20110100 – Januari 2011, Namibie (2)

‘,’Jan 2011, Namibië deel 2′,’2011-01-29 01:59:45′,’Eind december en het grootste deel van januari reed ik een rondje Namibië. En dat betekend veel kilometers, veel natuur en soms lange dagen rijden. Nu ik voor de grens met Botswana sta kan ik mijn bevindingen publiceren.’,’Het midden van het noorden van Namibië is vlak en zanderig. Tijdens de regen periode groeit er wat gras op voor de beesten maar in de droge periode is het eigenlijk een zandvlakte. Af en toe wat doornige struiken of een paar bomen maar verder stelt het niet veel voor. Iets verbouwen op deze zanderige grond gebeurt hier en daar maar kan me niet voorstellen dat het veel oplevert. Mensen in noord Namibië zijn dan ook over het algemeen niet echt rijk. Wel loopt er veel vee los rond, geen idee van wie die zijn.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nGereden route in dit verslag


\r\n\r\nReed in een boog om het nationale park Etosha heen. Over zanderige pistes was het eigenlijk niet spannend rijden. Veel boeren bedrijven die alles met hekken hebben afgezet. Moest heel vaak mijn auto uit om een hek open te maken en achter me weer dicht te doen. Kwam tot twee keer toe dezelfde Italiaan met vrouw en kind tegen en toen ik ergens voor de nacht aan het wild kamperen wa,s kwam hij toevallig weer langs en vroeg of hij bij mij in de buurt mocht kamperen voor de nacht. Geen probleem natuurlijk. De man, uit Sicilië, had in de zomer een stuk strand waar hij ligbedden, waterfietsen, jetski e.d. verhuurde en kon daar blijkbaar de rest van het jaar goed van leven. We aten samen en hij praatte voluit over zijn werk en zijn dromen, zijn vrouw en dochtertje waren nogal stil.
\r\nEen lokaal begroeten door een hand geven kost hier even tijd. Je moet drie soorten handdrukken achter elkaar uitvoeren voor het ritueel compleet is. Had je in Mali en Burkina nog de klik met je vingers handdruk, hier is het gewoon drie keer, een keer is niet genoeg.
\r\n\r\nReed nog wat door Himba land, zonder een echt doel voor ogen te hebben. Zo rond de feestdagen stonden er veel Himba vrouwen langs de weg om een lift te vragen. Hoe graag ik ze ook mee wilde nemen, hun rood ingesmeerde lijven wilde ik niet echt graag op mijn stoel hebben. Behalve dat alles rood zou worden, zou ik de ranzige stank van hun lichaams smeersel nooit meer uit de auto krijgen. Dat was een souvenir waar ik niet op te wachten zat. Sowieso wordt er veel om ritjes gevraagd en soms neem ik ook wel iemand mee. Maar vele mensen zitten onder een boom en kunnen nog net hun hand een beetje bewegen ten teken dat ze een lift zoeken. Ja duh, als ze te lui zijn om zelfs maar op te staan als er een auto voorbij komt, ben ik te lui om te remmen.

\r\n\r\nZover mij bekend is er maar een blanke met een Himba vrouw getrouwd, die word hier de Himba-Duitser genoemd. Van de verhalen krijg ik de indruk dat hij er achteraf niet echt gelukkig mee is. De taken in de Himba cultuur zijn duidelijk en strikt. De man zorgt voor de dieren, de vrouw voor de hut, het eten en de kids. Als de kids (alleen de jongens) ouder dan 7 of zo zijn kunnen zij voor de dieren zorgen en dat ontneemt de man dan van het grootste deel van zijn werk. Wee je gebeente als je van deze cultuur afwijkt. De Himba vrouwen zijn trots op hun afkomst en laten dat ook weten. De roddel doet de ronde dat toen de Himba-Duitser wat verbeteringen aan zijn hut wilde aanbrengen, zijn Himba vrouw hem een paar flinke petsen heeft verkocht. Dus bemoeit de man zich met de dieren. Zijn kinderen hoeden de koeien en geiten, de Duitser had dus alleen nog de aan en verkoop van de beesten als taak. Maar de Himba verkopen weinig dieren. Hoe meer beesten een familie heeft, hoe rijker ze zijn en hoe meer prestige ze hebben. Dus was de Duitser zijn dagtaak al klaar voor hij wakker was elke ochtend en zat hij de hele dag onder een boom met een fles bier. Een westerling gaat dat echter snel vervelen dus moest hij wat anders. Hij slijt nu zijn dagen met het rondleiden van toeristen en gaat eens in de zoveel weken naar ‘huis’, maar met frisse tegenzin. Zijn Himba broeders zitten nog steeds onder dezelfde boom, maar niet met dezelfde fles drank, dat kan ik je verzekeren.

\r\nBehalve de Himba wordt dit deel van Namibië ook bevolkt door de herero stam. Is maar 1% van de bevolking Himba, de Herero bevolkt 8% van Namibië. Net als bij de Himba zijn het de vrouwen die nog steeds veelal traditioneel gekleed gaan. Ze doen dit met rokken van vele lagen, gemaakt uit ongeveer 12 meter stof. Hierdoor lijken het wel hoepelrokken en een Herero vrouw in traditionele kleding ziet er dan ook altijd volumineus uit. Als je op de stoep loopt en je komt een Herero vrouw tegen, ga dan maar op zij want ze neemt de hele stoep in beslag. De hele klederdracht wordt afgemaakt met een heel raar hoofdeksel wat meer op een harlekijns muts of nagemaakte koeienhoorns lijken. Uiteraard van dezelfde stof als de jurk.

