vreemd want het was gewoon gepureerde mango met wat melk en slagroom poeder. Dus het smaakte eigenlijk gewoon naar mango, en dat eet iedere halve zool hier. Pas een half uur later bedacht ik me ineens waarom. Mensen hebben hier erg slechte tanden (gebitten worden halfhartig gepoetst met een stukje tak van een bepaalde plant, die erg op zoethout lijkt), maar enthousiast is men er niet mee. Gevolg is veel rotte tandjes, en als je dan een stuk koud ijs daar tegen aan krijgt…..weet je vast hoe zeer dat kan doen. Het was dus waarschijnlijk niet mijn ijs bereiding kunst maar hun rotte gebitten die de zure bekjes veroorzaakte. Volgende keer als ze langskomen krijgen ze een tandenborstel.

Goed, terug naar Dogon land. Om 7 uur in de ochtend zette ik, tezamen met mijn gids Buba Napo (kan ik aanbevelen, mail me voor zijn tel nr), de pas er in. Ik had een rugzak met wat reserve kleding (het zou kunnen gaan regenen), mijn medicijnen, anderhalve liter water, mijn water filter en nog wat ander klein spul mee. Bij elkaar kilo of 4 denk ik. Bupa had een tasje van 200 gram bij zich en een fraaie besneden wandelstok. Het was die dag heiig, dat maakte het niet te warm en dus lekker om te lopen. Het eerste uur liepen we over een soort platte rots grond. Dat zou in de felle zon super warm zijn denk ik.

Heel langzaam begon er zich een kloof te vormen
Na een uurtje ontstond er zich een spleet in de grond en die spleet, die hier en daar een paar honderd meter breed was, om 300 meter verder weer in een enge kloof te veranderen, daalde langzaam naar beneden. Het vergde hier en daar nogal wat hachelijk klimwerk maar er liepen op het pad ook oude dametjes dus als die het konden, moest het mij ook lukken. Daarbij heb ik nu een dubbele hernia, dus dat is dubbel lol.

Klimmen geblazen
Twee uur later en 600 meter naar beneden, kwam ik aan in Ireli, mijn eerste Dogon dorp. Tja wat moet ik er van zeggen. Het is een wirwar van hutjes en muurtjes tegen de klif wand aangebouwd. Er worden veel stenen gebruikt in de bouw, de boel wordt afgesmeerd met modder en hoppa, er is weer een huuske. Het stonk er overal naar poep en pies. Zowel menselijk als dierlijk want iedereen doet zijn behoefte waar die hem op voelt komen.
Het is rustig in de dorpjes. Er is geen elctra dus geen radio’s of blerrende TV’s. Ook geen auto’s of brommers, en dat maakte het erg gemoedelijk.
Het was duidelijk dat hier regelmatig toeristen kwamen. Vrijwel 100% van de kinderen die hier los rondlopen uiten de ‘ Doné moi une kado’ kreet. Toen ik er wat tegen over mijn gids van zei, zei hij….ja, maar sommige toeristen geven ook dingen, en zo leren we het ze nooit af. Vooral Spaanse toeristen hebben altijd pennen, snoepjes of muntjes om weg te geven volgens hem.

In de klif wand liggen de dooie
Zoals ik reeds schreef worde de doden van de Dogon in de klif wand begraven. Hier worden de lichamen opgegeten door de beesten en zo is er al snel weer plaats voor meer lichamen. Voor de ‘begrafenis’ word het haar van het hoofd afgeschoren, dat blijft beneden in een potje, en word geofferd aan de bergwand.

In dat kopje nog het haar van een pas overledene
Elke familie heeft een huis. Omringd dooropslagplaatsen en een middenplaats. Net als in heel Mali. De opslagplaatsen zijn verschillend. Je hebt mannelijke en vrouwelijke opslag plaatsen. Ondanks dat de Dogon over het algemeen geen moslim zijn (je hebt ze wel), trouwen ze meestal met meer dan een vrouw. Je kan zien hoeveel vrouwen er zijn, door de voorraad schuurtjes te tellen. Het is namelijk zo dat elke man, en elke vrouw, zijn eigen schuurtje heeft. Dat zijn van die vierkante (of ronde in andere delen van Mali), wat hoge gebouwtjes, vaak met een rieten dakje, en meestal staat het gebouwtje op een soort vlonder constructie tegen overstromingen en beesten. Er zitten wezenlijke verschillen tussen de mannelijke en de vrouwelijke schuren. Ten eerste zijn die van de man groter (duhhh). Deze bevat het graan of gierst of wat er dan ook verbouwd is dat jaar. Alleen de man heeft toegang tot die schuur, de vrouw mag er niet in. Dit omdat er dus vaak 4 vrouwen zijn, en als iedereen maar lukraak voedsel pakt, dan haal je er het einde van het jaar niet mee.

