20101100 – November 2010, Gabon

Gabon was mij geheel onbekend. Het land is ook niet groot trouwens, en als ik de verhalen hoorde van andere reizigers, was dit maar een ‘snel-door-rijden’land. Dat bleek echter wel mee te vallen.

20101101 Gabon Ik had geen hoge verwachtingen van Gabon. Met vooroordelen een land binnen stappen is natuurlijk verkeerd. En eerlijk is eerlijk, de eerste dag Gabon was helemaal niet onaardig. We werden netjes geholpen bij de grens. Een grens overigens die super rustig is, terwijl het toch de hoofd verbinding is tussen de twee landen. Behalve wat lokalen gaat hier qua vracht verkeer, misschien een of twee auto’s per dag voorbij, een teken dat er tussen de twee landen vrijwel geen handel is.

Route door Gabon
De immigratie stempel voor het paspoort moesten in het eerst plaatsje 30 km verderop gehaald worden. Dit plaatsje, Bitam geheten, werd mijn onderdak voor een paar uur want de mijnheer van de douane was weg. Niemand wist waar hij was, niemand wist wanneer hij terug zou komen en niemand wist of er iemand anders wat wist. Er stonden een hoop mensen te wachten, dus de man was al even weg.

Uit verveling maar even over de markt gelopen en heerlijk smakende, vers en nog warm stokbrood gescored (die, als ie afgekoeld was na een uur, slap en smakeloos was) en wat lopen vervelen. Dit geintje koste twee uur, tijd die we liever aan door-scheuren hadden besteed, ik had besloten om te proberen voor de 21ste (dus binnen 3 weken) aan de poort van Angola te staan. Dit vanwege Visa redenen.

Ik schrijf ‘we’, want voor diegene die een paar verhalen hebben overgeslagen, we rijden met drie auto’s. Ralph en Iris met hun Magirus, die heb ik in Ghana ontmoet en we zijn samen door Nigeria en Kameroen gereden. John en Gon, een Nederlands stel in een DAF, die ik al jaren ken via internet maar in Kameroen eindelijk ‘life’ trof. Alle drie willen we zo snel mogelijk in Namibië uitkomen, dus dat betekend als een streep door Gabon, Congo,. DRC en dan Angola. Ik vond het op zich erg jammer, ik doe liever langzaam en zie wat van het land en de mensen, maar vanwege visa perikelen is er geen andere keuze.

Anyway, nadat mijnheer de stempelaar eindelijk was op komen dagen, met grote zwarte zweetplekken onder zijn armen (wat zou die gedaan hebben?), waren we eindelijk snel op weg. Ralph en John tankte nog wat in Bitam. Ik wilde ook wel maar het tank station stond zo vol dat ik dacht, ik doe het in het volgende stadje wel. Dat bleek achteraf een dikke fout, want de komende paar honderd kilometer was er geen benzine station met diesel te bekennen.

De weg zuidwaarts was goed, heel erg slingerig en heuvelachtig en erg mooi om te rijden. Zo bochtig betekend dat je niet te veel snelheid kan maken maar de overdonderende jungle maakte dat weer goed. Zag tot twee keer toe een gevaarlijk uitziende dikke vette lange slang de weg over kronkelen. Een er van had ik onder mijn wielen maar de slang ontsnapte verpletting, de tweede was net op tijd aan de overkant.

Overdonderende jungle
Gabon is niet een groot land. Ongeveer 6 keer Nederland bestaan het voor een heel groot deel uit dichte jungle, met aan de kust mangroven en in het oosten uitgestrekte savanne gronden . Het land ligt op de evenaar en telt 1,5 miljoen mensen, waarvan de helft in steden woont. Je snapt dus dat dit land héél dun bevolkt is, en dat was te merken.

Er wordt veel hout gekapt. Grote vrachtwagens zwaar beladen met enorme bomen rijden af en aan. Op weg naar, door Chinezen gerunde houtzagerijen. Waren eerst de Europeanen bezig Afrika leeg te halen, waarna de Amerikanen nog een duit in het zakje deden, nu zijn de Chinezen aan de beurt om de tropische regenwouden te vernielen. Deze longen der aarde zijn niet veilig voor de Chinezen. Die doen het stiekem en slim. Er wordt nooit langs de kant van de weg gekapt. Er gaat een onbeduidend pad het oerwoud in en waarschijnlijk buiten zicht van iedereen, worden de woud reuzen, die er vaak al meer dan 100 jaar staan, geveld. Boze tongen beweren dat de Chinezen toestemming krijgen om een hectare ‘om te ploegen’, maar dan ‘per ongeluk’ 5 hectare vernielen. Wat geld in de juiste zakken zorgt er voor dat niemand er moeilijk over doet.

