| Huidige gebruikers | Er zijn op dit moment, 17 gast(en) en 0 lid(leden) die online zijn.
U bent een gast. U kunt gratis een account aanvragen door hier te klikken | |
| Aantal Hits | We ontvingen 2526463 paginabezoeken sinds December 2002 | |
 | |
Eind maart 2008, van Singapore naar Chennai (Maleisië en India) Geplaatst op Saturday 05 April @ 05:30:30 GMT+1
Onderwerp: Reis om de wereld vanaf 2006
|
Begin maart bracht ik twee dagen door in Singapore. Hier na terug naar Kuala Lumpur om vanuit daar naar Chennai (India) te vliegen. Het weer terug krijgen van mijn auto was een nachtmerrie die ik gezworen heb nooit meer te herhalen. Dat betekent dat ik mijn plannen rigoureus om ga gooien. Werd pal daarna ook nog eens flink ziek en lag dagen met hoge koorts tussen de rijst en suikerriet velden (maar wel onder de klamboe hoor). Alles is nu weer beter en ben weer aan het genieten van India.
De busreis naar Singapore was de eerste keer in twee jaar dat ik een lange rit met het openbaar vervoer maakte. Was om kwart voor 9 bij het Putraya bus station en werd gelijk overvallen door bus ronselaars. Nu weet ik ook wel dat die je alles vertellen wat je horen wilt, dus met een gezonde doos ‘ik geloof toch geen woord van wat je zegt’ werd ik door een van die mannekes het bus station doorgesleept naar een loket. Ja, de bus ging nu zegt het manneke, maar toen ik het zelf aan het loket ging vragen bleek de bus pas op 10 uur te vertrekken. Liet de man dus staan op zoek naar een andere bus maatschappij, er zijn er, denk ik, wel 100 en de helft er van heeft regelmatige bussen naar Singapore. Het mannetje liep zenuwachtig achter me aan, die zag zijn commissie weglopen. Plots wist hij zich een bus te herinneren die echt NU zou vertrekken en zenuwachtig gebood hij me volgen naar het busplatform. Al lopend was hij een ticket aan het uitschrijven en bij de trap naar het platform aangekomen duwde hij me het ticket in de hand en vroeg me 35 Ringits. Ik wist dat de bus 30 koste, dus 5 was zijn commissie. Had er geen problemen mee die 5 extra te betalen, maar ik vroeg hem eerst om mee te lopen naar de bus. Hij wilde niet maar kon niet anders want ik had het geld in mijn hand. Benee aangekomen wees ie op de bus die daar stond. Nice bus, nice bus zegt ie nog. Ik vraag aan de chauffeur waar die naar toe ging, bleek heel ergens anders te zijn. Nee nee, zegt ie ineens, de bus komt er zo aan, betaal me maar dan kan ik verder. Ik zeg dat ik er niet over pieker, tot ik de bus zie. Het duurde nog een kwartier voordat de bus kwam aangereden. Ik vraag de chauffeur of ie naar Singapore gaat of naar Bahru (de stad aan de grens met Maleisie en dan moet ik overstappen en dat wil ik niet). Nee, Singapore, zegt ie, om 9 uur (het was al 10 over 9 maar ok). Ik betaal het manneke zijn geld, stap in de bus, helemaal leeg nog, zoek een stoel uit en ga zitten voor de 5 uur durende rit. Prima stoelen, moet ik zeggen, lekkere airco aan, niets om over te klagen. Behalve dat de bus pas om 10 voor 10 weg reed….
Ad, Leonardo en ikzelf, al kletsend vloog de tijd voorbij
In Bahru aangekomen, je snapt het al, een heel zenuwachtig ventje gebood de mensen die naar Singapore gaan onmiddellijk de bus te verlaten en heel snel een andere bus in te stappen. Snel snel snel, zegt ie nog. Dus toch overstappen in een lokale bus, gatver, openbaar vervoer in Azië is toch meestal met verwachte en onverwachte eigenaardigheden. Gelukkig stond de andere bus vlak bij, het was zo gepiept, met de slavendrijver achter me… quick quik quick. Duurde natuurlijk 10 minuten voor die bus weg reed, waarom ik zo snel moest lopen was mij een raadsel.