Vooraad schuren
De schuur van de vrouw is wat kleiner en is verdeeld in vieren, met twee verdiepingen, dus acht delen. Dit ter verering van de 8 voorvaders. De man heeft ook geen toegang tot de schuur van de vrouw. In de schuur van de vrouw worden privé zaken van de vrouw opgeslagen, juwelen, haarstukjes of dingen voor de keuken.

Elk dorp heeft een gerecht gebouw. Denk niet aan een echt gebouw maar een soort afdak met daarop heel veel lagen riet. Het dak is heel laag, zo laag dat je er net onder kan zitten, de vloer is belegd met stenen. De reden hiervan is als volgt. Als Piet een probleem heeft met Klaas, dan gaan ze samen in het ‘gerecht gebouw’ zitten om er over te praten. Als een van de twee een beetje nerveus wordt, zoals ze dat hier mooi zeggen, zal hij boos opstaan, zijn kop aan het dak stoten en dan is zijn ‘nerveusheid’ ook weer gelijk over. Mochten Piet en Klaas er nog niet uitkomen dan moeten ze naar het hoofd gerecht gebouw in het hoofddorp. Zelfde soort gebouw, meer riet er boven op, en daar wordt dan weer een hoop gepraat. Als ze er dan nog niet uitkomen komt de dorps oudste er bij (of de dorps wijste) en dan maakt hij een beslissing die bindend is.

Gerechts gebouw
Als de vrouw ongesteld is, is ze onrein. Ze mag dan niet thuis wonen maar er is speciaal voor haar een ongesteldheidhuis. Ze woont daar 5 dagen, of ieder geval tot de meeste bloedingen over zijn, dan mag ze weer naar huis. Ze slaapt en eet daar, mag wel haar werk op het land doen overigens. Het huis is gewoon midden in het dorp, dus niet zo dat ze verbannen wordt of zo.
Als iemand dood gaat is er ook een speciaal huis waar de familie de dode opbaart voor die de klif op wordt gehesen. De hele familie komt mee wonen in dat huis, een paar dagen, ter rauw.

De Boabab boom is heilig voor de lokalen hier, de boom wordt dan ook vrijwel geheel gebruikt. De bast wordt gebruikt om er touw uit te maken. Met die touwen kan men tegen de klif aan klimmen om de doden te begraven. Er worden rondom stroken bast afgesneden, er blijft dan een soort ring in de boom over. Deze ring in Dogon geloof, is de slang, die zijn eigen start vast houd. Op het moment dat hij die loslaat, vergaat de wereld. Verder worden van de vruchten van de boom muziek instrumenten gemaakt (er hangen een soort grote kiwi’s aan) en de blaadjes wordt gebruikt voor de prutjes die over de rijst gaan.

De heilige boabab boom met de circel vormige slangen
Dogon hebben geen bank en als ze geld hebben beleggen ze dat in een koe. Dat is overigens in de rest van Mali en Burkina Faso ook zo. Een koe in Mali kost tussen de 150.000 en 200.000 CFA (das tussen de 240 en 300 euro). We spreken dan over een stier, die zijn duurder dan een koe. Wat vreemd, maar het zal we een reden hebben. De stier word gebruikt voor het ploegen van het veld, en heb je dus maar een of twee keer per jaar nodig, de rest van de tijd gaat ie met een hoeder mee. Een zogenaamde Peul heet dat, dat is een herder die je stier mee neemt om te grazen en zo met hele kuddes over het land trekken elke dag. De peul verwacht maandelijks een bijdrage uiteraard.
Een koe kan je ook meegeven aan de hoeder, die geeft melk en kindertjes. Dat levert dan weer wat geld op.
Voor vracht vervoer word de ezel gebruikt. Die zal goedkoper zijn dan een koe vermoed ik, en eet ook minder. Als de ezel niet gebruikt word wordt ie meestal gewoon los gelaten, dan kan ie gaan eten en in de avond keert ie meestal gewoon terug aan huis, en zo niet moet ie in de ochtend gezocht gaan worden. Wij kennen de ezel van het I-A geluid, maar laat ik je vertellen dat een ezel geweldig kan jammeren. Sommige ezels slaken kreten die door merg en been gaan en doen vermoeden dat het arme beest flink wordt mishandeld. Als je dan gaat kijken staat het beest gewoon ergens in het veld, niemand in de buurt. Misschien is ie ongelukkig of heeft ie onopgeloste jeugd trauma’s. Of misschien durf een ezel alleen maar te klagen als de baas niet in de buurt is, uit angst voor nog meer stokslagen?

