20100900 – September 2010, Nigeria (1)

Van diverse kanten heb ik klachten gehad. Klachten dat ik te weinig schrijf. Er zijn lezers die ontwennings verschijnselen hebben gekregen, een paar hebben zich bij het RIAG gemeld. je snapt, de schuldgevoelens zijn bij mij hoog gerezen, zo hoog dat ik maar een lap heb geschreven over Nigeria.

In bijna 30 dagen heb ik een groot deel van Nigeria gezien en mee gemaakt. De hoogtepunten hiervan plus wat foto’s kan je hier lezen. Ik had graag wat meer foto’s er bij geplaatst maar de slechte internet verbindingen nopen mij deze tot een minimum te beperken. Omdat het verhaal te groot is voor een deel, heb ik het in twee delen moeten plaatsen. Hier dus deel 1
Veel plezier, en voor de junks…. er komt snel meer. Echt

Nigeria is een land dat menigeen doet huiveren. Wie heeft er niet van die scam-mails gehad die miljoenen beloofde. Wie heeft er niet gehoord van de slachtpartijen tussen bevolkings groepen waar met hakmessen vrouwen en kinderen worden afgeslacht. Wie heeft er niet gehoord van de immens en immens corrupte politici in alle lagen, de hebzucht, de graaizucht en het politieke geweld wat er in het land heerst. Als Nigeria in het nieuws komt, is het vrijwel altijd slecht. De Nigerianen hebben een super slechte reputatie, ook bij alle andere Afrikaanse landen. En toch moest ik er door.

Nigeria is het dichts bevolkte land in Afrika. Van elke 5 Afrikanen, is er een, een Nigeriaan. Het land is ook groot. Met 924.000 vierkante km is het ruw weg 20x zo groot als Nederland. En met 150 miljoen mensen, is het er niet echt rustig. Het zuiden van Nigeria is voornamelijk Christelijk, het noorden voornamelijk Moslim. Tussen de bevolkingsgroepen heerst wel wat spanning en hoewel men meestal in harmonie leeft heerst er achterdocht tussen de twee geloven..
Het zuiden kent zijn problemen, vooral in de delta van de rivier de Niger. Er wordt veel olie gewonnen in dit gebied. Het geld gaat rechtsreeks de zakken van de politici in en de lokale bevolking, die arm is, wil graag mee genieten. Men probeert dit af te dwingen door geweld. Kan me daar nog wel wat van voorstellen, met corrupte politici valt niet te praten.
Was ik bang voor Nigeria. Nee dat niet. Was ik er huiverig voor. Ja dat wel een beetje. Het voelde en beetje aan zoals de eerste keer dat ik door Pakistan reed. Overal slechte verhalen, terwijl de mensen die er echt doorheen waren gereden er op zich niet zo veel slechts over te melden hadden. En in Pakistan heb ik me altijd prettig gevoeld (nouja bijna altijd). Laten we hopen dat dat in Nigeria ook zo zou gaan worden.