Na 2 minuten rijden de immigratie van Maleisië. Allemaal de bus uit, naar boven lopen, stempeltje halen, weer de bus in en weer 5 minuten rijden over de brug naar Singapore. Daar de bus weer uit, ander gebouw in, trap op en ……. 1000 mensen stonden er al in de rij voor de Douane van Singapore. Duurde lang voor dat dat klaar was. Een andere bus stond weer klaar, erin gesprongen en uitgestapt in Little India, op zoek naar een Hotelletje. Na een uur lopen en 8 hotels, had ik alleen maar het antwoord ‘alles is vol’ gehoord. De rugzak begon zwaar te worden en toen ik een wat duurder uitziend hotel vond koos ik dat maar. Wel 70 euro voor een nacht, maar de kamer was erg luxe. Flatscreen TV, mooi bed en zo.
In de avond naar Ruffle gebied geweest, rond de haven gelopen. Singapore is hier erg mooi, met legio terrasjes aan het water, restaurantjes en barretjes. Heel gezellig, en natuurlijk zeker niet goedkoop. Is Singapore van huis uit al duur, op dit soort plaatsen is het, net als in westerse landen, dubbel zo duur. Maar wel heel sfeervol. Verder geslenterd langs het parlement gebouw en een mooie oude kerk tot ik een soort van beurs tegen kwam. Een soort HCC beurs, met alleen maar computer spullen. Tja, dan weet je het wel he, dan is Caspertje verkocht.
Skyline van Singapore
De volgende dag ben ik echt de toeristische attracties gaan bekijken. De mooie Chinese tempel Thiang Hock Keng, het eiland aan de zuidekant met de kabelbaan en wat rondgelopen downtown en in Little India. Singapore is op zich een prettige stad, heel erg westers natuurlijk, met een efficiënte en moderne metro. Er zijn overal stoepen en oversteekplaatsen, er staan bankjes om op te zitten en het verkeer is redelijk normaal.
Singapore is, zoals iedereen wel weet heel schoon. Toch heb ik echt wel zwerfvuil gezien, ook mensen die bij weg oversteken bij rood licht (een zware zonde), zelfs een keer een wildplasser (een oude man met een zwakke blaas). Toppunt zijn de zwervers die ik hier en daar onder afdakjes of bushoekjes zag slapen. Verder is Singapore redelijk sfeerloos vind ik. Chinatown heeft niks van de huzzle en buzzle van de meeste China towns, geen straatjes waar je ogen en neus tekort komt van de indrukken. Alles is beetje steriel en goed geregeld. Ook Little India lijkt in geen mijlen op India. Alles is netjes, straatjes aangeveegd. Hier en daar brand de wierook en blèrt de Bollywood muziek, je ziet veel Indiase gezichten en restaurants maar daar blijft het bij.
Dit is allemaal natuurlijk prettig als je er woont, maar voor mij als wereld toerist is het ietwat saai. Vandaar dat ze in Singapore een andere hobby hebben uitgevonden;
Als die God de handen moet wassen, is ze even bezig
In Singapore hebben ze het shop-til-you-drop tot een kunst verheven. Het aantal shopping centra’s, zeker downtown is onvoorstelbaar. Het is zo erg, dat het vaak makkelijker is om door shopping centra’s heen van punt A naar B te komen dan buiten langs. Zo liep ik naar het Metro station en volgde de bordjes MRT, ik werd aan een stuk door lange gangen met winkels geleid, ik denk wel een half uur lang. Veel van die shopping centra’s zijn aan elkaar gebouwd zodat je, zonder dat je er erg in hebt, van de ene in de andere loopt. Het is echt onvoorstelbaar wat er hier te koop is. En zeker niet altijd goedkoop, maar wel het nieuwst van het nieuwste.
De lunch was Kaya toast en koffie. Kaya toast is heel erg lekker. Ze roosteren een volkoren sneetje brood. Snijden die hierna door midden (zodat je dus twee nog dunnere toastjes krijgt, op zich al heel knap) en smeren er dan een soort kokos smurrie op (erg zoet). Op het moment dat je de toost bestelt, pakken ze die warme sneetjes, doen er koude dunne schijfjes boter op en als je dat dan in je mond steekt smelt dat……oooooooooooooo. Dat hoort, samen met de rotti Canai, zeker tot een van mijn favorieten.
Had op de IT beurs twee hele kleine volwaardige pc’tjes gezien, en had bij Ad en Susan gezien dat ze hun laptop als GPS gebruikte, en dat wilde ik ook wel. Dus, na veel overdenken een klein PC tje gekocht, met Windows XP, dat crashed tenminste normaal gesproken niet (windows vista om de haverklap).