Na een kleine rustpauze van 5 minuten liepen we door naar Banani, het volgende dorp op de route. Dat was zo’n 5 km verder, langs de onderkant van de klif. Hier lag een soort van zandgrond waar men gierst verbouwd en het plant seizoen was in volle gang dat was duidelijk. Niet alleen duidelijk omdat men op het land aan het werk was, maar ook duidelijk omdat er vrijwel niemand in het dorp aanwezig was. De zon arriveerde rond dit stuk en dat maakte het super warm en vochtig,. Het lopen werd er niet makkelijker onder. Rond een uur of 12 arriveerde ik in Banani. Hier werd de lunch gebruikt en eerlijk gezegd was ik best moe. Het was toch 4 a 5 uur lopen en klauteren en ondanks dat er geen haast was, was het duidelijk dat ik dit niet meer gewend was. Het duurde een uur voordat de lunch van rijst met tomaten saus kwam en toen mijn gids opperde om na de lunch even een siësta te houden, vond ik dat een uitstekend idee.

Ahhhhh

Om een uur of twee in de middag was ik weer helemaal bij mijn positieven. De zon bleef schijnen en het was warm. Een plan de campagne werd opgemaakt. We zouden naar het volgend dorp lopen (dat was in gezichtsafstand), daar wat rondkijken, daar eten en slapen en dan de volgende ochtend de kliff omhoog klimmen en dan via wat dorpjes boven rond het middag uur weer terug zijn. Ik veranderde het plan om nu onmiddellijk Ibi en Nemi te gaan zien en dan terug naar de auto te lopen. Slaap ik in me eigen bedje en dan de volgende dag de dorpjes rond Sanga te gaan bekijken. En zo klom ik de steile klif weer omhoog (deed me heel erg denken aan een deel van de Anapurna trek in Nepal) en was ik om 5 uur gebroken bij de auto terug. Het was op zich maar 15 kilometer, maar dat gecombineerd met klauter en klimwerk en de hitte maakte het vrij slopend. Omdat mijn gids het avondeten moest verzorgen werd het couscous met vlees en een grote bier er naast. Ik heb niet geslapen die nacht, ik was bewusteloos.

Hela Lange trap
Iedereen groet elkaar hier. Op zijn Afrikaans. Of op z’n Dogons misschien. Het woordje Teeuw (zo klinkt het) betekend ‘alles gaat goed’. Kom je nu iemand tegen, dan vraagt de een aan de ander ‘ Hoe gaat het’ de ander antwoord TEEUW. Pal daarachter aan vraag je over de gesteldheid van de familie (TEEUW) de koe (TEEUW), de kinderen (TEEUW), het gewas (TEEUW)etc etc. Dus er wordt 6 of 7 keer iets heel korts gevraagd en TEEUW terug gezegd, heel snel achter elkaar. En dat doet iedereen tegen mekaar dus je loopt onder weg de hele tijd een vraag/antwoord spelletje te spelen.

In de avond barste er een enorm noodweer los. Ik zag plots wolken aankomen, liep naar mijn auto om de camera te halen. Dat duurde twee minuten. Toen ik terug was was ik al bijna te laat, de wolken, zo leek het wel, vielen aan. Enorme rukwinden en gigantische stortbuien volgde.