Bij een plas-stop om een uur of drie zag ik dat bij Ralph, een van zijn banden een dikke bult had. Daar was waarschijnlijk de staaldraad in de band gesprongen en dat is onverantwoord mee rijden dus die moest vervangen worden. Dat kost weer een anderhalf uur en met deze oponthoud er nog bij haalde we zeker niet ons streef kilometers die dag.

De volgende dagen was het kilometers maken geblazen, veel en lang rijden. Eindelijk de evenaar over. Gemarkeerd door een bord aan de weg. Geen fanfare, geen ballonnen, geen champagne. Ik was al vaker de evenaar over gegaan natuurlijk, maar steeds niet met de auto. Was er wel een paar keer vlak bij gekomen (in Singapore en Peru) maar nu dan echt. Ach, aan de andere kant van de evenaar zag alles er hetzelfde uit, alleen draaide de kolk in me dieseltank nu andersom.

De evenaar over
300 km voor Libreville, de hoofdstad van Gabon links af de piste op richting Franceville. Deze zand-piste van een paar honderd kilometer voerde dwars door het regenwoud heen. De piste zelf was op sommige stukken bar slecht, (He John, het was geen Super-asfalt) maar de geweldig mooie natuur maakte dat zeker goed. Verkeer was er vrijwel niet, op de eenzame vrachtwagen na was het pad verlaten. We hadden geluk met het weer, het bleef overdag droog en het regende in de nacht (en niet van die kleine beetjes). Deze piste met regen rijden was geen optie, die zou super glad en blubberig zijn. Maar omdat het snel droogt kan je in de ochtend ook gewoon weer rijden.
Elk moment verwachte ik een gorilla of mens-aap over te zien steken, die wonen hier. Helaas zag ik alleen een paar olifanten drollen en voetafdrukken her en der. We sliepen steeds voor de nacht in de natuur, schitterend. Verlaten is dit land, geheel verlaten. Op de weg af en toe een dorpje maar ook die zijn, zo lijkt het, van die verlaten mijn-dorpjes. Een rij met verlaten hutjes, geen mens te bekennen. Soms zie je wat was hangen of de restanten van een rokend vuurtje, waardoor je weet dat er blijkbaar wel mensen zijn. De dode worden hier ook in eigen tuin begraven. Ik zag meer meer graven dan mensen.
Soms zie je in die dorpjes bush-vlees hangen. Dan hangt ‘the catch of the day’ aan een uithangstok voor het huis, ten teken dat je hiervan wat kan kopen. Soms wat vis, maar ook vaak een vogel of hagedis, een hertje of rat. Die dag zag ik toch nog een aap, jammer genoeg was het een dode aap die aan de kant als bush-meat werd verkocht

Dit keer echt een broodje aap.
Je ziet hier veel dat dorpjes een nummer krijgen. Er is dan een dorp, zeg Elst, en een paar km verderop ligt dan Elst2, aan de andere kant Elst3. Handig.
Midden in de jungle kan je niet lekker stoppen. Niet dat er geen plek is maar zo gauw je je hoofd naar buiten steekt word je overvallen door grote getalen kleine vliegjes. Familie van de mout-mout. Ze heten hier anders maar ze steken even vervelend. Als kamikazes storten ze zich op je en steken onmiddellijk, een grote rode jeukende bult veroorzakend. Die kan je dan insmeren met wat anti-jeuk middel, (koop in kameroen een tube Onctose) maar de bult komt na 24 uur weer terug en blijft irritant jeuken. En dit alles door een zo’n miniscuul klote vliegje. Als je pecht hebt wordt je 10 of 20 keer gestoken voor je het in de gaten hebt en loop je dagen met jeukplekken.

Een steek van zo’n klein K-vliegje levert een flinke bult en later een jeuk plek op.
Zijn die kleine K-vliegjes er niet, dan zijn er weer andere rot beesten. Zo hadden we een paar dagen geleden last van horzels. Grote paardenvliegen met een joekel van een angel voor aan de kop, die door je kleren heen steken. Ook die komen als kamikazes op je af en weten niet van ophouden tot ze of dood zijn, of je eens flink gestoken hebben en geloof me, een steek van een horzel is erg pijnlijk.
Als de zon onder is en je gezellig buiten met een biertje zit, komen er duizenden kleine witte motjes. Die zijn niet gevaarlijk, steken niet, maar gaan wel massaal op je zitten en, erger nog, vallen uiteraard met grote getallen in je bier, koffie of thee.
En zo heeft blijkbaar elke soort insect zijn time-slot want in de ochtend zoemde er honderden bijen om de auto heen. Op zoek naar bloemen vermoed ik, maar als ze zo massaal om je auto zoemen is ook dat geen prettig gevoel.