Gereden route door Nigeria
Helaas begon het eng, om twee redenen.
Vlak voor de grens met Nigeria stond een vrachtwagen in de goot. Alle banden lek, zijn hele achteras lag los. De chauffeur stond langs de kant van het pad en vroeg aan Ralph of die hem niet uit de goot wilde trekken. Ik zette mijn auto iets verder aan de kant en Ralph bond mijn trek-touw aan beide auto’s en begon te trekken. De vrachtauto bewoog naar achteren maar bleef echter met zijn voorwielen in de sloot steken. En zo sjorde Ralph die auto bijna 100 meter verder, met de achterwielen op het pad en de voorwielen in de sloot. Plots schoten de voorwielen echter uit de sloot en de vrachtwagen maakte een zwieper, rechtstreeks richting mijn geparkeerde auto. Die miste hij op 3 cm na. Ik had echt het hart in mijn keel en ik reed met een hoog adrenaline niveau Nigeria binnen.
We reden met twee auto’s de rivier over die Benin van Nigeria scheidde. Men was er een nieuwe brug aan het maken en er was een tijdelijke kleine noodbrug. Die was nogal smal aangelegd. Iris besloot het oversteken van die brug te filmen. Na het filmen 100 meter verder gereden naar de grenspost. Daar wachtte een dikke Nigeriaanse pad en een man in T-shirt ons. Of we ons wel lekker voelde!!! Eum hoezo, wat bedoelt U? Jullie staan foto’s te maken… van een grenspost. Dat is ten strengste verboden, hoe halen jullie het in je hoofd, waarom en hoezo….strategisch gebied, militair gevoelig ….. Enfin, de tirade bleef maar aanhouden. Camera er bij, foto’s demonstratief verwijdert, toen bond de man wat in maar de toon was gezet.
Paspoort hier!!!, beval de pad. Hij keek er in en snauwde ‘ dat kan niet, je visa is op 3 dagen na verlopen, en in 3 dagen kan je het niet verlengd krijgen, je mag het land niet in!!’.
Dit misverstand ontstond door de vage regels die altijd rond visa’s hangen. Er staat duidelijk op de visa, binnen 3 maanden gebruiken, en hij is dan bij binnen komst 30 dagen geldig. Nu waren die 3 maanden bijna verlopen, op 4 dagen na, maar dan nog, moet hij voor 30 dagen in gaan. Dikke pad vond van niet en wilde me eigenlijk maar een 4 dagen visa geven. Heel gedoe allemaal, er werd heen en weer gepraat en elke keer als ik wat zei reageerde de dikke pad boos, er was niets mee aan te vangen. Zou ik dan hier stranden….?

Het ventje in T-shirt ontpopte zich plots als redder. Plots bleek hij de meerdere van de dikke pad. Hij zegt, ik ga even met de baas bellen. 3 minuten later kwam het verlossende antwoord, je je krijgt gewoon 30 dagen. Het rare was dat T-shirt dat ook tegen Iris en Ralph zei, terwijl die maar een officiële 10 dagen visa in hun paspoort hebben. Onduidelijkheid al om, de sfeer was om te snijden, maar uiteindelijk, na een onprettig uur in het kantoortje, reden we alle drie weg met een 30 dagen stempel in het paspoort op naar de douane en zo. Het muisje kreeg nog een staartje, want gezeten bij de volgende post (de sanitation and health departement) kwam de douane man aanlopen, Iris en Ralph moesten terug komen. Ze hadden hun fout toch gemerkt en hun stempel werd gewijzigd in 10 dagen.

Terwijl ik bij de voornoemde post of ‘sanitation and health’ op Iris en Ralph zat te wachten reed er een auto door zonder te stoppen bij de ‘sanitation’ mijnheer. Hij sprong omhoog en haalde de auto terug. De inzittende, een oude man en een nog oudere vrouw, werden uit de auto gedirigeerd en kregen de wind van voren. De ‘sanitation’ mijnheer zijn ogen en zijn mond spuugde vuur en de slachtoffers stonden met gebogen hoofd de tirade aan te horen. Na zijn tirade keerde hij zich om, en vroeg me lachend, mag ik je inentings boekje even zien. Daar keek hij niet naar de inentingen of de data, maar alleen naar de naam.

De rest van de grens routine was langdradig maar verder zonder problemen. Het was ondertussen al weer ver in de middag en na wat zoeken vonden we een plekje in een zand afgraving waar we redelijk beschut stonden. Het was spannend zo’n eerste nacht in een vreemd land maar geslapen heb ik heerlijk.

De tweede dag in Nigeria was erg vermoeiend. We draaiden , na, op mooi asfalt, een kilometer of 30 te hebben gereden en bijna evenzoveel checkpoints te hebben doorstaan, in Kosubosu richting Kaiama. Dat is de A7. JA DE A7!!!!! Tweebaans snelweg? Niet dus. Gewoon een zandpad. Het begon al toen we nog geen halve kilometer het pad op waren gedraaid. Achter ons kwam een taxi luid toeterend en gebaarde ons te stoppen. Nee, je moet hier niet in rijden, deze weg is zo slecht, je komt honderden keren vast te zitten en als je pech hebt kom je er nooit meer uit. Ok. Slik. Wat nu? Toch maar door rijden en kijken wat er gebeurt.