Dit is de vruchtbaarheids tempel. Voor mij niet meer nodig
De volgende dag rondje Sanga gelopen. Oude huizen, oude offerplekken en oude mensen gezien. Het was op zich allemaal boeiend, de gids loodsde me door heel veel kleine steegjes, stinkende rioolpaadjes, langs heilige gebouwen, heilige beesten en hij vertelde er boeiende verhalen bij. Ik kon ze niet altijd volgen, maar onderop dit verslag geef ik ieder geval dat weer wat ik gesnapt heb. Kocht nog een fraai Afrikaans beeldje (echt gebruikt bij oude rituelen volgens de verkoper) en in de late ochtend, na een vrachtwagen geholpen te hebben met starten, gemaakt dat ik weg kwam. Er stond alweer regen op komst en de weg naar Sanga was al slecht, na zoveel regen gisteren moest er niet nog meer bij komen. Ik hield het niet droog en parkeerde de auto 25 km verderop op een veilige stenen ondergrond en wachte af tot het noodweer over was. Dat duurde even en ik besloot er maar de nacht te blijven.

Standaard Dogon huis, uiteraard met schuurtjes er naast
In de ochtend was de weg een heel eind opgedroogd en ik reed die dag helemaal tot de grens, stak de grens over, Burkina Faso in (fluitje van een cent-grens) en vervolgde mijn rit richting Ouagadougou. Ik moest weer opnieuw een visum aanvragen voor Ghana (die was verlopen) en als ik dat nu donderdag kon doen, kon ik die vrijdag ophalen en was ik vrij om te gaan als ik dat wilde.

Met de gezondheid ging het wel redelijk. Was ondertussen met de medicijnen gestopt zonder al te erge klachten. Hervatte de oefeningen voor mijn rug (www.rugpijnweg.nl) en de niersteen of galsteen hield zich rustig. Daar was ik wel blij mee.

In een van mijn gesprekken met Boly, de eigenaar van het veldje waar ik eind mei een paar weken stond, vertelde hij me dat hij ooit gehoord had dat er mensen in de ruimte waren. Dat is toch wel zeker een grap nietwaar? vroeg hij me. Toen ik ontkennend antwoorden zag ik aan zijn gezicht dat hij het niet geloofde. Dat kan toch niet claimde hij. In mijn beste Frans heb ik hem geprobeerd uit te leggen dat er een space-station bestaat, dat er mensen op de maan zijn geweest en dat het helaal zo groot is, dat je je dat onmogelijk voor kan stellen. Toen Boly na een uurtje huiswaarts ging, geloofde hij nog steeds niet dat er mensen in de ruimte zijn en waren geweest. Kan me er wel wat bij voorstellen hoor, je zit hier zo ver van de westerse beschaving dat zoiets onmogelijk lijkt.

Mmmm, vaag

Ander voorbeeld was dat ik, toen er wat mensen rond de auto ‘ hingen’ ik eens aardig dacht te wezen en een filmpje op zette. Omdat ik niks in het Frans heb en er ook kinderen bij waren, zette ik Mr Bean op. In de betreffende aflevering begon Mr Bean zich te scheren met een scheerapparaat en op een gegeven moment zat er een neushaar vast in zijn scheerapparaat, allerlei komische gezichtsuitdrukkingen ten gevolg. Ik moest er wel om lachen maar de lokalen snapte er niks van. Ze hadden geen idee wat een scheer apparaat was, ze hadden er ook nog nooit een gezien. Zo merk je hoe groot het verschil is tussen wat een Afrikaan beleeft (op het platteland) en een westerling.

Ik krijg wel eens te horen dat ik vaak over ellende schrijf en veel klaag. Maar het is niet zo dat ik alleen maar ellende mee maak of alleen maar wil klagen. Het is natuurlijk wel zo dat als er niets gebeurt, je niets hebt om over te schrijven. Ik bedoel alleen maar schrijven van het is mooi weer en alles gaat goed, daar vul je ook geen website mee. Daarbij is dat ook niet interessant om te lezen. Het schrijft verder veel lekkerder als je ook wat om te vertellen hebt. Dus, ook al lees je soms ellende, problemen, ziekte, slechte wegen, rotte politie of pokkenweer, over het algemeen heb ik het nog steeds perfect naar mijn zin op reis. Elke dag is anders, ik zie nog steeds nieuwe dingen, ontmoet andere mensen , maak onverwachte dingen mee.

