20110200 – Februari 2011, Botswana

‘,’Februari 2011, Botswana’,’2011-02-20 13:47:00′,’Botswana is veel natuur. het land is groot en er wonen weinig mensen. Meest bekende deel van Botswana is wel de Kalahari woestijn. Ik had er wel zin in…’,’De grens overgang tussen Namibië en Botswana was redelijk probleemloos. Behalve dan dat het gigantisch begon te storten. Ik had een stelletje lifters bij me, een Frans/Gabonees jong paartje. Aardige mensen die Botswana niet inkwamen omdat een Gabonees paspoort geen visa krijgt aan de grens. Ik bracht ze, in de stromende regen, terug naar de Namibische kant, niet voordat de Botswana vee-controle mijnheer mijn resterende worstjes uit de vrieskast had genomen. Dit mag het land niet in (ik had de rest van mijn vlees al verstopt) en ook mijn argument dat deze worstjes al gekookt en gerookt waren haalde niks uit. De man had honger en had zin in worst, dat was duidelijk. Het was dan ook lunchtijd.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nRoute door Botswana


\r\n\r\n\r\n\r\nDe mensen waren verder alleemaal super vriendelijk dus ik zat er verder niet zo mee en na het betalen van ongeveer 15 euro wegen belasting kreeg ik een 60 dagen visa en reed ik weer een nieuw en vers land in.
\r\nDe eerste kilometers in Botswana waren wat triest, het bleef regenen, er was geen mens op de weg (maar des te meer beesten) en aangekomen bij het eerste dorpje was dit een trieste, natte, drekkerige aangelegenheid. De pin automaat werkte niet, en dat liet mij zonder lokaal geld. De Pula heet het hier, en zonder Pula geen sula, oftewel, geen diesel. Nou kon ik nog wel even vooruit, maar de weg die ik zou volgen zou een paar honderd kilometer zonder redelijke dorpen zijn (dus ook geen banken of tank stations), nu moest ik maar hopen dat mijn diesel het zou halen.
\r\nDe weg vervolgde zich en was lang, recht en er was , op de vele vele koeien en ezels op de weg, nogal verlaten. Er stonden soms zo veel koeien op de weg dat er zich een koeienstront laag had gevormd. Daar al door rijdend spetterde het flink in het rond. Parkeerde voor de nacht midden in de natuur en ik vond het een pracht plek. Geen mens en alleen het geluid van vogels en insecten. Net voor zon ondergang hoorde ik niet ver olifanten tetteren. Naarmate het donker werd, werd de plek echter minder prettig. De kleine zwarte torretjes, waar ik ooit in Kameroen al last van had gehad, zaten hier ook in grote getalen. En wel zulke grote getalen dat als ik een licht aan deed, het leek te regenen. Dat dacht ik eerst ook, maar naar boven kijkend zag ik sterren. Als ik het licht uit deed, was het regen-geluid weg. Omdat het warm was had ik de ramen open, maar dat duurde niet lang. Als een soort mega-magneet trok ik ze aan. In een mum van tijd drongen er duizenden kleine stink kevertjes tegen het muggen gaas en als in een horror film begonnen ze zelfs aan het muggengaas te vreten. Ik was bang dat als ze het kapot zouden krijgen, ik tienduizenden van die kevertjes binnen kreeg. En er hadden zich al een paar honderd van die beestjes door allerlei kieren en gaten gewrongen, meer wilde ik echt niet in de auto. Er was maar een oplossing, licht uit, ramen dicht en naar bed. Om 9 uur in de avond.
\r\nDe volgende ochtend zag ik diverse gaten in mijn muggengaas en moest ik een paar honderd kevertjes van de vloer vegen, uit het muggengaas trekken (ze zaten met hun kop aan een kant, lijf aan de andere kant) en kevertjes uit de raam kozijnen stofzuigen. Niet dat ik zo een poetser ben, maar die beesten stinken.
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nMooie bloemetjes langs de weg