De weg was meer een rivier dan een weg
Het zandpad veranderde eerst in een halve rivier, daarna in een modderpoel maar met de vier wiel drive aan kwam ik overal door. Tot na 5 km. Er liep gewoon een fikse rivier over het zandpad. Of het zandpad liep door de rivier, het is maar hoe je het bekijkt. Tja; uit stappen, diepte van het water voelen, als ook de hardheid van de ondergrond. Mmm, dat werd een probleem, het was los grind in het water. Na lang wikken en wegen zou Ralph er eerst door heen gaan, die stond wat hoger op zijn banden, en als ik dan vast kwam zou hij er me uit kunnen trekken. Ik stapte net in mijn auto toen er een lokaal met een gare Peugeot aan kwam. Praatje maken. Hij kwam een koe ophalen voor de slacht. Hij durfde de rivier niet over, de koe zou hier gebracht worden. En hij kende het gebied goed. Maar deze weg, nee, daar zouden we nooit door heen komen beweerde hij. Deze rivier misschien nog wel, maar verder op werd het 10 x erger en we zouden tot onze assen in de modder komen te staan.

Tja, dan kan je een hoop risico gaan nemen maar als het risico dan zo groot word, moet je het niet. Als je eens gewaarschuwd word, kan je het nog negeren, maar tot twee keer toe zo sterk afraden, dat is niet voor niets. Volgens de lokaal konden we beter door rijden naar Shaki, door links af richting Ilorin en dan zouden we al een heel stuk op weg naar Abuja zijn. Zo gedaan, maar toch een beetje met spijt, want het zou wel een heel spannend avontuur geweest zijn.

Dat redelijke weg ook een groot nadeel heeft in Nigeria merkte we die dag. Het aantal checkpoints was zo groot dat het gewoon niet opschoot. Elk dorp had een of meerdere checkpoints. Als ze je aan zagen komen (en dat is niet moeilijk met twee opvallende vrachtwagens), werd er een balk met spijkers over de weg geschoven zodat je moest stoppen. Dan kunnen er twee dingen gebeuren. De check point mijnheer kwam bij de auto, vraagt wie je bent, waar je naar toe gaat, wat je hier doet en of alles goed gaat vandaag. Vraagt eventueel nog om een papier. Het carnet, of je paspoort, soms ook een rijbewijs. Dat papier kijkt die dan vervolgens in, het vaak ondersteboven vasthoudend , en na wat heen en weer geklets over koetjes en kalfjes, mag je weer door rijden. Alles gaat vriendelijk, maar kost toch elke keer weer 10 minuten.
Tweede mogelijkheid is dat de checkpoint mijnheer zich zelf erg belangrijk vind. Die man zit dan in een hutje. De checkpoint slaaf dirigeert dat je aan de kant moet gaan staan en gebied dan dat je uit moet stappen en naar checkpoint-koning moet gaan om je te melden. Deze checkpoints kosten vaak veel meer tijd want checkpoint-koning wil al je documenten zien, bestudeert minutieus je stempel in je paspoort, vraagt honderd uit, en als je pech hebt gaat ie van alles lopen opschrijven op een los vel papier. Wat ie met die informatie doet weet ik niet, maar hier in Nigeria heb ik er niet zo vertrouwen in dat dat in goede handen blijft. Uiteindelijk veert de koning dan op, heet je welkom in Nigeria, en mag je door. Zo’n checkpoint kost gauw een half uur. Het vervelende is dat we op dag een rijden, 20 checkpoints tegen kwamen. Tel uit je tijds verlies.