\r\nHet plan was om nogmaals Etosha te gaan bezoeken, dit keer via de zuid kant, maar eenmaal daar in de buurt had het de nacht flink geregend en hingen er nog dikke zwarte wolken boven het park. Dat betekend dat er veel water is en dat de dieren niet naar de ‘waterholes’ gaan. Je ziet dan veel minder. Had al van andere gehoord dat ze, net na regen, vrijwel geen dieren gezien hadden. Gooide dus de plannen om en reed vanaf Kamanjab zuidwaarts. Daar bezocht ik twee dingen die in de toeristische gidsen staan. De ‘organ pipes’ en de ‘Burnt mountain’. Beide vielen wat tegen, waardoor ik de derde bezienswaardigheid die in Twijvelfontien was (prehistorische rots tekeningen) , liet schieten en reed door naar de ‘skeleton coast’. Stopte nog even bij het ‘wondergat’. Midden in de stenige woestijn een gat in de grond wat heel diep zou moeten zijn. Ik was er geheel alleen en dorste niet al te dicht bij het gat te komen. Een verkeerde beweging en ik zou naar beneden donderen. Als ik al niet dood zou zijn, kon het dagen duren voor men me zou vinden.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nZomaar, ergens in het wilde westen


\r\n\r\nHet is hier zo droog en verlaten dat men waarschuwt voor de ecologisch gevaren van toerisme. Het schijnt zo te zijn dat als je van het pad af rijd, je de weinige vegetatie van mossen en miniscule plantjes dood rijd en je 40 jaar later nog de sporen van je auto kan zien. Zo lang zou de natuur nodig hebben om zich te herstellen. Ook de sporen van een kampvuur of weggegooid afval zou men nog tientallen jaren later terug kunnen vinden. Voorzichtig dus.

\r\nVia heel wat uurtjes rijden door zeer onherbergzaam gebied bereikte ik de kust. Er waren uren bij dat ik geen mens, dier of auto tegen kwam. Maanlandschap dat bezaaid lag met stenen en omgeven was door aparte geërodeerde bergen. De ‘skeleton coast’ is gedeeltelijk een nationaal park. Je mag er doorheen rijden maar er niet kamperen of overnachten. De 140 km van de ene naar de andere kant was erg mooi maar ook zeer desolaat. De maan bergen veranderen aan de kust in zand duinen en de 100 kilometer langs de kust is dus stil en verlaten. Eenmaal het park uit, maar nog steeds langs de kust was het duidelijk dat het hier hoog seizoen is. Buiten het park mag je vissen, zwemmen en met he quad scheuren. Honderden pickups met grote hengels voorop de bumper bevestigt, als grote voelsprieten, de hele familie achterin de bak, stroopte de kust af naar de beste plekjes. Zeevissen is hier duidelijk een hele populaire bezigheid. Veel hebben een quad in een aanhangwagen er achter, om de kids bezig te houden.
\r\n\r\nBij een van de vele politie controles zaten alle agenten onder de boom. Ik reed langzaam door, al kijkend naar de agenten of ze me door wuifde of een stop teken gaven maar ze gingen zo op in hun spel kaarten dat ik vermoede dat ze me niet eens opmerkte. Dus reed ik door. Toen ik twee kilometer verder was reed er een politie auto met zwaailicht en sirene naast me en werd ik op Amerikaanse manier gesommeerd langs de weg te gaan staan. Moest me rijbewijs inleveren en terug rijden naar de controle post. Waarom had ik in godsnaam niet gestopt, er stond toch zeker een stopbord op de weg. De agent had natuurlijk gelijk maar ja. Na wat uitleg en papieren controle kwam ik er af met een waarschuwing en was ik wel degelijk bewust geworden dat de politie in Namibië (en waarschijnlijk ook zuid-Afrika) niet is zoals ik gewend was in de vele vorige landen. Ze zijn streng, correct en absoluut niet omkoopbaar (denk ik).

