20100901 – September 2010, Nigeria (2)

Deel 2 van mijn Nigeria verhaal

Ondertussen was het nog 180 km tot Abuja, dat moest te doen zijn in een dag. De weg was iets beter geworden. Maakte een korte tussenstop bij de watervallen van Gurara (wel geinig) en kwamen in de middag in een voorstad van Abuja. Het was super druk daar in Suleja, al het taxi verkeer parkeerde overal en blokkeerde de weg, het was persen en meten. Je rijd dan echt op de centimeter, soms zelfs nog minder. En dan zit er 5 cm tussen mij en een geparkeerde auto, en dan propt zich er nog een scooter tussen. Die Nigerianen zijn echt gek. Kreeg het vermoeden dat er echt wel een soort rondweg zou zijn, maar ook hier wordt dat dan nergens aangegeven, gevolg, je rijd dwars door het centrum. Het kan ook zijn dat de borden er wel zijn, maar alles is beplakt met verkiezings posters en er is geen enkel bord meer te lezen.

Watervallen waren geinig
Het centrum eindelijk verlatend zag ik van verre al een aantal man in gele hesjes onder een boom zitten. Die zagen ons aan komen, sprongen met z’n tienen op de weg, allemaal een grote stok met spijkers die ze snel op de weg deponeerde zodat ik niet verder kon. Al het andere verkeer werd met rust gelaten. Er werd druk gebaard dat ik aan de zijkant moest gaan staan maar dat weigerde ik. De mensen werden agressief en begonnen met z’n allen tegen me te schreeuwen, er sprong er een op de treedplank van mijn auto. Het kwam er op neer dat ik een sticker moest kopen. Het verhaal wat gehouden werd was vaag en verwarrend en rammelde aan alle kanten, maar het koste 22.000 Naira (€100 euro of zo) en anders mocht ik niet door. Ik bleef op de weg staan en weigerde om ook maar iets te doen of te betalen, bleef het geschreeuw aanhoren. Dat duurde zo 15 minuten en toen kreeg ik er wel genoeg van. Stapte uit (wat me eerst belet werd) , ging de camper in, pakte mijn telefoon (waar niet eens een sim in zat) en vertelde dat ik de ambassade ging bellen. Ik had er namelijk een afspraak (ja duh, echt niet natuurlijk) en ik zou nu te laat komen door hun schuld en dat zou ik even door gaan geven. Twee minuten later reed ik door. Wat een sukkels.

Er zijn in Nigeria héél veel benzine stations. Maar 90% er van is dicht. Bij het binnen rijden of verlaten van een redelijk dorp of een stad, vind je soms tientallen benzine stations achter elkaar. De meeste dus gesloten. Dus is er een welige handel in benzine langs de kant van de weg. In jerrycans, in plastic flessen, in glazen potjes, rijen met mensen die benzine aanbieden. Allemaal voor de brommers, die kopen dan een liter. Er moeten lijkt mij, best veel ongelukken mee gebeuren. Er staat zo veel benzine te koop langs de kant van de weg dat dat zo af en toe echt fout moet gaan. Whhhhooooommmm, weer een paar Nigerianen minder.

In Abuja aangekomen (de hoofdstad van Nigeria) wist Ralph een Duitse bouw onderneming waar andere wel eens met de auto gestaan hadden. Na wat zoeken werden we welkom geheten. We kregen koffie, we kregen te eten, er werd bier geschonken (te veel bier), we moesten mee naar een feest en om 11 uur lag ik half bezopen in me bed.
Het Duitse bedrijf, (ik heb beloofd de naam niet te noemen), heeft tig-duizend man in dienst hier in Nigeria. Midden in Abuja hebben ze hun eigen dorp, ze bouwen daar hun eigen huizen, maken hun eigen water en elektra, hebben hun eigen garage, eigen restaurants, eigen supermakt, enfin, een prima plek om te vertoeven. Ze hadden ook een immens grote werkplaats en ik hoopte dat ik daar wat aan mijn auto problemen kon doen.
De werknemers van het bedrijf, allemaal Duitsers waren super vriendelijk en kreeg het idee dat ze blij waren dat we hun sleur een beetje doorbraken. Behalve dat waren er een paar echte globetrotters bij die zich helemaal inleefde in onze avonturen. Ze werken allemaal 56 uur per week, hebben alleen zondag vrij en roken en zuipen allemaal als ketters. Vooral dat roken was enorm. Sigaretten zijn hier goedkoop, zou dat dan toch van invloed zijn? In de ochtend roken mijn kleren als vieze asbakken, Bah.

De plek waar we binnen de omheining van het bedrijf mochten staan was rumoerig. Dus om 6 uur was ik wakker van het lawaai van de grote stad. Ralph ging in de ochtend naar de immigratie dienst om zijn visum te verlengen, ik ging op zoek naar gas om mijn gasfles te vullen. Via via kwam ik bij een vul station, die hadden de fles in no time gevuld. Goedkoop was het niet, voor 30.000 Naira (15 euro) was het meer dan een euro per kilo gas. Maar ik kon weer een maand of drie vooruit. In de middag werd het wachten op toestemming om mijn auto te parkeren in de garage, later in de middag kwam bij de Duitsers het bier weer boven tafel, en werden we uitgenodigd om te gaan eten in het hoofdkamp. Daar was een groot restaurant met Duitse producten. Schnitzels, bockworsten, steak, en allemaal even lekker. Uiteraard kwam er weer meer en meer bier op tafel en wederom lag ik half bezopen in mijn nest die avond.

Op zaterdag mocht ik eindelijk met mijn auto de werkplaats in rijden. Daar werd die dag mijn cabine steun-rubbers vervangen en nog wat ander klein werk gedaan, alles vakkundig en redelijk snel ook nog. In de avond werden we weer uitgenodigd om mee te gaan eten. We wilden graag de mensen uitnodigen maar in het hele ‘Duitse’ dorp was niet met contant geld of credit kaart te betalen. Alles ging via speciale papiertjes en dat werd dan met de werknemers verrekend. Maar omdat het bier-drinken in de garage na werktijd maar weer eens uit (de hand) liep, werd het te laat om nog naar een echt restaurant te gaan. Het werd een snack in de bedrijfs kantine, met veel bier. En je snapt het….