Er wordt bij checkpoints eigenlijk altijd wel om geld gezeurd, maar ik blijf vol houden dat ze het enige wat ze van me krijgen, mijn tijd is. Verder is iedereen redelijk vriendelijk en accepteert het na wat morren dat ik niks voor ze heb. Na wat oefenen had ik de volgende tactiek bedacht , lees maar eens de conversatie bij een checkpoint:

Checkpoint : And what did you bring for me?
Ik: Ow, did I have to bring something for you?
Checkpoint :Yes ofcourse, so what do you have for me?
Ik: Well, you should have called me, then I could have taken something for you?
Checkpoint :But, but, but, I do not have your number
Ik: I understand, that’s probably because I have no phone.
Checkpoint :???verwarde blik op zijn gezicht????
Ik: But next time I come, I shall call YOU, ok?
Checkpoint :Verwarde blik verandert in grote grijns
Checkpoint :Ok, thank you, bye bye.
Een verwarde checkpoint mijnheer achter me latend die blij is maar waarschijnlijk niet weet waarom, rijd ik dan maar weer gniffelend verder.

De lokale bevolking is toch wel heel apart. Zo langzaam rijdend door dorpjes wordt er van alle kanten gezwaaid, er wordt gejuicht, men steekt de duim omhoog of loopt met de auto mee, iedereen is erg blij ons te zien, dat is duidelijk.

Vanwege de niet doorgaande weg naar Kaiama moesten we een stuk naar het zuiden afzakken. De wegen waren goed, het was droog, op de checkpoints na was het goed te rijden. De omgeving was bijzonder groen en erg heuvel achtig. En zo zakte we af naar Shaki. Door kleine dorpjes, waar het afval gewoon voor de huizen worden gedumpt en kinderen er hun behoefte op doen. Men leeft gewoon tussen de eigen rotzooi.

Nu en dan een stroom of riviertje, waar de lokale vrouwen kleding staan te wassen in groezelig bruin water. De kleding word alleen maar viezer en door het meppen van de kleren op de stenen, gaat het ook nog eens stuk. Zeep wordt al helemaal niet gebruikt.
Veel kinderen met grote ogen langs de weg die je aanstaren, als je zwaait verandert het gezicht van verbazing in plezier, tovert zich een grote lach op het gezicht. Vele persen er nog een zwaai handje uit en roepen hard Baturé!!! (betekend blanke!!!). De meisjes gillen het uit van plezier uit als je naar ze zwaait.

Net voor Shaki was het lunch tijd. Op een zand afgraving aan de kant van de weg zette we onze auto’s om wat eten te maken. En half uur later, we stonden net op het punt weer te vertrekken, komen er drie brommers de zandplaats oprijden. Op elk twee mannen, de bijrijders met geweren. Twee hele lange oude geweren van de eerste wereldoorlog vermoed ik, en een met een AK47. Ze droegen geen uniformen of wat, dus geen idee of het rovers, politie, douane of gewoon idioten zijn. Snel wegrijden is dan geen optie. De woordvoerder begon agressief te vragen wat wij hier deden. ‘Ja gewoon, eten’. Waarom, waarom hier, en waarom niet in het dorp een kilometer verder. Enfin, het werd een beetje heen en weer gebits. Hij wilde papieren zien, ik wilde die niet geven want ik wist niet wie de man was. Iris en Ralph gaven hun paspoort, en hierna bond de man in. Bleek dat hij van een checkpoint in het dorp 1 km verderop was en dat voorbijgangers hem hadden verteld dat er ‘vreemde figuren’ stonden geparkeerd langs de weg. Zo wordt je in de gaten gehouden.

In Shaki aangekomen was er blijkbaar een regelrechte weg naar LLorin (of is het Ilorin?). Op alle kaarten, ook de GPS kaarten, staat die weg aangegeven als bospad, maar het bleek een redelijk te rijden, niet te brede weg te zijn. Het was merendeel asfalt, af en toe wat gaten, maar te doen. Bij Llorin zouden we de A1 op moeten en Ralph wist te vertellen dat dit een verschrikkelijk drukke weg is met heel veel vracht verkeer. Dat wilde we vermijden, we besloten bij het kleine plaatse Alapa links of te slaan om via deze kleine weg (als ie berijdbaar was natuurlijk) zo parallel aan die A1 een stuk omhoog te rijden. Dan zou er nog 50 km A1 over blijven tot aan Mokwa, maar dat moesten we dan maar voor lief nemen. De tweede nacht in Nigeria sliepen we wederom op een zand afgraving, ver van de bewoonde wereld. Het was rustig en na 3 potje kaarten sliep ik als een baby’tje.