\r\n


\r\n\r\n

\r\nLange rechte saaie wegen


\r\n\r\nEen groot deel van de kustweg is een prettig plat gereden zoutweg. Geheel natuurlijk is dit wegdek en omdat het zo vlak en glad is rijd het prettiger dan asfalt, zolang het niet regent. Maar regenen doet het hier niet veel. De paar zielige plantjes die hier groeien leven van de douw die in de ochtend op hun bladeren ligt. En die douw is er omdat er in de ochtend heel vaak mist hangt, een gevolg van het botsen van de koude vochtige zeelucht (door de koude golfstroom die hier voorbij komt) en de warme woestijn lucht. Ook nu hing er boven de zee een dik pak wolken, die waarschijnlijk in de nacht dan een paar kilometer landinwaarts trekt, om dan gedurende de ochtend langzaam op te lossen. Warm is het zeker niet aan de kust, zelfs niet midden in de zomer. De wind is fris. Als je in de zon loopt is het warm, ga je in de schaduw zitten dan moet je een extra shirt aan doen.
\r\nIk sloeg de zeehonden kolonie bij Cape Cross over. Die had ik in Zuid Amerika al genoeg gezien en geroken. Henties Bay bezocht ik, een toeristisch gehucht midden in de woestijnkust. Ze hebben zee, strand en ruimte dus werden er veel zomerhuisjes gebouwd in de kale zandvlakten.
\r\nAf en toe voerde de weg door een rivier bedding. Hier komt al het water uit de achterliggende bergen naar beneden maar de meeste rivieren stromen maar een of twee keer per jaar, de rest is het een droge bedding. Maar gezien de diepe geulen die deze rivieren getrokken hebben over de jaren komt het water die paar keer wel met geweld naar beneden.
\r\nSwakopmund is de toeristische kustplaats van Namibië. Nu, in het hoogseizoen, zijn er ook veel Zuid Afrikanen. Een vertelde me: Namibië is zoals Zuid Afrika vroeger was, en daarom kom ik hier. Veel stelde Swakopmund nou ook weer niet voor. Maar dat is met veel toeristische steden zo. De stad bestaat uit lui die de toeristen voorzien, en door de aanwezigheid van zand, zee en ruimte is er hier genoeg te doen. Behalve vissen en zwemmen (maar de zee is erg koud) kan je parachute springen, hanggliden, zand boarden, quad rijden en blijkbaar ook ergens nog bungee jumpen. Dit alles natuurlijk bovenop de normale safari’s en 4×4 tours. Ik verbleef die nacht op de camping van Swakopmund, iets waar ik die avond al spijt van had. Het was er een gezellige boel, dat wel, maar 200 meter verderop stond een grote disco tent op het strand, de muziek was luid. Een aantal van de camping gasten waren ook niet stil, het was een kakofonisch geheel. Ik slaap meestal toch wel, en de volgende dag reed ik vrolijk naar Walvis Baai. Had van iemand gehoord dat ie daar Jon en Gon had zien staan dus ik hield me ogen open, maar helaas ik trof ze niet.
\r\nBehalve een baai waar veel witte pelikanen stonden was het hier, vanwege de grote haven, nog minder boeiend en zo op de laatste dag van het jaar 2010 reed ik de woestijn in. Niet na nog even snel wat vlees, groente en blikvoer te hebben ingeslagen, en uiteraard diesel. Dit gedeelte van Namibië is misschien nog wel onherbergzamer dan het noorden waar ik vorige week was. Zand duinen afgewisseld met rotsachtige bergen. Behalve wat moedige toeristen die deze weg reden (deels erg veel wasbord) was het verlaten. Zag een paar struisvogels en heel soms een springbok, meer was het niet. De jaarwisseling stond ik te midden van de natuur en de bergen, met geen mens in de wijde omtrek. Ik was van plan boven op de Gemsberg of Gemsberg pas te gaan slapen maar een hevig noodweer deed mij besluiten vlak voor de pas te slapen. Ik stond in de woestijn en het regende pijpenstelen…\r\n
\r\n

\r\n\r\n

\r\nZand en strtuisvogels


\r\n\r\nOp 1 januari reed ik een rondje Gemsberg. Het landschap was afwisselend. Soms reed ik op een vlak plateau op 1800 meter, dan weer bergachtig omhoog of omlaag. De omgeving was droog en eigenlijk niet zo spannend. Via het dorp Solitaire, waar midden in de woestijn een banketbakker zit (en waar dus veel toeristen stoppen, ook al vanwege de benzine pomp denk ik) raakte ik bij de Sousssuvlei, oftewel de soussu vallei. Dat is een nationaal park. Je moet er entree betalen. Omdat ik er rond 4 uur was vond ik het zonde er nog in te rijden dus zetelde me op de lokale camping aldaar. Mooie camping trouwens met grote plekken, ver van elkaar verwijdert.
\r\n\r\nViel me op dat ook hier tegenliggers de hand tegen de vooruit houden als ze een tegenligger hebben. Dit is, dacht ik, een soort bijgeloof dat als er een steen op je vooruit komt, je zo voorkomt dat er een barst in springt. Zou dat bijgeloof dan wel werken? Ik bedoel als ze het in Zuid Amerika doen, en ook in Afrika, dan zit er misschien toch een waarheid in. Weet iemand het?
\r\nDe Soussuvlei staat bekend om zijn mooie zandduinen. De volgende ochtend reed ik als laatste van de hele camping het park in. Vele waren al om 5 uur weg gereden zodat ze om 6 uur de zonsopgang over de duinen konden zien, maar dat was mij te vroeg. Om half 9 karde ik rustig het park in en na een kilometer of 40 reed ik tussen de gigantische rosé duinen. Sommige van die dingen zijn wel 200 meter hoog volgens mij. Bij duin 45 (die heet zo omdat ie precies 45 km van de entree is) parkeerde ik mijn auto en na wat moed ingezameld te hebben, tezamen met een bakje koffie, zette ik aan om de duin te beklimmen. Dat het geen makkie was, leek me duidelijk maar het was zelfs nog moeilijker. Je loopt over een van de messcherpe randen naar boven maar het is stijl omhoog. En van elke twee stappen die je doet, zak je er een weer terug in het zand. Dus loop je dat ding eigenlijk anderhalf keer omhoog. Ik had altijd gedacht dat zo’n duin dood zand was maar er leefde wel degelijk beesten. Rare kevertjes met lange poten en een soort spin sprinkhaan wandelde vrolijk over het zand. Terug in de auto moest ik wel effe puffen, niet meer gewend dus. Nam me gelijk voor om maar meer te gaan wandelen.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nZie je daar die stip….


\r\n\r\n\r\nVerder door het park in hield de weg op. Er is nog een zandpad van 5 km dwars door het duinzand, alleen toegankelijk voor 4×4 auto’s. Die heb ik , maar een vrachtwagen is toch wat anders als een jeep. Ik twijfelde dus of ik dat moest gaan doen en besloot het eerst aan te zien. De beslissing werd voor me genomen, vrachtwagens mochten het pad niet op. Toch wel een klein beetje teleurgesteld keerde ik weer om.
\r\nIk weet nu hoe moeilijk het is een zandduin te beklimmen. Reizigers van vroeger moeten met kamelen of lopend deze duinen hebben bedwongen maar door de hoogte van deze duinen loop je meer op en af dan dat je horizontale meters aflegt. De 100 km naar de kust, die geheel gevuld is met zandduinen , lijken me weken in beslag genomen te hebben. Moet er niet aan denken.