Zondag wilde Ralph met een aantal werknemers naar een plek aan het water rijden. Er zou daar een BBQ gemaakt worden, veel bier gedronken worden etc. Ik was ondertussen moe, want zo tussen de Duitsers is het toch erg zwaar. Het is niet je moeder taal en je moet je dus erg concentreren om de gesprekken te volgen. Even iets niet verstaan en je bent de essentie van de conversatie kwijt. Als er dan zo 10 Duitsers tegelijk staan te praten, soms ook nog muziek er tussen door, en dat een paar dagen lang, had ik zo even van…. Effe pauze. Met engels kunnen ze me naar bed sturen en laten opstaan, maar duits is toch een stukje zwaarder. Dus wilde ik even een dag rust en een dag geen bier, en besloot in me uppie eens Abuja te gaan verkennen.

Het was zondag en rustig op de weg. Abuja is een geheel nieuw gebouwde stad met veel groen en brede wegen en snelwegen. Dat maakt het makkelijk navigeren. Tenminste, als je de weg perikelen een beetje voor lief neemt. Zo zijn er heel wat dubbele wegen, die hebben dan ook dubbele bruggen. Maar niet altijd. Regelmatig is er maar één brug gebouwd, voor de andere was geen geld, of was het geld in andere zakken verdwenen. Dan moet alles over die ene brug, met het nodig Nigeriaanse duw en trek werk natuurlijk, om nog maar niet te spreken over de altijd ingedrukte claxon.

Oops, een berg in de weg
Op de grote kruispunten staan politie agenten het verkeer te regelen. Met witte handschoentjes aan staan ze onduidelijke tekens te geven. Er zijn agenten bij, die maken er een hele show van. Bij één heb ik echt staan lachen, en staan hopen dat ik nog lang niet door mocht rijden. Het was een echte Marcel Marceau en hij stond met zijn handen te wapperen alsof ze door draadjes bestuurd werden. Hij trok er ook gezichten bij, heel kostelijk. Hij had er zelf ook echt plezier in.

Vond al snel het Sheraton Hotel, de plek waar de meeste overlanders verblijven. Het Sheraton laat toe dat men daar parkeert/kampeert, en nog gratis ook. Dat kunnen ze ook goed leien, want voor een stukje eten ben je er al gauw 75 US$ kwijt, een biertje zet je ook zo 10 dollar achteruit. In Het Sheraton staat een pin automaat, en ik vermoede dat als er ergens in Nigeria een veilige apparaat bestaat, dan is het wel daar. Kon helaas alleen met visa pinnen en verkende de stad verder per auto. Lopen is niet te doen, Abuja is erg uitgestrekt. In het midden is er een gigantische moskee met minaretten die vanaf elke plek in de stad te zien zijn. Verder was het niet veel bijzonders. Vond nog wel de Amigo supermarkt waar goed vlees, kaas en andere westerse producten tegen forse prijzen te koop waren.

Op maandag ochtend waren Ralph en Iris nog niet terug van hun uitje en besloot ik naar de Ambasade van Angola te gaan voor een visum. Het visum van Angola is een verhaal apart en nog steeds in ontwikkeling. Had namelijk mijn visa in nederland bij CIBT/V&V Visumdienst in Rotterdam aangevraagd, daar special mijn tweede paspoort voor achtergelaten. Maar voor de zekerheid leek het me handig een soort backup-visa te hebben, angola is een groot probleem wat dat betreft. 9Dit verhaal krijgt laster nog een staartje, maar omdat de ontwikkeling daar van nog steeds in gang is kom ik daar op terug). Ik had waypoints van de Ambassade van Angola, dus het leek me niet moeilijk daar eens heen te rijden en wat te gaan vragen. Aangekomen bleek ik oude info te hebben, de ambassade was verhuisd. Ik zocht in de rest van de informatie die ik had en zag dat ik van Ralph ook een waypoint had gekregen maar die plek was moeilijk te vinden. Reed plots het nationale congres in met mijn auto, een heftig beveiligd gebied en ik kreeg gelijk 4 security peopeltjes rond mijn auto. Gestoken in perfect pak, zonnebril op en oortje in, snapte ik wel dat dat ventjes waren waar je niet mee moest spotten. Gaf ze mijn paspoort en de info waar ze om vroegen en ze ontdooide wat. Maar ik moest onmiddellijk omkeren en wegwezen. Enfin, het duurde nog een uur voor ik eindelijk de ambassade had gevonden en eenmaal binnen was het een grote wachtrij met mensen. Raakte aan de praat met een lokaaltje, die me vertelde dat hij twee maanden geleden een visum had aangevraagd en sindsdien elke dag hier zat om te wachten en te hopen.

De medewerkster van de visa afdeling was kortaf en onbehulpzaam. Het kwam er op neer dat ik maar een vijf daagse visum voor Angola zou kunnen krijgen en dat deze visum maar twee maanden geldig zou zijn. Ik moest dus binnen nu en twee maanden in Angola zijn en er ook nog eens in vijf dagen door heen. Mmm, dat vooruitzicht was niet echt aanlokkelijk en waarschijnlijk niet eens mogenlijk. Tussen hier en Angola liggen heel wat landen en die wil ik ook graag bekijken. Maar meer zat er niet in en ik had ook al van andere reizigers gehoord die hetzelfde probleem hebben gehad.

Maandag avond was vis avond. Udo, de baas van de garage van het Duits bedrijf, had grote geroosterde vissen besteld en vergezeld van uiteraard het nodige bier werd de overigens overheerlijke vis met vingers naar binnen gewerkt en lag ik weer niet lang daarna weer eens laveloos in bed.

Moest tot woensdag wachten op mijn visa voor Angola. Ralph en Iris waren niet uit bed te branden en in plaats van dat ze achter hun visa aan gingen, sliepen ze liever uit. Geen probleem, maar dat zou er wel toe lijden dat ik veel eerder klaar was dan zij en dat ik hun zou gaan verlaten. Had geen zin om nog een week in deze lawaaiige stad te zijn, ik wil wat van Nigeria zien.

In Nigeria gaat al veel van het draag werk niet op het hoofd zoals in voorgaande landen. Ze hebben hier blijkbaar een slimme kruiwagen fabrikant . De slager, die komt langs met vlees…in de kruiwagen. Ga je een zak meel kopen, dan huur je een joggie met een kruiwagen om het naar je auto te brengen (kosten 15 cent). De kranten verkoper heeft zijn kranten op….juist de kruiwagen liggen, enfin, nog nooit zo veel kruiwagens gezien.