Ook die nacht bleef het droog en de volgende ochtend was het om 8 uur actie. Door naar Alapa. De weg bleef redelijk, de omgeving wat mistig maar erg mooi. Het aantal checkpoints was te doen vandaag, maar onze plannen werden weer in duigen gegooid. Vlak voor Alapa werd ons al duidelijk gemaakt met handsignalen dat we niet verder konden. Bij een controle post werd vermeld dat er een brug kapot was en we niet verder konden. Maar we wilden het graag zelf zien, misschien konden we wel door het water heen. Aangekomen bij de brug was het erg. De brug was een jaar geleden ingestort door overstromingen en men had nog niets er aan gedaan.

Hier was geen over rijden meer bij
Wat lokalen hadden door middel van een soort stijger constructie met, losse planken, wat ijzerdraad, modder en elastiekjes een constructie gemaakt waardoor gewone auto’s zich een weg konden banen over de neergestorte brug. Maar zware auto’s waren verboden. Ook door het water was te riskant. Het stroomde snel en het was niet te zien of en waar de gaten zaten. Oplossing was wederom een heel stuk om rijden. Dat betekende helemaal afzakken naar Oshogbo en daar de A1 omhoog pakken. Volgens de politie moesten we op dat eerste stuk voorzichtig zijn daar er daar overvallen hadden plaats gevonden.

Oshogbo was een grote drukke stad. Daar links de A1 op en dat bleek inderdaad een heel erge weg te zijn. Helemaal aan gort gereden door het vele vracht verkeer was het één grote wan vertoning. In Llorin gekomen reden we waarschijnlijk verkeerd. In plaats van de rondweg kwamen we midden in de super drukke stad. Persen door overvolle smalle straatjes, overal verkeer en héél veel mensen. Het duurde bijna twee uur voor we er aan de andere kant van de stad weer uit waren. Daar was de A1 nog veel slechter en met een gemiddelde snelheid van 7 km per uur laveerde we, waar mogelijk, tussen de gaten. Het aantal gaten was zo groot en de gaten zo diep,(het waren soms net bom kraters) dat je meestal gewoon langzaam door de gaten heen moest. De vette walmen van de gigantisch aantal vrachtwagens maakte het er niet beter op. 30 km voor Mokwa vonden we in een weg een zand afgraving die redelijk stabiel en rustig leek. Kapot was ik.

Gaten gaten gaten…
Dit deel van Nigeria (het noorden) is overheersend moslim. Veel lange jurken en typische moslim hoofddeksels. Ik heb niets tegen moslims, sterker nog, ik vind moslims vaak veel gastvrijer dan Christenen. Maar hier vond ik het geloof wat onderdrukkend. De meeste vrouwen met van die hoofdoekjes die meer op een groot tafellaken met een gat lijken, waar alleen met wat persen net je gezicht door past. Lijkt me erg warm en niet comfortabel, maar goed, dat is nou eenmaal het geloof. Minder leuk vind ik is dat kleine kinderen, meisjes van 4 of 5 en ouder, hier ook aan mee moeten doen en er uit zien als lopende gezichtjes. Kinderen moet je niet met dat soort dingen opzadelen, kinderen zijn kinderen en moeten spelen en ontwikkelen. Kinderen van 12 of zo, daar kan ik me dan nog wel wat bij voorstellen, maar meisjes van 4, kom op jongens.

Merkte tot twee keer toe dat mensen bang voor ons waren. Ik zag een paar vrouwen een soort kaas langs de weg leggen om te drogen en toen ik stopte om te gaan kijken, liepen ze angstig weg. Die zelfde dag parkeerde we voor de lunch en een man met een klein kind van een jaar of 8, durfde niet langs onze auto te lopen en maakte en hele omweg. Bang voor blanke? Zouden ze die hier nooit gezien hebben?