Weer terug naar Kuala Lumpur was omgekeerde verhaal van twee dagen daar voor. Overigens blijft het verbazing wekken hoe een bus, in veel delen van Azië, bij vertrek enorm treuzelt, in de hoop nog een extra passagier te vangen. Stukje optrekken, dan weer stoppen, net doen alsof je weg gaat, weer stoppen, rondje rijden, weer stoppen. Dat verlies in tijd probeert men dan weer in te halen door super hard te rijden. Maar volgens mij verstoken ze dan zoveel brandstof dat het allemaal erg ‘niet lonend’ is om zo te wachten.
In Singapore was het duidelijk ander. Half 11 gaan we, en om half 11 gingen we ook. En prompt om half 4 in de middag was ik weer terug in Kl, in mijn oude Hotel (comfort in) en zelfs op dezelfde kamer.
De vlucht naar Chennai was op donderdag en op dinsdag had ik nog steeds geen Visa uit India, dus toog ik voor de derde keer richting ambassade. Na uitleg over mijn vlucht beloofde het balie meisje dat ze zou proberen dezelfde dag nog een visum te regelen. Kon mijn oren niet geloven. Eerst gaat alles zo moeilijk en nu ineens zou ze het zomaar proberen. Toen ik aan het eind van de dag terug kwam, had ik inderdaad een 6 maanden dubbel entry visum.
Valt me op dat er in KL veel geld wissel kantoortjes zitten. Dat moet dus blijkbaar lonend zijn. Vind dat wel raar als er op elke hoek van de straat wel een ATM zit (pinautomaat), waar je ook met een buitenlandse kaart gewoon geld kan pinnen. Valt me dan ook ineens op dat er bij deze kantoortjes vaak Afrikaans uitziende mannen staan met pakken met geld. Mmmm, is dat onze ontwikkelingshulp, of denk ik te zwart. Oops, zwart geld…?
Heb aan een stuk of 4 verschillende mensen gevraagd waarom, alleen in Maleisië, de brommer rijder zijn jas achterstevoren aan heeft. Wilde nou wel eens uitsluitsel, want het blijft een vaag gezicht. Helaas kreeg ik op de vier keer vragen ook vier keer een ander antwoord. Tegen de zon zegt de eerste. Tegen de wind zegt de tweede. De derde weet zeker dat het tegen vuil en beestjes is,, de vierde zegt dat die mensen lui zijn en zo in hun jas schieten. Nou, alle vier de antwoorden vind ik vaag en niet logisch. Wie weet het wel? Prijsvraag?......
Dan nog even voor de talen wonders onder ons, Tera Mekasi betekend bedankt, Salemat Jalang is tot ziens, Polisie is politie (jaja), Koppi is koffie, Parang is hakmes, en awas is…..?
En als laatste om te onthouden (een Ringit is 22 eurocent):
Een liter diesel in Maleisië kost 1.58 Ringit
Fles bier (0.6 liter) kost 14 Ringit (moslim land, duur dus)
Bus van KL naar Singapore (5 uur) 30 Ringit
Koffie in een lokaal tentje tussen de 80 cent en 1.5 Ringit
Koffie bij Starbucks of ander buitenlandse keten tussen de 8 en 12 Ringit
Eten in straat tentje tussen 3 en 8 Ringit
Roti Canai per stuk tussen 0,7 en 1,5 Ringit
Om 6 uur in een donkere en natte ochtend in Kuala Lumpur, stond ik buiten mijn hotel om richting vliegveld te gaan. Ik kon per monorail en dan trein, maar besloot het stukje monorail per taxi te doen omdat ik anders weer een minuut of 10 moest lopen vanwege de overstap van monorail naar trein. Het openbaar vervoer is hier goed geregeld, behalve het overstappen van een systeem naar het andere. Alle systemen zijn los van elkaar gebouwd dus sluiten niet direct aan op een ander systeem. Zo heb je monorail, metro, light rail en trein. De trein naar het vliegveld koste 35 ringit, dat wist ik, en de taxi chauffeur vroeg 15 om me naar het station te brengen. Maar, zegt ie, ik breng je helemaal naar het vliegveld (60 km) voor 70. Tja, dat is dan snel besloten. Die taxichauffeur dacht waarschijnlijk dat ik haast had en scheurde er met 120 op los. Hij nam ook een zeer vreemde route, want steeds als er een bord richting vliegveld stond, sloeg hij af de andere kant op. Ik vroeg hem naar de reden en hij vertelde me dat hij de route nam met de minste tol. En dat is de route die de overheids werkers nemen. Die wonen veelal in een bepaalde wijk, en de snelwegen van en naar die wijk kosten minder tol dan alle andere. Zo bevooroordeeld de overheid haar eigen werknemers.