Alles op de kruiwagen in Nigeria
Dus verliet ik op vrijdag 24 september Abuja. Ralph en Iris zouden nog een week nodig hebben, kon ik mooi een weekje Nigeria bekijken. We zouden elkaar bij de warmwater bronnen vlak bij Bouchi treffen. Ik wilde naar het noorden van Nigeria, een rondje via Kaduna, Zaira en Kano, om dan langzaam richting Bauchi af te zakken.

Het stuk naar het noorden rijden pakte echter anders uit dan verwacht. De weg was dubbel en zeer zeer druk. Hier kan je zien dat Nigeria een dicht bevolkt land is. De dorpjes wisselde elkaar snel af en overal was het druk, overal mensen en verkeer. Het landschap was glooiend, met veel lage bush bush en af en toe wat akkers tussen de dorpjes door. De akkers werden niet met een tractor of zo bereikt, er is geen infrastructuur, er zijn geen wegen. Alles gaat met de hand, de oogst wordt op het hoofd meegedragen. Mais en suikerriet zijn hier het motto.

Het verkeer deed niet onder voor een ritje tussen Utrecht en Amsterdam. Maar dan wel op zijn Afrikaans natuurlijk. Hier wat indrukken:

-De linker rijstrook probeert iedereen te vermijden. Immers stoppen daar de taxi’s en minibusjes om passagiers op te pikken. En dat gebeurt te pas en te onpas. De minibus rijd 100 km p/u, er steekt iemand zijn hand op aan de kant van de weg en de chauffeur gaat vol op de rem en gooit zijn stuur om, ongeacht wie er achter, voor of naast hem rijd.
-Langs de snelweg wordt van alles verkocht. Er staan rijen met Yam standjes, bananen, rijst, groente en fruit, hout en houtskool, zakjes met water enz enz. Als er een auto stopt of dreigt te stoppen springen er tientallen vrouwen en kinderen met schalen op hun hoofd op de auto af, absoluut niet op het verkeer lettend. Verkopen is toch veel belangrijker dan die aanstormende vrachtwagen met die grote banden….
-Op de snelweg. Een auto vlak voor me trapt plots vol op de rem. De chauffeur gooit het stuur om en parkeert zijn auto lkangs de weg maar met met nog twee banden op de rijbaan. Er springen vier man uit en ik verwacht het ergste. Maar de vier man rennen naar de zijkant en gaan alle vier op een rij uitgebreid staan zeiken.
-Vrachtwagens rijden, vol gas gevend, een dikke roet walm achter latend. Vaak zo krom getrokken dat de voorwielen op de linker strook rijden en de achterwielen op de rechter.
-Aan de linker kant van de weg lag een brandend bestel busje in het talud. Gelaten stonden er een man of tien naar te kijken. Of er nog mensen in zaten… geen idee.
-In de midden berm om de paar kilometer wel een autowrak, vaak uitgebrand. Onder het motto van: als ik er niks meer aan heb, mogen andere er ook niks aan hebben worden verongelukte auto’s vaak in de fik gestoken, als ze al niet vanzelf branden na een ongeluk.
-Ouwe vrouwtjes spreiden rijst uit langs de weg om het te laten drogen. De er op neergekomen uitlaatgassen zorgen vast voor een aparte bijsmaak.
-Voor elk dorp staat een bordje met 50. Geen mens die zich er aan houd en men scheurt gewoon met 100 of 120 door het dorp.
-Personen busjes zo vol en afgeladen dat de passagiers ledematen uit het raam moeten laten hangen. De sticker op de achterkant zegt genoeg : “Who knows tomorrow?” -Verkeer zo intens dat elk gaatje benut wordt. De vrachtwagen rijd links, al het verkeer haalt rechts in. Als er iemand aan de kant van de weg stopt, is er nog net plaats voor de twee elkaar inhalende voorbijrazende auto’s. Maar er zijn een hoop opgeblazen hoogwaardigheids bekleders in Nigeria. Die hebben een escorte met sirene en rijden in een dikke SVU. Deze presteert het regelmatig om zich tussen de al gevaarlijk rijdende auto’s in te persen. De Nigeriaan voelt zich ontastbaar in zijn Europese auto.
Bij elk dorp ligt het vuilnis gewoon op straat. In walmende hopen, het verkeer raast er langs, de mensen wonen er zowat op. Een ding daarvan is positief, ik voel me niet bezwaard als ik mijn toilet er ook bij leeg kiep.
Lange stukken zonder ook maar een mogelijkheid om je auto ergens neer te zetten om te parkeren. Ja in de dorpjes, maar daar stond het vaak tot aan de weg rand vol met verkopers. Even uitrusten was er niet bij. Door jakkeren, of gewoon een dutje achter het stuur. Zou dat de vele ongelukken veroorzaken?
Vrachtwagens rijden gewoon tegen het verkeer in. De twee weg helften zijn gescheiden en in plaats van helemaal om te rijden, een u-bocht te maken en dan terug rijden naar je bestemming, is het veel sneller om tegen het verkeer in te rijden. Niemand maakt zich er druk om.
In de verte dikke git-zwarte wolken, met tentakels als inktvissen, ten teken dat het daar flink plenst.
Had eigenlijk na 100 km rijden snel genoeg van deze weg. Besloot mijn plannen om te gooien want naar Kano was nog eens zo ver en eerlijk gezegd had ik daar geen zin in. Besloot na Kaduma al rechts af te slaan om zo toch via Jos naar Bauchi te rijden en desnoods wat langer bij het nationale park te blijven hangen.
Langs de kant van de weg wordt erg veel suikerriet verkocht als versnapering. Niet zoals in Azië, waar het geperst wordt tot drank, maar men heeft de suikerriet stengels in exacte even grote stukken gesneden van ongeveer 20 cm, deze daarna ontdaan van de bast en legt ze als maatjes haring te koop neer. Overal lopen dan ook knauwende Nigerianen die de suikerriet als kauwgum van het zoete vocht ontdoen en uiteraard de overblijfselen op straat uit spugen. Een dun stuk kost 10 Naira (5 cent), een dik stuk 20 Naira 9 (10 cent)

Vrachtwagens met de vreemdste ladingen
Kaduna is een middelmatige Nigeriaanse stad, maar omdat de meeste steden in dit land groot en vol zijn was Kaduna ook een flinke kluif om door te komen. De stad is vies, rommelig en zeer druk. De doorgaande weg was dubbel, maar alle commerciële activiteiten gebeuren aan deze weg. Gevolg, heel veel mensen, erg veel verkeer en veel gevaarlijke situaties. Stoplichten waren er niet en de mensen moeten hun leven wagen om over te steken. Grote vette trucks stomen gewoon door en je moet 100 ogen hebben om alles goed in te schatten. Ik vond Kaduna door worstelen even moeilijk als Parijs tijdens spitsuur. Maar ook deze klus werd geklaard. Bij het uitrijden van Kaduna werd de lucht pikzwart en begon het enorm te waaien. Al het vuil en stof en heel veel plastic zakjes vlogen de lucht in en maakte Kaduna nog viezer dan dat het al was. Niet lang daarna denderde de regen naar benéé en werd het nog moeilijker rijden. Haalde dan ook opgelucht adem toen ik rechts af richting Jos kon slaan en deze zeer drukke en gevaarlijke weg kon verlaten. De nieuwe weg (de A11) was beduidend rustiger en het duurde dan ook niet lang voor ik een gravel veldje niet al te ver van de weg vond waar ik rustig kon overnachten.