\r\n\r\n\r\n\r\nDoor naar het zuiden bleef de weg niet spannend. Kon bij een dorp heel ongunstig met dollars betalen voor diesel, zodat ik weer wat adem had. Dorpjes waren er vrijwel niet en banken helemaal niet. Daarbij was het zondag vandaag. In Ghanzi, het eerste redelijke dorp, was een ATM machine maar die pikte mijn bank kaart niet, ook geen credit kaart. Kon gelukkig bij de Shell met creditkaart betalen en reed naar een campsite. De Thakadu camp is weer zo’n Westerse enclave. Een campsite annex bungalows in een wild-park, eigendom van een stel Engelsen. Zeer goed restaurant terwijl de campsite zelf weer wat minder was. At eland steak (jammie).
\r\nIk moest naar Gaborone, de hoofdstad, maar omdat de weg zo saai was vroeg ik me af of ik niet door de Kalahari heen kon. Dat is een woestijn, maar ook gelijk een natuur park en om er in te komen moet je een permit kopen. Bij het park-kantoor in Ghanzi wist men mij te vertellen dat me dat 1500 Pula per dag voor de auto zou kosten (200 euro). En daar zou dan nog overnachtingskosten en entree voor mij bij komen. Het park rijd je niet in een dag dus die optie heb ik maar laten schieten. Belachelijk. Ik dacht dat natuur voor iedereen was. Jammer want de Kalahari is een van de hoogtepunten van Botswana.
\r\nToch maar de saaie weg genomen en elke keer als ik slaap neigingen kreeg de auto aan de kant gezet. De natuur was wel mooi hoor. Erg groen, mooi gras langs de weg en hele stukken met gele bloemen, heel veel vlinders en andere insecten. Gigantische vliegende torren van wel 10 cm groot die met een knal tegen de vooruit of gril kletste. Als ze pech hadden en onder de wielen kwamen was er een geluid alsof ik over een rauw ei heen reed. Ondanks deze mooie natuur was het toch slaapverwekkend, gewoon omdat de weg zo lang was met als maar hetzelfde beeld.
\r\nOm 5 uur in de middag kwam er een gigantische donkere lucht opzetten en ik vond nog net op tijd een parkeerplek op een oud wegwerk terrein, midden in de natuur. Omdat het regende zou ik die nacht geen last van torretjes hebben.
\r\nDe volgende dag was meer van het zelfde. Kwam de hele dag geloof ik 10 auto’s tegen en zag 20 mensen. De grote leegte die er zo duizend jaar geleden vast ook zo uit zag. Geen hekken, geen mensen, geen verkeer. Groene bosjes en gras, bloemen, vlinders en vogels. Wel een super gladde asfalt weg. Met om de paar kilometer borden die afwisselend , pas op, overstekende…. herten, koeien, paarden, olifanten, varkens of mensen aan gaven. Bleef me verwonderen over de hoeveelheid beesten op de weg. Koeien en ezels voornamelijk vinden het blijkbaar aantrekkelijk om midden op de weg te gaan staan slapen. Dat er zo veel koeien zijn, ok, daar kan ik me wat bij voorstellen. Die worden geslacht en verwerkt. Maar ezels. Zoveel ezels. En denk maar niet dat die van het midden van de weg af te toeteren zijn. Die moet je bijna er vanaf duwen voor ze opzij gaan.
\r\nMaar wat doen al die ezels hier. Opgegeten worden ze niet. Een paar worden als lastdier gebruikt maar het merendeel staat op straat te hangen dus. Hang ezels. Ik heb het verhaal gehoord (maar weet niet zeker of het waar is) dat Angola, ooit zijn rekening niet kon betalen aan Botswana over het een of ander, in ezels betaald heeft. Vraag ik me af wie er nu de ezel is…
\r\nSliep 150 km voor Gaborone op een parkeerplek van een wegwerk firma, uiteraard na eerst toestemming gevraagd te hebben. Kletste wat met twee Zimbabwanen die hun land ontvlucht waren en hier werk gevonden hadden.
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nHeel kundig gemaakte vogelnestjes