In Ouagadougou was het mijn lucky week denk ik. Behalve dat Nederland won van Kameroen, tot groot misnoegen van de rest van de (Afrikaanse) kijkers , vond ik zowaar een paar dingen waar ik al lang naar op zoek was. Een wastafel stop zodat ik weer normaal kon afwassen, een koolstof waterfilter (ik had mijn laatste geplaatst) en , via via, misschien banden voor mijn auto. Maar die liet ik voor na het weekend, ging voor het weekend op mijn stekje in Sabou staan, 80 km verderop. Het was vrijdag middag, en dat betekend de wekelijkse preek in de moskee. Er zijn er een paar grote in het centrum van de stad en die puilen dat uit op straat. Gevolg een enorme puinhoop want er zitten honderden mensen te bidden op matjes midden op de straat. Iets waar ik liever niet doorheen hoef te laveren met mijn auto. Nu mag hier alles in het verkeer hoor, en dat is wel eens makkelijk. Ik bedoel ik parkeer ook mijn kar overal en nowhere, ik stop ook midden op de weg. Zie ik iets, remmen en stilstaan, maar wel alles veilig natuurlijk.

Een magische dorps medicijn apotheek
Op naar Saboe, 80 km ten westen van Ouaga. Onderweg controle van de politie. Eigenlijk in Burkina nooit een probleem ,maar deze agent vroeg, nadat hij vluchtig door mijn papieren had gekeken om wat geld om te eten. Nu weet ik dat je als agent hier geen wereld salaris had, en ik had net aan de kant van de weg een kilo banaan gekocht, dus ik gaf hem een banaan. Hij keek wel zo raar dat ie weigerde het aan te pakken. Had het idee dat ie zich schaamde, maar ik bleef volhouden. Hup, opeten die banaan, wordt je groot en sterk van. Als bij een zwarte schaamrood zou kunnen zien, had ik het nu kunnen zien, terwijl hij afdroop met een banaan in zijn hand. Gniffelend reed ik door.
In Sabou vergat ik kompleet mijn eigen verjaardag, dacht er pas de volgende dag aan. Toen was het te laat. Maar bestede het weekend aan het plakken van een band. Krijg steeds vaker een lekke band, teken dat mijn banden toch aan het opraken zijn. Onder het bandenplakken had ik uitzicht over de toeristen die de krokodillen kwamen voeren. Het water in het meer was door de regen gestegen en kwam tot 100 meter van mijn auto, de krokodillen dus ook. Met een luide klap sloegen de kaken van de krokodil dicht als de man met de kip weer eens het hapje snel wegtrok, ter vermaak van de toerist.

Ontdekte nog een kinderslaaf ring. Nou overdrijf ik iets hoor. Ik had hier de vorige keren dat ik hier was een familie leren kennen. Pa was overleden aan de kanker en als weduwe heb je het hier niet makkelijk en wordt je veelal met de nek aangekeken. Moe had twee kids en kon moeilijk rondkomen. In de regentijd werkte ze op het land, maar de andere 6 maanden was er weinig geld. Ik hielp haar wat met een zak rijst van 50 kilo en een klein zakcentje. Zo kon ze de gaten in haar dak laten repareren zodat ze het in het regen seizoen binnen droog houden. Deze keer was een van haar kinderen er niet. De oudste van 15 was werken zei ze. Maar toen ie twee dagen later terug kwam, tezamen met een trosje leeftijd genoten, tong op de schoenen, bleek dat ze voor de een of andere ronselaar werken die in de drukke zaai seizoen jonge kinderen verhuurd aan andere dorpen om daar op het land te werken voor een miezerig salaris. Zo gaat dat hier in Afrika het leven is hard.

Aan het begin van het plant seizoen wordt hier elk jaar een kat geofferd
Moest ineens denken aan de moeder van Bolly. Die kwam op een gegeven moment, toen ik daar aan het water stond, langs lopen, ik had geen idee wie ze was. Maar, ze maakte me duidelijk dat ze de moeder van Boly was. Maar wel op een Afrikaanse manier. Ze wipte haar hangtiet naar buiten en trok er hevig aan alsof die van elastiek was om duidelijk te maken dat Boly daar aangehangen had, en zij dus moeder was. Rare mensen die Afrikanen.