Ja, zegt het wereldnieuws op de Nederlandse wereld radio. In Nigeria zijn 2 miljoen mensen dakloos geworden door overstromingen. Kut denk ik, zielig voor die mensen. Zou ik daar door dat gebied moeten? Helaas geeft de Wereldomroep het nieuws maar weer eens half en verteld niet waar in Nigeria dit gebeurt. Veel belangrijker is het programma over domme dingen die niet interessant zijn, over woord versprekingen of over de kleur van de poep van de koningin. Het rare is dat ik de afgelopen paar dagen echt wel wat lokale kranten heb gelezen en daar niets over zo een catastrofe gezien heb. Ook op de Engelse wereld omroep niets. Is dit een staaltje van Nederlandse duimen zuigen misschien?

Vele dagen later leer ik dat men in het noordoosten van Nigeria de sluizen van twee dammen open heeft gezet vanwege hoge waterstand maar men de deuren niet meer dicht kreeg en zo een enorm stuk grondgebied is ondergelopen. Gelukkig lag dit niet op mijn route. De Nigeriaanse kranten vonden het nieuws niet noemenswaardig blijkbaar.
Nu ik het toch over kranten heb. In Nigeria gaat momenteel veel van het nieuws over de komende verkiezingen. Die zijn volgend jaar maar de campagnes zijn in volle gang. De meeste Nigerianen hebben niet zo’n vertrouwen in hun politieke leiders. Tijdens verkiezingen komen, net als in veel andere landen, alle politieke belofte boven, die uiteraard vergeten worden op het moment dat de verkiezingen voorbij zijn. De kranten staan dan ook vol met redevoeringen van die en gene en dat is leuk om te lezen.
Een ander groot deel van het nieuws gaat over criminaliteit. Die en die zijn gekidnapt, die en die zijn vermoord, daar is voor zoveel gejat, en bij bedrijf xyz zijn zoveel miljoen aan de strijkstok blijven hangen. Kenmerkend voor Afrika, en speciaal dit land denk ik.
Een paar boeiendere berichten gaan over het normale leven hier op het platte land. Een meisje werd in de nacht in bed door een slang gebeten. Het licht was ten tijden vlak voor het incident aan, maar de slang heeft ook het licht uitgedaan. Hierdoor wist men zeker dat men met een magische slang te maken hadden. Alle dorpelingen hebben het hele dorp afgezocht, maar de vogel, eum slang, was gevlogen. Het meisje is overleden.
In Lagos zijn gisteren nacht 100 auto’s vernield en 5 man omgekomen. Dit als gevolg van een gang-oorlog. De gangs heten hier Area-Boys. Ze zijn de baas over een area, en het zijn meestal jongens, de naam is dus sprekend. De area-boys Ajeh kregen ruzie met de area-boys Shina. Hatjikidee, een hele wijk met auto’s kapot. En dat ondanks de vele security bewakers in elk pand, op elke hoek en bij elk huis.

Dr Lar van de afdeling kinder-gynaecology heeft ontdekt dat er een sterk verband is tussen vroege seks en baarmoeder hals kanker. Vroege seks en wisselende partners is vragen om problemen schrijft ze in de krant. Ze adviseert dan ook om voor je 18e geen seks te hebben, daarna alleen maar met één partner en gezond te eten. Dat je het maar weet.

Het kan altijd nog hoger
Ik ging tanken en zocht een bekend merk uit. Buiten op de borden stond 110 Naira per liter maar op de pomp zelf stond 105. Hoe dan ook, beide was redelijk goed, dus ik zeg tegen die bediende, gooi maar vol. Hij zegt: one twentyfive. Ik zeg, nee, helemaal vol. Yes, but one twentyfive. Ik denk hij doet zijn best maar, bij 125 liter is mijn tank wel vol. Dus de man gooit mijn tank vol, 140 liter. Ik snapte het allemaal niet, het zal wel Nigeriaanse gewoonte zijn. Wil ik af rekenen, rekent de man me duidelijk te veel. Dus ik pak mijn eigen reken machine en zeg 105 x 140 is in mijn ogen 14700 en een heel wat anders dan de 17500 die je me vraagt. Ja, zegt ie dood leuk, maar ik zei tegen je dat het 1,25 per liter was. Nou breekt me klomp, ik weet wat diesel elders kost, en dat is altijd tussen de 110 en 120, 125 heb ik nog nergens gezien. Dus ik zeg tegen die sjaak, dat ik dat niet ga betalen. Ja het moet toch echt hoor, claimt hij. Dus ik pareer met het feit dat ie dan de diesel maar weer uit mijn tank moet halen, maar hij blijft volhouden. Ik zeg, waar is je manager? Ik zie hem schrikken. Die is er niet mijnheer. Ik loop doodleuk het kantoor in aan de zijkant, onderwijl proberen 3 man me tegen te houden. Ik vraag de manager wat de diesel kost. 115 zegt ie. Dus ik vraag hem mee te komen en het probleem is snel opgelost. De pomp bediende moet zich melden in het kantoor, en ik vermoed dat die niet lang meer werk heeft daar. En dat is nou typisch Nigeria. Iedereen probeert geld te verdienen aan iedereen, als het niet linksom kan, dan maar rechtsom.