\r\n\r\n\r\n\r\nNa me door Molepolole (leuke naam, spreek maar eens uit) geworsteld te hebben kwam ik in de hoofdstad van Botswana. Gaborone is een stad waar ik nog nooit van gehoord had. Ik ken toch wel een hoop hoofdsteden maar deze was mij ontschoten. De stad is niet echt spannend. Reed wat rond, zocht een campsite en vond die ook. Winkelde wat in een winkel centrum en vond eindelijk een pin automaat die me geld wilde geven. Apart was de doe-het-zelf zaak waar ik in liep om een klein onderdeeltje te kopen. Ik kreeg onmiddellijk een mooie miep achter me aan die elke stap die ik deed nabootste. Ik vind dat een beetje hinderlijk, krijg dan het idee dat ik niet vertrouwd wordt of zo. Dus vroeg aan de erg aardige juf waarom ze dat deed. Nou om me te helpen natuurlijk. Wat wilt u dan helpen vroeg ik. Nou zegt ze, ik vraag de prijzen op als u iets wilt hebben. En inderdaad stond op geen enkel artikel een prijs. Toen ik vond wat ik hebben wilde, pakte ze het van me af en liep weg om de prijs te vragen. Het was een gewoon deur haakje, zeg maar zo’n tuin-hek haakje. Ze kwam terug na 3 minuten en beweerde dat het ding 40 euro koste. Dat kan niet zeg ik, U moet U vergist hebben. Juf weer weg om na 3 minuten weder te keren. Ja sorry, ik zat fout, het kost 16 euro. Kan nog niet, zeg ik, en de procedure herhaalde zich. Weer kwam ze terug en nu klonk de prijs van ongeveer 3 euro wel ok. Wat een aardige juf (en wat dom) en wat een energie verspilling. Toen ik vroeg waarom ze niet gewoon overal prijzen op zette, kreeg ik geen antwoord. Zouden er dan mensen zijn die zo dom zijn dat ze 40 euro voor een haakje betalen…?
\r\nIk had met Jo en Anne (Het Belgisch stel die ik hier ga ontmoeten) afgesproken dat ze op de Mokolodi campsite zouden gaan staan. Had midden in de stad ook een prima campsite gevonden maar wilde de Belgen niet mislopen. Reed dus naar Mokolodi, 12 km buiten de stad en in een natuur reservaat. De campsite, midden in het park was erg spartaans en niet goedkoop. Maar wel rustig. Heel rustig. Ik was er alleen. Spendeerde de namiddag aan wat kleine klusjes en een heel klein middag dutje. In de vroege avond kwam er een zuid-afrikaanse echtpaar aanrijden. Stond even met ze te kletsen toen ze ineens opmerkte dat er een grote kat loopt. Ze wees op wat sporen die me niet opgevallen waren. Inderdaad een soort poezen voeten die pal langs mijn auto liepen. Over mijn banden sporen en in de bosjes verdween. De man legde zijn vuist op het spoor en wist me te vertellen dat het om een luipaard ging, een mannetje, maar wel een heel groot mannetje. Die was dus, toen ik effe op bed lag, langs mijn auto geslopen zonder dat ik het merkte. Dat maakte de campsite wel weer een stuk spannender . De hel avond heb ik, bij elk geluidje naar buiten lopen kijken of de lieve poes nog eens langs kwam.
\r\nBotswana is ongeveer 12 x zo groot als Nederland en telt circa twee miljoen mensen. 80% van het landschap bestaat uit de Kalahari woestijn landschap. Dat is niet woestijn zoals je verwacht, maar een zandvlakte met veel gras en lage bosjes. De officiële taal is Engels maar zeker op het platte land praten ze een lokale taal zoals Setswana. Daar is geen snars van te begrijpen. Erger nog is de taal dioe de Bosjes mannen spreken, de San. Als je dat hoort is het net alsof je naar een insect luistert. Deze taal bestaat uit een hoop tong geklak en geklik. Er naar luisteren is boeiend en krijg het idee heb dat ik in een starship troopers film zit. \r\n\r\n
\r\nHet land is politiek erg stabiel en economisch gezien een van de wonderen van Afrika. In 1970 was Botswana nog een van de armste landen ter wereld. Geholpen door een stabiel politiek klimaat en de vondst van een aantal zeer rijke diamanten aders, is het nu een van de voortvarendste landen in de regio. Het is geen Europa, het blijft Afrika, maar wel op een prettige manier. De mensen zijn relaxed, easy going en vriendelijk (tot nu toe dan he). Beetje op het saaie af wel.
\r\nDe volgende dagen hing ik wat rond, wachtend op Jo en Anne. Keek wat rond in het moderne GAME shopping centrum, waar bij de lokale platenzaak de top 20 van Dvd’s stonden uitgestald. En wie stond daar op nummer 7 en op nummer 14 met twee verschillende Dvd’s….? Ja, raad je het? Vast niet. Andre Rieux. Ook hier beroemd dus.
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nOink oink voor de wielen


