20101200 – December 2010, Namibie (1)

December 2010, Namibië.

Eind november viel ik Namibië binnen vanuit Angola. Dat was een hele ommezwaai. Want eigenlijk is Namibië, net als Zuid Afrika, een stukje westen. Modern, alles beschikbaar, er wordt Engels gesproken (en Duits en Afrikaans), de politie is streng en correct, enfin, bijna alles wat ik al maanden lang niet meegemaakt had, en dat is dan wel weer leuk.

Er is ook veel te zien in Namibië en de afstanden zijn groot, dus deel een van mijn verhaal is dat ook geworden.

Bij het verlaten van Angola spuugde ik op de grond, ten teken van wat ik van het land dacht. Onder de slagboom van Namibië heen was het alsof ik in een andere wereld kwam. Behalve dat men Engels sprak, waren de mensen correct en vriendelijk en was het grens gebeuren soepel en snel voor elkaar. Ik moest 40 euro aan wegen belasting betalen, er hing netjes een prijslijst bij het kantoor. De mevrouw, aardig en snel werkend, probeerde me niet meer te berekenen of af te zetten, het carnet was in twee minuten getekend en met een stempel in mijn paspoort goed voor 3 maanden reed ik het beloofde land in.

Mijn route door Namibië

Mijn route door Namibië

Terug kijkend naar de afgelopen twee maanden moet ik bekennen dat ik minder plezier heb gehad dan gehoopt. Ondanks dat sommige landen best de moeite waard waren om te bezien heb ik gewoon door moeten scheuren. Dit alles vanwege het Angola Visa. Snel snel door Kameroen, Gabon, Congo, DRC en Angola. Dat betekend dan, dat je weinig contact met lokale mensen kan krijgen, en dat was jammer. Veel van de negatieve ervaringen die ik gehad heb in deze periode waren vanwege deze tijdsdruk. En negative ervaringen opdoen, dat is niet waarom ik reis. Ik wil, waar mogelijk, van een land genieten, de cultuur snuiven, de mensen leren kennen, leuke ontmoetingen hebben en vreemde dingen eten.

Het bijkomend feit dat ik met meerdere auto’s reed bevorderde dat ook niet. Immers parkeer je voor de nacht ergens in een afgelegen gebied, maak je gezellig een kampvuurtje of zit je gezellig in de avond met elkaar te kletsen. En als je met een groep bent, blijven de lokalen vaak weg. Hoe prettig het gezamenlijk rijden ook was, zeker op de moeilijke en ‘ enge’ stukken, dat was niet waarom ik naar Afrika ging (of naar welk ander land dan ook). Met collega Europeanen kletsen kan ik in Europa ook. Dus, schreef een lezer gedeeltelijk terecht in mijn gastenboek, de verhalen worden dan minder interessant om te lezen. Laten we hopen dat dit vanaf Namibië beter gaat worden.

Gelijk over de grens meerdere supermarkten waar alles wat ik de vorige maanden gemist had gewoon in de schappen lag en tegen normale (westerse) prijzen. Reed 15 km en parkeerde mijn auto onder een boom op het dorre platteland van Namibië. UITRUSTEN. Spendeerde twee dagen op dit plekje en maakte de auto wat schoon. Verkaste hierna naar een camping bij Ondangwa, het eerste grote dorp over de grens. Zoals bij mij wel vaker, na een lange tijd van stress en spanning, werd ik ziek. Mijn lichaam houd altijd goed stand onder extreme omstandigheden om dan, als het kan, alles tegelijk te laten komen. Ondanks wat koorts en een rot gevoel spendeerde ik de volgende dagen aan het wassen van kleding (handwas) poetsen van de auto en bijwerken van wat kleine mankementen. Probeerde nieuwe banden te vinden. Deze lopen nu echt op de laatste stukjes profiel en her en der zijn er hele stukken rubber weggeslagen en kwam het staaldraad naar buiten steken. Maar ik kon alleen hele dure banden vinden( á 1000 per stuk) en dat vond ik wel erg veel geld, je hebt er immers 5 nodig.. Toch nog maar even de adem inhouden en kijken of ik straks in Windhoek, de hoofdstad van Namibië, iets anders kan vinden.
Ralph en Iris stonden ook op deze camping en we hadden besproken dat het niet nodig was om nog langer samen te rijden. Ondanks dat we goed met elkaar kunnen opschieten komt er toch een tijd van afscheid. Toen we allebei echter met het plan aankwamen om de watervallen van Epupa te gaan bezoeken, besloten we dat nog even samen te doen.
Dus op 26 november vertrokken we samen richting west. Omdat Ralph nog dit moest doen en ik nog dat, werd het 3 uur in de middag voor we wegreden. Om vier uur vielen mijn ogen onder het rijden bijna dicht en om vijf uur moest ik echt stoppen. Parkeerde aan de rand van een dorp in het zand en na een heerlijk maaltje van Boereworst en broccoli werd ik overvallen door een gigantisch noodweer met wind, regen en heel veel onweer. En in dat koele weer was het lekker slapen.