Netjes op tijd op het vliegveld, netjes ingechecked, so far so good.
KL heeft een mooi vliegveld, daar kan je niks slechts over zeggen behalve dat er geen draadloos netwerk beschikbaar is. Het is er wel, maar je moet halsbrekende toeren uithalen om een paswoord te krijgen, en daar had ik even geen zin in
De vlucht naar Chennai was verder soepeltjes maar wel wat ‘bumpy’. Werd wel op een typisch Indiase manier op hun grondgebeid verwelkomt. Iedereen die wel eens gevlogen heeft weet hoe dat gaat net na het landen. Er wordt omgeroepen of je aub wil blijven zitten tot we van de landingsbaan af zijn en het vliegtuig stil staat. Maar Indiase mensen blijven Indiase mensen haha. Dus de wielen hadden de grond nog niet geraakt of en masse stond iedereen op om de luiken naar de handbagage open te doen. Een steward schoot uit zijn slof en schreeuwde hard ‘waar willen jullie in gods naam naar toe? Zal ik de deur open doen, dan mag je springen’. Dat had het gewenste resultaat…. Voor 5 seconde,, want al remmend over de landingsbaan stond de andere helft van de passagiers op en begon de handbagage te ontladen. De steward gaf zijn pogingen duidelijk op en zat zuchtend neer op zijn uitklapstoeltje. Welkom to India…
Na het vinden van een redelijk betaalbaar hotelletje (195 roepies) in de Egmore buurt, sprinte ik gelijk door naar de agent die mijn auto moet inklaren. Deze oet, zoals Ad hem noemde, was een echte Indiase man. Zittend achter zijn bureau gaf hij orders aan de tientallen medewerkers terwijl hij verveeld met zijn mobiel zat te spelen of telefoon gesprekken maakte waarvan ik het nut niet in zag.
Als eerste zegt die mijnheer Kumar dat hij mij een kranten artikel moet laten zien. Ik frons mijn wenkbrauwen en vraag hem hoe zo. Hij zegt, ja, het is belangrijk voor je. Ik krijg gelijk argwaan, dus vraag of er goed of slecht nieuws in staat. Slecht als jij het bent zegt ie. Ik snap er niks van en vraag.. is de boot gezonken of zo? Hij lacht wat, en vind het juiste krantensegment, vouwt die open en daar staan, tussen allerlei andere artikelen, een grote foto van twee buitenlanders. Een man en een vrouw. De man is kaal geschoren, en op de foto zou je, als je vluchtig kijkt, kunnen denken dat ik dat was. Op zich een compliment, de man was zeker 15 jaar jonger dan ik. Op mijn vraag om uitleg zegt Kumar, deze mensen hebben hun auto over laten komen uit Kuala Lumpur, en toen de politie de auto inspecteerde vonden ze een Raket-werper. Dus mijn vraag is, zegt Kumar, ben jij dat. Ik barst in lachen uit, whaoaoaoa, hoe kan je nou zo dom zijn. Ik verzeker Kumar dat ik het niet ben en dat ik , zo ver ik weet, geen rocket-launcher in mijn auto heb.
Hij vertelde me dat mijn auto momenteel in Colombo Sri Lanka was, en de verwachting was dat hij de 18e hier zou zijn. Inklaren zou een dag in beslag nemen meende hij. Ik nam dit alles met een korreltje zout, had al wel wat verhalen gehoord over deze mijnheer Kumar. Maar de 18e of de 15e zijn wel drie dagen later, en over een tussenstop in Colombo hadden ze het in Maleisië nooit gehad.
Had dus wat tijd te verdoen in Chennai. Grote stad, warm en erg regenachtig, ondanks dat ook hier het regenseizoen op een andere tijdstip was. De eerste paar dagen maar besteed aan het rondlopen in de stad. Niet dat er veel te zien is, maar India snuiven neemt een hoop van je energie.
Op zondag kwam er een kennis (Kesevan) langs die 200 km hiervandaan woont en die ik nog van 3 jaar geleden ken. Het is een echte plattelands jongen, zoals 80% van de Indiers. Hij werkt in een apotheek maar maakt verder niks van zijn leven. Zoals bij elke bezoek, bracht hij een kennis mee, een Indier komt nooit alleen. Ze wilde graag het strand zien, want dat hadden ze nog nooit gezien. Ja op TV zeiden ze, maar niet echt. Dus wij op naar het strand. Tjokvol met mensen zo op zondag, iedereen stond aan de waterkant over de zee heen te staren.
Staring at the sea...