Als je in Mali niet een voetbalshirt draagt hoor je er niet bij. Als je een auto rijd, en het is geen Mercedes, dan ben je denk ik ook een sukkel. In de grote stad zijn 8 op de 10 auto’s Mercedes en ik vermoed buiten de stad nog meer. Overigens allemaal oude Mercedessen uit Europa, vaak rijden ze met de originele reclame van Piet’s Glazenwasserij of Frierich’s Imbiss er nog op.

Op Maandag terug naar Ouaga om te kijken naar banden. Belde Malick op, een contact die ik via via had gekregen en die vertelde me dat ie misschien banden zou hebben. Hij zou er zo aankomen en dan zouden we gaan kijken. Maar zijn stem klonk niet zoals zijn woorden. Na een uur was hij nog niet verschenen dus gaf het op en reed richting Ghana, dat maar een 200 km naar het zuiden ligt. Bij Po sloeg ik links af om in een soort lus door het platteland te rijden. De zandweg was spannend en erg afwisselen. Dan weer door groen bosachtig gebied, dan ineens barste het open en leek het Holland met groene weides en vers aangeplante gierst en mais. Er werd veel op het land gewerkt en het mooie weer maakte het een lust om te rijden. Bij Thiebele zouden mooie oude traditionele geschilderde huizen te zien zijn. Werd al voor Thiebele door zo genaamde wana-bee gidsen opgevangen op zo’n manier dat me de zin om te gaan kijken onmiddellijk verdween. Zag wel langs de weg een paar van die huizen. Ach, als er in Holland ineens iemand zijn huis geruit rose/zwart of zo schildert, gaat toch ook niet iedereen kijken, waarom is dat hier dan wel zo speciaal. Nou, ik vond dus van niet en reed lekker door. Onderweg bij een politiebureau was er iemand héél kwaad. Ik was te laat om te zien wat er gebeurt was maar hij pakte zijn fiets en slingerde hem over zijn hoofd bij het politiebureau naar binnen. Daarna liep ie naar een grote kei en stormde woest met de kei het bureau binnen. Ben maar niet blijven kijken want daar kwamen vast nog ongelukken van.

Zo spannend zijn die huizen nou ook niet
Kwam bij de kleine grens overgang aan. Bij de eerste stop (douane Burkina) was het gelijk raak. Oh maar mijnheer, U heeft geen Laisser Passé,, tja, dat kan niet hoor, u moet er ter plekke nog een aanschaffen voor 5000 Cfa (8 euro). Ik keek de man doordingend aan en vertelde hem dat mijn carnet een laisser passé is en dat niemand hier iets gaat betalen. Na wat heen en weer gepraat (en voet bij stuk houden mijner zijde) was het ineens…’ Maar mijnheer, als u weer terug komt langs deze grens moet u wel die 5000 betalen hoor. En hij liep naar binnen om zonder kosten de Carnet papieren in te vullen. Al wachtend wilde een andere douanier mijn auto van binnen zien, hij werd er gelijk verliefd op, wilde hem onmiddellijk hebben en ik moest beloven als ik op de terugweg was ik langs zou komen om zaken te doen. Ik beloofde dat uiteraard plechtig, we wisselde adres gegevens uit (ik gaf hem wel mijn goede kaartje maar wel een verkeerd telefoon nummer) en het was door naar de politie post voor mijn paspoort. Daar stond weer een man wild te schreeuwen, 5 politie agenten om hem heen die niets deden. De man ging tekeer in het Frans, want hij moest geld betalen en dat wilde hij niet. De douanier keek hem aan alsof ie een kakkerlak was, zei in het Frans “en betalen ga je toch”, stopte de papieren van de man in een la en ging mij helpen. Ik had dit soort taferelen al eerder gezien. Vaak moeten lokalen een kleine bedrag betalen om de grens over te mogen, buitenlanders meestal niet. Maar wat voor mij een klein bedrag is, is voor lokalen vaak een dag werken of meer. Deze man had verstaan dat hij 1000 CFA moest betalen (1,5 euro) en toen de agent ineens duidelijk 3000 zei ging ie helemaal over de rode. Iemand anders kwam er bij, een vriend van hem, om de boel te sussen. De politie vroeg zijn papieren en stopte die ook in zijn la. Ik moest wat in me vuistje lachen.
Al mijn gegevens werden in het grote boek geschreven en ik was klaar… klaar om Ghana in te rijden.