Himba hutje in Namibië

Himba hutje in Namibië

Door naar de Epupa watervallen die helemaal in het noord-westen van Namibië liggen. Om er te komen moet je door Himba gebied. De Himba is een volk wat nog leeft zoals de Afrikaan duizenden jaren geleden moet hebben geleefd. In hutjes in de Afrikaanse savanne, levend van wat koeien en geiten. De mannen soms nog gekleed in een lendendoek, de vrouwen dragen een soort leren rokjes gemaakt van lapjes en hebben altijd blote borsten. Deze vrouwen zijn zo mooi om te zien. Ze smeren zich in, inclusief hun haren, met een mengsel van rode aarde, boter en diverse kruiden, dit zou helpen tegen muggen en andere insecten. Alles gaat gepaard met vele versieringen. Ze zijn adem benemend. Niet alleen door de stank die ze uitstralen (vandaar dat die muggen niet komen) maar hun hele voorkomen is een plaatje.

Himba vrouw, Namibië

Himba vrouw, Namibië

De Himba zijn deels verwesterd. Veel mannen dragen westerse kleding maar de vrouwen blijven zich traditioneel kleden. Ook in de grotere dorpen, kan je in de supermarkt in de rij staan, achter een rood gekleurde, vet versierde, bling bling, topless Himba, en dat maakt het alleen maar cooler.

In Epupa aangekomen over een lange piste, bleken de watervallen een beetje verdroogd maar de rit er naar toe was zo fraai. Ik sliep voor het eerst in de echte Afrikaanse savanne waar geen enkel geluid heerste in de nacht. Ook geen dieren om te zien, dat was wel jammer. Kreeg wat Himba’s op bezoek in de morgen die vroegen naar eten. Ik was daar op voorbereid dus gaf ze een pak suiker, in ruil voor een foto natuurlijk en tevreden dropen ze weer af naar hun dorp dat blijkbaar ergens in de buurt lag.

Himba kind

Himba kind

Omdat de watervallen niets bijzonders waren besloot ik de volgende ochtend officieel een Himba dorp te gaan bekijken. Bepakt met een pak meel, een pak suiker, wat blokjes soep bouillon en een pak rijst kwam ik bij het dorp aan. Ik had een gast van de watervallen meegenomen die voor me kon vertalen (de Himba spreken geen Engels) en na het uitvoerig bekijken van de cadeau’s mocht ik in het hele dorp rondlopen en foto’s maken. Er waren alleen vrouwen en kinderen. De mannen waren, volgens mijn gids, weg om te zuipen. De vrouwen en kinderen doen het werk, de mannen liggen laveloos in de goot de hele dag. Deed me een beetje denken aan de problematiek van de Aboriginals in Australië. Maar de vrouwen die er waren, waren zo fraai. Ook de kinderen zijn mooi uitgedost, hun haar in dikke vlechten geknoopt en doorspekt met, zo leek het mij, koeienstront. Enfin, ik kan het beschrijven, maar kijk maar naar de foto’s.