\r\n\r\nIk kom in Namibië, maar ook straks in zuid Afrika, veel Nederlands klinkende (plaats)namen tegen. Om er een paar te noemen: Stampriet, Twijvelfontein, Brakwater, uiteraard Windhoek en Tweerivier. De namen geven vaak aan wat er is of hoe het ontstaan is, altijd wel leuk. Maar soms snapte ik de herkomst niet. De rivieren zwartmodder en swartsand waren alles behalve zwart. Oh, nu ik het toch over zwart heb, veel zwarte hebben als achternaam hier Swartbooi. Verbastering van zwart-boy. Maar er zijn ook Witbooi (wit-boy) en zelfs Roodbooi. Tja, tijdens de apartheid werd je gewoon naar je kleur genoemd. De apartheid is ondertussen over. Officieel dan. Dat krijg je er in een generatie niet uit, dat is wel duidelijk. Vriendelijk zijn tegen een zwarte, dat snappen ze hier niet. Toen ik met een zwarte security guard stond te praten en zei dat er in Holland geen verschil is tussen kleur, dat men hetzelfde betaald krijgt en dezelfde kansen had, zag ik hem de ticket naar Nederland al boeken in zijn gedachten.
\r\nOmdat de camping en het park best duur waren en ik ook al diverse malen diesel getankt had, was mijn geld op. Besloot dus verder naar het zuiden te rijden via Maltahöhe, daar was een bank. De weg daar naar toe was vlak, saai en lang. Daar aangekomen bleek het zondag te zijn (dom dom) en had men in het dorp geen werkende pin automaat. De bank was dicht natuurlijk.
\r\nWerd aangesproken door Frankie, een jongen van een jaar of 19. Hij woonde in het huis naast het benzine station en (niet werkende) pinautomaat. Hij bedelde niet ronduit maar het kwam er wel op neer. Hij woonde alleen met zijn kleine broertje en zusje. Zijn vader had zichzelf opgehangen, maar niet nadat hij zijn moeder had neergeschoten. Hij moest alleen voor zijn broertje en zusje zorgen, had geen werk of inkomen. Zijn opa hielp hem af en toe wel eens, maar die had het ook niet breed. Ik weet niet of zijn verhaal echt was maar hij vertelde het wel geloofwaardig. Hielp hem met wat van mijn kleren en gaf hem een brood en wat bananen, de dankbaarheid straalde van zijn gezicht af.

\r\nHet was 4 uur, ik kon er overnachten, maar schraapte mijn laatste kleingeld bij elkaar om van te tanken en sliep 30 km buiten het dorp op een mooi uitzichtpunt.
\r\nDoor naar Aus, dat lag 300 km verderop. De gravel weg was redelijk maar geheel verlaten. Kwam op de 300 km zeggen en schrijven 6 auto’s tegen. Hier moet je niet met panne blijven staan, dan sta je er waarschijnlijk nog wel even.
\r\nIn Aus was een mooie natuur camping met wat uitgezette wandelpaden dus liep de volgende ochtend vroeg wat kilometers door de stenige bergen. Fraai. Daarna door naar Lüderitz. Dat was best om rijden, maar in de gidsen stond dat dit best een leuk stadje was. De weg naar Lüderitz daalt van 1500 naar 0 meter hoogte over een rechte langzaam aflopende weg door zand, zand bergen en af en toe zand duinen. De 120 km was niet echt spannend maar de temperatuur zakte van 34 naar 27 graden en eenmaal in Lüderitz was het, als je uit de zon ging staan, gewoon fris. Ik zal wel teveel van dit soort stadjes gezien hebben en ik was er eigenlijk na een paar uur al op uit gekeken. Een paar redelijk aardige Duitse gebouwen en verder was het een slaperig dorp. Reed nog wat rond de kaap over zandweggetjes en toen ik een mooi wit half opgedroogd zoutmeertje zag wilde ik er langs parkeren voor een bakkie. De grond leek hard maar het was bedrog. Onder de dunne laag zand zat een dikke modderige zwarte blubber die wel op olie leek. Zat na 10 meter dan ook vast in de blubber. Zandplaten afgeschroefd en mezelf vrij gegraven. Binnen een mum van tijd zat ik zelf ook onder de zwarte blubber maar ik kreeg wel mijn auto in een keer los. Vies goedje. Hierna had ik het wel gezien hier. Dus op richting de fish-vallei en weer terug over de lange weg, nu omhoog natuurlijk. Tegemoet komende auto’s kon je van 20 km al aan zien komen, geen verassingen daar dus.\r\n


\r\n\r\n

\r\nHet is, recht, hard en zanderig…


\r\n\r\n Halverwege wordt gewaarschuwd voor overstekende paarden. In dit gebied leven nog echt wilde paarden. Zag er een dicht bij de weg, maar dat beest leek op sterven na dood. De ribben staken zo ver door zijn vel heen dat ik me afvroeg hoe dat beest zich nog staande hield. Iets verder op een afslag om naar wilde paarden te gaan kijken. Ik ben maar door gereden. Wilde paarden zijn toch gewoon paarden? Of zouden ze een bordje ‘WILD’ om de nek hebben hangen. Of misschien een heel wilde blik in de ogen?