Heb de gewoonte om om 6 uur op te staan. Het wordt dan net licht. Dan luister ik naar het nieuws, ontbijt, doe de afwas, daarna wassen en plassen en vervolgens typ ik mijn ervaringen van de vorige dag. Om een uur of 8 begonnen er groepjes met mensen langs te komen. Dat zijn mensen die lopend onderweg naar hun veld zijn. Soms moeten ze er meer dan een uur voor lopen. Ze werken er de hele dag en gaan net voor het donker weer terug naar huis. Iedereen zei netjes hallo. Een oude man, die al drie keer langs was gelopen, begon tegen me te praten in de lokale taal. Hij kon geen Engels en ik geen Nigeriaans, dus het gesprek was apart. Na zo even tegen elkaar aangepraat te hebben kwam het hoge woord er uit, hij had last van zijn ogen, of ik hem niet kon helpen. Ik keek als een doctor in zijn ogen en zag, op een beginnende staar na, niet veel bijzonders. Maar ik wilde de man ook niet teleurstellen dus pakte mijn oogdruppels die ik gebruik bij vermoeide ogen (optrex) en druppelde er een paar in alle twee zijn bruin-witte kijkers. Na een poosje te hebben staan knipperen, gebaarde hij dat hij veel beter kon zien en liep na 10x mijn hand te hebben geschud vrolijk verder. Het duurde niet lang of opa 2 kwam aanzetten die gebaarde dat ook hij erge last van zijn ogen had. Ik zag dat zijn staar al ver gevorderd was maar druppelde toch ook maar wat in zijn ogen. Ook hij liep blij richting veld maar ik vermoed dat hij niet echt lang meer wat zou zien met die staar.

De weg richting Jos was inderdaad een stuk prettiger rijden. Er was erg weinig verkeer en het landschap was mooi. Het zonnetje scheen dus tufde ik met plezier richting Jos. Door voornamelijk mais velden, af en toe een dorpje. De gewassen en de akkers zagen er goed en gezond uit, redelijk netjes verzorgd. Langs de weg lange stroken met graan en mais wat gedroogd word. Ik heb dat eigenlijk nooit zo gesnapt maar nu ik er eens goed over nagedacht heb is het wel logisch. De fietsers en bromfietsers rijden over het gewas, het zo als het ware dorsend. De wind van de voorbijgaande auto’s zorgt dat de velletjes van de gewassen worden weg geblazen, een luie manier van dorsen. De weg werd wel steeds slechter maar het mocht de pret niet drukken. Halverwege Jos was een berg keten en tussen een paar bergen vond ik een landweggetje waar ik mijn auto van de weg af kon zetten om wat te lunchen. Wilde er net een tukkie achter aan gooien toen er een politie auto stopte. Agentjes met kogelvrije vesten en dikke machine pistolen vroegen zich af wat ik er deed. Na uitleg was het advies niet te lang hier rond te hangen, er zouden veel gewapende overvallers in deze regio zijn. Dat verhaal ken ik, dat hoor je overal in de wereld, maar besloot toch maar door te rijden. Eind van de middag had ik geen zin meer en vroeg bij een benzine station zonder benzine, of ik daar voor de nacht mocht parkeren. Was allemaal geen probleem. De mensen waren aardig en in de avond had ik plots 50 man rond de auto hangen, de helft er van kinderen. Grote zwarte ogen staarde me aan, de kinderen spraken geen Engels. Heb er een poosje prettig met de ouderen staan praten en toen ik kenbaar maakte dat ik wilde eten waren ze ook zo weer weg.

Zo leerde ik dat men grote problemen ziet in de toekomstige politieke verkiezingen. De grootste daarvan zijn de verschillen tussen de moslims en de christenen. Elk heeft zijn eigen kandidaten en daar is veel spanning over. En dat het in Nigeria snel kan ontploffen, maakte ik ter plekke de volgende ochtend nog mee. Om een uur of 8 een hoop kabaal. Langs de weg, ongeveer 50 meter van mijn auto vandaan een hoop mensen, schreeuwen, wild gebaren, elkaar duwen. Ik ging gelijk mijn auto rijklaar maken voor het geval dat, het zag er angstig uit. Als er in Europa een opstootje is, loop je er met een bocht omheen. Maar net als in Azië kwamen ook hier van heinde en verre mensen letterlijk aangerend om zich er mee te bemoeien. En dan ontstaat er een explosieve situatie die, als ie ontploft, geheel onvoorspelbaar is. Gelukkig bewoog de meute schreeuwende mensen zich langzaam van mijn auto vandaan en toonde ook weinig interesse, maar je weet het nooit. Het liep, voor mij althans, gelukkig goed af. Achteraf hoorde ik wat de oorzaak was. Een man stond de weg te ‘repareren’ door zand in de kuilen te deponeren, en dan de voorbijgaande automobilisten een bijdrage vragen. Iets wat je hier in Afrika erg veel ziet. Maar een chauffeur was er niet van gediend en reed bijna de ‘wegwerker’ in spé ondersteboven. Die werd woedend, achtervolgde de chauffeur, die niet hard kon vanwege de gaten en gooide een boomstam voor de auto. Enfin, resultaat, ruzie, schreeuwen, dreigen. En daar zijn de afrikanen goed in, het ziet er allemaal erg angstig uit.
Dat ontploffen is puur en alleen omdat er zoveel mensen op een hoop zitten. Te dicht op elkaar gaat gewoon fout, kijk maar naar Nederland, of India. De mens heeft zijn ruimte nodig.
Resultaat was wel dat ik al eerder mijn dorp verliet dan geplanned. Had nog wel wat met de lokalen op willen trekken maar vond het te eng. Vond pas 15 km verder een rustig plekje om even mijn gps aan te sluiten en zo, koffie te zetten en bij te komen.
Sommige van de kleine kinderen hebben al grijs haar. Niet van de zorgen maar omdat ze een soort schimmel op hun hoofd hebben. Kan ook zijn dat ze hun haar in zanderig water wassen of misschien wel nooit wassen. Het ziet er ieder geval niet echt gezond uit.