Verlegen Himba meisje

Verlegen Himba meisje

Deze Himba leven in een droog en dor gebied. Hun enig bron van inkomsten is vee, en daar leven ze dan ook van. Hun vee is hun familie. Ze eten dan vrijwel ook alleen maar vlees, mengen hier af en toe wat mais meel door heen (of koken het apart er bij). Ook eten ze veel porridge, een Engelse pap waarvan ik de Nederlandse naam niet ken. Groente groeit hier verder niet dus dat zit hier niet in het dieet, evenmin brood of pasta. Niks 200 gram groente per dag dus, daar gaat de schijf van vijf maar men is er blijkbaar toch gezond mee (alhoewel ik niet weet wat de gemiddelde levensverwachting van een Himba is).

Ik wilde graag een stuk Namibische bush-bush zien en ook wilde dieren, echt in het wild. Begon dus om 29 november om een stuk trail te volgen waarvan ik wist dat andere die al eens met een vrachtwagen hadden gereden. Sloeg 100km noord van Opuwo de bush in en volgde een smal zandpad dat, na wat aftakkingen, ergens vlak bij de kust uit zou moeten komen. Maar dat was 500 km verder. Het pad was hier en daar erg slecht dus vorderde langzaam maar de omgeving was mooi en ik had geen haast. Ralph, die in eerste instantie niet mee wilde rijden, volgde toch en zo zaten we de eerste avond gezellig rond een kampvuurtje, vele kilometers van de bewoonde wereld. Des te groter was onze verbazing dat er ineens een Himba man voorbij kwam lopen om 10 uur ’s avonds , die blijkbaaer van het ene dorp onderweg was naar het andere. Na hem wat vruchtendrank te hebben aangeboden en een fles met water voor onderweg, was ie ook even snel weer weg als ie gekomen was.

De tweede dag werd het pad steniger en slechter en toen er ook nog een lage begroeiing over en langs het pad ging hangen werd het steeds moeilijker rijden. Op een gegeven moment moest ik een boom omzagen om ongehavend verder te komen. De bushes hier zijn allemaal hard en doornig en ik had al heel wat krassen op mijn mooie lak. Maar deze boom stond zo dicht bij de weg dat ik echt moest zagen. Geen probleem, het was niet een grote boom en ik zaagde hem op kniehoogte in 3 minuten door. Alleen vergat ik mijn uitlaat, die zat net onder kniehoogte en stak wat uit, gevolg, ik reed mijn uitlaat deels er af en deels krom en kapot. Midden in de bush bush is geen garage om te lassen, dus met een nood reparatie toch maar weer verder alhoewel mij een beetje de lol van het pad begon te ontsnappen.

De weg werd steeds slechter en rotsiger. Namibië 2011

De weg werd steeds slechter en rotsiger. Namibië 2011

In de avond waaide het iets waardoor er geen kampvuur mogelijk was maar de slang waar Iris op 2cm na in greep bij het verzamelen van hout (ze hoopte dat de wind zou afzwakken in de avond), en de vette zwarte schorpioen die rustig onder mijn stoel kroop toen ik aan een biertje zat, maakte de adrenaline dag wel weer compleet.

Dag drie ging de slechte piste verder en soms waren er stukken bij waar ik dacht dat ik echt niet door zou komen. Stenen en rotsen, het volgde mekaar in rap tempo op. Uiteindelijk hadden we bij de middag stop, in 5 uur rijden, 5 km gedaan. Dat schoot niet op. Het pad was er zo een van waar je bijna zeker van weet dat als je een slok koffie neemt tijdens het rijden deze natuurlijk over je shirt en broek klotst. Zo een waar je je spiegels aan beide kanten moet inklappen om ze er niet af te rijden. Een pad waar je in de eerste versnelling met Low Gear aan, nog te hard gaat (voor de niet techneuten, je moet langzamer dan 2km per uur rijden anders ga je te hard).