\r\nParkeerde voor de nacht echt midden in de woestijn bij een oud verlaten station. Het was er dood en dood stil. Geen vogels, geen krekels, geen vliegen, alleen het zuchten van de wind en eens in het half uur een auto die voorbij kwam in de verte.
\r\nDoor naar Rosh Pinah, een van de zuidelijkste steden van Namibië, gelegen midden in Diamant win gebied. Heb nog gekeken of ik hier of daar wat zag schitteren maar het was allen maar gebroken glas wat ik zag. Rosh Pinah lag bijna op zee niveau, maar niet vlak bij de zee, de temperatuur was derhalve belachelijk. Rond de 40 graden, dat had ik al een tijd niet gehad. Dit is ook schorpioen gebied, de beesten zijn overal aanwezig. Niet alleen op de mooie hoed die ik kocht, maar ook in de supermarkt kroop er een onder de stelling. De bewaker durfde hem niet aan te pakken en het beeste scharrelde rustig verder tussen de blikken hondenvoer en de zakken suiker. Ik vervolgde mijn weg (de D212) langs de Okavango rivier. Een schitterende kronkelende weg die dan weer langs de rivier ging en dan weer door schitterende chocolade bruine bergen. In die bergen was het droog en stoffig maar als je weer bij de rivier kwam sprong het groen je in de ogen. 100 meter aan beide kanten van de rivier bomen en gras, een paar meter verder droge zooi. Aan de andere kant van de rivier lag Zuid Afrika (het land), heb vast gezwaaid en geroepen dat ik er aan kom.
\r\nDe mooie rivier langs de weg draaide de bergen in richting Vis-river canyon. Na eerst het Ai-Ais kamp bezocht te hebben, waar warm water bronnen waren en ik mijn voet zowat verbrande toen ik die in het zwembad stak. Met een rode voet maar snel gas gegeven op weg naar de fish-river canyon. De weg er naar toe was erg slecht. Water had diepe sporen achter gelaten en af en toe was het kantje boord om er door te komen. Maar, eenmaal aangekomen was het het allemaal waard. Een enorm schouwspel. De rivier had een gigantische sleuf in de aarde gefreesd. En niet recht, maar zigzaggend. De vorming van deze sleuf begon al 350 miljoen jaar geleden door het schuiven van tektonische platen. De zo gevormde sleuf werd de bedding van de rivier, die hem nog veel dieper uitsleet. Op het diepste punt is de kloof 550 meter diep. De kloof is 161 km lang (!) en op sommige plaatsen wel 27 km breed. Dus we hebben het niet over een makkelijk te bevatten fenomeen. De foto’s doen er geen eerbied aan, je moet er voor staan voor een goede indruk. Net als foto’s van de grand canyon niet echt laten zien hoe gigantisch het is. Je kan er met een vliegtuigje over heen maar dat heb ik maar laten passeren, en ik zat een paar uur naar dit oog-spektakel te kijken.\r\n
\r\n


\r\n\r\n

\r\nHad ik nou de handrem goed aangetrokken…


\r\n\r\nAls je op het officiële uitzichtpunt staat moet je ook even wennen aan het uitzicht. 500 meter onder je kronkelt de rivier zigzaggend door het gesteente , je kan tientallen kilometers ver kijken.

\r\n\r\nKom veel zuid Afrikanen tegen die in Namibië op vakantie zijn en velen zeggen er weg te willen. Het zijn allemaal blanken die genoeg hebben van het geweld, wat er zeer duidelijk aanwezig blijkt te zijn. Ook vandaag weer een dikke man met een dikke vrouw en twee kindertjes die ook wel wat kilo’s wogen. Ze waren op vakantie maar ook aan het kijken of ze Namibië leuk vonden om te gaan wonen. De dikke vrouw was vorig jaar onder pistool bedreiging van al haar bezettingen ontdaan, ze hadden er genoeg van. Altijd maar weer in spanning leven is niet prettig verklaarde de man. Hij had ook familie in Nederland, en daar zou die volgende zomer gaan kijken.

\r\nHet verschijnsel ‘droge regen’ komt in deze regionen vaak voor en ik maakte het vandaag ook mee. Het is hier supoer droog en super warm. Dan komt er een regenwolk aan, meestal in de avond en dan zie je de regen er uit vallen. Maar de regen is al verdampt voor het de grond raakt. Gevolg, het regent maar het wordt niet nat op de grond, droge regen dus.

\r\n\r\nVia wat achteraf weggetjes kwam ik de volgende dag in Keetmanshoop. Die naam komt af van een rijke man, Mijnheer Keetman (hoe kan het ook anders), die veel geld aan de kerk gaf. Toen de oude kerk vernield werd door een overstroming doneerde hij een fikse som om een nieuwe te bouwen. De pastoor in al zijn dankbaarheid noemde de kerk Keetmans Hoop, en zo ontstond de naam van dit gat. Alhoewel er niet veel te beleven was, was het toch een prettig durpske, de mensen waren erg vriendelijk en er was een Spar. Besloot er op de camping te blijven, waar ik de enige gast was. Het seizoen is duidelijk over. Kon dus in de avond onder een schone douche, en in de ochtend weer, maar dan onder een andere. De volgende ochtend bezocht ik het kokerboomwoud en de reuzenspeelplaats. Klinkt goed he? De kokerboom (quivertree) is en typische woestijnboom die je eigenlijk in heel Namibië wel ziet, maar niet in zulke grote getallen als hier. Ze noemde het woud, dat is wat overdreven. De kokerboom groeit langzaam en diegene op de foto is zo’n 300 jaar oud. Vroeger maakte de Bosjesmannen van de leerachtige bladeren, kokers voor hun speren, vandaar de naam.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nKokerboom met zijn leren harde bladeren