Een paar moedigen gingen zwemmen, maar veel waren het er niet. De kennis van Kesevan wilde ook het water in. Hij ontklede zich tot onderbroek en liep het water in. Het was een goed zwemmer zei Kesevan, en dat bleek ook wel, in een mum van tijd was ie erg ver van de waterkant. Wij wenkte dat ie terug moest komen, wat ie dan ook deed, maar terwijl hij de kant op liep kwam er een (dikke) politie agente aan met een lange bamboe stok en gaf hem zomaar twee lellen. En niet zomaar klappen, maar met volle kracht. Zonder waarschuwing, zonder wat te zeggen, en dit alles omdat ze vond dat hij te ver van de kant af was geweest. Al hinkend liepen hij het strand af, gevolgd door mijzelf, de bek nog open van verbazing. Hij zou er nog een week lang last van hebben.
Omdat ze beide nog nooit een shopping centre hadden gezien, trakteerde ik ze op een bezoek aan Spencer Plazza. Dat is een shopping Centre, maar dan wel India stijl. Maar, en dat moet ik wel zeggen, het is duidelijk dat India hard vooruit gaat. Een winkelcentrum met roltrappen, dat is voor het eerst dat ik dat gezien heb in India. En er zaten zelfs wat winkels in die erg mooi waren. Modern en goed uitgelicht. Zelfs een KFC en Domino’s pizza. Wauw. Die twee keken hun ogen uit, leuk om ze voor het eerst van hun leven op een roltrap te zien, apegapend naar winkels vol elektronica en zo. Na een vroeg avondeten heb ik ze weer op de bus terug naar huis gezet, ik was duidelijk uitgepraat. Er zit weinig bij dat soort mensen, alsof ze maar een halve hersen inhoud hebben. Daarom zijn ze natuurlijk niet minder aardig.
Tweede opmerkelijke ontmoeting was de vlak voor mijn Hotel. Ik wilde een middagdutje doen en toen ik net aan het dommelen was begon er trom geroffel en geschreeuw. Natuurlijk wakker, besloot ik te gaan kijken. Aan de overkant van de weg, in een sloppenwijk, stonden twee mannen op trommels te rammen terwijl er wat andere mannen bij aan het dansen waren. Stond zo even te kijken, geen idee wat het feestelijke feit was, toen een van de mannen me aansprak en na een heleboel blabla me mee troonde naar een huis 30 meter verder. Zonder waarschuwing stond ik ineens oog in oog (mmm, niet helemaal correcte uitspraak) met een dooie vent. Gelegen op een tafel, gewoon aan de straatkant, het lijk van een oudere man van na later bleek 60 jaar, die was die nacht de pijp uit gegaan. In zijn gewone kloffie, alleen de handen op zijn borst gelegd, lag hij daar dood te zijn, wat strepen met witte verf op zijn hoofd gekalkt, terwijl zijn familie om hem heen zat (vooral vrouwen) en de mannen aan het dansen waren. Kinderen speelde er om heen, niemand huilde, eigenlijk was het wel een vrolijke boel. Het blijft toch een rare ervaring.
En als het dan langer duurt dan verwacht, dan duurt het ook langer. Waar ik geen rekening mee had gehouden is dat het in het weekend van 22 maart Pasen was. Inclusief goede vrijdag. Zou in een Hindu-land geen probleem moeten zijn, maar laten er natuurlijk nou net in Chennai veel Christenen wonen. De overheid was dus gesloten van vrijdag tot en met maandag. Het schip kwam eindelijk aan op woensdag nacht, op donderdag werd de flatrack uitgeladen, en helaas pindakaas, op maandag konden de papieren pas geklaard worden. Weer 3 extra dagen wachten dus.
Jezus gaat hier nog gewoon over straat, en klappen kreeg ie ook, zweepslagen zelfs. Let ook op de lavelose man op de achtergrond..