\r\n\r\n\r\n\r\nJo en Anne arriveerde de 5e, maar waren erg treurig. Die middag waren ze bij de toeristen informatie geweest, hadden hun auto tien minuten alleen gelaten, geparkeerd 15 meter van het politie bureau vandaan. Bij terugkomst was hun auto open gebroken, camera’s en telefoons verdwenen. Camera’s weg, dat is erg voor een toerist. De mineur zat er dan ook goed in bij ze, en dat werd de volgende dag niet echt veel beter. Kan me het goed voorstellen. Gelukkig komt de zus van An de 7de met het vliegtuig uit België en kon die, naast mijn nieuwe credit card en e-book lezer, ook wat vervangende spullen voor Jo en Anne meenemen.
\r\nAlle drie wilde we graag de Kalahari in, maar ik weiger om 1500 Pula per dag neer te tellen om er met mijn auto in te rijden (50 Pula voor een gewone auto) dus ik had de volgende list verzonnen. De douane had, bij het invoer papier van mijn auto niet de werkelijke 8 ton genoteerd maar had het ledig gewicht van mijn auto opgeschreven, 4800 kilo. Omdat dat gewicht dus op een officieel douane document stond, wilde ik daarmee proberen de prijs wat te drukken. An en Jo gingen met deze papieren naar het kantoor van de parkdienst waar je de vergunningen moet halen om het park in te mogen rijden. Die keken echter niet naar de papieren en schreven gewoon een vergunning uit voor 2 auto’s a 50 Pula per dag. Ik dacht bij mezelf, als ik daar mee er in kom, ben ik spekkoper. Maar mijn gezond verstand zei dat als ik bij de ingang van het park zou staan, dat niet zou gaan lukken.
\r\nDe 8ste gaan we rijden. Ik rijd niet zo snel als An&Jo met hun Jeep, dus vertrok ik al vroeg zodat we ongeveer tegelijk bij het Rhino park zouden aankomen. Dat park specialiseert zich in witte neushoorns en ligt ongeveer halverwege, op de weg naar de centrale Kalahari ‘woestijn’.\r\nHet park is niet super groot, des te meer kans je hebt om wat van deze kolossen te zien. Had al neushoorns in Nepal gezien maar deze waren een flinke slag groter. Zag er bij het rondrijden een stuk of 8, soms dichtbij en soms ver af, maar het maakt niet uit hoe ver af je deze beesten ziet, ze zijn imposant. Groot, log (maar snel) en gevaarlijk. De witte neushoorn is de gras eter en daar dankt hij ook zijn naam aan. Niet omdat ie wit is, maar hij heeft een brede bek (wide), en dat is tot wit verbasterd. Met zijn brede vierkante bek graast hij gras. De zwarte neushoorn daarentegen is wel iets donkerder (maar niet veel) en iets kleiner en heeft een spitse snuit, waarmee hij van struiken en zo vreet. Allebei de soorten staan op uitsterven en daarom is het zo bijzonder dat er ondertussen bijna 40 in dit park rond zwerven.
\r\n\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nMuren van beesten