\r\nEen paar kilometer verderop was de speelplaats der reuzen. Gigantische kei stapels, zo ver het oog rijkt. Leuk om de wandeling er tussen door te maken, maar het was zo gigantisch heet dat ik maar voor de helft genoot. Reed de geplande weg in, 400 km piste, maar na 30 km keerde ik om en reed ik terug naar de asfalt weg. De piste was slecht ,mt erg veel water sleuven er in waardoor je steeds moet remmen en stapvoets er door. Dat, tesamen met het saaie landschap deed me besluiten de grote weg naar Marientaal te nemen. Die was ook saai (220km saai) maar dat schoot tenminste wel op. Er was niks maar dan ook niks te zien en het landscap was zo plat als een dubbeltje (maar dan een hele grote). Het deed me wederom aan Argentinie denken. Pampa. Als je dan in de verte, twintig kilometer verder een grote telecom mast zag staan, was dat het enige aandachts puntje. En zo ver kon je kijken over deze enorme vlakte. Tegenliggers zag je een kwartier van te voren al aankomen. Gaap.
\r\nHalverwege parkeerde ik om half 6 bij, wat ik dacht, een dorpje langs de weg. Maar toen ik uitstapte bleken alle huisjes bouwvallen te zijn en vrijwel geheel verlaten. Het gaf een beetje een luguber gevoel en toen er plots wat kleine kinderen van een jaar of 6 met het lijk van een waarschijnlijk overreden hond kwamen aanzetten, de ingewanden sleepte over de grond en de kop kon ik helemaal niet meer zien, besloot ik toch nog wat door te rijden. Ik had echter geen geluk. Parkeerde om 6 uur op een open parkeerplaats langs de weg en begon te koken. Om 7 uur kwam er een gigantisch onweer opzetten en daar stond ik dus midden op het vlakke plateau, ik kon in alle kanten 20 km ver zien. Links en rechts zag ik de bliksem de grond in slaan , ik zou een prooi voor de bliksem worden, dat voelde ik, dus om half 8 reed ik toch weer door in het donker. Vond na best wat kilometers in Gibeon een plekje naast wat bomen (niet er onder dus). Ik had de motor nog niet uit of er stond een auto naast me. Politie zeiden ze. Het was geen politie auto en de mannen hadden ook geen uniform aan maar ze vroegen alleen wat ik er deed en toen was het goed. Wij zijn van de serieus crime unit melde de man. Ik vroeg hoeveel serieuze crime er dan wel niet was in zo’n klein dorp. Heel veel zegt ie. Het leek me vreemd, maar moet natuurlijk niet vergeten dat men hier het stelen van een fiets waarschijnlijk een serieus crime noemen, terwijl het in Holland gewoon een gedoog-overtreding is.
\r\nDe volgende dag reed ik door naar Windhoek alhoewel dat niet de bedoeling was. Stopte eerst in Rehoboth met het plan er te blijven maar vond geen goede plek en ook de sfeer in het stadje vond ik niet prettig. Dus eindigde ik weer bij Boerderij anex campsite Elisenheim, 10 km noord van Windhoek. Wat schertst mijn verbazing, een oranje Daf. John en Gon hadden hier ook hun bivak gemaakt. Dat was gezellig. Toen er de volgende dag nog een Duits-Hollands stel bij kwam (http://africacruiser.de/) en een tof Belgisch stel (http://www.anenjo.be/) was het feest kompleet. De rust die ik zocht moest nog even wachten. De verhalen en ervaringen vlogen over de camping, net als de flessen bier en de sterke verhalen. Heel gezellig.
\r\nIk bleef twee weken op Elisenheim staan. Het was er zo gemoedelijk en rustig. Ik wachte op mijn nieuwe carnet, dat door allerlei omstandigheden wat langer duurde. Zat wel ene beetje in de rats want als dat carnet-de-passage (auto-douane document) niet op tijd zou zijn, zou ik grote problemen met de douane krijgen. DHL maakte er weer eens een potje van. Ik heb nu al zo vaak wat met DHL gestuurd en er zijn altijd problemen. Ook nu weer. Van beide kanten, dus zowel in Namibië als in Nederland geïnformeerd of het een probleem was als ik mijn credit kaart bij de carnet zou stoppen. Neeeee mijnheer, dat gaat altijd goed. Ja, tot je het pakje gaat versturen. Bij controle in het sorteer centrum van DHL werd het pakje lekker eruit gehaald. Ik kon zelf, via internet zien dat het pakje niet in beweging was en na bellen (door mijn lieve zusje) bleek dat er naar Namibië geen krediet kaarten gestuurd mogen worden. Dus was de zending op ‘hold’ gezet en als je er dan niet zelf achteraan gaat, staat het dat waarschijnlijk een jaar later nog. Gelukkig kwam het allemaal goed en was de zending (zonder krediet kaart) nog op tijd in Windhoek.
\r\nTja, wat deed ik zo die twee weken? Veel niks, veel lezen, veel praten met collega reizigers, auto poetsen, kleine reparaties doen, boel uitmesten, winkelen in Windhoek en lekker eten. Vond via john en Gon een slager die wild-biefstukken verkocht. Waarsachijnlijk Kudu vlees, heerlijk mals en goedkoop.
\r\nDe laatste week op de campsite werd het erg slecht weer. Zo slechts zelfs dat er ene paar opmerkelijke zaken gebeurde. Op een avond begon het zo hard te regenen dat de droge rivier bedding waarin ik nog nooit water had gezien, via een vloedgolf omgetoverd werd tot een kolkende zee. Omdat de campsite pal aan die rivier ligt was dat angstig. Als het water nog hoger zou komen zou de site onder komen te staan en er was geen weg om te vluchten. De weg naar de campsite was door de droge rivier bedding, maar die was niet meer te bereiden. Diezelfde nacht probeerde een lokaaltje met zijn auto toch weg te komen. Midden in de rivier kwam hij vast te zitten en zijn auto dreigde meegesleurd te worden. De vier inzittenden konden zich alleen redden door de vooruit kapot te slaan en boven op het dak te gaan zitten. De camp eigenaar heeft ze daarna met een enorme bulldozer van het dak af gehaald, hun auto was rijp voor de schroots.
\r\nGelukkig nam de regen na drie uur wat in intensiteit af en steeg de rivier niet meer maar heb die nacht erg licht geslapen. Had alles klaar om in geval van nood toch weg te kunnen rijden. Iets verderop kon ik een halve meter tegen de berg op rijden in geval van nood. Het was gelukkig niet nodig.
\r\nDe volgende dag was het onmogelijk de campsite te verlaten door de hoge rivier en in de avond bliksemde het weer enorm. Ik stond net onder de douche. De douche is gewoon buiten onder een boom, afgezet met wat bamboe hout. Ik was bang dat als de bliksem ergens in de buurt in zou slaan de elektra via het water bij mij terecht zou komen. De douche werd erg kort.
\r\nDe avond daarna was het weer raak, en weer stond ik net onder de douche. Alsof God me verbood te douchen. Behalve bliksem begon het ook enorm te storten. Ik sprintte terug naar de auto, zonder me af te drogen (had geen nut) en toen ik druipend in de auto stond herinnerde me ik dat ik net voor het douchen in de hangmat mijn e-book aan het lezen was, en deze nog in de hangmat lag. Dat was pech, de hangmat stond vol met water, mijn e-book dus ook. Tevergeefs geprobeerd het ding weer aan de praat te krijgen door het met föhn droog te blazen. Snif. E-book verzopen. En de douche was wederom weer erg kort.
\r\nDe dag erna bliksemde het in de namiddag weer erg hard, nu wel heel vlakbij. Het strooien afdakje dat 10 meter van mijn auto stond werd vol geraakt. Je schrikt je rot. Gelukkig regende het ook hard waardoor er geen fik ontstond. En zo ontsnapte ik wederom aan een ramp.
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nBliksem inslag op het het rieten dakje, pal naast mijn bed