Jos, waar dorpen met machettes kort en klein gehakt zijn, inclusief de bewoners.
Vanaf een kilometer voor Jos begonnen de checkpoints. Was het de afgelopen dagen erg mee gevallen, Jos kende zijn problemen en men hoopt dat blijkbaar op te lossen door elke paar kilometer een checkpoint neer te zetten. De agenten of militairen waren allemaal vriendelijk. De een claimde dat Jos helemaal geen problemen meer had, de andere fluisterde me toe dat het nog altijd oppassen geblazen was. Zo af en toe werd er gevraagd wat ik voor ze mee genomen had. Antwoord d elaatste paar dagen als volt: Ohh, moest ik wat voor je meenemen? Je had me moeten bellen. Het antwoord is dan steevast…”ja maar ik had je nummer niet”, waarop ik dan antwoord : ‘Dat kan, want ik heb helemaal geen telefoon’. De agent snapt er dan niks meer van en gebaart je om door te rijden.
Jos zelf ligt boven op een plateau, 1200 meter boven zee niveau en is aangenaam koel. Het is er aangenaam, de bloemen staan in bloei (het is september!!). Reed Jos door richting Bauchi zonder te stoppen. Maar na Jos begon ik toch honger te krijgen en zette de auto aan de kant van de weg. Foute keuze, er stonden in no time 8 meiden rond de auto. Eerst van een afstandje maar steeds dichter bij maakte ze een kabaal voor 100 en toen ze eenmaal de moed hadden om voor de deur te staan leek het alsof ik in een stadion vol met mensen stond. Op mijn verzoek iets minder luidruchtig te praten voldeed men graag. 3 minuten. Daarna was het weer volle decibellen. Toch maar even 1 km verder gereden.
Na de lunch moest ik al snel weer stoppen vanwege de middag regens. Ik had op de markt net na Jos een kilo vlees gekocht (ik neem aan koe) en zette de hachee aan de gang. Dat is altijd lekker zo in de snelkookpan.
Na Bauchi was het tijd om een slaap plek te vinden. Het was net te ver om helemaal naar het nationale park te rijden. Ook hier was links en rechts van de weg niks te vinden. Als er al eens een zij weggetje was, was het modderig of te small of voerde naar wat huisjes iets verder op. Het vervelende in Nigeria is ook dat je, vanwege het vele verkeer moeilijk kan zoeken. Er zitten vrijwel altijd wel taxi busjes achter je. Die hangen dan op twee meter afstand achter je en als je eens een mooi weggetje ziet durf je niet op je rem te drukken, bang dat je een of meerdere auto’s achter tegen je aan krijgt.
Je kan natuurlijk bij een politie station gaan slapen maar een paar weken geleden werd, vlak bij Bauchi, alle agenten van een politie post vermoord. Als je daar dan toevallig staat ben je ook aan de beurt.
Begon al weer te vermoeden dat ik moest proberen bij een benzine station te gaan staan maar ook die kwam ik niet meer tegen. Net voor het donker een piste links de weg af. Deze volgde ik een km of 5 en vond een rustige plek waar ik, sinds lange tijd, heerlijk stil sliep.
Iris is Zwitsers. En van haar heb ik de Rösti ziekte gekregen. Dat kan je met aardappel of met Yam maken, is snel klaar en lekker. Kan ik iedereen op reis aanbevelen. Als je aarappelen wilt eten moet je ze minimaal 10 minuten koken, maar rösti is veel sneller klaar. Af te wisselen met uien er bij, of groente er door. En smullen maar.

Multifunctionele ruitenwissers
In de ochtend was het heerlijk koel. Het is hier overdag, voor dat de regens beginnen best warm. De zon schijnt fel en hard. Dus vroeg het bed uit. Zat dit verhaal te typen toen een troepje kleine kinderen langs kwam lopen. Een stuk of 15 van een jaar of 8-10, waarschijnlijk onderweg naar het veld. Toen ik mijn raampje open deed om hallo te zeggen, stoven ze angstig weg. Zoveel blanke zien ze hier blijkbaar niet.
Heb dat al meer mee gemaakt. Men zwaait vrolijk naar je, al roepend Baturé, maar als je stopt zijn ze angstig en stuift men weg.

Op naar het Nationale park Yankari. Daar zou ik op Iris en Ralph wachten. Helaas bleef mijn GPS vandaag nutteloos. Geen van de kaarten die ik er op had kende de weg waar ik op reed. Dat was eigenlijk voor het eerst sinds jaren. Ik gebruik de OSM map, dat is een gratis wereldwijde kaart die tot nu toe uitstekend is gebleken (voor interesse, google maar op Open Street Map), maar vandaag had hij er geen zin in. Ik wist ook niet precies waar ik af moest slaan naar het park. Iemand had me gezegd, er staat een groot bord, dus ik denk, ik rijd wel en dan zie ik het wel. Reed van mijn slaap plek naar de grote weg. Na 15 km nog geen bord. Na 20 Km een bord, maar die zat helemaal vol met verkiezings posters. Daar hebben alle borden hier last van. Maar had niet het idee dat dit de juiste weg was, gewoon een gevoel. Maar toen ik na 40 km nog geen bord had gezien, vroeg ik het maar eens aan een controle post. Haha, grijnsde de militair vriendelijk, je bent veel te ver. De afslag is een heel stuk terug. Hij begon heel vaag te vertellen waar, bij een hoop stenen, en een onbemande controle post. Ik terug, vaak vragen. Wat bleek, de weg waar ik die nacht aan had geslapen, dat was de shortcut naarYankari. Dom dom, om 11 uur was ik weer terug waar ik begonnen was die dag.
Yankari was een echt wildpark. Een grote groep olifanten, leeuwen, veel buffels en herten. Maar het was een beetje vergane glorie. Aangekomen bij de poort moest ik bij elkaar 2500 Niah betalen, dikke 10 Euro. Daarvoor mocht ik door rijden naar het hoofdgebouw dat 50 km verderop midden in het park lag. De weg was bezaait met olifanten keutels (van die joekels) en verwachte dat er elk moment een op straat zou springen maar behalve wat apen (met rode konten) bleef het rustig. Eenmaal bij het hoofdgebouw aangekomen was het duidelijk vergane glorie. Ik mocht kamperen voor 1000 Niah per nacht. Daarvoor kreeg ik dan een plek op het grote parkeer terrein. Beetje duur parkeer geld.
Er stonden veel gebouwen die ogenschijnlijk leeg waren, toeristen zag ik helemaal niet. Er waren warm water bronnen. Daar was het ook allemaal wat verlept, er lag veel vuil, veel dingen kapot en zo. Maar het water was mooi helder blauw en schoon.
Erger waren de apen. Hele kolonies met apen, sommige reusachtig groot. De eerste fout die ik maakte was dat ik het raampje van mijn portier een klein stukje open liet. Ik liep weg om water te halen en bij terugkomst zag ik een groep van 15 apen rond mijn auto, een paar er op. Een ervan zat aan een pakje biscuit te peuzelen, en ik kende dat pakje. Dat waren koekjes die al een week voor in mijn auto lagen, ze waren oud en verlept. Een aap was dus mijn auto binnen geweest op zoek naar eten en had mijn koekjes meegenomen. Het werd tijd voor de katapult. Daar werd op gereageerd, maar meer uit respect dan uit angst. Langzaam droop de groep af. Als ik een steen schoot die in de buurt kwam, deed de aap gewoon een stap opzij. De rest van de middag was ik bezig om de apen op afstand te houden. Niet echt prettig. Als zo’n grote aap op mijn dak zou springen kon ie met een vinger een dakluik breken, of een zonnepaneel er af rukken. Moeten we niet hebben.
Besloot in de avond naar de warm water bron te gaan om er in te duiken maar om 7 uur, toen ik net mijn laatste hap nam, brak de lang verwachte storm de stilte en in plaats van warm water bron werd het een regen douche.
De volgende achtend hield ik stijf de ramen dicht. Er zat al een baviaan te loeren om 7 uur in de ochtend. Hield mijn deur open en de katapult gereed, als er een het zou wagen schiet ik hem zo naar de apenhemel. Maar die apen zijn veel slimmer dan ik. Toen ik mijn tanden stond te poetsen is er een aap mijn auto binnen geslopen. Vorige keren was het duidelijk als een aap op mijn auto zat, maar nu sloop hij ongemerkt naar binnen. In de prullenbak lag een lege glazen fles Heinz Tomaten ketchup en toen ik een gerucht hoorde en ik me omkeerde zat liep de aap al lachend met de fles ketchup naar buiten. Daar gooide hij de fles kapot en zat heerlijk de restjes uit de kapotte fles te likken. Niet met zijn tong, maar eerst met zijn vinger het voorzichtig uit de scherpe stukken halend en dan in zijn mond stoppend. Ik vervloekte het beest en schoot heel wat stenen op hem af maar hij bukte gewoon of ging een meter verder zitten, al grijnzend zat hij te genieten van de resten ketchup.