\r\n\r\n\r\n\r\nNa op de campsite in het park te hebben overnacht, was het vroeg richting central Kalahari, een kilometer of 300 verderop. De ingangs poort lag 40 km ver op een zandige piste. Jo was met zijn jeep sneller en was al gearriveerd. Hij was bezig de park wachters wat voor te masseren. Bij mijn aankomst was een van de eerste opmerkingen van de parkwachter…. Maar dat is een grote auto, en op de permit staat een kleine. Of ik maar even 1450 Pula wilde neerleggen. Na praten als brugman, de hulp van de manager en de welwillendheid van de parkwachters, mocht ik één dag de Kalahari in op de huidige permit, maar als ik langer wilde, moest ik toch echt dokken.
\r\nHet was ondertussen al 4 uur en omdat je niet wild mag kamperen in de Kalahari, was het opschieten om nog bij de aangewezen campsite te komen voor het donker. Onderweg, ook weer een zandige piste die hier en daar slecht was maar wel begaanbaar, zag ik diverse stukken wild rond lopen, maar niet het wild waar ik eigenlijk voor was gekomen : de leeuw.
\r\nKalahari is groot. De eigenlijke Kalahari strekt zich uit in Namibië, Botswana, de DRC, Angola, Zambia, Zimbabwe en Zuid Afrika. Onmenselijk groot dus. Maar het eigenlijke deel van de Kalahari waar de meeste mensen over spreken heet de centraal Kalahari, en is ondertussen een beschermd gebied (een park heet het dan ineens) van zo’n 52,000 km, bijna de helft van Nederland. Er wonen weinig mensen, alleen de Bosjesmannen weten zich stand te houden in deze droge wildernis, (zie de film The gods must be crazy), alhoewel de regering van Botswana hard bezig is ook deze uit het gebied te verdrijven. Omdat er dus vrijwel geen mensen wonen, is de natuur ongerept en kan het wild leven ongestoord zijn gang gaan. Geen olifanten hier, maar leeuwen. Een van de weinige delen in de wereld waar leeuwen met zwarte manen nog voor komen. Verder zag ik veel hert-achtige (kudu, springbok, eland etc), schildpadjes, enorme struisvogels, eekhoorns en heel heel heel veel vogels. Kan je je het voorstellen. Tussen Arnhem en Groningen wonen geen mensen…niks, geen wegen, geen huizen, geen elektra masten of telefoon torens, alleen natuur?

\r\nTegen het vallen van de duisternis bereikte ik het kamp. Moet je je niet veel van voorstellen hoor, gewoon een plaats onder een boom waar de bosjes weg gehakt zijn, en waar een toilet in de grond is gegraven. Er is ook een douche cabine. Dat is een emmer die in een boom hangt met een kraantje er aan. Alleen is er geen water dus dat moet je zelf mee slepen. Er is ook geen kamp wacht, geen hek, geen elektra, eigenlijk gewoon verder niks. Je slaapt gewoon in de natuur.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nMooie rode vogeltjes


\r\n\r\n\r\n\r\nNa snel een kampvuur gemaakt te hebben en het eten bereid was het eigenlijk al donker. Anne had gekookt en ik mocht mee eten. We wilde net een hap nemen toen er een enorm gebrul klonk, niet ver van ons vandaan. Dat gebrul werd beantwoord, aan de andere kant van het kamp, ook niet ver van ons vandaan. Als je nog nooit een leeuw in het echt hebt horen brullen dan schrik je je helemaal wezenloos. Ik zag Jo, An en Joke bleek weg trekken terwijl ik ook niet helemaal op mijn gemak meer zat. Het brullen van de leeuw is oorverdovend en duurt lang. Wel 30 of 40 seconde brult hij door. Niet zoals het leeuwtje aan het begin van de MGM film. Nee, een harde rauwe grom-brul alsof de oorlog is uitgebroken. Een brul die door merg en been gaat. Een brul die angst en respect inboezemt. Ook bij mij.
\r\nAn en Joke liepen angstig richting auto maar Jo wist te vertellen dat leeuwen respect voor vuur hadden, en gooide snel nog wat takken er bij. Het kampvuur loeide en we aten wat angstig. Een paar minuten later klonk er weer een minuut lang gevaarlijk gebrul, nu echter van een iets grotere afstand, ten teken dat de leeuwen van ons weg aan het gaan waren. We aten iets minde gespannen maar durfde toch niet de hele avond buiten te blijven zitten. Anne wist het verhaal te vertellen van de toerist die net buiten aan het douchen was en door een leeuw te grazen werd genomen, onder de douche.
\r\nOm 9 uur lagen we allemaal in bed. Ik veilig in mijn auto, omgeven door de dikke wanden en sterke ramen. Anne, Jo en Joke in een dak tentje waar een millimeter stof hun scheidde van leeuwenkaken. Ik sliep heerlijk, Jo had echter de hele nacht leeuwen gebrul gehoord. Spannende verhalen rond het kanmpvuur, terwijl de leeuwen brulde.
\r\n\r\nMoest de volgende dag het park uit zijn dus stond vroeg op om toch nog wat rond te kunnen rijden. Nam afscheid van de Belgen en reed het kamp uit. Het zandpad vlak bij het kamp stond vol met leeuwen poten afdrukken. Maar het zat me weer niet mee. Reed 4 uur rond zonder een leeuw te zien of horen. Die beesten bleven me ontglippen.
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nVan alles behalve leeuwen