\r\n\r\nNa die twee weken begon ik op 24 januari weer te rijden. Ik wilde weer terug naar Noord Namibië om via het aller westelijke puntje van dat land (dat heet de capri strip, een soort Limburg, maar dan niet onderaan het land maar rechts boven uitstekend) Botswana bezoeken. Via Botswana zou ik dan Zimbabwe inrijden om daar langzaam richting Zuid Afrika af te zakken. In Botswana heb je de beroemde Kalahari woestijn en ook wat mooie Delta’s in het noorden met veel wild en natuur en in noord Zimbabwe natuurlijk de Victoria watervallen. Dus reed ik wederom de saaie weg nar het noorden. Ik wilde graag langs de grens van Angola naar het westen rijden. Deze weg was voor een groot deel piste en dat is een gok in de regentijd, dus nu toch echt begonnen is gezien de hoeveelheid water die ik al gezien heb. Wateroverlast alom in Zuid Afrika, Namibië en Mozambique. Zuid Afrika zelf heeft voor een deel van het land de noodtoestand afgekondigd, dan weet je het wel. Ik hield het echter zowaar droog, ondanks de af en toe dreigende wolken. De weg die ik volgde (de B8 voor andere reizigers) was echter niet zo spannend. Men was hard aan het werk om deze weg te teren met gevolg dat er veel trucks met zand reden, het er erg stoffig was en ik heel lang over een slecht aangelegde ventweg moest rijden omdat ze de hoofdweg aan het ophogen waren. \r\nNaarmate ik n de buurt van de Capri strip kwam begon ik weer het echte Afrika gevoel te krijgen, iets wat ik al een paar weken gemist had. Niet alleen zag ik steeds vaker bomen en werd het steeds groener in het algemeen, maar het landschap begon wat te heuvelen. Ik zag weer de beroemde Afrikaanse hutjes en het ‘blank’ gehalte werd steeds minder. Ik zag weer vrouwen die onder de boom langs de kant van de weg hun zelf gefrituurde oliebolletjes verkochten. Ik zag weer groepen met hutjes, omringd door een ‘hek’ van takken. Waarschijnlijk om de koeien buiten en de kippen binnen te houden. Ik zag weer veel, heel veel, koeien en ezels op de weg, net als spelende kinderen (pal onder het bord met de maximum snelheid 120!!). Ik had zwermen met vogels rond de auto die een soort chicken’ met me speelde en net voor ze zich tegen mijn ruit te pletter zouden vliegen omhoog schoten.
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nToch wel grappig altijd dat Afrikaans