Omdat ik Chennai wel gezien had, besloot ik om het weekend naar wat vrienden in Sumaitangi te gaan, die hadden al gebeld en gezegd dat ik moest komen. Vrijdag morgen, na het plaatsen van de kronen op mijn kiezen, stonden er twee Indiase plattelanders voor me hersens. Het zijn echte boeren, waren een keer in deze stad geweest die 150 km van hun dorp af ligt. Ze hadden van kesevan al gehoord dat Spencer plaza de bom was, dus om ze een beetje te vermaken zijn we eerst naar dat grote winkelcentrum geweest. De zee hadden ze ook nog nooit gezien, dus dat was het volgende bezoekje, gevolgd door een bezoek aan een tempel (waar ik niet in mocht) . Daarna op naar het plattelands dorp. Het begon plots bijzonder hard te regenen. Na een uurtje gewacht te hebben in mijn hotel bleef het hozen en besloten we toch maar te gaan, maar met de trein ipv de bus. In dit soort regen weer zouden veel straten blank staan en dat zou het weg verkeer wel eens kunnen belemmeren, trein heeft daar wat minder moeite mee. De auto-rikshaw op weg naar het station reed het grootste gedeelte door knie diepen plassen, water dat zich in heel Chennai vormt als het eens hard regent. Ondanks dat dit ontelbare keren per jaar gebeurt, kan het riool systeem het water niet aan en stroomt alles onder. Trein reis was zoals meestal in India, je komt ogen tekort voor de vele mensen die erin zitten, de vele verkopers die er voorbij lopen, het landschap dat voorbij rolt en de gesprekken die men graag met je voert. Na nog twee korte busritjes was ik terug in Sumaithangi, de plaats waar ik een aantal jaren geleden een paar weken had gestaan en waar ik veel ‘vrienden’ had gemaakt. Het was er redelijk uitgestorven, men zei door de vele regen, maar ik zag veel dichte huizen en vermoed dat dit dorp te dode is opgeschreven. Velen die naar de stad verhuizen, getrokken door financieel belang, terwijl er in het dorp eigenlijk niks is, en er ook nog eens een snelweg midden door loopt. Het was al laat, dus dat werd gelijk slapen. De halve familie ging op de grond liggen zodat ik een bed had, ik voelde me schuldig, maar kon er weinig aan veranderen. Daarbij was het bed ook niet meer dan een paar houten planken met een deken als onderlaken, een paar harde kussens, zwart van het vuil. Gebruikte mijn eigen laken als bovenlaken. En zo bracht ik een redelijke slapeloze nacht door in het dorp van weleer. Beesten liepen elke paar minuten over mijn lichaam, het bed was oneffen en plakkerig. Maar, je schikt je er in, de mensen die hier wonnen hebben en weten niet anders.
De volgende dag is het om 5 uur opstaan. Geen idee waarom, want men gaat dan een beetje rond zitten te hangen tot het licht word. Gewassen wordt er niet, daar is het dan ‘te koud’ voor. Maar, om negen uur, na een kopje warme melk, richting zwembad (lees diepe grote put) getrokken en lekker gebadderd. In de middag naar Walaja getufd op de brommer van de buren en in de middag wat gehangen, gekletst en gegeten. De hoeveelheden eten die er naar binnen geschoven word is onvoorstelbaar. Het ontbijt is om 11 uur, dat is erg laat. Idly, dat is een soort gefermenteerde rijst bergjes. Je behoort deze dan in de curry te soppen en wordt veel als ontbijt gegeten. Dan volgt een lunch om 3 uur, maar ik zat nog vol van het ontbijt. Dosa, knapperige pannenkoeken van rijstmeel, uiteraard curry en wat andere prutjes, een soort donut maar dan hartig en nog wat andere liflafjes. Super lekker. In de avond ging men ‘all-out’, en had men een kilo kip aangeschaft. Dat kostte 80 roepies per kilo hoorde ik, een bedrag dat men absoluut niet kan missen, maar voor de witte buitenlander worden alle kleine beetjes bij elkaar geschraapt, geen moeite is teveel. Ik had een continu ‘ik zit vol’ gevoel en snap niet dat de mensen hier zo dun zijn. Dit aannemend dat ze altijd zo veel eten.
Zondag met de bus terug naar Chennai. Dat ging redelijk probleemloos, drie uur later was ik terug in mijn Hotel kamer, klaar om nu eindelijk mijn auto terug te krijgen op maandag.
Maar, India is nooit zoals je het verwacht. Om 10 uur zat ik in het kantoor van de verscheper, maar die kwam zelf pas om 11 uur binnen. Toen ook Leonardo nog eens niet op kwam dagen wegen zwaar verkeer (en vermoedelijke te laat vertrek) begon de dag goed. De wacht-tijd gespendeerd aan het proberen van krijgen van verzekering, maar het bleek niet mogenlijk. Sterker nog, de verzekering die ik eerder al had, bleek helemaal waardeloos te zijn. This is India.