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nRijdend richting uitgang van het park kwam ik een vrachtwagen tegen. Omdat het pad maar een spoor heeft moet er een op zij. Ik doe dat met plezier en reed het zand in, maar de tegenligger, een oude Bedford, bleef staan. De bestuurder maakte een schakelfout en zijn motor sloeg af. Ik stapte uit om te vragen of er problemen waren. De man kreeg zijn motor niet meer aan. Na de derde keer te proberen te starten een doffe klap. Het kwam van de andere kant van zijn auto, ik liep om en zag dat zijn accu geëxplodeerd was. Gelukkig dat ik niet daar stond want het accuzuur was in het rond gevlogen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Bij wat nadere inspectie bleek er zoveel vuil op de accu te zitten dat alle ontluchtingsgaten verstopt zaten.
\r\nGeluk bij een ongeluk had de chauffeur heel toevallig een reserve accu bij zich. Nadat hij die geplaatst had (op z’n afrikaans, het duurde een uur, er kwamen elastiekjes en ijzerdraad aan te pas) bleek de accu leeg. Gelukkig heb ik altijd accu kabels bij me en in no time liep zijn Bedford weer. Hij moest met zijn lading naar een kamp 4 uur verder rijden de Kalahari in. Als zijn motor weer af zou slaan, stond hij daar moeder ziel alleen. Heb het toch maar even aan de receptie gemeld, die me beloofde die avond te bellen of hij was aangekomen.
\r\nDe volgende dag kwam ik in Maun aan, de toeristische hoofdstad van Botswana. Dat was geen liefde op het eerste gezicht. Op het tweede ook niet trouwens. Het was er warm, druk en vol met foute mensen met grote zonnebrillen. \r\nHad mijn buik wel vol van Nationale Parken in Botswana. Wilde daarom wat anders, een rondvlucht over de Okavango delta doen. Bezocht hiervoor diverse kantoortjes van vlucht operators. Bijna overal zat een verveelde juf achter een bureau. Op de vraag of ze vluchten hadden vandaag, klonk steevast het antwoord: Nee. Het seizoen was over en als ik een vlucht wilde zou ik het hele vliegtuig moeten huren. Mismoedig reed ik weg, op zoek naar een camping. Ook die waren duur en niets bijzonders. Kwam rare dingen tegen. Een camping rekende 8 euro voor het kamperen, en tien euro er bij als ik stroom aansluiting wilde*. Op de vraag waarom dat zo duur was kreeg ik geen antwoord. Een andere camping (Crocodile) was een stoffige zanderige plek, pal aan de hoofdweg zonder schaduw, tafels, braai plekken of wat dan ook. Ik had het snel gehad met Maun en reed, na snel mijn mail gecheckt te hebben en wat boodschappen gedaan te hebben weg uit Maun. Deze stad heeft duidelijk last van toeristische waan ideeën. Niks voor mij. Sliep heerlijk rustig in een nationaal park aan de kant van de weg.\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nBeeste met ballu


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nOmdat de wegen lang, saai, overal het zelfde zijn (rechte weg met links bosjes en rechts bosjes) en er geen kilometer paaltjes staan, markeren de Botswanen de ingang naar hun huis door middel van een paal met een kenmerk of door iets in een boom te hangen. Kijk daarom niet raar op als je als aanwijzing krijgt : ga bij de, op een stok gestoken, groene jerrycan links af. Of aan de hoofdweg, bij de witte autodeur in de boom, linksaf voor een camping.