De kaas bleek achteraf geplette yam te zijn, en dat ligt te drogen langs de kant van de weg
Zou dat meer meemaken in Nigeria. Als je voorbij rijd zijn ze allemaal blij, lachen en zwaaien, maar als je stopt stuift men weg. Ik denk dat dit iets met het verleden te maken heeft. Als er toen een blanke langs kwam, kon je er van uit gaan dat je meegenomen werd en nooit meer terug kwam. En die angst is er misschien nog steeds. Ik vroeg het ooit aan een ouder, toen een troepje kinderen weg stoof toen ik stopte en hij bevestigde dat ze bang waren meegenomen te worden.
Verder door richting Abuja konden we de volgende dag voorbij Mokwa rechts afslaan, deze schandalige excuus voor een weg verlaten. Maar eerst door Mokwa. Daar was de weg waar mogelijk nog slechter. Men was ook nog eens bezig om aan de weg te werken. Ik weet niet wat het doel was, maar het werd er alleen maar erger op. 15 km na Mokwa rechts af de A124 op. Ralph had de illusie dat daar alles beter zou worden. Niet dus. De resterende 300 km tot Abuja zouden nog lang duren. Ga maar na. Gemiddeld zit er elke 100 meter een diep gat in de weg. Je moet dan afremmen, terug naar de 1 schakelen en jezelf langzaam door het gat heen masseren. Er door heen, optrekken, schakelen, tot het volgende gat. Ik heb een vrachtwagen, en dat is toch wat anders dan een normale auto op dit gebied. Elke 100 meter betekent 10 maal per kilometer, dus 3000 keer op het stuk Mokwa-Abuja. Niet alleen heb je er zelf onder te lijden, maar je auto des te meer. Een keer een gat over het hoofd zien, of verkeerd inschatten en je maakt een forse klap.

In Bida zag ik een internet café langs de weg. Auto stoppen, laptop mee en de boel aansluiten. De verbinding was zo traag dat het openen van alleen al mijn Hotmail 15 minuten in beslag nam. En dan zit je nog maar op de welkom pagina. Voor dat ik bij mijn postvak in was, was er alweer 15 minuten verschenen en gaf ik de moed op.

Bijna elke vrachtwagen die hier rijd komt uit Europa. Niet nieuw , maar gebruikt. De reclame of naam van het Europese bedrijf staat er meestal gewoon nog op. Blijkbaar is er een Nederlands bedrijf erg actief met het verkopen van gebruikte vrachtwagens (van Vliet trucks?) want je komt hier eigenlijk het hele Nederlandse bedrijfsleven tegen. Van Mark-meubelen tot Theo- transport en Karel-keukens, Leo-logistiek of Kees-koeriers, alles komt voorbij rijden. Je waant je soms in Nederland. Overigens zijn 75% van de vrachtwagens tankauto’s met olie, diesel of benzine. 10% zijn koeien transporten, 10% container transport. Soms komen er wel 10 tankwagens achter elkaar me tegemoet, met een vaartje van 40 km per uur scheuren ze door de gaten heen. En het dan raar vinden dat er zo veel defecte vrachtwagens zijn.

De avond parkeer plek maakte veel goed. We vonden een grasveld, tussen wat bomen, stil en rustig, en konden tafels en stoelen buiten zetten om zo heerlijk van de Afrikaanse zonsondergang te genieten terwijl de krekels krekelde en de muggen zoemden. In het donker besloten we nog een potje kaart te leggen en onder het constant wegzwaaien van allerlei ongedierte maakte ik de Duitsers ongenadig in.

Parkeren in de Afrikaanse natuur
Het weer is ondertussen erg warm geworden. De hoge vochtigheid maakt dat je tot ver in de avond zweet. Gelukkig was het niet zo erg als in mei/juni en als de nacht eenmaal goed is ingezet koelt het af naar zo’n 25 graden en is de nacht toch nog goed beslaapbaar. Wel moet ik elke ochtend zeker 40-50 muggen-lijken van rond mijn muggen net weg ruimen. Het muggen net, dat geïmpregneerd is, doet zijn werk goed, maar het is wel een slagveld als je zo in de ochtend tussen al die lijken wakker word.

Voor het vervolg, lees Nigeria deel 2