Om 12 uur eindelijk richting bonded warehouse, een groot terrein waar veel van de containers uit andere landen tijdelijk worden opgeslagen, zonder dat ze hoeven te worden ingeklaard. Na een rikshaw ritje van bijna een uur, kreeg ik eindelijk mijn auto in zicht. Ik was als de doods voor beschadigingen dus het eerste wat ik deed was een rondje rond de auto lopen. Wat viel gelijk op? Dat er zo te zien geen grote schade was. Wel was er een slot-kapje afgebroken en er waren diverse stickers van mijn auto verdwenen, een van de bindbandjes was van de fiets verdwenen zodat de nieuwsgierige India’ers onder de afdekking kon kijken, maar verder zag het er goed uit. Voor de zekerheid ook even op het dak geklommen want ik was bang dat er schade aan de zonnepanelen was. Wat ik daar zag was triest. Al mijn angsten werden waarheid. Wellicht waren de zonnepanelen heel, maar een van de grote dak-ramen lag helemaal in gruzelementen. Nadere inspectie leerde dat men, tijdens transport, vermoedelijk van de haven van Chennai naar dit terrein, onder een boom was gereden die laag hing. De stukken hout lagen rond het raam. Ik heb zo een supergeluk gehad dat ik zo slim was geweest om mijn raam-covers over de ramen te spannen aan de buitenkant, zodat de boel wel waterdicht was gebleven, anders was de ellende nog veel groter geweest.
Snel het raam geplkat, er dreigde regen, en dan was de ellende niet te overzien
Ik mocht verder de auto niet in, moest wachten op de douane die de boel moest inklaren. Die zou om 2 uur komen. Jaja. 3 uur, niks, vier uur, niks. Om kwart over 4 een telefoontje van de heer Kumar, de agent die alles regelde. Die kwam met de leuke mededeling dat de verscheper maar even 2000$ ging rekenen voor het afladen van mijn auto. $2000 !!!!. Gevolg, als de douane ooit zou komen vandaag, kon ik toch de auto niet meenemen. GVD. Wat een tering zooi hier, die lui zijn echt gek. Eerst zijn ze bijna 2 weken te laat, dan beschadigen ze mijn auto, en dan vragen ze ook nog eens belachelijk veel geld.
Nadat de douane eindelijk om 5 uur kwam en elk kastje en spleetje van mijn auto controleerde, wilde ze onze paspoorten meenemen naar het Douane kantoor. Dat is onacceptabel voor mij, maar ook voor Leo, en na heel veel over en weer gepraat besloten om na twee uur de paspoorten zelf op te gaan halen bij het douanen kantoor, uiteraard helemaal aan de andere kant van de stad. Hierna onverrichterzake weer terug naar mijn hotel in de avond. Dit zijn van die dagen die je meemaakt op reis en waar je van te voren voor vreest. Dagen die je lang bij zullen blijven, dagen die hel zijn. Met een grote bier in mijn knars toch heerlijk geslapen.
Volgende dag op naar het kantoor van Dhr Kumar. Zijn verhaal over die hoge kosten rammelde aan alle kanten. We vermoede een samenwerking tussen Kumar en de verscheper, om maar eens wat geld uit die arme buitenlanders te trekken. Vervelende is dat je aan de goden bent over geleverd. Ze hebben al je papieren en ondanks dat ze vrolijk blijven discussiëren over het te hoge bedrag, stralen ze een ‘dan betaal je niet, ga je toch verder met de trein’ bericht uit. Wij dus op naar het kantoor van de verscheper. Dit alles met in het achterhoofd dat als we vandaag onze auto en motor niet konden krijgen, er vanaf morgen staan-geld door het bonded-warehouse zou worden berekend. Ik weet zeker dat ook dat geen misselijk bedrag zou zijn. De verscheper, Sricon shipping, een zekere heer Sudaka (ik haat die naam) was vrij resoluut. Hey, dat zijn de kosten, ik heb het al wat naar beneden gebracht (het was nu nog maar 27000 roepies voor mij) en that was it. Als ik niet betaalde, kreeg ik geen auto. Leo, wiens motor ooit 1000 USD heeft gekost, piekerde er niet over om te betalen en zij dat ie dan de motor maar moest houden. Hij zou voor het bedrag wel een nieuwe motor in India kopen. Ook hier werd erg luchtig over gedaan. We hebben gedreigd met een advocaat, we hebben gesmeekt, gescholden, het hielp allemaal niet.