Dit was irritant. En ik had al gezien dat er zeker een paar honderd van die apen rond liepen. Je kan er wel een met een steen tegen zijn kop laten weten dat ie van mijn auto weg moet blijven, maar 100 apen is wat veel. Besloot het park uit te rijden en buiten het park te wachten op Iris en Ralph. Reed wat rond, parkeerde mijn auto dan eens hier, dan eens daar, sliep op plekken waar ik mijn auto steeds pas ‘s avonds neerzette, om zo eventuele bandieten het toch een beetje moeilijk te maken. Ik moet niet vergeten dat ik in Nigeria ben, waar risico op dieven, kidnappen of erger reëel aanwezig is.

De meeste winkeltjes in Nigeria verklopen benzine langs de weg
Op een van die ochtenden kreeg ik bezoek. Het was duidelijk een delegatie van ventjes uit het nabij gelegen dorp. Aardige lui die hard werken op het land. Ik liet ze mijn auto zien, prate wat over wat ik deed en waarom ik hier was. In no time stonden er 30 man om de auto en ik weet niet hoe het gebeurde, maar twee minuten later stonden er 30 man in mijn auto. Dat was wat veel, maar wilde ook niet lelijk gaan doen. Dus met wat zachte en vriendelijke drang stonden ze allemaal weer buiten. Na een uur zo gekletst te hebben waren zo ook zo ineens weer verdwenen. Ik hoop vrienden te hebben gemaakt, en niet ideeën heb gegeven om me vannacht te komen beroven.

Nigeria toont veel overeenkomsten met India. Het verkeer is ook debiel, de drukte en de hitte, de slechte wegen. Ook hier zijn de mensen erg aardig en zijn er streken waar ze nooit een blanke zien. Dat maakt Nigeria op zich best boeiend. Jammer is dat er een paar kleine verschillen zijn met India. De belangrijkste is denk ik dat men gewelddadiger is. Ik weet niet of dat wat met de religie te maken heeft. Het tweede grote verschil is het verkeer. Men rijd even debiel, maar doet dat veel harder dan in India, het is dus minimaal even gevaarlijk.

En zo stond ik een paar dagen op het platteland. Kreeg elke dag wel wat bezoek maar de mensen waren vriendelijk en beleefd en niet echt opdringerig. Leerde het dorpshoofd kennen die geen woord Engels sprak en leerde wat er verbouwt werd, wat men deed, hoe (slecht) de scholing was en zo voort. Vermaakte me eigenlijk wel en toen Iris en Ralph op 2 oktober aan kwam kakken vond ik het ook wel weer jammer dat ik weg moest. Maar er is een tijd van komen en een van gaan, dus hoppa, met Iris en Ralph naar Yankari Nationale park. Daar werd bij Iris, ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van mij, een schaal met eieren van de aanrecht binnen in de auto gegrist door een aap. Dit samen met de wat onvriendelijke houding van het personeel deed ons besluiten weer uit het park te rijden maar onderweg, nog in het park en vlak aan de weg, bij een water gat, het duister af te wachten in de hoop op wat wilde dieren, om daarna tegen duister aan, het park te gaan verlaten. We stonden een uur of twee, het was half 5. Er stopte een bus langs de weg en er kwamen 20 man uit. Een stuk of 5 kwamen op ons af en begonnen gelijk op agressieve toon te vragen wat we hier deden. ‘Oh, wat eten en evt hopen dat we wat wild zien’. Een dikke pad begon onmiddellijk te blazen dat dat ongehoord was en we 850 Naira aan safari kosten zouden moeten betalen. Ik zag Ralph boos worden en sprong er gelijk tussen om de boel te sussen. Gaf de pad een hand en na een paar minuten praten als Brugmans werd hij redelijk en liet hij zijn boze toon vallen. Het bleek dat de man hoofd afdeling ‘recreation’ was in het park, de man zorgde dus voor de safari tours. Hij zag zich blijkbaar onze safari door de neus geboord en was hierdoor zo boos.

We verlieten het park, sliepen op dezelfde plek als waar ik de afgelopen dagen had gestaan en reden de volgende dag door naar het oosten. Het landschap was niet super spannend, zoals eigenlijk in heel Nigeria, heel veel kleinschalige landbouw. Maar wel overal hetzelfde product, vooral mais dus. .