Mooie rivier, maar ik weet niet meer welke
Op woensdag 3 november bereikte we, na 3 dagen jungle, Lastourville, een prettig relaxed groot dorp waar we zowaar proviand en diesel konden krijgen. John reed op diesel dampen en ook ik begon de bodem van de tanks te zien, dat was dus welkom. Zoals overal in Gabon waren de prijzen hoog. Een ei was twee keer zo duur als in Kameroen, een stokbrood anderhalf keer zo veel. Ook groente en fruit waren zeer prijzig maar ja, je moet toch eten nietwaar. Werd ontmoet door een wulpse zwarte dame die midden op straat haar t-shirt omhoog deed om haar mooie borsten te laten zien. Ze wilde ook gelijk achter me aan de auto in, maar net als Nelly in Kameroen heb ik haar ook vriendelijk gemeld dat deze blanke alleen verder rijd vandaag. Maar haar borsten waren mooi, dat moet ik toegeven.
Gelijk door scheuren naar Franceville. We overnachten tussen de twee steden op een super plek met uitzicht over lager gelegen regenwoud. De mist flarden die in de ochtend over de bomen hingen was typerend en wonderschoon. Alles ging voorbarig, de weg was netjes nieuw geschoven. Hoe lang die weg goed zou blijven was twijfelachtig want op veel plekken zag je de schade die de enorme regenbuien veroorzaakte aan de weg. Iets wat je heel goed moet regelen hier is de water afvoer, en dat was nu juist dat wat niet in orde was. Gevolg, her en der ingestorte wanden, weggezakte stukken weg en enorme diepe regen geulen over de weg.

In een dorp was er politie controle. De politie van Gabon is niet plezierig, is nors en ook nog lui. Men zit in een hutje, 20 meter van de weg. Als men wilt dat je stopt, klinkt er een fluitje uit het huisje. De lokalen stoppen dan en lopen met papieren naar het verderop gelegen hutje. Maar ja. Ik ben Nederlander. Staat er niemand op de weg? Is er geen slagboom? Jammer, dat fluitje hoor ik dan per ongeluk ineens niet. Moet je maar op de weg gaan staan. En zo reed ik de controle post voorbij. De politie boos, sprong uit hun hutje maar ik was al lang weg natuurlijk.
Jon en Gon achter me zagen de man zwaaien en op zijn fluitje blazen toen zij voorbij kwamen, ze zwaaide lustig terug en reden ook door. De boze poltie man was ondertussen bijna bij de straat en Ralph en Iris, die als laatste reden, waren de klos. Ze ontkwamen niet aan de toorn van de agent, die waarscijnlijk vond dat zij dan maar voor drie gecontroleerd moesten worden. Alles maar dan ook alles moesten ze laten zien, zelfs hun auto werd geïnspecteerd. Wij Hollanders stonden een paar kilometer verderop te wachten op deze twee, en onder het genot van een lokaal stokbroodje hebben we hartelijk gelachen toen Ralph met een zuur gezicht eindelijk aan kwam en ons vertelde wat wij hem hadden aangedaan.

Graven als zwembad-startblokken.
Na een middag bezoek in Franceville stoomde we door naar de grens met Congo. Dat was een prettige asfalt straat, waar je heel goed de snel veranderende omgeving kon zien. Van diep groen dicht regenwoud werden de bomen steeds schaarserder, de grond steeds zanderiggerder en bij Lekoni aangekomen reden we door teletubbie gras heuvels. De savanne. In Lekoni, het laatste dorpje in Gabon sloeg het noodlot toe. De douane beambte deelde me doodleuk mee dat de grens gesloten was, dat ie dat al 4 dagen was, en dat niemand wist waarom of wanneer die weer open zou gaan. Bedankt en ajuu.

Daar sta je dan met je goede bedoelingen en je uitgedachte planning. Als we hier niet over de grens zou kunnen en ik via een andere grens overgang zou moeten, zou dat betekenen vele honderden kilometers omrijden en misschien wel bij wegen komen die momenteel, tijdens het regenseizoen, onbegaanbaar waren. Gevaarlijker was dat de dan te rijden route door rebellen land gingen en eigenlijk niet toegankelijk vanwege het gevaar.

Saaie dooie dorpjes in Gabon
Helaas kon niemand me informatie geven over hoe en waarom, of me vertellen of andere grens overgangen naar de Congo ook dicht waren.
Het was ondertussen al 4 uur in de middag, er was hier geen doorkomen aan dus restte me niks dan omkeren en een plekje voor de nacht te zoeken, om eens rustig te gaan overdenken wat nu. 15 km terug parkeerde we de auto’s midden in de savanne van Gabon en de avond werd gespannen gespendeerd aan opties wegen, kaarten bekijken, routes bestuderen, risico’s afwegen, proberen te begrijpen waarom, zelfs werd er heel even de weg terug naar Europa besproken. Immers als Congo dicht is, rest je niet veel anders. Gespannen werd er geslapen, geholpen door het enorme onweer wat om 11 uur de donkere savanne fel verlichte.