\r\nTussen Nata en de grens met Zimbabwe ligt……niks. 300 km niks. 300 km vrije natuur. Dit keer geen nationaal park maar vrij toegankelijk. En daar heeft een diersoort van geprofiteerd. De olifant.
\r\nIk parkeerde mijn auto voor de nacht 50 km ten noorden van Nata bij Elephant Sands, een Bar, Restaurant, Hotel, camping en, belangrijkste, olifant drinkwater plek. De Zuid Afrikaan, die eigenaar was van deze plek, vertelde me dat veel olifanten uit Zimbabwe verjaagd zijn en er ook veel Angolese olifanten hun land ontvlucht zijn en nu vredig hier in dit deel van Botswana rond struinen. Maar het zijn er nu wel erg veel. Met rond de 150.000 een beetje over bevolkt. Zo veel van deze kolossen, jemig wat een aantallen. Dat het er druk was met olifanten was duidelijk, het water plasje, 20 meter van zijn terras met zwembad, was vrijwel constant bezet door een of meerdere olifanten. Onder het genot van een drankje en op ‘veilige’ afstand was het spectaculair om te zien. Rustig en bedaard gooide de beesten water over zichzelf heen, daarna modder. Ze dronken wat uit de plas en liepen dan langzaam de campsite op of baande zich een weg door het hoge gras naar elders. Later die middag kon ik mijn auto niet uit omdat er een immens exemplaar van het gras stond te genieten, op 10 meter van mijn auto. En haast had de kolos niet.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nDurfde mijn auto niet uit, dus maar via het dak foto’s maken


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nDoor naar de noord grens met Zimbabwe en Zambia stopte ik nog een naggie in Kasane. Het dorp zelf was drie keer niks maar er was een super mooie campsite (Toro Safari Lodge) aan de Zambezi rivier en ik kon het niet laten er een nacht door te brengen. De volgende dag werd ik wakker met wel 2000 muggen in mijn auto. Sliep gelukkig onder mijn muskieten net maar het boos zoemen van 2000 muggen (ok, ik heb ze niet geteld, het kunnen er op 1900 geweest zijn) deed mij vroeg wakker worden. Ik had blijkbaar een stukje klittenband van mijn dakluik muggengaas niet goed dicht gedaan, en daar was blijkbaar file naar binnen ontstaan. De muggen kan je allemaal dood gaan slaan maar makkelijker is een je muggengaas voor je raam even los halen, door het binnenkomende licht stromen ze allemaal weer naar buiten.
\r\nReed om 9 uur richting grens met Zimbabwe. Botswana verlaten was een koekie, stempeltje hier, stempeltje daar en hoppa. Nieuw land. Eentje die ieder geval in de media altijd slecht voor de dag komt. Maar dat zijn vaak de landen die ik erg leuk vind… we gaan het zien.\r\n

\r\n\r\n

\r\nMooi blaauw is ook niet lelijk


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nWat vind ik van Botswana? Tja, moeilijk. Moet eerlijk zeggen dat mijn mening wat gekleurd is omdat men de park prijzen veel te duur heeft gemaakt voor iemand met een camper. 200 euro per dag om in een park te mogen rijden heeft mijn plezier in Botswana wel wat vergald. En laten we eerlijk zijn, naar Botswana kom je eigenlijk alleen voor de natuur. Die is spectaculair en precies zoals je het van Afrika verwacht. En dat maakt Botswana dan erg speciaal. De mensen zijn aardig maar wat terughoudend en saai. Er is geen cultuur (die ik gezien heb) , geen mooie steden of dorpen. Er heerst een klinische doodheid overal. Nee, ik hoef voorlopig niet terug naar Botswana. \r\n\r\n\r\n*Achteraf denk ik dat dat een communicatie fout was. Ik denk dat de juf bedoelde, 8 euro voor de camping en 10 voor camping met stroom. In plaats daarvan begreep ik (laat ik maar zeggen dat ik het fout begreep) 8 voor camperen, en met stroom 18. Een fout die later nog eens in Zimbabwe nog eens voor zou komen\r