Het harde werken werd na Etanga beloond met een zandweg door de echte Afrikaanse bush. Lage struiken, soms wat bomen, zand, het beloofde land. Elk moment verwachte ik een olifant, giraf of zebra te zien, maar het wild hield zich die dag schuil. Op een paar troepje springbokken na. Een soort gazelle die bij het lopen hoog springen en een mooie tekening in hun vacht hebben.

IMG_0263

Bij een dorpje met Himba sprongen er mensen voor de auto. Er stonden twee jomgens bij die redelijk Engels konde en er werd er om malaria medicijnen gevraagd. Daar had ik nog wat van dus deelde dat uit, evenals wat oogspoeling en oog medicijn voor een baby. Die had ogen die ontstoken waren en de moeder drukte haar hangtieten zowat in mijn ogen van blijdschap toen ik hielp. Dat was al de tweede keer doktertje spelen, iets eerder had ik een oude, langs de kant staande, Himba vrouw al geholpen met een kinder aspirientje en een vitamientje.
<br.\r\nWe parkeerde bij een waterplas in de hoop daar in de avond of morgen beesten aan te treffen. Moest nog een nood reparatie aan mijn accubak uitvoeren die los was komen e zitten maar dat mocht de pret niet drukken. Ook hier bleven de dieren weg. Wat schildpadden maakte dat er ieder geval nog wat te zien was in het water. Net toen het donker was hoorde we geluid bij de plas en vol moed tuurde we, om alleen een paar koeien te zien.

Ook in de ochtend van de vierde dag geen wild. Jammer, maar dat maakte de super kampeer plek er niet minder mooi op. Na weer een zware dag rijden waar de laatste restjes lak die nog op mijn auto zaten eraf gekrast werden, hadden we 50 km gereden en weer een super kampeer plek gevonden bij een grote boabab boom. ‘S Nachts lag ik in mijn bed nog na te schudden van het hobbelige pad. In de ochtend liepen er springbokken rond en wat Himba meisjes, alle twee moesten uiteraard op de foto.

Het landschap bestond op de vijfde dag uit grote struiken op een zandgrond. Veel struiken zien er dood uit maar dat is bedrog. Zo gauw de regens hier toeslaan dan springen ze tot leven. In de tussentijd staan ze daar, de voorbijkomende auto’s te bekrassen met hun grote en vele stekels en doornen.

Het landschap veranderde die dag snel. Heel snel. De struiken die me steeds het zicht ontnamen werden minder en er ontstonden grote open vlaktes tussen de struiken. Hier grazen in het regen seizoen de giraffen, olifanten en ander wild, nu was het wat dor. De dieren die er nog waren, waren echter spectaculair. Grote kuddes met springbokken die om en rond de auto liepen. Ze hielden uiteraard afstand maar het was fascinerend om te zien. Als je te dicht bij kwam namen ze de benen, met grote hoge sprongen, om dan 500 meter verderop weer verder te gaan met het eten van het dorre gras.

Verder waren er kleine kuddes met enorme struisvogels, ontelbare rare vogels en koeien. Veel koeien. Na een paar uur genietend door dit hele fraaie landschap te hebben gereden, zonder overigens ergens een ander mens of sporen van mens te hebben gezien, veranderde het landschap weer. Het zand werd kiezel, en langzaam, bergopwaarts rijdend, werd de vegetatie minder. Het duurde niet lang of ik reed in maan landschap met alleen maar stenen. Deed me wat denken aan het landschap in Leh/Ladakh in noord India. Droog, heel droog, en absoluut uitgestorven. Geen mensen, geen beesten. En daar sliep ik die nacht, niet nadat ik werd ingemaakt met kaarten door Ralph, buiten in de woestijn, bij een knetterend kampvuur en een glas likeur in de hand. Ahh, het leven kan ook mooi zijn.