Vroeg me het volgende af. Als de vogels in Nederland in mei een ei leggen, zal dat aan de andere kant van de evenaar wel in november zijn. Maar hoe doen vogels dat op of rond de evenaar?

Om 9 uur melde Gonnie en ik ons wederom bij de douane. We zochten antwoorden over deze grens ellende en die kregen we. Het bleek dat er in Congo een, zo melde de douane beambte, onbekende ziekte (hij noemde het een Epidemie) was uitgebroken en dat Gabon voor de zekerheid alle grenzen met Congo had gesloten. Dus ook in het zuiden was er geen doorkomen aan. Gonnie, die met een jaar werken in Kameroen wel de nodige ervaringen in Afrika heeft, kreeg zowaar uit de man de informatie dat de grens gesloten was door de Gouverneur, dat die in Franceville zat, en dat als we een schriftelijke toestemming van die man hadden, ze ons door zouden laten. Gonnie ook niet gek, zaagde verder en de man vertelde ons dat de burgemeester van Lekoni eventueel de gouverneur zou kunnen bellen, zodat we niet helemaal terug naar Franceville zouden hoeven. We kregen toestemming om met één auto Lekoni in te rijden, op zoek te gaan naar de ‘Prefect’. Dus Gonnie en ik op weg naar Lekoni, nu vergezeld door Ralph. Vlak voor Lekoni een slagboom die bemand werd door een dictator die me onprettig toe bitste dat de grens gesloten was en ik met mijn auto niet verder kon, ook niet om de ‘prefect’ te zoeken. Ik moest maar lopend gaan. Nou ben ik daar ook niet vies van, liet dictatortje staan en liep Lekoni in. De burgemeester was snel gevonden en dit bleek een bijzonder vriendelijke man. Jean de Dieu Moulili hete de Prefect van het Plateau en hij zat pas drie dagen op deze post. Alles was nog wat nieuw voor hem, maar na de nodige priet-praat belde de man de gouverneur. Als een goede onderdanige onderdaan hoorde we hem wel 20 keer ‘Oui messieur les governeur’ zeggen, hij boog er bijna bij. Hij was duidelijk erg nerveus, zijn handen bibberde. Wij zaten ook in spanning want een NEE van de gouverneur zou voor ons het einde van de reis betekenen. Gelukkig kwam het verlossende woord, we mochten er uit van de gouverneur. Omdat we niet terug zouden komen waren wij geen gevaar voor de gezondheid van de Gabonezen.

Hier zijn ze dus gebleven
Na 1000 dankjewels en de nodige papieren rompslomp konden we de laatste km naar Congo rijden. Wederom een prachtige asfalt weg. Er was absoluut geen verkeer dus speelde ik wat mijn GPS onder het rijden. Zag dat ik hemelsbreed 5900 km van huis was. De gps berekende dat als ik naar huis wilde rijden, ik nog bijna 8349 onderweg zou zijn en dat ik dan om 14:45 thuis zou zijn. Welke dag vermelde het ding er niet bij..
De laatste controle post was onbemand. Er hing alleen een briefje aan de slagboom dat de grens dicht was. Onder een feestelijk yihaaa reed ik onder de, door ons zelf geopende, slagboom de Congo in.

Gabon in 5 dagen. Dat moet een soort van record zijn.
Ik vond het jammer dat het zo snel moest want Gabon viel me 100% mee. De machtige natuur zou ik best nog eens willen zien, dan in een wat langzamer tempo. Het is een relaxt land met relaxte mensen, veel minder druk dan omliggende landen. Je wordt redelijk met rust gelaten en dat is prettig.
Wat dingen om te onthouden.

Diesel prijs 470 Cfa p/liter. Na Bitam is er moeilijk aan diesel te komen. Wel wordt er in de diverse dorpen diesel per liter uit het vat verkocht voor 500.
Stokbrood kost 125Cfa, groente en fruit was redelijk duur en beperkt verkrijgbaar. Veel zaken worden per stuk verkocht, zoals uien of aardappelen.

Weg van Bitam naar het zuiden is goed, maar let op de diverse weg verzakkingen. Duikers onder de weg zijn verzakt en maken een flinke deuk in het asfalt. Als je die niet ziet, maak je een flinke sprong. Vlak voor de afslag richting Franceville houd het mooie asfalt op en maakt plaats voor een ernstige gatenkaas.