Mijn claxon was helemaal overleden
Er rest dan maar een ding, betalen en kijken of je het later kan verhalen. Dus, mijn rekening werd 27000 en 19000 is 46000 roepies, oftewel 736 euro. Dit samen met de 4000 euro die ik in Maleisië heb betaald, is dit een van de duurste uitgaven op mijn reis ooit. Snel in een taxi naar het bonded warehouse, auto uitgeklaard, (dat duurde nog eens twee uur) en om 7 uur stond ik geparkeerd in het Youth Hostel in Adyar, zuid Chenai, en kon ik de wonden gaan likken, reparaties uit gaan voeren en mijn auto weer in een bewoonbare status te brengen.
In de tussentijd had Leo het spelletje van ‘Houd die motor maar, ik koop wel een nieuwe’ hard verder gespeeld en tevens ook met de advocaat gedreigd. Hij had een veel betere onderhandeling positie dan ik en speelde het klaar om zijn rekening, die net als die van mij absurd hoog was, omlaag te krijgen. Hij betaalde, voor de totale inklaring slechts 16000 roepies, zeg maar 300 euro.
Na grondige inspectie bleek pas hoe men tekeer was gegaan met mijn auto. Ik vermoed dat men voor het transport, van de haven naar het ‘warehouse’, een ritje van zo’n 30 km, een te hoge auto heeft gebruikt. Hierdoor komt de totale hoogte van het geheel (mijn auto, de container vloer en dan nog eens de transport auto) boven het toelaatbare uit. Gevolg is dat elke boom en elke elektra of andere kabel tegen de voorkant van de auto kletst. En dan hoeft er maar een dikke boomtak tussen te zitten en je dakraam sneuvelt. Net als bij de Duitsers hun satelliet antenne en een van hun dakrails eraf was geramd. Aan de voorkant miste ik op vele plekken de lak, die was eraf geslagen door takken of lijdingen. Aan de zijkanten zaten hier en daar wat dikke krassen, maar die kan ik waarschijnlijk nog wel weg poetsen. Op het dak zaten diepe krassen, die niet meer poetsbaar zijn, daar moet een spuiterij de schade gaan herstellen. Gelukkig is het kunststof zodat het niet gaat roesten. Dat kon ik niet zeggen van de metalen stellage op mijn rijders cabine. Ook daar hadden de takken en kabels vlink wat verf eraf gehaald, en hier was het roesten reeds begonnen, daar moest ik dus snel wat aan gaan doen.
Een dag later reed ik naar Walaja, een gehucht waar ik mijn auto tussen de rijstvelden parkeerde om daar, rustig, aan de herstel werkzaamheden te werken, wat overpeinzingen over de toekomst te doen, belasting aangifte te doen en wat ander werkzaamheden te verrichten. Helaas werden ook nu mijn plannetjes gedwarsboomd, dit keer door mijn eigenste lichaam. Begon met een keelpijntje, en een dag later lichte koorts, wat resulteerde in drie dagen hoge koorts. Toen ik 39.5 op de thermometer zag begon ik me toch zorgen te maken, het kon zo maar malaria of knokkel koorts (dengue fever) zijn. Zulke hoge temperaturen, dat is niks voor mij, nooit gehad ook, dus het was wat angstig. Alles in me lichaam deed natuurlijk pijn. Besloot het nog een dagje aan te kijken. Er kwam niks uit mijn handen, lag de hele dag half bewusteloos te slapen, en de koorts zakte niet echt. Volgende dag, onder invloed van een combiflannetje (dat is een combinatie pil van paracetamol en ibuprofen) op naar het ziekenhuis van Walaja. Op zijn Indisch. Gebouw zag er niet uit, overal mensen, op stoelen, op de grond, alsof het oorlog was, en toen bleekscheet Jansen binnen kwam was ik gelijk als eerste aan de beurt, de lokale moesten wachten. Vond het niet zo erg dat snap je, De aller-vriendelijke doktor deed een halfwassen onderzoekje, luisterde naar mijn longen en kwam al na twee minuten tot de conclusie dat ik een zware griep had. Hij schreef 4 medicijnen voor, overigens die ik alle vier gewoon zelf ook bij me heb (Paracetamol, amoxcillin, Cetrizet en een hoestdrankje). Om 12 uur lag ik weer terug in bed.
Maar de volgende ochtend had ik nog 39 graden koorts. Toch had ik goed geslapen, van 8 uur tot 7 uur, maar liefst 11 uur, met een kleine onderbreking omdat mijn vader me belde. Vanaf de volgende dag ging het weer berg opwaarts. Het duurde nog wel een paar dagen voor ik me weer helemaal fit voelde, dat krijg je van die hoge koorts denk ik.
|
|
| |
| Score Artikel | Gemiddelde score: 0 Stemmen: 0
| |
|
Associated Topics
 |
|
|