Rotsig en stenig

Rotsig en stenig

Door richting Puros. Vamos de flammos op dag zes. Ik volgde de tracks van Henk-Jan, een Nederlander die dezelfde route in April hadden gereden. Ik denk dat de chauffeur echter een formule 1 coureur is geweest want hij rijd in een dag waar ik twee dagen over doe. De geplande drie dagen deed ik dus in 6 dagen, iets waar mijn voorraad eten en drinken niet echt op berekend was. Maar met wat blikken en gedroogd voer kan je ook een lekker maaltje maken. Dat er dan geen vlees op tafel staat is ook niet zo erg. Erger was dat ik beloofd had op 5 december te bellen naar de familie, dat ging ook helemaal de mist in.

In Puros vond ik de Community campsite. Dat was een pracht plek. Onder,in en tussen grote doornige bomen waren keuken bakken en douche cabines geplaatst, dit ter bescherming tegen olifanten. Op deze manier was je beschut tegen deze enorme dieren. Het was zo gemaakt dat je zelf niet door de doorns werd geprikt. En dan stond je gewoon midden in de natuur, niks hek, niks bewaking. Als er dan olifanten voorbij komen is het natuurlijk paniek, bij mij ook. Ik stond net met een Namibiaanse Duitser te praten die drie kampeerplekken verderop stond (5 minuten lopen) toen er een troep olifanten het kamp door liep. Ik had natuurlijk net mijn camera niet bij me dus probeerde snel terug te lopen naar mijn auto. Helaas in het zicht van een van de olifanten, die zette zijn oren op, begon te trompetteren en kwam boos mijn richting uit denderen. Ik dook een prikkelbosje in (au auw) waarna de kolos snel de interesse in me had verloren maar voor de zoveelste keer moest ik op de vlucht voor een olifant.

Na deze week lang durende bush-bush rit waren mijn banden ondertussen zo slecht geworden dat er meer en meer staalkabels uit staken en ik moest echt nieuwe banden hebben. De grootste gaten had ik al met vulkaniseer pasta dicht gepropt. Had in de nacht het geplakte gat op de grond gezet om te drogen met bakpapier er tussen zodat er geen zand in kwam. Hierdoor kon ik weer een paar honderd kilometer rijden, maar langer zou dat vul-spul het waarschijnlijk niet houden. Plannen om nog eens met een de-tour langs een rivier ergens te gaan rijden, hoe leuk ook, zette ik in de ijskast, anders haalde ik het niet eens meer naar de bandenman.

Dus op weg naar Windhoek dat 800 km verderop lag. Over wasbord pistes. Uiteindelijk vond ik na anderhalve dag rijden asfalt, telefoon en internet en een supermarkt om ieder geval weer normaal te eten.

Het midden van Namibië deed me aan Argentinië denken. Veel lage struiken (allemaal met scherpe doorns) en alles is met hekken afgezet. Hier boeren de witmannen, veelal Duisters of andere Europeanen en voeden het hele land.

Windhoek, de hoofdstad van Namibië, is een relaxte stad. Misschien omdat het rond kerst is, en veel Namibianen vertrokken zijn naar de kust. Het is hier te warm hoor ik ze vaak zeggen, maar ik vond het hier best uit te houden. Op zaterdag middag en zondag, als de winkels gesloten zijn, is Windhoek net een spook stad. Je ziet niemand, je hoort niks. Echt gezellig is het niet. Maar ik moest wachten. Had (veel te dure) banden gevonden en die moesten uit zuid Afrika komen. Er zat ook nog eens een weekend en een feestdag tussen, al om duurde het me veels te lang. Reed op zaterdag naar een nationaal park, helaas pindakaas het park was twee jaar lang dicht wegens reorganisatie. Zucht. Hing wat rond een winkel centrum, deed een bioscoopje, at Pizza en andere slechte dingen en deed wat klein werk aan de auto. Kocht een nieuwe camera, bezocht de lokale camping shop, gaf al om veel te veel geld uit.