Na een stukje niemandsland was het verschil onmiddellijk zichtbaar. De douane post had elektriciteit, de douaniers hadden nette uniformen aan en ik was binnen 20 minuten de grens over. Het zandpad in Burkina was al niet geweldig maar te doen, in Ghana werd het er niet beter op. Er zaten stukken bij waarvan ik dacht…nou, als ik dat in de regentijd moet doen, never nooit niet. Vorderde dus maar langzaam maar kwam uiteindelijk wel in Bolgatanga uit, de eerste redelijke Ghanese stad. Daar vond ik na wat zoeken een bank met een pin automaat. Mocht maar 200 Cedi’s per keer pinnen (125 euro) dus deed dat een paar keer, tankte diesel en ging op weg naar het zuiden met een pak Cedi’s die je als tafelpoot kon gebruiken daar de grootste biljetten uit de machine het biljet van 5 was.

In een volgend verhaal zal ik vertellen over mijn Ghaese ervaringen. Nu heb je nog wat dingen over het Dogon land tegoed van me, hier komt het.
Dogon tradities.
De meeste huizen in Dogon bevatten alle heilige elementen van het volk. Zo representeert elk huis het lichaam van de mens, een deel het hoofd (rond, bovenop het huis), het middenrif (de binnenplaats), twee armen (twee slaapkamers aan beide kanten een), navel (de put), en benen. Je moet wel wat fantasie hebben om het te herkennen hoor. Ook heeft elk dorp een gemeenschappelijke open plaats waar feesten en dansen gehouden worden. In het midden ligt altijd een stapel stenen, de navel van de mens voorstellend. Hieromheen wordt gedanst.

Om te onthouden:
Burkina Faso is 6.5 keer zo groot als Nederland en telt 13 miljoen mensen. Men gebruikt de gemeeschappelijke munt , de Frank, oftewel CFA. Deze munt is hetzelfde in een flink aantal landen in dit gebied, en dat is erg handig. Momenteel was een Eurto ongeveer 655 CFA.
Diesel kost tussen de 560 en 590 Cfa. Fles melk (nooit vers) 600 CFA. Biertje in de winkel 600-700 CFA (0,6 liter), in een restaurant vaak 1000 CFA. Lokale eten bestaan veel al uit rijst met een prutje. Prutjes worden meestal gemaakt van vis, heel soms van vlees en vaak van bijvoorbeeld tomaten met uien. Men eet ook wel cous-cous en macaroni. De lokaal op het platteland eet, zoals in vele delen van de wereld, drie maal per dag..rijst. In de ochtend droge rijst, en dan twee maal per dag rijst met prutjes (als ze al drie maal hebben natuurlijk). Mensen zijn over het algemeen arm. Er word veel gebedeld, erg veel.

Nog wat verlate Mali info:
Mali is 30 keer zo groot als Nederland en telt 14 miljoen mensen. Een groot deel van Mali ligt in de Sahara en is dus niet lekker bewoonbaar, dat is wel te zien aan de verhouding oppervlakte/mensen. Het land is arm, meeste mensen wonen in kleine dorpjes van rieten hutjes en leven van hun eigen landbouw. De hoofdstad Bamako is net als de meeste hoofdsteden in ontwikkelingslanden een puinhoop, een mierenhoop van ongeplande uitbreiding. Diesel kost er net als Burkina tussen de 560 en 590 CFA. Bier is duur, vaak 1000 tot 1200 CFA voor een fles. Levensonderhoud in Mali is duurder dan in welk land dan ook tot nu toe. Zo, dat was mijn verhaal voor deze keer. Ik zit nu in Ghana, moet nog maar zien of k het daar leuk vind. Sta ieder geval aan het strand en dat is al lekker. Ga kijken wat ik ga doen. Heel misschien, als ik een goedkope vlucht kan vinden ga ik paar weekjes naar Nederland, misschien kar ik wel in een keer door Nigeria heen richting Kameroen. Wie zal het zeggen.