\r\nUiteindelijk in de buurt van Rundu kwam ik bij een grote rivier uit die ver over zijn oevers stond. De grassige uiterwaarden waren onder gelopen, maar het gras was hoog en stak boven het water uit. Een mooi gezicht. Moeke stonde de was er in te doen en kinderen haalde drinkwater uit de rivier. Met grote emmers op hun hoofd liepen ze er mee naar huis terwijl het water over de rand klotste. Ook was hier de weg klaar en ik zoefde zo vrolijk over het verse asfalt richting Rundu. Vlak er voor had ik een waypoint van een camping die pal aan de rivier zou liggen. Ik sloeg af in de richting en belande 3 km voor de camping aan een ondergelopen weg. Durde er niet door heen te rijden en zette mijn auto een paar honderd meter terug neer op een heuveltje met geweldig uitzicht over het water. Had geen last van de dorpjes die wat verderop lagen en hoopte dat het die nacht niet zou regen, dan zou ik wel eens flink vast komen te staan.
\r\nHet regende die nacht niet en ik sliep goed, ondanks de ranzige lucht die ergens van een dood beest moet zijn gekomen. Die vieze lucht rook ik pas toen het al donker was en er een windje op kwam, te laat om nog een ander plekje te vinden. Dus reed ik met de dood nog in mijn neusgaten verder de Capri strip in. Maar niet eerst voordat een bezoek aan Rundu te brengen, een rommelige en levendige stad. Op de hoofd winkelstraat zorgde een rij van Chinese winkeliers voor een enorme herrie door een luidspreker met een bandje met de huidige aanbiedingen buiten te hebben staan. Weet precies hoe dat ging. Een kwam met het idee en alle andere 6 chinezen deden hem na. De bandjes waren sowieso al niet te verstaan, waarschijnlijk zelfs in het Chinees, maar met 6 van die bandjes die tegen elkaar lopen te blèren is de kakofonie compleet.
\r\nGing voor de lol een paar van die winkeltjes in. Net als in windhoek gevuld met de grootst mogelijke belachelijk Chinese prullaria. Een elektrisch tennisracket tegen de muggen hadden ze niet. Geen van de Chinezen sprak een woord Engels, typerend.
\r\nDe Capri strip is mooi, vruchtbaar en groen, een genot om door te rijden na de weken van stoffige zanderige omgevingen. Vlak voor de grens met Botswana zocht ik een camping. Had goede berichten gehoord over de Ngepi campsite maar probeerde toch eerst de Popu falls campsite. Die was best duur dus ik vroeg of ik eerst even mocht kijken naar de plaatsen. Daar vroegen ze 2 euro voor. Ja doei. Reed dus naar de Ngepi site die pal aan de Zambezi rivier ligt (tenminste, ik geloof dat die zo heet). Erg mooi maar de weg er naar toe was wat belabberd. Sliep mijn laatste nacht in Namibië 100 meter van de rivier, hopend een nijlpaard te zien die hier veel zitten. Maar, vermoedelijk door de hoge stand van de rivier water lieten de beesten zich niet zien.
\r\nIk sluit Namibië maar af met een stukl uit de voorpagina van de landelijke krant ‘New Era’ Daarin het verslag van een rechtzaak tegen een man die op heterdaad was betrapt toen hij bezig was een geit van de buurman te nemen. De man, Ngongo geheten, had al diverse geiten geprobeerd, tot hij er een vond die hem het meeste genot gaf. Deze heeft hij toen gemerkt met een verfstreep op de hoef va het beest. Zo wist hij telkens zijn vaste partner te vinden. Maar hij werd een beetje slordig en op een ochtend vond de buurman kleren hangen aan het hek van zijn geiten-verblijf. Hij vond Ngongo bezig met zijn favo geit. Ngongo ging er in zijn nakie vandoor maar werd niet lang daarna toch aangejouden, zijn signalement was makkelijk. Naakte man die naar geit rook.
\r\nDe rechter bestrafte de man met het betalen van 6 geiten aan de buurman. En omdat dezelfde rechter een week daarvoor een strafzaak had van twee vrouwen uit een naburig dorp die een lesbische relatie had, raade hij Ngongo aan een van deze twee vrouwen te benaderen voor een relatie. En zo gaat dat bij ons in Namibië…. \r\n

\r\nEn nu sluit ik echt af met het vertellen van de naam van de drankwinkel in Rundu (echt zo, geen geintje). \r\nSAFE WATER, DRINK MORE LIQOUR. \r\n

\r\nDan in een paar zinnen wat ik van Namibië vond. Natuurlijk een verademing na de Congo”s en Angola is dit land redelijk modern, heeft een goede infrastructuur en alles valt er te krijgen. Het land is nog steeds zeer afhankelijk van Zuid Afrika, bijna alles komt daar vandaan. Het land is enorm uitgestrekt en leeg, droog en warm. Het noorden kent veel stammen en traditionele Afrikaanse cultuur, hoe verder zuidelijker, des te ‘witter’wordt het. Er is best wat te zien in dit land, de mensen zijn vriendelijk en open. Er is helaas nog steeds een grote verdeeldheid tussen wit en zwart en tussen rijk en arm. Vaak is dit eigenlijk hetzelfde. Er zijn nog steeds erg veel voorordelen tussen wit en zwart (Wit liegt nooit, is altijd eerlijk, steelt niet, werkt hard en is rijk en slim…zwart is dom, onbetrouwbaar, lui en een dief) en het zal nog wel even duren voor er hier echte gelijkheid heerst. Ik zou het geen straf vinden nog eens terug te gaan naar Namibië ondanks dat ik het eigenlijk wel gezien heb. Kans dat ik terugkom is dan ook klein.

\r\n \r\n\r\nOm te onthouden over namibie:
\r\nLiter diesel kost gemiddeld 7,6 Nam$ (80 eurocent).
\r\nFles bier (05 of 0,6 liter) kost 7 of 8 Nam$ in de winkel.
\r\nEen heel (bruin) brood kost 7 Nam$, een duits Brödje kost 0,8 Nam$
\r\nVoor een euro krijg je ongeveer 9 nam$
\r\nKamperen op een camping , daarvan lopen de prijzen sterk uiteen. Meestal is het tussen de 50 en 80 nam$ per nacht, maar in windhoek of tijdens feestdagen kan dat sterk oplopen. De Arabusch camping in Windhoek is 120 Nam$, in Swakopmund betaalde ik zelfs (omdat het hoogseizoen en oudjaar was) 280 nam$.
\r\nWA Verzekering voor de meeste zuid Afrikaanse landen kan je eenvoudig regelen via Outsurance, een Zuid Afrikaans bedrijf. Het is allemaal via telefoon en internet te regelen, alhoewel je uiteindelijk ergens je auto moet tonen. Ik betaalde 170 nam$ per maand voor WA verzekering. Kleine auto’s zijn 40 nam$ goedkoper vermoed ik. Verzekering is geldig voor de meest zuid Afrikaanse landen.
\r\n\r