De banden die ik had besteld waren Michelin banden. Had de helft aanbetaald met mijn visa kaart. Had de kaart ook voor wat andere aankopen gebruikt en op een van die momenten moet het mis gegaan zijn. Kreeg telefoon en mail uit Nederland dat men vermoede dat er fraude met mijn kaart gepleegd zou zijn. Belde zoals verzocht met Visa in Nederland en uit dat telefoon gesprek bleek dat dat men de afgelopen dagen een flink aantal malen geld had opgenomen van mijn Visa rekening. Ergens moest dus mijn kaart gegevens in verkeerde handen zijn gevallen. Gelukkig hoef ik die opnames niet te betalen maar mijn visa kaart werd wel geblokkeerd en dat was minder leuk. Moest uit alle gaten en hoeken geld schrapen om de tweede helft van mijn banden te kunnen betalen.

De MAN zonder bandjes

De MAN zonder bandjes

Spendeerde daarna nog een paar dagen op een camping met mijn Duits/Zwitserse vrienden Ralph en Iris. Een relaxte camping waar veel apen zaten die elke morgen om half 6 een lawaai maakte dat zeer ongewenst was. Erger nog was dat een van die apen in een elektriciteit paal klom en met een knal, als een pistool schot, kortsluiting veroorzaakte. De aap kan dat niet overleefd hebben. Ik had al visioenen van aap op de BBQ, immers moet die al licht aangebrand zijn, maar het schijnt dat deze apen hun dode meenemen om ergens in een hoekje te gaan zitten rouwen. Het werd dus toch maar een karbonaadje die avond.

Reed twee uur paard door de bergen heen. Flink galopperen zorgde ervoor dat ik twee dagen lang als een invalide cowboy met o-benen, spier en rugpijn liep.

Cowboy Casper, Namibië

Cowboy Casper, Namibië

In de nacht koelde het af naar soms wel 10 graden en ik moest voor het eerst mijn dekbed weer tevoorschijn toveren en van stof ontdoen.

Op 18 december wilde ik weer gaan rijden maar Ralph kreeg die dag bezoek uit Duitsland van zijn tante. Hij was echter ziek en vroeg of ik haar kon halen of het vliegveld. Dat koste al om weer een dag want het vliegtuig was vet vertraagd wegens sneeuwval in Duitsland, dus vertrok ik de 19e weer richting noord Namibië. Dat deel was mij zeer goed bevallen en ik wilde meer. Reed die dag noordwaarts over vrij saaie weg. Zag alleen twee giraffen langs de kant van de weg.

Op 21 december bezocht ik dan eindelijk het Nationale park Etosha. Gelegen in het midden van Namibië is dit een Nationaal park dat er zijn mag. Met 25000 vierkante kilometer riant te noemen. Je moet er met je eigen auto in (of er eentje huren natuurlijk). Lang niet het gehele park is te bereiden, een groot gedeelte is ontoegankelijk met de auto. De toegangsprijs van 10 euro is zeer schappelijk te noemen.

Stond om half zeven in de morgen voor het hek (gaap) om van de ochtend activiteiten van de dieren te genieten. Die dag reed ik 200 km door het park. Door een slim uitgelegd gravel-wegen systeem kom je niet veel mensen tegen en heb je steeds het gevoel dast je alleen in het park rijd. Erg prettig. Nog prettiger was dat ik héél véél dieren zag. De zebra’s liepen je overal voor de voeten, de giraffen waren niet weg te branden, met hun lange nekken waren ze van heinde en verre te zien. Springbokken en Afrikaanse elanden sprongen zowat onder je auto, struisvogels struiste vrolijk rond. Herten met grote Bambi ogen, een Afrikaanse hond, gemsbokken en wildebeesten en heel veel vage vogels.