De weg werd vervolgd door Biu, daar wilde we een beetje naar beneden afzakken naar Mubi, om dan daar weer omhoog te gaan naar Bama en de grens overgang naar Kameroen. Rond Biu was de weg erg slecht en schoot het niet op. Er waren kilometers lange stukken weg zo kapot gereden dat 5 km per uur nog niet eens haalbaar waren. Voorbij Biu werd het er niet beter op. Ook het zoeken naar een slaapplek was ondoenlijk. Het is een aaneen schakeling van dorpen en tussen de dorpen in staan ook veel huizen. Niets is vrij om je auto neer te zetten. Al het landbouw wordt met de hand gedaan, er is dus helemaal geen noodzaak voor wegen. Er is dus een hoofdweg en verder niets. Werd het net wat rustig en leefde de hoop op het vonden van een plekje op, of er begon alweer een ander dorp. En alle dorpen waren groot en superdruk, hier in het oosten van Nigeria wonen héél veel mensen. Overal langs de weg mensen die ongegeneerd met hun broek op de knieën zaten te schijten (iets wat je in dit deel van Afrika overal ziet en erg vies is).

Tegen het donker aan vonden we een heel klein stukje vrij land in een bocht. Het was niet ideaal, de grond was zacht en het lag lager dan de weg. Als het hard ging regenen had je kans dat ik er nooit meer uit kwam. Ook kwa veiligheid vond ik het niet een prettige plek, een auto kon de uitgang blokeren en dan kwam je er nooit uit. Maar nood breekt wet. Om drie uur in de nacht werd ik echter wakker door harde wind en bliksem, en ik besloot onmiddellijk mijn auto te gaan verplaatsen naar een plek gewoon aan de weg. Ralph ging toch ook mee en 1 km verderop vond ik in de stromende regen een plekje pal aan de weg.

Dag er op was het zwaar rijden. Hele stukken weg waren erg slecht. De omgeving werd wat gevarieerder met wat bergen. Het was heet. We haalde het niet om in Bama te komen. In de namiddag moest ik nog een half uur langs de weg stoppen vanwege een enorme hoosbui. Kon geen hand meer voor ogen zien. Ook vandaag was het vinden van een slaapplek niet te doen. Nog steeds een en al dorp, overal en overal mensen. Om 5 uur besloten we aan een leeg tank station te vragen of we daar mochten overnachten. Dat was geen probleem en ik sliep heerlijk.
Het was nog 180 km tot de grens met Kameroen, leek ons te halen. Echter werd de weg weer eens super slecht en het schoot niet op. Om 3 uur in de middag waren we nog 15 km van de grens en omdat het zo’n rustig gebied was besloten we voor de grens te blijven overnachten in de de landelijke omgeving van Nigeria. In de avond werd ik letterlijk aangevallen door insecten. Tientallen verschillende dieren worstelde zich een weg naar binnen, maar het vreemdst waren de enorme sprinkhanen van soms wel 10cm groot die zich letterlijk door hetr muggengaas heen probeerde te vreten.

Dinsdag 5 oktober, grensdag. De laatste 15 km naar de grens vielen niet mee. Het had in de nacht flink geregend, gevolg was een enorme modderbende. Al glibberend en glijdend kwamen we in het grensplaatsje binnen en wat ik daar aantrof was toch wel de grootste en smerigste puinzooi die ik ooit in een grensplaats heb meegemaakt. Er was geen enkele straat van asfalt voorzien, alles bestond uit modder en afval. Een dikke brij die overal aanwezig was.
Het was geheel onduidelijk waar de werkelijke grens overgang was. De grens was midden in het dorp maar het dorp bestond uit allerlei kleine straatjes die vol met vrachtwagens stonden. Deze vrachtwagens reden op Chaad. De noordelijke weg naar Chaad was door regens niet begaanbaar, dus kwam men via deze route. Maar ze blokkeerde alle straten. Er was maar een manier, auto ergens parkeren en kijken waar de grenspost was.
Tja, en dan ben je in Afrika, dus komen er onmiddellijk allerlei vage figuren op je af die je wel willen helpen, je geld willen wisselen, komen bedelen of gewoon een praatje willen maken. En dan heb je al snel niet een of twee, maar tien of vijftien man aan je kont hangen die allemaal proberen je aandacht te krijgen. En dan is het zaak op je hoede te blijven en kalm te blijven. Het kwam er op neer dat de grenspost niet toegankelijk was omdat er 15 vrachtwagens in rij de weg er naar toe blokkeerde. Die moesten eerst geklaard worden en dan zouden wij aan de buurt zijn. Maar dat kon goed een of twee dagen duren, geen optie dus.

Een ‘regelateurtje’ bleef halsstarrig volhouden dat hij een andere weg wist en na wat onderhandelen zou hij ons die weg tonen. Dat koste ons 500 Naira (2,5 euro). Er was een probleem, er hingen nogal wat leidingen laag over de weg, maar regelatuertje had een lange stok geregeld en zou de leidingen voor ons omhoog duwen. Enfin, het had allemaal heel wat voeten in aarde. Via allerlei sluipweggetjes die even breed waren als onze auto, regalteurtjer heen en weer lopend om kabels omhoog te drukken, wij sturend als brugman (of was het bruggen als stuurman) kwam wonder boven wonder de grenspost in zicht. Daar reed ik per ongeluk een kabel stuk, even later reed Ralph een andere kabel stuk in het zelfde bosje.
Hoe dan ook, na het invullen van de nodige papieren en het leidzaam wachten was de immigratie klaar. De douane mijnheer moest onze carnetten invullen maar verlangde toch echt dat wij de kabels die we er af hadden gereden eerst zouden fiksen. Maar, fluisterde hij, ik laat het wel doen voor je. Ik zag de bui al hangen en een kwartiertje later zag ik al iemand wat kabels aan elkaar knopen. Ik ging er op af en de man beweerde dat hij electricien was, speciaal voor ons nieuwe kabel had aangelegd omdat de kabel helemaal stuk was en hij 3000 Naira wilde hebben. (15 euro). Ik verklaarde de man voor gek, ging naar de kabel kijken en die was duidelijk niet nieuw, en duidelijk de kabel die er al de hele tijd had gezeten, erg knuddig aan elkaar geknoopt. Na wat heen en weer gepraat met de dikke douane man accepteerde hij 500 Naira (2,5 euro) en konden we Kameroen in. Daar aan de andere kant was de dezelfde puinhoop als aan de Nigeriaanse kant dus dat beloofde spanning en sensatie.

Bijna 4 weken ben ik in Nigeria geweest en als ik terug kijk moet ik bekennen dat Nigeria absoluut niet zijn reputatie heeft waargemaakt. De mensen waren altijd super vriendelijk en gastvrij, ik heb me geen moment onveilig gevoeld (behalve dan bij die vecht partij) en zou graag nog eens terug naar Nigeria willen om de rest van het noorden te verkennen.