Veel wild in Etosha

Veel wild in Etosha

Het hoogtepunt kwam toen ik even zat te lunchen. Je mag officieel je auto niet uit, maar ik was natuurlijk eigenwijs. Had mijn auto (te) dicht bij een verlaten waterplasje gezet. Geen hond of dier te zien, dus liep gewoon buiten om, naar mijn woongedeelte. Liet de deur open staan, de trap naar benee en bakte een prettig eitje. Wilde net de eerste hap nemen toen ik buiten geritsel hoorde. Ik keek naar buiten en zag in snel vaart een troep olifanten mijn auto naderen. Nooit geweten dat die beesten zo snel waren. Kon nog net de deur dicht doen maar de trap dorste ik niet meer omhoog te zetten, bang dat het geluid daar van de olifanten zouden irriteren. Wat een joekels, sommige zo groot als mijn auto. Er waren ook wat kleine kids bij, en dan weet ik het wel, dan zijn die beesten snel agressief. Toen de grootste olifant mijn kant uit keek en plots begon te tetteren werd ik wel wat bang. Omdat ik te dicht bij het water stond stonden er een stuk of 10 olifanten op 5 meter van mijn auto. Het getetter deed mijn bord met ei op de tafel trillen. Mijn hart klopte in mijn grote teen. Er hoefde maar iets te gebeuren en zo’n joekel zou een paar extra luchtgaten in mijn auto prikken. Na een paar angstige minuten liepen ze heel langzaam verder, wat een ervaring weer. Ik weet niet wat ik met olifanten heb. Wil ze altijd graag zien maar ben toch steeds blij dat ze ook weer weg zijn. Ze boezemen me angst in met hun gigantische lijven en trompet getetter.

De giraffen vind ik ook elke keer weer adem benemend. Maar dan op een prettige manier. De sierlijkheid van hun lopen, de lange nekken, mooie lichaams tekeningen. De twee gekke plukjes boven op hun kop, de grote lippen. De dommigheid die ze uitstralen doet me wel eens aan iemand denken. Ik noem maar geen namen.

Paartje langnekken voor de wielen

Paartje langnekken voor de wielen

Jammer was dat ik geen leeuwen heb gezien. Deze diersoort is mij tot nu toe nog nooit (buiten de dierentuin) ter ogen gekomen. Kan me herinneren dat ik ooit in Nepal een tijger zag. Dat beest was zo enorm dat ik vermoed dat als ik een leeuw zou zien, het me ook wel eens nachtmerries zou kunnen geven, maar gezien moet ik er een hebben.

Een nationaal park is eigenlijk niet echt. De dieren zitten immers in een soort van dienrentuin. Nu is dit nationale park wel heel erg groot dus niet meer als dierentuin te classificeren. En, erg prettig is, dat de dieren enigszins aan mensen gewend zijn zodat je ze makkelijker kan fotograferen. Als ik ze in het echte wild tegen kom zijn ze vaak al weg voor ik de camera in de aanslag heb. Op een gegeven moment was het zo erg dat als het wild 200 meter van de weg af stond, het me te ver was en het niet meer interessant was om te kijken of fotograferen.

Om drie uur in de middag was ik zo moe van het turen dat ik het park verliet richting Tsumeb. Onderweg begon het te onweren en stormen. Zo erg dat de bliksem links en rechts van me insloeg en ik verder reed met de ozon stank zwaar in me neus. In Tsumeb was de lokale camping omgetoverd tot een resort. De kampeer prijs was verdriedubbeld en dat vond ik wat te gortig. Sliep dus midden in de stad op een grasveld waar ook wat vrachtwagens stonden.

\De reden dat ik naar Tsumeb was gereden was vanwege het boeiende museum. Moest zo af en toe toch ook wat cultuur proeven. Nadat ik in de ochtend 10 Namibische dollar bij de nightguard had achtergelaten en ik eindelijk het museum had gevonden, was het gesloten. Hoogtepunt vakantietijd en dan zijn ze dicht. Wat dom. Was ik daar 100 km voor omgereden. Cultuur is dus toch niet aan mij besteed.

Dan maar weer richting de grens met Angola. Onderweg belde de verzekeringsman dat ze eindelijk mijn WA verzekering rond hadden. Voor 179 Nam$ per maand (zeg maar 20 euro). Dat was nog te doen, nu had ik voor vele landen in het zuiden een verzekering. Maar, moest mijn auto wel even laten keuren. Dat was kosteloos en kan ik in Ondangwa doen. Dat geintje koste me een dag, ik kon het keurings station niet vinden. Toen ik het eindelijk om drie uur in de middag gevonden had, was het een gewone bank waar een van de bank bediende meeliep en naar mijn auto keek en zei: ok, het is goed. Ging dat in Europa ook maar zo gemakkelijk.

Deze vogel was verliefd op mijn Pickachu, wilde ook bij wegjagen niet verdwijnen en zat maar op mijn voorruit te tikken

Deze vogel was verliefd op mijn Pickachu, wilde ook bij wegjagen niet verdwijnen en zat maar op mijn voorruit te tikken

Ben twee dagen bezig geweest om wat eten te kopen. Maar het is zo druk in de winkels dat ik niet eens naar binnen durf. Sterker nog, als je naar binnen kunt. Ook in Namibië, net als veel Afrikaanse landen, wordt er bij het naar buiten lopen, gecontroleerd of je voor je boodschappen betaald hebt. Er staat dan een of twee security guards die in principe je bon moet vergelijken met de items die je in je tas hebt. Of je een Mars in je sok of een stuk vlees in je zak hebt, daar wordt niet naar gekeken. Echter kunnen die guards nooit en te nimmer alles controleren als je veel boodschappen gedaan hebt, dus normaal gesproken wordt er maar een stempeltje op je bon gezet en mag je door lopen. Voorbeeld van Afrikaanse Melkert banen, Afrikaanse werkverschaffing. Nu net voor kerst is het heel erg druk is in de winkels. Deze guards staan midden in de ingang bonnetjes af te stempelen, lange files tot gevolg. Veel mensen willen naar binnen, kunnen er door de file weer niet in, enfin, duw en trek werk van een hoog inefficiënt gehalte. Vaak is er dan ook nog eens een pin automaat vlak bij de ingang en daar zijn de rijen vaak langer dan bij de kassa’s, alleen maar aan de chaos toevoegend. Ook nog eens lange rijen voor de kassa, mensen hebben duidelijk gespaard voor deze dagen of hebben een bonus gekregen. Bah bah wat een drukte, ik keer dan maar weer om en denk, ik open nog maar een blik vanavond.

Maakte een verschrikkelijke blunder. Stapte in mijn auto en reed, zonder er bij na te denken, aan de verkeerde kant van de weg. Kwam bij een T-splitsing en reed de hoofdweg op, aan de verkeerde kant van de weg. De weg was in het midden gescheiden en ik had super geluk dat er een opening tussen de afscheiding was, waarschijnlijk voor voetgangers. Plots drong het tot me door, ik maakte een zwiep naar de andere kant en reed verder alsof er niets gebeurd was. Pfff, zo merk je dat een ongeluk zo gebeurt is.

Op de weg momenteel veel controle posten. Men is erg bang voor dronken bestuurders, dat kost elke jaar rond deze tijd weer vele doden. Er word veel gedronken in Namibië, dat kan je wel zien aan de vele Bars en Bottle-stores (drank winkels) , maar goed, dat is in vele andere landen niet anders.

Als afsluiting dan nog maar een slecht voornemen. Een paar weken geleden vond ik, bij het uitmesten van wat dozen, twee doosjes met kleine sigaren. Die had ik ooit 5 jaar geleden gekocht om weg te geven of douaniers mee om te kopen, maar ze hadden al die tijd ongeopend ergens onderop gelegen. Ik haalde ze er uit en rookte er eentje bij een biertje rond een kampvuur. Dat smaakte best lekker en de volgende avond nam ik er weer een, de derde avond weer. Maar de derde avond inhaleerde ik per ongeluk een keer (kuch kuch) en de vier avond inhaleerde ik de hele sigaar. Van het een komt het ander en nu rook ik dus weer. Daar haat ik mezelf best wel om, maar het is soms ook wel lekker. Kocht eergisteren een eerste pakje sigaretten, met de belofte aan mezelf dat deze oude gewoonte niet al te lang moet duren. Stom hoor.